You are on page 1of 225

Programmabegroting 2014 Gemeente Lingewaard

17 september 2013

Programmabegroting 2014

Programmabegroting 2014

INHOUD
HOOFDSTUK 1 INLEIDING _________________________________________________________________5 HOOFDSTUK 2 SAMENHANG EN SPEERPUNTEN _________________________________________________9 HOOFDSTUK 3 HOE STAAN WE ER FINANCIEEL VOOR? ___________________________________________17 Deel I Beleidsbegroting _______________________________________________________________21

HOOFDSTUK 4 DE PROGRAMMAS __________________________________________________________23 Wat staat er in de programmas? _______________________________________________________25 Programma 1 Ontwikkeling en opleiding ________________________________________________27 Programma 2 Deelname aan de samenleving ____________________________________________35 Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit ______________________________________________45 Programma 4 Bedrijvigheid __________________________________________________________51 Programma 5 Centrum, stad en dorp ___________________________________________________57 Programma 6 Landschap ____________________________________________________________63 Programma 7 Wonen _______________________________________________________________69 Programma 8 Klimaat en duurzaamheid ________________________________________________73 Programma 9 Beheer en onderhoud ___________________________________________________77 Programma 10 Burger en bestuur ______________________________________________________85 Programma 11 Financin _____________________________________________________________93 HOOFDSTUK 5 DE PARAGRAFEN ___________________________________________________________97 Wat staat er in de paragrafen? _________________________________________________________99 Paragraaf 5.1 Lokale heffingen ______________________________________________________101 Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing __________________________________107 Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen ____________________________________________121 Paragraaf 5.4 Financiering __________________________________________________________129 Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering ________________________________________________________135 Paragraaf 5.6 Verbonden partijen ____________________________________________________145 Paragraaf 5.7 Grondbeleid __________________________________________________________161 Deel II Financile begroting ___________________________________________________________171 HOOFDSTUK 6 FINANCILE BEGROTING _____________________________________________________173 Wat staat er in de financile begroting? _________________________________________________175 6.1 Financile positie _______________________________________________________________176 6.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien__________________________________________183 6.3 Meerjarenbegroting 2014 - 2017 ___________________________________________________185 6.4 Uitvoeringsplan 2014 - 2017 ______________________________________________________193 6.5 Toelichting op uitvoeringsplan 2014 - 2017 __________________________________________197 6.6 Toelichting reserves en voorzieningen ______________________________________________203 6.7 Overzicht baten en lasten 2014 ___________________________________________________207 6.8 Overzicht van incidentele baten en lasten per programma_______________________________211 6.9 EMU-saldo bij begroting 2014 _____________________________________________________213 Bijlagen _____________________________________________________________________________215 1. Samenstelling gemeentebestuur ____________________________________________________216 2. Kerngegevens __________________________________________________________________218 3. Overzicht baten en lasten productenraming 2014 _______________________________________220 4. Kaderstellende notas _____________________________________________________________222
Programmabegroting 2014

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 1 Inleiding
Voor u ligt de programmabegroting 2014-2017. Deze begroting geeft met een nieuwe indeling direct inzicht in wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en hoeveel geld we daarvoor uittrekken. Op deze manier maken wij onze burgers duidelijk wat ze van ons kunnen verwachten. Met de nieuwe indeling is beoogd om de begroting als afwegingsinstrument van de raad te verbeteren. De aanleiding voor de nieuwe indeling is een raadsbesluit van november 2012. Hierbij gaf de raad aan het voor zijn afwegingen van belang te vinden dat de programmabegroting een zo volledig mogelijk beeld van de gemeentelijke doelen geeft, thematisch is ingedeeld en voor de raad alle informatie bevat om voldoende te kunnen sturen. Om ervoor te zorgen dat alle doelen in beeld komen, hebben wij voor de nieuwe indeling de doelen van onze structuurvisies als uitgangspunt genomen. In deze visies heeft de raad voor een langere periode richtingen uitgezet, waardoor de nieuwe indeling bruikbaar is voor minimaal twee raadsperioden. De door de raad gewenste themas komen tot uitdrukking in de keuze van de programmas van de begr oting. Onze algemene leidraad is de raad optimaal in staat te stellen om zijn rol als hoogste budgethouder waar te maken. Dit kan naar onze mening alleen in de vorm van samenwerking tussen alle partijen: raad, college en organisatie. Bij de ontwikkeling van deze nieuwe begroting was het proces zodanig georganiseerd dat deze samenwerking kon plaatsvinden. Deze samenwerking hebben wij als zeer constructief ervaren. Voor ieders inzet daarbij zijn wij veel dank verschuldigd. Wij blijven in samenspraak met de raad werken aan de verbetering van de begroting. De programmabegroting bestaat uit 6 hoofdstukken en enkele bijlagen. Hoofdstuk 2 bevat een beknopt overzicht van onze speerpunten van beleid en behandelt de belangrijkste samenhangen tussen beleidsonderwerpen. In hoofdstuk 3 lichten wij toe hoe wij er financieel voor staan. Hoofdstuk 4 vormt het hart van de programmabegroting, hierin worden de programmas toegelicht. Per programma beschrijven wij wat we wi llen bereiken, wat we ervoor gaan doen en wat het gaat kosten. De paragrafen in hoofdstuk 5 geven de raad inzicht in het beleid op beheersmatige aspecten. Hoofdstuk 6 bevat de financile begroting. Voorafgaand aan de hoofdstukken 4, 5 en 6 geven wij een toelichting op de verschillende onderdelen. In de bijlagen is relevant geachte onderbouwende informatie opgenomen.

Voorstel Wij stellen u voor de Programmabegroting 2014 vast te stellen.

Lingewaard, 17 september 2013 burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard, de interim secretaris, de waarnemend burgemeester, C.M. de Graaf S.P.M. de Vreeze 5

Programmabegroting 2014

Programmabegroting 2014

Besluit raad

Besluitnummer Onderwerp

Programmabegroting 2014

De raad van de gemeente Lingewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard d.d. 17 september 2013; gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 7 november 2013; gelet op het bepaalde in artikel 191 van de Gemeentewet; besluit: 1. de investeringen zoals vermeld in het Uitvoeringsplan 2014-2017 vast te stellen en te autoriseren voor het jaar 2014; 2. de programmabudgetten te autoriseren op de binnen de programmas opgenomen totale la sten en totale baten in de tabel Wat mag het kosten?; 3. de Programmabegroting 2014 vast te stellen.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 14 november 2013.

De raad voornoemd, de griffier, Th.G.L. Greep

de voorzitter, M.H.F. Schuurmans-Wijdeven

Programmabegroting 2014

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 2 Samenhang en speerpunten


In hoofdstuk 4 treft u per programma een samenhangend geheel van activiteiten aan en van de daarmee gemoeide middelen. Deze activiteiten zijn alle gericht op n programmadoel. In dit hoofdstuk beschrijven we een aantal belangrijke samenhangen tussen doelen en activiteiten die in verschillende programmas zijn opgenomen. Inzicht in samenhangen tussen diverse programmas leidt in onze ogen tot een betere integrale afweging.

2.1 De programmabegroting als dynamisch afweeginstrument


De samenhang tussen alles wat wij op korte en langere termijn nastreven, is terug te vinden in onze structuurvisies, die alle van recente datum zijn: de ruimtelijk structuurvisie, de sociale visie en het brugdocument tussen deze visies. Van deze stukken hebben wij vier themas afgeleid: participatie, economie, leefomg eving, regie en zeggenschap. Deze themas vormen de basis voor 11 programmas waarin de relatie wordt gelegd tussen doelen en activiteiten van de gemeente en de daarvoor in te zetten middelen. In het volgende overzicht is aangegeven hoe de programmas zijn afgeleid van de themas. Er is overlap tussen themas en tussen programmas.

Tussen de diverse programmas van de begroting bestaan veel dwarsverbanden, omdat veel activiteiten van de gemeente verschillende doelen dienen. Zo levert het stimuleren van duurzaam bouwen zowel een bijdrage aan het doel voor iedereen een kwalitatief goede en betaalbare woning op een goede plaats (programma 7), als aan het doel aanzetten burgers tot duurzaam gedrag (programma 8). Per programma zijn de doelen en activiteiten van de gemeente op een logische manier gerangschikt in zogenaamde doelenbomen. De samenhangen tussen programmas zijn hierin groen gekleurd terug te vinden.
Programmabegroting 2014

In de dwarsverbanden zijn vaak de overkoepelende samenhangen van de visies te herkennen. Al met al is sprake van een complex geheel. Het is een nooit eindigende uitdaging om tegelijkertijd op zowel specifieke onderwerpen te sturen als op het grote geheel. Uiteraard zijn ook het raadsprogramma en het daarvan afgeleide collegeprogramma bij de opstelling van de begroting betrokken. In een afzonderlijk document dat aan uw raad zal worden aangeboden, gaan wij in op de realisatie van het collegeprogramma. Wij zullen aangeven hoe het ervoor staat met de uitvoering van dit programma en welke in dat verband de uitdagingen en knelpunten zijn. De overkoepelende samenhangen van de visies zijn in het raadsprogramma onder de fundamentele waarden en beginselen begrepen. Van hieruit wil de raad besturen. Dit betreft kort weergegeven: Een solide financieel beleid; Respect voor burgers, met open communicatie, directe betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en regelmatige verantwoording; Integriteit van bestuurders, waarbij voorop staan dienstverlening aan de bevolking, behartiging van de publieke zaak en betrouwbaarheid; Meer eigen verantwoordelijkheid bij de burger; Duurzaamheid met aandacht voor evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen; Sociale betrokkenheid met maatwerk gericht op deelname van alle burgers aan het maatschappelijk leven.

In hoofdstuk 3 gaan wij afzonderlijk in op het financile beleid. In het raadsprogramma en het collegeprogramma wordt richting gegeven en worden accenten gelegd. Maar we leven in een dynamische omgeving. Het is een verantwoordelijkheid van de raad en het college samen om te beoordelen of onze gemeente goed op koers ligt. Als bijvoorbeeld de werkloosheid toeneemt, kan dat tot accentverleggingen leiden in het sociale domein. Veranderingen in het provinciale beleid op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling of mobiliteit kunnen leiden tot heroverweging van onze duurzaamheidsdoelen, etcetera. Zowel doelen als beleidsvoornemens en uitvoeringsplannen moeten in deze context gezien worden als niet alleen een complex, maar ook dynamisch geheel. In het kader van de begrotingsbehandeling is jaarlijks de vraag, waar nieuwe uitdagingen liggen en welke koerswijzigingen dan wel accentverschuivingen deze vragen. Tegen deze achtergrond nemen wij elk jaar in onze begroting een overzicht op van de in onze ogen belangrijkste samenhangen en de daaraan verbonden speerpunten bij de uitvoering.

2.2 Samenhangen
De belangrijkste samenhangen tussen de programmas betreffen:

Participatie
Wij willen een leefklimaat waarin iedereen mee kan doen. Om dit te realiseren, creren wij randvoorwaarden in de vorm van opleiding en ontwikkeling, bieden wij mogelijkheden voor deelname en ontmoeting en proberen wij een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van werkgelegenheid in onze gemeente. Degenen die geen werk hebben, proberen wij naar werk te begeleiden en voor zover dat niet lukt, bieden wij inkomensondersteuning, waarvoor wij een tegenprestatie vragen (voor wat hoort wat ). Aan kwetsbare inwoners bieden wij diverse vormen van ondersteuning. Op diverse vlakken die met het hier beschreven thema samenhangen, krijgen wij er de komende jaren taken bij. Tegelijkertijd weten wij dat wij deze taken uit moeten voeren met minder geld. Naarmate wij sterker worden in het creren van effectieve samenhangen zijn wij beter in staat dit te realiseren. 10
Programmabegroting 2014

Economie
Actieve en betrokken burgers en bedrijven vormen de motor van onze samenleving. Op individueel niveau, maar ook als gemeenschap zijn we afhankelijk van elkaars inzet om een klimaat te creren dat bijdraagt aan ieders geluk en welzijn. We willen iedereen stimuleren om zijn of haar steentje naar vermogen bij te dragen. Wij willen bedrijven faciliteren om hun bijdrage aan de economie en werkgelegenheid te verbeteren. Een actieve samenleving, waarin mensen en bedrijven in beweging zijn, vraagt om goede voorwaarden in termen van bereikbaarheid. Wij willen knelpunten opheffen en nieuwe verbindingen maken. Daarnaast willen wij ervoor zorgen dat mensen binnen hun eigen omgeving zo goed mogelijk bediend worden met voorzieningen die zij nodig hebben en die hun leven prettiger maken.

Leefomgeving
Het thema leefomgeving is overkoepelend voor alle zaken die wij als onze leefruimte ervaren. Het gaat om de kernen met de voorzieningen en hun vanuit de historie gegroeide identiteit. Wij zorgen ervoor dat in Bemmel, Gendt en Huissen voldoende basisvoorzieningen aanwezig zijn, zoals winkels, scholen, ontmoetingsplaatsen en voorzieningen op het maatschappelijk vlak. Wij vinden het belangrijk dat de inwoners van overige kernen al deze voorzieningen gemakkelijk kunnen bereiken. Tegen deze achtergrond werken wij aan de ontwikkeling van de centra van onze drie grote kernen. Ons landschap vormt het unieke decor van onze leefomgeving, het is de grond waarop wij leven. Wij willen dat iedereen zich bewust is van het bijzondere van ons landschap en ook van de waarde die ons landschap heeft. Landschap heeft fundamentele waarde omdat het ons cultureel erfgoed weerspiegelt, een positieve bijdrage aan onze gezondheid levert en heel goed dienstbaar is aan duurzaamheidsdoelen, bijvoorbeeld in de vorm van grondstoffen voor energie. Daarmee heeft het ook economische waarde. Deze economische waarde heeft het tevens omdat mooi landschap toeristen aantrekt. Bewustzijn is echter niet voldoende. Het is van onschatbaar belang om verloren gegane kwaliteiten van ons landschap te herstellen en bestaande kwaliteiten te handhaven. In onze ogen is hier nog een wereld te winnen. De afstand tussen de ambitie die tot uitdrukking komt in onze structuurvisie en feitelijke staat van ons landschap op dit moment is groot en de middelen die ons ter beschikking staan zijn beperkt, dan wel kunnen beter worden benut. Om de kwaliteit van onze leefomgeving te vergroten willen wij het landschap verfraaien dat direct aan onze bebouwde kommen grenst. Dat zijn onze oeverwallen. Tevens richten we een aantal heel bijzondere plekken langs onze dijken opnieuw in. Wij doelen hier op onze wielen. De meest directe leefomgeving betreft onze woningen en de ruimte daar omheen. Wij willen zorgen voor een divers aanbod van woningen en de aantrekkelijkheid van de woonomgeving verbeteren. Als mensen in een buurt leven die schoon is, waar basisvoorzieningen aanwezig zijn en waarin zij zich veilig voelen, zijn ze in staat om in de samenleving te participeren. Schoon, heel en veilig is een basistaak van de gemeente, maar dat betekent niet dat de gemeente hier alleen voor staat. Burgers kunnen veel zelf doen. Daar staat weer tegenover dat de verantwoordelijkheid in onze handen blijft. Tenslotte vatten wij onder het thema leefomgeving de manier waarop wij ermee om (kunnen) gaan. Wij zetten in op een toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving en investeren daarom in duurzaamheid.

Regie en zeggenschap
Wij kunnen ons verheugen in een grote mate van betrokkenheid van burgers bij onze samenleving. Door hierop gezamenlijk in te spelen is er in onze ogen tot in lengte van dagen winst te behalen. Het is zaak om
Programmabegroting 2014

11

hierbij van elkaar te leren. Meer eigen verantwoordelijkheid bij burgers vraagt van onze gemeente dat zij uitgaat van vertrouwen. Daarop willen wij aanspreekbaar zijn. Dat hoort bij beginselen van goed bestuur.

2.3 Speerpunten
Onze belangrijkste speerpunten voor het komende begrotingsjaar zijn.

De transities in de sociale sector


Het behoeft geen betoog dat hier sprake is van een grote operatie, die inzet vraagt van alle betrokkenen, niet in het minst van onze burgers. Ons uitgangspunt is dat de gemeente ondersteunt en burgers doen wat ze kunnen. Dat betekent een persoonlijke benadering van betrokkenen, zowel in het kader van inkomensvoorzieningen als bij ondersteuning in de vorm van zorg en individuele dan wel collectieve voorzieningen. Met deze benadering hebben wij intussen goede ervaringen opgebouwd. Er is dus alle aanleiding om op de ingeslagen weg door te gaan. De transitie kan alleen maar slagen als wij goed samenwerken met bedrijven en instellingen. Daarnaast is intergemeentelijke samenwerking een vereiste voor die zaken, die we niet lokaal kunnen regelen. Voor ons betekent dit samenwerking tussen 12 gemeenten. Alle genoemde samenwerkingsvormen zijn volop in ontwikkeling. In de Kadernota hebben wij aangegeven wij dat de transitie willen voltooien met de middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld. Dit betekent dat er grote bezuinigingen gerealiseerd moeten worden. Wil deze benadering op langere termijn succesvol zijn, dan is ook is de samenhang van belang tussen opleiding en ontwikkeling (programma 1) en iedereen die kan werken is aan de slag (programma 2).

Jeugd
In Lingewaard vinden we het belangrijk dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk kansen krijgen om zich te ontwikkelen tot zo zelfstandig mogelijke deelnemers aan de maatschappij. Met een visie op een doorgaande ontwikkelingslijn van 0 tot -27 jaar onderscheidt Lingewaard zich van de gemeenten in de directe omgeving. De komende jaren krijgt het jeugdbeleid een andere vorm, komen van het rijk en de provincie taken op het gebied van jeugdzorg naar de gemeente en verandert onder andere de participatiewet, hetgeen eveneens een verschuiving van taken naar onze gemeente betekent. Belangrijk dus om nu al voor te sorteren en wel vanuit onze visie en het daarop afgestemde beleid, zodat we zijn voorbereid op de toekomst. Vanuit de in 2012 ingevoerde wet Passend Onderwijs en de teruglopende leerlingaantallen wordt het belangrijk om te sturen op multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen in de richting van integrale kindcentra en de gebouwen zodanig te herstructureren en waar mogelijk aan te passen en/of te renoveren dat er toekomstbestendig onderwijs mogelijk is.

Bergerden en overige bedrijventerreinen


De verkoop van bedrijventerreinen stagneert. Dat geldt zowel voor de kavels op Bergerden, als voor die op de drie gemeentelijke bedrijventerreinen die in de verkoopfase verkeren (Houtakker II, Pannenhuis II en Agropark II). Er worden samen met Nijmegen voorbereidingen getroffen om tot strategische keuzes te komen ten aanzien van de verdere ontwikkeling van Bergerden.

12

Programmabegroting 2014

Multifunctionele centra
Onze gemeente bezit een kleine 200 gebouwen. Het achterstallig onderhoud op deze gebouwen is de afgelopen jaren opgelopen tot 3 miljoen. Daarnaast is er een tekort op de budgetten voor regulier onderhoud van 0,35 miljoen. In ons vastgoedbeleid streven we ernaar om n onze onderhoudsbudgetten op orde te krijgen n geld vrij te maken ten behoeve van de totstandkoming van drie multifunctionele centra: De Donatuskerk in Bemmel, Zaal Provedentia in Gendt en het Stadhues in Huissen. Ons uitgangspunt is dat wij alle gebouwen verkopen, tenzij er sterke argumenten zijn om dit niet te doen. Wij maken ons sterk voor de multifunctionele centra, omdat wij vinden dat deze een wezenlijke bijdrage leveren aan zowel onze sociaalmaatschappelijke doelen als aan de vitaliteit van onze kernen. Bij de realisatie werken wij goed samen met verenigingen en stichtingen. Deze samenwerking zien wij als de sleutel naar succes.

Cultuur en cultureel erfgoed


Wij stimuleren deelname aan cultuur. Dat begint bij onze ondersteuning van cultuureducatie op scholen. Daarnaast zorgen wij ervoor dat in onze kernen voldoende voorzieningen aanwezig zijn om elkaar te ontmoeten en met elkaar aan culturele activiteiten deel te nemen. Welbevinden van onze inwoners staat daarbij centraal. Maar we willen ook een kweekvijver vormen voor talent, zowel op het gebied van cultuur in brede zin, als op dat van kunst in het bijzonder. Al onze burgers willen wij betrekken bij het behoud van ons cultureel erfgoed. De provi ncie heeft de themas cultuur en erfgoed in n programma samengevoegd en streeft naar het versterken van de regionale samenwerking op dit gebied. Wij willen hierin meegaan, zowel om onze culturele identiteit te versterken als om economische motieven. Een sterke culturele identiteit trekt toeristen aan. Fort Pannerden en zijn omgeving is een bijzonder cultuurhistorisch fenomeen met tevens hoge landschappelijke kwaliteit. Het gebied is van bovenregionale waarde, ook in toeristisch en recreatief opzicht. Het behoort tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die waarschijnlijk in 2015 genomineerd zal worden voor Wereld Erfgoed. Lingewaard kent 50 rijksmonumenten en 150 gemeentelijke monumenten. Niet alleen vormen deze monumenten in figuurlijke zin een rijk bezit voor de gemeenschap, ook hun eigenaren ontlenen er trots aan en besteden veel tijd, geld en energie aan onderhoud en verbeteringen. Inmiddels zijn veel van onze monumenten opgenomen in toeristische fietsroutes rondom bijvoorbeeld de middeleeuwen en de wederopbouw. Onze gemeente biedt een ruime hoeveelheid aan waardevolle architectuur en landschap. Met name de combinatie tussen beide en de verbondenheid met onze rivieren is bijzonder. Het voorbeeld bij uitstek op dit vlak is de combinatie in Doornenburg van kasteel de Doornenburg en Fort Pannerden. Daar hoort toeristische ontwikkeling bij en activiteiten zoals het kanovaren op de Linge, het varen met de Pendelboot en het verblijf op omliggende campings. Wij ondersteunen de ontwikkeling van het Fort langs diverse wegen, ook in de vorm van een gecombineerde provinciale- gemeentelijke subsidie ten behoeve van de inrichting. In 2014 moet deze inrichting gerealiseerd gaan worden. In Huissen is de historische kern in toenemende mate onder de aandacht van zowel inwoners als toeristen. Het onlangs verschenen boek Kastelen in Gelderland laat zien dat ook reeds verdwenen bouwwerken nog volop aandacht hebben. Diverse historische gebouwen in onze gemeente worden in het boek breed en nauwkeurig beschreven. Wij vinden het belangrijk dat ons cultureel erfgoed bij een breed publiek bekendheid geniet en zullen ons via diverse kanalen inzetten om op dit punt een bijdrage te leveren.

Programmabegroting 2014

13

Mobiliteit
De doorontwikkeling van de Lingewaardse mobiliteit is een continue proces waarbij niet alleen onze gemeente is betrokken, maar ook onze omliggende gemeenten, de Stadsregio Arnhem Nijmegen, Provincie Gelderland en Rijkswaterstaat. Voor een goed zicht op de ontsluiting van Lingewaard van en naar onze regio is de Stadsregio gevraagd een Regiovisie A325 op te stellen. Deze is bijna afgerond. Met Nijmegen is de voorbereiding van het doortrekken van de Dorpensingel-Oost in volle gang, waarbij wij uiteraard vasthouden aan een doorgaande route via de Vossepelsestraat (Bemmel-Lent). Met de Stadsregio zijn wij voortdurend in gesprek over het verbeteren en uitbreiden van ons gemeentelijke fietsnetwerk, waarbij nauwlettend wordt gekeken naar aansluiting op andere fietsnetwerken in de omgeving. Rondom het doortrekken van de A15 is inmiddels een bestuursakkoord gesloten tussen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Provincie Gelderland en de Stadsregio Arnhem Nijmegen. In 2014 zullen de voorbereidingen verdere vormen aannemen. In het voortraject, heeft de Provincie Gelderland bovenop het beschikbare projectbudget een bedrag van 55 miljoen extra ter beschikking gesteld voor inpassingsmaatregelen. Dit budget moest worden verdeeld tussen de gemeenten Duiven, Zevenaar en Lingewaard. Op basis van het ingediende voorstel kreeg Lingewaard bijna 30 miljoen toegewezen. In 2014 volgt de verdere procedure rondom het exacte trac, de inpassingen en uit te voeren werkzaamheden, waarbij uiteraard nauw wordt overlegd met belanghebbenden, omwonenden en wijkplatforms. Lokaal blijft onze aandacht uitgaan naar met name het onderhoud van de bestaande infrastructuren voor auto, fiets en looproutes, inclusief de verkeersveiligheid voor met name dijkwegen en schoolomgevingen.

Integrale handhaving
De gemeente heeft wettelijke handhavingstaken op het gebied van bouwen, verkeer en milieu. Daarnaast handhaaft zij de naleving van de Algemene Plaatselijke Verordening. De controles en handhavingsactiviteiten op het gebied van bouwen en milieu zijn in handen gelegd van de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Alle handhavingstaken worden zo veel mogelijk in samenhang uitgevoerd. Dit gebeurt in overleg tussen de gemeente, die het beleid vaststelt, onze Bijzondere Opsporingsambtenaren, de politie en de brandweer. Periodiek worden zorgen besproken en afspraken gemaakt rondom brandveiligheid, verkeersproblematiek en bij parkeren en evenementen. Daarnaast wordt selectief gehandhaafd op naleving van bouwvergunningen en activiteiten van bedrijven. Met name de buitengebieden kennen een complexe situatie doordat er verschillende grondeigenaren zijn. De verantwoordelijkheid voor handhaving ligt daardoor bij diverse organisaties, zoals de Dienst Landelijk Gebied, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat, terwijl onze Bijzondere Opsporingsambtenaren er geen bevoegdheden hebben. Overleg tussen de betrokken partijen, de gemeente en de politie moet leiden tot een helder handhavingsbeleid in de buitengebieden. Het opzetten van projectmatig werken voor de Bijzondere Opsporingsambtenaren heeft inmiddels geleid tot goede resultaten. Het regelmatig controleren bij basisscholen tijdens haal- en brengtijden, parkeercontrole in blauwe zones en bij evenementen wordt niet altijd door een ieder warm ontvangen, maar is wel conform gemaakte afspraken. Evenzo het controleren en handhaven bij zwerfafval en afvaldump.

Burgerparticipatie en zelfsturing
Wij betrekken onze burgers bij beleidsvorming. Via wijkplatforms nemen burgers verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Dat doen zij al jaren en wij willen graag dat dit zo blijft. De betrokkenheid bij de samenleving proberen wij verder te vergroten door in te zetten op zelfsturing. Deze vorm van burger14
Programmabegroting 2014

participatie heeft als basisgedachte dat burgers en bedrijven zelf heel goed in staat zijn om hun eigen afwegingen te maken, waardoor de gemeente terughoudend kan zijn in het stellen van regels en het houden van toezicht. Individuele burgers willen wij in de gelegenheid stellen verantwoordelijkheid te geven voor onderdelen van ons groen. Met verenigingen willen wij in overleg over overdracht van gebouwen, zodat zij deze zelf kunnen beheren. Het is belangrijk dat telkens een goed evenwicht wordt gevonden tussen onze verantwoordelijkheid en wat wij van de burger vragen.

Programmabegroting 2014

15

16

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 3 Hoe staan we er financieel voor?


3.1 Grote lijnen van onze financile positie
In onze aanbiedingsbrief bij de Kadernota (mei 2013) kenschetsten wij onze financile positie als gezond in een veranderende omgeving. Deze conclusie sloot aan bij het oordeel van onze accountant en was geb aseerd op onze reservepositie, op de verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en op een schatting van onze financile risicos. Daar stond tegenover dat het niet eenvoudig was om een structureel evenwicht te vinden tussen onze lasten en baten. De behandeling van de Kadernota heeft tot een sluitende meerjaren1 begroting geleid, maar in de op dat moment voorliggende cijfers was de meicirculaire nog niet verwerkt. Vermelding verdient dat om de begroting sluitend te krijgen bij de behandeling van de Kadernota door middel van amendering bezuinigingen zijn doorgevoerd, maar deze stonden niet in de weg dat wettelijke taken redelijk tot uitvoering konden worden gebracht en geld kon worden vrijgemaakt voor een aantal als zeer noodzakelijk bestemde extra uitgaven. In deze begroting zijn de gevolgen van de meicirculaire wel verwerkt. Voor het jaar 2014 pakken ze gunstig uit, voor de jaren daarna is dat niet meer het geval. Wij hebben diverse maatregelen getroffen om de tekorten in de jaren na 2014 terug te dringen. In september komt de volgende circulaire. Deze bevat informatie over de Rijksbezuinigingen tot een bedrag van 6 m iljard en meer zekerheid over de decentralisaties in het sociaal domein. Welke invloed het een en ander heeft op onze begroting is op dit moment voor ons nog niet inzichtelijk. We hebben er een voorschot op genomen door opname van twee stelposten. Wat betreft de transitie in het sociale domein (meer taken met minder geld) is onze stelling: we doen het met wat we hebben en dat kan. Hierna gaan we in het kort in op onze meerjarenraming, onze risicos en ons weerstandsvermogen, onze reservepositie en onze leningenportefeuille.

3.2 Meerjarenbegroting
We leggen u een meerjarenbegroting voor waarin de jaarschijven 2014 en 2017 nagenoeg sluitend zijn, maar in 2015 en 2016 sprake is van een tekort. In 2014 is er een klein overschot van 18.000 en in 2017 een klein tekort van 21.500. Met name als gevolg van een lagere algemene uitkering van het Rijk laten de jaren 2015 en 2016 een tekort zien van 1.170.300 respectievelijk 263.200. In de cijfers zijn verwerkt de eerder genoemde twee stelposten. Voor de binnen het sociaal domein nog te realiseren bezuinigingen is 400.000 gereserveerd. Mocht realisatie achterwege blijven, dan kan dit bedrag daarvoor worden ingezet. Verder houden wij rekening met een structureel lagere algemene uitkering vanaf 2014 van 500.000. Of dit voldoende groot is, zal duidelijk worden wanneer de door het Rijk op of kort na Prinsjesdag te publiceren septembercirculaire is doorgerekend.

Dit betreft een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken over de financile gevolgen van rijksbeleid voor gemeenten. Naast de meicirculaire is er een septembercirculaire. 17 Programmabegroting 2014

De stelposten hebben op de meerjarenbegroting 2014-2017 het volgende effect: Omschrijving Saldo meerjarenbegroting zonder stelposten Stelpost sociaal domein Stelpost algemene uitkering Saldo meerjarenbegroting 2014-2017
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 -918.000 400.000 500.000 -18.000

2015 270.300 400.000 500.000 1.170.300

2016 -636.800 400.000 500.000 263.200

2017 -878.500 400.000 500.000 21.500

Een verdere uiteenzetting van de financile positie en de ontwikkelingen in de meerjarenbegroting is opgenomen in hoofdstuk 6.

3.3 Risicos en weerstandsvermogen


Niet alle ontwikkelingen c.q. risicos die op onze gemeente af kunnen komen, zijn op voorhand financieel te vertalen in de begroting. Wanneer n of enkele van deze risicos zich daadwerkelijk voordoen is het de vraag of we in staat zijn om deze risicos in financieel opzicht op te vangen. Op basis van de door uw raad vastgestelde nota risicomanagement hebben we berekend dat het benodigde weerstandsvermogen afgerond 10 miljoen bedraagt. Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve, dat in feite synoniem is voor het benodigde weerstandsvermogen, ligt in de periode 2014-2017 rond de 8 9 miljoen. Op basis van de nota risicomanagement is dat niet voldoende. De totale omvang van de algemene reserve (het beklemd deel plus het vrij besteedbaar deel) is echter ruim voldoende om de risicos die wij lopen (de grootste hebben betrekking op bedrijventerreinen) op te kunnen vangen. Hierbij past wel de kanttekening dat de inzet van 1 miljoen van het beklemd deel van de algemene reserve structureel 40.000 kost. De in ons jaarverslag 2012 toegezegde actualisatie van de nota risicomanagement is grotendeels afgerond. Dankzij de toegezegde middelen voor formatie-uitbreiding kan verdere besluitvorming en aansluitend implementatie plaatsvinden in 2014. In paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing, treft u meer informatie aan over het vorenstaande.

3.4 Reserves en voorzieningen


Voorzieningen dienen van voldoende omvang te zijn om de financile gevolgen van het doel waarvoor ze zijn ingesteld op te kunnen vangen. Ter onderbouwing van voorzieningen dient sprake te zijn van actuele onderhoudsplannen. Bij de jaarrekening 2012 hebben we geconstateerd dat weliswaar alle onderhoudsplannen zijn geactualiseerd, maar dat niet alle voorzieningen in financile zin van voldoende omvang zijn om aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Deze voorzieningen zijn daarom in overleg met de externe accountant omgevormd tot een bestemmingsreserve. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij onderhoud gemeentegebouwen. Door de verkoop van gebouwen zullen de toekomstige verplichtingen afnemen en kan, wanneer deze verplichtingen weer in overeenstemming zijn met de onderliggende plannen, de voorziening in plaats van de bestemmingsreserve worden ingesteld. De reserves en voorzieningen worden toegelicht in 6.6 Toelichting reserves en voorzieningen.

18

Programmabegroting 2014

3.4 Leningenportefeuille
Op 1 januari 2014 hebben wij tot een bedrag van bijna 84 miljoen aan langlopende geldleningen afgesloten. In de begroting 2013 gingen wij nog uit van 94 miljoen. Door een nauwgezette monitoring van onze liquiditeitspositie bleek het niet nodig om in 2013 nieuwe geldleningen af te sluiten. Voor 2014 gaan wij er op basis van de huidige inzichten van uit dat 10 miljoen aan nieuwe leningen moet worden afgesloten. Het verbeteren van onze liquiditeitspositie is op dit moment vooral afhankelijk van de ontwikkelingen in de grondexploitaties. Wanneer grond kan worden verkocht komen ook middelen beschikbaar om aan de reguliere aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover dit niet het geval is, zal herfinanciering moeten plaatsvinden. In paragraaf 5.4 Financiering vindt u een nadere toelichting.

3.5 Enkele kanttekeningen


Bij onze financile positie willen we nog de volgende kanttekeningen plaatsen. Het kan zijn dat de septembercirculaire verdere bezuinigingen nodig maakt. Wij denken dat dan het schrappen van taken aan de orde is. Onze begroting bevat naar onze mening alle ingredinten om dit mogelijk te maken. Een kerntakendiscussie is daarvoor volgens ons niet langer nodig. Zodra meer informatie over de gevolgen van de septembercirculaire beschikbaar is zullen wij u daarvan op de hoogte stellen. De verkoop van gebouwen komt op gang, maar de netto-opbrengsten vallen soms tegen door hoge boekwaarden, mede als gevolg van voorgenomen grondexploitaties. Dat laat onverlet dat wij de geformuleerde doelen (budgetten voor gebouwenbeheer op orde krijgen en geld vrijmaken voor de realisatie van multifunctionele centra) denken te kunnen halen, al zal dat op zijn vroegst eind 2014 het geval zijn. Dit laatste is toe te schrijven aan de aanhoudende crisis in de vastgoedsector. Over de multifunctionele centra komen wij voor de begrotingsbehandeling met actuele informatie, met daaraan gekoppeld voorstellen voor implementatie. Op diverse plaatsen in deze begroting wijzen wij op het belang van zelfwerkzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers. Daar zit ook een financile kant aan. Naarmate burgers ten behoeve van de gemeenschap meer inzet tonen, kunnen wij met minder middelen toe, dan wel komt er geld vrij voor alternatieve besteding. Wij zijn op dit punt optimistisch gestemd. Tot slot willen wij uw raad in overweging geven dat er een keuze te maken is: ofwel streng op de knip blijven zitten of gezien de financile lichtjes aan het eind van de tunnel geld vrij maken uit onze beklemde reserve teneinde meer ambities van onze structuurvisie waar te maken. Wij neigen naar het laatste.

Programmabegroting 2014

19

20

Programmabegroting 2014

Deel I

Beleidsbegroting

Programmabegroting 2014

21

22

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 4 De programmas

Programmabegroting 2014

23

24

Programmabegroting 2014

Wat staat er in de programmas?


Hoofdstuk 4 De programmas bestaat uit een toelichting op 11 programmas. De indeling in 11 programmas is gemaakt op basis van een analyse van de doelen uit de ruimtelijke structuurvisie, de sociale visie en het brugdocument. De programmas omvatten alle beleidsdoelen en activiteiten van de ge meente, waardoor de begroting de basis biedt voor een integrale afweging van de doelen van de gemeente en de inzet van de middelen. De toelichtingen op de programmas zijn steeds op dezelfde manier opgebouwd, waarbij de volgorde van de volgende drie vragen is aangehouden: Wat willen we bereiken? Wat doen we daarvoor? Wat mag het kosten?

Elk programma bevat de doelen die de gemeente voor een bepaald beleidsthema wil bereiken. Deze doelen zijn op een logische manier in beeld gebracht in een zogenaamde doelenboom. In deze indeling staat voorop dat de samenhang tussen doelen en activiteiten duidelijk wordt. Het volgende voorbeeld geeft aan welke niveaus in de doelenboom wij onderscheiden.

7. Voor iedereen een kwalitatief goede en betaalbare woning op een goede plaats

Programmadoel

7.1 Verbeteren aantrekkelijkheid woonomgeving

7.2 Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen

7.3 Duurzaam en levensloopbestendig bouwen

Beleidsdoel

7.1.1 Aanleg groen en speelruimtes

7.2.1 Aanwijzen locaties

7.3.1 Stimuleren duurzaam bouwen

Verbeteren ontsluitingen (3.1.2)

7.2.2 Bevorderen en herstructureren woningbouw

7.3.2 Stimuleren levensloopbestendig bouwen

Prestatiedoel
Een schone, hele, veilige woonomgeving (9) 7.2.3 Meewerken aan passende particuliere initiatieven Stimuleren duurzame ontwikkelingen (zie 8.2.1)

7.2.4 Afspraken maken met woningcorporaties

Programmabegroting 2014

25

Het programmadoel verwoordt het beoogde maatschappelijk effect dat de gemeente wil bereiken. De gemeente zet hiervoor verschillende instrumenten in, die op verschillende zaken betrekking kunnen hebben, in dit voorbeeld de woonomgeving, het aanbod van woningen en de kwaliteit van de woningen. Op dit niveau zijn beleidsdoelen geformuleerd. Het programmadoel en de beleidsdoelen worden toegelicht onder het kopje Wat willen we bereiken?. In de doelenboom zijn in de blokjes onder de beleidsdoelen de prestatiedoelen geformuleerd. Deze geven aan wat de gemeente gaat doen om de beleidsdoelen en het programmadoel te bereiken. Onder de vraag Wat doen we daarvoor? zijn de prestatiedoelen toegelicht. Per prestatiedoel wordt een beknopte omschrijving gegeven van wat er speelt op dit terrein en met welke middelen (bijvoorbeeld met financile middelen, zoals subsidies) de gemeente zaken wil benvloeden. Zoveel mogelijk zijn de acties genoemd die de gemeente specifiek in het begrotingsjaar 2014 wil ondernemen. Er zijn activiteiten van de gemeente die verschillende doelen dienen. Dit komt in de doelenbomen tot uitdrukking met groengekleurde prestatiedoelen. Daar waar de blokjes groen zijn, worden deze prestatiedoelen in een ander programma toegelicht. In de toelichtingen zijn in enkele gevallen indicatoren opgenomen. Met een indicator geven wij aan hoe we meten of onze inzet geleid heeft tot het beoogd effect, zoals omschreven in het prestatie- of beleidsdoel. Het benoemen van deze indicatoren is niet gemakkelijk, omdat veelal ook externe factoren van invloed zijn op het bereiken van het doel en de gemeente daar geen grip op heeft. Wij vinden het belangrijk om met indicatoren te werken waar de gemeente zelf op kan sturen. Voor het ontwikkelen daarvan blijken wij meer tijd nodig te hebben. Hier zullen wij komend jaar aan werken. Aan het einde van de toelichting op de prestatiedoelen wordt aangegeven welke investering(en) wij voor activiteiten binnen het desbetreffende programma in het Uitvoeringsplan hebben opgenomen. Wij verwijzen daarbij naar het nummer in het Uitvoeringsplan in hoofdstuk 6 ( 6.4 Uitvoeringsplan 2014-2017). Onder het kopje Wat mag het kosten is een overzicht opgenomen, waarin per prestatiedoel de geraamde lasten en baten zijn aangegeven. Op deze manier is de inzet van de middelen gekoppeld aan de doelen en activiteiten van de gemeente. Wij hebben de bestaande productgroepen toegedeeld aan de prestaties. Deze productgroepen zijn de eenheden waarop programma- en apparaatskosten voor bepaalde activiteiten worden geboekt. In sommige gevallen loopt de indeling in productgroepen niet synchroon met de indeling van de prestatiedoelen en hebben wij keuzes gemaakt. Wij benutten volgend jaar om een verfijning aan te brengen in de toedeling van de middelen aan de prestatiedoelen. Het overzicht bevat tevens de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die betrekking hebben op het programma. Hoofdstuk 6 van deze begroting bevat de Financile begroting, waarin onder meer de Meerjarenbegroting 2014-2017 is opgenomen. De Meerjarenbegroting voor de komende vier jaar wordt elk jaar in de begroting voor het komende jaar aangepast. Voor de mutaties in de Meerjarenbegroting verwijzen we dan ook naar hoofdstuk 6 ( 6.3 Meerjarenbegroting 2014-2017).

26

Programmabegroting 2014

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

Programma 1 Ontwikkeling en opleiding

1. Optimale kansen om eigen talenten te ontwikkelen

1.1 Stimuleren passende voorzieningen voor de jeugd

1.2 Bieden van opleidingen en educatie

Afgestemd hoogwaardig aanbod en gebruik van jeugdvoorzieningen (2.1)

1.2.1 Stimuleren behalen startkwalificatie door jongeren

1.1.1 Bieden jeugdgezondheidszorg

1.2.2 Bieden van leerlingenvervoer

1.1.2 Opvoedingsondersteuning

1.2.3 Bieden van natuureducatie

1.2.4 Ondersteuning bieden bij volwasseneneducatie

1.2.5 Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden

1.2.6 Bieden van voldoende, goede en veilige fysieke leeromgeving

Programmabegroting 2014

27

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

Wat willen we bereiken? 1. Optimale kansen om eigen talenten te ontwikkelen


Wij willen elke inwoner in staat stellen om het maximale uit zichzelf te halen. Omdat kinderen en jongeren aan het begin van hun ontwikkeling staan en gemiste kansen grote gevolgen kunnen hebben voor hun verdere leven, neemt de gemeente de verantwoordelijkheid op zich dat zij, wanneer dat nodig is, worden begeleid in hun ontwikkeling. Uitgangspunt voor de gemeentelijke inzet is een visie op een doorlopende ontwikkelingslijn voor jongeren van 0 tot 27 jaar. In deze visie staat voorop dat problemen in de ontwikkeling van een kind of jongere in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd en dat er passende ondersteuning of hulp wordt geboden, zo nodig op gezinsniveau. De gemeente Lingewaard streeft, met de partners op dit terrein, voor elk kind van 0-27 jaar naar het realiseren van optimale ontwikkelingskansen en volwaardig participeren in onze maatschappij binnen zijn/haar mogelijkheden. Wij willen kinderen, jongeren en volwassenen kansen bieden om zich, door middel van scholing en opleiding te ontwikkelen tot zelfstandige en verantwoordelijke mensen. Wij spannen ons in dat elke jongere minimaal over het opleidingsniveau beschikt om een serieuze kans te maken op geschoold werk. Wij stimuleren natuureducatie op basisscholen, omdat wij willen dat inwoners in Lingewaard opgroeien tot verantwoordelijke mensen die hun leefomgeving respecteren en ervan kunnen genieten. Een voorwaarde hiervoor is dat kinderen van jongs af aan kennis over de natuur opdoen en over de invloed van activiteiten van mensen op de natuur en andersom.

1.1 Stimuleren passende voorzieningen voor de jeugd


Ons doel is dat kinderen en jongeren in Lingewaard opgroeien tot actieve en zelfstandige volwassenen. Wij bieden mogelijkheden voor ontmoeting en deelname aan de samenleving voor jongeren, door bijvoorbeeld de deelname aan sport en cultuur te stimuleren. Wij bieden jeugdgezondheidszorg en ondersteuning of hulp aan jongeren en gezinnen die dit (tijdelijk) nodig hebben.

