You are on page 1of 118

@

Tekst
assistent
Tekstassistent

Formuleer-, stijl- en spellingadviezen voor


Fontysmedewerkers

Afdeling Marketing en Communicatie

2006
© 2006 Fontys Hogescholen, afdeling Marketing en Communicatie
Concept en tekst: Jos Schilleman
Redactie: Lia Hesemans, Monique van Laar, met medewerking van diverse Fontyscollega’s
Vormgeving en opmaak: afdeling Grafische Producties

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door
fotokopieën, opname of op enige andere manier, zonder vooraf schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 J0 , het
Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471, en artikel 17
Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht, postbus 882,
1180 AW Amstelveen. Voor het overnemen van één of meer gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en
andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.

All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any
form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior written
permission of the publisher.
Ten geleide
Niet: Het is een feit dat burgers en het gemeentebestuur er gezamenlijk
belang aan zouden moeten hechten dat helderheid een meer
geapprecieerd element in hun relatie zou moeten worden, gezien
het belang dat daaraan wordt gehecht in het kader van een
algemeen gedemocratiseerd proces.
(Deze zin staat bol van de bureaucratische stijlbloempjes. De
gemeente Utrecht had de zin indertijd willen gebruiken op posters
die ingezet werden bij een taalproject voor de eigen ambtenaren.
Maar uiteindelijk is de zin van de posters afgehaald, omdat ‘niet
iedereen begreep dat die zin als grapje was bedoeld’ ...)
Wel: Burgers en gemeentebestuur moeten sterker streven naar helderheid
in hun relatie, want dat komt ten goede aan de democratie.

Een tekst die niet goed geformuleerd is, bereikt zijn doel niet. De lezer
snapt niet wat er bedoeld wordt, denkt dat de schrijver niet goed heeft
nagedacht en stopt met lezen.

De formulering van uw tekst is uw visitekaartje. Iets wat slordig is


geformuleerd, is ook vaak slordig bedacht. Daarom besteedt iedere goede
schrijver welbewust aandacht aan de fase van het formuleren, waarin hij
speciaal let op woordkeus, zinsbouw en stijl.

Het schrijven van zakelijke teksten is een serieuze aangelegenheid. Maar


ondanks alle ernst valt er gelukkig ook te lachen. De humor in dergelijke
teksten is echter niet als zodanig bedoeld. Daarom moeten prachtige
vondsten als ‘pro-actief reageren op nieuwe ontwikkelingen’, ‘wereldwijde
globalisering’ en het ‘preventief voorkomen van problemen’ vervangen
worden door minder kleurrijke, maar wel betere formuleringen.

In het volgende overzicht ligt de nadruk op veelgemaakte fouten in de


keuze van woorden en de bouw van zinnen. Het bevat ook de nieuwste,
officiële spellingregels volgens de spellingherziening van 2005. De
inhoudsopgave en het register helpen u snel uw weg te vinden naar een
bepaald onderwerp.
Deze Tekstassistent is samengesteld door de afdeling Marketing en
Communicatie. Het is een sterk gewijzigde herdruk van de Schrijfassistent
die in 2002 verschenen is. Het concept is ongewijzigd gebleven. De aan-
gebrachte wijzigingen zijn het gevolg van de vele adviezen van collega’s
en de spellingherziening van 2005, die sinds augustus 2006 wettelijk
verplicht is voor de overheid en het onderwijs.

Dit boekje is beknopt, maar toch ‘breed’. Beknopt, omdat enigszins


vergelijkbare taalgidsen veel uitgebreider zijn, maar die zijn dan ook
bedoeld voor professionele, fulltime tekstschrijvers. ‘Breed’ omdat binnen
Fontys Hogescholen sprake is van een heterogeen publiek van mede-
werkers wat het opleidingsniveau en de schriftelijke taalvaardigheid
betreft. Dit boekje bevat dus hoofdlijnen, maar ook voor elk wat wils.

De inhoud van verschillende paragrafen zal u waarschijnlijk bekend zijn.


Maar van bepaalde onderwerpen zult u denken: Hé, zit dat zo? Dat moet ik
onthouden.
In ieder geval is het overzicht bedoeld om uw geheugen op te frissen en
zonodig aan te vullen, met als resultaat dat u uw schriftelijk taalgebruik
nóg beter kunt verzorgen.

Norbert Verbraak
Voorzitter Raad van Bestuur
Inhoud

Inleiding: adviezen voor een goede tekst ......9


Taalkwesties op alfabet..................................17
Aanhalingstekens ..........................................................................17
Aanspreekvorm ..........................................................................................18
Afkortingen................................................................................................18
Alinea’s en witregels ..................................................................................19
Als of dan? ................................................................................................19
Apostrof ....................................................................................................20

Banaliteiten (vulgarismen) ............................................................21


Barbarismen ..............................................................................................22
Beeldspraak ................................................................................................24
Bedrijvende en lijdende vorm....................................................................24
Beknopte bijzin..........................................................................................26
Blijkbaar of schijnbaar?..............................................................................26

Clichés ............................................................................................26
Contaminatie..............................................................................................28

Dat of wat? ....................................................................................28


Destijds of indertijd?..................................................................................30
Die of welke? ............................................................................................30
Doordat of omdat? ....................................................................................30
Dubbele punt ............................................................................................30
Dubbelzinnigheid ......................................................................................31

Effectief schrijven ..........................................................................32


E-mails ......................................................................................................33
Engelse werkwoorden in het Nederlands ..................................................34
Engelse woorden in het Nederlands ..........................................................36
Enkelvoud en meervoud ............................................................................37
Euro............................................................................................................37
Fontyswoorden ..............................................................................37

Gedachtestreepjes..........................................................................44
Getallen ......................................................................................................44

Haakjes............................................................................................45
Hebben of zijn?..........................................................................................45
Heel veel ....................................................................................................46
Hen of hun? ..............................................................................................46
Herhaling van woorden ............................................................................47
Hoofdletters ..............................................................................................48

Inversie............................................................................................50

Jargon..............................................................................................52
Je kan of je kunt? ......................................................................................52

Komma ............................................................................................53
Koppelteken ..............................................................................................54

Leenwoorden..................................................................................58
Leestekens ..................................................................................................58
Lege woorden ............................................................................................59

Meervoud van zelfstandige naamwoorden ................................59


Men............................................................................................................61
Modewoorden............................................................................................61

Naamvalsvormen ..........................................................................62

Om ..................................................................................................63
Omsluiting ................................................................................................64
Ontkenning................................................................................................64
Opsommingen ..........................................................................................66

Passe-partoutwoorden (stoplappen) ............................................66


Punt............................................................................................................67
Puntkomma................................................................................................67
Samentrekking ..............................................................................68
Spellingherziening 2005 ............................................................................70
Spellingcontrole PC....................................................................................72
Spelling van de werkwoordsvormen..........................................................72
Stijlfiguren ................................................................................................74
Symmetrie..................................................................................................78

Tangconstructie ..............................................................................80
Titels ..........................................................................................................81
Trema ........................................................................................................82
Tussenletter in samenstellingen ................................................................83

Uitroepteken ..................................................................................86
U hebt of u heeft?......................................................................................86

Vele of velen? ................................................................................87


Verkleinwoorden........................................................................................87
Verwijswoorden ........................................................................................88
Verwijzing naar mannen en vrouwen ........................................................89
Verwijzing naar personen ..........................................................................90
Verwijzing naar de titel van een tekst ........................................................90
Voegwoorden naast elkaar ........................................................................91
Voorzetselfouten ........................................................................................91
Vraagteken ................................................................................................92

Wat betreft ....................................................................................92


Werkwoord als zelfstandig naamwoord ....................................................92
Woorden aaneenschrijven..........................................................................92
Woorden afbreken ....................................................................................94
Woordgeslacht ..........................................................................................95
Woordspeling ............................................................................................97

Zinsbouw ........................................................................................97
Zij of hij? ................................................................................................101
Bijlagen ......................................................103

Grammatica ..................................................................................103

Teksten voorbereiden voor drukwerk........................................107

Zoekt u nog méér informatie?....................................................112

Register van trefwoorden ............................114


Inleiding: adviezen voor een goede
tekst

Een goede zakelijke tekst is beknopt, aantrekkelijk, heeft een heldere


structuur en kenmerkt zich door eenvoud. Maak gebruik van de volgende
negen adviezen. De bijbehorende toelichting is een behoorlijk verhaal,
maar het schrijven van een goede tekst is ook geen peulenschil.

1 Kies de stijl die in de situatie het beste past.


2 Schrijf beknopt en maak uw zinnen niet te ingewikkeld.
3 Breng variatie aan in de zinsbouw.
4 Schrijf voortstuwend.
5 Zorg voor een heldere structuur.
6 Zorg voor een aantrekkelijke tekst.
7 Spring zuinig om met bijvoeglijke naamwoorden.
8 Parafraseer veelvuldig.
9 Vergeet de eindcontrole niet.

Deze adviezen worden hierna toegelicht.

1 Kies de stijl die in de situatie het beste past

Denk na over de manier waarop u uw lezersgroep het beste kunt bereiken.


Maakt u de tekst te moeilijk, dan kan de lezer er niets mee doen. Is de tekst
te gemakkelijk, dan kan dat op de lezer ‘kinderlijk’ overkomen. Een aantal
uitersten:

Gemakkelijk Ingewikkeld
Vaag Duidelijk
Kort en krachtig Uitgebreid
Officieel Persoonlijk
Zakelijk Emotioneel

Welke keuze u als schrijver maakt, hangt af van het doel van de tekst en
het lezerspubliek dat u wilt bereiken.

Tekstassistent 9
Gemakkelijk of ingewikkeld
- U hebt de rekening nog niet betaald.
- Wij maken u erop attent dat u de rekening nog niet voldaan hebt.
Het is niet juist dat gemakkelijk altijd beter is dan ingewikkeld. De lezer
moet niet het idee krijgen dat u denkt dat hij ‘onderontwikkeld’ is. In
teksten die u schrijft voor vakgenoten, is er natuurlijk niets op tegen om
vaktermen te gebruiken.

Vaag of duidelijk
- Iedereen zal aan dit rookverbod moeten meewerken.
- Ook de heer De Bruin zal zijn pijp thuis moeten laten.
Soms is het beter in een tekst wat vaag te zijn. Vooral als u vermoedt dat
mensen zich persoonlijk gekwetst zouden kunnen voelen, kunt u beter een
beetje vaag blijven. Bij het vastleggen van afspraken is het beter direct te
zijn. Wie doet wat, waar en wanneer?
- Nico van Wanten zal elke dinsdag om tien uur zijn verslag met de
directeur bespreken.

Kort en krachtig of uitgebreid


Kort-en-krachtig taalgebruik is taal zonder omwegen. U beschrijft wat de
bedoeling is, zonder er andere zaken bij te betrekken.
Uitgebreid taalgebruik is taalgebruik waarbij u meer woorden en meer
zinnen gebruikt om hetzelfde te zeggen. U gebruikt het als het nodig is
om heel voorzichtig te zijn of om iets nauwkeurig uit te leggen.
Bij uitgebreid taalgebruik hoort ook het herhalen in andere woorden en
het geven van voorbeelden. Door iets op meer manieren uit te leggen, hebt
u meer kans dat wat u wilt zeggen ook echt begrepen wordt.
- De beste opleiding is Podotherapie. Deze opleiding heeft de doel-
stelling van dit jaar ruimschoots gehaald.
- Het vergelijken van de opleidingen is een ingewikkelde zaak. Er kunnen
allerlei oorzaken zijn waardoor doelstellingen niet gehaald worden. In
het algemeen moeten we vaststellen dat we geen makkelijk jaar achter
de rug hebben. Alleen Podotherapie heeft geen tegenslagen gehad en
heeft daardoor de doelstelling kunnen halen.

10 Tekstassistent
Officieel of persoonlijk
Officieel taalgebruik is taalgebruik met opsommingen, moeilijke woorden
en vaak lange zinnen. U gebruikt dit soort taal als u officieel wilt over-
komen bij de lezer. Let erop dat uw tekst niet op verschillende manieren
kan worden uitgelegd. En overdrijf vooral ook niet!
- Wij delen u mede dat u niet voor een extra parkeerplaats in aan-
merking komt. Het is gemeentebeleid om prioriteit te geven aan
invaliden. Daarom is de vrijgekomen plaats aan iemand anders
toegewezen. Wij hopen op uw begrip hiervoor.
- Je hebt een parkeerplaats aangevraagd. Bij de toewijzing van parkeer-
plaatsen geven we echter voorrang aan invaliden. Dat is de reden dat
we je de plaats niet kunnen geven. Wij hopen dat je dat begrijpt.

Zakelijk of emotioneel
U zou vreemd opkijken als u in een nota van het ministerie een zin zou
tegenkomen als:
- Onze zeer begaafde minister heeft weer eens een geniaal plan bedacht.
Een dergelijke subjectieve zin past helemaal niet in een dergelijke nota.
U verwacht daarin zakelijk en neutraal taalgebruik:
- De minister heeft daarvoor het volgende plan bedacht.

Neutraal taalgebruik is over het algemeen beter in zakelijke teksten. Toch


kan het voorkomen dat een emotionele schrijfstijl nodig is. Bijvoorbeeld
als u begrip wilt vragen bij iemand voor bepaalde klachten. Vergelijk:
- De gevolgen van de foute ingreep zijn een scheef oog, drie losse
tanden en een constante scherpe pijn in de kaak.
- Jullie hebben een ernstige fout gemaakt bij de operatie. De kwalen
daarna zijn bijna net zo erg als die ervoor. Ik heb nu een scheef oog en
dat is geen gezicht. Bij het eten heb ik last van drie tanden die los-
zitten, waardoor ik geen hap meer door mijn keel kan krijgen. Nachten
lig ik wakker van de vlijmende pijn in mijn kaak.

Tekstassistent 11
2 Schrijf beknopt en maak uw zinnen niet te ingewikkeld

Gebruik korte woorden, zinnen, alinea’s en hoofdstukken. Hak lange


zinnen in tweeën of zorg er met komma’s en het verschuiven van de
woorden voor dat de zin zo duidelijk mogelijk is. Zoek alternatieven voor
lange woorden.
• Schrap overbodige woorden.
• Gebruik alternatieven voor voorzetseluitdrukkingen als ‘met betrekking
tot’ (= over), ‘als gevolg van’ (= door).
• Vervang ingewikkelde constructies als ‘ondanks het feit dat’ (= hoe-
wel), ‘de intentie hebben om’ (= willen).
• Blijf bij uw onderwerp.

Sommige schrijvers proberen zoveel mogelijk informatie in één zin te


krijgen. Daardoor kunnen te lange en onoverzichtelijke zinnen ontstaan.

Niet: Uit leesbaarheidsonderzoek is gebleken dat zinnen van meer dan


twintig woorden de leesbaarheid kunnen bemoeilijken, wat niet
betekent dat u geen zinnen mag formuleren van meer dan twintig
woorden, want er zijn genoeg lange zinnen die ‘als een trein’
lopen, maar daartegenover staan ellenlange zinnen waar geen
doorkomen aan is.
Wel: Uit leesbaarheidsonderzoek is gebleken dat zinnen van meer dan
twintig woorden de leesbaarheid kunnen bemoeilijken. Dit betekent
niet dat u geen zinnen mag formuleren van meer dan twintig
woorden, want er zijn genoeg lange zinnen die ‘als een trein’
lopen. Maar daartegenover staan ellenlange zinnen waar geen
doorkomen aan is.

Het is daarom goed om van geval tot geval even te kijken of het wel nodig
is een zin steeds maar weer uit te breiden met nog een bijzin. Een
algemeen advies: beperk u tot zinnen die maximaal uit twee hoofdzinnen
of uit een hoofdzin en een bijzin bestaan.

12 Tekstassistent
Vermijd breedsprakigheid. Streef ernaar kort en duidelijk op te schrijven
wat u wilt vertellen. Maak uw zinnen dus niet langer dan nodig is.

Niet: Het was namelijk zo, dat de reden waarom de machine het begaf,
was dat hij niet goed gesmeerd was, een omstandigheid die voor-
komen had kunnen worden als men wat meer zorg en aandacht aan
de smering had gegeven.
Wel: De machine begaf het omdat men de smering had veronachtzaamd.

> Zie ook het volgende punt en bij Zinsbouw

3 Breng variatie aan in de zinsbouw

Door zinnen met elkaar te verbinden en door de woordvolgorde van


sommige zinnen te veranderen, krijgt u een beter leesbare tekst.

Niet: De kopieermachine gaat steeds kapot. Ze maakt dan rare geluiden.


Ze is niet te repareren. We hebben het vaak geprobeerd.
De productie lijdt er natuurlijk sterk onder.
Wel: De kopieermachine gaat steeds kapot en dan maakt ze rare
geluiden. We hebben al vaak geprobeerd ze te repareren, maar dat
lukt niet. Natuurlijk lijdt de productie er sterk onder.

4 Schrijf voortstuwend

Dezelfde ‘richting’ in een zin handhaven, maakt het lezen van die zin
gemakkelijker. Woorden als want, daarom, bijgevolg, dus, doordat stuwen uw
ideeën voorwaarts. Woorden als ‘echter’, ‘maar’, ‘althans’, ‘mits’ en ‘hoewel’
werken in tegengestelde richting en duwen ze weer terug. In één zin enkele
keren van richting veranderen is in een zakelijke verhandeling niet aan te
bevelen.Vermijd dus heen-en-weer-schrijverij en schrijf voortstuwend.

Niet: De werkzaamheden werden gedurende enige tijd onderbroken,


maar wij wisten dat het vermogen van de machine beperkt was,
want wij hadden deze storing voorzien, maar het werk heeft slechts
twaalf uur stilgelegen.
Wel: Het werk werd enige tijd onderbroken. Het lag slechts twaalf uur
stil, doordat wij deze storing voorzien hadden, want we wisten dat
het machinevermogen beperkt was.

Tekstassistent 13
5 Zorg voor een heldere structuur

• Voor het ‘uiterlijk’ van de tekst doet u dat met koppen, subkoppen en
witregels. Gebruik concrete korte tussenkopjes (die bestaan bij
voorkeur uit één tot drie woorden). U kunt eventueel genummerde
paragrafen gebruiken.
• Gebruik bolletjes-opsommingen.
• Ook in de tekst geeft u structuur aan met woorden en zinnen die iets
zeggen over de structuur van de tekst: verder, ten eerste, ten tweede,
verder, ook, vervolgens, bovendien, ten slotte, verder, maar, echter, niet-
temin, toch, van de andere kant, hoewel, evenals, op dezelfde manier,
dus, bijvoorbeeld, zoals, omdat, doordat, samenvattend, kortom ...
• Zorg voor een duidelijke en eenduidige opbouw: chronologisch, van
algemeen naar specifiek.
• Elke gedachte een nieuwe zin, elk thema een nieuwe alinea.

Zet niet al uw zinnen achter elkaar, maar verdeel uw tekst in alinea’s.


Een alinea is een aantal zinnen dat handelt over hetzelfde deelonderwerp
van uw tekst.
Uw alinea-indeling volgt in beginsel de logische indeling van uw tekst: in
elke alinea werkt u een deelonderwerp uit van uw betoog, bericht of
verhaal.
Daarnaast heeft een alinea een belangrijke grafische functie, want een
goede alinea-indeling leidt tot een prettig tekstbeeld, dat de leesbaarheid
bevordert.
Nog enkele adviezen:
• Een pakkend begin van elke alinea houdt de aandacht van de lezer
gevangen.
• In gedrukte of getypte vorm mogen alinea’s niet langer zijn dan ze
breed zijn. Dat komt overeen met ongeveer zes à acht schermregels van
zestig aanslagen per regel, afhankelijk van de kolombreedte.
• Vermijd een opeenvolging van uitsluitend korte alinea’s of uitsluitend
lange alinea’s (‘metselwerk’). Afwisseling geeft het beste resultaat.
• U kunt de leesbaarheid van uw tekst verhogen door die in stukken te
verdelen en elk stuk een tussenkopje te geven.

14 Tekstassistent
6 Zorg voor een aantrekkelijke tekst

Zorg ervoor dat uw tekst prettig leesbaar is en een heldere opmaak heeft.
Gebruik beeldende woorden.
• Vermijd clichés (zie bijvoorbeeld punt 7).
• Gebruik beeldspraak (metaforen) om complexe zaken te verhelderen.
• Geen dubbele ontkenningen: ‘min maal min is plus’.
• Vermijd modale woorden: wellicht, eventueel, waarschijnlijk.
• Niet te vaak de lijdende vorm.
• Geen ambtelijke stopwoorden als hieromtrent, mits, tenzij.
• Geen afkortingen in ‘lopende’ tekst, getallen tot twintig voluit schrijven.
• Geen naamwoordstijl.
• Illustreer uw tekst: soms zegt een diagram of schema meer dan
honderd woorden.
• Gebruik passende citaten.
• Schrap nietszeggende hulpwerkwoorden (zij zullen morgen komen ->
zij komen morgen).
• Vormgeving: schreefloze letter.
• Als het kan: spreek de lezer rechtstreeks aan.
• Stel eens een vraag, waarin de lezer zich zou kunnen herkennen.
• Gebruik zo veel mogelijk voorbeelden uit de praktijk. En zelfs hoe
meer, hoe liever. Uw lezer kan zich dan beter voorstellen waar het over
gaat. Hoe concreter, hoe beter, ook in zakelijke teksten.

7 Spring zuinig om met bijvoeglijke naamwoorden

Sommige schrijvers stouwen hun zinnen vol met zogenaamde kleurrijke


bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven). U kunt beter zuinig omspringen
met bijvoeglijke naamwoorden en ze alleen gebruiken als u daarmee
belangrijke informatie toevoegt.
Voorbeelden van bijvoeglijke naamwoorden die geen of weinig informatie
toevoegen en daardoor nogal cliché-achtig zijn:
- een belangrijk element - een veelgeplaagde commissie
- het huidige kabinet - de vermaarde politicus
- de bekende acteur - een historische gebeurtenis
- een uniek schouwspel - een dramatische voorstelling

Tekstassistent 15
8 Parafraseer veelvuldig

Parafraseren betekent dat u in andere woorden hetzelfde nog een keer


uitlegt. Dat is zeker bij een ingewikkeld onderwerp gewenst.
Bij parafraseren zeg je het opnieuw, maar anders. Vooral als iets
ingewikkeld is, moet je het nog eens op een andere manier vertellen.
Veronderstel niet alles bekend bij uw lezers. Vaak is een korte samenvatting
van het voorafgaande nodig.

9 Vergeet de eindcontrole niet

Adviezen voor na het schrijven:


• Controleer niet alleen vanaf het scherm.
• Lees de tekst hardop voor.
• Gebruik de spellingcontrole, maar vertrouw er niet blindelings op.
• Laat de tekst een dagje rusten en kijk er dan nog eens naar.
• Zoek een proeflezer, het liefst uit de doelgroep waarvoor u de tekst
geschreven heeft.

> Zie ook bij Effectief schrijven

16 Tekstassistent
Taalkwesties op alfabet

Aanhalingstekens
• Voor het gebruik van aanhalingstekens gelden geen verplichte regels;
wel is het belangrijk om ze consequent te hanteren. In dit boekje gaan
we uit van de volgende regel: gebruik ‘enkele’ aanhalingstekens, zowel
bij lange citaten als voor enkele woorden of zinsdelen.
• Alleen bij een citaat in een citaat gebruikt u de “dubbele”
aanhalingstekens:
- In de handleiding staat op bladzijde 3: ‘Zodra je de tekst “Afsluiten”
ziet oplichten, moet je onmiddellijk stoppen!’
• Gebruik geen aanhalingstekens bij titels van boeken, kranten, tijdschrif-
ten, nota’s rapporten, projecten en dergelijke. Die titels cursiveert u:
- In de brochure Idealisme in learning communities staat op pagina 8 (...)

Aanhalingstekens gebruikt u:
1 Bij het gebruik van de directe rede. Kijk goed waar de aanhalings-
tekens, de hoofdletters, de komma’s en de punt staan:
- Hij zei: ‘Dit is een citaat.’
- ‘Dit is een citaat’, zei hij.
- ‘Dit’, zei hij, ‘is een citaat.’
- Zei hij: ‘Dit is een citaat’?
- ‘Zei hij dat dit een citaat is?’, vroeg zij.
- ‘Dat is onzin!’, riep zij.
- Op de kaart stond ‘Alles OK bij jullie?’ geschreven.
- Ik herinner me nog dat hij steeds ‘Kom, we zijn eens weg’ riep.

2 Als u een woord duidelijk uit wilt laten komen:


- Het woordje ‘dat’ in die zin moet met een hoofdletter.

3 Als u aan wilt geven dat een woord niet letterlijk opgevat moet worden:
- Ik heb niet veel vertrouwen in zijn ‘eerlijkheid’.

Tekstassistent 17
Weglatingsteken
Het weglaten van woorden geeft u aan met drie punten zonder spaties
tussen haakjes: (…):
- In artikel 3 van de Wet Openbaarheid bestuur staat:’Onze minister (…)
verschaft uit eigen beweging informatie (…).’

