You are on page 1of 17

Samenvatting Beeld I

Hoofstuk 16: KINEMATICA


Persistentie van het netvlies Menselijk zicht omzetting lichtstralen in zenuwprikkels omzetting van licht in informatie = zenuwstimulus o Beeldsensor omzetting fotonen in elektronen nawerking 1/15 seconden korter 1/15 seconden = overvloeien v. opeenvolgende beelden indruk bewegingscontinuteit illusie van beweging gebaseerd op beperking menselijk zicht projectie v. opeenvolgende beelden steeds beetje gevolueerd in tijd o beelden per seconde (b/s) o frames per seconde (fps) o images seconde (i/s) 10 fps illusie van beweging + filkkeren 16 fps illusie van beweging + geloofwaardig (bewegings- en helderheidscontinuteit )

Zenuwstimulus -

Televisie en film

Compromissen (goed mogelijke kwaliteit, haalbare kost en realistische geven stroom): Tv, video & netwerken: Film: enkel compromis bij opname-medium: Super 16 (2K) of 35 mm (2 4K) grens van maximale visuele ervaring o projectie 70 mm o beeldfrequentie 60 bps o beeld = niet te onderscheiden van werkelijkheid o Showscan o Dough Trumbull o = waanzinnig duur flikkering vermijden o 2 x 1/100 i.p.v. 1 x 1/50 seconde te projecteren o duur obturatie-inval = onzichtbaar voor oog o tv = 50 halve beelden tekenfilm o 12 tekeningen per seconde o elke tekening 2 keer filmen beeldfrequentie beeldgrootte (SD, HD, 2K, 3K, 4K) progressive scan (volle beelden) interliniring (halve beelden) definitie (+ compressie) kleurdynamiek (reproduceerbare kleuren & tussentinten) helderheidsdynamiek (+ compressie)

o sneeuwwitje = 24 beelden per second getekend! lage beeldfrequentie o kostprijs pellicule en labo laag houden tv = halve beelden o info per seconde beperken over kabels en netwerk o toekomst = variabele framerate kunstfilm = hoge definitie actiefilm = hoge framerate

Beeldfrequentie werkelijkheidsgetrouwe opname o beeldsnelheid opname = beeldsnelheid projectie o bij verschil = vertragen of verstellen van beeld en actie 1900 16 bps o aandrijving zwengel o snelheid = niet constant o pelicule duur economisch en praktisch lage beeldfrequentie 1926 SMPTE o Opname 16 bps met projectie 21 bps o Films zonder geluid actie ziet er trager uit bij gelijke opname en weergave o Correcte werkelijkheid indruk = snellere projectie dan opname o Nu 24 bps opname met projectie aan 25 bps o Cinema-uitbaters = voordeel kortere film = meer programmaties mogelijk Omgekeere fenomeen: producers maken films langer 1927 Klankfilm o 16 bps = te traag om klankfilm te vertonen o zowel bij platensysteem als optisch systeem o Hoge snelheid = meer gegevensoverdracht = betere kwaliteit Beeld, geluid, digitaal of analoog! o 20 bps = flickering begint te verdwijenen o 30 bps = flickering is weg o Heldere delen flickering best te zien Amerika o 60 Hz wisselstroom 24 bps als projectiesnelheid o tvsystemen: 30 bps 60 Hz 25 bps 50 Hz

Obturatie fotografie medium staat stil (ander krijg je strepen i.d. richting van de beweging) tijdens de verplaatsing mag er geen licht aankomen lichtgevoelig medium afdekken Obturatie o Zwart moment tussen twee beelden (zorgt voor illusie van beweging) Pellicule: beeld wordt getransporteerd naar het volgende beeld Foto-elektrisch: elektronensensor uitgelezen, stoorladingen verwijderen o m.b.v. Fotografie = opklappende spiegel Film = roterende spiegel Een fotograaf en cineast ziet strikt genomen bij opname nooit wat ze effectief hebben opgenomen (wel het moment ervoor en erna) Flits zien in zoeker = niet opgenomen