1.2 Bieden van opleidingen en educatie


In Lingewaard zijn verschillende vormen van opvang en onderwijsaanbod aanwezig. Naast peuterspeelzaalwerk, kinderopvang, en basisonderwijs, heeft onze gemeente speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs en MBO-onderwijs (metaaltechniek) binnen de gemeentegrenzen. Andere vormen van onderwijs worden onder andere in de gemeenten Overbetuwe, Arnhem en Nijmegen aangeboden. Er is een samenwerking met 11 gemeenten (Arnhem en omgeving) die in een gemeenschappelijke regeling onderwijszaken (GRO) afstemmen over leerplicht, volwasseneducatie en de uitvoering van de RMC-taken (Regionaal meld- en cordinatiepunt) van de centrumgemeente Arnhem. De gemeente heeft in principe niet veel mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het onderwijsaanbod in de gemeente. Hiervoor zijn de schoolbesturen verantwoordelijk. Dit geldt ook voor de ontwikkelingen rondom de Wet passend onderwijs. Op grond van deze wet wordt met ingang van het schooljaar 2014/2015 de zorgplicht voor scholen ingevoerd. Dit betekent dat scholen ervoor verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden: op de eigen school, eventueel met extra ondersteuning in de klas, op een andere reguliere school in de regio of in het (voortgezet) speciaal onderwijs. De scholen moeten samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. Het samenwerkingsverband maakt onder meer afspraken over welke begeleiding de reguliere scholen bieden, welke kinderen een plek krijgen in (voortgezet) speciaal onderwijs 28
Programmabegroting 2014

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

en over de verdeling van de ondersteuningsmiddelen. De Wet passend onderwijs vraagt om een goede afstemming en samenwerking tussen gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden. De gemeente kan in overleg met schoolbesturen haar wensen kenbaar maken aan het samenwerkingsverband en mogelijkheden tot uitbreiding van het huidige aanbod bespreken. De gemeente heeft op het gebied van onderwijs voornamelijk een faciliterende rol voor het realiseren van huisvesting en vervoer. De gemeente Lingewaard en haar partners streven voor elke inwoner van 0-27 jaar naar optimale ontwikkelingskansen en volwaardig participeren binnen onze maatschappij binnen zijn/haar mogelijkheden. Wij bieden mensen ontwikkelingsmogelijkheden om hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Daarnaast vinden wij natuureducatie voor kinderen belangrijk in hun ontwikkeling naar verantwoordelijke volwassenen.

Wat doen we daarvoor?


1.1 Stimuleren passende voorzieningen voor de jeugd
1.1.1 Bieden jeugdgezondheidszorg De gemeente heeft een wettelijke taak op het gebied van de jeugdgezondheidszorg. De gemeente Lingewaard spant zich in voor een optimaal toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig integraal uniform takenpakket jeugdgezondheidszorg. Zij waarborgt de beschikbaarheid van een consultatiebureau voor 0-4 jarigen (de concrete uitvoering ligt bij de Stichting thuiszorg Midden-Gelderland en een schoolartsendienst voor 4-19 jarigen (uitvoering door VGGM).De gemeente stelt jaarlijks een adequaat maatwerk takenpakket jeugdgezondheidszorg 0-19 jarigen vast. De gemeente zorgt voor de instandhouding en financiering van Praktische Gezinsondersteuning (PGO, ofwel thuisbegeleiding) voor gezinnen met problemen op het gebied van opvoeden. Specifieke speerpunten van gezondheidszorg voor de jeugd, die ook in 2014 nog leidend zijn voor de uitvoering, zijn : Overgewicht; Alcohol en Drugs; Seksuele gezondheid. Per 1 januari 2015 wordt de gemeente verantwoordelijk voor jeugdhulpverlening. Het jaar 2014 staat in het teken van de voorbereidingen hiervoor. Het takenpakket van de jeugdgezondheidszorg binnen de Wet publieke gezondheid wordt gewijzigd. Het systeem van uniform (landelijk verplichte taken) en maatwerk (gemeentelijke risicozorg / aanvullende taken) binnen de jeugdgezondheidszorg wordt losgelaten. De nieuwe Wet publieke gezondheid zal een landelijk basistakenpakket jeugdgezondheidszorg bevatten Invoering hiervan is voorzien op 1 januari 2015. Vanaf die datum worden de aanvullende taken op het gebied van ondersteuning en hulpverlening voor jeugdigen en ouders geregeld in de nieuwe Jeugdwet. In 2014 dient een regiovisie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling te worden vastgesteld. Hierin wordt het beleid ten aanzien van dit onderwerp vastgelegd en de verdeling van regionale en lokale verantwoordelijkheden hiervan. Tevens dient hierbij het huidige Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) te worden samengevoegd met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling tot een nieuwe gentegreerde voorziening Advies en Meldpunt Kindermishandeling en Huiselijk Geweld (AMHK). 1.1.2 Opvoedingsondersteuning Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) is in Lingwaard georganiseerd in de vorm van een netwerk, waaraan verschillende partners en partijen deelnemen die met en voor kinderen/jongeren werken van 0 tot 23 jaar. Kernpartners zijn de jeugdgezondheidszorg, Welzijn (o.a. maatschappelijk werk), Jeugdzorgorganisaties en Bureau Jeugdzorg.
Programmabegroting 2014

29

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

Het CJG fungeert als een vraagbaak voor ouders, verzorgers, vrijwilligers en beroepskrachten voor alle vragen over ontwikkeling, opvoeden en opgroeien. Daarnaast biedt het CJG gezinnen een integraal aanbod van ondersteuning en indien noodzakelijk een sluitende zorgstructuur. De sluitende zorgstructuur krijgt vorm vanuit de gedachte: n kind, n gezin, n plan. In de sluitende zorgstructuur staan de leefwerelden van het kind centraal. Dit zijn het gezin, de school en de openbare ruimte (de buurt). Waar we problemen signaleren stemmen we die af met betrokkenen. De sluitende zorgstructuur voorziet in deze afstemming door de Verwijsindex. Hiermee faciliteren we informatie-uitwisseling tussen professionals en door de mogelijkheid tot multidisciplinair casusoverleg door het CJG, de ZorgAdviesTeams in het onderwijs en zo nodig de inzet van team Jeugdoverlast. Ingaande 1-1-2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdzorg. Deze zogenaamde transitie jeugdzorg maakt het mogelijk om het preventieve jeugdbeleid aan te laten sluiten op de noodzakelijke jeugdhulp. Om meer inzicht te krijgen in de breedte van deze nieuwe taak is er in september 2013 een maatschappelijk debat jeugd gevoerd. Daarbij hadden met name de clinten, zorgaanbieders en raadsleden een belangrijke rol. Vooruitlopend op verandering van de wet op de jeugdzorg wordt voorzien in een flexibele schil van tweedelijnsvoorzieningen om het gezin, door het betrekken van professionals van tweedelijns voorzieningen bij het overleg van het CJG, wanneer dat in een bepaalde casus nodig is. Om het CJG toegerust te laten zijn op de uitbreiding van taken door de invoering van de nieuwe Jeugdwet is gestart met de opzet van een registratiesysteem waarmee de effectiviteit van het CJG kan worden gemeten.

1.2 Bieden van opleidingen en educatie


1.2.1 Stimuleren behalen startkwalificatie door jongeren Leerlingen met een diploma hebben meer kans op een baan. Tot hun 18e zijn leerlingen verplicht om een startkwalificatie te halen. Dat is een diploma voor havo, vwo, mbo2 of hoger. Het halen van een startkwalificatie is echter niet voor iedereen weggelegd en de ontwikkeling verloopt ook niet voor elk kind zonder problemen. Daarom starten wij zo vroeg mogelijk met het investeren in onze jonge inwoners, bijvoorbeeld door het aanbieden van voor- en vroegschoolse educatie en het stimuleren van ouderbetrokkenheid op peuterse peelzalen, kinderdagverblijven en scholen. Het bieden van 1 -lijns jeugd- en gezinszorg (CJG) en de bestrijding van voortijdig schoolverlaten is gericht op voortijdig signaleren en bieden van ondersteuning bij problemen. Met deze investeringen in jonge inwoners willen we kinderen met ontwikkelingsproblemen de kans geven op een zelfstandig en zinvol ingevuld leven. Concreet willen wij bereiken dat deze kinderen: met minder achterstand naar de basisschool en vervolgonderwijs gaan, zodat uiteindelijk een startkwalificatie kan worden gehaald; zo zelfstandig mogelijk hun leven kunnen leiden en daarbij zo min mogelijk afhankelijk zijn van sociale voorzieningen; meer kansen hebben op het krijgen van een betaalde baan en; minder in aanraking komen met justitie.

In de gemeente Lingewaard trekken de CJG-cordinator en de leerplichtambtenaar gezamenlijk op bij de aanpak van schoolverzuim. Hiervoor hebben zij verschillende projecten opgezet, zoals de thuiszitterstafel, de overbelaste jongere, challenge day en wordt wakker. Het percentage voortijdig schoolverlaters is in de gemeente Lingewaard al enkele jaren het laagst van de deelnemende gemeenten in de regio.

30

Programmabegroting 2014

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

Doel
1.2.1 Stimuleren behalen startkwalificatie door jongeren

Activiteiten

Prestaties Indicator
Percentage voortijdige schoolverlaters

Werkelijk 2012
2%

Raming 2014
2%

Diverse activiteiten

1.2.2 Bieden van leerlingenvervoer Kinderen die niet zelfstandig van en naar school kunnen reizen, kunnen, na hiervoor te zijn gendiceerd, gebruik maken van leerlingenvervoer. Wij vinden het belangrijk dat kinderen vanaf 10 jaar, in de aanloop naar de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs, zo zelfstandig mogelijk van en naar school kunnen reizen. Vanaf 2011 worden kinderen met een vervoersindicatie van 10 jaar of ouder, opnieuw beoordeeld om na te gaan of zij inmiddels in staat zijn om zelfstandig te reizen. In 2013 wordt inhoudelijk beleid geformuleerd, waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de ouders en de zelfredzaamheid van de kinderen als uitgangspunt gelden. Dit nieuwe beleid zal met ingang van het schooljaar 2014-2015 van kracht worden. 1.2.3 Bieden van natuureducatie Stichting Lingewaard Natuurlijk zorgt ervoor dat iedere leerling gedurende zijn basisschoolcarrirre minimaal twee keer een natuurles krijgt. Elk jaar geven vrijwilligers meer dan 200 lessen. De gemeente vindt natuureducatie aan kinderen belangrijk en subsidieert deze activiteit. Boomplantdag Jaarlijks organiseert Stichting Lingewaard Natuurlijk in maart een boomplantdag, waarbij aan alle bassischolen in Lingewaard en in omliggende gemeenten de mogelijkheid wordt geboden om leerlingen uit groep 8 te laten deelnemen. De gemeente faciliteert en subsidieert dit initiatief. 1.2.4 Ondersteuning bieden bij volwasseneneducatie Wij ondersteunen volwasseneneducatie voor de persoonlijke ontplooiing van volwassenen ten behoeve van hun maatschappelijk functioneren. Belangrijk is het om hierbij aan te sluiten op de individuele behoeften en mogelijkheden van mensen. Daarnaast gaat het erom dat mensen door middel van educatie beter kunnen participeren binnen de samenleving in Lingewaard. Op het gebied van volwasseneducatie werken wij samen met de 11 gemeenten binnen GRO-verband. De gemeente heeft de mogelijkheid om het educatiedeel binnen het participatiebudget in te zetten naar de behoefte van de inwoners. ROC Rijn IJssel is tot 2015 de aanbieder van volwasseneneducatie voor Lingewaard. Vanaf 2015 vervalt zeer waarschijnlijk de voor gemeenten verplichte winkeln ering bij ROCs. Tot 2013 kocht Lingewaard trajecten in zoals alfabetisering, Nederlands als Tweede taal na inburgering, sociale redzaamheid, digitale vaardigheden, omgaan met geld, vrijwilligersondersteuning en Aan de Slag Sinds 2013 heeft het rijk de eisen aan het aanbod Volwasseneneducatie aangescherpt en beperkt tot met name taal en rekenen. Daarom is het budget vanaf 2013 aanzienlijk lager dan voorgaande jaren. 1.2.5 Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden Wij faciliteren gerichte scholing en opleiding voor werkzoekenden met een gemeentelijke uitkering. Scholing wordt alleen ingezet als de werkzoekende niet beschikt over een zogenoemde startkwalificatie n als deze scholing noodzakelijk is om een geacquireerde arbeidsplaats in te vullen en te behouden. Dit hangt uiteraard af van persoonlijke mogelijkheden en is daarom maatwerk. Met de potentile werkgever en de werkzoekende worden gerichte afspraken gemaakt over investering door de gemeente en voorwaarden daarvoor. In alle gevallen wordt eerst gekeken of er andere financieringsmogelijkheden zijn dan het (beperkte) budget van de gemeente.

Programmabegroting 2014

31

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

1.2.6 Bieden van voldoende, goede en veilige fysieke leeromgeving Onderwijshuisvesting heeft in eerste instantie tot doel om leerlingen een goede en veilige fysieke leeromgeving te bieden. De eerste taak van de gemeente is te zorgen voor voldoende en veilige gebouwen. Daarnaast wordt onderwijshuisvesting gebruikt als vliegwiel om samen met andere partners de samenhang te bevorderen tussen onderwijs, voorschoolse- en naschoolse opvang en andere maatschappelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld Brede scholen en Integrale Kindcentra. Wij bezien in overleg met de schoolbesturen hoe in een periode van afnemende leerlingenaantallen, herschikking van onderwijslocaties kan plaatsvinden waardoor voor lange tijd goede en passende onderwijshuisvesting beschikbaar is. Daarbij wordt tevens nagegaan welke combinaties met peuterspeelzaalwerk en kinderopvang mogelijk en wenselijk zijn. Als gevolg van herschikkingen zullen waarschijnlijk onderwijsgebouwen worden afgestoten en kan uitbreiding op andere locaties nodig zijn. Er zal in elk geval worden nagegaan welke mogelijkheden er zijn om tijdelijke onderwijslokalen te verwijderen. Lingewaard kent veel relatief oude schoolgebouwen (30 tot 40 jaar oud) die qua indeling niet meer voldoen aan de eisen die het huidige onderwijs stelt en die eigenlijk aanpassing behoeven. Voor deze gebouwen die nog langdurig in gebruik zullen zijn, mede omdat er geen middelen beschikbaar zijn voor vervangende nieuwbouw, wordt in beeld gebracht wat er nodig is om deze gebouwen zowel onderwijskundig als bouwtechnisch zodanig aan te passen dat deze weer voor een periode van 20 tot 30 jaar kunnen worden gebruikt. Dit is uitgewerkt in het Meerjaren Onderhoudplan Onderwijshuisvesting (MOP), zie 9.1.3. En van de eerste locaties die hiervoor in aanmerking komt, is het scholencomplex aan het Ot en Sienpad in Huissen. Dit scholencomplex is bouwkundig verouderd en voldoet niet meer aan de eisen die het onderwijs stelt. Door terugloop van het aantal leerlingen ontstaat de mogelijkheid om in dit complex ook de openbare basisschool de Zilverzwaan te huisvesten en het totale complex te transformeren tot een Brede School/IKC. In de begroting is voor deze renovatie/upgrading een bedrag opgenomen van 2 miljoen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

1.01 1.02

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 e 1 inrichting diverse lokalen Loovelden gr 15/16 Vervangende huisvesting Zilverzwaan / Ot en Sien

Realisatie 2014 2014

32

Programmabegroting 2014

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

1 Opvoeding en ontwikkeling
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

1.1

Stimuleren passende voorzieningen voor

de jeugd 1.1.1 Bieden jeugdgezondheidszorg 1.1.2 Opvoedingsondersteuning 1.2 Bieden van opleiding en educatie 1.2.1 Stimuleren en toezien op behalen startkwalificatie door jongeren

Jeugdgezondheidszorg Opvoedingsondersteuning

751.625 363.361

751.625 363.361

Basisonderwijs voorzieningen (openb) Basisonderwijs voorzieningen (bijz) Speciaal onderwijs voorzien. (bijz) Voorgezet onderwijs Lokaal onderwijsbeleid Kinderopvang Leerlingenvervoer Onderwijsbegeleiding / NME Volwasseneducatie

102.202 334.974 103.099 35.000 739.996 558.350 926.589 29.360 146.125

102.202 334.974 103.099 35.000 704.996 345.210 926.589 29.360 6.550

-35.000 -213.140

1.2.2 Bieden van leerlingenvervoer 1.2.3 Bieden van natuureducatie 1.2.4 Ondersteuning bieden bij volwasseneducatie 1.2.5 Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden 1.2.6 Bieden van voldoende, goede en veilige fysieke leeromgeving Saldo van baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserve Resultaat

-139.575

4.090.681 Mutaties reserves Onderhoud gebouwen 55.600 4.146.281

-387.715

3.702.966 55.600

-387.715

3.758.566

Programmabegroting 2014

33

Programma 1 Opvoeding en Ontwikkeling

34

Programmabegroting 2014

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Programma 2 Deelname aan de samenleving

2. Iedereen doet mee en iedereen doet ertoe

2.1 Mogelijkheden bieden voor deelname en ontmoeting

2.2 Stimuleren zelfredzaamheid

2.3 Iedereen die kan werken, is aan de slag

2.1.1 Stimuleren samen sporten en bewegen

2.2.1 Bevorderen dat iedereen gezond kan leven

2.3.1 Activeren bij zoeken naar werk (reintegratie)

2.1.2 Stimuleren kennismaking en deelname aan kunst en cultuur

2.2.2 Signaleren problemen van kwetsbare inwoners en ondersteuning bieden

2.3.2 Stimuleren werkgelegenheid en arbeidsplaatsen voor werkzoekenden

2.1.3 Ondersteunen diverse voorzieningen

2.2.3 Verstrekken uitkeringen en voorzieningen

Stimuleren en faciliteren van burgerinitiatieven (10.2.1)

Programmabegroting 2014

35

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Wat willen we bereiken? 2. Iedereen doet mee en iedereen doet ertoe


Wij willen bijdragen aan een sociaal leefklimaat, waarin iedereen mee kan doen en er voor iedereen plaats is. Zon leefklimaat ontstaat door de manier waarop inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en de gemeente met elkaar omgaan. Een belangrijke voorwaarde is dat iedereen oog voor een ander heeft en iets voor elkaar over heeft. Wij willen ons inspannen om de betrokkenheid van inwoners bij de samenleving te vergroten. Daarom willen wij zoveel mogelijk kansen benutten om mensen te stimuleren actief te zijn en mee te doen. Omdat de eigen zelfstandigheid een groot goed is en bijdraagt aan het welbevinden, vinden wij het belangrijk dat ieder zo veel en zo lang mogelijk eigen keuzes kan maken en de verantwoordelijkheid voor zijn of haar manier van leven kan nemen. Dit vraagt wel de bereidheid binnen de samenleving om rekening met elkaar te houden en elkaar te helpen, als dat nodig is. De gemeente neemt hierin ook haar verantwoordelijkheid. Werken is een belangrijk middel om actief deel te nemen aan de samenleving. Wij begeleiden mensen, waar nodig, bij het vinden van een reguliere baan en spannen ons in om werkmogelijkheden te vinden voor mensen voor wie een reguliere baan (nog) een brug te ver is. Het stelsel voor maatschappelijke ondersteuning verandert. Door de overheveling van taken uit de AWBZ naar de Wmo wordt de gemeente verantwoordelijk voor begeleiding en verzorging van mensen met specifieke problemen. De invoering van de nieuwe Participatiewet houdt in dat er n regeling komt voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (de mensen die voorheen recht hadden op een uitkering op grond van de WWB, WSW en Wajong). De verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers wordt met de nieuwe Participatiewet wel groter, maar de verdeling van de middelen blijft via de gemeenten lopen. In 2014 vinden voorbereidingen plaats om de nieuwe taken met ingang van 1 januari 2015 uit te kunnen voeren.

2.1 Mogelijkheden bieden voor deelname en ontmoeting


Een leefomgeving, waarin iets te beleven valt en die uitnodigt tot ontmoeting met anderen draagt bij aan de kwaliteit van leven. Een ander aspect van ontmoeting is dat mensen die elkaar kennen, eerder geneigd zijn elkaar te helpen of een beroep durven te doen op een buur. Zo kan dreigende vereenzaming worden opgemerkt en op tijd gestopt worden. Men zal elkaar ook eerder aanspreken op het leefbaar houden van de wijk. Met andere woorden de sociale cohesie van de lokale samenleving is van groot belang. Lingewaard beschikt over een hecht sociaal fundament. Daarin zorgen we er met elkaar voor dat wijken en dorpen zich verder kunnen ontwikkelen tot plekken waar inwoners zich thuis voelen, binding hebben met andere inwoners en waar een basispakket aan voorzieningen aanwezig is. Er zijn voldoende faciliteiten voor de ontplooiing van individuele inwoners tot zelfredzame burgers die meedoen aan de samenleving. Sport, cultuur en ontmoeting staan hierbij centraal.

2.2 Stimuleren zelfredzaamheid


Sinds 2012 werken wij vanuit een nieuwe visie over de samenleving, waarbij het erom gaat dat mensen zo optimaal en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen participeren. In deze visie staat zelfredzaamheid van mensen voorop, wat heeft geleid tot een herijking van de rol van de gemeente. Wij willen mensen stimuleren om een gezonde leefwijze aan te houden, omdat dit ten goede komt aan het functioneren. Wij vinden het belangrijk dat mensen in hun eigen omgeving hun leven naar eigen keuze kunnen invullen. Wij gaan er van uit dat mensen zelf het beste weten wat daarvoor nodig is en dat zij dat zelf regelen of met hulp van familie, vrienden of bekenden. Lukt dat niet, dan kijken we samen met de betrokkene hoe wij daarbij kunnen ondersteunen. Wij helpen bij het vinden van oplossingen die passen bij de specifieke situatie.

36

Programmabegroting 2014

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Wij verstrekken uitkeringen aan mensen die zelf niet voor hun inkomen kunnen zorgen. Als mensen vanwege een beperking problemen ondervinden in hun functioneren en bij de deelname aan de samenleving, die zij zelf niet kunnen oplossen, gaat de gemeente samen met hen na welke voorziening hiervoor de meest efficinte en effectieve oplossing biedt.

2.3 Iedereen die kan werken, is aan de slag


Wij hanteren het uitgangspunt dat iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt, moet proberen om zo snel mogelijk een reguliere baan te vinden, zodat wordt voorzien in een eigen inkomen en er geen reden meer is voor een uitkering. In die gevallen waarin een werkzoekende er op eigen kracht niet in slaagt een reguliere baan te vinden, spannen wij ons in om deze sterker te maken in zijn concurrentiepositie op de arbeidsmarkt. Voor mensen die niet in staat zijn om zelf solliciteren, treden wij op als intermediair naar werkgevers. Ook proberen wij met werkgevers en organisaties zinvolle werktrajecten te vinden voor mensen die (nog) niet bemiddelbaar zijn voor een reguliere baan.

Wat doen we daarvoor?


2.1 Mogelijkheden bieden voor deelname en ontmoeting
2.1.1 Stimuleren samen sporten en bewegen Sport vormt een onderdeel van het sociale beleid van de gemeente en is een belangrijk onderdeel van de Lingewaardse samenleving. Zo levert sport een bijdrage aan een goede gezondheid, sociale samenhang en leefbaarheid. De gemeente zorgt voor goede randvoorwaarden zodat de inwoners van Lingewaard invulling kunnen geven aan sportieve vrijetijdsbesteding op recreatief niveau, zowel in georganiseerd als ongeorganiseerd verband. Prestaties Indicator
Sportparticipatie (2012 = 100) Voldoen aan beweegnorm (2012 = 100) Voldoen aan beweegnorm (2012 = 100)
1. gekozen is voor handhaving van huidig percentage, want de landelijke trend is dat sportparticipatie daalt. Bovendien ligt de sportparticipatie in Lingewaard in 2012 al boven het gemiddelde. 2. 3. 4. de gewenste hoeveelheid lichaamsbeweging vanuit gezondheidsperspectief op dit moment voldoet 21% van de jeugd aan de beweegnorm. In 2014 dient dit percentage te zijn toegenomen tot 30% in 2012 voldoet 50% van de volwassenen aan de beweegnorm. Dit moet in 2014 zijn toegenomen tot 55%
2

Doel
2.1.1 Stimuleren samen sporten en bewegen

Activiteiten

Werkelijk 2012
100 100 100

Raming 2014
100 150 110
1 3

Subsidiring sportverenigingen Sportstimuleringsactiviteiten

2.1.2 Stimuleren kennismaking en deelname aan kunst en cultuur De gemeente Lingewaard wil zich in 2024 hebben ontpopt als cultureel centrum en kweekvijver voor talent op het terrein van kunst en cultuur tussen de twee grote gemeenten met behoud van de eigen identiteit. De gemeente wil dit bereiken door: 1. Behouden van een passend aanbod culturele voorzieningen; 2. Stimuleren actieve en passieve deelname aan culturele activiteiten; 3. Bevorderen vernieuwende culturele activiteiten; 4. Uitbreiden aanbod kunst in de gemeente; 5. Door kunst en cultuur een economische impuls geven aan de regio; 6. Beschermen en benutten van cultureel erfgoed.

Programmabegroting 2014

37

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Onder de culturele voorzieningen vallen de multifunctionele centra, de bibliotheek, expositieruimten en particuliere voorzieningen. De gemeente stimuleert het eigen initiatief bij het benutten van bestaande voorzieningen, maakt prestatieafspraken met beheerders van gemeentelijke accommodaties en met instellingen die een gemeentelijke taak uitvoeren. Ook voert zij een cordinerende rol uit bij het gebruik van de gemeentelijke expositieruimte. Actieve en passieve deelname aan culturele activiteiten wordt gestimuleerd door financile bijdragen aan cultuureducatie. Hieronder vallen cultuurprojecten op scholen, het cultureel rondje voor scholieren om ke nnis te maken met lokale culturele voorzieningen, aanbieders en activiteiten op cultureel gebied, en het werken met combinatiefunctionarissen die verbindingen leggen tussen onderwijs, sport en cultuur. Daarnaast stimuleert de gemeente de amateuristische en professionele kunstbeoefening door afspraken te maken met culturele verenigingen en instellingen en het Cultureel Platform Lingewaard. Deze afspraken en het evenementenbeleid (zie 4.1.2) dragen tevens bij aan de bevordering van vernieuwende culturele activiteiten. Om de kennismaking van iedereen met cultuur te bevorderen, zullen wij meer aandacht geven aan de kunst in de openbare ruimte. Dit betekent inventarisatie, onderhoud, en het zichtbaar maken van de kunst die al aanwezig is en het weloverwogen omgaan met initiatieven vanuit de bevolking. De gemeente wil met kunst en cultuur een economische impuls geven aan de regio. Zij neemt hiervoor deel aan het regionaal Cultuurpact. Dit is een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten in de regio Arnhem ter stimulering van kunst en culturele activiteiten. Het cultureel erfgoed binnen Lingewaard geeft de gemeente een eigen identiteit en is vanuit dat oogpunt belangrijk om te behouden (zie 5.2). Het cultureel erfgoed kan worden benut om mensen in aanraking te brengen met cultuur. De provincie heeft onlangs de themas Cultuur en Erfgoed beleidsmatig samengevoegd in n programma. Als gevolg hiervan is de ontwikkeling gaande om het cultuurpact uit te breiden naar een regionale samenwerking op het gebied van Cultuur & Erfgoed. Door deze samenwerking ontstaat de kans om lokale en regionale projecten op te zetten, waarmee verbindingen worden gelegd tussen (de beleving van) cultuur en erfgoed. 2.1.3 Ondersteunen diverse voorzieningen In het brugdocument is aangegeven dat de gemeente streeft naar een balans tussen de beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen als ontmoetingscentra en dorpshuizen. Elke kern heeft een andere cultuur, een andere sociale cohesie, een andere demografische samenstelling en een andere toekomstontwikkeling. Op grond van deze verschillen bestaat er geen blauwdruk voor elke kern ten aanzien van de benodigde voorzieningen. Accommodaties moeten multifunctioneel worden ingezet. De verantwoordelijkheid voor de organisatie van de activiteiten en het vinden van een geschikte ruimte ligt bij de burger. De gemeentelijke accommodaties zijn voor alle doelgroepen toegankelijk, waarbij altijd sprake is van medegebruik.

2.2 Stimuleren zelfredzaamheid


2.2.1 Bevorderen dat iedereen gezond kan leven De gemeente wil optimale kansen bieden voor een geestelijke en lichamelijke gezondheid van alle (groepen) inwoners. Hiervoor heeft zij een gemeentelijk publiek gezondheidsbeleid vastgesteld, waar zij overigens op grond van de Wet publieke gezondheid toe verplicht is. Het doel van het publieke gezondheidsbeleid is de gezondheid van mensen te beschermen en te bevorderen, zodat mensen zo lang mogelijk lichamelijk en geestelijk gezond blijven. In het beleid ligt de nadruk op preventie. De gemeente initieert, stimuleert, subsidieert, faciliteert en regisseert initiatieven die bijdragen aan het bevorderen van het gezond leven van inwoners. De speerpunten en activiteiten die in de jaren 2012-2014 wor-

38

Programmabegroting 2014

Programma 2 Deelname aan de samenleving

den uitgevoerd, zijn vastgelegd in het meerjaren gezondheidsbeleid. Algemene aandachtspunten binnen het beleid zijn de aansluiting tussen eerstelijnszorg en de zorgverzekeraar, de doelgroep mensen met een lage sociaal economische status, het meewegen van gezondheidsaspecten binnen gemeentelijke besluiten en de transities sociaal beleid als gevolg van op handen zijnde wettelijke veranderingen. Specifieke speerpunten van beleid, die ook in 2014 nog leidend zijn voor de uitvoering, zijn : Overgewicht; Psychische gezondheid; Alcohol en Drugs; Seksuele gezondheid; Ouderengezondheid.

De gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) voert diverse (wettelijke) taken uit voor en in opdracht van de gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM). In het begrotingsjaar 2014 wordt gewerkt aan een meerjarenbeleid voor 2015 en de periode daarnaDe elf gemeenten in de regio Arnhem hebben het preventieve publieke gezondheidsbeleid in eerdere beleidsperiodes gezamenlijk opgepakt. De regio heeft regionale speerpunten van beleid vastgesteld. De gemeente heeft in haar meerjarenbeleid publieke gezondheid uitwerking gegeven aan lokale speerpunten en activiteiten. Het gemeentelijke meerjarenbeleid publieke gezondheid is vastgesteld voor de jaren 2012-2014. Voor 2015 en volgende jaren wordt een nieuw beleidsplan voorbereid. Bij deze voorbereidingen wordt uiteraard aangesloten bij de komende wijzigingen binnen het sociaal domein. 2.2.2 Signaleren problemen van kwetsbare inwoners en ondersteuning bieden Gemeenten hebben de taak om alle burgers te ondersteunen die moeite hebben om op eigen kracht te participeren, regie over het leven te houden en te bewegen in en om het huis. In de praktijk blijkt dat deze mensen vaak op verschillende vlakken problemen ondervinden. Om te voorkomen dat mensen buiten de samenleving komen te staan, wil de gemeente Lingewaard dit soort probleemsituaties tijdig en effectief aanpakken en maatschappelijk herstel bij deze clinten bevorderen. De gemeente vindt het essentieel dat er in de gehele regio een goede en samenhangende aanpak van multiprobleemsituaties aanwezig is. Daarom spant Lingewaard zich in om op dit terrein tot een goede regionale afstemming te komen. Kwetsbare groepen inwoners Mensen met een lichte beperking vormen een kwetsbare groep. Tot 2009 hadden deze mensen recht op ondersteuning en activerende begeleiding op basis van de AWBZ. Vanaf 2009 is dit onderdeel geschrapt uit de AWBZ. In sommige gevallen kunnen deze mensen, vanwege hun beperking, niet op eigen kracht deelnemen aan de samenleving en is er op enige manier ondersteuning nodig. De gemeente spant zich ervoor in om eventuele problemen van deze mensen tijdig te signaleren en samen met de betrokkenen passende oplossingen te vinden. Ook gaat de gemeente na of het mogelijk is dat bestaande voorzieningen worden aangepast, zodat deze mensen er ook gebruik van kunnen maken. Ouderen vormen een kwetsbare groep, omdat het ouder worden vaak gepaard gaat met het optreden van lichamelijke en/of geestelijke beperkingen, het wegvallen van werk of een zinvolle daginvulling en het verlies van naasten en vrienden. Wij willen het welzijn van ouderen bevorderen en hen zo lang mogelijk zelfstandig laten functioneren in de eigen woon- en leefomgeving door hen te stimuleren om deel te blijven nemen of weer deel te nemen aan het sociaal maatschappelijk verkeer. De gemeente zet hiervoor het gecordineerd ouderenwerk in dat zorgt voor cordinatie en ondersteuning van en dienstverlening aan plaatselijke en regionale voorzieningen en activiteiten. De gemeente wil in regioverband maatschappelijk herstel bij zogenaamde multiprobleemclinten bevorderen. Zij wil daarbij inhoudelijk inzetten op het maken van een beleids- en uitvoeringskader en heeft daartoe
Programmabegroting 2014

39

Programma 2 Deelname aan de samenleving

een visiedocument opgesteld. In dit document worden zogenaamde OGGZ doelgroepen onderscheiden. Een inwoner behoort tot zon doelgroep als deze tenminste n van de volgende kenmerken heeft: meervoudige problemen; bestaansvoorwaarden onder druk; zorgmissers en zorgmijders; mate van maatschappelijke uitval.

De vier doelgroepen zijn: 1. 2. 3. 4. Vervuilende huishoudens; Huishoudens met een dreiging van huisuitzetting; Kwetsbare ex-gedetineerden; Kwetsbare ex-intramuralen.

Ondersteuning Als netwerkpartners, zoals politie, school of huisarts, zorgen hebben over het functioneren van een persoon of een familie, dan geven zij dit door aan het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Het AMW benadert deze mensen en biedt ongevraagd hulp aan. Door dit tijdig aanbieden en (pro)actief inzetten van adequate hulp kan (zo mogelijk) erger worden voorkomen. Het doel van de hulpverlening van het AMW is om door middel van professionele maatschappelijke hulp- en dienstverlening mensen, die voor hen onoplosbare problemen ervaren, te helpen die problemen op te lossen en waar mogelijk toe te rusten met voldoende vaardigheden. De gemeente bekostigt het AMW en biedt hiermee een lokale basisvoorziening voor eerstelijns psychosociale hulpverlening en maatschappelijke dienstverlening. De voorziening is lokaal beschikbaar en bereikbaar voor alle inwoners van de gemeente Lingewaard. Het AMW voert de volgende activiteiten uit: 1. 2. 3. 4. Informatie en advies: het AMW ondersteunt de burger bij het oplossen van problemen of brengt de burger eventueel in contact met een organisatie die bij het oplossen daarvan behulpzaam kan zijn; Begeleiding en behandeling: het AMW signaleert en ondersteunt individuele burgers en gezinnen met meervoudige problemen, zo nodig met andere netwerkpartners; Deelname aan netwerken: Het AMW neemt deel aan en organiseert algemene overlegstructuren en overlegstructuren rondom jeugd; Ondersteuning bij schulden: het AMW ondersteunt burgers in gedragsverandering bij het schuldrijp maken voor inzet van schuldbemiddeling en bij het leren omgaan met geld en het leren voorkomen van nieuwe schulden; Ondersteuning bij sociaal-juridische problemen: het AWM ondersteunt burgers bij het gebruik maken van de voorliggende juridische instanties zoals het juridisch loket, rechtsbijstandverzekering en diensten van de belastingdienst.

5.

In het visiedocument voor een beleids- en uitvoeringskader OGGZ zijn 11 visiepunten geformuleerd. Enkele daarvan zijn: 40 Zorgen voor een adequate lokale aanpak; Lokale OGGZ-netwerken zijn het hart van de lokale OGGZ; Voorkomen vervuilende huishoudens; Voorkomen huisuitzetting; Lokale orintatie op mogelijkheden voor vervolgzorg ex-gedetineerden en ex-intramuralen met een zorgvraag; Lokale huisvesting GGZ-clinten; Voorkomen huiselijk geweld.

Programmabegroting 2014

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening richt zich op het voorkomen, beheersbaar maken en oplossen van problematische schulden, zodat deze belemmering om te participeren wordt weggenomen. Vanaf 1 juli 2012 is de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening van kracht. De gemeente heeft op dit terrein een beleidsvisie en beleidsplan opgesteld. Er wordt gewerkt met klantprofielen en een uitgebreide diagnose aan het begin van het proces, waardoor meer maatwerk kan worden geleverd. Een schuldenvrije toekomst zal niet voor elke klant het einddoel mogelijk zijn; voor sommigen zal het hanteerbaar maken van de schuldenlast het hoogst haalbare zijn. Voor klanten die voldoende zelfredzaam zijn, zal de dienstverlening beperkt blijven tot advisering over hoe zij zelf met de schuldeisers afspraken kunnen maken. Voorbereiding op uitbreiding ondersteuning per 1 januari 2015 Vanaf 1 januari 2015 worden begeleidingstaken van specifieke groepen mensen overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo, waardoor de gemeente verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van deze taken. Regionaal is gewerkt aan een visie op deze decentralisatie. Door middel van een keuzenotitie wordt het beleid verder verkend voor de lokale situatie. Om zorg en ondersteuning terecht te laten komen bij mensen die daarop zijn aangewezen, zullen keuzes moeten worden gemaakt. De gemeente zal het komende jaar keuzes maken over: het organiseren van de toegang tot de voorzieningen; de methode van vraagverheldering (met in acht neming van het bevorderen van eigen kracht en zelfredzaamheid, wel of geen indicatiestelling etc.); arrangementen (met in achtneming van het principe een mens/ een gezin, een plan, het maken of bijstellen van beleid voor mantelzorgers en vrijwilligers en nieuwe vormen van (algemene en collectieve) voorzieningen); af te spreken prestaties met de instellingen; financiering (inkoop en/of subsidie); monitoren van de prestaties; het organiseren van clintparticipatie.

2.2.3 Verstrekken uitkeringen en voorzieningen Bijstandsuitkering Iedereen die niet in eigen inkomen kan voorzien en onder de bijstandsgrens belandt, krijgt (tijdelijk) een bijstandsuitkering. Van iedere nieuwe klant in de bijstand vragen we een zogenoemde tegenprestatie. Deze bestaat uit het vervullen van maatschappelijk relevante activiteiten (bijvoorbeeld deelname aan het serviceteam). De tegenprestatie vormt de eerste stap van het re-integratieproces. Klanten die aantoonbaar niet in staat zijn om arbeid te verrichten vanwege psychische-, lichamelijke- en/of sociale beperkingen krijgen een (tijdelijke) vrijstelling. Om misbruik van de bijstandsuitkering te voorkomen, zetten wij sterk in op preventie door gerichte en frequente voorlichting. Bij bewuste schending van de plichten, zoals het verstrekken van onjuiste informatie en het niet meewerken aan een re-integratietraject of het leveren van een tegenprestatie, gaan wij over op repressieve acties, zoals het opleggen van een maatregel die kan leiden terugvordering van de uitkering. Vanaf 2012 hebben wij deze nieuwe werkwijze ingezet die ertoe heeft geleid dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering in 2012 is afgenomen met 12%, terwijl er landelijk en provinciaal sprake was van een stijging in het aantal uitkeringsgerechtigden (respectievelijk 3 en 4%). Volgens de gemeentelijke administratie

Programmabegroting 2014

41

Programma 2 Deelname aan de samenleving

neemt het aantal uitkeringsgerechtigden in Lingewaard in 2013 af met 2,92% en gaat het om 366 personen (stand augustus 2013). Door de economische situatie is de verwachting reel dat in 2014 het aantal mensen dat in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering, zal stijgen. Wij blijven ons onverminderd inspannen om de instroom in de bijstandsuitkering te beperken en de uitstroom te bevorderen. Onze ambitie voor 2014, is dat er in 2014 maximaal 400 personen in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Prestaties Indicator
Aantal personen die een algemene bijstandsuitkering ontvangen

Doel
2.2.3 Verstrekken uitkeringen en voorzieningen

Activiteiten

Zie de activiteiten bij 2.3.1

Werkelijk 2012 370

Raming 2014
400

Bijzondere bijstand Iedereen met een laag inkomen of met schulden stellen wij in staat een zelfstandig bestaan te leiden en naar vermogen te participeren in de samenleving. De gemeente vergoedt uitsluitend noodzakelijke kosten. Het Kabinet heeft het voornemen om de categoriale bijzondere bijstand per 1 juli 2014 af te schaffen en meer nadruk te leggen op individuele voorzieningen. Zo komt volgens de regering het geld voor armoedebestrijding terecht bij mensen die het echt nodig hebben. Ook de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en andere regelingen voor mensen met specifieke zorgkosten worden ingetrokken. In plaats daarvan komt er een maatwerkvoorziening onder de Wmo. Zodra de details duidelijk zijn, zal de gemeente een aanpak ontwikkelen, waardoor mensen met een laag inkomen ondersteund worden, als dit nodig is. Verstrekken voorzieningen Sinds 2012 wordt bij het verstrekken van voorzieningen gehandeld vanuit de nieuwe visie op de samenleving, waarbij de gemeente mensen aanspreekt op hun mogelijkheden om hun dagelijkse leven zelf vorm te geven, met behulp van hun eigen netwerk en omgeving en diverse voorzieningen (zie ook 2.2). Indien een hulpvrager zich wendt tot de gemeente wordt er een aanmelding gemaakt. In de meeste gevallen wordt er een afspraak gemaakt voor een zogenaamd keukentafelgesprek bij de hulpvrager thuis. In dit g esprek komt niet alleen de gestelde vraag aan de orde, maar worden ook alle andere aspecten van het sociale domein doorgesproken. Er wordt naar het beste resultaat gewerkt, waarbij een individuele voorziening pas als oplossing naar voren komt, als alle andere mogelijkheden aan bod geweest zijn. De gemeente biedt collectieve voorzieningen, zoals de regiotaxi. Voorbeelden van individuele voorzieningen zijn een vervoersvoorziening (zoals een scootmobiel), een rolstoel, hulp bij het huishouden of een woningaanpassing.

2.3 Iedereen die kan werken, is aan de slag


2.3.1 Activeren bij zoeken naar werk (re-integratie) We bieden kansen aan mensen die geen betaalde baan hebben om de regie over het eigen leven kunnen (her)pakken. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokkenen om die kansen te benutten. We spreken eigen mogelijkheden van mensen maximaal aan. Hierbij is maatwerk belangrijk. Wij ondersteunen werkzoekenden in hun zoektocht naar werk, indien mensen niet zelf een baan blijken te vinden. De verwachting is dat de helft van de nieuwe instroom in de bijstandsuitkering niet in staat is om op eigen kracht kwalitatief goede sollicitatie-activiteiten te ontplooien of onvoldoende inzet heeft getoond. Deze groep wordt actief begeleid.