Gedachten
Het is niet gebruikelijk om aanhalingstekens te gebruiken als u gedachten
weergeeft:
- De lezer dacht: Wat is dat toch een ingewikkeld verhaal!

Aanspreekvorm
In het algemeen gaat u bij de keuze van de aanspreekvorm uit van uw
eigen inzicht. Als u weinig afstand tot de geadresseerde voelt, gebruikt u
‘jij’, bij meer afstand gebruikt u ‘u’. Er zijn geen voorschriften.
Kies in opleidingsbrochures, studiegidsen en -teksten voor de je-vorm,
omdat die voor (potentiële) studenten bedoeld zijn; die aanspreekvorm
wordt door die doelgroep gewoonlijk ervaren als direct en persoonlijk.

Afkortingen
Gebruik bij voorkeur geen afkortingen, maar schrijf liever de woorden
voluit. Uw tekst wordt er een stuk duidelijker door.
Niet: bijv., nl., jl., c.q., enz., tel., e.d., a.d.h.v., a.g.v.
Wel: bijvoorbeeld, namelijk, jongstleden, casu quo (maar liever ‘dan wel’
of ‘en’), enzovoort, telefoon, en dergelijke, aan de hand van (maar
liever ‘met’ ), als gevolg van (maar liever ’door’)

Gebruik in ieder geval geen merkwaardige afkortingen als ‘dhr.’, ‘mvr.’ of


‘mw’.

Vermijd standaardafkortingen als ‘t.a.v.’, ‘m.b.t.’ en ‘n.a.v.’ niet alleen


omdat het clichés zijn. Dergelijke afkortingen halen het tempo uit uw
tekst. Het is beter ze te vervangen door één ander voorzetsel:
- Niet: Het beleid t.a.v. de kwaliteitszorg.
Wel: Het beleid voor de kwaliteitszorg.
- Niet: De maatregelen m.b.t. het verminderen van het aantal negatief
bindende studieadviezen.
Wel: De maatregelen om het aantal negatief bindende studieadviezen
te verminderen.

18 Tekstassistent
- Niet: De reactie n.a.v. de studiedag.
Wel: De reactie op de studiedag.
Bovendien hebt u dergelijke lange afkortingen niet nodig, omdat u kunt
kiezen voor een eenvoudigere, directere en dus betere manier om
hetzelfde te zeggen.
Niet: M.b.t. het verstrekken van de lening d.m.v. een doorlopend krediet
t.b.v. de aanschaf van een nieuwe Ferrari, moeten wij u helaas
teleurstellen. Als u t.z.t. meer zult verdienen dan uw huidige
zakgeld, zijn wij bereid uw verzoek opnieuw te behandelen.
Wel: Wij kunnen u geen doorlopend krediet voor de aanschaf van een
nieuwe Ferrari verstrekken. Als u later meer zult verdienen dan uw
huidige zakgeld, zijn wij bereid uw verzoek opnieuw in
behandeling te nemen.

Namen van Fontysopleidingen kort u niet af bij externe communicatie.

> Zie ook bij Fontyswoorden

Alinea’s en witregels
• De gedachtegang in teksten deelt u in met behulp van alinea’s, de hoofd-
bouwstenen van een tekst. Alinea’s zijn groepjes zinnen die bij elkaar
horen omdat ze een deel van de hoofdgedachte van een tekst behandelen.
• Laat een alinea op een nieuwe regel beginnen en spring daarbij niet in.
• Als u groepjes alinea’s van elkaar wilt onderscheiden, bijvoorbeeld
omdat in de gedachtegang een geheel nieuw deelonderwerp begint,
kunt u een witregel inlassen om de overgang aan te geven.

Als of dan?
Over het gebruik van ‘als’ of ‘dan’ wordt ingewikkelder gedaan dan nodig
is. In de spreektaal mogen ze door elkaar gebruikt worden. In verzorgde
schrijftaal gebruikt u ‘dan’:
• als u een verschil wilt uitdrukken met behulp van de vergrotende trap
en bij het woord ‘ander(s)’.
- Hij is kleiner dan ik.
- Zij is anders dan ik.
• na ‘niemand’, ‘niet(s)’, ‘geen’, ‘nooit’, ‘nergens’ enzovoort, waarachter
u het woord ‘ander(s)’ kunt denken:
- En ja hoor, daar verscheen niemand (anders) dan de baas zelf.
- We hebben niets (anders) dan pech met die grasmaaier gehad.

Tekstassistent 19
In alle andere gevallen gebruikt u ‘als’.
- Je bent even dik als je broer.
- Op de tweede open dag hebben we niet zoveel bezoekers gezien als op
de eerste.

Apostrof
U gebruikt een apostrof:
1 Bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden: woorden die
eindigen op -a, -e (= lange /ee/), -i, -o, -u of -y krijgen in het meer-
voud -’s om uitspraakproblemen te voorkomen:
- collega’s, ave’s, taxi’s, auto’s, paraplu’s, baby’s

Let op:
- abonnees (geen -e, maar -ee in het enkelvoud)
- cafés (geen -e, maar -é in het enkelvoud)
- essays (geen -y, maar -ay in het enkelvoud)

2 Bij verkleinwoorden; als het grondwoord eindigt op -y, krijgt u -’tje:


- baby/baby’tje;

3 Om aan te geven dat er letters zijn weggelaten:


- m’n, d’r, ‘r was ‘ns.
Let op het correcte gebruik van hoofdletters!
- ‘des’ wordt ‘s, bijvoorbeeld in:
‘s Morgens arriveerde ik in ‘s-Gravenhage;
- ‘het’ wordt ‘t, bijvoorbeeld in:
‘t Regent pijpenstelen in het hele dorp;

4 Bij naamvalsvormen (-s als tweede-naamvalsuitgang):


a Als een woord op een klinker eindigt, schrijft u de -s aan het woord
vast als dat geen uitspraakproblemen geeft:
- Pietjes bromfiets
- Marietjes tas

Bij dreigende uitspraakproblemen schrijft u ‘s:


- Opa’s voetbalschoenen
- Margo’s racket
- oma’s huis
- Antigone’s broer
- Leo’s auto

20 Tekstassistent
b Als van een woord als laatste medeklinker een -x of een -s is, gebruikt
u bij de tweede naamval alléén een apostrof:
- Felix’ cassettes
- Francis’ T-shirt

c Om de bedrijfsnaam te beschermen, gebruikt de zakenwereld meestal


‘s, ook al is er geen uitspraakprobleem:
- Van Houten’s chocoladevlokken
- Verkade’s producten

5 Bij het meervoud van letterwoorden en bij afleidingen van afkortingen


gebruikt u geen koppelteken, maar een apostrof (maar de regels zijn
niet erg consequent ...):
- een A4’tje
- een 65+’er
(maar het is ‘65+-regeling’, want dat is geen afleiding, maar een
samenstelling)
- een cd’tje
(en het is dus ‘cd-speler’, want dat is ook geen afleiding, maar een
samenstelling)
- NV’s
- een SMS’je (en als samenstelling: SMS-bericht’)
- drie mbo’s
- vier s’en
- vijf p’s
- een hbo’er (en als samenstelling ‘hbo-opleiding’)
- twee PvdA’ers
- drie VVD’ers

Banaliteiten (vulgarismen)
- Mijn collega’s kregen een punthoofd van die stomme antwoorden van u!
- Mevrouw, dat tentamen van u was dus duidelijk naadje pet!
- Als u dat nog eens presteert, dan bent u nog niet jarig!
- Kortom, u bekijkt het verder maar!

Dat zult u een voorzitter van een examencommissie niet horen zeggen
tegen een studente, want deze woorden passen absoluut niet in de context
van een dergelijke situatie.
Het is belangrijk dat u gevoel hebt voor de sfeer, waarin een woord wel of

Tekstassistent 21
niet thuishoort. Woorden die in een bepaalde context niet thuishoren,
heten banaliteiten of vulgarismen.
U kunt bijvoorbeeld in het dagelijkse taalgebruik best uitdrukkingen
gebruiken als:
- dan ben je nergens meer, ik kreeg er wat van, dat komt in de beste
families voor, dan ben je verkocht, ik had het niet meer.
Maar in verzorgd taalgebruik, bijvoorbeeld in zakelijke brieven, zijn
dergelijke banaliteiten niet op zijn plaats.
- Niet: Hij had beterschap beloofd, maar in de praktijk kwam er geen
steek van terecht.
Wel: Hij had beterschap beloofd, maar in de praktijk kwam er niets
van terecht.
- Niet: Wij moeten concluderen dat u er bij de calculatie van dit project
met de pet naar heeft gegooid.
Wel: Wij moeten concluderen dat u de calculatie niet naar behoren
heeft uitgevoerd.

Barbarismen
Barbarismen zijn woorden en zinsconstructies die op een verkeerde
manier vernederlandst zijn. Het zijn meestal woorden die op een Duitse,
Engelse of Franse manier geschreven worden.
Al naar gelang het land van herkomst spreekt men van anglicismen (uit
het Engels), gallicismen (uit het Frans) en germanismen (uit het Duits).
- Niet: Als regel komen we niet op feestjes. (Dit komt uit het Engels:
‘As a rule’.)
Wel: In de regel komen we niet op feestjes.
- Niet: Dat willen we graag nog eens extra onderlijnen. (Een klakkeloze
vertaling van het Franse ‘souslignier’.)
Wel: Dat willen we graag nog eens extra onderstrepen.
- Niet: Ze was begeesterd. (‘Begeesterd’ is de verkeerde vertaling van
het Duitse woord ‘begeistert’.)
Wel: Ze was enthousiast.

Andere barbarismen:

Anglicisme: Nederlands:
- vroeger of later vroeg of laat
- meer of minder min of meer
- dat is praktisch uitgesloten dat is vrijwel (bijna, nagenoeg) uitgesloten

22 Tekstassistent
Gallicisme: Nederlands:
- iets verkopen aan een hoge prijs iets verkopen voor een hoge prijs
- dat is niet mijn fout dat is niet mijn schuld
- het meest waardevolle ... het waardevolste ...
- duur kosten duur zijn, veel kosten

Germanisme: Nederlands:
- Eerstens en tweedens op de eerste en de tweede plaats
- een geëigend middel een geschikt middel
- hoogzomer midzomer
- bemerkingen maken opmerkingen maken
- het handelt zich om ... het gaat om ...
- middels door (middel van)

Een andere vorm van barbarisme vindt u in het op een foute manier los, of
juist aan elkaar schrijven van woorden. Uit het Duits nemen we in het
Nederlands de gewoonte over het bijvoeglijk en het zelfstandig naam-
woord aan elkaar te schrijven:
Niet: kleinmeubelen, normaalfilm, maagbezwaren.
Wel: kleine meubelen, normale film, maagklachten.

Uit het Engels komt de gewoonte om samengestelde woorden juist weer


los te schrijven:
Niet: informatica adviseur, docenten vergadering.
Wel: informatica-adviseur, docentenvergadering.

Uit het Engels komt ook de gewoonte om de onvoltooid verleden tijd te


gebruiken als de voltooid tegenwoordige tijd op zijn plaats is:
Niet: Was jij al eens in Leeuwarden?
Wel: Ben jij al eens in Leeuwarden geweest?

De Nederlandse taal leeft en ondergaat voortdurend veranderingen.


Sommige barbarismen zijn daardoor discutabel, omdat ze door veelvuldig
gebruik in de loop van de tijd ‘burgerrecht’ gekregen hebben. Dat geldt
bijvoorbeeld voor ‘als regel’ en voor ‘onderlijnen’.

Tekstassistent 23
Beeldspraak
Werkelijkheid Beeldspraak
- de voorkant van een schoen de neus van een schoen
- een grote, sterke kerel een boom van een kerel

Bij beeldspraak gebruikt u een beeld om een bepaalde werkelijkheid


fraaier, helderder en daardoor aansprekelijker voor te stellen.
Ook hier geldt: overdrijf niet.
- Dit nieuwe kopieerapparaat is zo vaak stuk dat onze kantoorgang
regelmatig in het filenieuws op de radio wordt genoemd.
- Een goede schrijver gebruikt zijn pen als een kaasschaaf. Hij blijft
dingen weghalen tot er alleen staat wat er moet staan. Schrijven is
schaven.

Bedrijvende en lijdende vorm


Bedrijvende, actieve vorm:
- Hij heeft een onderzoek ingesteld.
- De eigenaar verhuurt de tweede ruimte alleen voor bruiloften en
partijen.
Lijdende, passieve vorm:
- Er is door hem een onderzoek ingesteld.
- De tweede ruimte wordt door de eigenaar alleen verhuurd voor
bruiloften en partijen.

Veel mensen veroordelen ten onrechte het gebruik van lijdende zinnen.
Maar u kunt dergelijke zinnen zonder bezwaar hanteren, want door het
gebruik van de lijdende vorm legt u de nadruk op andere zinsdelen dan u
doet bij de bedrijvende vorm. Dat blijkt uit de voorbeelden.

Maar ook bij de lijdende vorm geldt dat u moet oppassen dat u die niet te
veelvuldig en vlak na elkaar gebruikt. Een zin in de lijdende vorm noemt
men namelijk niet voor niets ook wel een passieve zin...
Een opstapeling van lijdende zinnen in uw tekst leidt ertoe dat uw tekst
passief en stijfjes overkomt, of ‘ambtenaarachtig’ en ‘bureaucratisch’. Men
spreekt in dergelijke gevallen ook wel van de ziekte ‘passivitis’.

24 Tekstassistent
Niet: De route die door uw PR-medewerker verstrekt was, hebben we niet
gevolgd, want de weg werd ons gelukkig gewezen door een van uw
studenten die met ons meegereden is. Daardoor is nodeloos tijd-
verlies vermeden. Eenmaal ter plaatse werd de door u vermelde
collegezaal snel gevonden. De boeiende inhoud van het referaat dat
gehouden werd door uw collega De Vos, zal door ons aan onze
directie voorgelegd worden ter overdenking.
Wel: De routebeschrijving die we van uw PR-medewerker ontvangen
hadden, hebben we niet gevolgd, omdat een van uw studenten is
meegereden en ons de weg heeft gewezen. Dat voorkwam
tijdverlies. De collegezaal hadden we vervolgens snel gevonden.
De boeiende inhoud van het referaat van uw collega De Vos zullen
wij ter overdenking aan onze directie voorleggen.

Lijdende vormen komen in ieder geval nogal formeel over in gevallen als:
- Aan mensen met een hoed wordt verzocht deze af te zetten.
- Honden worden geacht aan een lijn te zitten.
- Door de politieambtenaren wordt nu niet gestaakt.
- De winkeldievegge werd door mij op heterdaad betrapt.

De bedrijvende vorm is veel directer en actiever. Gebruik die zo veel


mogelijk.
- Als u een hoed draagt, wilt u die dan afzetten?
- Honden aan de lijn alstublieft.
- De politieambtenaren staken nu niet.
- De winkeldievegge heb ik op heterdaad betrapt.

Niet: De passagiers worden verzocht de ramen gesloten te houden.


Wel: De passagiers wordt verzocht de ramen gesloten te houden.

Lijdende zinnen van dit type leveren nogal eens problemen op omdat ‘De
passagiers’ als onderwerp beschouwd wordt. En omdat het onderwerp in
het meervoud staat, wordt ook de persoonsvorm in het meervoud
geplaatst.
Maar ‘De passagiers’ is geen onderwerp, maar meewerkend voorwerp. De
persoonsvorm moet in die gevallen in het enkelvoud staan.

Tekstassistent 25
Beknopte bijzin
Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp:
- Zonder op de prijs te letten, kocht Henk een nieuwe auto.
- We vinden het prettig u van dienst te zijn.

Het onderwerp van de beknopte bijzin moet hetzelfde zijn als dat van de
hoofdzin.
- Niet: Ingesloten in de envelop, stuur ik u een kopie van mijn diploma.
(De hoofdzin is: ‘stuur ik u een kopie van mijn diploma’. In
deze zin is ‘ik’ het onderwerp. ‘Ik’ moet dus óók het onderwerp
in de beknopte bijzin zijn, maar dat is niet het geval in de voor-
beeldzin. Het gevolg is een onbedoeld komisch resultaat.)
Wel: Een kopie van mijn diploma heb ik als bijlage toegevoegd.
- Niet: Onder het zingen van het volkslied steeg de vorstin uit de koets.
Wel: De vorstin steeg uit de koets, terwijl het volklied gezongen werd.
- Niet: Fanatiek schreeuwend reed de trein met supporters langzaam weg.
Wel: De trein met de fanatiek schreeuwende supporters reed lang-
zaam weg.

Blijkbaar of schijnbaar?
Blijkbaar: het is gebleken dat het zo is; het staat dus vast.
Schijnbaar: het lijkt erop dat het zo is; het is dus nog niet zeker.
- Tijdens haar vakantie is ze schijnbaar ernstig ziek geweest.
- Dat kleine, ronde mannetje schijnt beresterk te zijn.
- Hij is blijkbaar vergeten dat de deadline gesteld was op 31 januari.
- De bestelbus heeft blijkbaar een fikse aanrijding achter de rug.

Clichés
Clichés zijn versleten woorden en uitdrukkingen. Ze zijn al zo vaak
gebruikt dat ze weinig of geen zeggingskracht meer hebben. U kunt ze
daarom maar beter vermijden. Voorbeelden:
- de hamvraag
- de pijnpunten
- de weergoden
- het financiële plaatje
- een computergigant
- de elektronicareus
- de deur die voortdurend op een kier gezet wordt
- de telefoon die altijd roodgloeiend staat

26 Tekstassistent
- iets wat op de rails gezet moet worden
- de vrouw die voortdurend het voortouw neemt

Ambtelijk taalgebruik
Clichés zijn kenmerkend voor het zogenaamde ambtelijk taalgebruik en
komen vooral in formele brieven en nota’s veel voor (de verbetering staat
er tussen haakjes achter):

- alsmede (= en)
- derhalve (= daarom)
- heden (=vandaag)
- hetgeen (= wat)
- inzake (= over)
- laatstelijk (=onlangs)
- mijns inziens (= volgens mij)
- qua (= wat betreft)
- reeds (= al)
- te allen tijde (= altijd)
- thans (= nu)
- welke (= die, dat)

Bovendien zijn dergelijke, ambtelijke clichés voor veel lezers nogal


moeilijk te begrijpen. Vermijd ze daarom liever en kies ‘gewone’ woorden.
Dat is zeker zo duidelijk.
Niet: Vooralsnog kunnen wij u geen goedkeuring verlenen, inzake de
onlangs door u aangevraagde vergunning. Derhalve verzoeken wij u
vriendelijk edoch zeer beslist, de laatstelijk door onze ambtenaren
geconstateerde werkzaamheden op het desbetreffende perceel, met
onmiddellijke ingang te stoppen. Zulks om sancties van onze kant
te voorkomen.
Wel: Wij kunnen uw aanvraag voor een vergunning niet goedkeuren.
Daarom verzoeken wij u de door ons geconstateerde werkzaam-
heden op het betrokken perceel onmiddellijk te stoppen. Dit om
sancties te voorkomen.

Tekstassistent 27
Contaminatie
Een contaminatie is een fout die u maakt als u twee formuleringen die
hetzelfde betekenen, naast elkaar gebruikt of samenvoegt:

- Die auto kost ontzettend duur (= kost veel + is duur)


- Volgens mijn mening is dat onmogelijk (= volgens mij + mijn
mening is)
- Behoort tot een van de besten (= is een van de besten +
behoort tot de besten)
- Hij is op de hoogte met ... (= op de hoogte van +
bekend met)
- Een klus tot later uitstellen. (= later doen + uitstellen)

Een contaminatie is ook een ongeoorloofde versmelting van woorden.


Men noemt een contaminatie dan ook wel een cocktailwoord of cocktail-
uitdrukking.
Nog enkele voorbeelden:
- plotsklaps (= plotseling + eensklaps)
- aanrecommanderen (= aanbevelen + recommanderen)
- optelefoneren (= opbellen + telefoneren)
- zich irriteren aan (= zich ergeren aan + zich geïrriteerd
voelen door)
- zich beseffen (= zich realiseren + beseffen)

Dat of wat?
In het dagelijkse taalgebruik vervaagt het verschil tussen ‘dat’ en ‘wat’ in
zinnen als:
- Er is niets dat/wat mij daarvan kan weerhouden.
- Het tijdschrift dat/wat ik nu aan het lezen ben, is van Anneliek.

Maar in verzorgde teksten is het zinvol dit verschil te handhaven. Want er


kan verschil in betekenis zijn. Vergelijk:
- Dat bos was het mooiste dat ik ooit gezien heb. (= bepaald, ik heb nog
nooit zo’n mooi bos gezien.)
- Dat bos was het mooiste wat ik ooit gezien heb. (= onbepaald, ik heb
nog nooit iets mooiers gezien.)

‘Dat’ verwijst altijd naar iets bepaalds, een zelfstandig naamwoord of groep
woorden met als kern een zelfstandig naamwoord.

28 Tekstassistent
- Het tijdschrift dat ik nu aan het lezen ben, is van Anneliek.
- Het meisje, dat ik in Groningen ontmoet heb, is secretaresse bij Van
Lanschot.
- Ik heb ons oude kookboek, dat finaal uit de kaft lag, opnieuw laten
inbinden.

‘Wat’ gebruikt u in vijf gevallen:


1 ‘Wat’ verwijst naar na een onbepaald telwoord, zoals ‘iets’, ‘niets’,
‘weinig’ en ‘alles’:
- Er is niets wat mij daarvan kan weerhouden.
- Dat is het enige wat ik voor je kan regelen.
- Het minste wat ik kan doen, is zorgen voor gezinshulp.
- Er is maar weinig wat aan zijn aandacht ontsnapt.

2 ‘Wat’ verwijst naar een hele zin:


- Hij besloot te vertrekken, wat we niet verwacht hadden.
- Het cadeautje beviel haar niet, wat hij erg vervelend vond.

3 ‘Wat’ verwijst naar ‘dat’ of ‘datgene’:


- Dat is nou precies wat me absoluut niet bevalt.
- Dat wat je ziet, is gezichtsbedrog.
- Datgene wat klaar is, kan in de mand.

4 Als het antecedent ontbreekt, gebruikt u ‘wat’ als verwijswoord (een


antecedent is het woord waarnaar een verwijswoord verwijst; taal-
kundigen spreken hier van een ‘betrekkelijk voornaamwoord met
ingesloten antecedent’):
- Wat (= Dat wat) je ziet, is gezichtsbedrog
- Het geld dat stom is, maakt recht wat (= datgene wat) krom is.
- Wat (= datgene wat) klaar is, kan in de mand.

5 Als het antecedent een overtreffende trap is en er geen zelfstandig


naamwoord achter staat:
- Het eerste wat me te binnen schiet, is ...

Tekstassistent 29
Destijds of indertijd?
Destijds: een duidelijk aangegeven tijd in het verleden (= in die tijd).
Indertijd: een niet duidelijk aangegeven tijd in het verleden (= vroeger).
- Dat graf stamt uit de Bronstijd. Indertijd begroef men de overledenen
in koepelgraven.
- Hij studeerde hier in 1987. Destijds was hij een goede student.

Die of welke?
Als u met het verwijswoord ‘welke’ naar een zelfstandig naamwoord
verwijst, dan is dat fout, want het moet ‘die’ zijn.
Niet: Ik heb de concepten welke herschreven moeten worden, vanmiddag
afgegeven.
Wel: Ik heb de concepten die herschreven moeten worden, vanmiddag
afgegeven.

Doordat of omdat?
Met ‘omdat’ drukt u een reden uit en met ‘doordat’ een oorzaak.
Reden: de beslissing is genomen na het afwegen van het vóór en tegen.
Oorzaak: er is sprake van een noodzakelijk en automatisch gevolg.
- We gaan met de bus omdat het sneeuwt.
- Ik ben niet naar dat feestje gegaan, omdat ik de volgende dag een
tentamen had.
- Het kantoor werd drie dagen gesloten, omdat de directeur overleden was.
- De ziekenwagen liet lang op zich wachten, doordat hij van ver moest
komen.
- De inhoud van de vrieskist is ontdooid, doordat het deksel vannacht
open is blijven staan.
- De bus slipte, doordat de chauffeur te hard de hoek om wilde.

Dubbele punt
Een dubbele punt kondigt iets aan. De dubbele punt gebruikt u:
1 voor een opsomming:
- Hij dronk van alles door elkaar: cola, ranja, koffie en thee.

2 voor een letterlijke aanhaling:


- Ze zei: ‘Ik vergis me toch niet weer?’

3 als er een verklaring of uitleg volgt:


- Ik kom niet: ik heb het nu veel te druk.