De shutter Fotografie (sluiters in combinatie met opklappende spiegel) centraalsluiters volledig sluitend diafragma doet dienst als sluiter o Hasselbladlenzen, middenformaatlenzen en technische cameras gordijnsluiters gleuf met regelbare breedte, schuift voorbij de pellicule o Leica, in oudere toestellen guillotinesluiter lichtgewicht aluminium lamellen-deur die snel open weer beweegt roterende halfronde spiegel prisma die continu licht afwent achter de lens (Bolex-camera) spiegel o dient als reflexzicht en als shutter o 1e camera met zon systeem Arriflex 2C bi-pal spiegel zoals filmprojector bi-pal (2 bladige vlinder) = 2 x belichten aan 1/100 halfronde spiegel (1 bladige vlinder) = 1 x belichten aan 1/50

Film (geen spiegel technisch onmogelijk: trillingen, slijtage, lawaai, )

Intermittentie = alternerende cyclus van opnama en niet-opname afwisselend systeem van een belicht beeld en een onbelicht beeld video afknijpen van videosignaal i.p.v. optische afdekking van sensor

Postluminescentie = nalichten van licht verwekkende stoffen zoals fosfor CTR nalichten o beeld blijven zien nadat het ene field beschoten is en het volgende beschoten wordt o door nalichten ziet we constant beeld zonder donkere momenten zelfde als persistentie maar omgekeerd

Motion Blur sluiter van 1/50 lang i.v.m. fotografie in die tijd wordt klein beetje weg afgelegd = onscherpe delen op bewegende onderdelen bewegingsonscherpte fotografie = zonder bewegingsonscherpte o snelheid sluiter mag niet korter zijn dan focaal v/h objectief 50mm = max sluiter 1/50 van een seconde door persistentie v/h netflies = motion blur niet storend veel motion blur = gevoel van snelheid benadrukken

Strobing omgkeerde van blur bewegende voorwerpen zijn scherp, zonder beweginsonscherpe delen door op te nemen met hoge sluiter horten en stoten effect bij beweging schokken i.p.v. beweging

Hoofdstuk 19: POWER


AC-DC
Gelijkstroom (DC) = Direct Current constante stroomrichting constante spanning voorbeelden o batterijen o zonnepanelen o brandstofcellen o loodaccus elektronische en elektromechanische gelijkrichters omzetting wissel naar gelijkstroom twee punten waartussen het potentiaalverschil stabiel blijft o wisselspanning: potentiaalverschil wisselt met vaste frequentie o omzetting AC DC = met diodebrug en condensatoren o omzetting DC AC = met complexe elektronica, geen grote afstanden gevaar DC: aanraking met gelijkspanning = verkramping spieren = niet loslaten = elektrocutie gevaar AC: moment van fase doorgang = loslaten moment is te kort bij sterke stroom o spanning is niet zo gevaarlijk stroomsterkte wel (falen hartspier bij 10mA)

Gelijkrichten krachtcentrales genereren wisselspanning (AC) omzetting voor veel apparaten op DC 1. reductie door transformator 2. gelijkricht door diode - diode laat slechts 1 stroomrichting door, de andere niet - diodebrug beide stroomrichtingen omzetten - 4 diodes = afwisselende stroom kan slechts in n richting maar - diode = verlies door omzetting in warmte

Wisselstroom (AC) = Alternating Current netvoeding = wisselspanning 120 240 Volt transistor zonder verlies over grote afstand vervoeren (de spanning is veel hoger bij het vervoeren & wordt verlaagt aan de ontvangerzijde met transistor) opgewekt door rotatie spanning wisselt volgens sinusgolf met frequentie van 50 Hz (60 Hz in VS) voordeel: ver transport o omzetting nr hoogspanning transport omzetting ten behoeve v/d gebruiker o Nederland en belgi 3 fases geleverd en nul (240V) o VS 1 fase en nul (110 120V) opmerking o dynamo o generatoren o magneetveld in spoel bewegen o windturbines

Driefasige wisselspanning Genaratoren in centrale 3 gescheiden wikkelingen o Maken deel uit van stator 120 uit elkaar verschoven (allemaal om 50 Hz) o Verschil van 2/3 niet gelijktijdig op hun maximum of door 0 gaan