42

Programmabegroting 2014

Programma 2 Deelname aan de samenleving

De volgende activiteiten bieden wij aan: een intake over rechten, plichten en verwachtingen (handhaving); een competentie- en interessetest voor geschikte beroepen en eventueel noodzakelijke kwalificerende scholing; workshop hoe verkoop ik mezelf?; individuele coaching en begeleiding; werkplekken acquireren voor klanten die zichzelf niet kunnen verkopen. Door een tegenprestatie te verlangen van nieuwe klanten met een bijstandsuitkering, stimuleren wij h en om na te denken over hun mogelijke toegevoegde waarde voor de samenleving en hun verantwoordelijkheid om zelf sturing te geven aan hun toekomst. De verplichting tot deze tegenprestatie is voor veel werkzoekenden in de bijstand de eerste serieuze stap richting (betaald) werk. 2.3.2 Stimuleren werkgelegenheid en arbeidsplaatsen voor werkzoekenden Wij acquireren bij (toekomstige) ondernemers in Lingewaard werkplekken voor werkzoekenden. Het gaat hierbij zowel om reguliere banen als om zogenoemde oefenbanen: banen waar werkzoekenden eerst het benodigde arbeidsritme of de gewenste ervaring met een nieuwe functie kunnen opdoen. Lingewaard neemt deel aan een samenwerkingsverband van 11 gemeenten met als doel een regionale werkgeversbenadering. Gestreefd wordt naar een netwerkorganisatie om de grotere bedrijven die regionaal werven via n aanspreekpunt te bedienen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

2.01

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Buitensportaccommodaties

Realisatie 2013/2014

Programmabegroting 2014

43

Programma 2 Deelname aan de samenleving

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

2 Deelname aan de samenleving


Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

2.1

Mogelijkheden bieden voor deelname en ontmoeting 2.1.1 Stimuleren samen sporten en bewegen Sport (binnen) Sport (buiten) 2.1.2 Stimulering kennismaking en deelname aan Openbaar bibliotheekwerk kunst en cultuur Vorming en ontwikkeling Kunst 2.1.3 Ondersteunen diverse voorzieningen Sociaal-cultureel werk Ontmoetingscentra en dorpshuizen 2.2 Stimuleren zelfredzaamheid 2.2.1 Bevorderen dat iedereen gezond kan leven Gezondheidszorg 2.2.2 Signaleren problemen van kwetsbare inwoners Maatschapp. begeleiding en advies en ondersteuning bieden Schuldhulpverlening Vreemdelingen 2.2.3 Verstrekken uitkeringen en voorzieningen Bijstandsverlening Bijzondere bijstand Inkomensvoorzieningen WMO/vrijwilligerswerk en mantelzorg 2.3 Iedereen die kan werken, is aan de slag 2.3.1 Activeren bij zoeken naar werk (re-integratie) 2.3.2 Stimuleren werkgelegenheid en arbeidsWerkgelegenheid plaatsen voor werkzoekenden Saldo van baten en lasten Onttrekking algemene reserve Toevoeging bestemmingsreserve Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat Mutaties reserves Dekking tekort Presikhaaf Bedrijven Kunst Onderhoud gebouwen Onderzoek participatiemogelijkheden

1.135.855 472.881 783.311 113.041 113.480 586.410 592.913

-130.405 -5.200 -6.300 -400 -1.700 -6.325 -67.100

1.005.450 467.681 777.011 112.641 111.780 580.085 525.813

697.750 974.498 267.589 84.920 9.402.337 462.866 10.000 6.483.273

-2.433

-8.269.025 -50.038 -526.517

697.750 972.065 267.589 84.920 1.133.312 412.828 10.000 5.956.756

7.683.401

-6.256.693

1.426.708

29.864.525 -15.322.136 -543.028 9.578 162.405 -60.000 30.036.508 -15.925.164

14.542.389 -543.028 9.578 162.405 -60.000 14.111.344

44

Programmabegroting 2014

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit


3. Leefomgeving, school en werk zijn goed bereikbaar

3.1 Verbeteren bereikbaarheid

3.2 Veilig en duurzaam verkeer

3.1.1. Aanleggen wegen en fietspaden

3.2.1 Verminderen veiligheidsrisico's op wegen en fietspaden

3.1.2 Verbeteren ontsluitingen

3.2.2 verminderen verkeersdruk in de kernen

3.1.3 Verbeteren doorstroming

3.2.3 Veiliger maken van schoolomgevingen

3.1.4 Verbeteren parkeermogelijkheden

3.2.4 Stimuleren fietsen en OV-gebruik

Oplossingen bieden voor individuele bereikbaarheidsproblemen (2.2.4)

Verbeteren recreatief netwerk (6.2.2)

Leerlingenvervoer (1.2.2)

Programmabegroting 2014

45

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

Wat willen we bereiken? 3. Leefomgeving, school en werk zijn goed bereikbaar


Wij willen dat Lingewaard beschikt over een goed functionerend netwerk voor wonen, werken, voorzieningen en groene recreatieruimte. Snelle en veilige verplaatsingsmogelijkheden zijn daarvoor een belangrijke voorwaarde. Daarom spannen wij ons in om de bereikbaarheid te verbeteren en de veiligheid van de verkeersdeelname te vergroten. Mobiliteit en verkeer hebben tot gevolg dat het milieu wordt belast. Wij nemen maatregelen om deze milieubelasting te beperken.

3.1 Verbeteren bereikbaarheid


In 2009 heeft de raad de hoofdlijnen van het verkeer- en vervoersbeleid tot 2017 verwoord in het Gemeentelijk Mobiliteitsplan (GMP). De missie voor deze periode is een bereikbare gemeente met behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Mobiliteit en verkeer staan niet op zichzelf. Mobiliteit komt voort uit een scala van activiteiten en het verkeer heeft invloed op de omgeving. In het gemeentelijk mobiliteitsbeleid moet daarom rekening worden gehouden met ontwikkelingen en keuzes op verschillende beleidsterreinen. Mobiliteit en verkeer kunnen enerzijds het gevolg zijn van ruimtelijke en economische ontwikkelingen, groen en milieu, anderzijds kunnen zij bedreigend zijn voor dergelijke ontwikkelingen of juist voorwaardenscheppend. De beleidsuitgangspunten op andere beleidsterreinen staan soms op gespannen voet met het mobiliteitsbeleid. Dit manifesteert zich meestal pas bij de uitwerking van het beleid in concrete projecten en maatregelen. In het kader van het GMP zijn hiervoor oplossingsrichtingen voorgesteld. Op het moment dat raakvlakken en tegenstrijdigheden met andere beleidsterreinen worden geconstateerd, zal dit zoveel mogelijk worden benoemd. Naast de samenhang tussen verschillende beleidsterreinen wordt het gemeentelijke verkeers- en vervoerbeleid geconfronteerd met beleid van andere overheden, zoals het rijk, de provincie en de regio. Dat beleid kan richtinggevend zijn voor het gemeentelijke beleid, maar het kan ook leiden tot mobiliteitsproblemen die op gemeentelijk niveau moeten worden opgelost. Aan het GMP is geen uitvoeringsprogramma verbonden. Het realiseren van beleidsdoelen is daardoor een zaak van de lange adem geworden, wat versterkt is door de economische crisis. In oktober 2010 is met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad een aantal mogelijke scenarios voor een uitvoeringsprogramma behandeld. Uit dit overleg is gebleken dat er een politiek-bestuurlijke voorkeur uitgaat naar subsidiegestuurde en/of subsidie-gebonden projecten en dat men het belangrijk vindt om prioriteit te geven aan de regionale bereikbaarheid (naar binnen/naar buiten) in plaats van het oplossen van lokale knelpunten. Deze strategie, die wij op dit moment als leidend aanhouden, is niet gebaseerd op een besluit van de gemeenteraad, maar is ontleend aan het resultaat van dit overleg. Door het wegvallen van het trolleyproject komen de aanpassingen voor de Loostraat en de rotonde Stadswal-Huismanstraat voor rekening van de gemeente. Op basis van de resultaten uit de evaluatie van het GMP in het laatste kwartaal van 2013, zal in 2014 een uitvoeringsprogramma worden ontwikkeld. De gevolgen van het wegvallen van het trolleyproject, in totaal volgens onze raming 600.000, zullen hierbij worden meegenomen.

46

Programmabegroting 2014

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

3.2 Veilig en duurzaam verkeer


Het door de gemeente Lingewaard gevoerde verkeersveiligheidsbeleid is als integraal onderdeel op genomen in het GMP. Er ontbreekt echter een specifiek verkeersveiligheidsplan. Omdat er slechts beperkte middelen beschikbaar zijn voor het bestrijden van verkeersonveiligheid, is onze inspanning gericht op het oplossen van objectieve knelpunten. Het GMP bevat als beleidsdoel het bevorderen van de verkeersveiligheid op de dijkwegen en in de schoolomgevingen. Voor deze doelen zijn concrete acties in werking gezet. Verder sluit de gemeente aan bij regionale en provinciale acties voor het stimuleren van verkeersveilig gedrag.

Wat doen we daarvoor?


3.1 Verbeteren bereikbaarheid
3.1.1 Aanleggen wegen en fietspaden De gemeente Lingewaard draagt bij aan de aanleg van infrastructuur met het doel om de regionale bereikbaarheid te vergroten. Voor de realisatie hiervan is de gemeente afhankelijk van de bijdragen van de andere overheden. Wij zetten in op de aanleg van de Dorpensingel, de aansluitingen op de doorgetrokken A15, de aansluiting op de A325, de uitbouw van snelfietsroutes, verbindingen van en naar de fietsbrug naast de A15 met bestaande fietsnetwerken in de Betuwe en de Liemers en hoogwaardig openbaar vervoer. In 2014 wordt de aanleg van het RijnWaalpad afgerond en wordt de kruising Van Elkweg- Papenstraat gereconstrueerd met toepassing van een busstrook langs de Papenstraat. Prestaties Indicator
Percentage afname gemiddelde wachttijden bussen in spitsen Toename fietsverbindingen 1

Doel
3.1.1 Aanleggen wegen en fietspaden

Activiteiten
Reconstructie kruising Van Elkweg-Papenstraat Aanleggen RijnWaalpad

Werkelijk 2012

Raming 2014
0%

3.1.2 Verbeteren ontsluitingen Wij bevorderen de lokale bereikbaarheid door maatregelen waarmee bepaalde bestemmingen en locaties beter kunnen worden bereikt. Voorbeelden hiervan zijn de bestrijding van de verkeersoverlast in de woonkernen, de ontsluiting van Doornenburg voor toeristen en het aanleggen van fietsvoorzieningen. De realisatie hiervan is afhankelijk van de bijdragen van derden. Prestaties Indicator
Percentage afname doorgaand autoverkeer in woongebieden

Doel
3.2.1 Verbeteren ontsluitingen

Activiteiten

Werkelijk 2012

Nemen van verkeersmaatregelen en aanleggen fietsvoorzieningen

Raming 2014 5%

3.1.3 Verbeteren doorstroming Een betere doorstroming verhoogt de bereikbaarheid. Om het verkeer beter te laten doorstromen, nemen we maatregelen waardoor de afwikkeling van het openbaar vervoer in het dagelijkse verkeer beter plaatsvindt. Daarnaast is een extra aandachtspunt het laten afwikkelen van verkeer tijdens evenementen en tijdelijke wegafsluitingen vanwege werkzaamheden. Maatregelen voor het openbaar vervoer zijn afhankelijk van de bijdragen van andere overheden. Wij zijn hierover continu in gesprek met Hermes en de stadsregio. Actuele onderwerpen hierbij zijn het nachtbusnet
Programmabegroting 2014

47

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

en het bevorderen van de doorstroming op drukke kruispunten tijdens de spits, zoals het kruispunt Karstraat/Gochsestraat (Valom). 3.1.4 Verbeteren parkeermogelijkheden Om de centra voor bezoekers en bewoners bereikbaar te houden, nemen wij regulerende maatregelen om het parkeren te sturen, zoals het instellen van parkeerzones. Wij constateren dat het parkeren in de woongebieden als gevolg van het toenemende autobezit onder druk komt te staan en dat een parkeerplaats in het openbare gebied geen vanzelfsprekendheid meer is. In de centra willen we zorgen voor de beschikbaarheid van parkeerplaatsen voor de verschillende doelgroepen, zoals bezoekers, bewoners en werkers (zie ook 5.3.2). In 2014 voegen wij parkeerplaatsen toe in de wijk Zilverkamp te Huissen in het kader van de revitalisering. Prestaties Indicator
Percentage aantal woningen waarvoor binnen 50 meter 1 parkeerplaats beschikbaar is Percentage vrije parkeerplaatsen in de centra voor de doelgroepen Bezoekers: 5% Bewoners: 10% Werkers: 0%

Doel
3.1.4 Verbeteren parkeermogelijkheden

Activiteiten
Maatregelen tbv parkeerplaatsen bewoners Reguleren parkeren in centra

Werkelijk 2012

Raming 2014
85%

3.2 Veilig en duurzaam verkeer


3.2.1 Verminderen veiligheidsrisicos op wegen en fietspaden In de gemeente Lingewaard vormt de dijk een veiligheidsrisico, vooral voor fietsers. Wij nemen maatregelen om deze veiligheidsrisicos te verminderen, zoals het aanbrengen van een 60 km inrichting (drempels, we gversmallingen, markeringen), aanpassen voorrangsregelingen en eventuele afsluitingen voor gemotoriseerd verkeer. Daarnaast verlagen wij de maximumsnelheid op bepaalde wegen (zoals op de Ressensestraat van 80 km naar 50 km). Prestaties Indicator
Aantal km dijkvak dat als 60 km/uur is ingericht

Doel
3.2.1 Verminderen veiligheidsrisicos op wegen en fietspaden

Activiteiten

Werkelijk 2012
2,5 km

Raming 2014
11 km

Aanbrengen 60 km/uur inrichting op de dijk

3.2.2 Verminderen veiligheidsrisicos in schoolomgevingen In 2012 is een begin gemaakt met aanpassen van de schoolomgevingen, zodat automobilisten zich in deze omgevingen als gast gedragen. Wij maken hierbij gebruik van de resultaten van evaluaties. We beveiligen de schoolroutes, maken deze zichtbaar met behulp van witte en rode stippen op de wegen en plaatsen veiligheidsvoorzieningen op de kruisingen (zoals knipperlichten, en middengeleiders voor gefaseerd oversteken).

48

Programmabegroting 2014

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

Prestaties Doel
3.2.2 Verminderen veiligheidsrisicos in schoolomgevingen

Activiteiten
Verkeersmaatregelen en aanbrengen veiligheidsvoorzieningen

Indicator
Aantal veilig ingerichte schoolomgevingen

Werkelijk 2012
3

Raming 2014
6

3.2.3 Verminderen verkeersdruk in de kernen De verkeersdruk op doorgaande wegen in de kernen zorgt voor onveiligheid en overlast op het gebied van geluid, trillingen en stank. Hoe drukker de weg, hoe moeilijker deze is over te steken. Vrachtverkeer is een belangrijke bron van de overlast. Wij onderzoeken met welke maatregelen wij het verkeer op de doorgaande wegen door de kernen kunnen verminderen. Prestaties Doel
3.2.3 Verminderen verkeersdruk in de kernen

Activiteiten
Verkeersmaatregelen

Indicator
Cijfer voor ervaren overlast door bewoners

Werkelijk 2012

Raming 2014 6

3.2.4 Stimuleren fietsen en OV-gebruik Als mensen de auto laten staan en in plaats daarvan de fiets nemen en/of gebruikmaken van het OV, dan draagt dit bij tot een duurzamer gebruik van de energiebronnen en neemt de vervuiling af. Mensen kunnen worden gestimuleerd tot het maken van deze keuze door aantrekkelijke voorzieningen aan te bieden. Een hoogwaardig openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de RijnWaalsprinter, stimuleert het gebruik van de bus in plaats van het gebruik van de auto. De aanleg van het RijnWaalpad zal het fietsgebruik aantrekkelijk maken. Maar ook kleinere voorzieningen, zoals fietsstallingen, het gebruik van autovrije wegen en comfortabele fietspaden zijn belangrijk om te kiezen voor de fiets. De gemeente werkt samen met de stadsregio aan het uitbreiden van de voorzieningen. Gelet op de drukte, wordt van de inmiddels geplaatste fietsenstallingen ruim gebruik gemaakt. Wij leiden hieruit af dat het fiets- en OV-gebruik hierdoor bevorderd wordt. Wij zijn in gesprek met de stadsregio, de provincie en ViA15 (projectorganisatie voor de doortrekking van de A15) om de fietsbrug (A15) met bestaande fietsnetwerken in de Betuwe en de Liemers te verbinden. Afhankelijk van het succes van de mobiliteitsmarkt in 2013 organiseren we deze ook in 2014. Prestaties Indicator
Stijgingspercentage aantal fietsers en openbaar vervoergebruikers

Doel
3.2.4 Stimuleren van fietsen en openbaar vervoer gebruik

Activiteiten

Werkelijk 2012

Raming 2014
+ 5%

Uitbreiden fietsvoorzieningen

Programmabegroting 2014

49

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

3.01 3.02 3.03 3.04

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Verkeersveiligheid op de dijken Schoolzones Herinrichting Loostraat / Van Voorststraat Bushalte Zandsestraat

Realisatie 2013/2014 2013/2014 2013/2014 2014

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

3 Bereikbaarheid en mobiliteit
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

Verbeteren bereikbaarheid Aanleggen wegen en fietspaden Verbeteren ontsluitingen Verbeteren doorstroming Verbeteren parkeermogelijkheden

Verkeersontwikkeling Verkeersontwikkeling Verkeersontwikkeling Parkeren

198.074

47.435

198.074 47.435

3.2 Veilig en duurzaam verkeer 3.2.1 Verminderen veiligheidsrisico's op Verkeersveiligheidswegen en fietspaden activiteiten 3.2.2 Verminderen verkeersdruk in de kernen Verkeersontwikkeling 3.2.3 Veiliger maken van schoolomgeving 3.2.4 Stimuleren fietsen en OV-gebruik Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geen Resultaat

31.400

31.400 -

276.909

276.909 -

276.909

276.909

50

Programmabegroting 2014

Programma 4 Bedrijvigheid

Programma 4 Bedrijvigheid
4. Economisch en maatschappelijk profijt van bedrijvigheid

4.1 Stimuleren van toerisme en recreatie

4.2 Stimuleren bedrijven in stuwende sectoren

4.3 Optimaliseren aansluiting beschikbare arbeidsplaatsen en daarvoor geschikte mensen

Verbeteren mogelijkheden om landschap en cultuurhistorie te beleven (6.2.2)

4.2.1 Stimuleren uitbouw glastuinbouw en agrobusiness

Inzetten werkzoekenden (reintegratie) ( 2.3.1)

4.1.1 Stimuleren kleinschalige toeristisch/recreatieve activiteiten op platteland

4.2.2 Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden (aanbod/diversiteit bedrijfskavels)

Stimuleren werkgelegenheid en arbeidsplaatsen voor werkzoekenden (2.3.2)

4.1.2 Vergroten bekendheid over recreatief product

4.2.3 Stimuleren startende ondernemers

Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden (1.2.5)

Verbeteren bereikbaarheid werklocaties (3.1.2)

4.2.4 Verbeteren dienstverlening aan ondernemers

4.2.5 Stimuleren verantwoord en duurzaam ondernemen

Programmabegroting 2014

51

Programma 4 Bedrijvigheid

Wat willen we bereiken? 4. Economisch en maatschappelijk profijt van bedrijvigheid


Bedrijvigheid is een belangrijke pijler voor de kwaliteit van leven en wonen in Lingewaard. Bedrijvigheid heeft invloed op de lokale economie, waarmee de basis wordt gelegd voor het voorzieningenniveau in Lingewaard. Wij willen onze aantrekkelijkheid voor toeristen en recreanten benutten, omdat dit tot meer lokale bestedingen leidt. Door vooral in te zetten op het stimuleren van bedrijven in de zogenaamde stuwende sectoren (agrobusiness, industrie, bouw en commercile dienstverlening), willen wij bijdragen aan de groei van werkgelegenheid. Wij geven daarbij extra aandacht aan het optimaliseren van de aansluiting tussen vraag (beschikbare banen) en aanbod (werkzoekenden).

4.1 Stimuleren van toerisme en recreatie


Wij willen recreatie en toerisme versterken, om de bestedingen van toeristen te vergroten. Lingewaard ligt als landelijk gebied tussen twee snel groeiende steden en heeft rust, ruimte, natuur, landschap en cultuurhistorie te bieden. Deze kwaliteiten willen wij optimaal benutten om meer toeristen en recreanten aan te trekken.

4.2 Stimuleren van bedrijven in stuwende sectoren


In het economisch beleidsplan voor de periode 2008-2015 werd ingezet op de groei van de totale werkgelegenheid van bijna 13.000 arbeidsplaatsen in 2004 tot circa 14.200 in 2015. Deze doelstelling werd in 2008 al behaald. Wij stimuleren deze bedrijvigheid door een doelgerichte inzet van ruimtelijke en sociaal economische instrumenten en het aangaan van interne en externe partnerships en samenwerkingsverbanden. We bieden vestigingsmogelijkheden op onder meer bedrijventerreinen en in de concentratiegebieden voor de glastuinbouw. Om de herstructurering en verdere concentratie van de glastuinbouw te bevorderen, worden instrumenten ingezet als functieverandering en verplaatsingssubsidie. Samen met de Kamer van Koophandel en de provincie stimuleren wij startende ondernemers. Wij verbeteren de dienstverlening aan ondernemers. Prestaties Doel
4.2 Stimuleren van bedrijven in stuwende factoren

Indicator
Aantal arbeidsplaatsen Percentage werkloosheid beroepsbevolking

Werkelijk 2011
14.660 4,2%

Werkelijk 2012
14.760 4,7%

Raming 2014
14.770 4,9%

4.3 Optimaliseren aansluiting beschikbare arbeidsplaatsen en daarvoor geschikte mensen


Bij het optimaliseren van de aansluiting tussen beschikbare arbeidsplaatsen en werkzoekenden staat het weer kunnen deelnemen aan het arbeidsproces van de werkzoekende voorop. Wij faciliteren gerichte scholing en opleiding voor werkzoekenden met een gemeentelijke uitkering, als de werkzoekende niet beschikt over een zogenoemde startkwalificatie n als deze scholing noodzakelijk is om een geacquireerde arbeid splaats in te vullen en te behouden (zie 1.2.5). Bij het acquireren van werkplekken bij (toekomstige) werkgevers in Lingewaard proberen wij werkplekken te vinden die zoveel mogelijk aansluiten bij de behoeftes van een werkzoekende.

52

Programmabegroting 2014

Programma 4 Bedrijvigheid

Wat doen we daarvoor?


4.1 Stimuleren van toerisme en recreatie
4.1.1 Stimuleren kleinschalige toeristisch/recreatieve activiteiten op platteland De gemeente wil ruimte bieden aan agrotoeristische ontwikkelingen. Wij doen dit onder meer door het flexibeler toepassen van bouw en gebruiksregels bij agrarische percelen en gebouwen, waardoor deze percelen en gebouwen ook voor toeristische doeleinden kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor een bed- en breakfast. 4.1.2 Vergroten bekendheid over toeristisch product De VVV Lingewaard is een belangrijke schakel in de promotie van Lingewaard en omgeving. Zij is gevestigd in het centrum van Huissen. De gemeente is eindverantwoordelijk voor de uitvoering door de VVV, zij maakt hierbij gebruik van de diensten van vrijwilligers. De gemeente ontwikkelt samen met de VVV fietsroutes. Het promotiemateriaal wordt afgenomen bij Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem Nijmegen. Binnen de gemeente worden al veel, voor het merendeel lokale, evenementen georganiseerd. Veel evenementen hebben een regelmatig terugkerend karakter en zijn daardoor een blijvende en stabiele toevoeging aan het imago en de promotie van Lingewaard.

4.2 Stimuleren van bedrijven in stuwende sectoren


4.2.1 Stimuleren uitbouw glastuinbouw en agrobusiness In 2014 wordt een netwerkprogramma glastuinbouw opgesteld. In dit netwerkprogramma formuleren wij samen met de samenwerkingspartners binnen de glastuinbouw thematisch doelstellingen voor de themas markt en afzet, onderwijs en scholing, kennis en innovatie, duurzaamheid, logistiek en infrastructuur, ruimte en leefbaarheid en internationalisering. Uitgangspunt van het netwerkprogramma is het stimuleren van behoud en waar mogelijk de uitbouw van de glastuinbouw en gelieerde agrobusiness tot een Greenport. Hierbij betrekken wij ook andere schakels in de keten en zullen wij verouderde glaslocaties herstructureren. De samenwerking tussen de projectbureaus voor Bergerden en de herstructurering glastuinbouw zal verder gentensiveerd worden. Binnen deze sector zijn nieuwe concepten ontwikkeld in teelten, agrologistiek en ICT-gebruik. Uitgaande van deze nieuwe concepten willen wij clustervorming binnen de regio stimuleren via het zogenaamde A15corridor-initiatief (dit zijn projecten en samenwerkingen tussen laanbomenteelt, fruitteelt, champignonteelt en glastuinbouw/sierteelt) en Food Valley, buiten de regio met de andere Greenports. 4.2.2 Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden (aanbod/diversiteit bedrijfskavels) In het economisch beleidsplan was een toename van de bedrijventerreinen met tenminste 32 ha opgenomen. Deze doelstelling is inmiddels bereikt. Door de economische crisis zijn de grondverkopen van de bedrijventerreinen al enkele jaren beperkt. Er zijn tegenvallende grondverkopen bij Bergerden en de bedrijventerreinen Pannenhuis II, Houtakker II en Agropark II, waardoor de rentelasten oplopen. In 2013 is onderzoek gedaan naar het toekomstperspectief van deze werklocaties en worden strategische keuzes gemaakt. Behoud en waar mogelijk uitbreiding van werkgelegenheid en behoud van bedrijven vormen daarbij belangrijke doelstellingen. Om de verkoop van bedrijfskavels te bevorderen, zetten we in op verbetering van acquisitie, marketing en interne organisatie Verder zullen mogelijkheden worden onderzocht om Bergerden en de bedrijventerreinen verder te verduurzamen (zie 4.2.5). Waar in 2007-2008 nog sprake was aan een tekort aan bedrijventerreinen, is dus inmiddels een overaanbod ontstaan. De nadruk is dan ook steeds meer komen te liggen op revitalisering en het voorkomen van oplopende leegstand. Wij doen dit onder meer door middel van regionale samenwerking (bijvoorbeeld met de
Programmabegroting 2014

53

Programma 4 Bedrijvigheid

gemeente Overbetuwe) ten behoeve van revitalisering/herstructurering en verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen en andere werklocaties. Om overaanbod en renteverliezen te voorkomen, zal de ontwikkeling van deze werklocaties worden afgestemd op marktontwikkelingen en gefaseerd plaatsvinden. In 2014 zal een onderzoek worden gedaan naar de leegstand op bedrijventerreinen en een plan van aanpak worden opgesteld. Prestaties Indicator
Aantal verkochte ha bedrijfskavels Aantal verkochte ha bedrijfskavels Aantal verkochte ha bedrijfskavels Het aantal ha herstructuering/functieverandering 7 0 0 0 7

Doel
4.2.2 Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden (aanbod/diversiteit bedrijfskavels)

Activiteiten
Grondverkoop Pannenhuis II Grondverkoop Agropark Grondverkoop Houtakker II Leutense leigraaf Rietkamp Het Zand Dijkzone Totaal

Werkelijk 2012
0,8 ha 0 ha

Raming 2014
0,95 ha 0,8 ha 0,5 ha 19 12 4 17 52

4.2.3 Stimuleren startende ondernemers Samen met de Kamer van Koophandel en de provincie ondersteunen wij startende ondernemers door middel van het project Ik-start-smart. Startende ondernemers worden begeleid. De subsidie van de gemeente bedraagt 1.000 per startende ondernemer. Prestaties Doel
4.2.3 Stimuleren startende ondernemers

Activiteiten
Subsidiring

Indicator
Aantal startende ondernemers

Werkelijk 2012
331

Raming 2014
331

4.2.4 Verbeteren dienstverlening aan ondernemers Wij optimaliseren de gemeentelijke dienstverlening aan bedrijven door uitbouw van het klantgerichte dienstverleningsconcept. Dit houdt in dat we werken met n duidelijk aanspreek- en cordinatiepunt (bedrijfscontactfunctionaris, ondersteund door ICT/digitaal loket) en met korte en duidelijke procedures. Daarnaast zal meer structureel, resultaatgericht overleg met het georganiseerde bedrijfsleven plaatsvinden. 4.2.5 Stimuleren maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen De gemeente spreekt bedrijven aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheden, zowel in hun ondernemersrol als in hun werkgeversrol. De gemeente stimuleert en faciliteert bijeenkomsten over aspecten van maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals fair trade bijeenkomsten en het initiren van het koplopersproject duurzaam ondernemen. Verder staan er op de EZ agenda diverse lunchbijeenkomsten, seminars en bezoeken aan ondernemers. Tijdens deze momenten zal aandacht worden gevraagd voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen. People, planet en profit is in dit kader een bekende drie-eenheid.

54

Programmabegroting 2014

Programma 4 Bedrijvigheid

4.3 Optimaliseren aansluiting beschikbare arbeidsplaatsen en daarvoor geschikte mensen


De prestaties die voor het optimaliseren van de aansluiting van de beschikbare arbeidsplaatsen op de daarvoor geschikte mensen worden verricht, zijn toegelicht in andere programmas (zie doelenboom).

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Geen

Realisatie

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

4 Bedrijvigheid
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

4.1 Stimuleren van toerisme en recreatie 4.1.1 Stimuleren kleinschalige toeristische/ Toerisme recreatieve activiteiten op het platteland Recreatiegebieden 4.1.2 Vergroten bekendheid over recreatief product Toerisme / subsidie Festiviteiten 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 Stimuleren van bedrijven in stuwende sectoren Stimuleren uitbouw glastuinbouw en Bouwgrondexpl. bedrijventerreinen agrobusiness Uitbreiden en verbeteren Bestem.plannen bedrijventerreinen vestigingsmogelijkheden Stimuleren startende ondernemers Economische stimulering Verbeteren dienstverlening aan ondernemers Stimuleren verantwoord en duurzaam ondernemen Optimaliseren aansluiting beschikbare arbeidsplaatsen en daarvoor geschikte mensen Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geen Resultaat

112.063 107.542 58.770 294.880

-800 -400 -139.700

111.263 107.142 58.770 155.180 -

7.537.698 54.450 252.430

-7.561.698

-24.000 54.450 252.430

4.3

8.417.833

-7.702.598

715.235 -

8.417.833

-7.702.598

715.235

Programmabegroting 2014

55

Programma 4 Bedrijvigheid

56

Programmabegroting 2014

Programma 5 Centrum, stad en dorp

Programma 5 Centrum, stad en dorp

5. Plezierig leven in kernen

5.1 Verbeteren fysieke leefbaarheid

5.2 Versterken identiteit

5.3 Verbeteren centrumvoorzieningen

Verbeteren doorstroming (3.1.3)

5.2.1 Stimuleren behoud monumenten

5.3.1 Versterken detailhandelstructuur

Verminderen verkeersdruk in de kernen (3.2.2)

5.2.2 Stimuleren betrokkenheid burgers bij behoud cultureel erfgoed

5.3.2 Faciliteren basiswinkelvoorzieningen

Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen (7.2)

Mogelijkheden bieden voor deelname en ontmoeting(2.1)

Schoon, heel en veilig houden van de leefomgeving (9)

5.3.3 Aantrekkelijker maken centrumgebieden

Programmabegroting 2014

57

Programma 5 Centrum, stad en dorp

Wat willen we bereiken? 5. Plezierig leven in kernen


De inwoners van Lingewaard wonen verspreid over de acht kernen: Angeren, Bemmel, Doornenburg, Gendt, Haalderen, Huissen, Loo en Ressen. Omdat wij het belangrijk vinden dat alle inwoners een plezierig woonen leefklimaat ervaren, willen we per woonkern werken aan daar gewenste en noodzakelijke verbeteringen. Wij benaderen dit via drie sporen. Ten eerste zetten wij in op verbetering van de fysieke aspecten (goede toegangswegen, adequaat woningaanbod, zo min mogelijk verkeeroverlast, een schone, hele en veilige leefomgeving, in samenspraak met de wijkplatforms). Ons tweede spoor is het, zonodig, versterken van de identiteit van de woonkernen. Mensen hebben behoefte om zich te verbinden met de directe omgeving, zij willen zich thuis voelen. Een woonomgeving met een eigen karakter komt daaraan tegemoet. En ten derde, een heel praktisch punt, wij faciliteren en stimuleren, waar nodig, het aanbod van voldoende en goed bereikbare winkelvoorzieningen en ontmoetingsplekken.

5.1 Verbeteren fysieke leefbaarheid


Mensen ervaren direct de fysieke aspecten van hun woonomgeving en ook de belemmeringen daarin. Wij willen ervoor zorgen dat deze zaken op orde zijn en van een goed kwalitatief niveau. Wij werken hierbij samen met de wijkplatforms (zie 10.2.2)

5.2 Versterken identiteit


Versterking van de eigen identiteit van de woonkernen bevordert de herkenbaarheid van de eigen omgeving als onderscheidend van andere wijken/kernen/gemeenten. Dit bevordert de leefbaarheid van de woonkernen voor de huidige inwoners en maakt het woonmilieu onderscheidend en aantrekkelijk voor potentile nieuwe inwoners en ondernemers.

5.3 Verbeteren centrumvoorzieningen


Voor de centra van Bemmel en Huissen zijn centrumvisies vastgesteld. Het doel van deze visies is om te komen tot compacte, overzichtelijke en afwisselende winkelgebieden, met winkels aan beide zijden van de straten. Deze visies zijn uitgewerkt in deelprojecten, die de gemeente samen met marktpartijen uitvoert. Er wordt ook aandacht geschonken aan de verblijfsfunctie in de centrumgebieden. Voorbeelden hiervan zijn het autovrij maken van de Markt in Bemmel en de realisatie van een parkeergarage. In Gendt faciliteert de gemeente initiatieven die leiden tot een compacter winkelgebied. De crisis en het toenemend gebruik van internet worden vaak genoemd als oorzaken van de groeiende leegstand van winkels en bedrijven. In 2014 wordt onderzoek gedaan naar de leegstand van winkels en bedrijven in Lingewaard, uitmondend in een plan van aanpak.

Wat doen we daarvoor?


5.2 Versterken identiteit
5.2.1 Stimuleren behoud monumenten De gemeentelijke monumenten en hun omgeving dragen bij aan de identiteit van de woonkernen. Zij vertegenwoordigen een economisch waarde en zijn ook belangrijk vanuit toeristisch perspectief. Wij zetten ons in voor het behoud van de gemeentelijke monumenten. Wij laten ons daarbij adviseren door een door ons ingestelde Commissie Erfgoed die adviseert over cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit in de meest brede zin. 58
Programmabegroting 2014

Programma 5 Centrum, stad en dorp

Wij stimuleren particulier initiatief op dit punt door het verstrekken van subsidies voor onderhoud en restauratie. Daarnaast stimuleren wij monumenteneigenaren door het organiseren van een jaarlijkse monumentenprijs en een informatieavond voor monumenteneigenaren. In 2014 zullen we de cultuurhistorische waardenkaart en de Erfgoednota ter vaststelling aanbieden aan de raad. Met de cultuurhistorische waardenkaart kunnen we beter voldoen aan de wettelijke verplichting om erfgoed mee te wegen bij ruimtelijke planvorming. Tevens kan de kaart een belangrijke rol vervullen voor toerisme, recreatie en behoud erfgoed. Tevens zullen wij in 2014 een start maken met monumentaanwijzing van wederopbouwpanden. Prestaties Indicator
Volledige inzet subsidiebedrag van 40.000

Doel
5.2.1 Stimuleren behoud monument

Activiteiten

Werkelijk 2012
100

Raming 2014
100

Verstrekken van een subsidie

5.2.2 Stimuleren betrokkenheid burgers bij behoud cultureel erfgoed Het betrekken van burgers bij behoud van cultureel erfgoed vindt plaats via verschillende kanalen. Wij gebruiken onze gemeentelijke website om burgers te informeren over de cultuurhistorie binnen onze gemeente. Binnen Lingewaard functioneren verschillende historische kringen. Bij de totstandkoming van verschillende beleidsrapporten betrekken wij vertegenwoordigers van deze historische kringen. De jaarlijkse monumentenprijs en de informatieavonden voor monumenteigenaren zijn ook belangrijk in het kader van de betrokkenheid van burgers. Voor 2014 staan gepland het opstellen van een folder voor monumenteneigenaren, een informatieavond over de wederopbouwpanden en een informatieavond over de nota Erfgoed. Prestaties Doel
5.2.2 Betrekken van burgers bij behoud erfgoed

Activiteiten
Informeren (website folders), informatieavonden, Monumentenprijs.

Indicator

Werkelijk 2012
100

Raming 2014
100

5.3 Verbeteren centrumvoorzieningen


5.3.1 Versterken detailhandelstructuur Aantrekkelijke centra zijn de basis voor een goed woon-en leefklimaat en voorzieningenniveau in de kernen. Qua detailhandelsstructuur is het beleid gericht op het behoud van en versterken van de bestaande winkelcentra van Huissen, Bemmel en Gendt. In deze winkelcentra/binnenstad is de niet dagelijkse artikelensector geconcentreerd. Aanvullend daaraan is het streven om in subcentra perifere detailhandel te huisvesten die moeilijk in de winkelcentra is in te passen. Daarbij kan gedacht worden aan meubelzaken, autos, boten en caravans, sanitair zaken, keukenzaken en bouwmarkten/tuincentra. Tuincentra kunnen ook in het buitengebied gevestigd zijn als solitaire vestigingen. Deze perifere detailhandel is vooral op zichtlocaties van bedrijventerreinen gevestigd en is qua aard, schaal en type vooral lokaal van aard. Beleidsdoelstelling voor deze locaties is dat zij aanvullend en niet concurrerend zijn aan de winkelcentramilieus, Buiten de genoemde winkelgebieden is er ook nog detailhandel verspreid gevestigd. Qua ruimtelijke detailhandelstructuur wordt ingezet op behoud en versterking van de centrummilieus. Binnen de winkelcentra wordt ingezet op verdere concentratie van de winkelvoorzieningen tot veelal een kernwinkelgebied. Dit beperkt ook de mobiliteit. De concurrentie tussen winkelgebieden neemt toe. Er is op veel perifere detailhandellocaties sprake van brancheverbreding en branchevervaging, waardoor in sommige gevallen steeds meer concurrentie met centrumgebieden optreedt. De gemeente tracht overaanbod in sommige detailhandelsbranches zoals perifere detailhandel te beperken.
Programmabegroting 2014

59

Programma 5 Centrum, stad en dorp

5.3.2 Faciliteren basiswinkelvoorzieningen 2 In Lingewaard bedraagt het percentage leegstand 3,9% ten opzichte van het totaal aantal m winkelvloeroppervlak. Hiermee is de leegstand in Lingewaard het laagst in de stadsregio, samen met Wijchen (4%). De leegstand in Arnhem (9%), Nijmegen (9,1%) en Overbetuwe (5%) is veel hoger, Uitschieters in de stadsregio zijn Rijnwaarden (22,9%) en Mook en Middelaar (20,9%). Toch dreigen er wel problemen in de winkelgebieden van Lingewaard. Het aantal bezoekers loopt terug, omzetten staan onder druk, verdere leegstand en verloedering dreigen. De stagnerende winkelmarkt wordt niet alleen veroorzaakt door de economische recessie, maar ook door een aantal autonome trends. Terwijl het totale winkeloppervlak in de centra van Huissen en Bemmel de afgelopen jaren is toegenomen, zijn de bestedingen in winkels achtergebleven bij de groei. Door filialisering en schaalvergroting staan kleinere (zelfstandige) winkels onder druk. Daarnaast gaan steeds meer zelfstandige winkeliers met pensioen. Veel winkels sluiten binnenkort zonder opvolging. De groei van internet en de vergrijzing leiden tot een structureel afnemende behoefte aan fysieke winkels. Verdere leegstand en verloedering dreigen met gevolgen voor de leefbaarheid van deze centra. Leegstand dreigt vooral in aanloopstraten. De gevolgen voor de nieuwe winkelmarkt verschillen per type winkelgedrag en type winkelgebied. Enerzijds zijn er bedreigingen voor kwetsbare winkellocaties, anderzijds mogelijkheden voor kansrijke locaties. Winkelvoorzieningen dragen in hun algemeenheid in positieve zin bij aan de leefbaarheid van kernen en woongebieden. Ze voorzien in de verzorging van de bewoners, dragen bij aan leefbaarheid, hebben een functie als ontmoetingspunt en creren door hun trekkracht vaak ook een draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen. Met name supermarkten spelen hierbij een belangrijke rol. Als het consumentendraagvlak in een marktgebied echter te klein is voor een rendabele exploitatie van een supermarkt, dan verdwijnen uiteindelijk vaak ook de andere (winkel)voorzieningen. De aantrekkingskracht van winkelcentra wordt erg bepaald door trekkers als supermarkten op strategische locaties. Daarnaast zijn een goede bereikbaarheid en voldoende en goede parkeervoorzieningen essentile voorwaarden om de basiswinkelvoorzieningen te faciliteren. Daartoe is in 2013 een voorstel gedaan voor het instellen van een parkeerfonds. Ondernemers kunnen planologisch gefaciliteerd worden. Bij (ver)bouwplannen hanteert de gemeente de uitgangsregel, dat door de initiatiefnemers wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Teneinde kleine ondernemers te faciliteren, neemt de gemeente, bij nieuw2 bouw of uitbreiding de kosten voor de eerste 250 m (bij uitbreiding tot 250 m) voor het aanleggen van parkeerplaatsen voor haar rekening. Hiertoe zal, na verplaatsing van de tijdelijke Albert Heijn, de huidige parkeergelegenheid aan de Molenweide, worden uitgebreid. Op initiatief van de winkeliersverenigingen in Huissen, Gendt en Bemmel zijn ondernemersfondsen opgericht. De gemeente int bij ondernemers in de winkelcentra reclamebelasting en deze opbrengsten worden in de vorm van subsidie doorgesluisd naar de ondernemers, die hier activiteiten ter ondersteuning van de winkelvoorzieningen mee verzorgen. Jaarlijks dienen de ondernemers een activiteitenplan met budget in. Vanuit de ondernemersfondsen worden bijvoorbeeld ook bloemen gefinancierd die het winkelcentrum kwalitatief verbeteren. Prestaties Indicator
Aandeel m2 leegstand van totale winkeloppervlak 3,9% < 5%

Doel
5.3.1 Versterken detailhandelstructuur

Activiteiten
Onderzoek leegstand winkels en plan van aanpak Faciliteren parkeervoorzieningen

Werkelijk 2012

Raming 2014

60

Programmabegroting 2014

Programma 5 Centrum, stad en dorp

5.3.3 Aantrekkelijker maken centrumgebieden In samenwerking met de vier ondernemersverenigingen zetten wij in op het aantrekkelijker maken van de centrumgebieden. In Bemmel is ten behoeve van het aantrekkelijker maken van het centrum gekozen voor het realiseren van een winkelcircuit, met winkels aan beide zijden van de straten en het uitbreiden van winkelvoorzieningen in zowel de food als non food. In aansluiting op deze uitbreiding is het bestaande overdekte winkelcentrum gerevitaliseerd. Om de aantrekkelijkheid verder te vergroten, is gekozen voor het aanleggen van een nieuwe ontsluitingsweg, het realiseren van ondergrondse parkeervoorzieningen en het maken van een autovrijplein, met ruimte voor horecavoorzieningen en een complete herinrichting van het openbare gebied. In Huissen is gekozen voor het versterken van het bestaande winkellint. Door een ruil van huidige trekkers in de food en non food kan voorzien worden in de vestiging van een eigentijdse fullservice supermarkt in het centrum van Huissen. De trekkers worden op de kop van het winkelcentrum gesitueerd, met hierop aansluitend de parkeervoorzieningen. Hiermee wordt bevorderd dat er een loop ontstaat tussen d eze trekkers, waardoor de detailhandelsfunctie van het tussenliggende gebied wordt versterkt. Niet detailhandelsfuncties kunnen hierdoor in de loop van de tijd verdwijnen. In Gendt wordt eveneens gestreefd naar een compacter centrum. Daar waar marktpartijen met initiatieven komen, zal de gemeente proberen om hieraan medewerking te verlenen. De gemeente faciliteert straatmarkten en kermissen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Geen

Realisatie

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

5 Centrum, stad en dorp


Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

5.1

Verbeteren fysieke/sociale leefbaarheid

5.2 Versterken identiteit 5.2.1 Stimuleren behoud monumenten 5.2.2 Stimuleren betrokkenheid burgers bij behoud cultureel erfgoed 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 Verbeteren centrumvoorzieningen Versterken detailhandelstructuur Faciliteren basiswinkelvoorzieningen Aantrekkelijker maken centrumgebieden Saldo van baten en lasten

Monumenten Cultuur

166.800 152.620

166.800 152.620

Bestemmingsplannen kommen Straatmarkten

215.483 43.460 578.363

-14.400 -20.000 -34.400

201.083 23.460 543.963 -

Mutaties reserves Geen Resultaat 578.363 -34.400

543.963

Programmabegroting 2014

61

Programma 5 Centrum, stad en dorp

62

Programmabegroting 2014

Programma 6 Landschap

Programma 6 Landschap
6. Bewust leven in en genieten van ons rivierenlandschap

6.1 Behouden en versterken van het karakter van ons landschap

6.2 Bevorderen beleving van ons landschap

6.1.1 Versterken biodiversiteit

6.2.1 Vergroten toegankelijkheid

6.1.2 Versterken landschappelijke hoofdstructuur

6.2.2 Verbeteren recreatief netwerk

6.1.3 Herstructureren gebiedsdelen

6.2.3 Vergroten leesbaarheid en herkenbaarheid ban het landschap

6.1.4 Verweving realiseren tussen landbouw, landschap en natuur

6.2.4 Ontwikkelen Fort Pannerden als de parel van het Lingewaards landschap

6.1.5 Stimuleren particulier en agrarisch natuurbeheer

6.2.5 Recreatief versterken van groene ruimte in Park Lingezegen

6.2.6 Tegengaan verrommeling in het buitengebied

Programmabegroting 2014

63

Programma 6 Landschap

Wat willen we bereiken? 6. Bewust leven in en genieten van ons rivierenlandschap


Ons rivierenlandschap is uniek en rijk aan cultuurhistorie. Het vormt het begin van de rivierendelta die zich uitstrekt tot aan de Noordzee. Rivieren hebben dit landschap gevormd, waarin mensen zijn komen wonen en waarvan mensen op verschillende manier gebruik maken, als bewoner, landbouwer of recreant. De typische omstandigheden in het landschap zijn benut, zoals de oeverwallen als veilige plekken om te wonen. Daarnaast is er invloed uitgeoefend op de verdere vorming van het landschap, bijvoorbeeld door het bouwen van dijken. In de afgelopen decennia is binnen de gemeente het besef gegroeid dat het benutten van het landschap als leefomgeving betekent dat rekening moet worden gehouden met de natuur. Er wordt beter gekeken naar het effect van ruimtelijke ingrepen op het landschap. In de structuurvisie is dit als volgt verwoord: het landschap is niet meer een aspect of belang dat per project wordt afgewogen, maar vormt de basis voor alle projecten en de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. Dit houdt in dat bij het toestaan van ruimtelijke ingrepen wordt gelet op de mate waarin de verandering bijdraagt aan de herkenbaarheid van bijvoorbeeld het dijkzonelandschap, de open polder of het typisch Betuwse boomgaardenlandschap. Ook voor het verbeteren van toegankelijkheid en uitbreiden van recreatieve mogelijkheden geldt dat nieuwe bebouwing of autoverkeer niet plaatsvindt als dit de kwaliteit van het landschap aantast in plaats van verbetert. Leven in dit karakteristieke landschap beschouwen wij als een groot voorrecht. De natuur en cultuurhistorie vormen bronnen van rust, inspiratie en schoonheidsbeleving. Daartegenover stellen wij onze inspanning om de landschappelijke kwaliteiten te behouden en, waar mogelijk, te versterken. Op deze manier laten wij ons inspireren door de natuur, waarin wederkerigheid een belangrijk mechanisme is.