30 Tekstassistent
Dubbelzinnigheid
Zinnen kunnen verkeerd opgevat worden door het gebruik van verkeerde
woorden of door het op de verkeerde plaats gebruiken van woorden. Dat is
vooral een probleem in zakelijke teksten, waarin verkeerd begrepen zinnen
ernstige gevolgen kunnen hebben.
- Niet: Als u met oud en nieuw vrij wilt zijn, moet u het formulier
hierna invullen.
Wel: Als u met oud en nieuw vrij wilt zijn, moet u het formulier
invullen dat u op de volgende bladzijde vindt.
- Niet: Wij zijn voornemens u 18 januari uit te nodigen voor de
opening van onze zaak.
Wel: Wij nodigen u uit voor de opening van onze zaak op 18 januari.
- Niet: De afdelingschef heeft Henk met zijn hand in de kassa betrapt.
Wel: Henk zat met zijn hand in de kassa. De afdelingschef heeft hem
betrapt.
Wel: De afdelingschef zat met zijn hand in de kassa. Henk heeft hem
betrapt.

- Ze verzocht mij nog eens langs te komen.


Deze zin is dubbelzinnig (vakterm: ambigu), want hij kan verschillende
betekenissen hebben. Dat blijkt uit de plaats van het woordje ‘om’:
- Ze verzocht mij om nog eens langs te komen.
- Ze verzocht mij nog om eens langs te komen.
- Ze verzocht mij nog eens om langs te komen.)

Een apart probleem vormen ontkenningen in een zin. Probeer meer dan
één ontkenning in een zin te vermijden, dan voorkomt u raadspelletjes bij
uw lezers.
Niet: Ik denk niet, dat de voorzitter het niet zal waarderen als u dat
gevoelige agendapunt niet voorstelt.
Wel: Ik denk dat de voorzitter het zal waarderen als u dat gevoelige
agendapunt niet voorstelt.

Vanzelfsprekend vermijd u dubbele ontkenningen van het type:


- Die opleiding heeft nooit geen geld voor studentactiviteiten.

Tekstassistent 31
Effectief schrijven
Goed formuleren is niet alleen maar een kwestie van fouten vermijden. De
manier waarop u iets onder woorden brengt, is bepalend voor het succes
van uw tekst.
Een goede schrijfstijl voldoet aan vier eisen van effectiviteit: correctheid,
duidelijkheid, aantrekkelijkheid en gepastheid.

Correctheid
- Niet: We zijn van plan om u op 5 maart uit te nodigen voor een
werkbespreking. (In deze zin staat onzin, want niemand weet
wat hij in de toekomst van plan is. Bedoeld wordt iemand uit te
nodigen voor een werkbespreking op 5 maart.)
Wel: We nodigen u uit voor een werkbespreking op 5 maart.
- Niet: Werktuigbouwkunde organiseert op 5 mei een open dag. (Het
woord ‘organiseert’ heeft betrekking op het voorafgaande
proces van voorbereidingen.)
Wel: Werktuigbouwkunde heeft een open dag op 5 mei.

Duidelijkheid
Niet: Vermits wij het verkrijgen van inzicht in het geheel van markt-
mogelijkheden in de betrokken regio’s van groot belang achten,
hopen we dat u niet zult aarzelen deze uitnodiging voor 5 maart
niet af te slaan.
Deze zin is wel correct, maar bepaald niet duidelijk!

Aantrekkelijkheid
Niet: In de betrokken regio’s bestaan marktmogelijkheden. We willen
daarin graag inzicht krijgen. Dat achten we zelfs van groot belang.
We hopen daarom dat u de uitnodiging voor 5 maart niet zult
afslaan.
Deze zinnen zijn correct en duidelijk, maar niet aantrekkelijk. Ze klinken
houterig en stroef.

Gepastheid
Niet: Het is voor Fontys Hogescholen heel belangrijk op de hoogte te
zijn van de marktmogelijkheden in de betrokken regio’s. U heeft
dat inzicht wel en daarom lijkt het ons niet meer dan logisch dat u
op onze uitnodiging voor 5 maart ingaat.
Deze zinnen zijn correct, duidelijk en aantrekkelijk geformuleerd. Maar de

32 Tekstassistent
genodigde zal de formulering beslist onbeschoft vinden.
Een herformulering is op zijn plaats:
Wel: Het is voor Fontys Hogescholen heel belangrijk op de hoogte te
zijn van de marktmogelijkheden in de betrokken regio’s. Gezien uw
deskundigheid op dat terrein hopen we dat u in de gelegenheid
bent in te gaan op onze uitnodiging voor 5 maart.

E-mails
E-mails schrijven gebeurt meestal snel en onder tijdsdruk. Omdat veel
mensen niet de tijd nemen hun e-mailberichten na te lezen voordat ze op
de verzendknop drukken, komen fouten veelvuldig voor.
Bij interne e-mails is dat niet zo’n probleem, want die hebben vaak een
ongedwongen ons-kent-onskarakter. Maar met een externe e-mail
representeert u zich naar buiten. Externe e-mails eisen daardoor meer zorg
dan interne e-mails.
Het is goed om binnen het team waarbinnen u werkt afspraken te maken
over:
• het lettertype (bij voorkeur Arial 10);
• de adresgegevens die u onder uw e-mail vermeldt (via de instelbare
Autohandtekening, bij voorkeur uw naam, Fontys Hogescholen, de
afdeling, uw telefoonnummer en uw e-mailadres).

Tips voor e-mails


• Beantwoord een e-mail altijd.
• Houd uw zinnen kort en helder.
• Verdeel een wat langere e-mail in alinea’s, die van elkaar gescheiden
zijn door witregels.
• Maak uw e-mailbericht overzichtelijk door het gebruik van opsom-
mingstekens en het gebruik van vetgedrukte tekst bij hoofdelementen
in uw berichten.
• Wees voorzichtig met ‘populair’ taalgebruik, vooral als u niet zeker
weet naar wie u uw e-mail stuurt. (Of u ‘u’ of ‘jij’ kiest, hangt af van
de doelgroep.)
• Lees uw e-mailberichten altijd even na voordat u het verzendt. (Omdat
het zo’n snel medium is, worden er vaak ‘domme’ fouten gemaakt.)

Tekstassistent 33
Voorbeeld van een helder e-mailbericht

Van: J.D. Minderaa


Verzonden: woensdag 6 februari 2006
Aan: e.vaneijk@kpcgroep.nl
Onderwerp: advertenties

Dag Ellen,

Bijgaand de opgemaakte advertenties voor KPC Groep in pdf-formaat.

Daarbij heb ik drie vragen:


• Is de opstelling wat jou betreft akkoord?
• Geldt dat ook voor de tekst?
• Klopt het dat de advertenties in zwart worden uitgevoerd met steunkleur
groen?

Wil je me s.v.p. even mobiel bellen?

Hartelijke groet,

Jan Minderaa
Fontys Hogescholen
Afdeling Marketing en Communicatie
Telefoon 0877 874 999
Mobiel 06 - 53 99 85 56
E-mail j.minderaa@fontys.nl

Engelse werkwoorden in het Nederlands


Het is heel gebruikelijk om Engelse woorden te hanteren (leenwoorden,
dus). Maar het Engelse taalsysteem is anders dan het Nederlandse. Daarom
is het niet altijd duidelijk hoe Engelse werkwoorden in Nederlandse
situaties vervoegd moeten worden.
Aanvankelijk hadden de leenwoorden de vorm van de donortaal, maar
geleidelijk aan hebben ze een Nederlands uiterlijk gekregen. We noemen
ze dan bastaardwoorden.

34 Tekstassistent
Hierna vindt u een rijtje veel voorkomende bastaardwoorden uit het
Engels met daarbij de vervoeging. Die woorden zijn vervoegd volgens de
regels van het Nederlands.
De Engelse woorden ‘to fax’ en ‘to finish’ veranderen we bijvoorbeeld
in ‘faxen’ en ‘finishen’: de uitgang -en is een aanpassing aan het
Nederlandse taalsysteem. Dat geldt ook bij ‘gefaxt’ en ‘gefinisht’: dat zijn
vernederlandste vormen van de Engelse woorden ‘faxed’ en ‘finished’.

Engels ww ik jij/hij ik/jij/hij hij heeft

werkwoord tegen- verleden


woordige tijd
tijd

brainstormen brainstorm brainstormt brainstormde gebrainstormd


checken check checkt checkte gecheckt
coachen coach coacht coachte gecoacht
crashen crash crasht crashte gecrasht
crossen cros crost croste gecrost
downloaden download downloadt downloadde gedownload
droppen drop dropt dropte gedropt
e-mailen e-mail e-mailt e-mailde ge-e-maild
faxen fax faxt faxte gefaxt
finishen finish finisht finishte gefinisht
freelancen freelance freelancet freelancete gefreelancet
managen manage managet managede gemanaged
mixen mix mixt mixte gemixt
plannen plan plant plande gepland
playbacken playback playbackt playbackte geplaybackt
promoten promoot promoot promootte gepromoot
saven save savet savede gesaved
scannen scan scant scande gescand
scoren scoor scoort scoorde gescoord
stressen stres strest streste gestrest
tackelen tackel tackelt tackelde getackeld
upgraden upgrade upgrade upgradede geüpgraded

Tekstassistent 35
Let op:
De spelling van sommige bastaardwoorden uit het Engels is afhankelijk
van uw persoonlijke uitspraak:

briefen (f) brief brieft briefte gebrieft


briefen (v) brief brieft briefde gebriefd
leasen (s) leas least leaste geleast
leasen (z) leas least leasde geleasd
golfen (f) golf golft golfte gegolft
golfen (v) golf golft golfde gegolfd

Engelse woorden in het Nederlands


Niet ingeburgerde Engelse woordgroepen schrijft u hetzelfde als in het
Engels:
- public relations officer, the learning community, world wide web

Een in het Nederlands gebruikelijke samenstelling van Engelse woorden


schrijven we in één woord:
- accountmanager, businessclass, online, sciencefiction, voicemail,
lowbudgetfilm
Bij klinkerbotsing of bij letterwoorden gebruiken we een koppelteken:
- e-mail, pay-tv, trade-union

Woorden die in het Engels aaneengeschreven zijn, schrijft u ook in het


Nederlands aan elkaar:
- backstage, download, showroom, stakeholder

Woorden die in het Engels een koppelteken hebben, krijgen dat ook in het
Nederlands:
- up-to-date, no-iron

Woordgroepen die samen een uitdrukking vormen, krijgen in het


Nederlands een koppelteken:
- trial-and-error, cash-and-carry, de Dow-Jones, de Dow-Jonesindex, een
gin-tonic

Let ook op woorden als:


- back-up, lay-out, no-nonsensepolitiek, second opinion, stand-by,
writer’s block

36 Tekstassistent
Engels en Nederlands gecombineerd

- e-learningspecificatie, op fulltimebasis, de governancestructuur van


Fontys

Toelichting van de schrijfwijze volgens de spellingregels:


zo veel mogelijk aaneen;
altijd een koppeltekentje achter de ‘e’ als afkorting van ‘electronic’ ;
tussen Engelse woorden en Nederlandse woorden ook een koppelteken als
anders de leesbaarheid in het gedrang komt.

Enkelvoud en meervoud
Het verwijswoord heeft hetzelfde getal (enkelvoud of meervoud) als het
woord waarnaar het verwijst. Is dat woord meervoud, dan is het verwijs-
woord ook meervoud. Is het woord enkelvoud, dan is het verwijswoord
ook enkelvoud. (Men noemt dit getalscongruentie.)
Niet: De directie onderhandelde met de vakbond, maar ze wilden geen
hoger loon geven.
Wel: De directie onderhandelde met de vakbond, maar ze wilde geen
hoger loon geven.

Euro
Het symbool voor de euro is €. De ISO-code is EUR, maar de schrijfwijze
in lopende teksten is voluit ‘euro’, dus met vier kleine letters.
- € 300,- of 300,- euro
- € 10,85 of 10,85 euro
- € 5,50 of 5,50 euro
- Kun je me even vijf en een halve euro lenen voor de kantine?

Fontyswoorden
Fontys Hogescholen en Fontys
• ‘Fontys Hogescholen’ en ‘Fontys’ worden beschouwd als vrouwelijke
woorden in het enkelvoud.
Het verdient de voorkeur om ‘Fontys Hogescholen’ voluit te schrijven.
Maar in teksten waarin die woorden vaak voorkomen, is het geen
bezwaar om de afkorting ‘Fontys’ te gebruiken.

Tekstassistent 37
- In 2005 heeft Fontys Hogescholen haar interne ambities vooral
uitgewerkt in de implementatie van het onderwijsvernieuwings-
programma Biloba binnen de totale organisatie.
- Naast zakelijke dienstverlening en consultancy legt Fontys zich toe
op onderzoek en kennisinnovatie.
- Fontys Hogescholen ambieert haar positie als regionale kennispoort
te versterken door middel van initieel en vervolgonderwijs,
zakelijke dienstverlening en kennisontwikkeling.

• Samenstellingen met ‘Fontys’ schrijft u aan elkaar:


- Fontysinstituut, Fontysstudenten, Fontysnetwerk, Fontysopleiding

• Alleen als het woord aan elkaar geschreven slecht leesbaar wordt of
misverstand kan wekken, gebruikt u een koppelteken; vergelijk
‘Fontysimago’ met ‘Fontys-imago’. Dit is een persoonlijke kwestie;
er zijn geen vaste regels.

• Eigennamen met ‘Fontys’ erin schrijft u zoals die eigennamen


vastgesteld zijn:
- Fontys Informatietelefoon, Fontys Emancipatiecommissie,
FontysOnline

Instituutsnamen
Bij externe communicatie noteert u de namen van de Fontysinstituten
steeds volledig:
- Fontys Bedrijfshogeschool
- Fontys DOBA Onderwijsadviseurs
- Fontys Economische Hogeschool Tilburg
- Fontys Hogeschool Communicatie
- Fontys Hogeschool Engineering
- Fontys Hogeschool Financieel Management
- Fontys Hogeschool ICT
- Fontys Hogeschool Journalistiek
- Fontys Hogeschool voor de Kunsten
- Fontys Hogeschool Management, Economie en Recht
- Fontys Hogeschool Marketing Management
- Fontys Hogeschool Pedagogiek
- Fontys Hogeschool Personeel en Arbeid
- Fontys Hogeschool Sociale Studies

38 Tekstassistent
- Fontys Hogeschool Techniek en Bedrijfsmanagement
- Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing
- Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen
- Fontys Hogeschool Verpleegkunde
- Fontys Internationale Hogeschool Economie
- Fontys Lerarenopleiding Sittard
- Fontys Lerarenopleiding Tilburg
- Fontys Opleidingscentrum Schoolmanagement
- Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg
- Fontys PABO Eindhoven
- Fontys PABO ‘s-Hertogenbosch
- Fontys PABO Limburg
- Fontys PABO Tilburg
- Fontys Paramedische Hogeschool
- Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool in Eindhoven
- Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool in Zwolle
- Fontys Sporthogeschool
- Juridische Hogeschool Avans-Fontys*
- Stichting Onderwijsbegeleiding Midden-Brabant
- BAZN de bestuursacademie**

* Dit instituut is een samenwerkingsverband tussen Stichting Fontys en Avans


Hogeschool.
** Het bestuur van Fontys vormt eveneens het bestuur van de Stichting
Bestuursonderwijs.

Intern kunt u de lange instituutsnamen natuurlijk naar wens inkorten,


zoals FPTH-E en FIHE.

Namen van commissies


- Auditcommissie
- Identiteitcommissie
- Governancecommissie
- Renumeratiecommissie
Dus met een hoofdletter en aan elkaar.

Tekstassistent 39
Schrijfwijze bachelor, master, major en minor
De volgende Fontysschrijfwijze is gebaseerd op adviezen van de
Taaladviesdienst en de Universiteit van Utrecht en wordt ook gebruikt
door het ministerie OCW.

- bachelor, master
In lopende tekst zonder hoofdletter.

- bachelor-masterstructuur, bachelor-masterstelsel
In samenstellingen met bachelor-master komt het tweede deel er zonder
spatie achteraan.

- bacheloropleiding, bachelorfase, bachelordiploma, bachelortitel,


masterprogramma, masterfase, masterdiploma, mastertitel
Geen tussen-s, geen hoofdletter, geen verbindingsstreepje.
In samenstellingen met alleen de term ‘bachelor’ of ‘master’ geen spatie of
streepje.
De term ‘bachelorprogramma’ wordt niet gebruikt, omdat studenten in de
bachelorfase verschillende programma’s kiezen.

Graad bachelor en master op hbo-getuigschriften en titels


- Bachelor
- Master
met eventueel een toevoeging die betrekking heeft op het kennisdomein
van de betreffende bachelor- of masteropleiding:
- Bachelor Wiskunde
- Master Wiskunde

Niet toegestaan* is het gebruik van:


- Bachelor of Arts (BA) / Master of Arts (MA)
- Bachelor of Science (BSc) / Master of Science (MSc)

* Alleen afgestudeerden met een universitair mastergetuigschrift mogen de wettelijke


titels Master of Arts (MA) en Master of Science (MSc) krijgen.

De aanduidingen van de titulatuur in getuigschriften als toevoeging aan


namen van afgestudeerden worden met een hoofdletter geschreven.
In plaats van de titel kan in plaats van ‘Bachelor’ ook voor een afkorting
gekozen worden: ‘bc.’ of ‘ing.’ voor de naam.

40 Tekstassistent
- Ruud Verster Bachelor
- bc. Ruud Verster
- ing. Ruud Verster
- Ruud Verster Bachelor Wiskunde
- Ruud Verster B
- Ruud Verster B Ed
- Ruud Verster Bachelor of Social Work
- Ruud Verster Master
- Ruud Verster Master Wiskunde
- Ruud Verster M
- Ruud Verster M Ed
- Ruud Verster M Ed Wiskunde

- Major en minor, majors en minors, major-minormodel


Zonder hoofdletter.
In samenstellingen met ‘major’ en ‘minor’ komt het tweede deel er zonder
spatie achteraan.
Meervoud op -s.
De titel van de major of minor wordt met één hoofdletter geschreven, de
rest in kleine letter: major Sociale studies, minor Medische technologie.

Namen van opleidingen, vakken en beroepen


• Namen van opleidingen schrijft u met een hoofdletter:
- Fontys Paramedische Hogeschool verzorgt de opleidingen
Podotherapie en Fysiotherapie.
• Afkortingen van onderwijstypen schrijft u zonder hoofdletters of
punten tussen de letters:
- basisschool, gymnasium, vmbo, mbo, bve, havo, vwo, pabo, hbo, wo
• In eigennamen met dergelijke afkortingen erin hanteert u de voor-
geschreven schrijfwijze, zoals:
- HBO-raad, Fontys PABO ’s-Hertogenbosch
• Namen van de vakken zelf schrijft u met een kleine letter:
- Informatie over de vakken wiskunde en biologie vind je in de
brochure Science van Fontys Lerarenopleiding Tilburg.
• Namen van beroepen schrijft u met een kleine letter:
- Als verpleegkundige kunt u aan het werk in een algemeen
ziekenhuis.

Tekstassistent 41
Telefoonnummers
De persoonlijke communicatienummers (PCN’s) binnen Fontys schrijft u
met twee spaties:
- 0877 877 877
Bij andere telefoonnummers is de meest voorkomende schrijfwijze:
- (013) 535 13 47
- +31 (0)13 535 13 47

Overige veelgebruikte woorden binnen Fontys


(inclusief woorden die vaak fout worden gespeld)

- accommodatie
- accreditatie
- ad-hocbeslissing
- all-in
- all round (zij is all round, in tegenstelling tot: zij is een all-round-
medewerker)
- assessment
- basisonderwijs (zonder hoofdletter)
- bve (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, zonder hoofdletters)
- Bilobaprogramma
- businessplan
- cd, cd’s
- cd-rom, cd-rom’s
- collega, collega’s
- deeltijdopleiding hbo-bachelor of hbo-bachelordeeltijdopleiding
- didactiek
- diskette
- ects (European Credit Transfer System)
- ec (European credit; de afkorting wordt zowel in het enkelvoud als in
het meervoud gebruikt: 1 ec, 2 ec enzovoort)
- elektronische leeromgeving
- e-mail (zonder hoofdletter; ‘email’ is een term uit de kunstnijverheid),
e-mailbericht, e-mailen, ge-e-maild
- follow-up
- Fontys Hogescholen
- Fontys Informatietelefoon
- FontysOnline
- fotokopie, fotokopiëren

42 Tekstassistent
- freelance, freelancebasis, een freelancer
- fulltime, fulltimer, fulltimebasis, fulltime-basis
- gecommitteerde
- havo, havist
- hbo, hbo’er, hbo-opleiding, hbo-bachelorgetuigschrift,
hbo-bacheloropleiding, hbo-masteropleiding
- hoger onderwijs (zonder hoofdletter)
- in company, incompanytraining
- in service, inserviceopleiding
- Inspectie Hoger Onderwijs (of alleen Inspectie)
- internet (zonder hoofdletter)
- intranet (zonder hoofdletter)
- kort-hbo-opleiding (minder dan 240 nieuwe studiepunten), kort-
hbo-bacheloropleiding (240 nieuwe studiepunten)
- laptop (verkorting van labtopcomputer, van het Engelse ‘lap’ = schoot)
- learning communities, learning community
- Lumpsum, Lumpsum-financiering
- MACON (managementcontract), MACON’s
- MARAP (managementsrapportage), MARAP’s
- mbo, mbo’er, mbo-opleiding
- ministerie van OCW, de minister van OCW
- module (m.), twee modules, moduleoverzicht
- moduul (m.), twee modulen modulenoverzicht (de meervoudsvorm
en de schrijwijze van samenstellingen hangen dus af van uw keuze
voor module of moduul)
- niveau, niveaus
- OER, OER’en (het is de Onderwijs- en Examenregeling, afgekort de
OER en in het meervoud de OER’en)
- online
- organigram, organogram (volgens het Groene boekje zijn beide
schrijfwijzen correct. En volgens Van Dale zijn het ook synoniemen.
Het is dus correct om een van beide woorden te kiezen. Volgens Van
Dale is een organigram een schematische voorstelling van een organi-
satie en een organogram een schematische beschrijving van bouw en
ligging van organen. Daarom geven wij de voorkeur aan ‘organigram’.)
- pabo (als onderwijstype, maar Fontys PABO Limburg)
- parttime, parttimebasis, parttime-basis, parttimer
- PC (hoofdletters)

Tekstassistent 43
- post-hbo, post-hbo-cursus, post-hbo-bacheloropleiding, post-prope-
deuse (= programma dat aansluit op een hbo-bacheloropleiding)
- primair onderwijs (zonder hoofdletters)
- product, productiviteit
- propedeuse
- publicatie
- Raad van Bestuur (m., in interne teksten afgekort tot RvB)
- Raad van Toezicht (m.)
- R&D, Research & Development
- ROC (Regionaal Opleidingencentrum)
- stp (studiepunt; de afkorting wordt zowel in het enkelvoud als in het
meervoud gebruikt: 1 stp, 2 stp enzovoort)
- stagiair (m. en algemeen gebruikt)/stagiairs, stagiaire (v.)/stagiaires
- Studenten-servicebalie
- Tweede fase (voortgezet onderwijs, bovenbouw havo/vwo)
- vmbo, vmbo’er
- voicemail
- vwo, vwo’er
- voortgezet onderwijs (zonder hoofdletters)

Gedachtestreepjes
Gebruik voor en na een gedachtestreepje een spatie:
- Hij zal - en dat is heel begrijpelijk - de adviesnota niet op tijd klaar
kunnen hebben.

Getallen
In ‘gewone, lopende’ tekst geeft u alleen in woorden weer:
• de hele getallen beneden de twintig (getallen zonder cijfer achter de
komma);
• de tientallen tot honderd;
• de honderdtallen tot duizend;
• de getallen duizend, honderdduizend, miljoen en miljard.

- negenpuntsschaal, halfnegen, een negende, de negende groep,


negentien, twintig, 21, de 29ste groep, negentig, 93, negenhonderd,
negentienduizend, 29.000, negenhonderduizend, negen miljoen,
20.000.000, negen miljard
In zakelijke en exacte mededelingen schrijven we getallen altijd in cijfers.
- 20.30 uur, 1/9, groep 9, 9 studiepunten, € 3,-

44 Tekstassistent
Haakjes
Haakjes gebruikt u:
1 Bij een verklarende toevoeging:
- Bij interpunctie (het gebruik van leestekens) moet u op de kleintjes
letten.

2 Bij een verwijzing:


- Die parasiet komt in drie vormen voor (zie paragraaf 5.2).

3 Bij een keuzemogelijkheid:


- Gevraagd: verkoopster (verkoper).

Vaak wordt in dergelijke gevallen een schuine streep gebruikt:


- verkoopster/verkoper
- verkoper m/v

4 Als u een deel uit een geciteerde zin weglaat (tussen haakjes schrijft u
dan drie puntjes):
- In de zin ‘Indien u (...) uit de wereld’ vindt u de oplossing van het
vraagstuk.