Draaistroom genoemd Constant onderlinge faseverschuiving van 120

Hoofdstuk 22: VIDEOMASTERING


Color sensitivity cameras meestal in balans voor kunstlicht (3200 K) sommige in balans voor daglicht, vb. RED (5600 K) conversiefilters o om videoversterkers niet te ver in bereik te moeten gebruiken o ruis te vermijden o signaalruisverhouding optimaal te houden 85 (cto) filter gecombineerde filters van 85 met ND geen filterwiel 85-filter voor lens plaatsen camera in balans voor 3200 K filmen bij kunstlicht 80 A (ctb) filter om ruis te vermijden filter neemt 2 stops licht weg tussenoplossing = 80 C filter (1/2 ctb) camera in balans voor 5600 K

Filterwiel RED -

Sony F35

Wit-balans correcte witbalans = wit punt in midden van vectorscoop oog = automatische aanpassing camera = geen automatische aanpassing o compensatie door elektronisch de videoversterkers in te stellen o zorgen voor accurate kleurreproductie neutraal wit object = 1:1:1 (RGB) spectrale samenstelling v/h uitgestraalde licht lichtbronnen onderling gereflecteerde licht verschilt ook qua belichting videosignaal = licht opsplitsen in 3 kleur-componenten o blauw signaal van wit object = klein bij kunstlicht 3200 K o rood signaal van wit object = groot bij kunstlicht 3200 K o omgekeerd bij daglicht 5600 K o gain van het rode, blauwe en groene signaal afstellen (1:1:1 ratio) o rood, groen en blauw signaal moet evenveel amplitude hebben = witbalans Elektronische afstelling op de CCD-output terminal Opnieuw afstellen bij elke verandering van kleurtemperatuur

Sensetivity - gain effectieve video-niveau o veroorzaakt door omzetting van licht in elektronische ladingen verhoogt of verlaagt via videoversterkers o als diafragma volledig open staat en filterwiel in clearstand staat videobeeld helderder maken o gain optrekken o gain-up o ruistoename

Gevoeligheid bepaald door diafragma-opening o 89,9% reflecterende grijskaar o verlicht met 2000 Lux o lamp van 3200 K o F-stop die 100 wit geeft = gevoeligheid van camera bepaald door openingsratio van fotogevoelige plaatjes (bij CCD) o totale gevoeligheid van camera echte gevoeligheid van camera o totale gevoeligheid komt overeen met signaal-ruisverhouding bepaald door de gain (versterken of verzwakken via videoversterkers) o cameragevoeligheid verhoogt bij verhoging gain o meer ruis rekening houden met signaal-ruisverhouding o bij meten ervan = 0 dB 1 volt = maximale signaal amplitude o 0,7 = wit = 100% video o 0 = zwart o -0;3 = syncpuls

Gamma toename helderheid/sterkte elektronenbundel = niet lineair exponentieel donkere delen = zien er donkerder uit heldere delen = zien er helderder uit I=CxE o I = stroomsterkte v/d bundel o E = input-voltage o C = constante Compensatie nodig van camera-output juiste reproductie v. beeld opgenomen door camera o Exponentiele curve bekomen met exponent van 1 op de gamma = cameragamma o Tv-systemen = 2,2 o Cameragamma = met exponent compenseren van niet-lineairiteit v/h systeem (0,45) o Niet toepassen = hard en te contrastrijk beeld

Pedestal Masterblack Pedestal = zwart-niveau Detail detail of contourscherpte verbeteren van beeldqualiteit contrast verhogen bij overgang donkere naar lichtere zones en omgekeerd randen lijken scherper elektronisch in de camera aanpassen van het signaal lichtere partijen worden donkerder en omgekeerd detail-level = hoeveelheid beeldverbetering die wordt toegepast theoretisch: zwart = 0 (zonder detail) bij opname zwartniveau net boven 0 (om toch nog een beetje detail te hebben) crushed blacks in post je zwart zwarter maken (detail weghalen) bij opname te zwart optrekken helpt niet (grijs en detail neemt niet toe) multicam flare vermijden

Skin-detail actief of non-actief in zones waar huidtint aanwezig is beeld met hoge detail maar lage skin-detail scherpe beelden zonder rimpels en huidplooien te accentueren

Knee white-clipping verminderd het video-level van hoog lichten tot bepaald punt zodat bepaalde details niet geproduceerd worden in de heldere zones o knee-correctie signaal compresseren doordat bepaald video-signaal aanwezig is beneden trekken van dit niveau onder de white-cilipping = meer detail in heldere delen