6.1 Behouden en versterken van het karakter van ons landschap


Het landschap heeft met name in de vorige eeuw aan karakter ingeboet door ruimtelijke ingrepen en schaalvergroting in het agrarisch grondgebruik. Wij zetten daarom in op het behouden en versterken van het landschap met zijn diversiteit aan gebieden en structuren en elementen met een rijke cultuurhistorie.

6.2 Bevorderen beleving van ons landschap


Het is een vaststaand, maar niet onontkoombaar gegeven dat mensen de bijzonderheid van hun eigen omgeving vaak niet meer bewust ervaren. Wij willen dat bewustzijn weer wakker maken om mensen te laten genieten van wat het landschap te bieden heeft. Dat doen we vooral door het vergroten van de mogelijkheden om het landschap te ervaren. Wij willen bewoners en recreanten meer gelegenheid geven te ontspannen in de natuur en hen informeren over dit rivierenlandschap en zijn rijke cultuurhistorie.

Wat doen we daarvoor?


6.1 Behouden en versterken van het karakter van ons landschap
6.1.1 Versterken biodiversiteit De natuurwaarde in een gebied wordt bepaald door de variatie in soorten in fauna en flora die samen een ecosysteem vormen. Ruimtelijke ingrepen hebben al gauw negatieve effecten op de evenwichten binnen de ecosystemen, waardoor de variatie en dus de natuurwaarde afneemt. Voor de weerbaarheid van onze natuurlijke omgeving kiezen wij bij de uitvoering van projecten en activiteiten voor maatregelen die de variatie vergroten. Hierdoor dragen niet alleen de echte natuurgebieden bij aan biodiversiteit. Door keuzes te m a64
Programmabegroting 2014

Programma 6 Landschap

ken in bestemmings- en inrichtingsplannen in het agrarisch landelijk gebied en in het groenbeheer in de woonkernen kunnen we ervoor zorgen dat de variatie toeneemt op basis van de gebiedseigen Betuwse flora en fauna. In het kader hiervan heeft de gemeente een verklaring ondertekend om in groenbeheer zo veel mogelijk autochtoon plantmateriaal te gebruiken en om dit ook bij derden te stimuleren. Verder zullen maatregelen worden genomen ter verbetering van de bijenstand. Hierbij zullen ook particulieren worden betrokken. Op een aantal plaatsen worden schapen ingezet bij het groenbeheer. Dit leidt tot meer diversiteit in de flora (zie ook 9.2.1). 6.1.2 Versterken landschappelijke hoofdstructuur Kommen, oeverwallen en uiterwaarden vormen bepalende elementen in ons landschap. Zij vormen in samenhang met elkaar de hoofdstructuur van ons landschap. Het versterken van het karakter van het landschap wordt direct bereikt door het versterken van de landschappelijke hoofdstructuur. Wij doen dat door de landschappelijke verschillen tussen kommen, oeverwallen en uiterwaarden te vergroten, en de eenheid in deze specifieke gebieden te versterken. In deze gebieden bevinden zich ensembles en elementen die kenmerkend zijn voor het Betuwse landschap. Voorbeeld hiervan zijn de woerden. Dit zijn kunstmatige, opgeworpen heuvels om bij hoogwater een droge plek te hebben. De gemeente Lingewaard heeft samen met buurgemeenten Overbetuwe en Neder-Betuwe een Inspiratieboek opgesteld waarin de woerden in kaart zijn gebracht. Voor Lingewaard zijn de ontstaansgeschiedenis en de historische en huidige kwaliteiten van 8 woerden belicht. Er zijn streefbeelden opgesteld waarin is aangegeven hoe de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden van de woerden kunnen worden behouden of versterkt. In 2014 worden de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden in de woerden verbeterd, zoals beschreven in de streefbeelden in het Inspiratieboek. Hiermee wordt het leefklimaat in de woerden verbeterd en wordt bijgedragen aan de versterking van de landschappelijke hoofdstructuur. 6.1.3 Herstructureren gebiedsdelen De gemeente is bezig met de herstructurering van drie gebiedsdelen: Glastuinbouwgebied Huissen-Angeren; Park Lingezegen; Uiterwaarden. Herstructurering glastuinbouwgebied Huissen-Angeren Met de herstructurering van de glastuinbouw in het gebied Huissen- Angeren willen wij de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Daarbij richten wij ons op het versterken van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de tuinbouw, met name door het stimuleren van innovatie en verduurzaming van de glastuinbouw, en op het vergroenen van het landschap. Er zal, conform de structuurvisie, geen aanduiding voor een blijvende glastuinbouwcluster bij Gendt in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied worden opgenomen. Park Lingezegen Wij willen ervoor zorgen dat Park Lingezegen als landschapspark bijdraagt aan de versterking van het landschappelijke karakter. Daarvoor zetten wij in op de natuurontwikkeling, waterberging en behoud van een oppervlak aan agrarische productiegrond. Herinrichting uiterwaarden Voor de veilige afvoer van hoogwaterpieken in de toekomst is rivierverruiming noodzakelijk. Dit kan op verschillende manieren en de gemeente werkt hieraan mee op voorwaarde dat rivierverruiming gentegreerd is in projecten die ook verbetering van kwaliteit opleveren voor de natuur en de recreatie. Wij hanteren het uitgangspunt dat riviergebonden bedrijvigheid en agrarisch grondgebruik daar niet vanzelfsprekend voor hoeft te wijken.
Programmabegroting 2014

65

Programma 6 Landschap

De fase waarin voorbereiding en uitvoering van projecten zich bevinden, verschilt per uiterwaard. Voor de uiterwaard bij Huissen en Angeren is het doel dat de uitvoering medio 2014 kan starten. Voor de Bemmelse Waard wordt de planologische procedure eind 2013 gestart en zal 2014 in het teken staan van de behandeling van inspraak en zienswijzen, resulterend in de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Parallel worden de benodigde vergunningen in procedure gebracht. Voor de Gendtse uiterwaard kan een vereenvoudigd plan zonder taakstelling voor rivierverruiming in 2014 2015 worden uitgevoerd. Dit vereenvoudigd plan wordt gefinancierd door andere overheden. De gemeente neemt het beheer van de weg (Polder) over. 6.1.4 Verweving realiseren tussen landbouw, landschap en natuur Lingewaard is van oudsher een agrarische gemeente en de agrarirs zijn van oudsher belangrijke vormgevers en beheerders van de landschap. Door de verstedelijking binnen de regio zien de agrarirs zich genoodzaakt om andere manieren te vinden voor hun bedrijfsvoering. Wij willen agrarirs mogelijkheden bieden om een rol te blijven spelen door hen te faciliteren bij het omgaan met de veranderende omgeving. Een voorbeeld hiervan is het planologisch mogelijk maken van functieverandering en verbreding van de bedrijfsvoering, onder meer door de regels in nieuwe bestemmingsplannen flexibeler te maken en beter af te stemmen op de (landschaps-)kwaliteiten die echt bescherming nodig hebben. Daarnaast kunnen agrarirs ook op het gebied van natuur- en landschapsontwikkeling meer betrokken worden. Bij de actualisatie van het uitvoeringsprogramma landschap is met LTO gesproken over concrete uitvoeringsmogelijkheden hiervoor. 6.1.5 Stimuleren particulier en agrarisch natuurbeheer Wij zetten in op het stimuleren van particulier en agrarisch natuurbeheer om het landschappelijk karakter te versterken, omdat veel gronden particulier eigendom zijn en/of gebruikt worden voor agrarische doeleinden. Agrarisch natuurbeheer houdt in dat de gronden worden gebruikt en bewerkt met respect voor de natuur. De gemeente is er bij de voorgenomen herinrichting van de uiterwaard bij Huissen en Angeren in geslaagd om het beheer te organiseren met een aantal Lingewaardse agrarirs. Het gebied hoeft daardoor niet te worden overgedragen aan Staatsbosbeheer of een andere overheidsbeheerder. Naast agrarirs kunnen ook andere particulieren taken in het landschaps- of natuurbeheer vervullen. Dit vergroot de betrokkenheid van inwoners bij hun omgeving. Bij de uitvoering van projecten worden de mogelijkheden hiervoor onderzocht en benut.

6.2 Bevorderen beleving van ons landschap


6.2.1 Vergroten toegankelijkheid Wij willen de toegankelijkheid van de groene ruimte in de gemeente vergroten om meer van natuur en landschap te genieten. Hierdoor kunnen de inwoners van onze sterk verstedelijkte regio makkelijker op plaatsen komen die hen rust en ruimte bieden. Er zijn verschillende projecten om de toegankelijkheid te vergroten, bijvoorbeeld als onderdeel van de ontwikkeling van Park Lingezegen (zie 6.2.5) en van de herinrichting van de uiterwaarden. De uiterwaarden willen wij vooral te voet toegankelijker maken zodat eigen inwoners en inwoners van de regio hier de natuur en de groene ruimte kunnen ervaren. Wij zullen overleg met buurgemeenten voeren om meer samenhang in het routenetwerk voor langzaam verkeer te krijgen. 6.2.2 Verbeteren recreatief netwerk In de gemeente bevinden zich allerlei recreatieve routes voor fietsers en wandelaars. Er is echter geen overzicht van alle recreatieve routes. Hierdoor is ook niet bekend waar recreatieve netwerken aandacht behoeven. In 2014 wordt het recreatieve routenetwerk in kaart gebracht, uitmondend in aanbevelingen voor verbetering van het netwerk. Bij het onderzoek zal de kennis van de lokale bevolking worden benut. In de aanbevelingen zal, waar mogelijk, herstel van kerkenpaden en het benutten van schouwpaden worden meegenomen. In 2014 wordt het routenetwerk met minimaal 1 schouwpad uitgebreid. Er zullen ontwerpschetsen worden gemaakt voor het vergroten van de herkenbaarheid van cultuurhistorische plekken, met benodigde 66
Programmabegroting 2014

Programma 6 Landschap

kleinschalige voorzieningen. Ook zullen de aanbevelingen ingaan op communicatie over het betreffende netwerk, bijvoorbeeld door middel van gps-routes, internet etc. Hiernaast verkennen wij de mogelijkheden van recreatief vervoer over water. 6.2.3 Vergroten leesbaarheid en herkenbaarheid van het landschap In het verleden zijn er in Lingewaard vaak dijkdoorbraken geweest. Door de kracht van het naar buiten stromende en rondkolkende water zijn daardoor op veel plaatsen diepe gaten achter de dijken ontstaan, ook wel wielen genoemd. In het landschap zien we op deze plaatsen kleine diepe poelen. Deze zijn kenmerkend voor een rivierenlandschap. Op dit moment zijn veel wielen verwilderd of aan het verlanden. Om de leesbaarheid van het landschap te vergroten willen wij wielen, waar mogelijk, herstellen. In 2013 zijn alle wielen in de gemeente in beeld gebracht, inclusief de historie en de huidige kwaliteiten van de wielen op het gebied van cultuurhistorie, ecologie en recreatie. Voor het herstel van de wielen zijn streefbeelden opgesteld. Eind 2013 zijn al enkele wielen op basis van de opgestelde streefbeelden hersteld. In 2014 worden voorbereidende werkzaamheden verricht voor het herstel van een nader te bepalen wiel aan de Waalzijde. Daarnaast is aandacht voor versterking van de routestructuur en landschappelijk erfgoed een topic in verschillende grote projecten. 6.2.4 Ontwikkelen Fort Pannerden als de parel van het Lingewaards landschap Fort Pannerden, gesitueerd in natuurgebied De Klompenwaard, is van bovenregionale betekenis. Het fort uit 1871 is een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, een cultuurhistorisch fenomeen dat naar verwachting in 2015 genomineerd wordt voor de Werelderfgoedlijst. Het landschap rondom Fort Pannerden en De Sterreschans wordt vanuit historisch perspectief beleefbaar gemaakt voor inwoners en bezoekers van het fort. Bewoners van Lingewaard worden betrokken bij de uitwerking van de diverse projecten. 6.2.5 Recreatief versterken van groene ruimte in Park Lingezegen Het vergroten van de recreatieve mogelijkheden buiten vlakbij de eigen woonomgeving is een van de hoofddoelstellingen voor Park Lingezegen. Hiervoor wordt in 2014 de uitvoering van de zogenaamde basi suitrusting afgerond. Onderdeel van de basisuitrusting is het aanleggen van recreatieve verbindingen. Wij zullen in 2013 de voorbereidingen starten voor het aanleggen van ruiterpaden in Park Lingezegen. Wij juichen nieuwe initiatieven en functies die binnen het park karakter passen toe. In de structuurvisie is aangegeven dat de gemeente een publieksintensieve parkfunctie aan de ring ter hoogte van de afrit A15 zal faciliteren. 6.2.6 Tegengaan verrommeling in het buitengebied Verrommeling en landschappelijke versnippering ontstaan als gevolg van functies op de verkeerde plek of ontwikkelingen die geen verband hebben met de structuur van het landschap (bijvoorbeeld sommige grote infrastructuurwerken). Wij zullen erop letten dat toekomstige bebouwing en functies passen bij de structuur van het landschap van de rivier, de oeverwallen en de laaggelegen open komgrond. Hiervoor is al een inspiratieboek voor ontwerpers en initiatiefnemers gemaakt. In 2014 wordt daarnaast gestart met een kwaliteitskader voor het hele landelijk gebied, in aanvulling op het bestemmingsplan voor het landelijk gebied en het beeldkwaliteitplan voor Park Lingezegen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

6.01

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Bijdrage park Lingezegen / grondverkopen / ambtelijke ondersteuning

Realisatie 2010 e.v.

Programmabegroting 2014

67

Programma 6 Landschap

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

6 Landschap
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

6.1

Behouden en versterken van het karakter van ons landschap 6.1.1 Versterken biodiversiteit 6.1.2 Versterken landschappelijke hoofdstructuur Natuur en landschap Bestemmingsplannen buiten de kom 6.1.3 Herstructureren gebiedsdelen Ruimtelijke ontwikkeling / algemeen Bestemmingsplannen algemeen 6.1.4 Verweving realiseren tussen landbouw, landschap en natuur 6.1.5 Stimuleren particulier en agrarisch natuurbeheer 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 Bevorderen beleving van ons landschap Vergroten toegankelijkheid Verbeteren recreatief netwerk Vergroten leefbaarheid en herkenbaarheid van het landschap 6.2.4 Ontwikkelen Fort Pannerden als de parel van het Lingewaards landschap 6.2.5 Recreatief versterken van de groene ruimte in Park Lingezegen 6.2.6 Tegengaan verrommeling in het buitengebied Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geen Resultaat

470.790 18.700 795.980 18.502

470.790 18.700 795.980 18.502 -

1.303.972 1.303.972 1.303.972 1.303.972

68

Programmabegroting 2014

Programma 7 Wonen

Programma 7 Wonen

7. Voor iedereen een kwalitatief goede en betaalbare woning op een goede plaats

7.1 Verbeteren aantrekkelijkheid woonomgeving

7.2 Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen

7.3 Duurzaam en levensloopbestendig bouwen

7.1.1 Aanleg groen en speelruimtes

7.2.1 Aanwijzen locaties

7.3.1 Stimuleren duurzaam bouwen

Verbeteren ontsluitingen (3.1.2)

7.2.2 Bevorderen en herstructureren woningbouw

7.3.2 Stimuleren levensloopbestendig bouwen

Een schone, hele, veilige woonomgeving (9)

7.2.3 Meewerken aan passende particuliere initiatieven

Stimuleren duurzame ontwikkelingen (zie 8.2.1)

7.2.4 Afspraken maken met woningcorporaties

Programmabegroting 2014

69

Programma 7 Wonen

Wat willen we bereiken? 7. Voor iedereen een kwalitatief goede en betaalbare woning op een goede plaats
Wij nemen de uitvoeringsagenda in het brugdocument Samen ruimte delen a ls uitgangspunt voor de te bereiken doelen op het terrein van wonen. Wij zetten in op woningbouw, die aansluit bij de vraag, voor zover dat past bij het specifieke karakter van de verschillende kernen in de gemeente. Wat betreft de aantallen te bouwen woningen voorzien wij in de lokale en een deel van de regionale behoefte. Hierbij sluiten we aan bij de regionale afspraken die gemaakt worden om de woningbouwprogrammering op elkaar af te stemmen. Op basis van de regionale woningmarktanalyse die in 2013 is afgerond, zal in 2014 verder vorm worden gegeven aan het Lingewaards woningbouwprogramma. Dit betekent dat op basis van de bestaande voorraad en de toekomstige vraag gekeken zal worden wat er nog bijgebouwd dient te worden. De planning tot 2020 is om jaarlijks ruim 100 woningen te bouwen. Dit zal met name in Huissen en iets mindere mate in Bemmel plaatsvinden. In de overige kleinere kernen zal beperkt gebouwd zal worden. Dit vindt plaats op kleine inbreidingsslocaties en op locaties waar herontwikkeling en functieverandering plaatsvindt. Daarnaast stellen wij eisen aan de woningbouw op het gebied van kwaliteit en toekomstwaarde. Dit betekent dat nieuwbouw conform de regionale afspraken duurzaam gerealiseerd dient te worden. Waar mogelijk en noodzakelijk zal levensloopbestendig worden gebouwd. Voor de bestaande woningvoorraad is uitgangspunt van ons beleid dat ook deze woningen in de toekomst voldoende in trek blijven en kunnen voorzien in de woningbehoefte. Wij zetten in op een sluitend netwerk van wonen, zorg en welzijn, waardoor ouderen en mensen met een functiebeperking zoveel en zolang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Naast het bevorderen van diversiteit in het aanbod en toekomstbestendig bouwen zetten wij in op het aantrekkelijker maken van de woonomgeving.

7.1 Verbeteren aantrekkelijkheid woonomgeving


Een aantrekkelijke woonomgeving komt niet alleen ten goede aan de leefbaarheid, maar leidt ook tot behoud van de waarde van het vastgoed. Wij zien erop toe dat er bij de planvorming ook aandacht wordt gegeven aan de aanleg van groen, speelvoorzieningen, adequate ontsluiting en bereikbaarheid. Deze aspecten maken ook deel uit van herstructureringsprojecten.

7.2 Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen


Mensen identificeren zich sterk met hun woonomgeving. Omdat er in de praktijk steeds meer verschillen zijn in woon- en leefstijlen, streven wij daarom naar een gevarieerd aanbod met herkenbare woonmilieus waaruit bewoners kunnen kiezen. Op basis van de (regionale) woningmarktanalyse die in 2013 is afgerond, zal in 2014 verder vorm worden gegeven aan het Lingewaards woningbouwprogramma.

7.3 Duurzaam en levensloopbestendig bouwen


Levensloopbestendig bouwen of renoveren houdt in dat woningen geschikt worden gemaakt voor verschillende doelgroepen in verschillende levensfasen. Op deze manier worden latere aanpassingen voorkomen en kunnen bewoner, verhuurder en/of de gemeente kosten besparen. Vanwege de vergrijzing van de bevolking zal veel nieuwbouw levensloopbestendig gerealiseerd worden. In 2014 zullen wij bezien bij welke projecten dit alsnog moet worden meegenomen en welke maatregelen hiervoor zullen worden ingezet.

70

Programmabegroting 2014

Programma 7 Wonen

Wat doen we daarvoor?


7.1 Verbeteren aantrekkelijkheid woonomgeving
7.1.1 Aanleg groen en speelruimtes De gemeente legt zelf geen openbaar groen of speelruimte meer aan, omdat hiervoor geen budgetten meer beschikbaar zijn. De rol van de gemeente is beperkt tot beheer van bestaande voorzieningen. In wijken waar nog nieuwbouw plaatsvindt (Loovelden en Bloemstraat in Huissen), maakt de aanleg van groen en speelruimte onderdeel uit van de prestatieafspraken die gemaakt worden met ontwikkelaars.

7.2 Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen


7.2.1 Aanwijzen woningbouwlocaties In het verleden zijn al besluiten genomen over nieuwe woningbouwlocaties. Op dit moment is de inspanning van de gemeente erop gericht om partijen te bewegen tot het maken van concrete plannen en projecten voor deze locaties, afgestemd op de kwantitatieve en kwalitatieve planning en behoefte. Concrete planvorming is afhankelijk van de inschattingen van marktpartijen over de rendabiliteit en van hun mogelijkheden in deze economisch ongunstige periode. Prestaties Doel
7.2.1 Aanwijzen bouwlocaties

Activiteiten
Verkoopactiviteiten ten behoeve van de ontwikkeling woningbouwlocatie Maliebaan Angeren

Indicator
Aantal verkochte bouwkavels

Werkelijk 2012

Raming 2014
3

7.2.2 Bevorderen en herstructureren woningbouw De komende jaren neemt het levensloopbestendig maken van woningen en het herstructureren van woonwijken toe. De corporaties zijn hier al mee begonnen. De gemeente is in 2014 betrokken bij herstructuring in Huissen (Van Gelrestraat/Kleefstraat) en in Gendt (Burchtgraafstraat). Voor de koopwoningensector zijn vooralsnog nog geen acties gepland. In 2014 zal een doorstart van de starterslening gemaakt worden. Starters op de koopwoningenmarkt krijgen hiermee een steuntje in de rug bij de financiering van hun woning. Het is moeilijk in te schatten hoeveel starters hier gebruik van gaan maken. Verwacht wordt een stuk of 30 per jaar. 7.2.3 Meewerken aan passende particuliere initiatieven Wij willen meewerken aan particuliere initiatieven, zoals bijvoorbeeld het extra plaatsen van een unit of bijgebouw (tijdelijk of definitief), waardoor mensen langer thuis kunnen wonen, of bij hun kinderen op het erf kunnen wonen. Dergelijke initiatieven worden uiteraard wel door de gemeente getoetst aan de regels die ook voor meer gebruikelijke bouwinitiatieven gelden. 7.2.4 Afspraken maken met woningcorporaties De gemeente betrekt de woningcorporaties bij visieontwikkeling en uitvoering. Om ambities te verwezenlijken hebben beide partijen elkaar nodig. De prestatieafspraken vormen hiervoor de basis. In het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) staan de prestatievelden waarover afspraken gemaakt worden. Jaarlijks worden de afspraken gemonitord, gevalueerd en indien nodig geactualiseerd. In Lingewaard is sprake van een goede samenwerking tussen de gemeente en de corporaties, gebaseerd op vertrouwen, een goede communicatie, wederzijdse informatievoorziening en een constructief periodiek bestuurlijk en ambtelijk overleg.

Programmabegroting 2014

71

Programma 7 Wonen

7.3 Duurzaam en levensloopbestendig bouwen


7.3.1 Stimuleren duurzaam bouwen In 2013 heeft de gemeente het Groene Akkoord ondertekend. Met dit akkoord wordt in stadsregio verband afgesproken om met alle betrokken partijen op dezelfde wijze met duurzaam bouwen te gaan werken. Een aspect hiervan betreft duurzaam bouwen. In 2014 zal de gemeente hier verder inhoud aangeven door bij woningbouw de duurzaam bouwen principes toe te passen conform het regionale convenant. 7.3.2 Stimuleren levensloopbestendig bouwen Zie 7.2.2

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Geen

Realisatie

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

7 Wonen
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

7.1

Verbeteren aantrekkelijkheid woonomgeving 7.1.1 Aanleg groen en speelruimtes 7.2 Bevorderen diversiteit in aanbod van woningen 7.2.1 Aanwijzen locaties 7.2.2 Bevorderen en herstructureren woningbouw 7.2.3 Meewerken aan passende particuliere initiatieven 7.2.4 Afspraken maken met woningcorporaties

Speeltuinen en speelweiden

25.744

25.744 -

Administratie bouwgrondexploitatie Bouwgrondexploitatie woningbouw Stads- en dorpsvernieuwing Woonvoorzieningen gehandicapten Bouwen Volkshuisvesting Woonwagenzaken

2.695.762 24.184 986.149 1.363.820 254.381 32.337

-9.600 -2.490.021 -14.500 -426.200 -195.367 -42.700

-9.600 205.741 24.184 971.649 937.620 59.014 -10.363 -

7.3

Duurzaam en levensloopbestendig bouwen 7.3.1 Stimuleren duurzaam bouwen 7.3.2 Stimuleren levensloopbestendig bouwen Saldo van baten en lasten Toevoeging bestemmingsreserve Resultaat

Overige milieutaken / woningisolatie

443.500

443.500 -3.178.388 2.647.489 4.300 -3.178.388 2.651.789

5.825.877 Mutaties reserves Onderhoud gebouwen 4.300 5.830.177

72

Programmabegroting 2014

Programma 8 Klimaat & Duurzaamheid

Programma 8 Klimaat en duurzaamheid

8. Toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving

8.1 Aanzetten burgers tot duurzaam gedrag

8.2 Stimuleren vernieuwende duurzame initiatieven

Stimuleren gebruik duurzame vervoersvormen (3.2.3)

8.2.1 Bevorderen duurzame energieproductie

Stimuleren duurzaam bouwen (7.3.1)

Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen (4.2.3)

8.1.1 Stimuleren duurzaam huishoudelijk gedrag

8.1.2 De gemeente geeft het goede voorbeeld

Programmabegroting 2014

73

Programma 8 Klimaat & Duurzaamheid

Wat willen we bereiken? 8. Toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving


Wij zetten in op een toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving en investeren daarom in duurzaamheid. Dat houdt in dat wij onderzoeken in welke gevallen voor duurzame alternatieven kan worden gekozen en op welke wijze wij als gemeente kunnen benvloeden dat een dergelijke keuze wordt gemaakt. Wij willen ook bijdragen aan het ontwikkelen van nieuwe duurzame alternatieven.

8.1 Aanzetten burgers tot duurzaam gedrag


Een toekomstbestendig gebruik van de leefomgeving begint bij keuzes van burgers bij hun aankopen, in wonen, werk en privleven. Maar hebben zij voldoende kennis over duurzame alternatieven en zijn zij bereid om hiervoor te kiezen? De gemeente kan op dit punt niet direct sturen, maar duurzame keuzes wel makkelijker maken. De gemeente informeert over duurzame alternatieven en werkt aan de nodige infrastructuur.

8.2 Stimuleren vernieuwende duurzame initiatieven


Wij faciliteren de ontwikkeling van een windpark, een regionaal warmtenet, een lokale energie coperatie en stimuleren andere vernieuwende private initiatieven, door middel van een subsidieregeling duurzaamheid.

Wat doen we daarvoor?


8.1 Aanzetten burgers tot duurzaam gedrag
8.1.1 Stimuleren duurzaam huishoudelijk gedrag Wij vullen de gemeentelijke website continu met allerlei informatie voor huishoudens over energiebesparing, duurzame energie-opwekking en andere tips om duurzame keuzes te maken. Afhankelijk van de belangstelling voor de duurzaamheidsmarkt in 2013 organiseren we deze ook in 2014. In 2013 zullen naar verwachting de beschikbare subsidiegelden voor woningisolatie zijn uitgeput. Wij onderzoeken of er in 2014 een vervolg komt op deze subsidieregeling. Voor 2014 staan diverse publieksactiviteiten op de agenda, zoals de Earth Hour (burgers worden opgeroepen om n uur het licht uit te doen om hen bewust te maken van energiebesparing) en een energiebesparingswedstrijd Energy Battle (Hierin gaan teams van ambtenaren, raadsleden en burgers op een l udieke wijze de strijd aan om zo min mogelijk energie te besteden). Daarnaast zoekt de gemeente daar waar het kan, samenwerking met duurzame bewonersinitiatieven en faciliteert deze actief in het project de slimme buurt (buurtgenoten stimuleren gezamenlijke duurzame inkoopacties). 8.1.2 De gemeente geeft het goede voorbeeld De gemeente wil het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid. Zij heeft als doel om 100% duurzaam in te kopen (volgens de criteria van Agentschap NL) in 2015. In 2014 zal het Actieplan Duurzaam inkopen verder vorm krijgen en met de uitvoering worden begonnen. Ook zullen wij kritisch kijken naar mogelijkheden om onze eigen gebouwen te verduurzamen binnen onze financile mogelijkheden. In 2014 nemen wij in het kader van het Euregio project KLiKer deel aan een pilot project. In het KLiKer project werken 11 Duitse en Nederlandse gemeenten samen aan klimaatbeleid. De gemeente zal de wagens voor dienstgebruik, via lease, uitbreiden met 2 elektrische autos.

74

Programmabegroting 2014

Programma 8 Klimaat & Duurzaamheid

8.2 Stimuleren vernieuwende duurzame initiatieven


8.2.1 Bevorderen duurzame energieproductie Wij voeren onderzoek uit, organiseren en nemen deel aan bijeenkomsten in het kader van duurzame energieproductie en wij stimuleren private initiatieven. In 2013 heeft de gemeente de mogelijkheden onderzocht om duurzame energieproductie te bevorderen en om lokale energie coperaties op te richten en te ondersteunen. Daartoe is de mogelijkheid onderzocht om ongebruikte bedrijventerreinen in te zetten voor duurzame energieproductie. Windenergie, een biovergistingsinstallatie, een lokaal zonnepark en het verdere bevorderen van een lokale energie coperatie zijn haalbaar en zullen in 2014 nader uitgewerkt worden. Dit moet leiden tot een voorstel voor een zonnepark, een businessplan voor windenergie en nader onderzoek naar een stadswarmtenet. Ook zal een nieuwsbrief over duurzame ondernemersinitiatieven verschijnen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Geen

Realisatie

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

8 Klimaat en duurzaamheid
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

8.1 Aanzetten burgers tot duurzaam gedrag 8.1.1 Stimuleren duurzaam huishoudelijk gedrag Milieu 8.1.2 De gemeente geeft het goede voorbeeld 8.2 Stimuleren vernieuwende duurzame initiatieven 8.2.1 Bevorderen duurzame energieproductie Saldo van baten en lasten Onttrekking aan algemene reserve Resultaat Mutaties reserves Dekking extra budget duurzaamheid

297.780

-6.300

291.480 -

297.780 -6.300 -69.200 297.780 -75.500 291.480 -69.200 222.280

Programmabegroting 2014

75

Programma 8 Klimaat & Duurzaamheid

76

Programmabegroting 2014

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Programma 9 Beheer en onderhoud

9. De leefomgeving is schoon, heel en veilig

9.1 Structureel onderhouden van infrastructuur, groen en gebouwen

9.2 Schoon en veilig houden leefomgeving met respect voor milieu

9.3 Samen met bewoners leefomgeving verbeteren

9.1.1 Onderhouden en beheren infrastructuur

9.2.1 Zorgen voor goede waterkwaliteit en voldoende waterberging

9.3.1 Behandelen meldingen

9.1.2 Onderhouden en beheren groen

9.2.2 Bestrijden gladheid

9.3.2 Adoptie (geheel of gedeeltelijk) door burgers

9.1.3 Onderhouden en beheren gebouwen

9.2.3 Verwerken huishoudelijk afval

Interactie met bewoners over de inrichting en het beheer van hun eigen woonomgeving (10.2.1)

Programmabegroting 2014

77

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Wat willen we bereiken? 9. De leefomgeving is schoon, heel en veilig


De structuurvisie en de sociale visie roepen op om te komen tot een toekomstbestendige leefomgeving. Een voorwaarde daarvoor is dat burgers hun buurten en wijken als schoon, heel en veilig ervaren. Wij willen ons hiervoor inspannen door te zorgen voor onderhoud en beheer van infrastructuur, groen en gebouwen dat voldoet aan vooraf bepaalde kwaliteitseisen. Daarnaast zorgen wij voor veiligheid op het gebied van waterbeheer, bestrijden we gladheid en verwerken we huishoudelijk afval met respect voor het milieu. Wij willen samen met buurt- en wijkbewoners spreken over verbeteringen van de leefomgeving, om met meer zekerheid te bereiken dat mensen hun leefomgeving als schoon, heel en veilig ervaren.

9.1 Structureel onderhouden van infrastructuur, groen en gebouwen


Voor de openbare ruimte zijn kwaliteitseisen opgenomen in de beleidsplannen waar in elk geval aan moet worden voldaan. Hieraan zijn budgetten gekoppeld, waarmee de bestaande voorzieningen in stand gehouden kunnen worden en kapitaalsvernietiging wordt voorkomen.

9.2 Schoon en veilig houden leefomgeving met respect voor milieu


De gemeente heeft een zorgplicht voor afvalverwijdering, riolering en gladheidbestrijding. Met het uitvoeren van deze zorgplicht willen wij bijdragen tot een vermindering van de belasting van het milieu.

9.3 Samen met bewoners leefomgeving verbeteren


Burgers ervaren hun fysieke leefomgeving direct en dus ook de zaken die daarin niet in orde of onveilig zijn. Wij vinden het belangrijk dat burgers de gemeente makkelijk kunnen bereiken om deze zaken te melden en dat deze zaken zo snel mogelijk worden aangepakt. Daarnaast willen wij burgers en organisaties actief betrekken bij het onderhoud van het groen binnen de gemeente. Wij werken hiertoe samen met de wijkplatforms.

Wat doen we daarvoor?


9.1 Structureel onderhouden van infrastructuur, groen en gebouwen
9.1.1 Onderhouden en beheren infrastructuur Het beheer en onderhoud van de infrastructuur gebeurt op basis van de vastgestelde beleidsplannen en daaraan gekoppelde kwaliteitseisen. Jaarlijks wordt een onderhoudsplan gemaakt voor de onderdelen die om onderhoud vragen op grond van een meerjarenplanning en kwaliteitsinspecties. Door invloeden van buitenaf, zoals weersomstandigheden en intensiever of minder intensief gebruik, kunnen de werkelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen afwijken van de geplande werkzaamheden uit de meerjarenplanning. Hiermee wordt direct geanticipeerd op de veranderde onderhoudsbehoefte. In 2014 worden beleidsplannen ontwikkeld voor zowel straatmeubilair als verkeersvoorzieningen. Daarnaast wordt de vervangingsbehoefte binnen de totale openbare ruimte in kaart gebracht, omdat daar op dit moment onvoldoende inzicht in is.

78

Programmabegroting 2014

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Wegen, straten en pleinen De gemeente zorgt voor de instandhouding van alle gemeentelijke wegen, straten, pleinen, fietspaden, voetpaden en trottoirs en het beheer en onderhoud daarvan. Alle verhardingen worden onderhouden op mini1 maal het wettelijke aansprakelijkheidsniveau (beeldkwaliteit B uit de kwaliteitscatalogus van CROW ). Dit gebeurt door middel van klein en groot onderhoud. Aanleiding voor het uitvoeren van klein onderhoud zijn ingekomen klachten en meldingen die via het Klantcontactcenter (KCC) binnenkomen en de lijst met kleine onderhoudslocaties voortkomend uit de globale visuele inspectie conform de CROW inspectiemethodiek en de schouw. Het uitvoeren van klein onderhoud wordt voor het grootste deel door de eigen dienst gerealiseerd. De meerjarenplannen vormen de basis voor de planning van het groot onderhoud, dat door de gemeente wordt aanbesteed. De gemeente zorgt ervoor dat de infrastructuur van het gemeentelijk wegennet en van openbare terreinen er schoon uitziet op het gewenste niveau van Beeldkwaliteit B. Daarvoor worden de volgende activiteiten uitgevoerd: Het vegen van zwerfvuil; Het bestrijden van onkruid op verhardingen, zonder toepassing van chemische middelen; Het vegen van blad en bloesem; Het legen van 70 bladkorven; Het minimaal wekelijks legen van circa 600 prullenbakken. Verlichting De gemeente zorgt voor de instandhouding van het (gemeentelijk) net van openbare verlichting inclusief lichtmasten en armaturen. Dit wordt gedaan door onderhoud en het toezicht op de uitvoering daarvan, tegen zo laag mogelijke (energie)kosten. Nieuwe bouwplannen worden getoetst aan het beleidsplan Openbare verlichting. In 2014 wordt het beleidsplan Openbare verlichting geactualiseerd. Ontwikkelingen op lichttechnisch gebied worden nauwgezet gevolgd. Als gevolg daarvan worden programmas indien noodzakelijk bijgesteld. Eind 2014 loopt het huidig onderhoudscontract ten einde. Daarom wordt in 2014 een nieuwe aanbesteding voorbereid. Prestaties Doel
9.1.1 Onderhouden en beheren infrastructuur

Activiteiten

Indicator
Energieverbruik openbare verlichting

Werkelijk 2012
192 kWh

Raming 2014
189 kWh

Bruggen, tunnels en viaducten Beheren en onderhouden van bruggen, tunnels en viaducten gebeurt aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan dat onderdeel uitmaakt van het beleidsplan Civieltechnische Kunstwerken. De input voor het beheerprogramma wordt verkregen op basis van de resultaten uit de inspectie. Straatmeubilair Onder straatmeubilair vallen bijvoorbeeld bankjes en fietsparkeervoorzieningen in de openbare ruimte. Naast een praktische functie, heeft straatmeubilair invloed op de uitstraling en belevingswaarde van de ruimte. Op dit moment is er geen beleidsplan voor straatmeubilair met daaraan gekoppelde beeldkwaliteitsni1

CROW is een landelijk kennisplatform en netwerkorganisatie voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. CROW

ontwikkelt instrumenten, zoals inspectiemethodes en een kwaliteitscatalogus voor de openbare ruimte,voor onderhoud en beheer.
Programmabegroting 2014

79

Programma 9 Beheer & Onderhoud

veaus. Er is wel een handboek inrichting openbare ruimte dat richtinggevend is bij de aanschaf van straatmeubilair. Er is geen sprake van structureel onderhoud, meestal vindt het plaats naar aanleiding van meldingen aan het KCC . In 2014 wordt een beleidsplan voor straatmeubilair ontwikkeld. Verkeersvoorzieningen De gemeente zorgt voor beheer en onderhoud van installaties en meubilair dat een verkeersfunctie en/of een informerende functie heeft. Dit zijn bijvoorbeeld verkeersregelinstallaties (zoals verkeerslichten), markeringen op de weg, parkeerroute informatie, verkeersborden, straatnaamborden, verkeerszuilen, wegdekreflectoren en wegwijzers. In 2014 wordt een beleidsplan ontwikkeld voor verkeersvoorzieningen om inzicht te krijgen in de voor beheer en onderhoud benodigde kosten. Speeltuinen en speelweiden Er is een Speelruimteplan dat de visie van Lingewaard geeft over de openbare speelvoorzieningen. In dit plan is uitgegaan van de demografische gegevens van wijken en buurten. Op basis daarvan is het actueel en wenselijk speelvoorzieningenniveau aangegeven. Het Speelruimteplan bevat verbetervoorstellen voor het aanleggen van nieuwe speelplekken en voor de inrichting van bestaande speelplekken. Daarnaast bevat het Speelruimteplan een visie op beheer en een onderhouds- en vervangingsbeleid. Als er veranderingen zijn op een speelplek, dan wordt de systematiek van het Speelruimteplan aangehouden om te bepalen of er aanpassingen nodig zijn. Het vastgestelde onderhoud- en vervangingsbeleid wordt voortgezet met in acht name van de financile mogelijkheden. De geringe beschikbare personele capaciteit zal vooral ingezet worden voor het op peil houden van de voorzieningen en niet voor de nog resterende verbetervoorstellen uit het Speelruimteplan. Begraven De gemeente beheert de volgende begraafplaatsen: de Hoeve, van Wijkstraat en Doelenstraat in Huissen, Teselaar in Bemmel en Zandvoortsestraat in Gendt. Met de Stichting Algemene begraafplaats Huissen Stad zijn afspraken gemaakt over het beheer van de begraafplaats aan de Doelenstraat. De gemeente heeft de zorg voor kwalitatief en kwantitatief voldoende begraafcapaciteit op begraafplaatsen. Daartoe behoort zowel ondergrondse- als bovengrondse capaciteit (bijvoorbeeld een urnenmuur). Na de grootschalige ruiming van graven in 2013 in Gendt, wordt in 2014 ook bij de andere begraafplaatsen kritisch nagegaan of graven geruimd kunnen worden, uiteraard pas nadat nabestaanden zijn geraadpleegd en genformeerd. De gemeente wil hiermee bereiken dat er constant begraafcapaciteit beschikbaar blijft, zonder dat tot dure uitbreiding van de begraafplaats hoeft te worden overgegaan. Om te bepalen welke graven geruimd kunnen worden, moet het administratief beheer van de begraafplaatsen op orde worden gebracht. En van de eerste stappen is het op grote schaal aanschrijven van rechthebbenden, waarvan de grafrechten inmiddels zijn verlopen. 9.1.2 Onderhouden en beheren groen Het onderhoud van het groen in de openbare ruimte vindt plaats op basis van de vastgestelde beeldkwaliteitseisen. Dit betekent dat de beeldkwaliteit bepalend is voor de onderhoudsbehoefte, het onderhoud vindt dus niet plaats op basis van een aantal vaste onderhoudsbeurten per jaar. De beeldkwaliteit is, zoals is aangegeven in 9.1.1, vastgesteld op niveau B. Het straatbeeld dient permanent te voldoen aan deze kwaliteit. Bij het onderhoud van bomen wordt gewerkt volgens een vaste frequentie met maatregelen. De kwaliteit van het openbaar groen loopt jaarlijks terug, omdat er geen periodieke vervanging van verouderde en niet meer vitale beplanting plaatsvindt. Door de bezuinigingen die vanaf 2009 zijn doorgevoerd (ruim 400.000 structureel per jaar), is hiervoor geen budget meer beschikbaar. Er is geen mogelijkheid meer voor grootschalige vervangingen of renovaties. Ook ontbreekt de personele capaciteit om meer te doen dan het reguliere onderhoud. 80
Programmabegroting 2014

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Voor de begrazing van grote parkgebieden waaronder de Vliegerweide en het Slingerbos in Huissen, het Wielenpark de Ward en het gebied rondom sportpark Ressen in Bemmel worden schapen ingezet. Met begrazing door schapen worden de zaden van de planten via de schapenvacht en de hoeven verder verspreid over de verschillende graasgebieden. Hierdoor zal in de zomer de grasvegetatie weelderiger gaan bloeien, met na verloop van tijd een grotere variatie aan bloemen in de parkgebieden. 9.1.3 Onderhouden en beheren gebouwen (incl. scholen en sportvelden) De gemeente heeft 158 gebouwen/objecten in eigendom, verdeeld over 84 complexen. Het onderhoud en beheer daarvan gebeurt op basis van het Beleidsplan onderhoud en instandhouding gebouwen, waarin een meerjarenplanning is opgenomen. Hiervan wordt een jaarlijks onderhoudsplan afgeleid. Als eigenaar van gebouwen met een collectieve leidingwaterinstallatie, heeft de gemeente een zorgplicht voor deugdelijk leidingwater. Dit houdt in dat de gezondheid van de gebruikers niet in gevaa r mag komen door het leidingwater. In dit kader worden periodiek controles en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd om legionellabesmetting te voorkomen. De gemeente heeft 41 onderwijsgebouwen in eigendom, verdeeld over 22 complexen. Het onderhoud van schoolgebouwen voor Primair Onderwijs is tot 1 januari 2015 een gedeelde verantwoordelijkheid van schoolbesturen en de gemeente. De gemeente is op hoofdlijnen verantwoordelijk voor het buitenonderhoud van de gebouwen. Hiervoor heeft de gemeente een financile voorziening die mede is gebaseerd op een Meerjaren Onderhoud Plan Onderwijshuisvesting. Schoolbesturen kunnen jaarlijks aanvragen indienen om buitenonderhoud te laten uitvoeren waarna de gemeente een technische noodzakelijkheidstoets uitvoert en zonodig de financile middelen beschikbaar stelt. Naar verwachting wordt de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud per 1 januari 2015 overgeheveld naar de schoolbesturen. Kunst in de openbare ruimte In het Beleidsplan onderhoud en instandhouding gebouwen zijn 54 kunstwerken opgenomen, die de gemeente in de openbare ruimte heeft geplaatst. Er is in de meerjarenplanning en het jaarlijks onderhoud voorzien in onderhoud van deze kunstwerken. Woonwagens De gemeente verzorgt het beheer en onderhoud van de verschillende standplaatsen en huurwoonwagens die zij in eigendom heeft. Het beheer is onder te verdelen in relatiebeheer, technisch beheer en sociaal beheer. Onder onderhoud vallen zowel het planmatig onderhoud als het niet planmatig onderhoud (reparatieverzoeken en mutatieonderhoud). De standplaatsen bevinden zich in Huissen aan de Terpweide, in Gendt aan de Binnendries en in Bemmel aan de Plakselaan. De verhuur van woningen/woonwagens en standplaatsen is geen wettelijke taak van de gemeente. Zowel Aedes (belangenorganisatie van de corporaties) als VNG geven aan dat beheer en verhuur en opvang van deze doelgroep tot primaire taak van corporatie behoort. Overdracht aan de corporatie is dan ook een logische stap maar niet afdwingbaar. De overdracht is in 2013 op de agenda gezet in het overleg met de corporaties en zal in 2014 verder vorm moeten krijgen.