Vermijd lelijk en moeilijk leesbaar gebruik van haakjes, zoals in:


- docent(e) of lera(a)r(e)s.
Beter is:
- docent(docente) of: docent/docente of: docent m/v.

Hebben of zijn?
In het algemeen weet u of u een werkwoord vervoegt met ‘hebben’ of met
‘zijn’. Maar dat geldt misschien niet voor werkwoorden die, afhankelijk van
de situatie, zowel met ‘hebben’ als met ‘zijn’ vervoegd kunnen worden.
Volledig sluitende regels zijn niet te geven. In het algemeen geldt:
• dat u ‘zijn’ gebruikt als er sprake is van een toestand of situatie waarop
u het accent wilt leggen,
• en ‘hebben’ als er sprake is van een handeling.
Maar dat verschil is niet altijd even helder.
- Ik ben de naam van die rivier vergeten. (toestand)
- Ik heb mijn aantekeningen vergeten. (handeling)
- Gisteren ben ik gevolgd door een vrouw in een
paarsachtige regenjas. (toestand)

Tekstassistent 45
- Ik heb de vorige week zijn wandelgangen
nauwlettend gevolgd. (handeling)
- Ik heb er niet toe kunnen komen dat werkstuk
weg te doen. (handeling)

Handelingswerkwoorden, zoals ‘klimmen’, ‘wandelen’, ‘fietsen’, ‘rijden’ en


‘lopen’, vervoegt u met ‘hebben’ als u de nadruk wilt leggen op de
handeling, en met ‘zijn’ als u het accent wilt leggen op de plaats waarnaar
men zich heeft begeven.
- Ze heeft de hele afstand gefietst. (nadruk op handeling)
- Gisteren is ze naar Hengelo gefietst. (nadruk op de plaats)

Heel veel
Versterkende woorden als buitengewoon fraai, heel goed, erg mooi, uiterst
aantrekkelijk en zeer veel voegen zelden iets toe aan uw mededeling.
U kunt ze beter schrappen.

Hen of hun?
Niemand zal een fout maken bij het woord ‘hun’ als dat een bezittelijk
voornaamwoord is:
- Dat is hun huis.

Maar dat wordt anders als het gaat om ‘hun’ of ‘hen’, wanneer die
woorden gebruikt worden als persoonlijk voornaamwoord:
- Dat huis is van hun/hen (?)
- Ik heb dat hun/hen gegeven (?)

In het dagelijkse taalgebruik worden ‘hun’ en ‘hen’ door elkaar gebruikt.


Maar er zijn veel mensen die het bestaande verschil willen handhaven in
verzorgd taalgebruik.
De regels zijn simpel:
1 U mag ‘hun’ alléén gebruiken als dat in de zin een meewerkend
voorwerp is zónder voorzetsel ‘aan’ of ‘voor’:
- De politie heeft hun het verder rijden verboden.
- Ik ga hun dat nu vertellen.

2 In alle andere gevallen gebruikt u ‘hen’.


- Ik ga dat nu aan hen vertellen.
- Zij zal hen wel even met de auto wegbrengen.

46 Tekstassistent
3 In twijfelgevallen gebruikt u het woordje ‘ze’, zeker in het dagelijkse
taalgebruik.
- De politie heeft ze het verder rijden verboden.
- Hij gaf ze een koekje van eigen deeg.

Helemaal fout is het gebruik van het woordje ‘hun’ als onderwerp. Toch
hoort u dat in spreektaal heel vaak.
Niet: Hun hebben het gedaan!
Wel: Zij hebben het gedaan!

Herhaling van woorden


Voortdurende herhaling van woorden is storend. U kunt ze beter
vervangen door verwijswoorden, door omschrijvingen van het woord of
door synoniemen. Tekstverwerkers hebben daarvoor soms een handige
synoniemenlijst.

Niet: Als je op de rode knop van het kopieerapparaat drukt, stopt het
kopieerapparaat onmiddellijk. Het kopieerapparaat onthoudt dan
wel hoeveel kopieën het kopieerapparaat nog moet maken. Het
kopieerapparaat kan weer verder gaan waar het kopieerapparaat is
gebleven zodra de storing aan het kopieerapparaat is opgeheven.
Wel: Als je op de rode knop van het kopieerapparaat drukt, stopt het
onmiddellijk. Het onthoudt dan wel hoeveel kopieën nog gemaakt
moeten worden. Je kunt weer verder gaan, zodra de storing is
opgeheven.

Niet: Uit de aard der zaak is de secretaresse een verlengstuk van haar
baas. Ze neemt veel van hem over. Dat moet wel de aard van het
beestje zijn. Als de aard van de baas is dat hij alles wil controleren,
zal de secretaresse haar aard niet snel vinden.
Wel: De secretaresse is een verlengstuk van haar baas. Ze neemt veel van
hem over. De baas moet wel zaken aan haar kunnen overdragen. Als
hij alles wil controleren, zal ze haar werk niet interessant vinden.

Tekstassistent 47
Hoofdletters
Hoofdletters schrijft u:
1 aan het begin van een zin of letterlijke aanhaling:
- Hij vroeg: ‘Ga je mee?’

In zinnen die beginnen met ‘s, ‘t, en ‘n, schrijft u het tweede woord
met een hoofdletter:
- ‘s Morgens vroeg moet je bij haar niet aankomen.

2 eigennamen, feestdagen, historische gebeurtenissen en woorden die


van eigennamen zijn afgeleid:
- Karel, het Brabants dialect, Hoenderlo, Nijhoffstraat, Amrobank, de
Tweede Wereldoorlog, de Golfoorlog, Kerstmis (maar samen-
stellingen met een kleine letter, dus: kerstnacht), Pasen (maar paas-
avond), Hemelvaart (maar hemelvaartsdag), Suikerfeest, Franstalig,
de Duitse taal, Nederlands, de Engelse literatuur, Zuid-Amerika,
Noord-Brabant, Noord-Brabants, West-Friesland, een West-Friese
vrouw, een West-Friese, Zuid-Nederlandse lerarenopleidingen,
Zuidoost-Frankrijk, Zuidoost-Franse producten, Zeeuws-Vlaams,
Zuidwest-Vlaanderen (het zuidwesten van Vlaanderen), Zuid-West-
Vlaanderen (het zuiden van West-Vlaanderen), anti-Amerikaans,
Saturnus, Mazda 626, een Fokker Friendship, Philips, Akzo.

Woorden waarmee we een historische periode benoemen of waarmee


we de tijd indelen, krijgen een kleine letter (behalve in gespecialiseer-
de publicaties):
- middeleeuwen, mesolithicum, ijstijd, barok

In het Duits en Frans worden de namen van de taal zónder hoofdletter


gebruikt:
- Ich will einmal deutsch mit ihm reden (Ik zal hem eens zeggen
waar het op staat).
- Je voudrais parler français avec lui (Ik zou hem wel eens precies
willen zeggen waar het op staat).

48 Tekstassistent
Let op en vergelijk:
- Jan van Galen - drs. J. van Galen - meneer Van Galen - collega Van
Galen
- Trees de Bruin - mevrouw T. de Bruin - mevrouw De Bruin -
professor De Bruin

De namen van de weekdagen, maanden, jaargetijden en de windstreken


schrijft u met een kleine letter:
- maandag, oktober, herfst, het zuiden, het zuidoosten, noord-noord-
west

Dat geldt ook voor maten, gewichten en munten:


- km, kg, euro

Ook woorden waarin de naam van een persoon voorkomt als eerste
deel en afleidingen van een persoon, schrijft u met een kleine letter:
- coopertest, downsyndroom, montessorionderwijs, röntgenstralen,
wankelmotor,
- freudiaans, marxisme, victoriaans, kafkaiaans, calvinistisch

Volkennamen, verwijzingen naar personen die tot een bepaald volk


behoren en verwijzingen naar een volk krijgen een hoofdletter:
- Schotten, Ieren, Engelsen
- Arabier, Azteek, Berber, Eskimo, Galliër, Germaan, Inca, Jood,
Palestijn, Viking
- Berberse kleding, Eskimohut, Vikingboot

Religies en stromingen schrijft u met een kleine letter:


- christen, hindoe, islamiet, mohammedaan, moslim, jood, protestant,
impressionisme, romantiek, katholicisme
Hetzelfde geldt voor etnische groepen:
- een indiaanse, indiaans, zigeuner, bedoeïen, een mulat

Dat geldt ook voor eigennamen die soortnamen geworden zijn:


- cognac, champagne, sint-bernardshond, adamsappel, een havanna,
een achillespees, een fröbelschool, een fles bordeaux

Tekstassistent 49
3 in titels van schilderijen, boeken en dergelijke:
- De ‘Nachtwacht’ van Rembrandt
- De spannende thriller The Godfather van Mario Puzo (Titels van
boeken, nota’s en rapporten plaatst u niet tussen aanhalingstekens,
maar cursiveert u.)

4 bij veel traditionele afkortingen:


- KRO, de RAI, NS, V&D, KPN, PvdA, VPRO

Veelgebruikte afkortingen worden tegenwoordig steeds vaker zonder


hoofdletters geschreven:
- basisonderwijs, bve, cd, cd-rom, hbo, mavo, mbo, havo, tv, voort-
gezet onderwijs, vwo

Dat geldt ook voor titels (behalve als ze aan het begin van een zin
voorkomen):
- drs., dr., ds., ir., mr.

5 bij de naam van een helig persoon of heilig begrip:


- In dat geval straft God onmiddellijk.
- Het woord Jahweh is een vocalisatie van de Hebreeuwse naam van
God (jhwh).
In alle andere gevallen schrijft u ‘god’:
- De Griekse goden.
- Ze ziet eruit als een jonge godin.

Gebruik geen hoofdletters in woorden als ‘sociaal-economisch’ (en vergeet


het koppelteken tussen de woorden niet).
Niet: Het Sociaal Agogische Domein
Wel: Het sociaal-agogische domein

Inversie
De meest voorkomende grammaticale zinsvolgorde is:
onderwerp - persoonsvorm - overige zinsdelen.
Men spreekt daarbij van de gewone woordvolgorde:
- Ze richten morgen het kantoor opnieuw in.
- We hebben morgen een vrije dag.

50 Tekstassistent
Een veel voorkomende grammaticale zinsvolgorde heet inversie
(= omgekeerde woordvolgorde):
zinsdeel - persoonsvorm - onderwerp:
- Morgen richten ze het kantoor opnieuw in.
- Morgen hebben we een vrije dag.

Morgen richten ze het kantoor opnieuw in en hebben we een vrije dag.


Ook in deze ‘dubbelzin’ is sprake van inversie. In de tweede zin is het
woordje morgen samengetrokken, maar de woordvolgorde is nog steeds
die van de inversie en dat is correct.

Vooral bij inversie (de volgorde: zinsdeel - persoonsvorm - onderwerp)


bestaat in ‘dubbelzinnen’ het gevaar van ontsporing, zodat er sprake is van
foutieve inversie.
Er zijn twee mogelijkheden:
1 Doordat in de tweede zin een zinsdeel samengetrokken is, vergeet de
schrijver dat hij inversie toe moet passen:
Niet: Morgen richten ze het kantoor opnieuw in en we hebben een
dag vrij.
Wel: Morgen richten ze het kantoor opnieuw in en hebben we een
dag vrij.

2 Schrijvers gebruiken in de tweede zin inversie, hoewel er geen zinsdeel


aan vooraf gaat en er ook geen zinsdeel uit de eerste zin bij gedacht
kan worden (men spreekt van Tante-Betjestijl):
- Niet: Die toets vond ik erg moeilijk, maar kreeg ik toch een goed
cijfer.
Wel: Die toets vond ik erg moeilijk, maar ik kreeg toch een goed
cijfer.
Die toets vond ik erg moeilijk, maar toch kreeg ik een goed
cijfer.
- Niet: Gisteren heb ik Jiskefet gezien en wil ik je daarover iets leuks
vertellen.
Wel: Gisteren heb ik Jiskefet gezien en ik wil je daarover iets leuks
vertellen.
Gisteren heb ik Jiskefet gezien en daarover wil ik je iets leuks
vertellen.

Tekstassistent 51
- Niet: Vanavond maak ik het bedrag over en krijg ik het boek
binnen een week.
Wel: Vanavond maak ik het bedrag over en ik krijg het boek
binnen een week.
Vanavond maak ik het bedrag over en dan krijg ik het boek
binnen een week.

Jargon
didactiek - stansen - gremium - oscillograaf - contrefort - font - lexicon -
thema - CDi - prägen - cluster - SWOT-analyse - infrastructuur - logistiek -
metabolisme

Met vaktaal of jargon worden de ‘technische’ woorden bedoeld die bij een
bepaald beroep horen. Het zijn woorden die voor buitenstaanders vaak
onduidelijk zijn. Het gebruik van jargon in teksten die voor vakgenoten
bedoeld zijn, is natuurlijk geen probleem.

Vermijd alstublieft jargon dat voor de doelgroep onduidelijk is. En áls u


jargon in een tekst voor niet-vakgenoten moet gebruiken, leg dan duidelijk
uit wat u met elk begrip bedoelt, bijvoorbeeld door de betekenis van een
woord er tussen haakjes achter te zetten:
• Voor vakgenoten:
- In de zin ‘Dat kost duur’ is ‘kost duur’ zowel een contaminatie als
een gallicisme.
• Voor niet-vakgenoten:
- In de zin ‘Dat kost duur’ is ‘kost duur’ zowel een contaminatie (een
vermenging van ‘is duur’ en ‘kost veel’ ) als een gallicisme (een
klakkeloze vertaling van het Franse ‘coûter cher’).

Je kan of je kunt?
‘Je kan’en ‘je kunt’ zijn allebei juiste werkwoordsvormen. Volgens de
Nederlandse Taalunie is ‘je kunt’ de gewone vorm en ‘je kan’ de informele
vorm.
Hetzelfde geldt voor:

de gewone vorm de informele vorm


je wilt je wil
je zult je zal

52 Tekstassistent
Als ‘je’ in een zin de betekenis van ‘men’ heeft, dan kunt u voor beide
persoonsvormen kiezen. Vergelijk:
- Je kunt je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger
omkomen.
- Je kan je toch niet voorstellen dat nog zoveel mensen van honger
omkomen.

Komma
Een komma gebruikt u op plaatsen in een zin waar u een korte pauze
maakt bij hardop lezen:
- Bram, de midvoor van ons elftal, maakte het eerste doelpunt.

Een komma kunt u ook gebruiken om verwarring bij de lezer te


voorkomen:
- Als je dat niet kunt bakken we de taart zelf wel. (verwarring bij de
lezer)
- Als je dat niet kunt, bakken we de taart zelf wel. (geen verwarring)

Soms kan een komma ook betekenisverschil uitmaken:


- Evelien gaat op bezoek bij haar broer die in Utrecht woont. (E. heeft
meer dan één broer; deze woont in Utrecht.)
- Evelien gaat op bezoek bij haar broer, die in Utrecht woont. (E. heeft
maar één broer.)

U zet een komma:


1 Tussen bijvoeglijke naamwoorden:
- Een mager, oud mannetje deed open.

2 Tussen werkwoordsvormen die niet bij elkaar horen:


- Wat je nu zegt, geloof ik niet.
- Als je het niet gelooft, heb ik een flink probleem.

3 Tussen de delen van een opsomming:


- In die zaak verkopen ze cd’s, audiocassettes, videogames en
computerspelletjes.

4 Als een grotere zin bestaat uit meerdere kleinere zinnen:


- Hij gaat naar Florence, als hij vrij kan krijgen.

Tekstassistent 53
5 In zinnen met een bijvoeglijke bijzin erin die u weg kunt laten zonder
dat de betekenis van de zin wezenlijk verandert (er is dan sprake van
een zogenaamde ‘uitbreidende’ bijzin):
- Michael Jackson, die herstelt van een inzinking, heeft zijn tournee
afgebroken.
Zinnen waarin u die bijzin niet weg kunt laten (het gaat dan om een
zogenaamde ‘beperkende’ bijzin), zet u niet tussen komma’s:
- Mensen die opzettelijk dieren pijn doen, zouden de gevangenis in
moeten.
Spreek bij twijfel de zin uit. U kunt dan aan de pauzes horen of er
sprake is van een uitbreidende (twee pauzes: een aan het begin en een
aan het eind) of een beperkende bijzin (één pauze aan het eind).

6 Bij een aansprekingen uitroep:


- Erno, kom eens even.
- Hé, ben jij nou gek!

Koppelteken
Samenstellingen schrijft u zoveel mogelijk aan elkaar. Maar op die regel
zijn verschillende uitzonderingen:
1 Als de leesbaarheid in gevaar komt (omdat de klinkers die op elkaar
stuiten, als één klank gelezen kunnen worden), gebruikt u een liggend
streepje (koppelteken):
- penicilline-injectie - zestiende-eeuws
- radio-omroep - anti-intellectueel
- college-uren - massa-aankopen
- gossip-pers - gala-avond

> Zie ook bij Engelse woordgroepen

Hieronder vallen ook afleidingen met de voorvoegsels bio-, macro-, multi-


en neo-:
- bio-industrie - macro-economie
- micro-economie - mini-emplacement
- multi-etnisch - neo-expressionistisch

54 Tekstassistent
2 U gebruikt óók een koppelteken als er anders inhoudelijk misverstand
dreigt. Vergelijk:
- tabaksteler = tabaks-teler = tabak-steler
- kwartslagen = kwarts-lagen = kwart-slagen
- dijkramp = dij-kramp = dijk-ramp
- valkuil = valk-uil = val-kuil

3 U gebruikt eveneens een koppelteken om verkeerde uitspraak te voor-


komen als u woorden aan elkaar schrijft. Vergelijk:
- Zo-even zag ik Truus voorbij zoeven op haar brommer.
- pijpetuitje/pijp-etuitje
- bommelding/bom-melding
- meisje alleen gevraagd /meisje-alleen gevraagd
- hyenavel /hyena-vel

4 U gebruikt het koppelteken ook om een belangrijk verschil aan te


geven. Vergelijk:
- basis-woordenboek
- basiswoorden-boek

Een koppelteken gebruikt u verder:


5 Bij aardrijkskundige samenstellingen en hun afleidingen:
- Noord-Brabant, Noord-Brabants,Noord-Brabander
- het West-Friese dialect
- Zuidoost-Gronings
- Zeeuws-Vlaams
- noord-noord-west

Aardrijkskundige namen die geen koppelteken hebben in het basiswoord,


krijgen ook geen koppelteken in de afleiding:
- Costa Rica dus: een Costa Ricaanse collega
- Dode Zee dus: Dode Zeevakantie
- Los Angeles dus: een Los Angelessouvenir
- Middellandse Zee dus: het Middellandse Zeegebied
- New York dus: een New Yorker

Tekstassistent 55
Dit geldt trouwens ook voor eigennamen. Ook die schrijft u zonder
koppelteken als het basiswoord er geen heeft:
- Johannes Vermeer dus: een Johannes Vermeerachtige schilder
- Koningin Beatrix dus: de Koningin Beatrixschool

6 Bij tweeledige samenstellingen:


a als het eerste woord een nadere bepaling van het woord erna geeft:
- Tweede-Kamerzitting (vergelijk: een tweede Kamerzitting)
- Sint-Nicolaas / St.-Nicolaas
- ‘s-Hertogenbosch
- sociaal-democratie
- Rode-Kruiszuster
- Een Fontys-logoprint
Hierbij horen ook de samenstellingen met de voorvoegsels niet-, oud-
(=voormalig), privé-, adjunct-, aspirant-, ex- (=voormalig), loco-
(=plaatsvervangend), pro- (=voorstander), pseudo-, quasi-, semi-, sub-
stituut- en vice-:
- niet-roker - de oud-hollandse tegeltjes
- die oud-commissaris - privé-detective
- adjunct-directeur - aspirant-lid
- ex-vrouw - loco-burgemeester
- pro-Arabisch - pseudo-godsdienst
- quasi-nonchalant - semi-wetenschappelijk
- substituut-officier - vice-president

b als het tweede woord een nadere bepaling van het woord ervoor
geeft:
- een café-chantant - minister-president
- directeur-generaal - Staten-Generaal
- de commissie-Broos - het plan-Reuter
- een diner-dansant

7 Als een woordddeel wegvalt:


- in- en uitvoer
- in- en verkoop
- woon-werkverkeer

56 Tekstassistent
8 Bij samenstellingen met cijfers en letters:
- een havo-leerling - het 60-jarig jublieum
- het VPRO-blad - tv-kijker
- IQ-test - tl-buis
- €-teken - een meervouds-s
- de ISO-norm - cd-rom

Maar bij het meervoud van letterwoorden en bij afleidingen van


afkortingen gebruikt u geen koppelteken, maar een apostrof:
- NV’s
- drie mbo’s
- drie s’en
- een hbo’er

9 In namen van getrouwde vrouwen:


- mevrouw Leijnen-Schrauwen.

10 In uitdrukkingen als:
- een sta-in-de-weg
- een kant-en-klare maaltijd
- kop-hals-rompboerderij
- kat-en-muis-spel

> Zie ook bij Engelse woordgroepen

11 Bij gelijkwaardige delen van samenstellingen als:


- schilder-beeldhouwer
- rooms-katholiek (r.-k.)
- protestants-christelijk
- de rood-wit-blauwe vlag

12 In woorden op -achtig, waarbij het eerste deel eindigt met een klinker:
- lila-achtig
- Viva-achtig

Tekstassistent 57
13 Het koppelteken vervangt het trema alléén in samenstellingen (woor-
den waarvan de delen ook als zelfstandig woord kunnen voorkomen):
- niet zoëven maar zo-even
- niet naäpen maar na-apen
- niet zeeëgel maar zee-egel
- niet toeëigenen maar toe-eigenen

Bij voorvoegsels als ‘ge-’ en ‘be-’ blijft u dus het trema gebruiken:
- geïnteresseerd
- beïnvloedbaar

Leenwoorden
In elke taal komen allerlei woorden voor die aan andere talen ontleend
zijn. Die woorden noemen we leenwoorden. Leenwoorden worden zo
geschreven als ze in de oorspronkelijke taal geschreven worden.
De werkwoorden worden op een Nederlandse manier vervoegd.
Met name in zakelijke teksten worden leenwoorden gebruikt voor dingen
waarvoor óf geen Nederlands woord is óf een buitenlands woord
gebruikelijk is geworden. Zo is er geen Nederlands woord voor ‘fax’ en
spreken we van een ‘mountainbike’ en niet van een ‘bergfiets’. En er zijn
geen goede alternatieven voor ‘computer’, ‘drugs’, ‘image’, ‘grapefruit’,
‘avocado’ en ‘understatement’. Dit zijn gewenste vreemdelingen, nuttige
leenwoorden.

Maar als er wél een goed Nederlands woord is, verdient het de voorkeur
om dat te gebruiken. Sommige kritische taalgebruikers (puristen) gaan
nóg verder: zij vinden dat álle ‘indringers’ door zuiver Nederlandse
woorden moeten worden vervangen. Zij kiezen daarom uit principe
niet voor ‘calculator’, maar voor ‘rekenmachine’, niet voor ‘helikopter’,
maar voor ‘hefschroefvliegtuig’, niet voor ‘deserteur’, maar voor
‘vaandelvluchtige’, niet voor ‘baby’, maar voor ‘zuigeling’ ...

Leestekens
Leestekens, zoals aanhalingstekens, dubbele punten, komma’s en punten,
zijn hulpmiddelen om de structuur van een zin te begrijpen. Vergelijk:
- De burgemeester zei de secretaris is een schurk.
- De burgemeester zei: ‘De secretaris is een schurk.’
- ‘De burgemeester’, zei de secretaris, ‘is een schurk.’

58 Tekstassistent
Lege woorden
De neiging om zo duidelijk mogelijk te zijn, kan vaagheid veroorzaken.
Uw nuances kunnen een tekst verhelderen, maar ook de overtuiging eruit
halen. Zeker als u ‘lege woorden’ gebruikt, woorden met een ruime,
algemene betekenis.
Helderheid gaat boven volledigheid. Ga daarom recht op uw doel af, vertel
wat u weet en draai er niet omheen.
Niet: Bij onze review is gebleken dat de afscherming van persoons-
gegevens in 2000 niet voldoende was gerealiseerd.
Wel: Uit ons vervolgonderzoek blijkt dat de bescherming van persoons-
gegevens in 2000 onvoldoende was.

Vaak hebben lege woorden geen inhoudelijke functie. U kunt ze dan


zonder bezwaar weglaten of omschrijven op een andere manier.
• Aspect
Niet: In uw beleid moet ook het aspect van de materiële kosten
worden betrokken.
Wel: In het beleid moet u ook de materiële kosten betrekken.
• Huidige
Niet: De huidige situatie laat niet toe…
Wel: De situatie laat niet toe …
• In feite
Niet: In feite is daaraan helemaal geen gebrek.
Wel: Daaraan is helemaal geen gebrek.
• Inmiddels
Niet: Inmiddels is de kwestie opgelost.
Wel: De kwestie is opgelost.
• In principe
Niet: In principe geven we daarvoor geen toestemming.
Wel: Daarvoor geven we bijna nooit toestemming.