DCC lijkt op Automatic Knee Controle fijnere details reproduceren bij HDR beelden o vb. beeld binnenshuis met raam met heldere achtergrond beeld buiten minder overbelicht, meer detail DCC heeft groter bereik dan Auto Knee Control Beeld registreren met zoveel mogelijk detail elke zone met maximaal contrast DCC-elektronica verlaagt de knee als heldere punten de white-clip overschrijden

White-clip voorkomt dat outputsignalen van camera boven het gebruikte videoniveau gaan 0,7 V of 100% hoogste niveau boven 0,7V wordt naar beneden getrokken om correct beeld te reproduceren op videomonitor white-clippunt = 110 120% (net boven de 0,7V) te veel erboven = moeilijkheden met uitzenden = overspraak

Lineair Matrix-Circuit zichtbaar spectrum = RGB sommige zones negatieve spectrale respons o niet optisch reproduceer baar generen negatief licht = onmogelijk Lineair Matrix-Circuit o Elektronisch genereren en toevoegen van signaal o Overeenstemmend met negatieve spectrale respons tot R,G en B in videosignaal Voor de gammacorrectie compensatie niet variren bij regelen van de gamma

Hoofdstuk 23: CINEOPTICS


Het menselijk oog Cornea (hoorvlies) o lichtbrekend element o projecteert beeld op netvlies Ooglens o Verstelbare functie v. Scherpstelling o Projectie van beeld op netvlies Gespiegeld Ondersteboven Scherp Iris o Functie van diafragma o Krinspiren trekken het open of dicht Netvlies o Lichtgevoelige zenuwcellen o Sturen signaal naar hersenen o Hoeveelheid cellen = afhankelijk van plaats Midden = meer cellen = gele vlek plaats oogzenuw (geen staafjes of kegeltjes) = blinde vlek (macula) Staafjes o Gevoelig voor alle kleuren zichtbaar licht o Zwart-wit beeld Kegeltjes o Kleurselectief o Gevoelig voor: Rood, groen en blauw Ook Ultraviolet wordt tegengehouden door ooglens o Combinatie van 3 kleuren 3 cellen zijn gevoelig

Pinhole camera Robert Rigsby camera zonder lens klein gaatje draagbare camera obscura rolfilm of 4x5-inch valk-filmhouder gaatje rond metalen plaatje = pancake kleiner & ronder gaatje maken scherpte hangt af van: 1. grootte van het gaatje 2. afstand tussen het gaatje en de film scherptediepte: o oneindig o overal scherp lange belichtingstijd mini-videocameras en spionage cameras geen probleem door gevoelige sensors

Objectief Vaste brandpuntsafstand = vaste lens buitencilinder (carrosserie) binnencilinder (optische blok) diafragma vatting

Scherpstelmechanisme: cilinder met lenzen in buitenste cilinder verschuiven om scherp te stellen streepje = referentie is van scherpte meter of voet (feet en inches) brandpuntsafstand of focaal = in millimeter uitgedrukt in stops F-stops bestaan uit lenzen groepen lenzengroepen bestaan uit lenzen

Scherpte:

Diafragma:

Objectieven

Zoomlens Variabele brandpuntsafstand = zoomlens Glas Samenstelling amorfe vaste stof geen kristalstructuur doorzichtig breekt licht silicium dioxide SiO2 natrium- of kaliumhoudende carbonaten metaaloxiden (zware metalen) loodoxide hoger loodgehald = hogere brekingsindex o meer schittering o rijker kleurspectrum vensters en flessen lichtgroene schijn door ijzeroxide aantal glasplaten op elkaar camerafilters betere transmissie neutraal van kleur = arm aan ijzer scherpstellingsmechanisme diafragma zoomfunctie groothoekbeeld dicht achter frontlens zoom uitvergroting binnen het groothoekbeeld zoomen = bewegen lenselementen of lenzengropen onafhankelijk van elkaar beeld uitvergroten of verkleinen

Bestaat uit:

Soda-lime-glass -

Water white glass

Optisch glas platina smeltkroezen geen reactie met materiaal van smeltkroes vloeibaar glas op bad van gesmolten tin gegoten geproduceerd door o Schott Duitsland o Oorsprong in Jena, gesticht door Otto Schott, Ernst Abbe, Carl Zeiss o Objectief fabrikanten bestellen hun glas allemaal bij Schott Glaskeuze en combinatie ervan Slijpen Polieren Coaten (reflectie verminderen) Mechanische structuur v/h objectief