9.2 Schoon en veilig houden leefomgeving met respect voor milieu


9.2.1 Zorgen voor goede waterkwaliteit en voldoende waterberging Riolering en waterzuivering Het beheer en onderhoud van de riolering gebeurt op basis van het recent vastgestelde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2013-2015. Praktisch al het stedelijk afvalwater wordt ingezameld in de riolering en afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Bij enkele woningen wordt het afvalwater ter plekke gezui-

Programmabegroting 2014

81

Programma 9 Beheer & Onderhoud

verd en geloosd in de bodem of op oppervlaktewater. Over de afvoer van hemelwater is vastgelegd dat er geen overlast mag ontstaan. Waar mogelijk worden hemelwater en afvalwater gescheiden afgevoerd. Onderhoud aan het rioleringsstelsel (inclusief gemalen, drukriolering, e.d.) vindt stelselmatig plaats. Daarnaast worden er jaarlijks onderdelen vervangen op basis van een vervangingsplanning. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen. In 2014 zal een gedeelte van het rioolstelsel in Angeren-Noord en in de Van Voorststraat in Huissen vervangen worden. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de waterkwaliteit op bedrijventerrein Gendt-Bemmel. Als de waterkwaliteit daartoe aanleiding geeft, zullen in 2014 verbeteringsmaatregelen uitgevoerd worden. Waterberging in bebouwd gebied Momenteel is er onvoldoende zicht op de benodigde waterberging voor Doornenburg en Gendt, omdat het Waterschap nog bezig is met de herberekeningen van de benodigde berging. Voor Angeren gaat de voorbereiding van de aanleg van berging door in 2014. De daadwerkelijke start van de aanleg hangt af van diverse factoren, waaronder mogelijke grondaankoop. In paragraaf 6.1.3 lichten wij onze activiteiten toe ten behoeve van de veilige afvoer van hoogwaterpieken (de zogenaamde rivierverruiming). 9.2.2 Bestrijden gladheid Het seizoen waarbinnen sprake kan zijn van gladheid loopt van 1 november tot en met 31 maart. Het beleid in Lingewaard voor de gladheidsbestrijding is vastgelegd in het gladheidbestrijdingsplan. Op elk noodzakelijk tijdstip wordt de gladheid bestreden op de primaire routes, te weten: hoofdroutes voor voertuigen in de belangrijkste ontsluitingsroutes; busroutes; erftoegangswegen type 1 (toegang tot de wijk); centrumgebied/openbare terreinen; hoofdroutes voor fietsers/schoolroutes (rode stippenroute).

Deze gladheidbestrijding gebeurt met 8 strooi-eenheden op de in het plan aangegeven routes. Binnen 3 uur na alarmering is op alle routes gestrooid. Als daartoe aanleiding bestaat, worden de secundaire routes gestrooid. In het kader van het ouderenbeleid vindt tegelijkertijd op specifieke locaties gladheidbestrijding plaats. De gladheidbestrijding in Lingewaard wordt geactiveerd door: inkomende meldingen via het gladheidmeldsysteem van Gemeente Lingewaard; Meteo Consult in Wageningen; overleg met de gemeente Overbetuwe / provincie; politie; eigen waarneming.

In een beperkt aantal gevallen wordt op lokale (politie-)meldingen afgegaan. De weersvoorspellingen van het Meteo Consult maken het in veel gevallen mogelijk te anticiperen op de aangekondigde gladheid; in die gevallen wordt er preventief gestrooid. In 2013 hebben wij in overleg met twee wijkplatforms een proef gedaan met het plaatsen van bakken strooizout in de wijk. Vanwege de positieve ervaringen, zullen wij dit in 2014 op meer plekken doen. 9.2.3 Verwerken huishoudelijk afval Op dit moment wordt het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld en is het tarief gebaseerd op het gebruik dat inwoners maken van de mogelijkheid om afval te verwijderen, naast een vast jaarlijks basisbedrag. Bij de meeste woningen maken mensen gebruik van een duo-container. Deze container heeft twee vakken: een voor restafval en een voor gft-afval. Bij hoogbouwcomplexen en appartementencomplexen staan bovengrondse of ondergrondse verzamelcontainers.

82

Programmabegroting 2014

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Naast gft-afval worden de volgende herbruikbare afvalstromen ingezameld: plastic verpakkingsafval, papier/karton, glas, kleding/textiel/schoeisel, snoeiafval, grofvuil, elektrische apparaten en oud ijzer. Deze gescheiden stromen zijn geschikt als grondstof voor nieuwe producten. Naast herbruikbare deelstromen wordt ook het huishoudelijk klein chemisch afval apart ingezameld. Er wordt gewerkt aan een nieuw afvalstoffenbeleidsplan, waarbij een verbeterde inzamel- en verwerkingsmethode wordt voorgesteld voor het huishoudelijk afval. In 2014 zullen hiervoor de noodzakelijke voorbereidingen en aanbestedingen worden gedaan. Prestaties Indicator
hoeveelheid herbruikbare afvalstoffen t.o.v. van de totale hoeveelheid ingezameld huishoudelijk afval

Doel
9.2.3 Verwerken huishoudelijk afval

Activiteiten

Werkelijk 2012
51%

Raming 2014
55%

9.3 Samen met bewoners leefomgeving verbeteren


9.3.1 Behandelen meldingen Meldingen over de openbare ruimte komen centraal binnen bij het klantcontactcentrum (KCC). Vanuit het KCC worden deze meldingen doorgestuurd naar het Team Technisch Wijkbeheer. Hier worden deze meldingen behandeld en waar mogelijk wordt er direct actie op ondernomen. Hoort een melding niet primair thuis bij het team Technisch Wijkbeheer, dan wordt de melding doorgestuurd naar een collega van een ander team met het verzoek de benodigde actie over te nemen. Terugkoppeling naar de degene die de melding heeft gedaan, vindt centraal plaats via het KCC. 9.3.2 Adoptie (geheel of gedeeltelijk) door burgers Om de betrokkenheid van burgers en organisaties bij de leefomgeving te vergroten en om te besparen op de gemeentelijke onderhoudskosten, kunnen onderhoudsobjecten (meestal groen) worden geadopteerd. Inmiddels worden elf rotondes onderhouden door maatschappelijk betrokken partijen. Ook burgers kunnen het onderhoud van groenvakken adopteren van de gemeente. Voorbeelden zijn Park Hofstede (Essenpas, Bemmel) en 25 burgers die zich hebben aangemeld om het groen in hun straat/wijk te onderhouden. Wij willen de adoptie duurzamer maken door afspraken te maken over langere termijnen van onderhoudsactiviteiten.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

9.01 9.02 9.03 9.04 9.05 9.06 9.07

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Investeringen riolering 2014 - 2017 Vervanging VRI van Elkweg / Papenstraat Bemmel Urnenmuur begraafplaats Hoeve Overige inrichting begraafplaats Hoeve Aanschaf 2 zoutstrooiers Aanschaf 4 sneeuwschuiven Uitbreiding urnenmuur op begraafplaats Gendt / dekking grafrechten

Realisatie 2014/2017 2014 2014 2014 2014 2014 2013/2014

Programmabegroting 2014

83

Programma 9 Beheer & Onderhoud

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

9 Beheer en onderhoud
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

9.1

Structureel onderhouden van infrastructuur, groen en gebouwen 9.1.1 Onderhouden en beheren infrastructuur

9.1.2 Onderhouden en beheren groen 9.1.3 Onderhouden en beheren gebouwen

Wegen, straten en pleinen Verkeersmaatregelen Veerdiensten Kunstwerken Speeltuinen en speelweiden Begraven Natuurbescherming Openbaar groen onderhoud Basisonderwijs huisvesting (openb) Kinderopvang onderhoud Gezondheidszorg / controle Eigendommen niet voor openb.dienst Basisonderwijs huisvesting (bijz) Speciaal onderwijs huisvesting Voortgezet onderwijs huisvesting Onderhoud en beheer sport binnen Onderhoud en beheer sport buiten Monumenten onderhoud Sociaal-cultureel werk Dorpshuizen beheer

5.399.799 541.107 14.115 19.005 275.067 350.870 12.320 2.319.659 400.127 3.875 7.800 1.525.855 1.421.572 139.879 955.838 365.724 569.860 5.230 1.500 35.400

-121.100

-50

-30.720

5.278.699 541.107 14.115 19.005 275.017 350.870 12.320 2.319.659 400.127 3.875 7.800 1.495.135 1.421.572 139.879 955.838 365.724 569.860 5.230 1.500 35.400 -

9.2

Schoon en veilig houden leefomgeving met respect voor milieu 9.2.1 Zorgen voor goede waterkwaliteit en voldoende waterberging 9.2.2 Bestrijden gladheid 9.2.3 Verwerken huishoudelijk afval 9.3 Samen met bewoners leefomgeving verbeteren 9.3.1 Behandelen meldingen 9.3.2 Adoptie (geheel of gedeeltelijk) door

Waterpartijen Riolering en waterzuivering Wegen, straten en pleinen gladheid Afvalstoffen

224.310 3.599.492 312.892 2.788.187

-30.100

-476.000

224.310 3.569.392 312.892 2.312.187 -

Groen- en reststroken Dierenparken

13.880 11.970 21.315.333

-43.400

-29.520 11.970 20.613.963 259.700 27.500 48.530 433 -1.200.000 -19.000 -300.000 -85.000 -404.197 -431.012 18.510.917

Saldo van baten en lasten Toevoeging aan bestemmingsreserve Toevoeging aan bestemmingsreserve Toevoeging aan bestemmingsreserve Toevoeging aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Resultaat Mutaties reserves Onderhoud gebouwen Civieltechnische kunstwerken Dekking de Z'kamp uit wegonderhoud Afvalstoffen egalisatie Onderhoudsjaarplan gebouwen 2014 Civieltechnische kunstwerken Renovatie sportvelden Huisvestingsaanvragen onderwijs Dekking revitalisering de Zilverkamp Riolering egalisatie

-701.370

259.700 27.500 48.530 433 -1.200.000 -19.000 -300.000 -85.000 -404.197 -431.012 21.651.496 -3.140.579

84

Programmabegroting 2014

Programma 10 Burger & Bestuur

Programma 10 Burger en bestuur

10. Burgers en bestuur zorgen samen voor een prettig leefklimaat

10.1 Regisseren veiligheid voor de burger

10.2 Vergroten betrokkenheid burgers bij beleidsvorming

10.3 Optimaliseren klantgerichte dienstverlening

10.4 Waarborgen goed bestuur

10.1.1 Waarborgen brandweerzorg, ambulancezorg en rampenbestrijding

10.2.1 Interactie met burgers en andere partners over beleidsvorming

10.3.1 Waarborgen kwaliteit van dienstverlening

10.4.1 Integer handelen door bestuur en organisatie

10.1.2 Bevorderen veilige woon- en leefomgeving

10.2.2 Samen met wijkplatforms leefbaarheid in de wijk bevorderen

10.3.2 Burgers tijdig, juist en volledig informeren over specifieke acties van de gemeente

10.4.2 Publieke verantwoording

10.1.3 Beperken overlast

10.4.3 Organiseren verkiezingen

10.4.4 Bestuurlijke samenwerking

Programmabegroting 2014

85

Programma 10 Burger & Bestuur

Wat willen we bereiken? 10. Burgers en bestuur zorgen samen voor een prettig leefklimaat
Wij willen als bestuurders midden in de moderne samenleving staan en zijn ons daarbij sterk bewust van veranderende verhoudingen tussen bestuur en burgers. Wij willen recht doen aan de ontwikkelingen binnen de samenleving, die geleid hebben tot meer zelfstandigheid van mensen en een groeiende behoefte van burgers om invloed te hebben op zaken die belangrijk zijn voor de kwaliteit van leven. Het belangrijkste instrument dat wij hiervoor hebben is ontmoeting en het met burgers in gesprek gaan. Wij willen bereiken dat burgers en bestuur samen voor een leefklimaat zorgen, dat door de burgers als prettig wordt ervaren. Een noodzakelijke voorwaarde voor een prettig leefklimaat is veiligheid. Daaraan werken verschillende organisaties met eigenstandige taken en verantwoordelijkheden. Wij nemen hierin de rol van regisseur. Wij betrekken burgers als partner en als wijkbewoner bij beleidsontwikkelingen. Onder burgers beschouwen wij ook ondernemers, ontwikkelaars, belangenorganisaties en verenigingen. De burger is bewoner van zijn eigen wijk en gebruiker van de gemeentelijke voorzieningen en de openbare ruimte. Wij zorgen ervoor dat burgers bij beslissingen over hun leefomgeving betrokken zijn, dat activiteiten van allerlei partijen op elkaar afgestemd worden en dat burgers eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Wij hebben ook een rol als dienstverlener naar burgers, die dan als klant kunnen worden beschouwd. Wij spannen ons ervoor in om de producten tegen een zo laag mogelijke prijs en met een zo goed mogelijke service te verstrekken. Wij ijken ons handelen als bestuurders en organisatie aan de beginselen van goed bestuur. Dat betekent dat wij open en transparant willen communiceren over beleid en de uitvoering daarvan. Wij spreken elkaar aan op integer handelen en wij leggen verantwoording af aan de inwoners van Lingewaard.

10.1 Regisseren veiligheid voor burgers


De gemeente voert regie op veiligheid en leefbaarheid. De burgers van Lingewaard moeten zich veilig, vertrouwd en met elkaar verbonden voelen. Wederzijds respect is de norm en overlast en criminaliteit de uitzondering. Inwoners, instellingen en ondernemers hebben een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan hun veiligheid, de gemeente voert regie, houdt de controle en grijpt in als dat nodig is. De veiligheidspartners werken met elkaar samen om veiligheidsproblemen aan te pakken.

10.2 Vergroten betrokkenheid burgers bij beleidsvorming


In het collegeprogramma 2012-2014 hebben wij aangegeven dat wij willen inzetten op zelfsturing door onze burgers, het maatschappelijk middenveld en ons bedrijfsleven. Zelfsturing is een ver(der)gaande vorm van burgerparticipatie en duidt op het activeren en stimuleren van eigen verantwoordelijkheid. Cruciaal daarbij is een passende houding van de gemeente richting de burgers en het bedrijfsleven. Wij spreken daarbij ons vertrouwen in hen uit, waarbij er vanuit gegaan wordt dat zij zelf heel goed in staat zijn om eigen afwegingen te maken waardoor de gemeente terughoudend kan zijn in het stellen van regels over de eigen leef- en woonomgeving en het houden van toezicht daarop. Dit veronderstelt echter wel een duidelijke scheiding tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van de burgers en het bedrijfsleven, zodat ze elkaar daarop kunnen aanspreken.

10.3 Optimaliseren klantgerichte dienstverlening


Een goede dienstverlening is in hoge mate bepalend voor de manier waarop de burger de gemeentelijke overheid ervaart. Onder het begrip burger wordt verstaan: inwoners, verenigingen, wijkplatforms, onde r-

86

Programmabegroting 2014

Programma 10 Burger & Bestuur

nemers, bedrijven, doelgroepen en overige instellingen. Binnen de gemeentelijke organisatie werken wij aan een vraaggerichte houding en cultuur, primair gericht op de behoeften en wensen van de burger.

10.4 Waarborgen goed bestuur


Wij willen goed bestuur waarborgen. Wij nemen daarbij algemeen aanvaarde uitwerkingen van governancebeginselen als uitgangspunt. De volgende begrippen vormen de belangrijkste uitgangspunten voor ons handelen: Transparantie: wij zorgen voor toegankelijkheid van de informatie en voor deugdelijke begrotingen en jaarverslagen; Democratische verantwoording: wij leggen publieke verantwoording af over de rechtmatigheid van de inning, het beheer en de besteding van publieke middelen, over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid en de behartiging van publieke taken, over de integriteit van de organisatie en over het in control zijn; Effectiviteit en efficiency: wij zorgen voor zorgvuldig voorbereid beleid dat uitvoerbaar en handhaafbaar is. Bij de uitvoering van beleid streven wij naar doelmatigheid en doeltreffendheid; Vraaggerichtheid: wij baseren ons beleid op vragen vanuit de samenleving en sluiten daarbij aan op behoefte en problemen.

Wat doen we daarvoor?


10.1 Regisseren veiligheid voor burgers
10.1.1Waarborgen Brandweerzorg, ambulancezorg en rampenbestrijding Brandweerzorg In verband met de wijziging van de Wet op de Veiligheidsregios is de gemeentelijke brandweer (verplicht) ondergebracht bij de regionale brandweer per 1 januari 2014. De uitvoering van de brandweerzorg blijft lokaal. Het doel van de regionalisering is uniformiteit in de brandweerzorg voor alle gemeenten en het behalen van efficiencyvoordelen. Ambulancezorg De ambulancezorg in Lingewaard wordt uitgevoerd door de Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden op grond van de Tijdelijke Wet ambulancevoorziening. De aanwijzing van de VGGM als Regionale Ambulance Voorziening (RAV) gebeurt door de Minister van VWS. De sturing en financiering van de Ambulancezorg gebeurt ook van Rijkswege via de Nederlandse Zorgautoriteit en de zorgverzekeraars. Als deelnemer in de gemeenschappelijke regeling kan de gemeente mede invloed uitoefenen op de uitvoering van de RAV als VGGM-taak. De sturing en financiering van de ambulancezorg verloopt echter niet via de (inwonerbijdrage van de) gemeente en de invloed hierop is dan ook wel beperkt. De gemeente wendt alle beschikbare mogelijkheden aan om te bepleiten dat alle kernen in Lingewaard binnen de gestelde normtijden kunnen worden bereikt door het spoedeisend ambulancevervoer. Met name de meest veraf gelegen woonkernen zijn hierbij voortdurend punt van aandacht. Rampenbestrijding De multidisciplinaire samenwerking bij opgeschaalde rampen en crisis is belegd bij de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM). In 2014 zal het Algemeen Bestuur van de VGGM een geactualiseerd Crisisplan voorbereiden ter vaststelling in 2015, op grond van de Wet Veiligheidsregios. Dit crisisplan is dan gelijk voor alle 16 deelnemende gemeenten.
Programmabegroting 2014

87

Programma 10 Burger & Bestuur

Voor de gemeente blijft het zaak om mensen met een taak en verantwoordelijkheid bij rampen opgeleid, getraind en geoefend te houden. VGGM voorziet hier voor een deel in. Hiernaast zullen wij uit efficiency en beheersoverwegingen ook in 2014 alert blijven op mogelijkheden om onderdelen van de bevolkingszorg centraal te organiseren, zoals bijvoorbeeld het sluiten van regionale convenanten met het Rode Kruis en het maken van centrale afspraken over slachtoffer informatiesystemen. Opsporing en ruiming van niet gesprongen conventionele explosieven De gemeente Lingewaard sinds 2010 door het Ministerie van Binnenlandse zaken op de zogenaamde veelgebruikerslijst geplaatst (samen met ongeveer 30 andere gemeenten) en ontvangt daardoor nog maar een zeer beperkte bijdrage via het gemeentefonds als tegemoetkoming in de kosten van opsporing van niet gesprongen conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Daarom heeft de gemeente Lingewaard in samenwerking met de gemeente Overbetuwe een bodembelastingkaart NGE gemaakt. De bedoeling is om in 2014 aan de hand van deze risicos beleid te ontwikkelen, zodat na een zorgvuldige afweging de belangrijkste risicos met de schaarse middelen kunnen worden aangepakt. 10.1.2 Bevorderen veilige woon- en leefomgeving Honderden inwoners van Lingewaard worden jaarlijks getroffen door criminaliteit in hun woon- en leefomgeving. Woninginbraken, autokraak, vernieling of fietsendiefstal betekenen een kostenpost voor de slachtoffers, maar hebben ook een negatief effect op de veiligheidsbeleving. Bij de aanpak van deze vormen van criminaliteit wordt gebruik gemaakt van bewezen methoden en projecten in andere gemeenten. Het gebruik van alcohol en drugs krijgt bijzondere aandacht, omdat een deel van de criminaliteit plaatsvindt onder invloed van deze middelen. Handhaving van wet- en regelgeving vindt plaats op basis van het Integraal Handhavingsplan. Op 1 april 2013 is de uitvoering van de handhavingstaken op het gebied van bouwen en milieu opgedragen aan de Omgevingsdienst Arnhem (ODRA). De gemeente voert zelf de handhavingstaken uit die betrekking hebben op het openbaar gebied. Hiervoor zet zij enkele BOAs in. Er is extra aandacht voor de veiligheid rondom evenementen. Een risico-analyse en overleg met de organisatie in het voortraject zijn gericht op het voorkomen van overlast voor omwonenden en onveiligheid voor bezoekers van het evenement. BOAs en toezichthouders zijn belast met de zorg voor de naleving van voo rschriften en toezicht op het correct verlopen van het evenement. 10.1.3 Beperken overlast Kleine ergernissen hebben soms grote invloed op de wijze waarop de bewoner zijn wijk of buurt ervaart en waardeert. Groepen jongeren, parkeerproblemen, hondenpoep en rommel op straat en allerlei andere vormen van overlast kunnen ergernissen opleveren die de leefbaarheid negatief benvloeden. De aanpak van leefbaarheidsproblemen is gebaseerd op kennen en gekend worden, het delen van informatie, gezamenlijke verantwoordelijkheid en consequente handhaving.

10.2 Vergroten betrokkenheid burgers bij beleidsvorming


10.2.1 Interactie met burgers en andere partners over beleidsvorming Meer zeggenschap, merkbare invloed en eigen verantwoordelijkheid leidt ertoe dat de inwoners zich niet onverschillig afwenden, maar zich betrokken voelen. Wij spannen ons er daarom voor in dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties in een vroeg stadium worden betrokken bij beleidsvoornemens. Hierdoor sluit het beleid beter aan bij de wensen en mogelijkheden in de samenleving en wordt de betrokkenheid van inwoners groter. We bepalen samen met inwoners wat de beste manier is om met hen te communiceren en maken samen met hen plannen voor de uitvoering. Om de vorming en uitvoering van ideen in de gemeenschap mogelijk te maken, moet de gemeente een stap terug doen en ruimte maken. We nodigen burgers, verenigingen en maatschappelijke organisaties uit

88

Programmabegroting 2014

Programma 10 Burger & Bestuur

om het zelf te bedenken en uit te voeren, waarbij wij uiteraard met raad en daad ondersteunen. In 2013 hebben bijvoorbeeld ouders een grote inbreng gehad bij de vormgeving van het leerlingenvervoer. Naast burgerparticipatie van individuele inwoners vervullen de wijkplatforms en dorpsraad een rol als spreekbuis van de gemeenschappen in onze kernen. Regelmatig vindt er overleg plaats tussen wijkplatforms enerzijds en ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeente anderzijds (zie verder 10.2.2). 10.2.2 Samen met wijkplatforms leefbaarheid in de wijk vergroten De gemeente Lingewaard kent 13 (wijk)platforms en een dorpsraad in Ressen. Een (wijk)platform bestaat uit een groep bewoners die met de gemeente samenwerkt om de leefbaarheid en veiligheid in de verschillende wijken te bevorderen. In 2011 is een samenwerkingsovereenkomst met de wijkplatforms afgesloten. Hierin zijn de afspraken opgeschreven hoe de gemeente en de wijkplatforms met elkaar omgaan. In 2012 is hiervoor een uitvoeringsdocument gemaakt. De gemeente beschikt over een team Gebiedscordinatie. De drie gebiedscordinatoren vervullen een belangrijke spilfunctie in de communicatie tussen gemeente en wijkplatforms. Zij betrekken de (wijk)platforms/burgers bij alle initiatieven en projecten op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast bepalen zij met de behandelend ambtenaar het communicatietraject en begeleiden het samenwerkingsproces. Zij organiseren in samenspraak met het college een aantal wijkbezoeken per jaar. Wij werken permanent aan de verbetering van de communicatie tussen gemeente en wijkplatforms en de manier waarop dat georganiseerd is. In 2014 zullen wij hierbij gebruik maken van de conclusies en aanbevelingen uit het recente onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de wijkplatforms.

10.3 Optimaliseren klantgerichte dienstverlening


10.3.1 Waarborgen kwaliteit dienstverlening De kwaliteit van de dienstverlening aan de burger als klant wordt bepaald door de manier waarop de burger contact kan maken met de gemeente en de wijze waarop de gemeente vervolgens omgaat met de vragen, meldingen of klachten van de klant. De burger kan op drie manieren contact maken met de gemeente: via de website van de gemeente (ook wel aangeduid als de elektronische dienstverlening); telefonisch via het KlantContact centrum (KCC); door het bezoeken van de balie in het gemeentehuis. Het waarborgen van de kwaliteit van dienstverlening is een continu proces, waarbij steeds wordt nagegaan of de instrumenten die we hebben adequaat zijn. De website biedt informatie aan burgers en digitale producten, zoals een formulier voor het doorgeven van een verhuizing. In 2014 zullen de digitale producten worden uitgebreid en zullen wij klanten door middel van voorlichting en informatie stimuleren om de digitale balie te gebruiken. Hiervoor hanteren wij een communicatiekalender, waarmee wij bepalen over welke zaken wij inwoners en bedrijven structureel en op gezette tijden informeren over het gebruik van digitale producten, zoals bijvoorbeeld een beeldmerk voor het maken van een afspraak via de gemeentelijke website. In 2014 zullen wij werken aan verbeteringen in de informatie en communicatie met burgers door gebruik van social media (twitter, facebook). Tevens zal worden gekeken of bepaalde apps zullen kunnen worden ontwikkeld voor specifieke producten. Daarbij worden nieuwe ontwikkelingen en trends gevolgd en wordt een en afweging gemaakt over specifieke behoeftes van de burgers in Lingewaard. Een voorbeeld van zon app is de omgevingsalert die in 2013 in werking is getreden. Hiermee kunnen burgers zien welke vergunning in de omgeving is aangevraagd. Ander voorbeeld is een app om ook vanaf mobiele devices (smartphone en tablet) afspraken te kunnen maken voor baliediensten. Uit eigen en extern onderzoek blijkt dat de bereikbaarheid van het KCC goed (99% van de calls die in het callcenter binnenkomen, worden opgenomen. Daarnaast is er uiteraard nog telefoonverkeer dat rechtstreeks op doorkiesnummers binnenkomt). Uit dit onderzoek is gebleken dat het afhandelen van de telefoontjes effiProgrammabegroting 2014

89

Programma 10 Burger & Bestuur

cinter kan. Op dit moment worden nog veel vragen uitgezet in de organisatie, terwijl deze ook direct door het KCC beantwoord zouden kunnen worden als de systemen hiervoor op de juiste wijze zouden zijn ingericht. Ook zal hiervoor, zonodig, worden gewerkt aan aanvullende scholing van de KCC-medewerkers. De afhandeling van de telefonisch binnengekomen vragen door medewerkers binnen de organisatie vraagt nog te veel tijd. In 2014 worden de oorzaken hiervan in kaart gebracht en zullen in samenspraak met het management verbeteringen worden aangebracht. Het zal gaan om procedureverbeteringen, verbeteringen in de technische inrichting en verbeteringen in houding en gedrag. Burgers kunnen de balie op afspraak bezoek en of, op bepaalde momenten, vrij inlopen. Wij zullen het m aken van een afspraak stimuleren, omdat hiermee wachttijden worden voorkomen en het efficinter werkt voor de organisatie. De mogelijkheid om zonder afspraak binnen te lopen blijft op bepaalde momenten mogelijk, omdat hieraan nog behoefte blijkt te zijn. Prestaties Indicator
Cijfer over Tevredenheid telefonisch contact Percentage direct afgehandeld calls door KCC 40%

Doel
10.3.1 Waarborgen kwaliteit dienstverlening

Activiteiten

Werkelijk 2012

Raming 2014
7,7

Afhandeling telefonische vragen door KCC verbeteren

10.3.2 Burgers tijdig, juist en volledig informeren over specifieke acties van de gemeente Er vindt communicatie plaats met burgers, wijkplatforms en andere specifieke doelgroepen op diverse momenten in een (beleids)proces. De mate van interactie kan hierbij variren. De wijze van communiceren wordt zoveel mogelijk afgestemd op de doelgroep en/of de rol die de burger op dat moment heeft. Communicatie vindt plaats via de diverse gemeentelijke kanalen, zoals website, twitter, (nieuws)brief, gemeente/specialpagina, bijeenkomsten etc.

10.4 Waarborgen goed bestuur


10.4.1 Integer handelen door bestuur en organisatie In de gedragscode voor politieke ambtsdragers zijn normen en waarden uitgewerkt voor de wijze waarop leden van de gemeenteraad en het college van B&W inhoud geven aan hun taken. Uit het KAFI-onderzoek in 2013 bleek dat de gedragscode uit 2010 niet aansloot bij de rechtspositie van de politieke ambtsdragers. De gedragscode is daarom in 2013 aangepast. Vanwege de nauwe betrokkenheid van ambtenaren bij het vorm geven aan de gemeentelijke taken, zijn ook voor hen gedragsregels opgesteld. Door middel van het teamoverleg wordt organisatiebreed periodiek aandacht geschonken aan het thema integriteit. Wij vinden het belangrijk dat de organisatie ook aandacht schenkt aan aspecten van integer handelen zoals transparante controleerbare processen en ervoor zorgen dat de uitvoering rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is. Leden van het college van burgemeester en wethouders en van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders dan wel aan de gemeenteraad, maar ook extern aan organisatie en burger voor wie bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers hun functie vervullen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit van politieke ambtsdragers in een breder perspectief.

90

Programmabegroting 2014

Programma 10 Burger & Bestuur

10.4.2 Publieke verantwoording Het vertrekpunt van de governance-gedachte is dat organisaties aan belanghebbenden moeten kunnen laten zien dat zij hun doelen halen en goed functioneren. Daar hoort goed verantwoorden bij. In het collegeprogramma hebben wij opgenomen dat elke begroting, elke jaarrekening en elke bestuursrapportage aan informatiewaarde wint, wat de kaderstellende en controlerende bevoegdheid van de raad ten goede komt. Dit traject doorlopen wij samen met de raad, Auditcommissie, Rekenkamer en de accountant. 10.4.3 Organiseren verkiezingen Op 19 maart 2014 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats en op 22 mei 2014 zijn de verkiezingen voor het Europese Parlement. Het hele proces van voorbereiding tot en met de verkiezingen zelf verloopt volgens wettelijke regelgeving, termijnen en procedures. De gemeente zorgt voor een goede afwikkeling van deze processen. De voorbereidingen zijn in 2013 al gestart. 10.4.4 Bestuurlijke samenwerking In het collegeprogramma hebben we aangegeven dat strategische samenwerking vereist is om te komen tot een slagvaardige regio van krachtig gebundelde gemeenten. Of het nu gaat om bouwen en wonen, recreatie en toerisme of om bedrijvigheid: de gemeenten in de regio Arnhem vullen elkaar aan en vormen samen n samenhangend gebied. Daarbij moeten de eigenheid en onderscheidendheid van onze gemeente behouden blijven. Samenwerking moet leiden tot verbetering van ons woon- en werkklimaat of van de kwaliteit van onze besluiten en de uitvoering daarvan. De bestuurlijke samenwerking met andere partners, in het bijzonder andere gemeenten, wordt de komende jaren gentensiveerd. De visie op intergemeentelijke samenwerking (2013) en het algemene afwegingskader zijn hierbij leidend. Om zorgvuldige en goed afgewogen besluiten over de concrete onderwerpen van deze samenwerking (zie de paragraaf bedrijfsvoering onder 4.5.D) te kunnen nemen zal dit kader verder uitgewerkt worden. We streven er naar om bestaande samenwerkingsverbanden meer efficint en effectief in te richten en daarom in aantal voorlopig niet verder uit te breiden. De eerste prioriteit ligt voor ons bij de uitbreiding van de samenwerkingsmogelijkheden met de gemeente Overbetuwe als onze natuurlijke, strategische partner. Verdere concretisering vindt plaats voor de volgende samenwerkingsverbanden: De G5 (gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Overbetuwe), in het bijzonder op het niveau van uitvoering van gemeentelijke takenHet vorm geven van de samenwerking in het sociale domein met de bovenstaande gemeenten aangevuld met de gemeenten in de Liemers en Doesburg (G11); Voortzetting van de samenwerking in het rivierengebied met betrekking tot de waterketen (Rijn6). Concreet zal in 2014, als gevolg van de aangekondigde opheffing van de WGR+ regeling, een besluit genomen moeten worden over de toekomst van de stadsregio Arnhem-Nijmegen.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

10.01

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Digitaliseren documenten en archieven

Realisatie 2014

Programmabegroting 2014

91

Programma 10 Burger & Bestuur

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

10 Burger en bestuur
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

10.1 Regisseren veiligheid voor burgers 10.1.1 Waarborgen Brandweerzorg, ambulancezorg Brandweer en rampenbestrijding en rampenbestrijding 10.1.2 Bevorderen veilige woon- en leefomgeving Uitvoering APV en bijzondere wetten Handhaving milieu Ongediertebestrijding Handhaving bouw en woningtoezicht 10.1.3 Beperken overlast Openbare orde en veiligheid 10.2 Vergroten betrokkenheid burgers bij beleidsvorming 10.2.1 Interactie met burgers en andere partners Gebiedscordinatie over beleidsvorming 10.2.2 Samen met wijkplatforms leefbaarheid in de Gebiedscordinatie wijk vergroten 10.3 Optimaliseren klantgerichte dienstverlening 10.3.1 Waarborgen kwaliteit van dienstverlening

2.016.998 650.336 368.100 135.100 270.200 1.164.685

-3.500

2.013.498 650.336 368.100 135.100 260.200 1.164.685 -

-10.000

370.390 126.200

370.390 126.200

Burgerzaken Kadaster Grafrechten

1.507.690 76.600 26.400

-775.350 -338.700

10.3.2 Burgers tijdig, juist en volledig informeren over specifieke acties van de gemeente 10.4 Waarborgen goed bestuur 10.4.1 Integer handelen door bestuur en organisatie 10.4.2 Publieke verantwoording Bestuursorganen Bestuursondersteuning college Bestuursondersteuning raad 10.4.3 Organiseren verkiezingen Verkiezingen 10.4.4 Bestuurlijke samenwerking Bestuurlijke samenwerking Internationale samenwerking Saldo van baten en lasten Toevoeging aan bestemmingsreserve Resultaat Mutaties reserves Onderhoud gebouwen

732.340 76.600 -312.300 -

2.112.800 3.119.495 902.872 102.094 232.660 52.160 13.234.780 36.200 13.270.980 -1.127.550 -1.127.550

2.112.800 3.119.495 902.872 102.094 232.660 52.160 12.107.230 36.200 12.143.430

92

Programmabegroting 2014

Programma 11 Financin

Programma 11 Financin

11. Gezonde financile huishouding

11.1 Evenwichtige financile positie

11.2 Acceptabele lokale heffingen

11.3 Beheersbare risico's

11.1.1 Sluitende meerjarenbegroting

11.2.1 Kostendekkendhied heffingen, rechten en leges

11.3.1 Inventariseren en kwantificeren risico's

11.1.2 Reserves en voorzieningen op een aanvaardbaar peil

11.2.2 Acceptabele woonlasten

11.3.2 Treffen beheersmaatregelen

11.1.3 Beheersbare schuldratio

11.3.3 Voldoende weerstandsvermogen

Programmabegroting 2014

93

Programma 11 Financin

Wat willen we bereiken? 11. Gezonde financile huishouding


We zorgen voor een solide financile basis waarbij sprake is van een sluitende meerjarenbegroting.

11.1 Evenwichtige financile positie


Het meetbare effect van een evenwichtige financile positie wordt vooral zichtbaar bij de activiteiten die hierna zijn uitgewerkt: een sluitende meerjarenbegroting waarbij acceptabele maatregelen zijn genomen om tot een sluitend meerjarenbeeld te komen, reserves en voorzieningen die op een aanvaardbaar peil zijn en een beheersbare schuldenlast.

11.2 Acceptabele lokale heffingen


In 2014 is het uitgangspunt voor de vaststelling van de lokale heffingen dat de OZB zal worden gendexeerd en dat de meer specifieke dekkingsmiddelen, zoals de afvalstoffenheffing en het rioolrecht, 100% kostendekkend zijn.

11.3 Beheersbare risicos


De mogelijke risicos zijn in beeld en gekwantificeerd.

Wat doen we daarvoor?


11.1 Evenwichtige financile positie
11.1.1 Sluitende meerjarenbegroting We zorgen voor een sluitende meerjarenbegroting, waarbij structurele lasten met structurele baten worden gedekt. Wanneer dit in enig jaar (nog) niet mogelijk is, worden maatregelen voorbereid dan wel genomen om tot een sluitende begroting te komen. 11.1.2 Reserves en voorzieningen op een aanvaardbaar peil Het overzicht reserves en voorzieningen wordt 2x per jaar geactualiseerd, bij de jaarrekening en bij de begroting. 11.1.3 Beheersbare schuldratio Op basis van een actuele liquiditeitsprognose wordt ingeschat wanneer nieuwe langlopende geldleningen moeten worden afgesloten. Nieuwe langlopende geldleningen worden pas afgesloten wanneer dit volgens de wet financiering decentrale overheden echt nodig is. Onder schuldratio verstaan we overigens de verhouding tussen de totale leningenportefeuille en de totale lasten in het begrotingsjaar.

11.2 Acceptabele lokale heffingen


11.2.1 Kostendekkendheid heffingen, rechten en leges De tarieven van onze heffingen, rechten en leges worden berekend en vastgesteld op basis van kostendekkendheid. De berekening van de kostendekkendheid is opgenomen in de paragraaf Lokale Heffingen. 94
Programmabegroting 2014

Programma 11 Financin

11.2.2 Acceptabele woonlasten De totale gemeentelijke woonlasten in Lingewaard worden vergeleken met de gemiddelde gemeentelijke woonlasten in Nederland. Dit doen we op basis van de Atlas van de lokale lasten van Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). In 2012 is de verhouding 115%, in 2013 112,5%. Het percentage 2014 kan pas worden bepaald wanneer de Atlas 2014 wordt gepubliceerd.

11.3 Beheersbare risicos


11.3.1 Inventariseren en kwantificeren risicos De risicos worden tenminste 2x per jaar, bij de jaarrekening en de begrotin g, genventariseerd en gekwantificeerd 11.3.2 Treffen van beheersmaatregelen Voor de genventariseerde risicos worden mogelijke en genomen beheersmaatregelen beschreven. 11.3.3 Voldoende weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is van voldoende omvang om mogelijke risicos op te kunnen vangen. In de paragraaf weerstandsvermogen treft u een nadere toelichting aan.

Overzicht investeringen en prioriteiten conform Uitvoeringsplan


De nummering verwijst naar het Uitvoeringsplan in 6.4 van deze begroting.
nr. Uitv.plan

Investeringen en prioriteiten 2014 - 2017 Geen

Realisatie

Programmabegroting 2014

95

Programma 11 Financin

Wat mag het kosten?


In onderstaande tabel zijn de lasten (+) en baten (-) opgenomen die aan het programma verbonden zijn.

11 Financin
Nr. Doel Productgroep Lasten 2014 Baten 2014 Begroting 2014

11.1 Evenwichtige financile positie 11.1.1 Sluitende meerjarenbegroting

11.1.2 Reserves en voorzieningen op een aanvaardbaar peil 11.1.3 Beheersbare schuldratio

Algemene uitkering Algemene baten en lasten Saldo van kostenplaatsen Mutaties reserves Programma 1-11 Overige financile middelen Geldleningen en uitzettingen

2.431.202 -31.668 2.880 301.610

-37.207.000 -4.915 -1.643.478 -121.000 -2.543.948

-37.207.000 2.426.287 -1.675.146 -118.120 -2.242.338

11.2 Acceptabele lokale heffingen 11.2.1 Kostendekkendh. heffingen, rechten en leges 11.2.2 Acceptabele woonlasten

Afvalstoffenheffing Rioolrechten Gemeentelijke belastingen Uitvoering wet WOZ Onroerende zaakbelasting

136.600 136.700 351.700 410.300

-3.023.200 -3.965.400 -308.300 -10.315.000

-2.886.600 -3.828.700 43.400 410.300 -10.315.000

11.3 11.3.1 11.3.2 11.3.3

Beheersbare risicos Inventariseren en kwantificeren risicos Treffen beheersmaatregelen Voldoende weerstandsvermogen Saldo van baten en lasten Toevoeging aan algemene reserve Toevoeging aan algemene reserve Onttrekking aan algemene reserve Onttrekking aan algemene reserve Onttrekking aan algemene reserve Toevoeging aan bestemmingsreserve Onttrekking aan bestemmingsreserve Resultaat Mutaties reserves Storting gedeelte bespaarde rente Dekking amendementen PB 2013 Rente Vitens ten gunste van exploit. Incidentele kosten ODRA Dekking digitaliseren docum/archieven Onderhoud gebouwen Dekking inhuur actualisering archieven 3.739.324 1.130.000 104.500 -100.000 -85.100 -308.000 487.100 -92.000 5.460.924 -59.717.341 -59.132.241

-55.392.917 1.130.000 104.500 -100.000 -85.100 -308.000 487.100 -92.000 -54.256.417

96

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 5 De paragrafen

Programmabegroting 2014

97

98

Programmabegroting 2014

Wat staat er in de paragrafen?


De paragrafen zijn een verplicht onderdeel van de programmabegroting. Ze geven de raad een beleidsmatig inzicht in beheersmatige zaken. De programmas geven informatie per beleidsveld, de paragrafen geven informatie over de gemeente in zijn geheel. De volgende paragrafen zijn opgenomen: De paragraaf lokale heffingen In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de gemeentelijke belastingen en heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners. Ook worden hier de tarieven genoemd. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Zoals elke organisatie wordt ook de gemeente met (financile) risicos geconfronteerd. Zijn die voorzienbaar en kunnen ze in financile zin worden berekend, dan moet de gemeente hiervoor een voorziening treffen. Zijn risicos moeilijk in te schatten en daardoor financieel nog niet te berekenen, dan worden ze in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Deze paragraaf geeft ook aan welke mogelijkheden de gemeente heeft om eventuele risicos op te vangen. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Lingewaard heeft een groot vermogen genvesteerd in kapitaalgoederen in de vorm van wegen, openbare verlichting, riolering, groen, speelvoorzieningen, water, sportvoorzieningen, gemeentegebouwen en onderwijsgebouwen. In deze paragraaf wordt per onderdeel toegelicht op welke wijze het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen gewaarborgd is. De paragraaf financiering De paragraaf financiering beschrijft hoe de gemeente omgaat met de financieringsbehoefte. Voor forse uitgaven heeft de gemeente meestal het geld niet op de bank staan en wordt indien nodig een lening aangetrokken (totaal financiering'). De over de lening te betalen rente en aflossing behoren tot de exploitatieuitg aven. De paragraaf bedrijfsvoering Deze paragraaf gaat in op allerlei interne ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie, die erop gericht zijn een zo goed mogelijke dienstverlening aan de burgers te kunnen verstrekken en een zorgvuldige besluitvorming te kunnen garanderen. De paragraaf verbonden partijen De gemeente werkt vaak samen met andere partijen om bepaalde doelen te bereiken. Als deze samenwerking in een bestuurlijke en financile vorm wordt gegoten, spreken we van een verbonden partij. In deze paragraaf worden alle partijen, met welke de gemeente een band heeft nader toegelicht. De paragraaf grondbeleid De gemeente speelt een rol in het kopen en verkopen van gronden. Hiermee kan zij invloed uitoefenen op het gewenste gebruik van de grond. Soms lukt het niet om zelf grond uit te geven, omdat de grond bijvoorbeeld in handen van een derde is. De gemeente zoekt dan samenwerking met marktpartijen (aannemers, projectontwikkelaars). In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op het grondbeleid van de gemeente.

Programmabegroting 2014

99

100

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen


Geraamde inkomsten
Tabel A.1 Geraamde inkomsten lokale heffingen (bedragen x 1.000) Belasting OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Toeristenbelasting Totaal lokale heffingen Werkelijk 2012 10.184 3.179 3.492 215 49 17.119 Begroot 2013 10.121 2.987 3.668 218 87 17.081 Begroot 2014 10.315 3.023 3.965 221 87 17.611

De lokale heffingen 2014


De onroerendezaakbelastingen (ozb) vormen de voornaamste inkomstenbron voor de gemeente. Andere belangrijke heffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Uitgangspunt van de laatste twee heffingen is een kostendekkende opbrengst. Verder worden nog geheven de hondenbelasting, de leges, de lijkbezorgingsrechten, de marktgelden, de toeristenbelasting en de reclamebelasting.

