You are on page 1of 8

Naam: Carlyne Coli Studentnummer: 6068596 Vak: Analyse NW Media: Theorien Docent: Rieder, Bernhard.

Opdracht: Mid-Term Exam Wordcount: 1572 Datum: 27-9-2012

Definieer het begrip theorie en haar rol binnen de wetenschap, in het bijzonder binnen mediastudies. Benoem drie aspecten van het doel en gebruik van theorie en bespreek deze.

Het eerste en belangrijkste aspect van theorie is kort en bonding: een verzameling proposities om een begrip van het universum te krijgen. Het universum is al decennia lang een raadsel waarop de mensheid grip wil krijgen door te verklaren en vooral te theoretiseren. Mensen ontwikkelen elke dag weer theorien over de kleinste dingen om maar een gefragmenteerd begrip te krijgen over het grotere geheel: het leven. Het effect van theoretiseren is al duidelijk wanneer ik refereer naar Reading Media Theory waarin David Barlow en Brett Mills wederom een theorie schrijven om begrip te creren over theorievorming: In other words, we spend much of our time theorizing the world around us. 'Theory' might be a word which we associate with universities and academia, and complicated writing which we find hard to make sense of, but the processes which produce theory are ones which are very everyday, normal and mundane. Theory can be thought of as nothing more than a way of thinking about the world. (Barlow & Mills 2009: 8)

Al sinds de empirische wetenschap van Aristoteles, die puur berustte op waarneming, is men bezig met de ontwikkeling van theorien en aannames om ons bestaan te begrijpen. Een theorie is een proces zoals Barlow en Mills stellen. Theorievorming is dan ook een proces zonder einde omdat feitelijke informatie moeilijk te bewerkstelligen is. Een tweede aspect van theorie is dan ook dat theorie altijd in proces is; een theorie bevraagt een andere theorie. Theorie bevraagt namelijk datgene wat al geaccepteerd is als feit en helpt men ideen d.m.v. hulpmethoden uit te werken die tot nieuwe inzichten kunnen leiden. Zoals ik al eerder stelde was de empirische waarneming al genoeg om een begrip van de wereld te krijgen en deze waarneming tot feit te benoemen. Na de wetenschappelijke revolutie in de Renaissance startte wetenschappers met experimentele handelingen, hypothesevorming en theoretische modellen om onderbouwde kennis uit een theorie te krijgen. In Scheikunde bijvoorbeeld worden velen experimenten gedaan om een

theorie te onderbouwen. In Mediastudies ligt dit anders. Hierin worden ook continue theorien gebruikt om simpelweg de motieven voor gebruik en effecten van Media te bestuderen Maar Media wordt ook contextueel bestudeerd. Wanneer er, in verschillende media, motieven te zien zijn over bijvoorbeeld vrouwelijke onderdrukking, wordt aan verschillende media een feministische lezing gegeven zodat dit punt op de politieke agenda kan verschijnen. Hiermee duid ik een ander aspect aan van theoretiseren: bewustwording. Jonathan Culler noemt in Literary Theory een aantal aspecten die typisch zijn voor theoretiseren in Mediastudies. Er worden geen experimenten of propositielogica gehanteerd om waarnemingen te onderbouwen. Theorien in Mediastudies zijn een samenwerking en doofpot van literaire werken en theorien vanuit allerlei disciplines zoals de psychoanalyse, feminisme, structuralisme e.d. en berust puur op interpretatie. Ze werken samen en tegen elkaar. Wanneer deze verschillende disciplines zich focussen op een object ontstaan er daarom zeer uiteenlopende bevindingen. Feitelijke kennis is het laatste waar zij zich mee bezig houden. Hier is veel kritiek tegen omdat het open veld van interpretatie geen feitelijke wetenschappelijke kennis produceert maar alleen subjectieve waarnemingen.

Wat zijn de vijf principes van nieuwe media volgens Manovich (2001)? Bespreek twee van deze principes die volgens jou het belangrijkst zijn en maak hierbij gebruik van nieuwe media voorbeelden.

Lev Manovich schrijft in The Language of New Media over in hoeverre de hedendaagse media nieuw is en hoe zij verschillen van de zogenaamde Oude Media. Hierin noemt hij vijf principes die het onderscheid aangeven tussen de Nieuwe Media en Oude Media. Manovich geeft duidelijk aan dat het enkel richtlijnen zijn om dit onderscheid te kunnen maken. Not every new media object obeys these principles. They should be considered not as some absolute laws but rather as general tendencies of a culture undergoing computerization. As the computerization affects deeper and deeper layers of culture, these tendencies will manifest themselves more and more. (Manovich 2001: 49) De vijf principes die Manovich noemt zijn: Numerical Representation(Numerieke Weergave), Modularity(Modulariteit), Automation(Automatisering), Variability(Veranderlijkheid) en Transcoding(Transcoderen). In dit paper zal ik twee, van de vijf, principes aan het licht stellen omdat ik deze persoonlijk als belangrijke richtlijnen voor Nieuwe Media acht. Dit omdat ik deze twee oorzaak-gevolg relatie hebben. Het eerste principe wat ik belicht is Numerieke Representatie. 1.1. New media object can be described formally (mathematically). For instance, an image or a shape can be described using a mathematical function. 1.2. New media object is a subject to algorithmic manipulation. For instance, by applying appropriate algorithms, we can automatically remove "noise" from a photograph, improve its contrast, locate the edges of the shapes, or change its proportions. In short, media becomes programmable. When new media objects are created on computers, they originate in numerical form. (Manovich 2001: 49)