Meervoud van zelfstandige naamwoorden


-s of -’s
Als er geen gevaar voor een verkeerde uitspraak bestaat, krijgen de
zelfstandige naamwoorden in het meervoud -s:
- horloges, cafés, dictees, milieus, bureaus, vakanties

Tekstassistent 59
Woorden die eindigen op een lange klinker -a, -i, -o, -u of -y krijgen in
het meervoud -’s:
- collega’s, taxi’s, auto’s, paraplu’s, baby’s
- vla’s, ra’s, eega’s, la’s

-iën of -ieën
Woorden die eindigen op -ee, krijgen in het meervoud -ën:
- ideeën

Woorden die eindigen op -ie, krijgen in het meervoud -iën, als de


klemtoon niet op de -ie valt:
- bacteriën, financiën

Als de klemtoon wél op de -ie valt, krijgen de woorden in het


meervoud -ieën:
- industrieën, relikwieën

Verdubbeling van de slotmedeklinker


Een slotmedeklinker wordt alleen verdubbeld na een korte klinker met
klemtoon:
- model/modellen
De slotmedeklinker wordt dus niet verdubbeld in woorden als:
- monniken, leeuweriken, dreumesen

Uitzondering: woorden op -as, -os, -us en -is krijgen altijd verdubbeling


van de slotmedeklinker:
- harnassen, albatrossen, prospectussen, notarissen

Vreemde woorden
Let op de uitgang van vreemde woorden:
- fotograaf/fotografen
- catalogus/catalogi (maar catalogussen is ook goed)
- curriculum/curricula
- medicus/medici
- museum/musea (maar museums is ook goed)
- minor/minors
- major/majors

60 Tekstassistent
Men
Gebruik ‘men’ liever niet, omdat het zo’n onpersoonlijke indruk maakt.
Maak liever duidelijk wie ‘men’ is.
Niet: Men vindt …
Wel: De Tweede Kamer vindt …

Modewoorden
Modewoorden en -uitdrukkingen worden een tijd door mensen gebruikt
en verdwijnen daarna weer. Men spreekt daarom ook wel van
‘taalkometen’. Voorbeelden:
- Iets op de rails zetten.
- Laat-ie fijn zijn!
- Foutje, bedankt!
- Zeker weten.
- Honderd punten! (voor iets dat zeer gewaardeerd wordt)

De zogenaamde ‘turbotaal’ valt ook onder de categorie modewoorden.


Het is taal vol afkortingen en Engelse leenwoorden:
- een depri (gedeprimeerd persoon)
- een hippo (lomp, zwaarlijvig persoon)
- een dombo (sufferd)
- een aso (een asociaal figuur)
- charming! (dat is heel aardig!)
- appealing (dat is heel aardig!)
- issue (onderwerp)
- tent (café, restaurant of hotel)
- hut (de eigen woning)

In verzorgde stijl kunt u modewoorden beter vermijden. Zeker als het gaat
om vreselijke woorden als:
- aansturen
- bol staan
- ervoor gaan
- Fontysbreed (geldt alléén voor tapijt!)
- hard maken
- kostenplaatje
- no way!
- op de tocht staan
- opstarten

Tekstassistent 61
- recht in bed leggen
- uitdiscussiëren
- iets ventileren
- opleuken

Naamvalsvormen
-s als tweede-naamvalsuitgang
Als een woord op een medeklinker eindigt, schrijft u de -s aan het woord
vast:
- Karins agenda
- Nederlands taalgebruik
Als die laatste medeklinker een -x of een -s is, gebruikt u een
weglatingsteken (apostrof):
- Felix’ cassettes
- Francis’ T-shirt

Als een woord op een klinker eindigt, schrijft u de -s aan het woord vast
als dat geen uitspraakproblemen geeft:
- Pietjes boek
- Marietjes tas

Bij dreigende uitspraakproblemen schrijft u ‘s:


- Opa’s voetbalschoenen
- Margo’s racket

Om de bedrijfsnaam te beschermen, gebruikt de zakenwereld meestal ‘s,


ook al is er geen uitspraakprobleem:
- Van Houten’s chocoladevlokken
- Verkade’s producten
Maar:
- Fontys’ studieaanbod

Oude naamvalsvormen (staande uitdrukkingen)


Aan sommige woorden kunt u nog zien dat het Nederlands vroeger
naamvallen kende:
- in naam der wet
- in naam des konings

62 Tekstassistent
En in veel uitdrukkingen komen ook nog oude naamvalsvormen voor
(men spreekt van staande uitdrukkingen). Hierna volgen de meest
voorkomende:
- de vrouw des huizes - in der minne schikken
- in dezen - in groten getale
- in koelen bloede - met voorbedachten rade
- mijns inziens - schrijver dezes
- te allen tijde - te gelegener tijd
- te gronde gaan - te mijnen huize
- te mijner beschikking - te uwent
- te uwer informatie - te zijnen laste
- ten aanschouwen van - ten algemenen nutte
- ten anderen male - ten enenmale
- ten langen leste - ten vervolge op
- ter andere zijde - terzelfder tijd
- van dien aard - van goeden huize
- te zijner tijd

Als u staande uitdrukkingen goed wilt schrijven, zult u in veel gevallen een
woordenboek moeten raadplegen.

Om
Gebruik het voegwoord ‘om’ alléén aan het begin van een doelaanwijzen-
de bijzin:
- Frank heeft haar een tientje gegeven om een fotoalbum te kopen.

Maar u kunt ‘om’ weglaten als het woord ‘doel’ (of een synoniem ervan)
al in de zin staat; anders ontstaat een soort van pleonasme:
- Dus jouw doel is geld in te zamelen voor dat studentenfeest?
- Is het jouw bedoeling geld in te zamelen voor dat studentenfeest?

Laat ‘om’ ook weg bij beknopte onderwerps- en voorwerpszinnen:


- Het lijkt me niet verstandig hem dat mobieltje te laten repareren.
- Ze heeft met me afgesproken direct tot actie over te gaan.

Als er geen sprake is van een doelaanwijzende bijzin, laat u ‘om’ natuurlijk
achterwege:
- Niet: De Titanic begon zijn eerste reis om al na enkele dagen te zinken
door een botsing met een ijsberg.

Tekstassistent 63
Wel: De Titanic begon zijn eerste reis en zonk al na enkele dagen
door een botsing met een ijsberg.
- Niet: Ik heb hem verzocht om nog drie dagen met dat rapport te
wachten.
Wel: Ik heb hem verzocht nog drie dagen met dat rapport te
wachten.

Omsluiting
Het komt de begrijpelijkheid van een zin bepaald niet ten goede als u tus-
sen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord te veel bepalingen zet. De
afstand tussen lidwoord en zelfstandig naamwoord is dan namelijk te
groot. Voorbeeld:
Niet: Een kostbaar en de inhoud en de prachtige uitvoering in
aanmerking genomen, toch in werkelijkheid en trouwens ook naar
het oordeel van ieder waarlijk deskundig, niet te duur boek.
(Uit Onze taal. Overigens: een boek kan niet deskundig zijn; dat
verbeteren we hierna daarom ook.)
Wel: Dit boek is kostbaar vanwege de inhoud en de prachtige uitvoering.
Iedereen vindt het ook een boek waaruit grote deskundigheid
blijkt. Toch is het niet duur.

Ontkenning
In het dagelijkse taalgebruik is de onjuiste plaatsing van een ontkenning
geen probleem. Gewoonlijk blijkt uit de context wel wat de spreker of
schrijver eigenlijk bedoelt.
Maar in verzorgd taalgebruik is het wenselijk de regels van de logica toe te
passen en ontkenningen op de juiste plaats te zetten.
- Niet: Elk Zuid-Amerikaans land is niet even geschikt voor emigratie.
Wel: Niet elk Zuid-Amerikaans land is even geschikt voor emigratie.
- Niet: Elke wijziging is geen verbetering.
Wel: Niet elke wijziging is een verbetering.

De foutief geplaatste ontkenning kan zelfs zorgen voor een tegenstrijdig-


heid in de zin:
Niet: Hij verliet de bespreking, maar niet nadat hij zijn standpunt had
gemotiveerd.
(Feitelijk staat er in deze zin dat hij de vergadering op een ander
moment had verlaten dan na het tijdstip waarop hij zijn standpunt
had gemotiveerd!)

64 Tekstassistent
Dergelijke fouten kunnen op verschillende manieren worden opgelost:
- Hij verliet de bespreking, nadat hij zijn standpunt had gemotiveerd.
- Hij verliet de bespreking, maar niet eerder dan nadat hij zijn standpunt
had gemotiveerd.
- Hij verliet de bespreking, maar pas nadat hij zijn standpunt had
gemotiveerd.

Dubbele ontkenning
In de spreektaal gebruiken veel mensen dubbele ontkenningen van het type:
- Dat heb ik nog nooit niet gezien.
- Daar heb ik nu even niets geen zin in, hoor.
- Heel even zag hij nergens geen oplossing meer.
Feitelijk wordt in deze zinnen gezondigd tegen de logica. Maar de taalgebrui-
kers zien de eerste ontkenning vooral als een versterking van de tweede.
In verzorgd, schriftelijk taalgebruik kunt u dergelijke dubbele
ontkenningen echter beter niet gebruiken.

Litotes
Er is overigens nog een ander type ontkenning met een soort van
verdubbeling erin, dat in verzorgd taalgebruik wél geoorloofd is. Dat is de
zogenaamde litotes. Een litotes is een stijlfiguur: het is in feite een sterke
bevestiging in de vorm van een ontkenning:
- Ze heeft aan die klus niet weinig dagen besteed. (niet weinig = niet
niet veel = veel dagen)
- Hij kan niet onaardig voetballen. (niet onaardig = niet niet aardig =
goed voetballen)
- Dat je lang op de uitslag moet wachten, is bij haar niet ongewoon.
(niet ongewoon = niet niet gewoon = heel gebruikelijk)
- Hij is er niet vies van. (hij doet of lust het graag)

Méér dan één ontkenning veroorzaakt wanbegrip


Wees voorzichtig met méér dan één ontkenning in zinnen. Die maken het
soms héél moeilijk om te begrijpen wat er precies bedoeld wordt. Gebruik
liever maar één ontkenning per zin.
- Niet: Ik verwacht niet dat de opdracht niet door zal gaan.
Wel: Ik verwacht dat de opdracht door zal gaan.
- Niet: Met de import van deze grondstof willen we voorkomen dat de
productie niet op peil gehouden kan worden.
Wel: De import van deze grondstof helpt ons de productie op peil te
houden.

Tekstassistent 65
Opsommingen
In zakelijke teksten komen vaak opsommingen voor. Opsommingen
kunnen ook als stijlmiddel aangewend worden om lange, onoverzichtelijke
zinnen leesbaar te maken. Behandel opsommingen consequent en kies
voor één aanpak:
• Onderdelen van een opsomming markeert u door ze onder elkaar te
plaatsen:
- De eerste reeks van een opsomming geeft u bijvoorbeeld alleen aan
met bolletjes (bullets).
- De verdere onderverdeling geeft u aan met liggende streepjes.
• Als de opsomming bestaat uit volledige zinnen (zoals de vorige
opsomming), begin dan elk onderdeel met een hoofdletter en eindig
met een punt.
• Als de opsomming bestaat uit losse woorden (zoals de nu volgende
opsomming), handel dan als volgt:
- geen hoofdletters;
- na elk onderdeel een puntkomma;
- na het laatste onderdeel een punt.
Pas opsommingen spaarzaam toe, omdat overdaad schaadt.

Passe-partoutwoorden (stoplappen)
Passe-partoutwoorden of stoplappen zijn woorden met verschillende bete-
kenissen die gebruikt worden in situaties dat er een ander, beter passend
woord bestaat.

Het passe-partout ‘in verband met’ kunt u ook beter vervangen door
geschiktere woorden:
Niet: Wel:
- De student kreeg in verband met zijn De student kreeg een negatief
slechte tentamenresulaten een studieadvies vanwege zijn
negatief studieadvies slechte tentamenresultaten.
- In verband met zijn chronische Omdat hij last had van
migraine trad hij af als secretaris. chronische migraine trad hij
af als secretaris.
- De wagen is in verband met de De auto is door de gladheid
gladheid uit de bocht gevlogen. uit de bocht gevlogen.

66 Tekstassistent
Hetzelfde geldt voor het passe-partout ‘zonder meer’:
Niet: Wel:
- Dat is zonder meer juist. Dat is geheel juist.
- Het is beter hem zonder meer Het is beter hem zonder
te royeren. pardon te royeren.
- Dat verzoek wijzen we zonder meer af. Dat verzoek wijzen we
volledig af.

Punt
Een punt zet u:
1 Achter een zin:
- Mijn nichtje is verhuisd.

2 Bij afkortingen (let op de verschillen):


- d.m.v., n.a.v., m.b.t. (Telkens drie woorden, daarom drie punten.)
- as., jl., bijv., nl. (Telkens één woord, daarom één punt.)

3 Achter titels van personen:


- drs., dr., prof., ds., ir., mgr., ing., bac.

4 Bij onderverdelingen van hoofdstukken:


- Lees de paragrafen 4.1, 5.2.1 en 5.2.3.

Zet géén punt achter titels van teksten en achter tussenkopjes.


En evenmin tussen ingeburgerde afkortingen met kleine letters:
- btw, cao, hiv

> Zie ook de bijlage Teksten voorbereiden voor drukwerk

Puntkomma
De puntkomma is een leesteken dat iets weg heeft van een punt, maar ook
iets van een komma. De samenhang tussen twee zinnen kunt u op twee
manieren laten zien:
1 U zet tussen die twee zinnen een verbindingswoord zoals ‘en’ en
‘maar’:
- Hij zei dat hij niet kwam en toch is hij gekomen.
2 U zet tussen die twee zinnen een puntkomma:
- Hij zei dat hij niet kwam; toch is hij gekomen.

Tekstassistent 67
Samentrekking
Als u twee zinnen samenvoegt, kunt u soms zinsdelen weglaten om de zin
leesbaarder te maken. U maakt dan gebruik van een samentrekking:
- Hij pakte het grote pak van de eerste plank en hij pakte het kleine pak
van de tweede plank.
- Hij pakte het grote pak van de eerste plank en het kleine van de tweede.
Een samentrekking is goed als het samengetrokken deel dezelfde betekenis,
grammaticale functie, plaats en rangorde heeft als het corresponderende
zinsdeel. In de tweede voorbeeldzin is de samentrekking correct voor ‘hij’ (is
in beide zinnen onderwerp), ‘pakte’ (is in beide zinnen zelfstandig werk-
woord), ‘pak’ (is in beide zinnen deel van het lijdend voorwerp) en ‘plank’
(is in beide zinnen deel van een bijwoordelijke bepaling van plaats).
Een samentrekking gebruikt u dus als u anders een storende en onnodige
herhaling zou krijgen.

U past ook samentrekking toe bij woorden die voor een deel uit dezelfde
woorden bestaan:
- de hoofd- en bijzaken
- in- en uitvoer

Fout tegen de woordbetekenis


De fout die schrijvers soms maken, is dat ze zinsdelen samentrekken die
niet samengetrokken kunnen worden. Dat probleem treedt vooral op bij
woorden die meerdere betekenissen hebben.
Voorbeelden van dergelijke fouten:
- Hij geeft bloemen maar niets om mij. (geeft = overhandigen + houden
van)
- Ze maakte zichzelf en het bed op.
- Hier spelen goede muzikanten, kleine kinderen met hun pop en veel
romantische taferelen zich af.
- Hij stak een pijp op en met zijn verhaal van wal.

Fout tegen de grammaticale functie


Nóg ingewikkelder wordt het bij zinsdelen die wel hetzelfde zijn, maar in
de zin een andere grammaticale functie hebben.
Niet: De verkoopleidster ontsloeg de kassajuffrouw en liep huilend weg.
(‘De kassajuffrouw’ is het lijdend voorwerp in de eerste zin en het
onderwerp van de tweede zin. De zinsdelen hebben niet dezelfde
functie en de samentrekking is dus fout.)

68 Tekstassistent
Wel: De verkoopleidster ontsloeg de kassajuffrouw die huilend wegliep.
Niet: Kwaliteit D is voordelig en vinden wij zeer geschikt.
(‘Kwaliteit D’ is in de eerste zin onderwerp en in de tweede zin
lijdend voorwerp.)
Wel: Kwaliteit D is voordelig en die vinden wij zeer geschikt.
Niet: Hij is vandaag erg vrolijk en niet op school.
(Het verschil tussen de zinsdelen is in het laatste voorbeeld kleiner,
maar de samentrekking is wél fout. ‘Is’ in de eerste zin is een
koppelwerkwoord. ‘Is’ in de tweede zin is een zelfstandig werk-
woord (zich bevinden). De zinsdelen hebben niet dezelfde functie
en mogen dus niet worden samengetrokken.)
Wel: Hij is vandaag erg vrolijk en is niet op school.

Fout tegen de plaats


Niet: Graag zullen we u ontvangen en hopen dat uw bezoek tot goede
resultaten leidt.
(Het samengetrokken ‘we’ moet in de tweede zin vóór ‘hopen’
geplaatst worden en kan daarom niet weggelaten worden.)
Wel: Graag zullen we u ontvangen en we hopen dat uw bezoek tot goede
resultaten leidt.

Fout tegen de rangorde


Niet: Het is zeker dat we die order van hem ontvangen en hopen spoedig
iets te vernemen.
(Het eerste ‘we’ maakt deel uit van een bijzin, het tweede, samen-
getrokken ‘we’ van een hoofdzin.)
Wel: Het is zeker dat we die order van hem ontvangen. We hopen
spoedig iets te vernemen.

Samengetrokken delen moeten dus aan de volgende eisen voldoen:


• Ze moeten dezelfde betekenis hebben.
• Ze moeten dezelfde grammaticale functie in de zin hebben.
• Ze moeten op dezelfde plaats ten opzichte van de persoonsvorm staan.
• Ze moeten óf allebei in hoofdzinnen óf allebei in bijzinnen staan.

Tekstassistent 69
Spellingherziening 2005

‘Officieele spelling (...): heusch, ik ben er vóór. Als ik zelf maar niet meê moet doen.’
(Louis Couperus, in de Haagsche Post, 1916.)

Na een jaar of veertig trouwe dienst is de oude Woordenlijst van de Nederlandse


taal, het zogenaamde Groene Boekje, in 1995 vervangen door een veel
uitgebreidere woordenlijst. Omdat de taal voortdurend in beweging is,
wordt die woordenlijst iedere tien jaar geactualiseerd.

In 2005 maakte de Nederlandse Taalunie bij die gelegenheid een lichte


spellingherziening bekend, de Spelling-2005. Die spellingherziening geldt
voor Nederland en Vlaanderen en is weergegeven is in het Groene Boekje.
Woordenlijst Nederlandse Taal (2005), ook als vanouds het Groene boekje genoemd.
Het Groene boekje bevat een Leidraad waarin de officiële spelling van het
Nederlands voor een breed publiek kort wordt uitgelegd. Bovendien bevat
het een geactualiseerde woordenlijst van ruim 100.000 trefwoorden, met
circa 6.000 nieuwe woorden.

De spellinghervorming uit 2005 had voornamelijk betrekking op een


aanpassing van de regels voor de tussen-n in samenstellingen.
Samenstellingen met een dierennaam als eerste deel en een plantkundige
naam als tweede deel vallen voortaan onder de hoofdregel: het is dus niet
langer ‘paardebloem’ en ‘kattekwaad’, maar ‘paardenbloem’ en ‘kattenkwaad’.

Verder zijn de bestaande regels strikter toegepast, zoals:


• het gebruik van hoofdletters bij volkennamen en afleidingen van
aardrijkskundige namen;
• het gebruik van Engelse woordgroepen en werkwoorden.
Dat heeft onder andere geresulteerd in ruim 1.200 woorden die we anders
moeten schrijven.

Deze nieuwe regels en de toepassing ervan zijn in dit boekje verwerkt.

De officiële spelling is sinds 1 augustus 2006 alléén wettelijk verplicht


voor de overheid en het onderwijs. Verder mag iedereen in principe
spellen zoals hij of zij dat wil. Dat was al zo en dat is nog steeds het geval.
Een architektenburo hoeft zijn naam dus niet te veranderen in architectenbureau.

70 Tekstassistent
Nadat de Nederlandse Taalunie de spellingherziening in 1995 bekend-
maakte, ontstond er veel commotie in het medialandschap. Menige
verandering in de schrijfwijze zou namelijk geen verbetering zijn. Behalve
de overheid en het onderwijs kennen andere instanties de verplichting niet
om de Spelling-2005 te hanteren. Het gevolg was dat een aantal (landelij-
ke) dagbladen, tijdschriften en omroepen deze laatste spellingherziening
boycot. Zij geven de voorkeur aan de spellingwijze van het genootschap
Onze Taal: de ‘witte spelling’, die opgenomen is in het Witte Boekje.

Het is verwarrend dat de spelling van het nieuwe Groene boekje, de ‘enige
officiële Woordenlijst’, niet volledig wordt gevolgd door andere gezag-
hebbende media. De belangrijkste is de ‘Grote Van Dale’, want de redactie
daarvan heeft haar eigen kijk op bepaalde regels.
In deze Tekstassistent wordt alléén uitgegaan van de aanwijzingen in het
nieuwe Groene boekje, ook al zijn daarin onvolkomenheden aan te wij-
zen.

Binnen het onderwijs spellen dus we conform de voorschriften van


Spelling-2005:

spel•ling, de (v.), spel•lin•gen


spel•ling•kwes•tie, de (v.), spel•ling•kwes•ties
spel•ling•re•gel, spel•lings•re•gel, de (m.), spel•ling•re•gels,
spel•lings•re•gels

(Uit het Groene Boekje.Woordenlijst Nederlandse Taal, 2005)

U schrijft haast dagelijks grotere en kleinere teksten, op het werk en thuis.


Toch zult u waarschijnlijk nog met enige regelmaat foutjes maken tegen de
spellingregels. Dat is begrijpelijk, want die regels zijn soms behoorlijk
ingewikkeld en niet altijd even consequent. Dat blijkt wel uit het voorbeeld
hiervoor: volgens de regels mag ‘spellingregel’ bestaan naast ‘spellings-
regel’, maar in ‘spellingkwestie’ is een tussen-s niet toegestaan.

Het bedrijfsleven en de onderwijswereld hechten veel waarde aan correcte


spelling. De spelling valt immers als eerste op als u een tekst onder ogen
krijgt. Daarom is het van belang dat u voortdurend zorg besteedt aan het
correct toepassen van de regels. Want ook bij spellen geldt dat ervaring de
beste leermeester is.

Tekstassistent 71
De slechtste spellers zijn vaak degenen die denken dat ze de regels wel
kennen... Zelfs ervaren schrijvers maken nog regelmatig spellingfoutjes.
Wie er prijs op stelt de spellingregels correct toe te passen, staat kritisch
tegenover zijn eigen spellingvaardigheid, raadpleegt regelmatig een
spellinggids en neemt de moeite naar een spellinggids te grijpen als de
spellingregels niet consequent blijken te zijn.

Spellingcontrole PC
Op uw PC vindt u onder ‘Extra’ een knop ‘Spelling- en grammatica-
controle’. Verwacht daar niet te veel heil van, want de controle vindt voor-
namelijk plaats op woordniveau; de controle houdt dus nauwelijks
rekening met de woorden in het zinsverband. Als een woord op zichzelf
goed Nederlands is, wordt het niet als fout aangemerkt, ook al klopt er in
zinsverband niets van.
Daardoor blijft het mogelijk dat allerlei foutgespelde woorden in de tekst
blijven staan. De volgende zin is door de PC gecontroleerd en akkoord
bevonden!
- Hei zullen beoordeeld werden op haar vele verdienste en het groot
aantal spelfout dat hij regelmatig maak.

Spelling van de werkwoordsvormen


Om de regels voor de werkwoordspelling te kunnen volgen, moet u op de
hoogte zijn van enkele begrippen uit de grammatica: persoonsvorm,
onbepaalde wijs (infinitief), voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord
(tegenwoordig deelwoord), onderwerp, zelfstandig naamwoord en
bijvoeglijk naamwoord.
U moet die begrippen ook kunnen toepassen (zie hierna). Fris zonodig
eerst uw kennis op in de bijlage Grammatica.

Spelling van de persoonsvorm


Wanneer de persoonlijke voornaamwoorden ‘jij’ en ‘je’ (als onderwerp)
direct achter de persoonsvorm staan, krijgt die persoonsvorm geen -t.
Vergelijk:
- Bloed jij/je?
- Bloedt je vinger? (In de tweede zin is ‘je’ géén onderwerp.)
- Was jij je elke dag?
- Jij wast je toch wel elke dag? (Het ‘je’ in de tweede zin is géén
onderwerp.)