Onroerendezaakbelastingen
De onroerendezaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De ozb wordt geheven van: - de eigenaren van woningen; - de eigenaren van niet-woningen; - de gebruikers van niet-woningen. De basis van de heffing is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Dit is de economische waarde van het object. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor het jaar 2014 wordt een nieuwe waarde bepaald naar de toestand op de peildatum 1 januari 2013. Tariefaanpassingen 2014 Het verschuldigde bedrag voor de ozb wordt berekend op basis van een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Voor het nieuw vast te stellen tariefpercentage wordt rekening gehouden met de gemaakte afspraken tijdens de behandeling van de Kadernota 2014. Daarbij is besloten om de ozb-tarieven voor het jaar 2014 met alleen het prijsindexcijfer van 1,6% te verhogen. De procentuele tariefsverhoging geldt zowel voor woningen als voor niet-woningen.

Programmabegroting 2014

101

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Op basis van dit gegeven gelden de navolgende tarieven voor 2014: woningen: eigenarenheffing niet-woningen: eigenarenheffing gebruikersheffing

van 0,1736% naar 0,1764%

van 0,2736% naar 0,2780% van 0,2186% naar 0,2221%

De financile gevolgen voor de burger van deze verhoging zijn hierna weer gegeven in het overzicht van de lokale lasten voor 2014.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt voor de tariefstelling van de afvalstoffenheffing is een 100% kostendekking. In 2013 is het vastrecht verlaagd met 11,00. Op basis van de huidige prognoses kan een tariefaanpassing achterwege blijven. Voor 2014 gelden de navolgende tarieven: Vast bedrag Bedrag per lediging van: 280 liter container (140/140) 280 liter container (140/50) 180 liter container (90/90) 180 liter container (90/35) Bij appartementen met container en elektronische registratie, per lediging/storting

93,00 3,30 2,90 2,50 2,25 0,80

Voor degene die geen gebruik maakt van n van de hiervoor genoemde containers en het afval op een andere wijze aanbiedt, bijvoorbeeld via een bovengrondse verzamelcontainer, geldt een tarief gebaseerd op een n- of meerpersoonshuishouden. Dit is in 2014: Tarief npersoonshuishouden 138,00 Tarief meerpersoonshuishouden 165,00 Overzicht kostendekking afvalinzameling LASTEN Afvalstoffen algemeen Huishoudafval Overige afvalstoffen Inzameling chemisch afval Lasten afvalstoffenheffing Compensabele BTW Kwijtscheldingen afvalstoffenheffing BATEN Baten afvalstoffenheffing Saldo Dekkingspercentage Begroting 2014 98.000 1.848.000 327.000 40.000 137.000 493.000 80.000 3.023.000 - 0 100 %

Alle saldi voortkomend uit de baten en lasten van de afvalinzameling komen ten laste of ten gunste van de egalisatiereserve. 102
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Rioolheffing
Voor de rioolheffing geldt als uitgangspunt een 100% kostendekking. Op basis van het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) wordt het tarief verhoogd met 6,5% per aansluiting tot en met 2017. Daarnaast wordt nog rekening gehouden met een prijsindex van 1,6%. Rekening houdend met deze wijzigingen komt het tarief voor 2014 op 201,60 (afgerond) per aansluiting. Sinds het jaar 2010 wordt op basis van de Wet gemeentelijke watertaken de rioolheffing gezien als een bestemmingsheffing. Op grond van deze wet heeft de gemeente naast de verantwoordelijkheid voor het beheer van afval- en regenwater, de verantwoordelijkheid voor het verwerken van overtollig grondwater. Dit betekent dat een nieuwe verbrede rioolheffing mogelijk is. Deze heffing mag hooguit kostendekkend zijn. Daarnaast is de heffing begrensd: alleen de bij de wet genoemde kosten mogen worden verhaald. Overzicht kostendekking riolering LASTEN Vrijverval rioleringen Rioolgemalen Algemeen rioolbeheer Lasten rioolheffing Compensabele BTW Kwijtscheldingen rioolheffing BATEN Baten rioolheffing SALDO Dekkingspercentage Begroting 2014 725.000 620.000 2.227.000 137.000 600.000 88.000 3.965.000 432.000 90,2%

Conform de besluitvorming op 27-06-2013 inzake het GRP komen alle saldi voortkomend uit de baten en lasten van de rioleringszorg ten laste of ten gunste van de egalisatiereserve. Het negatieve saldo ad. 432.000 wordt gedekt uit de bestemmingsreserve Riolering en waterzuivering ( 91.722.10.0000).

Hondenbelasting
Zoals in het verleden besloten, wordt elk jaar een deel van de gemeente gecontroleerd op het hondenbezit. Elk jaar zal een nieuwe kern worden gecontroleerd. De tariefstelling wordt verhoogd met 1,6% en komt daarmee op 53,04 per hond voor komend jaar. Overzicht kosten hondenbeleid LASTEN Aanleg, beheer en reinigen hondentoiletten Gemeentelijke uren Bijzondere opsporingsambtenaar Perceptiekosten Controle hondenbelasting Kwijtscheldingen hondenbelasting BATEN Opbrengst hondenbelasting SALDO Dekkingspercentage Begroting 2014 113.000 11.440 43.500 16.820 10.000 5.500 221.000 20.740 110,4 %

Programmabegroting 2014

103

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Toeristenbelasting
De heffing van de toeristenbelasting is ingevoerd per 1 januari 2006. In 2012 is het tarief met 25% gestegen tot 1,00 per overnachting. Bij de Toeristenbelasting wordt geen jaarlijkse indexatie van de tarieven gehanteerd daar dit te kleine verhogingen van met zich mee brengt. Daarom wordt om de vier jaar een tariefsaanpassing gedaan waarin de inflatie van de voorgaande vier jaar wordt gecompenseerd. Overzicht kosten toerisme LASTEN Toerisme / overige subsidies Perceptiekosten Controle toeristenbelasting BATEN Opbrengst toeristenbelasting SALDO Dekkingspercentage Begroting 2014 93.000 1.680 0 87.300 7.380 92,2 %

Reclamebelasting
Bij de instelling van het ondernemersfonds is afgesproken dat dit fonds wordt gevoed door een van de ondernemers te heffen reclamebelasting. Deze reclamebelasting wordt alleen geheven in de dorpscentra van Bemmel, Huissen en Gendt. Na aftrek van de perceptiekosten die de gemeente maakt wordt de nettoopbrengst beschikbaar gesteld aan het ondernemersfonds.

Leges, Lijkbezorgingsrechten en Marktgelden


De tarieven van deze heffingen worden middels de legesverordeningen en de verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten verhoogd met het percentage van de kostenstijging, zijnde 1,6%.

Lokale lastendruk
Onderstaand is een voorbeeldberekening gemaakt van de hoogte van de belastingaanslag 2014 met 2013 als vergelijking. De bedragen zijn indicatief. Een eigenaar/gebruiker, met een waarde van de woning van 255.000, ontvangt een belastingaanslag van: Soort belasting OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing: vast bedrag Afvalstoffenheffing: 21 ledigingen / 280 liter container Rioolheffing Totaal belastingdruk in Lingewaard Stijging van de lastendruk Eigenaar / gebruiker 2014 2013 449 442 93 93 69 69 201 812 2,8% 186 790 Huurder / gebruiker 2014 2013 0 0 93 93 69 69 201 363 4,3% 186 348

Wet WOZ
Per 1 januari 2014 wordt het gehele woz-bestand gewaardeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2013. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de verkoopcijfers van woningen in de gemeente Lingewaard in de periode januari 2012 t/m december 2013. Op dit moment is nog niet bekend wat de waardeontwikkeling is in de gemeente Lingewaard. In het laatste kwartaal zal hierover meer duidelijkheid bestaan.

104

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Mogelijkheden tot vergroting inkomsten door invoering nieuwe heffingen


De overheidsfinancin staan vanwege de voortdurende crisis onder druk. Het structureel sluiten van de begroting is daardoor een uitdaging van formaat geworden. Zo ook in de gemeente Lingewaard. Naast kritisch beoordelen of beleid nog wel uitgevoerd moet worden en zo doende besparingen te realiseren zijn ook maatregelen genomen om de inkomsten van de gemeente te vergroten. De verhoging van de opbrengsten van de onroerende zaakbelastingen en de lijkbezorgingsrechten in het recente verleden zijn hiervan de voornaamste voorbeelden. De vraag is opgeworpen of er binnen het domein van de belastingen en rechten nog mogelijkheden zijn om de inkomsten te verhogen naast de heffingen die momenteel al worden gend. De gemeente Lingewaard heft momenteel de gemeentelijke belastingen die de meeste gemeenten in Nederland al heffen, de OZB, Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Leges en Hondenbelasting. Van de kleinere belastingen is in Lingewaard ook de Toeristenbelasting ingevoerd. Aangezien Nederland een gesloten belastingstelsel kent kunnen alleen belastingen worden geheven als dit in een wet is geregeld. Het gevolg hiervan is dat er slechts een limitatief aantal heffingen mogelijk zijn. In het navolgende overzicht wordt per heffing aangegeven wat de mogelijkheden zijn gegeven de Lingewaardse situatie.

Roerendezaakbelasting
De belastingen op roerende woon-en bedrijfszaken (RZB) is ooit in Nederland ingevoerd om belastingheffing op woonschepen en woonwagens mogelijk te maken. In Lingewaard is verleden jaar onderzocht of deze belasting eventueel relevante opbrengsten kon genereren. Er zijn echter dermate weinig belastingobjecten in onze gemeente waardoor de opbrengsten de perceptiekosten nauwelijks overstijgen. Het college heeft daarom de invoering van de RZB niet voorgesteld en daar verleden jaar de raad over genformeerd.

Forensenbelasting
Deze belasting wordt niet geheven in Lingewaard. In gemeenten waar veel woonruimten worden aangehouden voor toeristisch gebruik loopt men inkomsten mis uit het gemeentefonds omdat er geen bewoners staan ingeschreven in de GBA op deze adressen. Een maatstaf voor de hoogte van de uitkering van het Gemeentefonds is het aantal inwoners. Om dit verlies aan inkomsten te compenseren kunnen gemeenten Forensenbelasting invoeren. In de gemeente Lingewaard speelt deze problematiek van verminderde inkomsten uit het gemeentefonds niet omdat hier bijna geen woningen worden aangehouden voor recreatief verblijf. Invoering van deze belasting biedt geen soelaas voor het vermeerderen van de eigen inkomsten.

Baatbelasting
Deze belasting is in het verleden ingevoerd ter dekking van rioleringaanlegkosten. In specifieke gevallen kan deze belasting worden ingezet ter dekking van aanlegkosten waar een beperkte groep van bewoners en bedrijven voordeel bij heeft. Het is echter geen middel om structureel extra inkomsten te genereren ten bate van de algemene middelen.

Precariobelasting
Deze heffing voor het hebben van zaken onder, op of boven openbare gemeentegrond is bij de herindeling niet ingevoerd. Het afgelopen decennium heeft deze belasting echter wel opgang gemaakt. Doordat overheden hun energiebedrijven hebben verkocht kwamen de ondergrondse netwerken in handen van buitenlandse bedrijven.

Programmabegroting 2014

105

Paragraaf 5.1 Lokale heffingen

Heffing op de ondergrondse leidingen werd daardoor geen aanslag meer voor het eigen energiebedrijf. Met het verzenden van 1 of 2 aanslagbiljetten kunnen grote sommen geld worden binnengehaald. De energiebedrijven sluizen de precariobelasting echter rechtstreeks door aan de gebruikers waardoor uiteindelijk de burger en het bedrijfsleven de rekening betaald. Uiteindelijk worden de kosten weer bij burgers en bedrijven neergelegd, een versluierd soort van lastenverzwaring door gemeentelijke belastingen. Er zijn momenteel vergevorderde plannen om heffing op ondergrondse netwerken te verbieden. Wetgeving om dit af te schaffen is al in vergevorderde staat. Een andere complicerende factor is dat bij de verkoop van de energiebedrijven verschillende gemeenten afgezien hebben van de mogelijkheid om Precario te gaan heffen van de kabels en leidingen. Heffing van borden, terrassen, vlaggenmasten en andere kleinere elementen op straat is mogelijk maar arbeidsintensief. De gemeente heeft momenteel geen gemeentelijke belastinginspecteurs die buitencontroles uitvoeren. Er zal voor de invoering van deze belasting tenminste jaarlijkse inspecties moeten worden uitgevoerd met de daarbij behorende perceptiekosten. Invoering van deze belasting is vanuit het oogpunt van kosten en het afschaffen van precario op leidingen en kabels niet logisch.

Parkeerbelastingen
In Lingewaard worden geen parkeerbelastingen geheven. De parkeerbelasting is een regulerende heffing. In het kort is het doel doorstroming van parkerend publiek te krijgen waardoor de winkels beter bereikbaar worden. Het genereren van opbrengst is dus niet het primaire doel. De opbrengst van de heffing is wel een algemeen dekkingsmiddel. In de meeste gemeenten wordt de opbrengst wel aangewend om parkeervoorzieningen te realiseren en te beheren. De administratiekosten die in rekening wordt gebracht bij naheffingsaanslagen (zeg maar de parkeerbon) en veel hoger is dan het belastingbedrag (nu maximaal 54,00) mogen alleen gebruikt worden om de controlekosten te dekken. Gezien het karakter van de gemeente ligt het invoeren van een parkeerbelasting niet voor de hand daar parkeerregulering middels betalen op straat en garages niet aan de orde is.

Samenvatting
De gemeente Lingewaard maakt op dit moment al optimaal gebruik van het haar ter beschikking staande belastinginstrumentarium. Niet alle belastingen worden geheven in Lingewaard omdat dit geen relevante opbrengsten met zich meebrengt of vanwege de hoge perceptiekosten.

106

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing


1. Inleiding

Doelstelling van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is inzicht en informatie te verschaffen over het weerstandsvermogen in de gemeente Lingewaard. In deze paragraaf zullen de volgende onderwerpen worden behandeld: 2 een korte samenvatting van de beleidsuitgangspunten; 3 het weerstandsvermogen (de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risicos); 4 een berekening van de weerstandscapaciteit (inclusief het buffervermogen); 5 een beoordeling of de weerstandscapaciteit voldoende is voor opvang van de actuele risicos; 6 een overzicht van de belangrijkste risicos;

2.

Beleid

In 2013 is een nieuwe nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen opgesteld. Aangezien het echter aan de middelen ontbrak om deze nota te implementeren, is de nota nog niet voorgelegd aan de raad ter vaststelling. De keuzes die er gemaakt zijn ten aanzien van de inzet van het budget voor de formatie dat ter beschikking is gesteld door de raad bij de Kadernota 2014 geeft de ruimte om in 2014 dit onderwerp weer op te pakken. Vooralsnog gaan we in deze paragraaf uit van de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen gemeente Lingewaard die op 17 april 2008 is vastgesteld. De belangrijkste beleidsuitgangspunten die zijn vastgelegd in de nota zijn: Het beleid wordt vastgelegd in de nota en is leidend voor de paragrafen. De beoordeling van de weerstandscapaciteit en een eventuele bijstelling van de buffer gebeurt jaarlijks in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting. De benodigde weerstandscapaciteit (de hoogte van de risicos) wordt berekend volgens een normatief model. Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen weerstandscapaciteit in exploitatie (structureel) en weerstandscapaciteit in vermogen (incidenteel). Uitgaand van een gezond financieel beleid dienen enkele risicos, zoals tekorten op een jaarrekening, ineens gedekt te kunnen worden door inzet van de direct inzetbare buffer. De overige risicos dienen gedekt te kunnen worden door de structurele weerstandscapaciteit en het restant van de incidentele weerstandscapaciteit (exclusief het gedeelte van de buffer voor direct te dekken risicos). De buffer dient voldoende te zijn om een tekort van 1% van de uitgaven gewone dienst, de mogelijke tekorten op de grondexploitaties en een mogelijke afwaardering/correctie van balanscijfers te dekken.

Programmabegroting 2014

107

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.

Weerstandsvermogen (de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risicos)

Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als het vermogen van de gemeente Lingewaard om nietstructurele financile risicos op te kunnen vangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risicos, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten, zoals schematisch weergegeven.

WEERSTANDSVERMOGEN

benodigde weerstandscapaciteit (risicos)

beschikbare weerstandscapaciteit (middelen)

3.1 Benodigde weerstandscapaciteit (de hoogte van de risicos) De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een risico-inventarisatie. De hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit is de som van alle in geldswaarde uitgedrukte risicos. Voor het berekenen van de weerstandscapaciteit wordt een normatief model gehanteerd, waarbij wij uitgaan van vier groepen risicos. De achterliggende veronderstelling is dat alle risicos die zich in de praktijk kunnen voordoen in n van deze categorien vallen. Het betreft: 1. uitgaven gewone dienst; 2. inkomsten gewone dienst; 3. grondexploitatie; 4. balans. Voor elke groep bepalen wij vervolgens een genormeerde (deel -)weerstandscapaciteit en opgeteld, levert dit de totale weerstandscapaciteit op die de gemeente zou moeten aanhouden. 3.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente vrij kan maken om niet begrote substantile onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het reeds vastgestelde beleid. De weerstandscapaciteit in Lingewaard is een optelsom van: De onbenutte belastingcapaciteit (S) Het buffervermogen (I) De stille reserves (I) Vrij beschikbare deel van de algemene reserve (I) Onvoorzien (S) We onderscheiden hier: Structurele weerstandscapaciteit (S) de jaarlijkse ruimte in de begroting Incidentele weerstandscapaciteit (I) de reserves en het buffervermogen

4.

Berekening weerstandscapaciteit

Achtereenvolgens zal worden berekend de benodigde weerstandscapaciteit (de risicos ) en de beschikbare weerstandscapaciteit (inclusief de onbenutte belastingcapaciteit). 108
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

4.1 Benodigde weerstandscapaciteit berekening Conform het normatieve model is de hoogte van de in geldswaarde uitgedrukte risicos: 1. 2. 3. 4. (deel)weerstandscapaciteit uitgaven gewone dienst (deel)weerstandscapaciteit inkomsten gewone dienst (deel)weerstandscapaciteit grondexploitatie (deel)weerstandscapaciteit balans 8.894.500 2 3.720.700 3 6.843.900 4 1.757.000 21.216.100
1

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

4.2 Beschikbare weerstandscapaciteit berekening Op basis van bestaand beleid is de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit als volgt: Weerstandscapaciteit in exploitatie (structureel) Onbenutte belastingcapaciteit OZB* Rioolrechten Afvalstoffenheffing Leges en andere heffingen Totaal onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Totaal weerstandscapaciteit exploitatie Weerstandscapaciteit in vermogen (incidenteel) Vrij beschikbare deel algemene reserve inclusief buffer** Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit vermogen
* Berekening van de onbenutte belastingcapaciteit van de OZB: Bij de berekening van de capaciteit wordt de gemeente Lingewaard vergeleken met de gemeente met de hoogste gemeentelijke woonlasten (meerpersoonshuishouden uit COELO Atlas 2013): Hoogste gemeentelijke woonlasten 2012 Gemeentelijke woonlasten Lingewaard 2013 1.149 784 (gemiddelde is 697)
6

4.848.000 0 0 0 4.848.000 0 4.848.000 7.984.600 5.545.000 13.529.600

Dit betekent dat de woonlasten van de gemeente met de hoogste lasten 46 % hoger liggen dan de woonlasten van de gemeente Lingewaard. De onbenutte belastingcapaciteit is 47 % van de raming opbrengst OZB 2014 ad 10.315.000 = 4.848.000.

** Zie het overzicht Verloop Algemene Reserve in hoofdstuk 6 ( 6.6 Toelichting reserves en voorzieningen).

1 2 3

10% van de totale lasten productenraming 2014 10% van de algemene uitkering productenraming 2014 10% van de totale boekwaarde Voorraad Bouwgronden per 31-12-2012 (Voorraad 19.663.800 -/- negatieve Boekwaarde glastuin-

bouw Huissen Angeren 5.186.600 -/- voorziening verliesgevende projecten 6.411.800 = 18.438.600 x 10% +/+ benodigde weerstandscapaciteit Bergerden 5.000.000.
4
6

1% van het balanstotaal per 31-12-2012 Betreft het verschil per 1-1-2013 tussen de boekwaarde en de WOZ waarde van de panden in gemeentelijk bezit, die wij zouden

kunnen verkopen. Programmabegroting 2014

109

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

5.

Beoordeling weerstandscapaciteit

Op basis van bestaand beleid bedraagt de structurele weerstandscapaciteit 4.848.000 en de incide ntele weerstandscapaciteit 13.529.600. Van dit incidentele deel is alleen de buffer direct inzetbaar. Conform de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen dient de buffer voldoende te zijn om: 1. Een tekort van 1% van de uitgaven gewone dienst te dekken 889.500 2. De mogelijke tekorten op grondexploitaties te dekken 6.843.900 3. Een mogelijke afwaardering/correctie van balanscijfers te dekken 1.757.000 9.490.400 De buffer van 7.984.600 is dus onvoldoende om de risicos direct te dekken. Wenselijk is het om de buffer minimaal te verhogen naar 10.000.000. Zodra er financile ruimte is, zal voorgesteld worden deze ruimte te gebruiken ter dekking van de exploitatielasten, zodat het beklemde deel van de Algemene Reserve daalt en dus de buffer stijgt. Van de benodigde weerstandscapaciteit van 21. 216.100 kunnen de risicos tot 7.984.600 direct worden gedekt door de buffer. Voor het restant van 13.231.500 resteert een dekking van 4.848.000 structureel 2 en 5.545.000 incidenteel. Dit is ruim voldoende. Dus, alhoewel er niet wordt voldaan aan de eis uit de nota om 9.490.400 direct te kunnen dekken, is de beschikbare weerstandscapaciteit in totaal wel voldoende om de risicos te dekken.

6.

Risicoinventarisatie
2 Deelname aan de samenleving Wet Werk en Bijstand - Groei klantenbestand Vanaf juni 2013 is een gestage groei van het aantal mensen in de bijstand te zien. Door de berichten over de aanhoudende recessie en daarmee gepaard gaande krimp van banen zal deze groei zich voortzetten. Er is geen rele inschatting te geven tot welk bestandsvolume dit zal leiden. In de raming gaan we uit van een groei van het klantenbestand met 10%. Er is een kans dat dit niet toereikend is. 25 % 1 keer vanaf 2014 580.000 ( 14.500 x 40 uitkeringen) 2 Deelname aan de samenleving Bijstelling budget WMO in gemeentefonds Voor de hulp bij het huishouden moet er zowel voor 2014 als 2015 met een risico rekening gehouden worden: Omdat er voor 2014 geen wijzigingen doorgevoerd worden is het kabinet voornemens de ingeboekte besparing van 89 miljoen in rekening te brengen bij de gemeenten ( 250.000 voor Lingewaard); Besparing doorgevoerd in verband met herbestemmen hulpmiddelen (scootmobielen) 50 miljoen naar rato uit gemeentefonds ( 140.563 voor Lingewaard)); 40% korting op budget per 1-1-2015 ( 1.450.000 voor Lingewaard).

Programma Naam risico Toelichting

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico Toelichting

Een tegenvaller van 10.000.000 kan bij afschrijving in 10 jaar en rente 5% gedekt worden door een jaarlast van 1.500.000 . Programmabegroting 2014

110

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico Toelichting

40 % 1 keer vanaf invoering 1.840.000 2 Deelname aan de samenleving Participatiewet Het Kabinet en de sociale partners hebben in april 2013 een zgn. Sociaal Akkoord gesloten, dat de komende tijd nog nader zal worden uitgewerkt. Een en ander heeft gevolgen voor de (in-) richting en uitvoering van de sociale zekerheid en de samenwerking op de (onderkant van de) arbeidsmarkt. Er komt een nieuwe Participatiewet die op 1 januari 2015 ingaat. De invoering van de nieuwe Participatiewet is daarmee van grote betekenis voor gemeenten, SW bedrijf en het UWV. De doelgroep WWB wordt hiermee verruimd en gemeenten krijgen er nieuwe taken bij. Dit dwingt gemeenten tot het maken van strategische keuzes en tot herstructurering van de bestaande uitvoeringsstructuur waaronder het SW-bedrijf. Wie ondersteunt straks welke doelgroepen? Hoe ziet die dienstverlening eruit? Welk budget is er (nog) beschikbaar? Wat doen we lokaal en wat pakken we regionaal op? Wat is de toekomst van de nu bestaande uitvoeringsstructuur? Tegelijkertijd wordt er stevig bezuinigd op met name re-integratiemiddelen, terwijl bestaande verplichtingen zoals het CAO WSW als uitgave zwaar drukt op het Participatiebudget. Gemeenten moeten daardoor een complexe taak met minder middelen uitvoeren. Doordat er minder middelen beschikbaar zijn, is de rol en betrokkenheid van werkgevers des te belangrijker. Zij zijn onmisbaar in de uitvoering van de Participatiewet en het succesvol maken van het instrument loondispensatie. Met dit instrument wil het kabinet zoveel mogelijk mensen met arbeidsvermogen bij een gewone werkgever aan de slag laten gaan. Het Kabinet komt nog voor de zomer met een hoofdlijnennotitie waarin de gevolgen van het Sociaal Akkoord worden beschreven. Een ontwerp voor de nieuwe Participatiewet zal in november 2013 naar de Tweede Kamer worden gezonden en in januari 2014 naar de Eerste Kamer. Over de inhoud van de nieuwe Participatiewet is nu onder meer het volgende bekend. De doelstelling van de nieuwe Participatiewet blijft hetzelfde: zo veel mogelijk mensen volwaardig mee laten doen in de samenleving, het liefst via een reguliere baan, maar als dat (nog) niet mogelijk is door op andere manieren te participeren. Er komen 35 regionale Werkbedrijven. Deze vormen straks de schakel tussen de werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking die aan de slag worden geholpen. Het Werkbedrijf is niet een fusie van de bestaande werkbedrijven of SW-bedrijven. Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk in de Wsw in te stromen. Wie nu al in de Wsw werkt, houdt zijn wettelijke rechten en plichten. Ook blijft het voor gemeenten mogelijk begeleid werken voor deze mensen te organiseren. Er wordt beschut werk georganiseerd voor mensen die door een lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperking ondersteuning nodig hebben. Deze groep komt in dienst van het Werkbedrijf en daarmee bij de gemeente. Ook is het met extra aanpassingen en begeleiding mogelijk beschut werk bij een reguliere werkgever te organiseren. Het kabinet gaat er in de berekeningen van uit dat er 30.000 beschut-werkplekken beschikbaar moeten komen. Er wordt op de SW een efficiencykorting toegepast gespreid over 6 jaar. Uit de meest recente informatie blijkt dat per 1-1-2015 de subsidie per werkplek zal dalen met ca. 500 per jaar. Vanaf 2019 zal dat bedrag per werkplek zijn gedaald naar 22.700 strucProgrammabegroting 2014

111

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

tureel. In 2016 zal er sprake zijn van 25.000 per werkplek. WSW Doordat WSW-ers een cao-loon hebben en dit loon gemiddeld 27.000 kost per jaar, ontstaat op termijn een gat tussen het cao-loon en het bedrag dat de gemeente ontvangt van het Rijk per WSW-er (nu 25.000 en over 6 jaar nog 22.000). Het gat dat door de gemeente zal moeten worden gedicht is dan 27.000 - 22.000 = 5.000 per jaar vanaf 2020. Zolang WSW-ers niet op een minimumloon niveau zitten is dit een financieel risico, nog los van de eventueel op grond van cao opgenomen loonindexering voor de komende jaren voor WSW-ers Onderstaande tabel laat per jaarschijf zien wat het financile risico is:
Per SW plek/per jaar Van het rijk te ontvangen Door gemeente te betalen aan SW bedrijf Door gemeente zelf te financieren Obv aantal WSW-ers 2012: 231 231 Het totaal door de gemeente zelf te financieren bedrag (totaal van de jaren 2014 t/m 2020) Berekening op basis van de brief van staatssecretaris Klijnsma van 21 december 2012 over de contouren van de Participatiewet. 2014 5.775.000 6.237.000 -462.000 2015 5.775.000 6.237.000 -462.000 2016 5.775.000 6.237.000 -462.000 2017 5.659.500 6.237.000 -577.500 2018 5.544.000 6.237.000 -693.000 2019 5.428.500 6.237.000 -808.500 2020 5.243.700 6.237.000 -993.300

4.458.300

Kans Frequentie Bedrag

Met ingang van 1 januari 2015 zal de SW gesloten zijn voor nieuwe werknemers en zal de Wajong nog slechts toegankelijk zijn voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikte jongeren. Dit zal een toestroom veroorzaken naar de WWB. Voor de gemiddelde instroom hebben we ons gebaseerd op de instroom van 2012. De extra instroom WWB zal per 1 januari 2015 toenemen: Verwachtte extra instroom 10 personen x 14.200 (gemiddelde kosten per jaar WWB uitk ering o.b.v. beschikking voorlopige vaststelling budget BUIG van 28 september 2012) = totaal 142.000 per jaar. Als we deze eenmalige instroom in 2015 doortrekken naar 201 9 dan zal er sprake zijn van extra te verstrekken uitkeringen ten bedrage van 852.000. Deze doelgroep is ook nog eens moeilijker bemiddelbaar. Als er vanaf 2015 t/m 2020 jaarlijks 10 personen instromen, die een uitkering blijven behouden, worden de extra uitkeringskosten 142.000 x 10 personen x (1+2+3+4+5+6) jaar = 2.982.000. Overigens is dit scenario onwaarschijnlijk omdat de Participatiewet beoogt dat gemeenten erin slagen deze nieuwe doelgroep met inzet van diverse instrumenten (loo ndispensatie, mogelijk loonkostensubsidie) te plaatsen bij gewone werkgevers. 40% afhankelijk van besluitvorming rondom Participatiewet 1 x vanaf invoering 4.458.300 WSW risico, 852.000 respectievelijk 2.982.000 WWB risico voor de periode t/m 2020 2 Deelname aan de samenleving Decentralisatie AWBZ BG, ZZP 1 t/m 4 en Persoonlijke Verzorging Bij het sluiten van het regeer akkoord in december 2012 is er een korting gepland op het budget AWBZ BG, ZZP 1 t/4 en Persoonlijke verzorging in totaal 25%. Hervorming Langdurige zorg In de brief van staatssecretaris Van Rijn (VWS) Hervorming Langdurige Zorg ve r-

Programma Naam risico Toelichting

112

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

zacht het kabinet deze aangekondigde bezuiniging in de langdurige zorg, maar er blijven toch zeer forse structurele bezuinigingen vanaf 2015 overeind. Voor de AWBZ geldt: 25% minder voor persoonlijke verzorging, en 15% minder voor begeleiding.

Dit betekent dat er hoe dan ook keuzes moeten worden gemaakt om zorg en ondersteuning terecht te laten komen bij mensen die daarop zijn aangewezen. Die keuzes maakt het kabinet nog onvoldoende. Reeds in gang gezette veranderingen in de AWBZ per 2013 Met ingang van 2013 zijn er al wijzigingen doorgevoerd in de AWBZ. Een greep hieruit: verlaging van de vergoeding voor vervoer, ophogingen van de eigen bijdragen wonen en zorg met verblijf in een instelling voor mensen van 18 jaar en ouder, geen AWBZ-indicatie en geen pgb voor begeleiding bij een indicatie van minder dan 10 per week, Mensen die in 2012 nog in aanmerking zouden zijn gekomen voor een licht zorgzwaartepakket en een indicatie voor zorg in een instelling (intramuraal), krijgen in 2013 een indicatie voor zorg thuis. De pgb-tarieven blijven in 2013 even hoog als in 2012. Ze worden dus niet gecorrigeerd met inflatie. Het budget voor clinten met een indicatie voor verblijf (ZZP-indicatie) wordt lager.

Mensen die financieel krap zitten zouden door bovenstaande veranderingen in de AWBZ een beroep kunnen doen op de gemeente en de Wmo. Planning wetswijziging Wmo nieuwe stijl Er is nog veel onduidelijkheid over de taak die gemeenten ten aanzien van dit dossier krijgen. Bijna dagelijks zijn er veranderingen naar aanleiding van de plannen van het kabinet in de langdurige zorg en wat de taak is die zij de gemeenten geeft met het bijbehorende wettelijk kader. Zoals het er nu naar uitziet is het traject om de wet aan te passen pas medio 2014 rond. Hierdoor blijft voor gemeenten een half jaar voorbereidingstijd over. De VNG spoort het Rijk aan de behandeling van de wet door Tweede en Eerste Kamer sneller te laten verlopen. Gemeenten willen geen uitstel van invoering, maar ze moeten wel bij hun besluitvorming en bij de gesprekken met clinten zorgvuldigheid kunnen betrachten. 40 % 1 keer per jaar 200.000 4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Risicos suboptimaal functionerende organisatie, planproces
Onder het risico op een suboptimaal functionerend planproces, kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen, bijvoorbeeld: inefficinte inzet middelen, suboptimale afstemming te vervaardigen producten, te laag ingeschatte budgetten

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

Toelichting

De kans dat dit optreedt wordt als reel ingeschat. Als gevolg van de huidige economische situatie is de kans op overschrijding van de budgetten voor de plankosten toegenomen (plannen worden herontwikkeld naar aanleiding van de gewijzigde
Programmabegroting 2014

113

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beheersmaatregel

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

marktvraag, daarnaast komen er meer initiatieven, afwijkend van de reguliere plannen, die ambtelijk beoordeeld moeten worden). De grondexploitaties worden twee keer per jaar geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie van de grondexploitaties ten behoeve van de begroting 2014 zijn de budgetten voor de plankosten nader tegen het licht gehouden en indien noodzakelijk bijgesteld. 50 % 1 keer per 2 jaar 200.000 (overschrijding 10% van het totale budget plankosten van alle projecten) 4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Civieltechnische ontwerprisicos, grondwerk, bouw - en bedrijfsrijp maken
Onder civieltechnische ontwerprisicos worden negatieve invloeden op het project verstaan ten gevolge van onjuiste c.q. te optimistische aannames ten aanzien van de voor het project uit te voeren grondwerken en het bouw- en woonrijp maken

Toelichting Beheersmaatregel

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

1. Het bedrijventerrein Agropark is bijna volledig bouw- en bedrijfsrijp gemaakt. Bij dit bedrijventerrein is dit risico gering. 2. Het bedrijventerrein Pannenhuis II is volledig bouwrijp gemaakt. De raming voor het bedrijfsrijp maken zal eind 2013 tegen het licht worden gehouden. In de grondexploitatie Pannenhuis II is rekening gehouden met 10% onvoorzien over het bedrijfsrijp maken. 3. Het bedrijventerrein Houtakker II moet nog bouw- en bedrijfsrijp gemaakt worden. De ramingen voor het bedrijventerrein Houtakker II zijn in september 2012 geactualiseerd. In de grondexploitaties Houtakker II is rekening gehouden met 10% onvoorzien over de kosten grondwerk, bouw- en bedrijfsrijp maken. 30 % 1 keer per 10 jaar 650.000 (10% van het totale budget voor grondwerk, bouw- en bedrijfsrijp maken van alle projecten) 4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Programmatische risicos, afzetrisicos
Onder programmatische risicos worden negatieve inv loeden op het project ten gevolge van onjuiste aannames ten aanzien van het te realiseren programma verstaan

Toelichting

Er is sprake van een overaanbod van bedrijfskavels in de regio. Indien er besloten wordt om in het glastuinbouwgebied Bergerden ook Agro-business toe te laten zorgt dit voor concurrentie met het bedrijventerrein Agropark. In september 2011 zijn voor de bedrijventerreinen Agropark en Pannenhuis II de volgende scenarios doorgerekend: 1. verlenging looptijd GREX met 5 jaar met een aanpassing van het uitgiftetempo 2. verlenging looptijd GREX met 5 jaar en de eerste 5 jaar geen verkoop Uit deze doorrekening is gebleken dat de geprognosticeerde resultaten op eindwaarde voor deze scenarios voor deze bedrijventerreinen niet verliesg evend zijn. In januari 2012 zijn er voor de bedrijventerreinen Agropark, Houtakker II en Pannenhuis de volgende scenarios doorgerekend: 1. 5% korting op de grondprijs 2. 10% korting op de grondprijs 3. 15% korting op de grondprijs Uit deze doorrekening is gebleken dat het geprognosticeerd resultaat op eindwaarde

Beheersmaatregel

114

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

voor het bedrijventerrein Agropark voor deze scenarios niet verliesgevend zijn. Voor het bedrijventerrein Pannenhuis II is alleen het laatste scenario verliesgevend ( 40.000). Voor het bedrijventerrein Houtakker II zijn alle scenarios verliesgevend. Bij de actualisatie van de grondexploitatie Houtakker II ten behoeve van de jaarrekening 2012 is de looptijd met 4 jaar verlengd. De uitgifteplanning is naar beneden bijgesteld. Voor het geprognosticeerd negatieve resultaat op eindwaarde is een verliesvoorziening getroffen. In maart 2013 heeft de STEC groep de opdracht gekregen onderzoek te doen naar de ontwikkelingsstrategie voor de bedrijventerreinen Pannenhuis II, Agropark II en Houtakker II. Inmiddels is de eindrapportage van dit onderzoek gereed. Het rapport zal ter besluitvorming worden voorgelegd. Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico 20 % (het risico wordt als gering ingeschat, daar de gevolgen reeds in de ten behoeve van de jaarrekening 2012 geactualiseerde grondexploitaties zijn verdisconteerd).

1 keer per 5 jaar 3.500.000 (10% van de te realiseren opbrengsten van alle projecten) 4 Bedrijvigheid Macro-economisch risicos, laagconjunctuur (recessie)
Onder het risico op laagconjunctuur worden negatieve invloeden van een ongunstig economisch klimaat (recessie) op het project verstaan

Toelichting

Er is sprake van een aanhoudend slechte economische situatie en als gevolg daarvan een stagnerende grondverkoop bij Bergerden. Op basis van macro-economische gegevens kan wel verondersteld worden dat de huidige economische recessie binnen de looptijden van de grondexploitaties zal eindigen. 1. De looptijd van de grondexploitatie van Bergerden is verlengd met 5 jaar tot 2023. 2. Voor de komende jaren (tot en met 2014) is er geen opbrengstenstijging in de grondexploitaties opgenomen. Vanaf 2015 is hij resp. 1%, 1,5%, 2%, 2% etc. 3. Het volloopscenario is vertraagd van 2013 t/m 2018 naar van 2015 t/m 2023. 4. Ingezet wordt op ombestemming van 7 ha naar agrobusinessbestemming met verkoop van de betreffende kavels vanaf 2018. N.v.t.: voor Bergerden is een aparte risicosimulatie gemaakt. N.v.t.: voor Bergerden is een aparte risicosimulatie gemaakt. Om de risico's van GR Bergerden in kaart te brengen is in samenwerking met de projectdirectie Bergerden, de gemeente Lingewaard en de gemeente Nijmegen een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een risico-inventarisatie waarbij gebruik is gemaakt van een softwareprogramma waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld. Uit de inventarisatie volgt dat geactualiseerde grondexploitatie een risicoprofiel kent van ca. 10 miljoen en dus een beschikbare weerstandscapaciteit nodig heeft van 10 miljoen (oftewel per gemeente 5 miljoen). Beide deelnemende gemeenten hebben in hun weerstandscapaciteit rekening gehouden met 5 miljoen weerstandscapaciteit voor Bergerden. (zie 4.1 Benodigde weerstandscapaciteit berekening / noot 3)

Beheersmaatregel

Kans Frequentie Bedrag

Programmabegroting 2014

115

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Programma Naam risico

4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Planologische risicos


Onder planologische risicos worden negatieve invloeden op het project verstaan die voortkomen uit te voeren juridisch-planologische procedures a. Vertraging bestemmingsplan Het definitieve bestemmingsplan of het projectafwijkingsbesluit dat de ontwikkeling mogelijk moet maken is nog in ontwikkeling. Hierdoor ontstaat er een risico van zienswijzen c.q. bezwaarprocedures van belanghebbenden, die tot vertraging kunnen leiden. b. Planologische risicos, onvoldoende flexibiliteit Het op te stellen bestemmingsplan biedt mogelijk niet voldoende flexibiliteit. Hierdoor bestaat de kans dat er een nieuw plan opgesteld dient te worden.

Toelichting

De bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen zijn onherroepelijk. Bovengenoemde risicos, zoals genoemd onder a zijn niet aanwezig. Het risico, zoals genoemd onder b is wel aanwezig. 10 % voor a.(het risico wordt gering ingeschat dat binnen de looptijd van het project de ingezette ontwikkelingen niet meer mogelijk worden gemaakt)

Beheersmaatregel Kans

Frequentie Bedrag Programma Naam risico

30 % voor b. 1 keer per 10 jaar (om de 10 jaar moet er een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld) 3.500.000 (10% van de te realiseren opbrengsten van alle projecten) 4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Aanbestedingsrisicos
Mogelijk wordt een nadelig aanbestedingsresultaat behaald, waardoor de in exploitatie genomen budgetten ontoereikend zijn.

Toelichting Beheersmaatregel Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

Dit risico is voor de bedrijventerreinen Pannenhuis II en Houtakker II aanwezig. 40 % 1 keer per 5 jaar 650.000 (10% van het budget voor GW, BRM en WRM van alle projecten) 7 Wonen (woningbouw) Macro-economisch risicos, laagconjunctuur (recessie)
Onder het risico op laagconjunctuur worden negatieve invloeden van een ongunstig economisch klimaat (recessie) op het project verstaan

Toelichting Beheersmaatregel

Door de huidige economische situatie zit de woningbouwmarkt op slot. Voor woningbouwprojecten wordt in het algemeen een faciliterend grondbeleid gevoerd. Het macro-economisch risico voor deze projecten ligt bij de ontwikkelaars. Er zijn vijf locaties voor herontwikkeling waar de gemeente een actief grondbeleid voert. Dit zijn de volgende locaties: Markt 20-24 te Gendt Dorpsstraat-Oostervelden te Bemmel Maliebaan-Roode Wald te Angeren Fitness Centrum te Huissen Bloemstraat fase 1, locatie voormalig kruisgebouw te Huissen

Voor de projecten Markt 20-24 te Gendt en Fitness Centrum/Rietbaan Zuid te Huis116


Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

sen zijn koopovereenkomsten gesloten. Voor het project Maliebaan-Roode Wald te Angeren zijn de kavels juridisch bouwrijp gemaakt. In de grondexploitatie is het technisch bouwrijp maken van de kavels en is de verkoop van de bouwkavels niet opgenomen. Pas als alle vrije bouwkavels verkocht zijn, zullen de kavels technisch bouwrijp gemaakt worden. Indien de 3 vrije bouwkavels in verband met de huidige economische situatie niet verkocht worden heeft dit geen gevolgen voor de grondexploitatie. Indien de kavels verkocht worden heeft dit positieve gevolgen voor de grondexploitatie. Voor de projecten Dorpsstraat-Oostervelden en Bloemstraat fase 1, locatie voormalig kruisgebouw Huissen ligt het macro-economisch risico bij de gemeente. Om de rentelast zoveel mogelijk te beperken is de boekwaarde van het project Dorpsstraat-Oostervelden deels afgeboekt. 10 % (het risico wordt als gering ingeschat, omdat de omstandigheden van de huidige economische
situatie en gevolgen daarvan reeds in de ten behoeve van de jaarrekening 2012 geactualiseerde grondexploitaties zijn verdisconteerd)

Kans

Frequentie Bedrag

1 keer per 10- 15 jaar 60.000 (normaliter 10% van de te realiseren opbrengsten, echter gelet op het feit dat er nog geen
keuze voor het woningbouwprogramma voor de projecten Dorpsstraat-Oostervelden te Bemmel en Bloemstraat fase 1 voormalig kruisgebouw Huissen is gemaakt, is hier 10% van de boekwaarde genomen)

Programma Naam risico

7 Wonen (woningbouw) Risicos suboptimaal functionerende organisatie, planproces


Onder het risico op een suboptimaal functionerend planproces, kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen, bijvoorbeeld: inefficinte inzet middelen, suboptimale afstemming te vervaardigen producten, te laag ingeschatte budgetten

Toelichting

Beheersmaatregel

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

De kans dat dit optreedt wordt als reel ingeschat. Als gevolg van de huidige economische situatie is de kans op overschrijding toegenomen (plannen worden herontwikkeld naar aanleiding van de gewijzigde marktvraag, daarnaast komen er meer initiatieven, afwijkend van de reguliere plannen, die ambtelijk beoordeeld moeten worden). De grondexploitaties worden twee keer per jaar geactualiseerd. Bij de actualisatie wordt het budget voor de plankosten nader tegen het licht gehouden en indien noodzakelijk bijgesteld. 50 % 1 keer per 2 jaar 300.000 (overschrijding van het budget plankosten 10% van alle projecten) 7 Wonen (woningbouw) Programmatische risicos, afzetrisicos
Onder programmatische risicos worden negatieve invloeden op het project ten gevolge van onju iste aannames ten aanzien van het te realiseren programma verstaan

Toelichting

Beheersmaatregel

Voor de huidige economische situatie was er sprake van een overaanbod voor woningbouw. Door de huidige economische recessie is dit beeld versterkt. Voor woningbouwprojecten wordt in het algemeen een faciliterend grondbeleid gevoerd. Het macro-economisch risico voor deze projecten (die in exploitatie zijn) ligt bij de ontwikkelaars. Voor de projecten waar een actief grondbeleid wordt gevoerd ligt dit bij de gemeente. In 2011 is ervoor gekozen om de projecten Driegaarden te Huissen en Vleumingen
Programmabegroting 2014

117

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

West te Gendt in de planning naar achter te schuiven. In november 2011 heeft de STEC groep B.V. het rapport marktverkenningen Lingewaard 2011 2019 opgesteld. Naar aanleiding van dit rapport zijn de gronden gelegen in de plangebieden Lange Oosterwijk te Doornenburg en de Bongerd te Gendt afgeboekt en zijn deze projecten bij de jaarrekening 2011 afgesloten. In 2013 zal in samenwerking met de Stadsregio en het Rijk nadere afstemming plaatsvinden over de woningbouw in het middengebied (tussen Arnhem en Nijmegen, Overbetuwe en Lingewaard). Hieraan zullen verschillende onderzoeken ten grondslag liggen. 50 % 1 keer per 10 jaar 70.000 (normaliter 10% van de te realiseren opbrengsten, echter gelet op het feit dat er nog geen
keuze voor het woningbouwprogramma voor de projecten Dorpsstraat-Oostervelden te Bemmel en Bloemstraat fase 1 voormalig kruisgebouw Huissen is gemaakt, is hier 10% van de boekwaarde genomen)

Kans Frequentie Bedrag

Programma Naam risico Toelichting

Beheersmaatregel

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico

7 Wonen (woningbouw) Archeologische vondsten Voor alle projecten die in exploitatie zijn en waar aan de hand van de archeologische verwachtingskaart gebleken is dat er sprake is van een hoge archeologische verwachting is er archeologisch onderzoek uitgevoerd. De kans is aanwezig dat er ondanks de uitgevoerde onderzoeken sprake is van archeologische vondsten. Voor de projecten waar een faciliterend grondbeleid wordt gevoerd ligt dit risico op basis van de gesloten grondexploitatieovereenkomst bij de ontwikkelaars. 20 % 1 keer per 5 jaar 50.000 7 Wonen (woningbouw) Bodemverontreiniging
Mogelijk is er in een plangebied sprake van bodemverontreiniging, waardoor bodemsanering noodzakelijk is.