Alle Nieuwe Media is gedigitaliseerd. Houdt in dat bijvoorbeeld fotos bestaan uit algoritmen en numerieke data; programmeerbare gegevens die de eigenschappen onderhouden. Met een simpele aanpassing in cijfers kan deze data al gemodificeerd worden. Apps zoals Instagram maken daar gebruik van. Vaste algoritmen zijn daarin gewaarborgd om een foto effect te geven. Met een simpele aanpassing kan de kwaliteit geoptimaliseerd worden en het contrast worden aangepast. Objecten zijn dus geen statische gegevens meer bestemd voor n format. Ook kunnen ze getranscodeerd (principe vijf) worden zodat ze compatibel zijn voor meer dan n device; voor een iPad en PC. Het tweede principe, Veranderlijkheid, is een gevolg van Numerieke Representatie: New media, in contrast, is characterized by variability. Instead of identical copies a new media object typically gives rise to many different versions. And rather being created completely by a human author, these versions are often in part automatically assembled by a computer. (Manovich 2001: 56)

Veranderlijkheid houdt in dat Nieuwe Mediacontent de eigenschap heeft dat zij continue modificeerbaar is. In plaats van de productie van eenzijdige, identieke software ontworpen door iemand, zoals bij Oude Media, is Nieuwe Media gezegend met de eigenschap dat programmas en software modificeerbaar zijn. Wel binnen een vastgesteld kader/interface dat de producenten hebben ontworpen voor consumenten maar creatieve uitbuiting is mogelijk. MySpace hierbij als voorbeeld die een standaard template heeft maar gebruikers kunnen deze zodanig modificeren en personaliseren dat deze bijdragen aan individuele creatieve exploitatie; Web 2.0 principe. De werking van dit ligt in de database structuur. Veel data wordt gestructureerd met XML. CSS kan deze data weer aankleden zoals wij dit zien op de Web browser. De computer genereert zo informatie hoe iedere individuele consument dit wenst te zien. De producent zijn/haar input is niet meer gelijk aan de consument zijn/haar output.

McLuhan (1964) stelt dat de inhoud van een medium altijd een ander medium is. Wat bedoelt hij daarmee? Waarom is dat belangrijk voor de culturele effecten van een medium? In Understanding Media(1964) komt Marshall McLuhan naar voren met de uitspraak The Medium is The Message waar vandaag de dag nog vele malen naar gerefereerd word in een stapel aan geschriften. Hij stelt hiermee dat het niet belangrijk is welke boodschap er wordt uitgesproken via een medium; het medium waarop dit is uitgesproken bepaald de impact en bewustwording van de boodschap. Dit komt omdat hij een medium ziet als de verlenging van onze zintuigen; een medium kan onze waarnemingen ondersteunen en versterken. Het medium waarmee je een boodschap overbrengt, veranderd tevens de boodschap fundamenteel. Daarnaast stelt hij dat de inhoud van een medium altijd een ander medium is. Dit houdt in dat het bericht wat een medium vertaalt naar de wereld, volledig afhankelijk is van de setting waarin deze geplaatst word. This fact, characteristic of all media, means that the content of any medium is always another medium. The content of writing is speech, just as the written word is the content of print, and print is the content of the telegraph. (McLuhan: 1964: 1)

McLuhan noemt hier content als hetgeen wat een medium uitzend. Een medium refereert altijd naar een ander medium; een ouder medium. Voorbeeld: zonder schilderkunst was er geen fotografie. Het huidige medium is een kader dat reikt naar een ouder kader (medium). Als er geen beginmedium was bestond er ook geen nieuwer medium van datgene. De telegraaf is in zijn verste vorm een ouder medium van bijvoorbeeld een computer. McLuhan ziet educatie als een van de schuldige die ervoor heeft gezorgd dat Medium the Message is. Toen het elektronische tijdperk aanbrak werden steeds meer dingen media uitgevonden en dingen getheoretiseerd en we hebben al gezien wat theoretiseren teweeg brengt. Een medium is niet meer puur kwam onder de loep te liggen volgens McLuhan.

The message, it seemed, was the content, as people used to ask what a painting was about. Yet they never thought to ask what a melody was about, nor what a house or a dress was about. In such matters, people retained some sense of the whole patter, of form and function as unity. But in the electric age this integral idea of structure and configuration has become so prevalent that educational theory has takes up the matter. (McLuhan 1964: 4)

Omdat het medium zoveel verschillen kent met het eerste medium, de voorvader, (schilderkunst en fotografie) is de impact en de boodschap dat wordt gemediteerd tevens ook heel anders. Het zorgt voor een nieuw soort perceptie van de wereld. Er wordt niet direct gerefereerd naar het oude medium maar als men bewust gaat terugdenken naar de voorvader van dit nieuwe medium, heeft deze, in tegenstelling tot zijn voorvader, heel veel nieuwe content, berichten en associaties teweeg gebracht. Dit heeft volgens McLuhan ook grote invloed op de interpretaties en effecten van een bericht op de sociale maatschappij . Dit in tegenstelling tot voor de elektronische revolutie. Omdat met de komst van elektriciteit alles meer gefragmenteerd is. Dit zorgde er op zijn beurt weer voor dat iedereen theorien bedacht om het een plek te geven. En juist omdat ons lichaam verlengd wordt door nieuwe technologien zijn de sociale normen en waarden veranderd in de maatschappij.

Bibliografie

Culler. Jonathan. Literary Theory: A Very Short Introduction. New York: Oxford University Press: 1997.

Lessig, Lawrence. Code 2.0. New York: Basic Books: 2006.

Manovich, Lev. Software Takes Command. Creative Commons: 2008

Manovich, Lev. The Language of New Media. Cambridge. MIT Press: 2001.

Marlow, David, Brett Mills. Reading Media Theory: Thinkers, Approached, Contexts. Harlow. Longman: 2009.

McLuhan, Marshall. Understanding Media. The Extensions of Man. New York: McGrawHill: 1964.