72 Tekstassistent
Er is een ezelsbruggetje voor de persoonsvorm in de verleden tijd. Meestal
kunt u horen hoe u een persoonsvorm in de verleden tijd moet spellen. In
twijfelgevallen kunt u voor de spelling van de persoonsvorm in de
verleden tijd de zogenaamde ‘kofschip-regel’ gebruiken:

U schrijft stam + te(n) als de stam eindigt op een van de vetgedrukte en


onderstreepte medeklinkers in ‘T K O F S C H I P.
In alle andere gevallen schrijft u stam + de(n).

Wél in ‘t kofschip: Niet in ‘t kofschip:


- hij wachtte - zij antwoordden
- zij lachten - ik bonsde op de deur (stam = bonz!)

Spelling van het voltooid deelwoord


Soms hoort u vanzelf hoe u een voltooid deelwoord moet schrijven (zoals
bij ‘gekomen’ en bij ‘gelezen’), maar in veel gevallen kunt u niet horen of
een voltooid deelwoord eindigt op een -d of op een -t. Is het nu:
- Benetton heeft een nieuwe parfumlijn ontwikkeld/ontwikkelt?

Dit is de regel:
Een voltooid deelwoord eindigt op een -d, wanneer in de verleden tijd
enkelvoud de uitgang -de zou zijn en wanneer het bijvoeglijk naamwoord
eindigt op -de. In álle andere gevallen eindigt het voltooid deelwoord op
een -t.

In geval van twijfel moet u daarom het voltooid deelwoord even


‘verlengen’ (= verlengingsproef), want dan kunt u aan de uitspraak horen
of het een -t of een -d moet zijn:
- ontwikkeld/t? ontwikkelde/ontwikkelde ontwikkeld
- verbrand/t? verbrandde/verbrande verbrand
- gemisd/t? miste/gemiste gemist

Spelling van het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naam-


woord
Een voltooid deelwoord kunt u gebruiken als bijvoeglijk naamwoord:
- Ik heb de brief verscheurd. (= voltooid deelwoord)
- De verscheurde brief. (= bijvoeglijk naamwoord)

Tekstassistent 73
Wanneer u een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord gebruikt,
mag u de slotmedeklinker alleen verdubbelen als dat voor de uitspraak
nodig is. In het algemeen geldt als regel: schrijf het voltooid deelwoord
dat u als bijvoeglijk naamwoord gebruikt zo kort mogelijk op: voltooid
deelwoord (+e).
- De gefotografeerde taart. - De uitgeputte man.
- De gewitte tuinmuur. - De vergrote opname.

Spelling van het onvoltooid (of tegenwoordig) deelwoord


Het onvoltooid (of tegenwoordig) deelwoord vormt u door achter de
onbepaalde wijs een -d te zetten.
- Zacht neuriënd zat hij naar zijn goudvis te kijken.
- Glimlachend fietste ze de vrolijke bouwvakker voorbij.

Een onvoltooid deelwoord kunt u ook als bijvoeglijk naamwoord


gebruiken. Er hoeft dan niets te veranderen aan de schrijfwijze (behalve
soms een extra -e):
- brandend zand
- een ontluikende liefde

Stijlfiguren
U kunt een tekst op allerlei manieren aantrekkelijk en goed leesbaar
maken. In deze paragraaf volgen enkele stijlfiguren die u kunt gebruiken
bij het formuleren.
Overdaad schaadt. Gebruik stijlfiguren daarom met mate. Denk steeds aan
het effect op de lezer.

Alliteratie
De opeenvolging van woorden die beginnen met dezelfde medeklinker,
kan een zin sterker maken. Vergelijk:
- We willen meer zon, strand en golven!
- We willen meer zon, zand en zee!

Climax en anticlimax
U kunt een zin zo opbouwen dat er sprake is van een opklimming in
kracht:
- Ze mompelde onverstaanbare woorden, misvormde scheldwoorden
leken het, vloeken met bochels en rode wrattengezichten. (Jan Wolkers)

74 Tekstassistent
In omgekeerde volgorde spreekt u van een anticlimax:
- Het volk begon eerst te schreeuwen, maar het geschreeuw zwakte al
snel af tot een kwaadaardig geroezemoes. De voorste mensen durfden
alleen humeurig te mompelen toen de regeringsleider uiterst kalm het
podium opliep.

Eufemisme
Bij een eufemisme is sprake van verzachtende woorden voor iets wat we
eigenlijk verdrietig, moeilijk of gênant vinden. We gebruiken bijvoorbeeld
eufemismen voor ‘doodgaan’:
- heengaan, het hoofd op het kussen leggen, inslapen

Een ander voorbeeld vinden we als we wat terug gaan in de geschiedenis:


- tering (17e eeuw), tuberculose (19e eeuw), tbc (20e eeuw), tb (tegen-
woordig)

Als u tijdens een feestje naar het toilet moet, kunt u ook zeggen:
- Sorry, ik ben zo terug.
- Even mijn handen wassen.
- Ik wil even een dankoffer brengen aan het altaar van Bacchus.

Hyperbool
Een hyperbool is een enorme overdrijving die als doel heeft een bewering
extra kracht bij te zetten:
- De directie heeft geen geld voor betere kantinevoorzieningen. Ze vindt
dat de huidige kantine goed genoeg is. Maar als je er varkens in zou
zetten, zouden die zelfs een grote schoonmaak eisen.
- Hij ergert zich dood aan je slordigheid.

Paradox
Een paradox is een door de schrijver bewust gemaakte tegenspraak die
eigenlijk geen tegenspraak is. De bedoeling is dat u erover na gaat denken.
- Het laatste wat een vis zou ontdekken in zijn leven, is het water. (Han
Fortmann)
- Een mens moet leven om te sterven.
- De mens is een vreemd wezen: hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij
in zijn hemd staat. (Cees Buddingh’)

Tekstassistent 75
Parallellisme
U kunt iets extra nadruk geven door de volgende zin precies hetzelfde op
te bouwen:
- U denkt toch zeker niet dat wij bang voor u zijn? Dat wij voor u
weglopen? Dat wij niet tegen u in durven gaan?

Pleonasme
Een pleonasme is een combinatie van een bijvoeglijk naamwoord en een
zelfstandig naamwoord. Dat bijvoeglijk naamwoord noemt nog eens de
eigenschap van het ‘hoofdwoord’. (Pleonasme = meer dan nodig is.)
Een pleonasme is niet altijd fout. Als u een pleonasme gebruikt om een
bepaalde eigenschap extra nadruk te geven, kan dat best:
- valse voorwendsels
- de donkere nacht

Maar een ‘ronde cirkel’ is een foutief pleonasme. Het woord ‘ronde’ is niet
nodig omdat elke cirkel rond is en dus niets extra’s toevoegt aan het
woord ‘cirkel’.
Andere voorbeelden van fouten:
- ingevoerde import
- deskundige experts
- de aanwezige bezoekers

Pointe/uitsmijter
U kunt een tekst zo schrijven dat hij een verrassend slot heeft. Dat heet een
pointe of een uitsmijter. U kunt van dat einde ook een afknapper maken:
- De chef komt binnen met een envelop in zijn hand. ‘Let even op,
allemaal,’ zegt hij. Gaat onze afdeling weer verhuizen? We hebben alle
verdiepingen al gehad. Waar zou het dit keer zijn? Weer terug naar de
derde? Dat zou een degradatie zijn. Gaan we naar de top van het
gebouw? De chef opent de envelop. Hij leest en kijkt verbouwereerd.
‘We zijn allemaal ontslagen,’ zegt hij geschokt.

Retorische vraag
Een retorische vraag is een bewering in vraagvorm. Doordat u de vorm van
een vraag kiest voor uw bewering, valt die bewering erg op. Het is niet de
bedoeling dat er iemand antwoord geeft.
- Hebben we daarom zolang gevochten?
- Denkt u dat wij dit nog langer pikken?

76 Tekstassistent
(Bij parallellisme staan nog drie voorbeelden van een retorische vraag.)

Tautologie
Als mensen in één zin verschillende synoniemen naast elkaar gebruiken
met de bedoeling extra nadruk te krijgen, dan is er sprake van de stijl-
figuur tautologie (= dubbelop):
- Wis en waarachtig
- Nooit ofte nimmer
- Paal en perk stellen
- Hoe je het ook wendt of keert, het is ...

Soms wordt tautologie onbedoeld foutief toegepast:


- Kunststoffen zoals bijvoorbeeld plastic en nylon.
(‘zoals’ is gelijk aan ‘bijvoorbeeld’)
- Maar hij is echter geslaagd.
(‘Maar’ zegt hetzelfde als ‘echter’)
- Ik ga naar dat tuinfeest, tenzij het niet regent.
(‘tenzij’ = behalve als)
- Dat heb ik nog nooit niet gezien.
(dubbele ontkenning)

Een tautologie kan ook opzettelijk foutief gebruikt worden vanwege het
komisch effect (en vormt zo ook een stijlfiguur):
- We krijgen geen vakantie, geen loon en worden niet betaald.
- Ik ben hier gratis en voor niets gekomen.
- Wij zijn erg blij en verheugen ons erover dat u naar ons wilt luisteren.

Understatement en litotes
Bij een understatement is ook sprake van ‘verzachting’ (net als bij het
eufemisme), maar het is de bedoeling dat die verzachting het tegen-
overgestelde effect bereikt, namelijk dat van versterking:
- Hij was aardig toegetakeld. (= hij zag er niet uit!)
- Zij is tamelijk handig. (= zeer handig)
- Welkom in mijn nederige stulp. (= een kast van een huis)
- Kom maar, hondje. (= een vervaarlijke bouvier)

Tekstassistent 77
Een litotes lijkt op een understatement. Het is een bevestiging in de vorm
van een ontkenning:
- Ik geloof dat ik dat niet echt heel erg zal vinden.
(= kan me niet schelen)
- Dit werkstuk is door de docenten niet als geweldig ervaren.
(= het is slecht)
- Ik heb dat helemaal niet zo slecht gedaan.
(= heel goed)
- Ze heeft aan die klus niet weinig dagen besteed.
(= veel dagen)
- Hij kan niet onaardig voetballen.
(= goede voetballer)
- Dat je lang op de uitslag moet wachten, is bij haar niet ongewoon.
(= heel gebruikelijk)

Symmetrie
In een tekst moet u consequent zijn in het gebruik van enkelvoud of meer-
voud, het getal van onderwerp en persoonsvorm, van tegenwoordige tijd of
verleden tijd, van persoonlijke voornaamwoorden en van opsommingen.
Dat is de symmetrie van de tekst (symmetrie = de juiste onderlinge
verhouding van de onderdelen).

Enkelvoud en meervoud
Wees consequent in het gebruik van enkelvoud en meervoud
Niet: De golfspeler, de schakers en voetballers hebben één ding gemeen:
ze spelen voor de lol.
Wel: Golfspelers, schakers en voetballers hebben één ding gemeen: ze
spelen voor de lol.
Wel: De golfspeler, de schaker en de voetballer hebben één ding gemeen:
ze spelen voor de lol.
Niet: Veel mensen houden niet van afwassen. Men koopt daarom een
afwasmachine, maar denkt daarbij echter niet aan het milieu.
Wel: Veel mensen houden niet van afwassen. Daarom kopen ze een
afwasmachine, maar denken daarbij echter niet aan het milieu.

Incongruentie
Het onderwerp en de persoonsvorm van een zin hebben hetzelfde getal:
enkelvoud of meervoud. Dat heet getalscongruentie.
Let vooral op bij het gebruik van woorden als: aantal, groep en bende.

78 Tekstassistent
Deze woorden geven eigenlijk meer personen of voorwerpen aan. Maar
omdat u een groep als een eenheid kunt beschouwen, gebruiken we bij
deze woorden het enkelvoud:
- Een aantal docenten heeft gestaakt.

Een fout tegen de getalscongruentie tussen onderwerp en persoonsvorm


heet incongruentie. Vooral als het onderwerp uit een wat langer zinsdeel
bestaat of als het onderwerp ver van de persoonsvorm af staat, kan er
gemakkelijk incongruentie ontstaan:
Niet: De groep mannen die allemaal lange grijze regenjassen dragen,
lopen door de natte straten van de stad.
Wel: De groep mannen die allemaal lange grijze regenjassen dragen,
loopt door de natte straten van de stad. (‘groep’ is enkelvoud, dus
persoonsvorm óók enkelvoud.)

Tegenwoordige en verleden tijd


Gebruik de tegenwoordige en de verleden tijd niet door elkaar.
Niet: De politiecommissaris was woedend toen de speciale eenheid werd
opgeheven. Hij stapt met weidse gebaren op de minister af en zei
tegen de verbouwereerde man dat er nú iets moet gebeuren.
Wel: De politiecommissaris was woedend toen de speciale eenheid werd
opgeheven. Hij stapte met weidse gebaren op de minister af en zei
tegen de verbouwereerde man: ‘Er moet nú iets gebeuren!’
Als u de verleden tijd gebruikt, moet u dat blijven doen. In het voorbeeld
hierboven ziet u de enige uitzondering op die regel: in een citaat of een
letterlijke uitspraak van iemand gebruikt u de tijd die de persoon zelf ook
gebruikt heeft.

Het verdient de voorkeur bij een verslag van een vergadering de tegen-
woordige tijd te gebruiken:
- De notulen van de vergadering van 11/5 worden goedgekeurd.
- De voorzitter stelt voor …
- Corlijn vindt dat …
- Besloten wordt de huidige afspraak te handhaven.

Als u de tegenwoordige tijd gebruikt, houdt u dat ook de hele tekst vol.
Wilt u iets beschrijven dat in het verleden is gebeurd, dan gebruikt u de
voltooid tegenwoordige tijd:
- De boekhouder van de voetbalclub heeft fraude gepleegd. Hij is door

Tekstassistent 79
de politie op heterdaad betrapt. Er is geen cent in de kas achtergebleven.
(De persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd; de rest van het gezegde
bevat een voltooid deelwoord.)

Persoonlijke voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden kunt u beter niet door elkaar gebruiken.
Dat werkt verwarrend en is vaak lelijk van stijl. De zinnen in het volgende
voorbeeld zijn niet echt fout. De tekst is alleen onduidelijk en heeft een
slechte stijl.
Niet: Ik geloof dat het beter gaat met mijn gezondheid. Je hoopt dat elk
bezoek aan de dokter verbetering brengt. Men wordt steeds teleur-
gesteld.
Wel: Ik geloof dat het beter gaat met mijn gezondheid. Ik hoop bij elk
bezoek aan de dokter op verbetering, maar word steeds teleur-
gesteld.

Opsommingen
Fouten tegen de symmetrie vindt u ook vaak in opsommingen. Alle
elementen van de opsomming moet u op dezelfde manier opschrijven.
Niet: Jongeren houden van:
• het luisteren naar popmuziek;
• uitgaan hoort erbij;
• ook met elkaar loltrappen vinden ze leuk.
Wel: Jongeren houden van:
• luisteren naar popmuziek;
• uitgaan;
• loltrappen met elkaar.

Tangconstructie
Niet: De ooggetuige, die de aanrijding tussen de taxi en de bestelwagen
had zien gebeuren om zes uur ‘s ochtends toen hij van de nacht-
dienst naar huis terugkeerde, is om half elf door de politie onder-
vraagd.
Wel: Toen de ooggetuige om zes uur ‘s ochtends van de nachtdienst naar
huis terugkeerde, had hij de aanrijding tussen de taxi en de bestel-
wagen zien gebeuren. Hij is om half elf door de politie onder-
vraagd.

80 Tekstassistent
Door de nabepaling ‘die ... terugkeerde’ is de afstand tussen de kern van
het onderwerp (‘ooggetuige’) en de persoonsvorm (‘is’) te groot gewor-
den. In dergelijke gevallen spreekt men van een tangconstructie: een zin
waarin een andere zin tussen het onderwerp en de persoonsvorm is gezet.
In het volgende voorbeeld is de vetgedrukte zin in de tang genomen. Dat
maakt het lezen moeilijker. Het beste kunt u de zin in de tang na de andere
zin plaatsen.
Niet: De bonden die niet graag laten zien dat ze ook kunnen verliezen,
gaven geen persconferentie.
Wel: De bonden gaven geen persconferentie. Ze laten niet graag zien dat
ze ook kunnen verliezen.
Wel: De bonden gaven geen persconferentie, omdat ze niet graag laten
zien dat ze ook kunnen verliezen.

Er is óók sprake van een tangconstructie als het deel van de zin tussen de
persoonsvorm en de rest van het gezegde te lang is.
Niet: Hij is om half elf door de politie, die hem om tien uur uit zijn bed
belde, ondervraagd.
Wel: Hij is om half elf ondervraagd door de politie, die hem om tien uur
uit zijn bed belde.

Een tangconstructie is niet fout, maar maakt een zin wel nodeloos
ingewikkeld om te lezen. Daarom kunt u tangconstructies beter vermijden.

Titels
Titels binnen een zin of groepje woorden schrijft u met kleine letters en
een punt erachter:
- drs., dr., mr., ir., prof., mr. dr. L. Swaans, Henk Maas ing., Clara
Brugginks bc.
Als ze aan het begin van een zin staan, schrijft u ze met een hoofdletter:
- Drs. P.Broertjes heeft donderdagochtend een gesprek met prof. dr. I. de
Kwaad.

Titels van publicaties, zoals rapporten, nota’s en boeken, worden cursief


weergegeven:
- In de strategische brochure Idealisme in learning communities heeft Fontys
haar strategische doelen geformuleerd.
- Den Otter, M. en Haasen, M. (2004).Wat je ziet, ben jezelf. School Video
Interactie Begeleiding met leerlingen. Antwerpen/Apeldoorn, Garant.

Tekstassistent 81
Trema
U plaatst een trema aan het begin van een nieuwe lettergreep om te
voorkomen dat u het woord verkeerd leest (en u in plaats van twee
klanken maar één klank leest). Voorbeelden:
- variëren - geüniformeerd
- geïsoleerd - reünie
- geïllustreerd - poëzie
- vacuüm - financiën
- conciërge - ruïne
- industriële - diëtiste

Bij woorden als:


- industrieel - gevarieerd
- dieet - financieel
gebruikt u dus geen trema, want die woorden kunt u niet verkeerd
uitspreken.

Er zijn enkele uitzonderingen. U plaatst géén trema:


1 bij de Franse uitgang -ien:
- opticien
- elektricien

2 bij de Latijnse uitgang -eum:


- museum
- petroleum

3 bij de dubbele -ii-:


- glooiing
- begroeiing

4 tussen delen van samenstellingen, want daar plaatst u een koppelteken:


- na-apen
- toe-eigenen
- zee-egel
- micro-organisme
- bio-industrie
(Telwoorden vormen hierop een uitzondering: drieëndertig.)

82 Tekstassistent
Tussenletter in samenstellingen
Bij samengestelde woorden vindt u vaak een extra -e-, -en- of -s- als
tussenletter, maar die kunt u niet altijd horen:
- eikenblad / boekenkast (maar u hóórt bij correcte uitspraak boeke-
kast!)
- dorpskerk / dorpsstraat (maar u hóórt in dorpsstraat slechts één -s-!)
Dit is een beruchte spellingkwestie! De regels volgens Spelling-2005 zijn
als volgt.

De tussenletter -n
Het was bessesap en bessenjam, het wordt bessensap en bessenjam. In de
vorige spelling gebruikte u de tussen-n alleen als u een meervoud nodig
had (van één bes heb je al sap, maar je hebt er meer nodig om jam te
maken) en het wordt:

Als het eerste woord in een samenstelling een zelfstandig naamwoord


is waarvan het meervoud op -en eindigt, dan schrijft u een tussen-n in
die samenstelling.

We schrijven dus voortaan ‘pannenkoek’, omdat pan een zelfstandig naam-


woord is en het meervoud ervan op -en eindigt.

- ambtenarencentrale, artikelenreeks, hartenkreet, hartenlust, kattenkruid,


leeuwenmoed, lerarenopleiding, paardenbloem, paddenstoel, perensap,
ziekenzorg

Uitzonderingen
Het zou heerlijk zijn als dat alles was. Maar in maar liefst zes gevallen gaat
de bovenstaande regel niet op:

1 Als het gaat het om een vrouwelijke vorm van een woord, waarvan de
mannelijke vorm op -en eindigt, dan wordt die -en ook gebruikt bij
een samenstelling met de vrouwelijke vorm.
Het toilet voor de docentes heet dus voortaan ‘docententoilet’.
- studentenkamer, agentenuniform (dus ook voor vrouwen)

2 Is het eerste deel van de samenstelling een unieke persoon of zaak, dan
schrijft u geen tussen-n.
Ondanks de rozengeur blijft het dus ‘maneschijn’. En ook

Tekstassistent 83
‘Koninginnedag’ mag blijven, tenzij Willem Alexander, zodra hij koning
is, besluit dat het een dag wordt ter ere van alle koninginnen. En het
blijft dus ook ‘koninginnensoep’ vanwege de hoofdregel.
- helleveeg, onzelievevrouwebedstro, Onze-Lieve-Vrouwetoren,
zonneschijn

3 Als het eerste deel alleen een versterkende of waardebepalende functie


ten opzichte van het tweede deel heeft, dan schrijft u geen tussen-n.
- apetrots, beregoed (ondanks apenrots en berenvel)

4 Is het hele woord een ‘versteende samenstelling’ (we kunnen de


samenstellende delen nauwelijks of niet herkennen), dan schrijft u
geen tussen-n.
- apegapen, apekool, bolleboos, elleboog, flierefluiter, kinnebak,
ruggespraak

5 Sommige samenstellingen zijn ontstaan doordat een woordgroep aan


elkaar is gegroeid, vaak met een oude naamvalsvorm erin. Dat bepaalt
de schrijfwijze:
- ’s anderendaags, goedendag, grotendeels, ingebrekestelling,
merendeels

6 Als één van de delen van een samenstelling niet meer herkenbaar is in
de oorspronkelijke betekenis, schrijft u geen tussen-n.
Het blijft bijvoorbeeld ‘kattebelletje’. Wie daarbij aan katten denkt, is
blijkbaar een uitzondering.

7 Als het eerste deel op een toonloze -e eindigt en een meervoud op zowel
-s als -n heeft, schrijft u geen tussen-n.
U schrijft dus ‘gedaanteverwisseling’, omdat gedaante op een toonloze -e
eindigt en omdat je naast ‘gedaanten’ ook ‘gedaantes’ kunt gebruiken.
- gedachtegang, heideachtig, novellebundel, secondewijzer, medaille-
verzameling, secretaressecongres, weidevogel, ziektekiem
Deze regel leidt tot volgens de nieuwe spelling verplichte samen-
trekkingen als:
- weduwe- en wezenpensioen

84 Tekstassistent
Valkuilen
De regel voor de tussen-n heeft overigens niet alleen uitzonderingen, maar
ook valkuilen. In de volgende gevallen schrijft u bijvoorbeeld geen tussen-n:

• het eerste deel is geen zelfstandig naamwoord, maar een bijvoeglijk


naamwoord of een werkwoord:
- armelui, brandewijn, dovenetel, klassespeler, knarsetanden, rode-
kool, spinnewiel en rollebollen

• het eerste deel heeft helemaal geen meervoud:


- gerstenat, rijstepap, tarwemeel

• het eerste deel heeft geen meervoud op –n, maar op –s:


- aspergesoep, horlogemaker, lenteachtig

Tussenklank -s-

Hoofdregel:
Schrijf een tussenletter -s- als u die hoort.

1 Schrijf in samenstellingen een -s- als het eerste deel als afzonderlijk
woord niet op een sisklank eindigt en het tweede deel niet met een
sisklank begint, maar als u tussen de twee delen wel een -s- hoort:
- bakkersroom, moederskindje, meningsverschil, stadsdeel,
verlovingstijd

2 Schrijf in samenstellingen waarvan het tweede deel met een sisklank


begint, een -s- als de aanwezigheid van die tussenletter blijkt uit een
samentrekking:
- adventsstuk (want advents- en kerststuk)
- meisjesstemmen (want meisjes- en vrouwenstemmen)
- liefdesscène (want liefdes- en sterfscène)

In plaats van de proef met de samentrekking kunt u bij twijfel ook een
tweede deel kiezen dat niet met een sisklank begint:
- adventsstuk (want adventskrans)
- meisjesstemmen (want meisjesboeken)
- liefdesscène (want liefdesbrief)

Tekstassistent 85
Deze regels voor de -s- in samenstellingen geven slechts uitsluitsel
voor een beperkt aantal gevallen. Want sommige taalgebruikers spreken
sommige woorden wél met een -s- uit en andere niet. Voorbeelden:
- dood(s)kist, drug(s)beleid, handel(s)maatschappij, inkoop(s)prijs,
spelling(s)commissie, tijd(s)verschil, voorbehoed(s)middel,
wet(s)tekst
Kies in dergelijke gevallen de vorm die u zelf het best in de oren klinkt.
De keuze is hierbij dus vrij.

Uitroepteken
Een uitroepteken zet u:
1 Na een uitroep:
- Op de markt: ‘Laat ze niet hangen voor twee euro!’

