You are on page 1of 5

Beeldvorming

Gevonden literatuur over de internetjournalistiek of studenten journalistiek.

- www.denieuwereporter.nl
Reacties “Motieven en beroepsideeën studenten journalistiek”
Ik ontdekte op de website van de ‘nieuwe reporter’ (waarop journalistiekdocenten artikelen
publiceren over media) een discussie in de reacties onder een artikel over de mediumkeuzes
van studenten. Ook hieruit bleek dat het animo voor internet erg laag is. Een internetdocent
geeft hiervoor een aantal redenen, namelijk:
- Het aanzien. Studenten denken dat journalisten die voor krant, tijdschrift, radio of tv
werken meer aanzien hebben dan journalisten die voor een online medium werken.
- Geld. Traditionele media betalen beter dan online media.
- Werkuren. Het idee leeft dat een online journalist dag en nacht beschikbaar is.
- Inhoud. Online is het vooral samenvattende verslaggeving. Terwijl de andere schrijvende
pers meer diepgang en achtergrond kunnen geven.
“Ik ben er heilig van overtuigd dat online journalistiek als beroepsmogelijkheid een
belangrijk aandeel heeft (en nog meer zal krijgen) en dat studenten te traditioneel denken als
het op beroepsdroom aankomt.”

In 2007 kiezen 2% van de afstudeerders voor internet. Ook bij hun tweede voorkeur blijft de
score voor nieuwe media laag: 4%. Daar staat tegenover dat in 2007 22% de opleiding is
binnengekomen met journalistieke werkervaring op internet, waarvan meer dan de helft
(ook) op een eigen weblog.
De mogelijkheid bestaat dat veel journalistiekstudenten veel multimedialer/crossmedialer
denken dan verwacht en er dus vanuit gaan dat internet sowieso onderdeel wordt in hen
toekomstig medium.

- www.denieuwereporter.nl
Internet verandert de journalistiek, veranderen de opleidingen mee?

Het aantal aanmeldingen voor de opleidingen journalistiek nemen toe, terwijl de


arbeidsmarkt steeds kleiner wordt. Het enthousiasme van studenten voor de nieuwe media
vakken neemt wat toe volgens Harrie Kiekebosch. “Maar”, merkt Huub Wijfjes (RUG) op,
“de meeste studenten zijn nog steeds overwegend geïnteresseerd in een min of meer
traditioneel specialisme als dagblad, radio of tv.”
Ede: “Deels omdat zij het nut van Nieuwe Media niet inzien, deels omdat zij via eigen
exploratie al redelijk veel van dit nieuwe fenomeen afweten.”
Utrecht: “Als er één stageplek is op de NOVA-redactie en een op de webredactie, dan kiezen
de meesten de eerste. We zullen het wat sexier moeten maken.”
De meeste journalistiek opleidingen willen studenten een multimediale denkwijze aanleren.

Redacties zijn zowel op zoek naar specialisten en allrounders. Aan studenten de taak om zich
te profileren als specialist of de “alles-kunnende” journalist. Verwacht wordt dat de “alles-
kunnende” journalist de personeelsadvertenties gaat domineren. “De nieuwe reporter moet
van alle markten thuis zijn.” Maar: “De nieuwe vereiste vaardigheden zijn slechts van
technische aard, de grondhouding van nieuwsgierigheid blijft dezelfde.”

Een uitbreiding van het takenpakket van de journalist gaat ten koste van andere
vaardigheden.
Dat kan ook Han Smits (HU) niet ontkennen. Volgens hem geven de journalistiekscholen
allemaal een ander programma, waarbij de 40 uur vaak niet wordt gehaald. Daardoor
worden alle journalistiek ook niet tot een type journalist opgeleid.

De taak van een toekomstige journalist verandert. Moderne journalisten moeten meer dan
vroeger met het publiek in debat. De rol van de journalist verandert van een informerende
naar een duidende. Ook journalistiek scholen moeten gaan hierop inspelen met hun
lespakketten, al staat dit nog in de kinderschoenen.

- Volkskrant
“Plasterk, steun journalisten, geen kranten”

In het artikel staat letterlijk dat Nederland nog geen journalistieke kwaliteitsmerken kent op
het internet. Dat er wel infotainmentachtige websites bestaan als GeenStijl.nl, maar niet die
zich richten op een brede doelgroep. De behoefte aan betrouwbare en kritische informatie op
het internet is groot. Met andere woorden: Start een nieuwssite!

- NRC Handelsblad
Laat de krant vooral niet aan uitgevers over;
Dagbladen. Het waren juist redacties en nieuwkomers die voor geslaagde innovaties
zorgden

Jonge studenten zorgen voor frisse winden in het medialandschap. Ze zijn nodig om nieuwe
strategieën en verdienmodellen te bedenken voor het internet.