Kwaliteit van het glas

Eigenschappen - 2 soorten glas (beter presteren, o.a. toegepast in achromatisch doublet) Flintglas hoog gehalte aan loodoxide Abbe kleiner dan 50 Grote dichtheid Hoge brekingsindex Gelijkmatige dispersie Abbe groter dan 50

Kroonglas

Dispersie veroorzaakt chromatische aberratie Effect dispersie tegengaan door materiaal met verschillende dispersie te combineren Mate van dispersie = uitgedrukt in getal van Abbe o Hoog getal = kleine kleurschifting o Hoge brekingsindex = grote dispersie = klein getal van Abbe vb. Caliumfluoride fluorietlenzen = extreem lage dispersie Canons witte fluoriet lenzen o Wit om te reflecteren o Fluorietglas zet uit en krimpt snel Getal van Abbe = 95 Zeer geringe dispersie

Fluorietglas -

Magnesiumfluoride -

Breking lichtstralen bij verandering medium verander de richting benvloed door o invalshoek o brekingsindex (optische dichtheid) medium = doorichtige drager waarin lichtgolven zich kunnen bewegen hogere optische dichtheid = grotere breking Wet van Snellius brekingsindex = verschilllend voor licht met verschillende golflengte/kleuren

o o o o Brekingsindex -

gevolg: kleurschifting licht valst na breking uiteen in een spectrum vlakke glasplaat = 2 keer breking (geringe kleurschifting) het verschil in brekingsindex = oorzaak chromatische aberratie

verhoudingsgetal tussen de snelheden van licht in verschillende media hoek van breking berekenen vacum = 1 (lucht = 0,00029 en water 1,3333) andere stoffen zijn optisch dichter groter getal fotonen extra moeite doen om door een transparant voorwerp te gaan = vertraagd de breking keert de straal maar bij het verlaten van de transparante stof o fotonen die stof verlaten sneller o daardoor veranderd de richting niet, maar verspringt de straal wel Derhalve lichtbreking = ontstaat door verandering v. snelheid in fotonen in specifieke stoffen

Chromatische aberatie lensfout: verschillende golflengte worden door lens niet op zelfde manier afgebogen niet elke kleur heeft zelfde brandpunt niet alle kleuren scherp afgebeeld o verkleuring lang scherpe randen lenzen maken met tegensgestelde chromatische aberratie o afwijking van ene gaat afwijking van andere tegen afwijking wordt minder zichtbaar o corrigerende lens = flintglas = hoge brekingsindex & hoge dispersie composietlenzen o correctie voor 2 kleuren = achromaat o correctie voor meer dan 2 kleuren = apochromaat Paars = grootste fout (hemel fotograferen purple fringing)

Getal van Abbe getal van Abbe = maat voor dispersie (kleurschifting) Duitse fysicus Ernst Abbe Lichtbreking in een stof = afhankelijk van golflengte/kleur Kleurige randjes langs grenzen tussen lichte en donkere delen = chromatische aberatie

De lens geslepen lenzen o fotografische toepassingen geslepen spiegels o telescopen o thermische cameras o militaire optische systemen Camera obscura lenzen o stnop = kleine opening in camera obscura o bolle glazen flessen met water o spiegels o kleine glasbolletjes moderne lenzen o mix van scheikunde, wiskundeige berekeningen en slijptechniek o glas of heldere kunststof polycarbonaat of acryl (convergent of divergent maken)

Soorten lenzen Sferische lenzen

1. 2. 3. 4. 5. -

biconvex (dubbelbol) planconvex (plat bol) convex-concaaf (bol hol) = miniscuslens (bril) biconcaaf (dubbelhol) planconcaaf (plat-hol) bol = convex = positief = vergrotend hol = concaaf = negatief = verkleinend brilglazen = concaaf convex bolle kant minder of sterker krommen dan holle kant = positieve of negatieve dioptrie zonnebril = miniscus met zelfde kromming voor bolle en holle kant = neutraal