2 Na een klanknabootsing als:


- Pats! Boink!

3 Na een bevel:
- Jij daar, hier komen en snel!

4 Tussen haakjes om nog ernstiger twijfel dan bij een vraagteken aan te
duiden:
- Dit democratische (!) besluit stond vanmorgen op FontysOnline.
(Maar het zou ook zó kunnen: Dit ‘democratische’ besluit stond
vanmorgen op FontysOnline.)

Sommige mensen strooien kwistig met uitroeptekens. Dat maakt al snel


een overdreven indruk.

U hebt of u heeft?

- U hebt mij gisteren een acceptgiro bezorgd.


- U heeft mij gisteren een acceptgiro bezorgd.

‘U hebt’ en ‘u heeft’ zijn allebei juiste werkwoordsvormen. Het genoot-


schap Onze Taal geeft de voorkeur aan ‘u hebt’, omdat ‘u’ de beleefdheids-
vorm is voor ‘jij’.
Volgens Onze Taal vinden veel taalgebruikers ‘u heeft’ ‘beleefder’ dan ‘u
hebt’, maar dat vindt het genootschap vooral een kwestie van smaak.

86 Tekstassistent
Kortom, ‘u hebt’ en ‘u heeft’ zijn correcte werkwoordsvormen die u naar
eigen inzicht kunt gebruiken. Voor de leesbaarheid van uw teksten is het
echter wel belangrijk dat u consequent bent in uw keuze.

Vele of velen?
Wanneer woorden als ‘vele’, ‘alle’, ‘enige’, ‘enkele’, ‘andere’, ‘meeste’,
‘sommige’ en ‘beide’ op personen slaan én er geen zelfstandig naamwoord
achter staat, komt er een -n achter.
- De passagiers van de Titanic kwamen in ijskoud water terecht. Velen
verdronken binnen enkele minuten.
- Sommigen lazen een tekst voor, anderen declameerden een gedicht.
- Meneer Lacroix en mevrouw Da Paoli zijn er niet. Beiden hebben
afgebeld.
- Er zitten acht Fontysstudenten in de selectie, onder anderen Ronald en
Frank de Beer.

Als ze niet op personen slaan, komt er geen -n achter.


- De struiken op de campus waren ziek. Daarom zijn sommige omgehakt
en andere flink gesnoeid.
- Zes cd-roms heb ik weggedaan, onder andere die met die encyclopedie
en die met karaoke.
- Tientallen bootjes dobberden in de inham. Vele hadden geen zeil.

Als u bij een verwijzing naar een persoonsnaam die persoonsnaam binnen
de zin weglaat, dan moet u ook geen -n schrijven:
- Sommige auteurs lazen een tekst voor, andere declameerden een
gedicht.
- Sommige studenten komen om tien uur, andere drinken eerst koffie.
- Dove mensen zijn minder gehandicapt in het verkeer dan blinde.

Verkleinwoorden
De meeste verkleinwoorden worden gevormd door achter het grondwoord
-je, -tje, -etje of -pje te zetten. Maar er zijn enkele probleempjes.
1 Soms komt verdubbeling van de klinker voor:
- lot/lootje, pad/paadje
Dat kan ook gebeuren omwille van de uitspraak:
- papa/papaatje, foto/fotootje, paraplu/parapluutje

Tekstassistent 87
2 Als het grondwoord eindigt op -i, krijgt u -ie:
- taxi/taxietje
Als het grondwoord eindigt op -y, krijgt u -’tje:
- baby/baby’tje

3 Er zijn Franse woorden die in de laatste lettergreep één klinker hebben


(die lang wordt uitgesproken) en een slotmedeklinker (die niet wordt
uitgesproken):
- diner/dineetje, café/cafeetje

4 De verkleinwoorden van Engelse leenwoorden krijgen ook een


Nederlandse behandeling:
- mountainbikeje, cakeje

Verwijswoorden
Verwijswoorden zijn woorden die naar iets verwijzen. U gebruikt ze
bijvoorbeeld om herhalingen te voorkomen. Er staat een woord verderop
in de zin of in een andere zin en daar verwijst u naar. Welk verwijswoord u
kunt gebruiken, hangt af van het woord waarnaar het verwijst.
- De ploegbaas ontdekte dat de machines al een half uur stilstonden. Hij
sprong zowat uit zijn vel toen hij het zag.

Er worden vaak fouten gemaakt met verwijzingen. Zie bijvoorbeeld de


volgende rubrieken:
- Enkelvoud en meervoud
- Woordgeslacht
- Verwijzing naar personen
- Die of welke?
- Verwijzing naar de titel van een tekst

Niet: Daarna sloegen we een straat in aan onze linkerhand, die regelrecht
naar het centrum liep.
Wel: Daarna sloegen we aan onze linkerhand een straat in, die regelrecht
naar het centrum liep.
In de eerste zin is de afstand tussen het antecedent ‘een straat’ en het
verwijswoord ‘die‘ te groot, waardoor er een onbedoeld humoristisch
effect optreedt.
Daarom is het raadzaam de afstand tussen antecedent en verwijswoord zo
klein mogelijk te houden.

88 Tekstassistent
Andere voorbeelden:
Niet: De verpleegster legde een deken over de patiënt, die zij uit een
gangkast gehaald had.
Wel: De verpleegster legde over de patiënt een deken, die zij uit een
gangkast gehaald had.
Niet: Gisteren hebben we de brief van mevrouw Nijssen ontvangen, die u
hierbij aantreft.
Wel: Gisteren hebben we van mevrouw Nijssen de brief ontvangen die u
hierbij aantreft.

Verwijzing naar mannen en vrouwen


Vermijd ‘seksistisch’ taalgebruik en kies bijvoorbeeld niet voor
opsommingen als:
- drs. J. Blijlevens;
- mevr. dr. C. van Dieteren;
- J. Simons.

Gebruik liever een opsomming als:


- drs. J. Blijlevens;
- dr. C. van Dieteren;
- J. Simons.
of:
- de heer drs. J. Blijlevens;
- mevrouw dr. C. van Dieteren;
- de heer J. Simons.
of:
- drs. Jacques Blijlevens;
- dr. Clazien van Dieteren;
- Jan Simons.

Woordcombinaties die beide geslachten noemen, zoals ‘hij/zij’, ‘hij of zij’


en ‘haar of zijn’ zijn wel correct, maar niet prettig om te lezen. Dat geldt
ook voor de multiple-choicestijl van ‘lerar(es)’, ‘medewerk(st)er’ en
‘student(e)‘. En de toevoeging (m/v) is alleen geschikt voor personeels-
advertenties.

Kies bij voorkeur voor ‘neutrale’ termen voor zowel mannen als vrouwen,
zoals directeur, journalist, leraar, medewerker, psycholoog, redacteur en
student. En pas de verwijzingen daaraan aan:

Tekstassistent 89
- De student koestert zijn rechten. (Daarmee worden taalkundig zowel
mannen als vrouwen bedoeld.)
- Psycholoog C. Veenstra heeft haar rapport afgerond. (C. Veenstra is een
vrouw.)
- Directeur M. Matthijssen heeft zijn beleidsvoorstel aangeboden. (M.
Matthijssen is een man.)

Het probleem kunt u omzeilen door waar dat kan meervoud te gebruiken:
- Studenten koesteren hun rechten.

In grotere teksten kunt u aan beide seksen recht doen zonder ingrijpende
maatregelen door aan het begin van de tekst een mededeling te plaatsen,
zoals:
- Waar voor het gemak hij wordt gebruikt, moet ook zij worden gelezen.

Verwijzing naar personen


Vaak wordt bij personen een foutieve verwijzing gebruikt. U mag niet naar
personen verwijzen met ‘waar’ + voorzetsel. Dat mag alleen in het geval
van dieren en dingen.
Niet: De burgemeester gaf een erepenning aan het aftredende raadslid,
waaraan de stad veel te danken had.
Wel: De burgemeester gaf een erepenning aan het aftredende raadslid,
aan wie de stad veel te danken had.
Wel: De burgemeester gaf het aftredende raadslid een erepenning,
waaraan deze veel waarde hechtte.

Verwijzing naar de titel van een tekst


Een veel voorkomende verwijsfout heeft betrekking op de verwijzing naar
de titel van de tekst.
Voorbeeld: tekst met als titel Onderzoek naar alcoholmisbruik. De tekst begint als
volgt:
Niet: Dit onderzoek (of: Bovengenoemd onderzoek) heeft aangetoond
dat er in de media schromelijk overdreven wordt.
Wel: Onderzoek naar alcoholmisbruik heeft aangetoond dat er in de
media schromelijk overdreven wordt.

90 Tekstassistent
Voegwoorden naast elkaar
Gebruik geen twee of meer voegwoorden naast elkaar.
Niet: Ik heb mijn collega verzocht of, wanneer ik door mijn weigering
problemen zou krijgen, zij mij wilde steunen.
Wel: Ik heb mijn collega verzocht of ze mij wilde steunen, wanneer ik
door mijn weigering problemen zou krijgen.
Niet: Het is belangrijk dat, wanneer u die rode vlekken ziet verschijnen,
u onmiddellijk naar de bedrijfsarts gaat.
Wel: Het is belangrijk dat u onmiddellijk naar de bedrijfsarts gaat,
wanneer u die rode vlekken ziet verschijnen.

Voorzetselfouten

Tevreden met/over
Tevreden met iets: ik neem er genoegen mee (maar ik ben het er
niet helemaal mee eens).
Tevreden over iets: ik ben werkelijk voldaan.
- Ik ben tevreden met een afkoopsom van € 150,-, ook al had het € 250,-
moeten zijn.
- Ik ben tevreden over de afkoopsom van € 150,-, want die is hoger dan
ik verwacht had.

Zich verheugen op/in


Zich verheugen op iets: blij zijn met iets wat nog moet komen.
Zich verheugen in iets: blij zijn met iets wat er al is.
- Ik verheug me nu al op de krokusvakantie.
- De conciërge verheugt zich in een goede gezondheid.

(In)huren
Hoe langer hoe meer werkwoorden worden versierd met het voorzetsel
‘in’, zonder dat dat noodzakelijk is, want er staat nu eenmaal geen ‘uit’
tegenover!
Niet: inhuren inschatten inlezen inplannen
Wel: huren schatten lezen plannen

Tekstassistent 91
Vraagteken
Een vraagteken gebruikt u:
1 Aan het eind van een vragende zin:
- Zou het nu lukken?
- Shireen dacht: Hoe moet het nu verder?

2 Tussen haakjes om twijfel aan te duiden:


- Dit democratische (?) besluit stond vanmorgen op FontysOnline.

Wat betreft
Gebruik liever geen zinnen met wat betreft vooraan in de bijzin, maar zet
de persoonsvorm ‘betreft’ achteraan, zoals het hoort in een bijzin:
Niet: Wat betreft die audit van morgenmiddag, die ...
Wel: Wat die audit van morgenmiddag betreft, die ...

Werkwoord als zelfstandig naamwoord


Vermijd opeenstapelingen van werkwoorden die u gebruikt als zelfstandig
naamwoord (men spreekt van een gesubstantiveerd werkwoord of
nominalisering), want dat maakt een ‘ambtelijke’ indruk.
Niet: Het bevuilen en het kwijtraken van boeken door die jongeman met
dat korte haar kan niet door de beugel.
Wel: Die jongeman met dat korte haar raakt boeken kwijt en bevuilt ze.
Dat kan niet door de beugel.

Woorden aaneenschrijven
Dit zijn de regels:
1 Samenstellingen schrijft u zoveel mogelijk aaneen (hoeveel delen er
ook zijn), zolang er geen gevaar voor verkeerde uitspraak bestaat.
Niet: product innovatie of product-innovatie
Wel: productinnovatie

Andere voorbeelden:
- minorkeuze, bachelorgetuigschrift, eenpersoonsbed, kasteeleige-
naar, kannoneerbootpolitiek, onroerendgoedmarkt, langetermijn-
planning, antirevolutionair, consumptieaardappel, confectieafdeling,
symfonieorkest, taxionderneming, guerillaoorlog, voordeurdeler-
wetgeving, studieloopbaanbegeleider

92 Tekstassistent
2 De volgende soort woorden (voornaamwoordelijke bijwoorden)
schrijft u aan elkaar:
- daartussen, ernaar, daarvoor, erin, waarvoor

3 De getallen van 1 tot 100 en veelvouden van 100 en 1000 schrijft u ook
aan elkaar:
- achttien, drieëntwintig, zevenhonderd, vijfendertigduizend,
negenhonderdachtenzeventig.
Het is overigens een op veel plaatsen ingeburgerde gewoonte om in
gewone tekst, bijvoorbeeld in een krantenbericht of artikel, getallen tot
20 voluit te schrijven en vanaf 20 in de vorm van cijfers:
- twaalf ambachten en dertien ongelukken
- De brandweer arriveerde pas na 20 minuten.

Betekenisverschil
In sommige gevallen maakt het verschil of u woorden aan elkaar of los
schrijft:
• Tenminste/ten minste:
- Ze komt eraan. Dat heeft ze tenminste (= althans) beloofd.
- Ten minste (= minstens) zes mensen hebben afgebeld.
• Tekort/te kort:
- Er is een tekort van tienduizend euro.
- Kom je nog iets te kort?
• Teveel/te veel:
- Het teveel wordt teruggestort op uw bankrekening.
- U heeft te veel geld overgemaakt.

Andere kwesties
• Gebruikmaken
- Maakt gebruik, heeft gebruikgemaakt
• Tekortkomen
- Komt tekort, is tekortgekomen
• Tekortschieten
- Schiet tekort, is tekortgeschoten
• Temeer
- Des temeer
• Terechtstaan
- Staat terecht, heeft terechtgestaan.
• Ternauwernood

Tekstassistent 93
• Tevergeefs (bijwoord) / vergeefs (bijvoeglijk naamwoord)
- Tevergeefs probeerde hij het rapport af te krijgen.
- Al zijn pogingen waren vergeefs.
• Tevoorschijn
- Tevoorschijn komen, komt tevoorschijn, is tevoorschijn gekomen.
• Teweegbrengen
- Brengt teweeg, heeft teweeggebracht.
• Tewerkstellen
- Stelt tewerk, heeft tewerkgesteld.

Woorden afbreken
De regels om woorden in lettergrepen te verdelen, zijn velerlei en lijken
nogal inconsequent. Het is haast onmogelijk om ze correct toe te passen.

- baby’tje breekt u af als baby-tje


- vlaatje als vla-tje
- cafeetje als café-tje
- machientje als machien-tje
- nomaadje als nomaad-je
- bioscoop als bio-scoop
- transactie als trans-actie
- koeien als koei-en
- loyaal als loy-aal
- pistool als pi-stool
- ambten als amb-ten
- hbo’er als hbo-er

De belangrijkste regel is daarom: als u niet precies weet hoe u een woord
moet afbreken, doe het dan niet! Schrijf dan het héle woord op de
volgende regel.
Een tekst met weinig woordafbrekingen is helder en goed leesbaar. We
stellen daarom voor om geen woorden af te breken zoals le-lijk en onvol-
doende, maar alléén samenstellingen, zoals letter-greep en afbrekings-
programma. In dit boekje is die regel toegepast.

U vindt de regels voor het afbreken van woorden in het nieuwe Groene
boekje. En als u die regels te ingewikkeld vindt, kijk dan in de woordenlijst
van dat boekje, want daarin zijn álle woorden in lettergrepen verdeeld
door middel van punten.

94 Tekstassistent
Woordgeslacht
De zelfstandige naamwoorden hebben in het Nederlands een woordge-
slacht. Ze zijn, net als in het Duits, mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Dat
verschil speelt in het Nederlands meestal geen rol, behalve bij het gebruik
van verwijswoorden (men spreekt van voornaamwoordelijke
aanduiding) naar woorden in het enkelvoud:
• Naar mannelijke woorden in het enkelvoud verwijst u met ‘hij’, ‘hem’
of ‘zijn’.
• Naar vrouwelijke woorden verwijst u met ‘zij’, ‘ze’ of ‘haar’.
• Naar onzijdige woorden in het enkelvoud verwijst u met ‘het’ of ‘zijn’.

- Die cursist heeft enkele lessen gemist doordat hij in Oostenrijk was.
- Onze assistente heeft vandaag ook het bed gehouden omdat ze ziek is.
- Het kind heeft zijn beertje in de bus laten liggen.
- Het kind heeft haar beertje in de bus laten liggen. (Als uit de context
blijkt dat het om een meisje gaat, mag u in dit geval ook het
verwijswoord ‘haar’ gebruiken.)
- Ik heb dat artikel niet uitgelezen, omdat ik het ontzettend langdradig
vond.

In het meervoud vervalt het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk.


Niet: De commissie en zijn voorzitter
Wel: De commissie en haar voorzitter (‘commissie’ is een vrouwelijk
woord.)
Niet: De Raad van Bestuur heeft in haar vergadering van dinsdag het
voorstel verworpen.
Wel: De Raad van Bestuur heeft in zijn vergadering van dinsdag het
voorstel verworpen. (‘raad’ is een mannelijk woord.)

Sommige mensen hebben een goed gevoel voor het geslacht van woorden.
Anderen zullen een woordenboek moeten gebruiken.

Woorden voor abstracte begrippen zijn gewoonlijk vrouwelijk:


uitgang: voorbeeld:
-heid gehoorzaamheid
-ing vergadering
-ie commissie
-nis droefenis
-ie familie

Tekstassistent 95
-schap boodschap
-iek muziek
-theek mediatheek

Sommige woorden zijn naar keuze mannelijk of vrouwelijk, dat maakt het
er niet gemakkelijker op:
- tafel mannelijk/vrouwelijk
- (vak)groep mannelijk/vrouwelijk

Namen van plaatsen, landen, voetbalclubs en dergelijke zijn bijna altijd


onzijdig. Dus:
- Londen en zijn vele musea
- Afghanistan heeft zijn grenzen geopend
- Ajax en zijn problemen

Sommige mensen gebruiken in een tekst voortdurend ‘hij/zij’. Ze willen


vermijden dat anderen denken dat ze mannen voortrekken.
- De student heeft het in het eerste jaar moeilijk. Hij/zij haalt vaak
zijn/haar propedeuse niet.
Deze mensen vergeten dat het geslacht van het woord niets te maken heeft
met het geslacht van mensen. ‘Student’ is een mannelijk woord of de
persoon in kwestie nu een man of een vrouw is, doet niet terzake. U kunt
‘hij’ en ‘zijn’ als verwijswoord gebruiken, als de zin tenminste niet
nadrukkelijk over een vrouwelijk persoon gaat. In geval van twijfel
gebruikt u ‘deze’ of ‘die’ of zet u de hele zin in het meervoud.
- De student heeft het in het eerste jaar moeilijk. Hij haalt vaak zijn
propedeuse niet.
- Studenten hebben het in het eerste jaar moeilijk. Ze halen vaak hun
propedeuse niet.

> Zie ook bij Zij of hij?

96 Tekstassistent
Woordspeling
Bij een woordspeling maakt u gebruik van de verschillende betekenissen
van een woord:
- Hier ligt Gijs van Amerongen, in de grond geen kwaaie jongen (Cees
Buddingh’)
- Ieder moet vanaf een zekere leeftijd zijn eigen boodschap doen, de
kleine zowel als de grote. (Harry Mulisch)

Als u op zoek bent naar bijvoorbeeld een titel voor een rapport of nota, is
het soms wel aardig gebruik te maken van een woordspeling. U maakt dan
gebruik van de verschillende betekenissen die een woord of uitdrukking
kan hebben.
Daarbij kunt u bestaande woorden in elkaar ‘vlechten’, zodat een nieuw
woord ontstaat. ‘Pedagoochelaars’, een woordspeling van de dichter
Lucebert, is daarvan een voorbeeld. En bij het politieke schandaal over de
met dioxinen besmette kippen dat twee ministers hun baan kostte, werd in
België gesproken van ‘Kippengate’, met een knipoog naar de beruchte
Watergate-affaire.
Een ‘digibeet’ is iemand die niet met computers kan omgaan. Dat woord is
gevormd naar analogie van ‘analfabeet’.
Twee voorbeelden van titels van Fontysonderzoeken die bestaan uit een
woordspeling:
- Start bekwaam (Onderzoek naar de startbekwaamheden van beginnende
leraren voortgezet onderwijs);
- Afgewogen (Onderzoek naar de arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden
van lerarenopleidingen).

Zinsbouw
Een zin bestaat uit een aantal losse onderdelen. Die onderdelen kunt u niet
zomaar in een willekeurige volgorde zetten.

Tekstassistent 97
Komma’s en voegwoorden
Zinnen kunt u met elkaar verbinden, bijvoorbeeld door het gebruik van
komma’s of voegwoorden.
- David had flinke koorts. Mijke ging niet naar haar werk.
- David had flinke koorts en Mijke ging niet naar haar werk.
(opsomming)
- David had flinke koorts, dus ging Mijke niet naar haar werk.
(gevolg)
- David had flinke koorts, zodat Mijke niet naar haar werk ging.
(gevolg)
- Omdat David flinke koorts had, ging Mijke niet naar haar werk.
(reden)
- Mijke ging niet naar haar werk, omdat David flinke koorts had.
(reden)
Bij het bouwen van zinnen en het verbinden van zinnen kunnen fouten
gemaakt worden. In spreektaal vallen kromme zinnen niet zo op. Maar
fouten in geschreven zinnen zijn vaak storend.
Ondanks hun goede bedoelingen hebben niet zo ervaren schrijvers de
neiging gewrongen zinnen te produceren. Dat komt vooral omdat ze hun
zinnen ‘te mooi’ willen maken en vooral behoorlijk ingewikkeld door
allerlei bijzinnen. Die schrijvers denken dat ze daardoor goed ‘overkomen’.
Maar het tegendeel is waar, want een ingewikkelde zinsbouw komt de
leesbaarheid nooit ten goede.

Anakoloet
Soms is een schrijver tijdens het maken van een zin halverwege even
afgeleid en is vergeten wat hij al geschreven had. Daardoor maakt hij een
verkeerde verbinding (in vakterminologie een anakoloet). Als u de zin
leest, merkt u het meteen: de zin loopt niet goed. U kunt hem meestal
verbeteren door de zin te verdelen in twee of meer zinnen.
Niet: Allerlei soorten drukinkt zijn schadelijk voor het milieu en moeten
de verwerkers van oud papier er extra milieuheffingen over betalen.
Wel: Allerlei soorten drukinkt zijn schadelijk voor het milieu. De verwer-
kers van oud papier moeten er extra milieuheffingen over betalen.
Vooral als de zin wat langer is, wordt de kans op fouten groter. Meestal kunt u
slechtlopende samengestelde zinnen verbeteren door ze los te knippen.
Aan de andere kant kunt u in een tekst niet alleen maar enkelvoudige
zinnen gebruiken. Zo’n tekst is niet makkelijk leesbaar en komt niet goed
over. U moet proberen een goed evenwicht te vinden tussen samengestelde

98 Tekstassistent
zinnen en enkelvoudige zinnen.
Dit is geen pleidooi om uw zinnen kort te houden, want ook een lange zin
kan prima leesbaar zijn. Maar streef er wel naar dat uw zinnen glashelder
in elkaar zitten en dat ze soepel ‘lopen’.

Proleps
Proleps betekent letterlijk ‘vooruitneming’; u kunt ook spreken van
‘voorbarigheid’. Proleps ontstaat in een zin wanneer u een zinsdeel dat u
wilt laten opvallen, uit het zinsverband licht en naar voren in de zin
schuift. Daardoor komt het terecht in een deel van de zin waarin het niet
thuishoort. Het gevaar van misverstanden is dan niet denkbeeldig.
Niet: Ik denk niet dat het tijdens de wedstrijd zal onweren.
Wel: Ik denk dat het tijdens de wedstrijd niet zal onweren.
Niet: Het schoolbestuur eiste van hem dat hij zich in het openbaar
verontschuldigde. Toen hij dan ook weigerde dat te doen, werd hij
ontslagen.
Wel: Het schoolbestuur eiste van hem dat hij zich in het openbaar
verontschuldigde. Toen hij weigerde dat te doen, werd hij dan ook
ontslagen.

We spreken overigens óók van proleps bij verkeerde verbuigingen. Als u


bijvoorbeeld wilt opschrijven dat bepaalde tomaten heel rood zijn, dan
kunt u niet schrijven:
Niet: hele rode tomaten (Hele, rode tomaten zijn immers hele tomaten
die rood zijn.)
Wel: heel rode tomaten

Ellips
- Zorg dat je erbij komt.
- Niet goed, geld terug.
- Oost, west, thuis best.
- Een onvolledige zin? Moet kunnen!
Dit zijn voorbeelden van onvolledige zinnen. De drie uitdrukkingen laten
aan duidelijkheid en kernachtigheid niets te wensen over. Prima dus.
Iedereen gebruikt van tijd tot tijd onvolledige zinnen, bijvoorbeeld om
snel even enkele aantekeningen te maken, in memo’s en telefoonnotities.
Die ‘telegramzinnen’ zijn niet fout, zeker niet in het dagelijkse taalgebruik.
Men spreekt in dergelijke gevallen van ‘elliptische zinnen’ of kortweg
‘ellipsen’ (ellips = weglating).