De redacties worden in de toekomst gezien als klein die onder eigentijdse merknamen op
vele platforms tegelijk opereren. De mobiele platforms met hoogwaardige opvouw- of
oprolbare beeldschermen krijgen een spilfunctie. Redacties produceren tekst, audio en video
en vormen netwerken met bloggers en gespecialiseerde freelance collectieven. Een
multimediajournalist is een alleskunner.

- Trouw
De toekomst bestaat uit rare internet-termen; internet Jaap Meijers

De kennis van internet onder studenten is nog steeds erg laag. Volgens Jaap Meijers is het
wel belangrijk dat studenten deze kennis onder de knie krijgen. Hij denkt namelijk dat
iedereen vanzelf steeds meer te maken krijgt met het internet, of men nou wil of niet. Er
wordt geschreven over de belangrijkheid van sociale netwerken, voor journalist en
maatschappij.
“Internet is een van de redenen waarom Rusland nog geen autoritair regime is”. Of de jeugd
de toekomst heeft, blijft voor hem een vraag. Maar wat hij wel zeker weet is dat al die rare
afkortingen en internet-termen iets met die toekomst te maken hebben.

- NRC Handelsblad
Twitter in tijden van terrorisme;
Sociale media brengen groot nieuws zoals vrienden het aan elkaar doorgeven

De sociale media vormen steeds belangrijkere nieuwsbronnen. Zo werden de aanslagen in


Mumbai breed uitgelicht op netwerksites als twitter. Ook twee studenten journalistiek in
Utrecht zaten bovenop deze gebeurtenis via het internet. Zij maakten een overkoepelende
site die al het nieuws bundelde en die toegankelijk was voor iedere burger. Pure innovatie.
Twee studenten die simpelweg de rol van een klassieke eindredacteur vervulden die alle
nieuwsstromen binnenkrijgt, maar geen hele redactie nodig heeft, alleen wat technologie.
Een mooi voorbeeld voor alle journalistiekstudenten.
Hieruit blijkt dat lid zijn van een sociaal netwerk bijna een must is. Steeds meer mensen
netwerken via internet. Logisch gevolg daarvan is dat ze sociale netwerken ook gaan
gebruiken om nieuws aan elkaar door te geven. Zo gaat het in het dagelijks leven ook:
Vrienden en familie stellen je op de hoogte van de nieuwste gebeurtenissen.

- NRC Handelsblad
Voor een zinvol publiek debat moet de burger mediawijs zijn

In het artikel staat centraal dat de mediasector een grote vergaarbak is geworden en dat het
begrip media eigenlijk een onhanteerbaar containerbegrip is: roddelbladen,
kookprogramma's, gesponsorde magazines, LINDA., zg. kwaliteitskranten, gratis
knipselkrantjes, praatprogramma's, scheldprogramma's en de vrije jongens van de weblogs,
YouTube. Het heet allemaal 'media', het slingert allemaal beelden en woorden het land in,
rijp en groen.
Internet heeft de publieke opinie iets koortsachtigs gegeven, voor wie daar gevoelig voor is
althans. “Hoeveel sites hebben niet die malle dagelijkse enquêtes die van een grote afkeer
van nuance getuigen? U kent ze wel, je kunt aanklikken of je mevrouw a of b de hufter van
de dag vindt. Dat soort 'maatschappelijk debat'.”
Toch wordt internet ook een dagelijkse verrijking van het leven genoemd, of anders toch
zeker van het gemak. Maar de omarming van de internetwereld gaat vaak te kritiekloos. Veel
internet is niets anders dan dom gedram en digitaal narcisme. Waarin de woorden alles-is-
gratis en alles-is-van-iedereen voorop lopen. In dat geval een negatief verschijnsel voor de
internetjournalist, want wanneer ben je nu uniek en betrouwbaar?

- Algemeen Dagblad
De klassieke kranten voorbij

Binnen 25 jaar zijn er alleen nog maar redacties die zowel voor internet, televisie, radio als
'print' werken. Dat is de stellige overtuiging van Jan Bonjer, hoofdredacteur van het AD.
Volgens hem ontkomen de omroepen en commerciële zenders niet aan verbreding van de
journalistieke activiteiten in een tijd dat iedereen op internet een eigen radio- en
televisiestation kan beginnen. ‘Het traditionele mediabedrijf’ heeft ten opzichte van de
nieuwkomers maar één belangrijke voorsprong: de eigen merknaam, zo stelt hij. Een
bekendheid die je op zo veel mogelijk manieren moet benutten. Dus waarom geen site, radio-
en televisieprogramma of ruig event onder die naam?
Als de voorspellingen van Bonjer kloppen betekent dat ook voor de journalist dat een
specialisatie niet nodig is; hij moet zich juist verbreden. Alle mediatechnieken onder de knie
hebben en multifunctioneel en inzetbaar zijn. Waarom zou een journalist dan voor internet
kiezen; een medium wat zo ontzettend simpel lijkt. (Op de techniek na).