Asferische lenzen sferische lenzen = geslepen in vorm van een cirkel o 3 kleuren hebben niet hetzelfde brandpunt asfersiche lenzen = geslepen in vorm van 3 cirkels, of golf o 3 kleuren hebben wel hetzelfde brandpunt

Lenscoating op lenzen, prismas en optische spiegels (en bepaalde filters) dun laagje metaal aanbrengen door het op te dampen slaat neer op de lenzen o AR-coating = anti-reflectie o ND-speigels o Anti IR-filters Dunne metaallaagjes (afwisselend met verscillend ebrekingsindex) Destructieve en constructieve interferentie Goede kwaliteit = groot bereik aan golflengtes o Infra rood o Zichtbaar o Ultraviolet Coating o reflectie minimaliseren o penetratie v/h licht optimaliseren o contrast van objectief verhogen o flare verminderen

Foto versus filmobjectief filmobjectief o weinig zoomt o scherpstellingsverandering in film (objectief mag niet zoomen afleiden kijker) o vaste lens = optisch goed te corrigeren (hoge graad uitvergroting bij cinemaprojectie) o groter bereik in diafragma door kleiner formaat o degelijkere beuizing/carosserie (afstand bediende motor voor scherpstelling) o niet absolute correcte F-stop moet gecompenseerd worden (bij alle lenzen gelijk zijn) o opeenvolgende shots op groot scherm = fouten vallen snel op en worden uitvergroot o T-stops (transmission) F-stop wordt gecorrigeerd door meten op de lichtdoorvoer aanpassing van diafragma-schaalindeling aangepaste waarde = T-stop ! Meestal is de T-stop 1/3 donkerder dan de F-stop foto-objectief o minder verschillende objectieven o kleurcorrectie is niet perfect niet vaststellen o ingebouwde lichtmeters met automatische compensatie o F-stops

Het Diafragma ronde of veelhoekige opening licht doorlaten of tegenhouden Robert Hook eerste diafragma in microscoop Lensfouten nemen af bij klein diafragma o klein diafragma = brekings- en buigingsverschijnselen nemen toe 2 3 stops onder maximale opening = ideaal te veel sluiten = contrast en scherpte verlies volle lensopening = randonscherpte en vignettering redelijk toe = scherptediepte neemt toe, scherpstelvlak niet bepaalt bokeh metaalplaatjes vormen cirkelvormige opening 3, 6 of 8-hoekig grote opening = f-getal veelhoek bij overbelicht beeld = interne reflectie op inwendige randen van diafragma o optische fout artefact (achteraf toegebracht om echter te doen lijken) zo rond mogelijke diafragmaopeningen (veel bladen) geen veelhoekige highlights Masterprimes van Zeiss Zwarte diafragma bladen = minder interne reflecties dan metaal kleur Grootste opening = 1 Kleinste opening = 32 Kleinere onderverdeling +1/3, +2/3, +1/2 = scholleke een palleke of un poil

Transporteren v.e. objectief 1. 2. 3. 4. Diafragma open Uitzoomen Focus op oneindig Koffer dicht met slot

Het F-getal F-getal = brandpuntsafstand (f) / diafragma (D) D = diameter van de vol open opening Vast brandpunt = kleiner f-getal dan zoomlens Elke stop is het dubbele of de helft van doorgelaten lichthoeveelheid (factor 2) Opp. van cirkel wordt gehalveerd met factor 1,4 (vierkantswortel 2) f/1 1,4 2 2,8 - 4 5,6 8 11 16 22 32 laagste getal = lichtsterkte v/h objectief f/1,4 heeft dubbele lichtsterkte dan f/2 hoe kleiner = hoe duurder (meer materiaal, ingewikkeld om lensfouten te beperken)

De T-stop t-stop is aangepaste f-stop rekening houdend met lichttransmissie T = transmissie (sterretje *) Fotometrische opening 1/3 stop tussen f-stop en t-stop Hasselblad en Ctontrax gebruiken de notatie F-stop = scherptediepteberekening (F focaal ratio) T-stop = lichtdosering (T transmissie) Houd rekening met lichtverlies in een objectief door structuur o Apsorpties o Reflecties o Diffusies

Focaal focaal of brandpunstafstand bij lens = afstand tussen brandpunt en optisch centrum van lens in mm meerdere lenzen = moeilijk te bepalen objectief = afstand tussen brandpunt en diafragma