Toelichting Beheersmaatregel Voor alle projecten die in exploitatie zijn is een bodemonderzoek uitgevoerd. De kans is aanwezig dat er ondanks de uitgevoerde onderzoeken sprake is van bodemverontreiniging. De kans is echter gering. Voor de projecten waar een faciliterend grondbeleid wordt gevoerd ligt dit risico op basis van de gesloten grondexploitatieovereenkomst bij de ontwikkelaars 10 % 1 keer per 5 jaar 20.000

Kans Frequentie Bedrag

118

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Programma Naam risico Toelichting

Kans Frequentie Bedrag Programma Naam risico Toelichting

9 Beheer en onderhoud Beheerplan gebouwen Tijdens de behandeling in de gemeenteraad op 13-12 2012 is als dekking van ontbrekende middelen afgesproken dat verkoop van vastgoed structurele dekking op moet leveren van 268.000 en incidentele dekking van 2,9 miljoen. Door het afstoten zal wel dekking worden gevonden voor de structurele tekorten. Gelet op de huidige vastgoedmarkt en de lokale factoren geldt dit niet voor de incidentele tekorten die gerelateerd zijn aan achterstallig onderhoud. Dekking hiervoor zal dan op andere wijze moeten worden gevonden. 40 % Eenmalige actie zonder repetitie 268.000 per jaar en eenmalig 2,9 mln. 9 Beheer en onderhoud Aanbesteding groenonderhoud De meerjarige aanbesteding van het groenonderhoud op beeldkwaliteit heeft in 2010 geleid tot een inschrijving door aannemers die ver onder de gemeentelijke raming lag. Daarop zijn de onderhoudsbudgetten in de begroting structureel verlaagd omdat op dat moment het budget niet nodig was voor dit onderhoud. In 2015 zal opnieuw voor meerdere jaren aanbesteed moeten worden en de verwachting is dat de situatie van 2010 zich niet zal herhalen en er structureel aanzienlijk meer geld nodig is voor groenonderhoud om de vastgestelde minimale kwaliteit te halen. 40% 1 keer per 3 jaar 100.000 - 350.000

Kans Frequentie Bedrag

Programma Naam risico Toelichting

Kans Frequentie Bedrag

Meerdere programmas Faillissement Op het moment dat een aannemer die voor ons een werk uitvoert failliet gaat lopen we een financieel- en vertragings risico. Om dit eerste risico op te vangen hebben we een bankgarantie waarmee we een andere aannemer in kunnen schakelen. Dit neemt niet weg dat we vertraging oplopen in tijd en extra kosten hebben. Hoe groot die kans en kosten zijn is onmogelijk in te schatten. Het is een normaal bedrijfsvo eringsrisico dat te allen tijde en bij alle projecten gelopen wordt. 20% 1 keer per 3 jaar 100.000

Programmabegroting 2014

119

Paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

120

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen


Binnen de openbare ruimte van de gemeente Lingewaard vinden activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreren. Daarvoor zijn kapitaalgoederen nodig, zowel direct zichtbare als onzichtbare zaken. Tot de zichtbare zaken behoren onder andere diverse soorten verhardingen, civieltechnische kunstwerken, straatmeubilair, speelvoorzieningen, openbaar groen, verlichting en gebouwen. Niet direct zichtbaar zijn zaken als riolering, gemalen, persleidingen en bergingsvoorzieningen in rioolstelsels. Gezamenlijk vertegenwoordigt dit een aanzienlijk kapitaal (vervangingswaarde is bijna n miljoen euro) dat jaarlijks beheer en onderhoud vergt. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlasten. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt aangegeven dat deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ten minste de onderdelen wegen, riolering, water, groen en gebouwen bevat. Het beleid is gericht is op het in stand houden van de bestaande voorzieningen. Aan de hand van de beleidsplannen, die door de gemeenteraad worden vastgesteld, zal zowel het gewenste kwaliteits- als het veiligheidsniveau met de daarbij behorende financile middelen worden bepaald. Het beleid van de gemeente Lingewaard voor het onderhoud van kapitaalgoederen wordt beschreven diverse (beleids)notas en beheersplannen. De producten waarop e.e.a. betrekking heeft zijn: Openbaar groen Wegen Rioleringen Gebouwen Openbare verlichting Water Civieltechnische kunstwerken Speeltoestellen/-tuinen Verkeersvoorzieningen 1. Openbaar groen Naam beleidsnotas: a. Beeldkwaliteitplan Openbaar Groen b. Groenstructuurplan gemeente Lingewaard Jaar van vaststelling: a. 2009 b. 2008 Programma: 9 Beheer en onderhoud Onderhoudsplan: Het onderhoud van bomen, bermen en taluds van sloten en vijverpartijen wordt uitgevoerd op basis van vastgestelde frequenties. Het overige groen wordt sinds 1 januari 2010 onderhouden op basis van de beeldkwaliteitseisen die zijn opgenomen in het beeldbestek voor onderhoud. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: De visie op het openbaar groen is vastgelegd in het Groenstructuurplan zoals dat in 2008 is vastgesteld. Het Groenstructuurplan is bij vervangingen, reconstructies en uitbreidingen de leidraad voor de nieuwe inrichting van het openbaar groen. Daarnaast is in het plan een scheiding in drie onderhoudsniveaus (esthetisch, economisch en ecologisch) voor de totale openbare ruimte vast121

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Huidige stand van zaken:

Ontwikkelingen in 2013:

Bezuinigingen:

Vervangingswaarde: Financieel:

gelegd met beschrijving van het niveau. In het beeldkwaliteitplan wordt de kwaliteit van de onderhoudsniveaus verder uitgewerkt en met fotos toegelicht. Door de vaststelling van de uniforme kwaliteitsniveaus gelden gemeentebreed voor identieke beplantingen en beheergroepen gelijke kwaliteitseisen. De kwaliteit van het onderhoud is hierdoor gelijkmatiger en evenwichtiger geworden en het is mogelijk het groenonderhoud efficinter uit te voeren. Voor de noodzakelijke structurele vervanging aan het einde van de levensduur van de beplanting, zijn nagenoeg geen financile middelen beschikbaar. Naast de doorlopende aandacht voor het meenemen van verbetervoorstellen uit het Groenstructuurplan bij ontwikkelingen/renovaties, zal in 2014 enkel worden ingestoken op het onderhouden van het bestaande areaal. Door de bezuinigingen die vanaf 2009 zijn doorgevoerd, is er geen budget meer beschikbaar voor grootschalige vervangingen of renovaties. Er is geen mogelijkheid meer om structureel afgeschreven beplanting te vervangen. Ook ontbreekt de personele capaciteit om meer te doen dan het reguliere onderhoud. In de jaren 2014 en 2015 zal nog verder bezuinigd worden op de budgetten zoals is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2012. Voor onderhoud openbaar groen loopt dit op van 57.788 (in 2014) naar 77.050 (in 2015). Voor het maaien van bermen is dit 12.983 (in 2014) en 17.310 (in 2015). De totale vervangingswaarde van het openbaar groen met daarbij inbegrepen de bomen bedraagt ongeveer 102 miljoen euro. Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor groenonderhoud opgenomen.

2. Wegen Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Beleidsplan wegverhardingen 2012-2016 2012 9 Beheer en onderhoud Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van het beheerplan dat voortvloeit uit de jaarlijkse visuele inspectie. Daarnaast wordt dagelijks onderhoud uitgevoerd op basis van de meldingen die via het KlantContactCenter binnenkomen over schade aan en veiligheidsrisicos bij verhardingen. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: Kapitaalvernietiging wordt voorkomen door het technisch noodzakelijke onderhoud in de juiste periode te plannen zodat onderhoudsmaatregelen niet te vroeg of te laat worden uitgevoerd. Er is niet gekozen voor een hoger kwaliteitsniveau omdat dit direct leidt tot een lastenverzwaring en mogelijk tot indirecte kapitaalsvernietiging. De kosten voor het wegonderhoud zijn verdeeld in groot en klein onderhoud. Voor het klein onderhoud worden in de begroting jaarlijks middelen opgenomen verhoogd met areaaluitbreiding, voor het groot onderhoud wordt jaarlijks een bedrag gestort in de voorziening onderhoud wegen dat is gebaseerd op het vastgestelde bedrag in het beleidsplan wegverhardingen en verhoogd met de areaaluitbreiding. Voor zowel de begrote bedragen van klein- als groot onderhoud vindt geen prijsindexering plaats. Huidige stand van zaken: Het onderhoud van de verhardingen ligt, technisch gezien, op een redelijk tot goed niveau. De mogelijke achterstanden betreffen veelal asfalt- en elementenverhardingen in gebieden waar de komende jaren vervanging van de riolering plaats zal vinden. Om kapitaalsvernietiging tegen te gaan wordt hier terughoudend opgetreden met het uitvoeren van verhardingsonderhoud. 122
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Ontwikkelingen in 2014:

Bezuinigingen:

Vervangingswaarde: Financieel:

Het cyclisch onderhoud aan verhardingen zal op basis van het beheerplan worden uitgevoerd. Wegvakken die onder meer aangepakt worden zijn de Munnikhofsestraat, Nijmeegsestraat en Doornenburgsestraat in Gendt. In de jaren 2014 en 2015 zal nog verder bezuinigd worden op de budgetten zoals is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2012. Voor het groot en klein onderhoud samen loopt dit op van 108.729 (in 2014) naar 144.972 (in 2015). De totale vervangingswaarde van alle wegen, trottoirs en paden bedraagt ruim 165 miljoen euro. Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor wegenonderhoud opgenomen.

3. Rioleringen Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP 2013-2015) 2013 9 Beheer en onderhoud Het jaarlijks onderhoud vindt plaats op basis van de frequenties zoals die zijn opgenomen in het vGRP. De vervanging of renovatie van rioolleidingen, gemalen en andere rioleringsobjecten is ook hierin opgenomen. Daarnaast wordt dagelijks onderhoud uitgevoerd op basis van de meldingen die via het klantcontactcentrum binnenkomen. Verbeteringsmaatregelen worden gedefinieerd in de basisrioleringsplannen. Uitgangspunt daarbij zijn de beleidsregels uit het vGRP. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: In het vGRP wordt aangegeven op welke wijze de gemeente haar rioleringstaak de komende jaren wil vorm geven. Het betreft niet alleen het jaarlijks beheer maar ook het beheer op de langere termijn gerelateerd aan onder andere gevolgen voor het milieu en wet- en regelgeving. Ook is in het vGRP een raming opgenomen van de gemiddelde jaarlijkse kosten voor de instandhouding van het rioolstelsel. Daarnaast zijn de kosten gespecificeerd voor onderzoek, voor verbeteringsmaatregelen en voor de waterplanmaatregelen, voor zover deze gerelateerd zijn aan de riolering. Huidige stand van zaken: Het reguliere onderhoud aan de riolering (met name kolken- en rioolreiniging, schadeherstel en onderhoud huisaansluitingen) wordt bekostigd uit de reguliere budgetten in de begroting die jaarlijks worden gecorrigeerd met areaalvergroting en prijsindexering. Daarnaast zijn er oa kosten voor verbeteringen en vervangingen. De kapitaallasten van deze invetseringsuitgaven worden, evenals de kosten voor regulier onderhoud, volledig gedekt door de rioolrechten. Om te komen tot een optimale afstemming van werkzaamheden, wordt gestreefd naar het gelijktijdig uitvoeren van rioolprojecten en wegonderhoud, waardoor financieel efficint wordt gewerkt en ook de onvermijdelijke overlast voor bewoners tot een minimum wordt beperkt. Ontwikkelingen in 2014: In 2014 zal veel onderzoek gedaan worden om een optimaal inzicht te krijgen in het functioneren van de riolering en de eventueel benodigde verbetermaatregelen (met name in Huissen, Pannenhuis en Gendt). In Gendt (centrum), Huissen (van Voorststraat), en Doornenburg (Rijnstraat, buiten de kom) zal rioolvervanging plaats vinden. Het project afkoppelen en rioolvervanging Angeren start in 2013, maar zal doorlopen in 2014. Financieel: Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor riolering opgenomen.
Programmabegroting 2014

123

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

4. Gebouwen Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Beleidsplan Onderhoud en Instandhouding Gebouwen 2012 9 Het beleidsplan is erop gericht het gebouw in stand te houden voor de functie c.q. het gebruik waarvoor het is ingericht en de bedrijfseconomische (vastgoed)waarde van het onroerend goed binnen de vastgestelde instandhoudingtermijn van het gebouw of bouwwerk te behouden. Het technisch beheer en onderhoud wordt op de meest doelmatige en efficinte wijze uitgevoerd op een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: In het beleidsplan is beschreven op welke wijze, met welke middelen en op welk kwaliteitsniveau de gebouwen in stand gehouden moeten worden. Voor de kwaliteit van onderhoud is in het beleidsplan het Programma van Eisen voor Onderhoud (PvE&O) vastgelegd. Huidige stand van zaken: De huidige conditiescore naar de onderhoudstoestand van de gemeentelijke gebouwen en de technische installaties is redelijk tot goed. Daarmee voldoet het grootste deel van de gebouwen en technische installaties aan het door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveau. Ontwikkelingen in 2014: Omdat de financile middelen onvoldoende zijn om alle kosten te kunnen dekken, moeten met inachtneming van het vastgestelde kwaliteitsniveau voor onderhoud, prioriteiten worden gesteld aan onderhoudswerkzaamheden en zullen werkzaamheden met een mindere hoge urgentie worden doorgeschoven naar een daarop volgend uitvoeringsjaar. De urgentiebepaling vindt plaats op het moment dat de onderhoudsbehoefte per jaar per gebouw bekend is. Nadrukkelijk wordt geprobeerd om de onderhoudsverplichtingen te verminderen door het afstoten van objecten. Vervangingswaarde: De totale vervangingswaarde van alle gebouwen en bouwwerken die gemeentelijk eigendom zijn, bedraagt ongeveer 212 miljoen euro. Financieel: Omdat geplande investeringen in verbetering of vervanging van gebouwen op dit moment financieel niet mogelijk zijn, zullen alsmaar uitgestelde verbeteringen op een bepaald moment alsnog uitgevoerd moeten worden. Het ontbreken van voldoende financile middelen hiervoor leidt tevens tot extra druk vanuit de gebruikers van gebouwen die al jaren wachten op de noodzakelijke verbetering van de onderhoudstoestand. 5. Openbare verlichting Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Beleidsplan Openbare Verlichting 2009 9 Beheer en onderhoud In het beleidsplan komen nadrukkelijk het klimaatakkoord, de duurzaamheid en milieuaspecten van de verlichting aan de orde naast periodieke vervanging van zowel lichtmasten als lampen. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: Naast het reguliere onderhoud zullen de komende jaren, binnen de daarvoor beschikbare financile middelen, aanzienlijke verbeteringen, bestaande uit mast- en armatuurvervanging en het bijplaatsen van lichtmasten, worden uitgevoerd. Deze verbeteringswerken zijn noodzakelijk om

124

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Huidige stand van zaken:

Ontwikkelingen in 2014:

Bezuinigingen:

Vervangingswaarde:

Financieel:

achterstanden in kwaliteit terug te brengen naar het vastgestelde kwaliteitsniveau. Tegelijk met deze verbeteringswerken worden vervangingen uitgevoerd die ervoor zorgen dat de belasting van het milieu door de openbare verlichting verminderd wordt. Vooral gaat het hierbij om toepassing van duurzame materialen en armaturen met een laag energieverbruik waardoor de totale kosten voor energie omlaag kunnen worden gebracht. De huidige kwaliteit van de verlichting voldoet voor meer dan de 60% van het areaal aan de technische kwaliteitseisen. De verbetering zal binnen tien jaar voltooid zijn in combinatie met de in het beleidsplan vastgelegde duurzaamheidaspecten. Het Klimaatakkoord, duurzaamheid en milieuaspecten van de verlichting, onderwerpen die in het nieuwe beleidsplan nadrukkelijk worden behandeld, worden verder uitgewerkt. Bij alle projecten in de openbare ruimte wordt een integrale aanpak van het gebied betracht waarvan ook verbetering van de verlichting deel uitmaakt. Door toepassing van duurzame oplossingen wordt vanaf 2012 versneld het energieverbruik van de openbare verlichting omlaag gebracht. Deze besparingen worden weer gebruikt om de kwaliteit van masten en armaturen versneld te verbeteren. In de jaren 2014 en 2015 zal nog verder bezuinigd worden op de budgetten zoals is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2012. Voor het totaalbedrag aan onderhoud en nutskosten loopt dit op van 31.680 (in 2013) naar 39.730 (in 2015). De totale vervangingswaarde van alle lichtmasten, armaturen, verkeersregelinstallaties met daarbij inbegrepen de regel- en verdeelkasten bedraagt ongeveer twaalf miljoen euro. Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor verlichting opgenomen als een onderdeel van W egen, straten en pleinen.

6. Water Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Waterplan Lingewaard 2008 9 Beheer en onderhoud Het reguliere onderhoud aan watergangen en oevers wordt bekostigd uit de reguliere budgetten in de begroting die jaarlijks worden gecorrigeerd met areaalvergroting en prijsindexering. De kapitaallasten van de investeringsuitgaven t.b.v. de maatregelen uit het waterplan worden volledig gedekt door de rioolrechten. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: In het waterplan is de gezamenlijke visie van de gemeente en het waterschap vastgelegd waar het gaat om themas waterkwantiteit, waterkwaliteit, water en ruimte en duurzaamheid. Deze visie is uitgewerkt in maatregelen. Huidige stand van zaken: In samenwerking met het waterschap worden waterhuishoudkundige problemen opgelost en worden kansen voor oppervlaktewater benut. In nauwe samenhang met het GRP-werkzaamheden is op veel plaatsen verhard oppervlak afgekoppeld (o.a. Doornenburg). In het kader van de zorgplicht van de gemeente voor grondwater is een grondwatermeetnet aangelegd.

Programmabegroting 2014

125

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Ontwikkelingen in 2014:

Financieel:

In 2014 zal verhard oppervlak afgekoppeld worden in Angeren, Gendt en mogelijk Bemmel. In samenwerking met het waterschap wordt getracht de afvoersituatie van de kern Angeren te verbeteren. Daarvoor zal een nieuwe watergang aangelegd worden. De uitvoering hiervan hangt af van de ruimtelijke procedures. In het kader van het nieuwe vGRP is voor een aantal plannen de dekking komen te vervallen aangezien deze projecten niet gedekt mogen worden uit de rioolheffing. In samenspraak met het waterschap zal gekeken worden of deze projecten nog uitgevoerd moeten worden. Zo nodig zullen zij opgevoerd worden op de programma begroting 2015. Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten opgenomen als een onderdeel van Riolering en waterzu ivering.

7. Civieltechnische kunstwerken Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Beleidsplan civieltechnische kunstwerken 2013-2018 2013 9 Beheer en onderhoud Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van het beheerplan dat voortvloeit uit de 3 jaarlijkse visuele inspectie. Daarnaast wordt dagelijks onderhoud uitgevoerd op basis van de meldingen die via het KlantContactCenter binnenkomen over schade aan en veiligheidsrisicos bij civieltechnische kunstwe rken. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: In 2013 is het beleidsplan Civieltechnische Kunstwerken vastgesteld door de raad. Hierin is precies aangeven hoeveel kunstwerken de gemeente in beheer en onderhoud heeft en wat dit moet kosten. Ook zijn de bezuinigingen hierin verwerkt wat er toe leidt dat kunstwerken in niet utilitaire routes niet vervangen worden. Huidige stand van zaken: Het oude budget voor kunstwerken is sterk afgenomen vanwege doorgevoerde bezuinigingen. Daar waar in 2010 nog 50.000 beschikbaar was voor groot onderhoud, is het huidige budget nog maar 20.000,- voor groot onderhoud. Dit is bij lange na niet voldoende om adequaat het groot onderhoud uit te voeren. Op dit moment is er sprake van achterstallig onderhoud aan kunstwerken en in het beleidsplan is om financile redenen gekozen voor het verwijderen en niet meer vervangen van een aantal objecten wanneer deze vervanging aan de orde is. in Enkele voorbeelden van objecten zijn: de fiets/voetgangerstunnel onder de Stadswal in Huissen, de gemetselde bruggen over de Linge en de houten en betonnen bruggen over stedelijk water in onder meer de wijken t Hoog, Klein Rome, Klaverkamp, Altena, Zilverkamp en Lo ovelden. Ontwikkelingen in 2014: In verband met het geringe beschikbare budget zal het onderhoud in 2014 beperkt zijn. In het beleidsplan is voorgesteld om voor vervangingen een bestemmingsreserve te vormen en voor de uitvoering van groot onderhoud zal d.m.v. een voorziening de kosten gedekt moeten worden. Voor o.a. de volgende kunstwerken staan onderhoudswerkzaamheden gepland voor 2014; keerwand Zilverkamp, brug Zilverkamp nabij de Brink en de bruggen bij Diana. Vervangingswaarde: De totale vervangingswaarde van alle civieltechnische kunstwerken bedraagt ruim vier miljoen euro. 126
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

Financieel:

Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor civieltechnische kunstwerken opgenomen als een onderdeel van Wegen, straten en pleinen.

8. Speeltoestellen/-tuinen Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan: Speelruimteplan Lingewaard Buitenspelen, ja leuk! 2007 9 Beheer en onderhoud Aan het Speelruimteplan is een meerjarenonderhoudsbegroting gekoppeld die inzicht geeft in de middelen die noodzakelijk zijn om de voorzieningen te onderhouden zodat wordt voldaan aan onder andere de veiligheidseisen uit het Attractiebesluit 1997. Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: Het beleidsplan beschrijft alle aspecten rondom spelen, speeltuinen, speeltoestellen en speelruimte voor kinderen van 0 tot 18 jaar. Naast de vaststelling van het minimale onderhoudsniveau en de spreiding van de speelvoorzieningen in de gemeente, zijn in het plan ook verbetervoorstellen opgenomen om de speelvoorzieningen aantrekkelijk te maken voor wisselende leeftijdsgroepen. Huidige stand van zaken: Prioriteit wordt gegeven aan het opheffen van (mogelijke) gevaarlijke situaties en onderhoudsachterstanden. Momenteel voldoet 100% aan de veiligheidseisen. Afhankelijk van het resterende budget wordt bekeken of er mogelijkheden zijn om de spreiding en verbetering van speelvoorzieningen door te voeren. Op secundaire plaatsen worden toestellen verwijderd om een betere spreiding van de voorzieningen over een gebied te verkrijgen. De ruimte blijft beschikbaar voor spelen. Met name de in het beleidsplan geformuleerde doelen om een evenwichtiger leeftijdsopbouw (0-18 jaar) te krijgen en minder te investeren in toestellen en meer in natuurlijke ruimte, zijn tot op heden nog onvoldoende uitgewerkt. Ontwikkelingen in 2014: Het vastgestelde onderhoud- en vervangingsbeleid wordt voortgezet met in acht name van de financile mogelijkheden. Er is voortdurend aandacht nodig voor de communicatie over het Speelruimteplan omdat onduidelijkheden over berekeningsgrondslagen telkens opnieuw vragen en gericht handelen oproepen. De demografische gegevens en de aanwezige speelruimte per wijk of buurt zullen conform de werkwijze van dit plan tegen elkaar worden afgezet telkens als er zich mutaties op een speelplek voordoen. De geringe beschikbare personele capaciteit zal vooral ingezet worden voor het op peil houden van de voorzieningen en niet voor de nog resterende verbetervoorstellen uit het Speelruimteplan. Bezuinigingen: In de jaren 2014 en 2015 zal nog verder bezuinigd worden op de budgetten zoals is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2012. Voor het onderhoud loopt dit op van 12.982 (in 2014) naar 17.310 (in 2015). Vervangingswaarde: De totale vervangingswaarde van alle speeltoestellen bedraagt ruim twee miljoen euro. Financieel: Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor speelvoorzieningen opgenomen.

Programmabegroting 2014

127

Paragraaf 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen

9. Verkeersvoorzieningen Naam beleidsnotas: Jaar van vaststelling: Programma: Onderhoudsplan aanwezig: Kwaliteitsniveau/beleidsvisie: Geen beleidsnotitie aanwezig n.v.t. 9 Beheer en onderhoud Is niet aanwezig. Omdat verkeersvoorzieningen een wezenlijk onderdeel uitmaken van de inrichting van de weg en een verkeersveilig verloop van het verkeer beogen, zijn wettelijke eisen gesteld aan de onderhoudstoestand van de verschillende voorzieningen. Onder verkeersvoorzieningen worden onder meer verstaan; verkeersregelinstallaties, verkeersborden, wegwijzers, straatnaamborden, geleiderailconstructies en wegmarkeringen. Op dit moment wordt geen structureel of planmatig onderhoud uitgevoerd aan deze voorzieningen. Dit is mede terug te voeren op het ontbreken van zowel een beheerplan met meerjarenonderhoudsplanning als een adequate inventarisatie van het areaal. Aan de wettelijke eisen, die vooral gelden op het gebied van de reflecterende werking van bebording, wordt niet voldaan. Het risico op verminderde zichtbaarheid van borden en wegmarkeringen is groot en dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Er is sprake van achterstallig onderhoud aan de voorzieningen. De omvang hiervan is niet exact bekend en wordt pas duidelijk na de opstelling van een beheerplan. Om de totale omvang van vooral de bebording te beperken, wordt eerst zeer kritisch gekeken naar nut en (wettelijke) noodzaak om borden toe te passen. Waar mogelijk worden overbodige voorzieningen verwijderd en aan nieuwe verzoeken worden hoge eisen gesteld. In verband met de gemeentebrede noodzakelijke bezuinigingen is het budget sinds 2009 met ruim 9.000 gedaald. Dit komt overeen met 9 %. Omdat de personele capaciteit ontbreekt om beheer- en onderhoudsplannen voor te bereiden, zal geen structureel onderhoud worden uitgevoerd en zal dit beperkt blijven tot schadeherstel. De totale vervangingswaarde van verkeers-, straatnaamborden, wegwijzers, markering en geleiderailconstructies bedraagt ongeveer n miljoen euro. Op de laatste bladzijde van programma 9, onder Wat mag het kosten?, zijn de lasten en baten voor verkeersvoorzieningen opgenomen als een onderdeel van Verkeersmaatregelen.

Huidige stand van zaken:

Ontwikkelingen in 2014:

Vervangingswaarde: Financieel:

128

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.4 Financiering

Paragraaf 5.4 Financiering


De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden. Hierbij gaat het om regels voor het beheersen van financile risicos op aangetrokken en op uitgezette middelen, alsmede voor het beheer van de treasury. De uitvoering van de treasuryfunctie vereist snelle beslissingen in een complexe geld- en kapitaalmarkt. Het beleid van de gemeente Lingewaard voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut als onderdeel van de Verordening financieel beheer (artikel 212 Gemeentewet). 1. Algemene ontwikkelingen Intern Het treasurystatuut van de gemeente Lingewaard is op 10 februari 2011 door de raad vastgesteld. In dit treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd. Enkele belangrijke punten hieruit zijn: - Renterisicobeheer, normen worden in beginsel niet overschreden - Kredietrisicobeheer, uitzettingen worden alleen gedaan bij instellingen met minimaal een AA-minus rating en dan nog voor maximaal 2,5 miljoen Euro. De resterende middelen bij instellingen met minimaal en AA-rating. Hierbij wordt alleen gebruik gemaakt van o.a. rekening courant, spaarrekening, daggeld, depositos, garantieproducten, etc., oftewel alleen in producten waarbij het koersrisico nagenoeg nihil is. - Financiering, externe financieringsmiddelen worden alleen dan aangetrokken, wanneer de interne financieringsruimte onvoldoende is. Kortom de gemeente Lingewaard heeft gekozen voor een laag risicoprofiel. Vanaf 1 januari 2014 wordt het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent dat de decentrale overheden al hun overtollige middelen aan moeten houden in de schatkist bij het ministerie van Financien. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Dagelijks moet het positieve saldo in rekening courant, boven een bepaalde drempel, worden afgestort in de schatkist. Een gevolg van het invoeren van het schatkistbankieren is dat ons treasurystatuut niet meer voldoet. Het bovenstaande onderdeel kredietrisicobeheer kan helemaal komen te vervallen, omdat in de wet wordt geregeld dat overtollige middelen alleen nog maar in de schatkist mogen worden aangehouden. In 2014 zal ons huidige treasurystatuut aan de nieuwe wetgeving worden aangepast. Extern Onze rentevisie is als volgt: Kapitaalmarktrente (lang) Geldmarktrente (kort) 2013 2,0% 0,2% 2014 2,2% 0,4% 2015 e.v. 2,5% 0,5%

Bij de bepaling van onze rentevisie richten wij ons op de verwachting van een aantal grote banken. Ten opzichte van de begroting 2013 ligt met name de rentevisie voor de geldmarktrente lager. Dit komt o.a. doordat in mei 2013 door de ECB de Refi-rente (basis voor de geldmarktrente) van 0,75% is verlaagd 129

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.4 Financiering

naar 0,50%. De diverse bankvoorspellingen laten zien dat de algemene verwachting voor de korte rente laag blijft, zeker op de korte termijn. De Kapitaalmarktrente is reeds geruime tijd nagenoeg onveranderd. De bankverwachtingen zijn gelijkmatig oplopend voor het komende jaar. De afgelopen periode laat wel zien dat de rente op de kapitaalmarkt sterk afhankelijk is van politieke besluitvorming. Echt economisch herstel ontbreekt, waardoor een einde aan het stimuleringsbeleid door de centrale banken, direct tot een renteverhoging zal leiden. 2. Risicobeheer Renterisicos In de volgende overzichten worden de renterisicos op de korte en lange schuld getoetst aan de wetteli jke norm uit hoofde van de Wet fido. Hieruit blijkt dat wij voor het begrotingsjaar 2014 volgens de huidige liquiditeitenplanning binnen de kas1 geldlimiet zullen blijven. Volgens deze liquiditeitenplanning zal er in het eerste kwartaal en in het derde kwartaal een nieuwe lening groot 5.000.000 worden aangetrokken. In de kolom Netto vlottende schuld is rekening gehouden met de liquiditeitenplanning en de op te nemen geldleningen.

KASGELDLIMIET PER 01-01-2014 De kasgeldlimiet bedraagt: 8,5% van 88.945.000 = 7.560.000. De te verwachten ontwikkelingen van de vlottende schuld, getoetst aan de limiet, ziet er als volgt uit: ( bedragen x 1.000)

Netto vlottende KasgeldSchuld limiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Jaargemiddelde 7.000 7.000 2.000 3.000 4.750 7.560 7.560 7.560 7.560 7.560

Ruimte + Overschrijding + 560 + 560 + 5.560 + 4.560 + 2.810

Kasgeldlimiet is een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de

gemeente bij aanvang van het jaar. Dit is het maximale bedrag wat aan vlottende schuld mag worden aangehouden.

130

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.4 Financiering

Het renterisico op de vaste schuld blijft gedurende het gehele meerjarenperspectief onder de renteri2 siconorm , zoals uit het volgende overzicht blijkt. Bij het opnemen van nieuwe langlopende geldleningen zal in ieder geval rekening worden gehouden met deze renterisiconorm, zodat deze ook in de toekomst niet overschreden zal worden. Uit onderstaand overzicht valt ook op te maken dat de gemeente Lingewaard bij ongewijzigd beleid en uitgaande van de verwachte verkopen binnen de verschillende grondexploitaties vanaf 2015 geen nieuwe geldleningen meer op hoeft te nemen, waardoor de schuldpositie zal verbeteren.

RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD PER 01-01-2014 (Bedragen x EUR 1.000) 2014 2015 2016 2017 Renterisico op vaste schuld budget budget budget budget 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 0 0 0 0 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 0 0 0 0 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld (o/g) 10.000 0 0 0 3b. Nieuw verstrekte lange leningen (u/g) 0 0 0 0 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b) 10.000 0 0 0 5. Betaalde aflossingen 5.229 2.729 12.672 12.636 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 5.229 0 0 0 7. Renterisico op vaste schuld (2 + 6) 5.229 0 0 0 Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal per 1 januari 9. Het bij ministerile regeling vastgestelde percentage 10. Renterisiconorm Toets Renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) / Overschrijding(-) (10 - 7)

88.945 20% 17.789

88.945 20% 17.789

88.945 20% 17.789

88.945 20% 17.789

17.789 5.229 12.560

17.789 0 17.789

17.789 0 17.789

17.789 0 17.789

Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financile) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Dus

als b.v. voor een lening van 1.000.000 contractueel na 10 jaar een nieuw rentepercentage moet worden vastgesteld, dan lopen wij na die 10 jaar een renterisico over die 1.000.000, omdat wij van tevoren niet weten wat het percentage over 10 jaar zal zijn.
2

Renterisiconorm is een bij aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de

gemeente dat bij realisatie niet mag worden overschreden. Onder begrotingstotaal wordt verstaan het totaal van de lasten op de begroting. Programmabegroting 2014

131

Paragraaf 5.4 Financiering

Kredietrisicos In het volgende overzicht worden de kredietrisicos op de verstrekte gelden weergege ven. Hiervoor zijn de risicos aangegeven per risicogroep. Risicogroepen zijn de types instellingen aan wie gelden zijn ve rstrekt. De risicogroepen zijn gerangschikt naar oplopend risico. Bij de woningcorporaties is het risico het laagst en bij de verenigingen/stichtingen het hoogst.
KREDIETRISICO OP VERSTREKTE GELDEN Risicogroep Restantschuld x 1.000 euro 2.086 6.556 1.222 97 9.939 %

Woningcorporaties Hypothecaire geldleningen ambtenaren Startersleningen Verenigingen/stichtingen Totaal

21,0% 66,0% 12,3% 1,0% 100%

Zoals uit voorgaand overzicht blijkt zijn de kredietrisicos voor de gemeente Lingewaard minimaal. 2 Bij de leningen verstrekt aan de woningcorporaties geldt het WSW als achtervang, bij de hypothecaire geldleningen heeft elke afzonderlijke lening voldoende onderpand. Ook de startersleningen worden verstrekt met hypothecaire zekerheid. Alleen bij de leningen verstrekt aan de verenigingen/stichtingen bestaat een klein kredietrisico, dit aandeel is echter beperkt van omvang, te weten 1,0% van de totale uitzettingen. 3. Financiering
3

Financieringspositie Eind 2012 hadden wij voor ruim 89 miljoen aan langlopende geldleningen aangetrokken. In de loop van 2013 bleek het niet nodig om aanvullende geldleningen aan te trekken, waardoor de schuldpositie door de reguliere aflossingen wat is verbeterd. Bij ongewijzigd beleid verwachten wij, volgens de huidige liquiditeitenplanning, in 2014 een tweetal leningen van 5 miljoen te moeten aantrekken. Dit is vooral noodzakelijk omdat er door de economische omstandigheden nog steeds niet op nauwelijks grond wordt verkocht en er dus fysiek geen geld binnenkomt. Op korte termijn zien wij nog geen mogelijkheden om de langlopende schuld af te bouwen. Hiervoor is het van belang dat de economie dusdanig aantrekt dat er weer inkomsten uit de grondexploitatie komen. Deze middelen kunnen dan ingezet worden voor de reguliere aflossingen, waardoor de schuldpositie van de gemeente zal verbeteren.

Kredietrisico is het risico van een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplich-

tingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie (onvermogen om zijn schulden te kunnen betalen)
2

WSW is Waarborgfonds Sociale Woningbouw, indien de woningcorporaties niet meer kunnen betalen treed het WSW in hun plaats,

derhalve zeer laag risico voor kredietverstrekkers.


3

Financiering is het aantrekken van benodigde financile middelen voor een periode van minimaal n jaar. Programmabegroting 2014

132

Paragraaf 5.4 Financiering

Leningenportefeuille Uit het volgend overzicht blijkt dat ten gevolge van het opnemen van nieuwe geldleningen en de reguliere aflossingen in 2014 het gemiddelde rentepercentage zal stijgen met 0,05%. Dit is natuurlijk helemaal afhankelijk van de te betalen rente op de nieuw af te sluiten geldleningen. Voor de begroting gaan we uit van het renteomslagpercentage van 4 %, wat door de hele begroting wordt gebruikt voor interne berekeningen. Zoals uit onze rentevisie blijkt moeten we waarschijnlijk minder betalen voor de nieuwe geldleningen. Dit levert dan een voordeel op in de begroting.
MUTATIES VASTE SCHULD IN 2014 (Bedragen x EUR 1.000) Gemiddelde Invloed op rente gem. rente 3,86% 4,00% 3,21% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 3,91% 0,02% 0,04% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,05%

Bedrag

Beginstand per 1 januari 2014 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Renteaanpassing (oud percentage) Renteaanpassing (nieuw percentage) Omzetting vast naar vlottend Omzetting vlottend naar vast Eindstand per 31 december 2014

83.964 10.000 -5.229 0 0 0 0 0 88.735

Relatiebeheer De huisbankier van de gemeente Lingewaard is de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Wij hebben regelmatig overleg met de BNG over financieringsvraagstukken en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. 4. Organisatie / informatievoorziening De medewerker treasury heeft regelmatig contact met de diverse budgetbeheerders en budgethouders om de liquiditeitenplanning zo actueel mogelijk te houden. Deze contacten gaan altijd vanuit de afdeling financin. Actieve informatieverstrekking vanuit de afdelingen blijft een punt van aandacht. De liquiditeitenplanning zal in ieder geval 2 keer per jaar volledig geactualiseerd worden. Tussentijds bekend geworden mutaties worden onmiddellijk verwerkt, zodat de liquiditeitenplanning altijd zo actueel mogelijk is.

Programmabegroting 2014

133

Paragraaf 5.4 Financiering

134

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering


De burgers willen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid invloed uitoefenen op lokale beleidsterreinen en zij zijn als klant voor een groot aantal diensten aangewezen op onze organisatie. De gemeente wil haar dienstverlening naadloos aan laten sluiten op de behoefte van de burgers. Zij wil professionele dienstverlening leveren van hoge kwaliteit. De gemeentelijke organisatiestructuur is in 2010 daarom ingedeeld naar deze verschillende burgerrollen om zo te werken als een doelgerichte en servicegerichte organisatie die staat voor professionele kwaliteit, open en transparant voor de burgers. Met medewerkers die op voet van gelijkwaardigheid met elkaar samenwerken en open staan voor veranderingen. De bedrijfsvoeringsprocessen dienen efficint, effectief n conform de geldende wetgeving te worden ingericht. Het doel hiervan is om maximale capaciteit (tijd, geld, enz.) over te houden voor de uitvoering van de programmas. Dit vertaalt zich in de volgende doelstellingen voor de bedrijfsvoering: Doelmatig (efficint): de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; Doeltreffend (effectief): de inspanningen en uitgaven dragen op een effectieve wijze bij aan de realisatie van de beoogde doelen; Rechtmatig: de doelen worden bereikt in overeenstemming met de wettelijke kaders.

Wat willen we bereiken?


A. Optimaal personeelsbestand (kwalitatief/kwantitatief): Een zodanige samenstelling van het personeelsbestand (zowel kwantitatief als kwalitatief) dat de vereiste taken op professionele wijze kunnen worden uitgevoerd. Met andere woorden: de juiste medewerker op de juiste plaats. B. Juiste en betrouwbare informatie: Voor een optimale dienstverlening geldt als absolute randvoorwaarde dat de informatievoorziening op orde is. Via de 4 onderscheiden kanalen (post/e-mail, website, balie en telefoon) zal eenduidige, volledige en betrouwbare informatie beschikbaar moeten zijn. C. Juridische kwaliteitszorg: Het verhogen en beheersen van de juridische kwaliteit van producten, het beheersen van de juridische risicos en het terugdringen van juridisering. D. Organisatie ontwikkeling: Gestreefd wordt naar een organisatie die effectief, efficint, flexibel, innovatief en klantgericht is. Gezien de steeds veranderende omgeving is hierbij sprake van een continu proces. E. Gezonde financile huishouding: Het beheersen van de geldstromen en het bewaken van de juiste uitvoering van de begroting. F. Automatisering: Het aanbieden, beheren en onderhouden van een adequate technologie ter realisatie van een optimale informatievoorziening. G. Goede interne en externe communicatie: Zorgdragen voor een heldere, open en pro-actieve communicatie die structureel is ingebed in alle processen. H. Optimale huisvesting & facilitaire dienst: Het optimaal faciliteren van de organisatie op het gebied van huisvesting, service en hulpmiddelen. I. Professionele uitvoering verwervingsprocessen: Het juridisch en inkooptechnisch verantwoord verwerven van noodzakelijke en kwalitatief gewenste producten, diensten en werken tegen lage integrale kosten op langere termijn.

Programmabegroting 2014

135

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

Wat doen we daarvoor?


A. Optimaal personeelsbestand Strategisch HRM beleid De kern van strategisch HRM-beleid is het te allen tijde zorg dragen voor de juiste man of vrouw op de juiste plaats met daarbij een gezonde mix tussen zelf doen en inhuur van derden. Met het helder formuleren van verwachtingen en het geven van eerlijke feedback naar en goede coaching van medewerkers, kan worden gezocht naar een optimale aansluiting bij de organisatiedoelen. Het vliegwiel voor dit beleid vormt de gesprekscyclus. De mate waarin leidinggevenden hun medewerkers cht weten te bereiken bepaalt of de organisatie op termijn de vitale organisatie zal zijn die we willen zijn. Een organisatie waarin medewerkers zich prettig voelen en het beste van zichzelf geven. Onlosmakelijk verbonden met het voeren van goede gesprekken is inzicht in de formatie en bezetting, (kwantitatief en kwalitatief), nu en in de toekomst. En daarmee ook inzicht in de individuele ontwikkeling van medewerkers en leidinggevenden op zowel korte als middellange termijn. We introduceren hiermee het begrip strategische personeelsplanning in onze organisatie. Kengetallen Werkelijk Werkelijk 2010 2011 282,55 293,36 6,2 6,4 13,38 46,27 15.852 1.649 6,22 11 14 319.718 12,49 46,32 15.778 1.231 4,75 8 22 352.682 Werkelijk Begroting Begroting 2012 2013 2014 248,48 267,82 236,72 5,4 5,8 5,2 12,45 46,92 15.518 1.660 4,51 13 23 273.000

Onderwerp Personeelsformatie (fte) Gemiddeld aantal personeelsleden per 1.000 inwoners Gemiddelde diensttijd Gemiddelde leeftijd Loonsom1 (x 1.000) Inschakeling derden (x 1.000) Ziekteverzuimpercentage Instroom (aantal personeelsleden) Uitstroom (aantal personeelsleden) Opleidingsbudget (in )

16.366 11 4,5

15.000 11 4,5

421.650

324.370

Uitsplitsing personeelsformatie begroting 2014: Directie Ambtelijke ondersteuning Griffie Afdeling Beleids- en projectontwikkeling Afdeling Dienstverlening Afdeling Veiligheid, Toezicht en Handhaving Afdeling Openbare ruimte Afdeling Bedrijfsvoering) TOTAAL

1,00 4,00 2,89 30,81 60,89 10,22 52,41 74,50 236,72

De loonsom is exclusief vrijwillige brandweer, gemeenteraad, college, voormalige wethouders, ambtenaren burgerlijke Inclusief opleidingskosten vrijwillige brandweer.
Programmabegroting 2014

stand en overig voormalig personeel.