- Het Financiële Dagblad


Leven in digitale wanorde

Internetfilosoof David Weinberger heeft kritiek op de wijze waarop de onderwijswereld


omgaat met internet. Volgens Weinberger hebben mensen nog steeds de overtuiging dat
kennis voort dient te komen uit een betrouwbare bron met autoriteit en dat ze de ontvangers
van die kennis zijn. Zo zit het onderwijs nog steeds in elkaar, maar de wereld niet meer.
Studenten bloggen en zijn gretig om zelf allerlei nieuwe kennis te vergaren. En dan krijgen
ze te horen dat ze voor de research naar de bibliotheek moeten gaan en geen bronnen van het
internet mogen gebruiken, want die zouden niet betrouwbaar zijn. Het onderwijs bevindt
zich in een diep generatieconflict. Het snapt niet hoe de wereld verandert en wil alles nog
steeds in doosjes gescheiden houden.
Het behoort de nieuwe opdracht van het onderwijs te zijn, zo meent hij, om iedereen kennis
over media bij te brengen zodat iedereen het vermogen ontwikkelt om te bepalen welke
informatie betrouwbaar is en welke niet. En die hoeft dus echt niet van één bron te komen
die toevallig als betrouwbaar te boek staat. Een krant is ook maar een beslissing om bepaalde
informatie af te drukken en andere informatie weer niet. Anderen hebben bepaald wat zinvol
is en wat niet en vervolgens besloten ze welke informatie ze aanbieden.
Waarom moet kennis uit een bron komen? Er zijn veel slechte kranten en veel goede blogs.
Journalistiekstudenten moeten zich bewust zijn van de bron waar ze uit putten, weten wat
betrouwbaar is op het internet. Maar vooral wel doorgaan met het gebruik van internet.

- Volkskrant
Op internet is iedereen koning

Op het internet zijn we allemaal in staat onszelf in de schijnwerper te zetten en ons te laten
bewonderen. Wij kunnen allemaal dingen uitzoeken en stukjes schrijven, burgerjournalist
zijn en een encyclopedie schrijven.
Maar ook hier, je bent geen echte individu op het internet. De individualiteit waarmee we
onszelf aan de wereld verkopen komt neer op een samengestelde individualiteit; we zijn en
maken onszelf onderdeel van heel veel verschillende groepen die een unieke combinatie van
lidmaatschappen oplevert en die vormt onze identiteit.
De internetwereld zit daarom vol amateurs en daar willen de professionals niet tussen
opereren. Reden te meer niet voor dit medium te willen werken.
- Volkskrant
Multimedialiseer ... of verdwijn

Uit onderzoek blijkt dat de traditionele, betaalde media vooral onder jongeren in snel tempo
terrein verliezen. De krant blijft nog steeds de belangrijkste nieuwsbron, maar onder
jongeren (18 tot 34 jaar) winnen televisie en vooral internet. De mobiele telefoon is echter de
grote winnaar als belangrijkste informatiedrager; 30 procent van de mensen bereiken en
informeren (sms) elkaar inmiddels via de GSM en de Black Berry. In de toekomst zullen ze
ook het nieuws via de telefoon tot zich laten komen.
Cruciaal is dat internet een serieuze parallelle inkomstenbron wordt. Dat legitimeert onze
ambitie om een crossmediaal platform te worden dat nieuws aanbiedt via print, online en
mobiele telefoon. Het kruispunt van al deze activiteiten is de newsroom. Een soort high tech-
dorpspomp die 24 uur per dag en zeven dagen in de week nieuws produceert voor diverse
afnemers; betaald en gratis, print en online (Pdf-krant om 16.00 uur), broadcast en
narrowcast. Een nieuwsproducent met verschillende snelheden, snel en langzaam. Snel
(quick en dirty) op de site en langzaam (degelijk, diepgaand en duidend).

Toekomstwatchers zien op niet al te lange termijn spectaculaire veranderingen: kranten,


tijdschriften, radio, televisie, internet worden toegankelijk via één mobiel apparaat, een 3-
dimensionaal beeldscherm. Mediaorganisaties moeten straks van alle markten thuis zijn; ze
moeten nieuws bieden, entertainment, beeld en geluid. Om te overleven zullen kranten,
televisiezenders en internetsites moeten fuseren. De nieuwe mediawet geeft hiervoor meer
ruimte. Het onderscheidende criterium is hoeveel ruimte wordt gevuld door journalistieke
kwaliteit (content is king) of hoeveel informatie ongeredigeerd blijft (weblogs, MSN, user
generated content).