Sie sind auf Seite 1von 2

Zinsontleding

Geschreven door Monroe / Marijke, nagekeken door Chocoholic / Michelle


In een verhaal ga je natuurlijk niet iedere zin ontleden. Toch is
het wel handig om te weten hoe een zin in elkaar steekt zodat je
rekening kan houden met een juiste zin.

A. Voorbeeld van een foute zin


Zijn gedwongen ogen moesten naar het fenomeen kijken wat
onverklaarbaar is.

De persoonsvorm geeft aan wie wat doet en in welke tijd de zin staat. In dit geval
is ‘zijn gedwongen ogen’ het onderwerp en geeft de persoonsvorm dus aan wat
‘zijn gedwongen ogen’ doen. In dit geval kijkt hij naar een onverklaarbaar
fenomeen.

Het bijvoeglijk naamwoord ‘gedwongen’ staat op de verkeerde plaats. Je kunt


namelijk geen gedwongen ogen hebben. Beter zou zijn:

Zijn ogen keken gedwongen naar het fenomeen wat onverklaarbaar is.

Nog steeds staan er fouten in de zin. Zoals al eerder gezegd werd, geeft de
persoonsvorm aan in welke tijd de zin staat. In dit geval is de persoonsvorm
‘keken’. Keken is de verleden tijd van kijken. Dat betekent dat de zin in de
verleden tijd staat.

Zijn ogen keken gedwongen naar het fenomeen wat onverklaarbaar was.

Als je de zin leest, is hij grammaticaal correct, maar leest hij nog steeds niet echt
lekker. Beter is:

Zijn ogen keken gedwongen naar het onverklaarbare fenomeen.

Onverklaarbaar zegt iets over het fenomeen, ‘het onverklaarbare fenomeen’ dus.
Nu het een juiste zin is kunnen we hem ontleden.

B. Ontleden
Zijn ogen keken gedwongen naar het onverklaarbare fenomeen.

• Persoonsvorm: Keken
• Onderwerp: Zijn ogen (wie keken? Zijn ogen)
• Gezegde: Bij een gezegde kijken we eerst of er een
koppelwerkwoord in de zin staat (lijken, blijken, schijnen, blijven, zijn,
worden, heten, dunken, voorkomen). Een koppelwerkwoord koppelt het
onderwerp aan een zelfstandig naamwoord. Er staat een vorm van ‘kijken’
in de zin. ‘Zijn ogen’ zijn ‘gedwongen’, maar ‘gedwongen’ is geen
zelfstandig naamwoord. Er is hier sprake van een werkwoordelijk gezegde.
• Werkwoordelijk Gezegde:keken
• Lijdend Voorwerp: Wie of wat + gezegde + onderwerp = wie of wat
keken (zagen) zijn ogen?
Antwoord: het onverklaarbare fenomeen.
• Meewerkend Voorwerp: Het antwoord op ‘aan wie’ of ‘voor wie’. In dit
geval staat dat niet in de zin.
Hier een zin waar het wel in staat:
Zij gaven het cadeautje aan hun moeder.
• Bijwoordelijke Bepaling: De bijwoordelijke bepaling is vaak lastig te
vinden. Het geeft antwoord op de vragen: waarom? Wanneer? Waarheen?
Hoe lang? Waarvandaan? Hoe? Vaak is het ’t zinsdeel wat nog overblijft.
In dit geval: gedwongen (hoe keken zijn ogen? gedwongen)