Brandpunt Focus scherpstelling objectief bewegen tussen het gefilmde onderwerp en het opname vlak gewenste onderwerp scherp projecteren op dit opname vlak het punt (vlak) waar lichtstralen buiten het objectief convergeren en een beeld vormen

Lenzenformulle

relatie tussen beeldafstand, voorwerpafstand en brandpuntsafstand van de lens beeldafstand aanpassen = scherpstellen scherptellen is door verschuiven van je objectief het geconvergeerd beeld van het voorwerp laten samenvallen met je opname vlak

Intrede en uittrede-pupil intredepupil en uittrede pupil = voorste en achterste opening van de lens waar licht binnen en buiten gaat maat voor maximale bundel diameter die optisch systeem kan verwerken (lichtsterkte) de lichtbundel is niet overal binnen een systeem met de zelfde diameter beperkende doorgang zin in een van de hoofdvlakken intredepupil = lenscomponent voor de beperkende doorgang uittredepupil = lenscomponent na de beperkende doorgang verhouding tussen diameter van intredepupil en brandpuntsafstand 50 mm met intredepupil 2,5 max diafragma opening f/2

Dieptescherpte = de speelruimte van aanvaardbare scherpte voor en na het scherpstelvlak, die verkregen wordt in het uiteindelijke geprojecteerde beeld. scherptezone: 1/3e voor het punt waarop scherpgsteld is en 2/3e er achter o vaak anders! Beperking i.v.m. het menselijk oog Ogen = indruk dat alles scherp is (onder kleine hoek) Nadruk leggen met scherptediepte Alles benadrukken = veel scherptediepte = alles scherp zien Dichtbij voorwerp = afnemen scherptediepte

Parameters: Focaal Afstand (dichter = meer scherptediepte) Diafragma Lensfabrikant o contrax en zeiss weinig + harde scherpte o canon en leica veel + zachte scherpte zoom of vast objectief o zoom = minder scherptediepte o vast = meer scherptediepte afbeeldingsmaatstaf (confusiecirkel) o verhouding opnameformaat en projectieformaat opname element o groot = kleine scherptediepte (DSLR) o klein = grotere scherptediepte semi prof cam inch prof cam 2/3 inch 35 mm, 24/28 inch dslr, 36/25 inch

Vb. 1. 2. 3. 4.

Scherpstellen 1. inzoomen (details en lijnen worden groter, beter beoordelen) 2. diafragma volledig open (weinig scherptediepte = meer licht = beter oog) 3. uitzoomen (breedhoek afregelen) Brandpuntsdiepte Bokeh kwaliteit van onscherpte van een foto onscherpte die buiten het scherpte vlak licht mooi of lelijk uitzicht van de onscherpte goede achtergrond onscherpte = minder goede voorgrond onscherpte aangenaam o rustig o zachte onscherpte o leidt niet af van hoofdonderwerp bepaalt door o ontwerp van het objectief o vorm van het diafragma o manier van correctie voor chromatische aberratie bepalende factor o manier waarom een punt buiten scherpte valk wordt weergegeven o circulair diafragma = ronde highlightes ni-sen bokeh o helderheid aan de rand = groter afwezigheid in het centrum o herkenbaar aan dubbele lijnen gelijkaardig fenomeen als scherptediepte bevindt zich achter de camera kleine speelruimte achter de lens kritisch bij groothoeklenzen kleiner bij telelenzen film moet op die plaats precies gepositioneerd worden naar voor of achter

Leica = goede reputatie ivm bokeh Afkomstig van het Japanse woord voor onscherpte Tegenovergestelde van pinto de scherpte van een foto Introductie Bokeh door Mike Johnston in Photo Techniques Signatuur = typische look van een lens

Hoe werkt een filter Absorptie filter laat eigen kleur door absorbeert andere kleuren goedkoopste manier absorptie = extra gevoelig voor verkleuring door UV licht en verhitting dichroische filter = reflectiefilters aan oppervlak is metaalcoating toegevoegd die als spiegel dient coating kan kleur bepalen die gereflecteerd moet worden duurder maar precieser in kleurschifting bestand tegen hoge temperatuur en UV en IR o conversiefilters voor cameralampjes o projectorscheidingsfilter o neutral density filter o anti-IR filters

Reflectie