Tekstassistent 99
Voorbeelden van correcte ellipsen:
- Pitabroodje. Opensnijden. Veel kaas erin. Jam erover. In de oven. Even
wachten. Errug lekker.
(Een dergelijk recept is zeker zo duidelijk als een uitgebreide
omschrijving.)
- ‘Kapstok!’
(Dit zegt een moeder tegen haar opgeschoten zoon die zijn jack weer
eens op een stoel heeft gesmeten, terwijl de huisafspraak is dat jassen
aan de kapstok worden gehangen.)
- P., Hr. J. (OSO) belde de 3e keer! Blijft protesteren! Heb beloofd dat je
vóór 3 u. terugbelt ... Mon.
(Een telefoonnotitie van Monique voor haar compagnon Pieter. Het is
onduidelijk waarover het protest gaat, maar dat is intern natuurlijk
bekend.)
Sommige ellipsen zijn in verzorgd, schriftelijk taalgebruik af te keuren. In
die onjuiste ellipsen zijn woorden ten onrechte weggelaten: er is sprake
van een hiaat in de zin dat er niet mag zijn.
Niet: Als je deze trend bekijkt, zal het economieonderwijs het nog
moeilijk krijgen!
(Feitelijk staat in deze zin dat het voor de modebranche wel mee zal
vallen als je niet naar deze trend kijkt ...! Een aanvulling is dus
noodzakelijk.)
Wel: Als je deze trend bekijkt, is het duidelijk dat het economieonderwijs
het nog moeilijk zal krijgen!
Niet: Wij zijn zeker, dat zoiets niet gebeurt.
Wel: Wij zijn er zeker van, dat zoiets niet gebeurt.
Niet: Hij heeft het visitatierapport bij.
Wel: Hij heeft het visitatierapport bij zich.

> Zie ook bij Samentrekking

100 Tekstassistent
Zij of hij?
Naar de volgende mannelijke woorden wordt vaak ten onrechte verwezen
met ‘haar’ of ‘zij’:
- bond (m.);
- dienst (m.);
- raad (m.; dit geldt dus óók voor Raad van Bestuur);
- staf (m.);

De volgende woorden zijn naar keuze mannelijk of vrouwelijk:


- groep (m./v.);
- hogeschool (m./v.).

Naar onzijdige woorden wordt alleen verwezen met ‘het’ of ‘zijn’:


- Bestuur (o.);
- instituut (o.).

Naar Fontys Hogescholen verwijst u met ‘haar’ of ‘zij’ (omdat we dat


enkelvoudige begrip beschouwen als het vrouwelijke woord verzameling,
organisatie of instelling):
- Fontys Hogescholen en haar geledingen gaan uit van dezelfde missie.
- Fontys Hogescholen is een grote onderwijsorganisatie; ze omvat
ongeveer 170 hbo-opleidingen, verdeeld over 35 instituten.

> Zie ook bij Woordgeslacht

Tekstassistent 101
102 Tekstassistent
Bijlagen

Grammatica
U heeft enige grammaticakennis nodig om de regels voor de werkwoord-
spelling correct te kunnen toepassen. Als u bijvoorbeeld het verschil tussen
een persoonsvorm, een voltooid deelwoord en een bijvoeglijk naamwoord
niet kent, dan leveren de volgende zinnen problemen op:
- Sherlock Holmes ontrafelt dat probleem binnen een dag.
- Watson zou dat probleem pas na veertien dagen ontrafeld hebben.
- Hij vergrootte de opname om meer details te kunnen onderscheiden.
- De vergrote opname was helaas nogal grofkorrelig.

Hierna vindt u een overzichtje van enkele grammaticale begrippen die u


moet kennen om werkwoordsvormen correct te kunnen spellen. Hoewel
we denken dat de meesten van u die begrippen wel kennen, nemen we het
toch maar op. Je kunt nooit weten!

Persoonsvorm
De persoonsvorm is een werkwoord dat in een zin de tijd van handeling of
de situatie aangeeft:
- De student zit nu zwaar te tobben.
U kunt de persoonsvorm op drie manieren vinden:
1 Als u de zin door verschuiving vragend maakt, komt de persoonsvorm
voorop te staan:
- Zit de student nu zwaar te tobben?

2 Als u de zin van tijd verandert, dan is de persoonsvorm het enige


werkwoord dat van vorm verandert:
- De student zat hier zwaar te tobben.

3 Als u de zin van getal (enkelvoud/meervoud) verandert, dan is de


persoonsvorm eveneens het enige werkwoord dat van vorm verandert:
- Zitten de studenten nu zwaar te tobben?

In veel zinnen komt meer dan één persoonsvorm voor. Men noemt die
zinnen daarom samengestelde zinnen. In een samengestelde zin kunt u de
hoofdpersoonsvorm vinden met behulp van regel 1 + 2 + 3, maar de
persoonsvormen van de bijzinnen alleen met behulp van de regels 2 + 3!

Tekstassistent 103
- Als hij moet ontleden, zit de student soms zwaar te tobben.
- Regel 1: Zit de student soms zwaar te tobben als hij moet ontleden?
- Regel 2: Als hij moest ontleden, zat de student soms zwaar te tobben.
- Regel 3: Als ze moeten ontleden, zitten de studenten soms zwaar te
tobben.

Onbepaalde wijs (infinitief)


De onbepaalde wijs (of infinitief) is de onvervoegde, ‘hele’ vorm van het
werkwoord. Een onbepaalde wijs verandert niet in een zin als u wisselt van
bijvoorbeeld tegenwoordige naar verleden tijd of van enkelvoud naar
meervoud.
- Dat wil ik voor geen goud missen / Dat wilde ik voor geen goud missen.
- Dat zou ik hem wel eens hebben willen zien doen / Dat zouden wij
hem wel eens hebben willen zien doen.

Voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord is een vervoegde vorm van het werkwoord die net
als de onbepaalde wijs in een zin niet kan veranderen (in tegenstelling tot
de persoonsvorm):
- Het varkentje wordt gewassen / Het varkentje werd gewassen / De
varkentjes werden gewassen.
Een voltooid deelwoord begint meestal met ‘ge-’. Het is altijd verbonden
met een vorm van het hulpwerkwoord ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’.
- Daar is stevig over gedacht!
- De slachtoffers worden geëerd met een sober monument.
- Die mineurstemming is ontstaan na de laatste uitbarsting van de
directeur.
- De docent heeft eindelijk ons tentamen nagekeken.

Onvoltooid deelwoord (tegenwoordig deelwoord)


Een onvoltooid deelwoord (of tegenwoordig deelwoord, dat is hetzelfde)
geeft een eigenschap aan van het onderwerp in een zin.
- Fluitend fietste hij naar het instituut.
- Nadenkend fronste ze de wenkbrauwen.

104 Tekstassistent
Onderwerp
Het onderwerp is het zinsdeel dat uitvoert wat in het gezegde wordt
uitgedrukt, bijvoorbeeld wie of wat de handeling verricht.
- De Raad van Bestuur neemt een drastische beslissing.
- Marian heeft een negatief studieadvies gegeven.
- Ik ben door Kees een heel stuk verder gekomen.
U kunt het onderwerp op twee manieren vinden:
1 Als u de zin vragend maakt, komt het onderwerp meestal direct na de
persoonsvorm:
- Direct slaat de student kwaad zijn studieboek dicht.
- Slaat de student direct kwaad zijn studieboek dicht?

2 Als u de persoonsvorm van getal (enkelvoud/meervoud) verandert,


moet ook het onderwerp van getal veranderen (dit is de getalsproef):
- Direct slaat de student kwaad zijn studieboek dicht.
- Direct slaan de studenten kwaad hun studieboek dicht.

Zelfstandig naamwoord
Voor een zelfstandig naamwoord kunt u ‘de’, ‘het’ of ‘een’ zetten. Een
zelfstandig naamwoord kunt u ook altijd in het meervoud zetten.
- De uitgever van deze taalgids is gevestigd in Eindhoven.
- Ze waste haar haar grondig. (Het tweede ‘haar’ is een zelfstandig
naamwoord; het eerste haar is een bezittelijk voornaamwoord.)

Bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets van een zelfstandig naamwoord.
- Dat is een foeilelijk gebouw.

Tekstassistent 105
Getal, persoon en tijd
Voorbeeld van de vervoeging van twee werkwoorden:

getal persoon tegenwoordige tijd

enkelvoud 1e persoon ik haal laad


2e persoon jij,je,u,gij haalt (haal jij?) laadt (laad jij?)
3e persoon hij,zij,het,men haalt laadt
meervoud 1e persoon wij halen laden
2e persoon jullie halen laden
3e persoon zij,ze halen laden

getal persoon verleden tijd

enkelvoud 1e persoon ik haalde laadde


2e persoon jij,je,u,gij haalde laadde
3e persoon hij,zij,het,men haalde laadde
meervoud 1e persoon wij haalden laadden
2e persoon jullie haalden laadden
3e persoon zij,ze haalden laadden

Stam van een werkwoord


De stam van een werkwoord is de uitspraak min -e(n).

hele werkwoord stam

- halen haal
- laden laad
- staan sta
- wuiven wuiv (maar u spelt natuurlijk: ik wuif, wij wuiven)
- plonzen plonz (maar u spelt natuurlijk: ik plons, wij plonzen)

106 Tekstassistent
Teksten voorbereiden voor drukwerk

De afdeling Marketing en Communicatie verzorgt de intake van uw


drukwerkopdracht, desgewenst de redactie van uw kopij en de coördinatie
van het drukwerktraject.
• Intake via telefoon 0877 873 900 of marcom@fontys.nl.
• Van de afdeling Marketing en Communicatie krijgt u adviezen voor de
inrichting van uw kopij en de voorbereiding daarvan voor het
drukwerktrajact, waaronder de huisstijlafspraken voor het drukwerk.
Als u dat op prijs stelt, helpt een collega van de afdeling u bij de
eindredactie, natuurlijk in goed overleg.
• Via de afdeling Marketing en Communicatie gaat uw opdracht voor
vormgeving en opmaak naar de afdeling Grafische Producties.
• Het proeventraject verloopt via de afdeling Marketing en
Communicatie.

Als u van de volgende adviezen gebruik maakt tijdens het schrijven en


corrigeren van teksten en drukproeven, maakt u het uw collega’s die uw
teksten redigeren (afdeling Marketing en Communicatie) of die uw
teksten drukklaar maken (afdeling Grafische Producties) een stuk
gemakkelijker. Dat scheelt namelijk veel werk en het voorkomt soms
tijdrovende en daardoor kostbare misverstanden.

Platte tekst
Typ de platte tekst (ook wel bodytekst of broodtekst genoemd) in Fontys
Joanna korps 10 met regelafstand ‘enkel’. (De vormgever zorgt naderhand
voor de afgesproken opmaak of doet daarvoor een voorstel.)
• Gebruik zo weinig mogelijk opmaak/coderingen (dus geen
opmaakprofiel).
• Alle teksten zet u in onderkast met alleen een beginkapitaal. Zet dus
geen woorden of zinnen in kapitalen.
• Tekstaccenten in de bodytekst vermijdt u zoveel mogelijk omdat die de
leesbaarheid eerder verlagen dan verhogen. Indien ze écht nodig zijn,
cursiveer dan de betrokken woorden of maak de woorden vet.
• Onderstreep nooit woorden of zinnen.

Tekstassistent 107
Koppenhiërarchie
Ga ter verduidelijking voor de grafische opmaak uit van de volgende
koppenhiërarchie:
• Hoofdstuk: korps 14 vet, een witregel erboven en eronder;
• Paragraafkop: korps 10 vet, een witregel erboven (dus tegen de tekst
aan);
• Subparagraafkop: korps 10 cursief en vet, een witregel erboven, dus
ook tegen de tekst aan.

Ga bij voorkeur uit van een indeling in maximaal drie niveaus.


Achter koppen zet u geen punt.

Linkslijnend zetten
Laat de volledige kopij links lijnen. De vormgever zorgt in overleg voor
een andere tekstuitlijning.

Bronvermeldingen
Gebruik bij voorkeur de zogenaamde APA-stijl als huisstijl voor
bronvermeldingen.
In de tekst:
- Op grond van de analyse kan worden vastgesteld dat de verwantschap
tussen ICT en magie in de eerste plaats te verklaren valt vanuit de
mysterieuze eigenschappen die men toeschrijft aan de computer-
technologie (Aupers, 2003, p.111).
In de literatuurlijst:
- Aupers, S. D. (2003). In de ban van moderniteit : de sacralisering van
het zelf en computertechnolgie.. Amsterdam: Aksant.

Meer voorbeelden en informatie vindt u op www.eur.nl/fsw/icto/plagiaat/bron.

Redactionele aanwijzingen en mededelingen


Een redactionele aanwijzing of mededeling zet u in de tekst tussen [ …].
De vormgever weet dan dat die tekst niet gezet hoeft te worden.

- [Toelichtende tekst s.v.p. direct naast het schema plaatsen.]

108 Tekstassistent
Illustraties
Plaats nooit illustraties rechtstreeks in uw kopij, maar lever ze los, bij
voorkeur in digitale vorm. Zorg daarbij voor een voldoende ‘zwaar’ bestand
(minimaal 550 Kb), anders kan de drukkwaliteit niet gegarandeerd worden.
Op de plaats in de kopij waar u een illustratie wilt laten opnemen, geeft u
dat aan tussen […].Vermeld daarbij de betrokken illustratie (of voeg een
kopie van die illustratie toe) en noteer eventueel het gewenste bijschrift.

- [Ill. Foto rc066, bijschrift:]


Rovende Noormannen in de negende eeuw

Levering van kopij die opgemaakt moet worden


Lever voor elke productie:
• de tekst in de vorm van een printuitdraai;
• de digitale tekst, bij voorkeur opgemaakt in Word;
• originelen van de gewenste illustraties in schriftelijke, maar bij
voorkeuring digitale vorm.

Correctie van teksten en opgemaakte proeven


Voor het corrigeren van teksten kunt u het beste de onderstaande
standaard-correctietekens gebruiken. (De Nederlandse correctietekens zijn
genormeerd in NEN 632.)

Onderstaande lijst is weliswaar niet compleet, maar bevat wel de


belangrijkste tekens.

letters of woorden verwijderen

spatie invoegen

woorden samenvoegen

woorden samenvoegen met koppelstreepje

naar volgende regel brengen

Tekstassistent 109
naar vorige regel halen

in lijn brengen (vertikaal en naar rechts toe)

in lijn brengen (horizontaal, naar beneden)

omcirkelde tekst in andere stijl wijzigen,


respectievelijk in vet, cursief, kapitalen,
onderkasten en superieuren. Bestaat ook voor
inferieuren (inf), romein (rom), kleinkapitalen
(kk) en suitspatiëren (spat).

nieuwe regel of alinea

woord invoegen

meer wit invoegen, kan ook vertikaal gebruikt worden

minder wit ertussen, kan ook vertikaal gebruikt worden

geen nieuwe regel of alinea

woorden omdraaien

correctie niet uitvoeren

verwijstekens, ook combinaties en gedraaide versies


van tekens zijn mogelijk

110 Tekstassistent
De correcties kunnen met behulp van een verwijsteken worden geplaatst,
maar ook direct in de tekst als daar plaats voor is. Schrijf de correcties in
een opvallende kleur.

(Voorbeeld ontleend aan www.ruparo.nl)

Tekstassistent 111
Zoekt u nog méér informatie?
Dit overzicht met adviezen voor correct formuleren, een goede schrijfstijl
en correct spellen helpt u een heel eind in de goede richting. Maar het is
een beknopt overzicht. Daarom zult u daarin bepaalde taal- of formule-
ringskwesties niet kunnen vinden. Daarvoor zult u andere bronnen moeten
raadplegen. U kunt zich verdiepen in diverse boeken op dit terrein.
Aanraders zijn:

1 Geerts, G. e.a. (red.),


Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS),
Wolters-Noordhoff, Groningen, 1997 (tweede, geheel herziene druk).
Een standaardwerk, waarin u haast elke taalkwestie kunt vinden.

2 Klein, M. e.a.,
Handboek Verzorgd Nederlands. Spellingregels. Schrijfadviezen,
Contact, Amsterdam, 1999 (derde druk).
Een standaardwerk, waarin u zich uitvoerig kunt informeren over
spellingkwesties en stijlverschijnselen.

3 Renkema, J.,
Schrijfwijzer,
Sdu Uitgevers, Den Haag/Antwerpen, 2002 (vierde editie).
Toen de Schrijfwijzer in 1979 uitkwam, was hij bedoeld als handlei-
ding voor ambtenaren en voorlichters. Maar tegenwoordig fungeert hij
als naslagwerk voor iedere schrijver met vragen die zich voordoen bij
het schrijven van teksten.

4 Sanders, E. en K. Metselaar,
Stijlboek NRC Handelsblad,
Utrecht/Antwerpen, Rotterdam, 2002.
Dit boek bevat een inventarisatie van de journalistieke normen waaraan
NRC Handelsblad zich houdt. Daarnaast geeft het een overzicht van
journalistiek-ambachtelijke zaken. Tot slot behandelt het boek duizen-
den kwesties op het gebied van taal, stijl en spelling.

112 Tekstassistent
5 Vroegindeweij, L.,
Handboek Redactie. Het organiseren van publicaties.
Sdu, Den Haag, 2005.
Dit handboek is bestemd voor iedereen die met redactietaken te maken
heeft. De nadruk ligt niet op de taalkundige bewerking van teksten,
maar op alle organisatorische kanten van het uitgeefproces.

Ook op het internet kunt u informatie vinden over taalgebruik en stijl.


We geven enkele voorbeelden van interessante weblinks:

• http://taalunieversum.org/spelling/ (Met het ‘omspelprogramma’ van de


Taalunie zet u ‘oude’ teksten eenvoudig om in de nieuwe spelling.)

• http://taalunieversum.org/spelling/keurmerk/ (Hier vindt u een overzicht van


hulpmiddelen bij het toepassen van de officiële spelling, zoals
naslagwerken en spellingcheckers.)

• www.woordenlijst.org (Hier kunt u het nieuwe Groene boekje online


raadplegen, inclusief de Leidraad met alle regels.)

• http://taaladvies.net (Hier kunt u tegelijkerijd zoeken in de Woordenlijst,


de leidraad én een databank met veelgestelde taalvragen.)

Tekstassistent 113
Register van trefwoorden

Aaneenschrijven ........................92 Dan ............................................19


Aanhalingstekens........................17 Dat ..............................................28
Aanspreekvorm ..........................18 Destijds ......................................30
Afkorting ....................................18 Die ..............................................30
Alinea ........................................19 Directe rede ................................17
Alliteratie ..................................74 Doordat ......................................30
Als ..............................................19 Drukwerkvoorbereiding ..........107
Ambigu ......................................31 Dubbele punt..............................30
Ambtelijk taalgebruik ................27 Dubbelzinnigheid ......................31
Anakoloet ..................................98
Anglicisme..................................22 Ellips ..........................................99
Antecedent............................29, 88 E-mail ........................................33
Anticlimax ..................................74 Engelse werkwoorden ................34
Apostrof......................................20 Engelse woorden ........................36
Enkelvoud ..................................37
Banaliteit ....................................21 Eufemisme..................................75
Barbarisme ................................22 Euro ............................................37
Bastaardwoord ......................34, 36
Bedrijvende vorm ......................24 Fontyswoorden ..........................37
Beeldspraak ................................24
Beknopte bijzin ..........................26 Gallicisme ............................22, 52
Bijvoeglijk naamwoord ............105 Gebruikmaken ............................93
Blijkbaar ....................................26 Gedachtestreepjes ......................44
Breedsprakigheid........................13 Germanisme ..............................23
Bolletje (bullet) ....................14, 66 Gesubstantiveerd werkwoord ....92
Bronvermelding ......................108 Getallen ......................................44
Grammatica ..............................103
Citaat ....................................17, 79 Getalscongruentie ................37, 78
Cliché ........................................26
Climax ........................................74 Haakjes ......................................45
Cocktailwoord ............................28 Hebben ......................................45
Contaminatie ..............................28 Heel veel ....................................46
Correctietekens ........................109 Hen ............................................46
Correctie van proeven ..............109 Hoofdletters ..............................48
Hun ............................................46
Hyperbool ..................................75

114 Tekstassistent
Illustratie ..................................109 Onzijdig woord ..................95, 101
Incongruentie ............................78 Opleidingsnaam ........................41
Indertijd ....................................30 Opsomming ..............................66
Infinitief ............................72, 104
(In)huren ..................................91 Paradox ......................................75
Instituutsnamen ........................38 Parafraseren ................................16
Inversie ......................................50 Parallellisme ..............................76
Passe-partoutwoord....................66
Jargon ........................................52 Persoonsverwijzing ..............88, 90
Persoonsvorm ..........................103
Komma ......................................53 Platte tekst ................................107
Koppelteken................................54 Pleonasme ..................................76
Koppenhiërarchie ....................108 Pointe ........................................76
Proleps........................................99
Leeg woord ................................59 Punt ............................................67
Leenwoord ................................58 Puntkomma ................................67
Leesteken ....................................58
Lettergrepen ..............................94 Redactie ....................................107
Liggend streepje ........................66 Retorische vraag ........................76
Lijdende vorm ............................24
Linkslijnend zetten ..................108 Samenstelling ..........36, 40, 54, 70,
Litotes ........................................77 83, 92
Samentrekking............................68
Mannelijk woord ......................95 Schijnbaar ..................................26
Meervoud ............................37, 59 Schrijfstijl ....................11, 32, 112
Men ............................................61 Seksistisch taalgebruik................89
Modewoord ................................61 Spelling werkwoordsvormen......72
Spelling(s)regel ............37, 71, 112
Naamvalsvorm............................62 Spellingherziening 2005 ............70
Nominalisering ..........................92 Spellingcontrole PC ....................72
Staande uitdrukking ..................63
Om ............................................63 Stam werkwoord ..............73, 106
Omdat ........................................30 Stijlfiguur ..................................74
Omsluiting ................................64 Stoplap........................................66
Onbepaalde wijs ................72, 104 Symmetrie ..................................78
Onderwerp ..............................105
Onderwijstype......................41, 43 Tangconstructie ..........................80
Ontkenning ................................64 Tautologie ..................................77
Onvoltooid deelwoord..72, 74, 104 Tegenwoordig deelwoord ..72, 104

Tekstassistent 115
Tekort/te kort ............................93 Wat ............................................28
Tekortkomen ..............................93 Welke..........................................30
Tekortschieten ............................93 Witregel......................................19
Tekstaccenten............................107 Woorden afbreken......................94
Telefoonnummer ..................33, 41 Woordgeslacht............................95
Temeer........................................93 Woordherhaling ........................47
Tenminste/ten minste ................93 Woordspeling ............................97
Terechtstaan................................93
Ternauwernood ..........................93 Zelfstandig naamwoord............105
Tevergeefs ..................................94 Zich verheugen op/in ................91
Tevoorschijn ..............................94 Zij/hij ......................................101
Tevreden met/over ....................91 Zijn ............................................45
Teweegbrengen ..........................94 Zinsbouw ..................................97
Tewerkstellen ..............................94
Titel ............................................81
Titelverwijzing ....................17, 41
Trema ........................................82
Turbotaal ....................................61
Tussenletter in samenstellingen ..83

Uitroepteken ..............................86
Uitsmijter ..................................76
Understatement..........................77

Vaknaam ....................................41
Vaktaal ........................................52
Vele(n)........................................87
Vergeefs ......................................94
Verkleinwoord ............................87
Verwijswoord ............................88
Verwijzing naar mannen
en vrouwen ................................89
Voegwoorden ............................91
Voltooid deelwoord ....73, 103, 104
Vraagteken..................................92
Vrouwelijk woord ..........37, 83, 95
Vulgarisme ................................21

116 Tekstassistent
Als u duidelijke taal belangrijk vindt en spellingregels correct wilt toepassen,
als u kritisch staat tegenover uw eigen schrijfvaardigheid, raadpleeg dan deze
tekstwijzer, die samengesteld is voor uw schrijf- en redactiewerkzaamheden
binnen Fontys Hogescholen.

Leg dit handige boekje naast uw PC. Het bevat naast een overzicht van de
belangrijkste schrijfadviezen ook de spellingregels volgens de spelling-
herziening in 2005.

• Schrijven is schrappen
• Noem de dingen bij hun naam
• Weet voor wie u schrijft
• Eenvoud siert de mens
• Bespaar uw lezer tijd
• Als u helder denkt, schrijft u ook helder
• Duidelijke taal, alstublieft!
• Geen zin onzin

Fontys Hogescholen
Afdeling Marketing en Communicatie
Postbus 347
00.M.708.2.06

5600 AH Eindhoven
Telefoon 0877 873 900