2

136

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

Ten opzichte van de begroting 2013 is de personeelsformatie in de begroting verlaagd met 31 fte. Verlaging wordt onder andere veroorzaakt door overheveling van 22,28 fte naar de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Verder wordt per 1 januari 2014 de brandweer geregionaliseerd. Het betreft hier 7 fte brandweer personeel en 0,5 fte administratieve ondersteuning. Inhuren van derden De definitie van externe inhuur is gebaseerd op de definitie zoals die ook binnen de Rijksoverheid wordt gehanteerd. Deze luidt als volgt: Het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de gemeente in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen de gemeente en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt. Door het gebruik van deze definitie kan er een jaarlijkse benchmark plaatsvinden via de Personeelsmonitor van het A&O fonds gemeenten. Deze inhuur wordt uitgesplitst in de volgende categorien: A. Beleidsgevoelige externe inhuur Inhuur voor de inzet van externe adviseurs in het primaire (beleids)proces bij de gemeente. Het gaat om vier soorten externe inhuur, te weten: 1. Interim-management 2. Organisatie en formatieadvies 3. Beleidsadvies 4. Communicatieadvies B. Beleidsondersteunende externe inhuur Op beleidsondersteunende inhuur wordt een beroep gedaan als er ondersteuning nodig is bij (beleids)uitvoering of bij de uitvoering van bedrijfsprocessen. Deze inhuur is niet beleidsgevoelig. Het betreft veelal werkzaamheden die de gemeente niet volledig wil of kan doen. Dit omdat het hier specialistische en vakmatige kennis betreft die de gemeente redelijkerwijs niet volledig in huis beschikbaar wil hebben. Het gaat om drie soorten externe inhuur: 5. Juridisch advies 6. Advisering van opdrachtgevers over automatiseringsvraagstukken (ICT) 7. Accountancy, financin en administratieve organisatie C. Inhuur ter ondersteuning van de bedrijfsvoering Het gaat hier om de opvang van piekwerkzaamheden of opvang van onvoorziene capaciteitsproblemen, die zich tijdelijk voordoen in reguliere werkprocessen. Inzet hiervan hangt vooral samen met ziekteverzuim, zwangerschapsverlof, moeilijk vervulbare vacatures en van het aanbod van werkzaamheden (vraagfluctuaties). Personeel dat een tijdelijk dienstverband krijgt aangeboden zal zoveel mogelijk via de payroll worden ingezet. Uitbesteding is geen inhuur. Denk bij uitbesteding aan projecten met resultaatgerichte afspraken. Er wordt een resultaat gekocht in de vorm van een dienst of product. Er is geen directe aansturing door de gemeentelijke organisatie. De uitbesteding wordt niet meegenomen in de inhuurcijfers. Met ingang van 1 januari 2013 wordt actief ingestoken op een goede mix van vast en tijdelijk personeel om tijdig en flexibel in te kunnen spelen op de ontwikkelingen en de dynamiek die de omgeving met zich me
Programmabegroting 2014

137

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

brengt. Het gaat daarbij om inzicht in de behoefte aan tijdelijk personeel/inhuur van derden in relatie tot de vaste formatie, de zogenaamde flexibele schil. Inhuur derden De uitgaven voor inhuur derden door de gemeente Lingewaard mogen per jaar niet meer bedragen dan 10% van de totale personele kosten. B. Juiste en betrouwbare informatie Publicatie decentrale regelgeving De website www.overheid.nl is de toegang tot alle informatie en diensten van de Nederlandse overheid op internet. Alle actuele verordeningen zijn inmiddels geplaatst op deze website en dit wordt waar nodig ververst. De gemeentelijke bekendmakingen staan al op www.overheid.nl. Alle bekendmakingen voor Het Gemeentenieuws worden ook op de eigen website van de gemeente geplaatst en vandaar direct doorgezet naar www.overheid.nl. Per 1 januari 2014 moeten bekendmakingen van algemeen verbindende voorschriften, zoals verordeningen, verplicht worden bekend gemaakt via een elektronisch gemeenteblad, om in werking te kunnen treden. Dit wordt in de tweede helft van 2013 verder uitgewerkt, waarbij ook wordt bekeken in hoeverre de andere bekendmakingen op deze wijze rechtsgeldig kunnen worden gedaan, Verder vindt er een inventarisatie plaats van alle gemeentelijke beleidsregels, met als doel deze allereerst op het eigen intranet en internet een plek te geven en zo n centrale vindplaats te hebben voor het gemeentelijk beleid, dat veelal ten grondslag ligt aan de gemeentelijke besluiten. Publicatie decentrale regelgeving Plaatsen van alle verordeningen op de website www.overheid.nl Plaatsen van de gemeentelijke bekendmakingen op de website www.overheid.nl Indicator 100% 100% Indicator 10%

Dienstverlening De organisatie is ingericht naar de logica van de burger. De burger kan zich in verschillende hoedanigheden melden bij de gemeente, namelijk als: partner, klant, onderdaan en gebruiker/wijkbewoner. De tevredenheid van de burger hangt af van de prestaties die wij in elk van die hoedanigheden leveren. Behoorlijke contacten met burgers en de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Sinds een aantal jaren wordt structureel gewerkt aan verbetering van de dienstverlening (programma dienstverlening). Als basis daarvoor geldt de in 2008 vastgestelde nota kwaliteit & service waarin de gewenste ontwikkeling van de dienstverlening is geschetst voor de periode 2008-2015. In 2010 is het programma Dienstverlening vergaand afgeschaald met als gevolg dat (door)ontwikkeling op het gebied van de gemeentelijke Dienstverlening tot stilstand is gekomen. Momenteel wordt gewerkt aan een notitie/actieplan om de doorontwikkeling van de Dienstverlening weer nieuw leven in te blazen. Een groot aantal uitgangspunten zoals die zijn genoteerd in de nota Kwaliteit en Service zijn nog steeds actueel en bruikbaar. Met de ingebruikname van het nieuwe gemeentekantoor is gestart met het werken op afspraak. Insteek van deze nieuwe methode van werken was ingegeven door de wens om te komen tot een betere dienstverlening waarbij de burgers direct door de juiste persoon worden geholpen. Na afloop van het eerste jaar van werken op afspraak is gebleken dat reeds 1/3 van het totaal aantal bezoekers gebruik heeft gemaakt van de afsprakenmogelijkheid. In 2014 zal worden onderzocht of dit werken op afspraak leidt tot een verhoogde klanttevredenheid. Vooralsnog blijft het accent liggen op het werken op afspraak. C. Juridische kwaliteitszorg Gedragsregels Met betrekking tot het onderdeel integriteit zijn normen en waarden uitgewerkt voor de wijze waarop leden van de gemeenteraad en het college van B&W inhoud geven aan hun taken. Deze integriteitsregels zijn 138
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

vastgelegd in de gedragscode voor politieke ambtsdragers. Uit onderzoek door KAFI in 2013 bleek deze gedragscode niet aan te sluiten aan de rechtspositie van de politieke ambtsdragers. Deze gedragscode is in 2013 daarom aangepast. Vanwege de nauwe betrokkenheid van ambtenaren bij het vorm geven aan de gemeentelijke taken, zijn ook voor hen gedragsregels opgesteld. Middels het teamoverleg wordt organisatiebreed periodiek aandacht geschonken aan het thema integriteit. Ambtseed of -gelofte Het vertrouwen in de overheid staat en valt met integriteit. De samenleving moet kunnen vertrouwen op de onkreukbaarheid van ambtenaren. Met het afleggen van de ambtseed/belofte is er een ceremonieel moment waarop de ambtenaar bevestigt dat hij/zij zich als een goed ambtenaar zal gedragen. Op deze wijze committeert iedere individuele medewerker zich aan de speciale taak en opdracht als ambtenaar. Elke medewerker die in dienst treedt legt de ambtseed of -gelofte (verplicht) af tegenover de gemeentesecretaris. Bezwaarschriften Burgers, bedrijven en andere belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen gemeentelijke besluiten. Bij de bezwaarafhandeling laat het college zich adviseren door een onafhankelijke commissie van advies voor de bezwaarschriften. Na advisering door de commissie neemt het college een beslissing op bezwaar. De wettelijke termijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift is 12 weken, met de mogelijkheid van verdaging met extra 6 weken. De procedure is erop ingericht om bezwaren binnen een zo kort mogelijke termijn, bij voorkeur 12 weken, af te handelen. Op basis van de tussentijdse resultaten in 2013, waarbij meer bezwaarschriften zijn ingediend dan in dezelfde periode in 2012 en de afhandelingstermijn gemiddeld wat langer is, gaan we uit van de volgende indicatoren. Indicator 2014 Afhandeling van de ontvangen bezwaarschriften binnen de gestelde 12 wekentermijn: 75% Afhandeling van de ontvangen bezwaarschriften binnen de gestelde 18 wekentermijn (na verdaging): 95% Klachten Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelege nheid jegens hem of haar heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Zo luidt de tekst van artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Klachten worden informeel, door bijvoorbeeld leidinggevenden, binnen 6 weken of formeel, na advisering door de klachtadviescommissie, binnen 10 weken afgehandeld (beide met de mogelijkheid van verdaging met 4 weken). Er wordt altijd geprobeerd om de klacht informeel op te lossen en als dat niet lukt wordt ad-hoc een behandeling door een klachtadviescommissie ingepland en wordt door deze commissie advies uitgebracht aan het college, dat vervolgens een besluit neemt. Klachten worden zo spoedig mogelijk na binnenkomst op route gebracht naar de manager of teamleider zodat deze snel kan proberen de klacht informeel op te lossen. Wanneer dat niet mogelijk blijkt dan kan de klacht in behandeling worden gesteld van de klachtadviescommissie, die deze dan zo snel mogelijk in behandeling neemt en het college adviseert over de klacht. Indicator 2014 Percentage klachten dat binnen de 14 wekentermijn (na verdaging) wordt afgehandeld: 95% WOB-verzoeken WOB-verzoeken worden in de regel afgehandeld binnen 4 weken nadat het verzoek is ontvangen (met mogelijkheid van verdaging met 4 weken). De termijn voor afhandeling van de WOB-verzoeken is erg afhankelijk van de gegevens waarom wordt verzocht. Er lijkt in 2013 een tendens om steeds vaker een WOBverzoek in te dienen, waarbij de termijnen ook van belang zijn omdat de Wet Dwangsom hierop ook van toepassing is. Er is geen reden om aan te nemen dat het aantal WOB-verzoeken in 2014 minder zal worden en dus een relatief groot beslag op de organisatie legt.
Programmabegroting 2014

139

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

Indicator 2014 Percentage WOB-verzoeken dat binnen de 4 wekentermijn wordt afgehandeld: 75% Wet dwangsom Op de Algemene wet bestuursrecht is de zogenaamde Wet dwangsom opgenomen bij niet tijdig beslissen. Wanneer de gemeente niet tijdig op een aanvraag of bezwaar beslist dan kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. De gemeente heeft dan twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan heeft de aanvrager recht op een dwangsom voor elke dag dat de beslistermijn overschreden wordt. De dwangsom loopt ten hoogste 42 dagen (en bedraagt maximaal 1.260). In 2014 zal net als in voorgaande jaren alles erop gericht zijn om te voorkomen dat de gemeente in gebreke wordt gesteld. Bij aanvragen ligt het primaat bij de vakafdelingen, maar vooral bij bezwaren zal vanuit Juridische Zaken de vinger aan de pols worden gehouden. Ingebrekestellingen komen normaliter binnen bij Juridische Zaken, waarna zo snel mogelijk samen met de vakafdeling wordt geprobeerd alsnog binnen twee weken een besluit op een aanvraag of een bezwaar te nemen, zodat een dwangsom achterwege kan blijven, maar primair moet het doel zijn om aanvragen en bezwaren binnen de gestelde termijnen af te handelen. D. Organisatie ontwikkeling Onze organisatie is blijvend in beweging. Wij veranderen mee met de samenleving. Als we dat niet doen dan plaatsen we ons snel buiten de werkelijkheid. De komende tijd worden wij geconfronteerd met diverse ontwikkelingen die vragen om een passend antwoord. Wij denken hierbij aan: Intergemeentelijke samenwerking. De samenwerking met andere gemeenten zal de komende jaren gentensiveerd worden. De visie op en het algemene afwegingskader voor intergemeentelijke samenwerking zijn hiervoor leidend. Dit betekent een verdere concretisering op de volgende gebieden: Inventarisatie en uitwerking van de samenwerkingsmogelijkheden met de gemeente Overbetuwe, als onze natuurlijk, strategische partner; Concretisering van de samenwerking, in het bijzonder op het niveau van uitvoering van gemeentelijke taken, met de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Overbetuwe (G5); Het vorm geven van de samenwerking in het sociale domein met de bovenstaande gemeenten aangevuld met de gemeenten in de Liemers en Doesburg (G11); Voortzetting van de samenwerking in het rivierengebied, de zogenaamde Rijn6, met betrekking tot de waterketen. Concreet zal in 2014, als gevolg van de aangekondigde opheffing van de WGR+ regeling, een besluit genomen moeten worden over de toekomst van de stadsregio Arnhem-Nijmegen. Voor een zorgvuldige en afgewogen besluitvorming over de onderwerpen zal het algemene afwegingskader verder uitgewerkt worden. Regionalisering brandweer. In verband met de wijziging van de Wet op de Veiligheidsregios is de g emeentelijke brandweer (verplicht) ondergebracht bij de regionale brandweer per 1 januari 2014. De uitvoering van de brandweerzorg blijft lokaal. Het doel van de regionalisering is uniformiteit in de brandweerzorg voor alle gemeenten en het behalen van efficiencyvoordelen. Vanaf 1 januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor alle ondersteuning aan mensen op het gebied van werk, inkomen, welzijn, persoonlijke verzorging, opgroeien & opvoeden en veiligheid. Dit komt voort uit afspraken die de Rijksoverheid, provincies en gemeenten hebben afspraken gemaakt om de bestaande verzorgingsstaat te hervormen veranderen in naar een participatiesamenleving, een s amenleving waarin iedereen op zijn of haar eigen manier kan meedoen. Veel taken van rijk en provincies worden daarom gedecentraliseerd en overgedragen naar gemeenten. Ons doel is om de bestaande en nieuwe taken zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten en tegelijkertijd te zorgen dat zoveel mogelijk mensen hun kansen en talenten benutten. De decentralisaties dwingen de gemeente (alsook
Programmabegroting 2014

140

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers) zich te bezinnen op onze rol en positie in het sociale domein. We moeten de ondersteuning aan mensen en het zelfstandig functioneren van onze inwoners anders n beter organiseren met minder middelen. Dit vraagt om een andere denkwijze, andere manieren van samenwerking met en aansturing van maatschappelijke organisaties en een andere inrichting van de werkprocessen. Het jaar 2014 staat in het teken van de voorbereiding op deze nieuwe taken. E. Gezonde financile huishouding Rekenkamercommissie, accountant en auditcommissie Voor zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie geldt dat zij hun prestaties kunnen verbeteren door te leren van eventuele gemaakte fouten en andere ervaringen. Beide laten zich controleren op hun functioneren en zijn daar op aanspreekbaar. Ontvankelijkheid voor signalen uit de omgeving draagt bij aan het zelfreinigend en lerend vermogen. Zo ontstaat de nodige hygine in de organisatie. Voornoemde signalen worden onder andere afgegeven door de rekenkamercommissie, de accountant en de auditcommissie. De rekenkamercommissie heeft als taak onderzoek te doen naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. In 2013 is gekozen voor het volgende onderzoeksprogramma: Afronding van het onderzoek Bergerden; Onderzoek wijkplatforms; Het onderzoek naar de jaarstukken over 2012. De aanbevelingen van de rekenkamercommissie worden als input gebruikt voor het doorvoeren van verbeteringen terzake. Dit geldt uiteraard ook voor het door de accountant jaarlijks op te stellen rapport van bevindingen inzake de interim controle en de jaarrekening. De auditcommissie stemt in onderling overleg de onderzoeksplannen van de gemeenteraad, het college van B&W en de accountant af. Onderzoek artikel 213a gemeentewet De gemeentewet schrijft voor dat ons college verplicht is om periodiek onderzoek te verrichten naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door haar gevoerde bestuur. Anders dan de onderzoeken door de Rekenkamer, gaat het hierbij om zelfonderzoek. Het college onderzoekt het eigen gevoerde bestuur, zoals uitgevoerd door de ambtelijke organisatie. Jaarlijks wordt in een onderzoeksplan uitgewerkt op welke themas het onderzoek zich richt. Dit plan wordt vr 31 december aan uw raad gezonden. Uiteindelijk wordt ook de rapportage ter kennisgeving aan uw raad verstrekt. Jaarrekening, tussentijdse rapportages en IC-plan Het afleggen van verantwoording is essentieel voor het functioneren van de gemeente. Dit vindt plaats in een aantal documenten, te weten de jaarrekening en de tussentijdse rapportages (waaronder de voorjaarsen najaarsnota). Jaarlijks wordt een intern controleplan (IC-plan) opgesteld waarin gericht wordt gekeken naar de juistheid, volledigheid, tijdigheid en/of rechtmatigheid van de (financile) administratie. Dit IC-plan wordt door de accountant gebruikt als input voor de door hen te verrichten werkzaamheden. F. Automatisering De ICT-infrastructuur is er om de medewerkers optimaal te ondersteunen in hun werkzaamheden en is bepaald vanuit de ICT behoefte van de organisatie. De technische architectuur is erop gericht om faciliterend
Programmabegroting 2014

141

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

en ondersteunend te zijn aan de verschillende deelgebieden en wordt op deze wijze ingericht, met zorg voor beheer en beveiliging. Bij de technische architectuur gaat het er om alle systemen met elkaar te verbinden en open te stellen voor elkaar en, indien nodig of wettelijk verplicht, voor de buitenwereld. De technische architectuur behelst het netwerk, de servers en de dataopslag. Daarnaast ook de werkplekomgeving (generieke voorzieningen) en standaarden (generieke infrastructuurcomponenten en protocollen). De afhankelijkheid van de inzet van ICT wordt steeds groter door het (verplicht) gebruik van meer gemeenschappelijke voorzieningen en technische koppelingen voor een optimaal functionerende informatievoorziening. Dit alles is nodig om de dienstverlening te verbeteren en op een eenduidige wijze te laten presteren. G. Goede interne en externe communicatie Interne communicatie Een goed geborgde interne communicatie zorgt er voor dat collegas trots zijn op hun organisatie en zich ambassadeur voelen, op de hoogte zijn van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de eigen organisatie, zich serieus genomen voelen en gebruik maken van elkaars kracht en kennis. Dit wordt bereikt door: 1. het verder verbeteren van de lijncommunicatie, waarbij de hirarchische communicatie de ruggengraat van de organisatie is; 2. inbedding van informele communicatie na onderzoek naar de mogelijkheden hiervan; 3. verder verbeteren en uitbreiden van parallelle communicatiemiddelen (intranet, nieuwsbrieven, tvschermen). Externe communicatie De gemeente wil burgers tijdig, juist en volledig informeren en betrekken bij beleidsvorming om zo veel mogelijk draagvlak te creren. Om een goed beeld te krijgen van de wensen die inwoners hierover hebben, vindt een onderzoek plaats naar de wijze en mate waarop inwoners genformeerd en betrokken willen worden. Aanbevelingen hieruit worden in 2014 opgepakt. Ook zal de gemeente in toenemende mate inzetten op social media om nog meer doelgroepen te bereiken en te betrekken. Participatie Wij betrekken burgers en belangrijke partijen nadrukkelijk bij het vormen of bijstellen van ons beleid. Voorbeelden hiervan zijn: de Politieke Avond, en ook de raadsvergadering, waar burgers via het spreekrecht het woord wordt gegeven. Overigens wordt op dit moment bij de raadsgriffie een startnotitie over "burgerparticipatie en communicatie" uitgewerkt, zodat de raad te zijner tijd nader vorm en inhoud aan dit onderwerp kan worden gegeven. Dit kan tot een verruiming van de burgerparticipatie-mogelijkheden leiden. Voor de gemeente Lingewaard staat burgerparticipatie als middel bij de beleidsvorming en beleidsuitvoering niet meer ter discussie. De toepassing ervan in de praktijk wordt echter als adhoc ervaren en er is nog te weinig zicht in de factoren die burgerparticipatie tot een succes maken. De resultaten uit het project burgerparticipatie in 2013 geven in 2014 niet alleen een visie op burgerparticipatie, maar ook aanknopingspunten voor de verbetering van de effectiviteit en kwaliteit van de wijkplatforms.

H. Optimale huisvesting & facilitaire dienst De organisatie werkt vanuit het principe dat de meerwaarde door de klant wordt bepaald. Dit is haalbaar door een optimale prijs / kwaliteitsverhouding. Leidend daarbij zijn drie belangrijke doelstellingen: 142 Klanttevredenheid: in welke mate is de klant tevreden met de aangeboden diensten en producten Kosten: wat is het rendement en toegevoegde waarde van een product/dienst Kwaliteit: welke kwaliteit levert de opdrachtnemer en wat is de gebruikswaarde
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

Naast Services en middelen is huisvesting een belangrijk dienstenonderdeel. Vanuit de organisatie wordt gewerkt met een regiemodel, waarbij met behulp van raamcontracten met onderhoudsbedrijven, onze huisvesting op een verantwoord niveau wordt gehouden. Een verantwoord niveau, waarbij onder andere wordt voldaan aan alle wettelijke voorschriften als brandveiligheid, het hebben en in stand houden van een Bedrijfshulpverleningsorganisatie, het leveren van Arbo verantwoord meubilair en het verzorgen van een werkbaar binnenklimaat. I. Professionele uitvoering verwervingsprocessen

Binnen de G5 (Arnhem, Overbetuwe, Renkum, Rheden en Lingewaard) is een aantal concrete stappen gezet om een basis te creren voor een inkoopsamenwerking. In 2013 wordt de 1e fase gerealiseerd. Deze fase bestaat uit: gezamenlijke inkoopvoorwaarden en inkoopbeleid, invoering per gemeente van een spendanalyse, contractbeheer en inkoopkalender en het opzetten van een inkoopportaal om de inkoopprocessen te standaardiseren, professionaliseren en te dienen als informatiebron. In 2014 zal op basis van spendanalyse, contractbeheer en inkoopkalender de volgende fase (strategische inkoopfunctie) verder worden uitgewerkt en gemplementeerd.

Programmabegroting 2014

143

Paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering

144

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen


Inleiding
De door de gemeenteraad vastgestelde notitie verbonden partijen vormt een aantal jaren de basis voor een toezichtarrangement waardoor tijdig inzicht mogelijk is op en sturing kan worden gegeven aan ontwikkelingen die van invloed zijn op de toekomstige financile situatie van organisaties in de sfeer van verlengd lokaal bestuur. Deze notitie reikt tevens het algemene kader aan, waaraan eventuele nieuwe samenwerkingsverbanden worden getoetst. Een onderdeel van dit toezichtsarrangement betreft de wijze waarop door de gemeentelijk vertegenwoordiger gerapporteerd wordt aan de gemeenteraad. In onze gemeente is dit inmiddels gemeengoed geworden door tijdens politieke avonden een vast agendapunt daarvoor in te ruimen. De gemeente Lingewaard is aangesloten bij de volgende verbonden partijen: Gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen; idem Stadsregio Arnhem Nijmegen; gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) (voorheen Hulpverlening Gelderland Midden (HGM)); idem Openbaar Lichaam Bergerden (OLB); idem Werkvoorzieningschap Midden Gelderland (Presikhaaf); idem Euregio Rijn-Waal; idem voor Onderwijszaken (GRO); idem Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA); idem Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) Daarbij wordt voor deze verbonden partijen specifiek ingegaan op de volgende onderdelen: basisgegevens; bestuurlijke relatie; financin; financile risicos; maatschappelijke risicos.

Dit biedt voor de gemeentelijke vertegenwoordigers een handvat voor de aansturing van de betreffende verbonden partij. Bovendien wordt daardoor op ambtelijk en bestuurlijk niveau inzicht gekregen in het functioneren van de verbonden partij. Verder komen de conceptbegrotingen en jaarverslagen van de zwaardere verbonden partijen aan de orde in collegevergaderingen en worden de bevindingen ter kennis gebracht van de gemeenteraad. Bij het algemene toezichtskader zijn de volgende processtappen te onderscheiden: 1. probleem- en risicoanalyse; 2. onderzoeken en informeren; 3. bestuurlijk beoordelen; 4. indien nodig: interveniren; 5. rapporteren door de toezichthouder; 6. evalueren. De specifieke risicos ten aanzien van enkele zwaardere verbonden partijen worden behandeld in de par agraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Programmabegroting 2014

145

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Het beleid ten aanzien van verbonden partijen


Het beleid om in verbonden partijen te participeren is gebaseerd op een aantal criteria. Deze criteria zijn kort samengevat: - het participeren in een verbonden partij is alleen toegestaan indien daarmee een publieke taak wordt gediend; - participatie in een privaatrechtelijke rechtsvorm vindt uitsluitend plaats indien onderzocht en gemotiveerd is waarom uitvoering van beleidsvoornemens niet in een publieke rechtsvorm kan plaatsvine den (zie ook art. 160, 2 lid Gemeentewet).

Nieuwste ontwikkelingen
Samenwerking tussen gemeenten staat op dit moment volop in de belangstelling. De trend is dat zij voor steeds meer taken gaan samenwerken op verschillende schaalniveaus en in verschillende vormen. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn enerzijds de toenemende bestuurlijke drukte en complexiteit in het openbaar bestuur en anderzijds decentralisaties en bezuinigingen door de rijksoverheid. Deze laatste schetst daarbij een beeld waarbij er, in plaats van de huidige provincies, een beperkt aantal landsdelen komen en het aantal gemeenten zal dalen naar tussen de 150 en 200 met een omvang van 100.000 of meer inwoners. Concreet speelt in de nabije toekomst de opheffing van de stadsregio Arnhem-Nijmegen als WGR-plus en de samenwerking in het sociale domein Voor onze gemeente is dit aanleiding geweest om medio 2013 een visie en afwegingskader voor intergemeentelijke samenwerking op te stellen. Samengevat komt dit er op neer dat: meerwaarde van de samenwerking aantoonbaar is het perspectief van de burger voldoende gediend is democratische legitimering gewaarborgd is. Tenslotte gaat daarbij de voorkeur naar natuurlijke, strategische partner(s).

Bijzonderheden ten aanzien van de afzonderlijke verbonden partijen


Park Lingezegen
Het openbaar lichaam Park Lingezegen is opgericht om Park Lingezegen te realiseren en te beheren. In een bestuursovereenkomst van juli 2008 hebben de verschillende partijen besloten tot de oprichting van een openbaar lichaam zodat besluitvorming en uitvoering voor het park bij n partij komen te liggen. Het openbaar lichaam werkt onder mandaat van de deelnemende partijen, te weten de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Nijmegen (per 1 januari 2014) en Overbetuwe, de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland. Het Openbaar Lichaam is operationeel sinds 1 december 2010. De realisatie van Park Lingezegen is vastgelegd in de eerder aangehaalde bestuursovereenkomst. In het uitvoeringsprogramma Park Lingezegen zijn de projecten beschreven die tot en met 2014 zullen worden uitgevoerd. Met de overdracht van de taakstelling voor natuurontwikkeling van het rijk naar de provincies is de uitvoeringstermijn voor het park bijgesteld tot eind 2014 (was eind 2013). De planologische verankering van het uitvoeringsprogramma is vastgelegd in een intergemeentelijke structuurvisie voor het parkgebied en bestemmingsplannen die inmiddels onherroepelijk zijn. Het Openbaar Lichaam Park Lingezegen heeft tot taak de uitvoering en realisatie van het uitvoeringsprogramma evenals de cordinatie van het beheer van gerealiseerde onderdelen van Park Lingezegen. Het accent in het uitvoeringsprogramma ligt op het maken van publiek toegankelijk recreatiegroen en natuur. Hiervoor is een basisuitrusting vastgesteld. Daarnaast kunnen particuliere initiatieven die de parkdoelen ondersteunen worden toegestaan. De grondverwerving voor de basisuitrusting is nagenoeg afgerond. Grond die wordt aangekocht en niet bij de basisuitrusting behoort wordt in principe geruild tegen grond die wel tot de basisuitrusting behoort, of 146
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

wordt verkocht. Grond die wordt ingericht als natuur wordt afgewaardeerd naar een waarde van 0 en na het inrichten overgedragen aan de beherende instantie. De deelnemende gemeenten zijn op basis van de bestuursovereenkomst en de overeenkomst met Staatsbosbeheer bij de oprichting van het Openbaar Lichaam een jaarlijkse bijdrage van 240.000, -- aan de gemeenschappelijke regeling verschuldigd. Die bijdrage wordt gestort in het beheerfonds. In verband met de toetreding van de gemeente Nijmegen en in verband met lopende onderhandelingen over de structurele rijksbijdrage voor het beheer, wordt de gemeentelijke beheerbijdrage in 2014 en 2015 tweemaal met 5.000 verlaagd tot 230.000 in 2015. De investeringskosten zijn in voorgaande jaren voldaan.

Stadsregio Arnhem Nijmegen


Toekomst Stadsregio De uitkomst van de landelijke discussie over de afschaffing van de Wgr-plus heeft consequenties voor de toekomst van de regionale samenwerking binnen de stadsregio. De discussie hierover is gestart in maart 2012 en zal naar verwachting resulteren in besluitvorming eind 2013. Subsidiebureau Brussel Bureau Brussel wil de regionale partijen: overheden, kennisinstellingen en bedrijven helpen een plek te krijgen in de EU calls, projecten, partnerschappen enz. De huidige subsidieperiode loopt af in 2014. In de loop van 2014 komen de eerste mogelijkheden in de nieuwe programmaperiode (2014-2020). Naar verwachting is het subsidieperspectief in 2013 weinig rooskleurig; toch is het streven jaarlijks twee aanvragen te realiseren. Prioritaire themas hierbij zijn vooralsnog EMT, toerisme, logistiek en gezondheid. Ter ondersteuning van deze doelstelling dient Brussel de regio en de sterke punten van de regio voldoende te kennen. De regionale stakeholders dienen goed op de hoogte te zijn van de mogelijkheden die Brussel biedt. Mobiliteit In het Regionaal Plan, de Regionale Nota Mobiliteit (ReNoBo) en het Masterplan Openbaar Vervoer is gewerkt met een strategische agenda voor mobiliteit. Voor het beleidsveld mobiliteit wordt aan een aantal projecten en programmas gewerkt die voortkomen uit deze documenten. De regionale bereikbaarheid verbeteren betekent vooral die projecten uitvoeren die zich richten op het faciliteren van de grote regionale vervoersstromen. Dit zijn met name de stromen die goed zijn te bundelen, zoals projecten op de regionale corridor tussen A50, A73, tweede stadsbrug Nijmegen, A325, de Pleyroute en A12. Voor de voltooiing van het hoofdwegennet is in juli 2013 de bestuursovereenkomst tussen rijk, provincie en Stadsregio die de financiering en organisatie van de doortrekking van de A15 van knooppunt Ressen naar de A12 regelt, ondertekend. Verder wordt ingezet op verdere verbetering van het netwerk van hoogwaardig openbaar vervoer. Voor het aanbieden van minimale mobiliteitsvoorzieningen gaat de stadsregio op zoek naar nieuwe en innovatieve openbaar vervoerssystemen. In het Masterplan Openbaar Vervoer zijn deze principes verder uitgewerkt. Bij fietsen wordt ook ingezet op de belangrijke regionale fietsroutes en de zogenaamde fietssnelwegen zoals afronding van het RijnWaalpad tussen Arnhem en Nijmegen. De focus is gericht op projecten die de doorstroming op het regionale wegennet verbeteren om daarmee de regionale ring beter haar functie te laten vervullen. Betere benutting van de bestaande infrastructuur zal ook op de langere termijn een belangrijke bijdrage leveren aan de regionale bereikbaarheid. Dynamisch verkeersmanagement zal in de toekomst een betekenisvolle rol blijven vervullen. Dit wordt uitgevoerd binnen SLIM (Beter Benutten) waarin nu ook mobiliteitsmanagement is betrokken en er meer wordt ingezet op het onderliggende wegennet. In de Regionale Nota Mobiliteit werd ook gekozen voor de interne bereikbaarheid van de stadsregio. Deze keuze is in de Mobiliteitsaanpak (de actualisatie van de ReNoMo) opnieuw onderstreept. De meerwaarde van het hoogwaardig openbaar vervoerssysteem moet verder worden benut: daar is nog capaciteit om de groei op te vangen. Deze meerwaarde komt tot stand door afstemming op en verknoping met andere netwerken: auto, fiets en bus/trein. De stadsregio legt het accent bij het vergemakkelijken van de overstap van bus op trein, maar ook van fiets en auto naar openbaar vervoer (transferia en fietsenstallingen).
Programmabegroting 2014

147

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

In het Meermalen Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (MUM) wordt ook het programma voor 2014 vastgelegd en zijn de jaren daaropvolgend indicatief. Belangrijke onderdelen van het MUM zijn doortrekking A15, aanpak A325 (afspraken om de doorstroming op de A325 te optimaliseren), doorstroming busvervoer (HOV netwerk) ter verkorting van reistijd en meer concurrentie ten opzichte van de auto. Met betrekking tot het beheer van de Stadsregiotaxi zijn de acties, gericht op instandhouding reguliere exploitatie concessie Stadsregiotaxi en monitoring en beheer van die concessie. Eureka (energie en klimaat) Wettelijk doel van Eureka is dat per 1 januari 2015 in de hele stadsregio de normen voor respectieve-lijk fijn stof (PM10) en stikstofoxiden (NO x) worden gehaald. Als beleidsdoel heeft de stadsregio ge-steld dat uit oogpunt van volksgezondheid gewerkt wordt aan zo laag mogelijke concentraties fijn stof en stikstofoxiden. Eureka bestaat vooral uit twee programmasporen waar het meeste rendement valt te behalen: Hydra: schoner vervoer door transitie naar schone/duurzame brandstoffen (schonere kilometers door groen gas, waterstof, elektrisch vervoer en intelligente transportsystemen) en slim vervoer (minder kilometers door nieuwe logistieke concepten); Terra: minder vervoer door stedelijke distributie, vervoersmanagement en verbetering van de doorstroming van vrachtverkeer. Afstemming woningbouwcontingenten en afstemming bedrijventerreinen De beleidsuitgangspunten van de Verstedelijkingsvisie en Mobiliteitsaanpak (juni 2011) en het regionaal Programma Bedrijventerreinen (december 2011) zijn uitgewerkt in concrete afspraken tussen stadsregio en regiogemeenten: de Bestuurlijke Overeenkomsten (BOVs). Deze zijn voorjaar 2012 ondertekend. Doel is meer integraliteit tussen de beleidsvelden wonen, werken en mobiliteit. Actualisatie van de uitvoeringsprogrammas vindt plaats door middel van inventarisaties en subregionale overleggen. Eind 2013 worden de bestuurlijke overeenkomsten geactualiseerd. Vrijetijdseconomie De vrijetijdseconomie als vestigingsklimaatfactor wordt door de stadsregio Arnhem Nijmegen ondersteund door uitwerking en facilitering van de internationale Liberation Route, door verkenning van de mogelijkheden voor meer samenhangende toeristische activiteiten rondom de rivieren (struin- en fietsroutes en accommodaties) en door het opstellen van een regionaal beeldverhaal. Deze activiteiten worden in samenwerking met ondernemers, RBT-KAN en de provincie opgepakt. Ruimte voor bedrijven De stadsregio richt zich op een voldoende en gevarieerd aanbod aan bedrijventerreinen (Regionaal Programma Bedrijventerreinen), een goed detailhandelsbeleid en het stimuleren van duurzame bedrijventerreinen. In de komende jaren zal de uitwerking van de regionale ambitie omtrent vraag, aanbod en herstructurering van bedrijventerreinen (zoals is vastgelegd in het Regionaal Programma Bedrijventerreinen) worden voortgezet op subregionaal niveau. Hierbij nemen monitoring en toepassing van het protocol SER ladder een belangrijke plaats in. Op langere termijn zal de SER ladder ook toegepast gaan worden op kantoren. De afspraken t.a.v. bedrijventerreinenontwikkeling zijn opgenomen in de bestuursovereenkomst. Verder geeft de stadsregio jaarlijks de vastgoedrapportage uit, met een actuele kwantitatieve n kwalitatieve beschrijving van de stand van zaken en de aanstaande ontwikkelingen op het gebied van onroerende zaken in de gehele stadsregio, trends en visie op de toekomst. Detailhandel Op het gebied van detailhandel is in 2012 de evaluatie detailhandelsbeleid afgerond. Na vaststelling door de raad zal actief uitvoering worden gegeven aan de afspraken die daaruit voorvloeien. Die afspraken houden in dat terughoudender wordt omgegaan met het toedelen van ruimte voor detailhandel en dat boven een bepaalde maatvoering daarover regionale toetsing en afstemming plaatsvindt. 148
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Duurzame bedrijventerreinen Om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken is duurzaam beleid bedrijventerreinen van belang. Daarom zal vanuit de stadsregio worden ingezet op stimulering duurzaam gebruik van bedrijventerreinen waarbij de stadsregio voornamelijk een faciliterende en stimulerende rol zal hebben op onder meer kennisdeling. Op langere termijn kan het stimuleren van het duurzaam bouwen van bedrijfspanden in beeld komen. Wonen In 2013 zijn de subregionale woningbouwprogrammas uit de Verstedelijkingsvisie geactualiseerd op basis van actuele prognosegegevens, uitkomsten van WoON2012 en de uitgangspunten van de Verstedelijkingsvisie. Strategische langetermijnvisie AN2040 De stadsregio werkt aan het opstellen van een regionale strategische visie voor de lange termijn om daarmee een koers aan te geven voor het stadsregionaal handelen en de investeringen in de toekomst. Doelstelling van de langetermijnvisie is om samen met kennisinstellingen, bedrijven en overheden de regio Arnhem Nijmegen integraal verder te kunnen ontwikkelen als een onderscheidende, krachtige, duurzame en concurrerende Europese regio, die voortbouwt op de aanwezige omgevings-kwaliteiten en kwaliteiten in de samenleving, rekening houdend met interne en externe ontwikkelingen in de toekomst. Bijdrage per gemeente Met ingang van 2012 is een nmalige, structurele korting van 2,5% op de inwonersbijdrage verwerkt. De inwonersbijdrage bedraagt met ingang van 2012 3,07 in plaats van 3,15.

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)


Regionalisering gemeentelijke brandweer Per 1 januari 2014 wordt de brandweerzorg ondergebracht bij Brandweer Gelderland-Midden. De afspraken, inhoudelijk en financieel, zijn vastgelegd in een Overdrachtsovereenkomst tussen de gemeente Lingewaard en de VGGM. Hiermee komt ook het brandweerdeel van de inwonerbijdrage te vervallen. Dit bedrag is verwerkt in de overdrachtsovereenkomst. Crisisbeheersingsorganisatie (regionaal crisisplan) In de VGGM wordt samengewerkt met betrekking tot de crisisbeheersingsorganisaties. Met de komst van de Wet Veiligheidsregios is het gemeentelijk rampenplan vervangen door het regionaal crisisplan Gelderland Midden. Deel 1 is in oktober 2011 vastgesteld; deel 2 in 2012. Per juni 2013 zijn de operationele draaiboeken gemplementeerd. In het regionaal crisisplan is in samenhang de regionale crisisorganisatie beschreven. De implementatie van de oranje kolom(gemeentelijke processen), als onderdeel van de crisisbeheersi ngsorganisatie, wordt in 2014 voltooid, met inbegrip van de operationele draaiboeken. De wet brengt gedeeltelijk ook een andere bevoegdheidsverdeling met zich mee. De uitwerking hiervan is geregeld in het Crisisplan. VGGM zal in 2014 de Geregionaliseerde incidentprocedure (=GRIP- structuur) in het crisisplan aanpassen, dit conform het advies van de Bestuurlijke Werkgroep Bovenregionale Samenwerking, waardoor meer helderheid wordt verkregen hoe om te gaan bij crisis die de regiogrenzen overschrijden en de rol van het rijk daarbij. Landelijk Crisis Management Systeem In 2014 gaat de VGGM werken met het Landelijk Crisismanagement systeem (LCMS 2.0). Nationaal wordt steeds gepleit voor unit de doctrine, VGGM volgt door deze aanpassingen de land sbrede afspraken.

Programmabegroting 2014

149

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gezondheid De VGGM is in de regio Gelderland-Midden aangewezen als de gemeentelijke gezondheidsdienst. De 16 regiogemeenten financieren de VGGM met de inwonersbijdrage. De VGGM-GGD voert hiermee onder andere het uniform deel van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg 4-19 jaar uit. Daarnaast is de inwonersbijdrage de financieringsbron voor een aantal andere taken op het gebied van het gezondheidsbeleid dat de VGGM uitvoert in opdracht van de gemeenten en ter uitvoering van de Wet publieke gezondheid. Voor 2014 wordt gefocust op de volgende belangrijke ontwikkelingen en beslispunten. De adviesfunctie van de GGD zal verder worden ingevuld. Er dient een doorontwikkeling plaats te vinden in de beleidsadvisering aan gemeenten die is gekoppeld aan de gezondheidsonderzoeken (de epidemiologische monitors). In het kader van een kwaliteitsverbetering zal worden gekeken naar het gebruik van meerdere gegevensbronnen (zoals landelijke databases en huisartsenregistraties) en naar resultaten van kwalitatief onderzoek. Inmiddels is een begin gemaakt met een regionale VolksgezondheidToekomstVerkenning die in 2014 wordt doorontwikkeld. Ook zal VGGM de gemeente moeten ondersteunen in het in beeld brengen van de kwetsbare groepen. Daarnaast gaat VGGM een overzicht ontwikkelen over de (bewezen effectieve) interventies die worden ingezet in de gemeenten (voor het aandachtspunt overgewicht is dit al gebeurd). Dit past in de overheidslijn waarin curatie en preventie op elkaar worden afgestemd. Daarmee ontstaat regionaal meer zicht op (evidence-based) interventies en aanbieders die kunnen bijdragen aan een betere leefstijl. Een verder aandachtspunt voor 2014 is de inbedding van de publieke gezondheid binnen de decentralisaties sociaal domein. Hierin speelt onder andere de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol in de vroegsignalering en inzet van hulpverlening. De gemeente krijgt met de decentralisatie van de diverse gezondheidstaken binnen het Sociaal Domein (zoals jeugdhulpverlening en extramurale zorg), te maken met nieuwe gezondheidsvraagstukken. De VGGM kan daarin als adviseur haar rol vervullen. In 2013/2014 zal de overleg/projectstructuur in de Regio Arnhem binnen het Sociaal Domein verder vorm krijgen, hierbij dient de relatie tussen deze nieuwe structuur en de VGGM qua inhoud/afstemming/overlegstructuur - duidelijk te worden neergezet.

Openbaar lichaam Bergerden (OLB)


De stagnerende verkoop van tuinbouwkavels en de daarmee gepaard gaande forse nadelige gevolgen voor de grondexploitatie - heeft geleid tot het uitvoeren van een onderzoek door het Landbouw Economisch Instituut naar het perspectief voor het glastuinbouwgebied. Uit dat onderzoek is gebleken dat er geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat de grondverkoop de komende jaren aantrekt. De verwachting is dat er slechts enkele hectares ten behoeve van nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven zullen worden verkocht. Op basis van dat onderzoek is met de sector en andere deskundigen en belanghebbenden in een werkatelier gesproken over alternatieve bestemmingen, naast glastuinbouw, en is door de het OLB opdracht gegeven voor het opstellen van een businessplan waarin een nieuw toekomstperspectief en bijbehorende strategie worden beschreven, inclusief een financile vertaling in een nieuwe grondexploitatie en een risicoanalyse. In dat kader wordt onder meer uitgegaan van ombestemming van 7 ha glastuingebied naar agrobusiness, waarbij de focus voor uitgifte van deze grond is gericht op de planperiode 2018 tot en met 2022. Dit biedt mogelijkheden om substantieel bij te dragen aan de gewenste opbrengsten. Besluitvorming over dit businessplan vindt plaats in 2013, de implementatie in de jaren 2014 en verder. Voor de risicos wordt verwezen naar de risico-inventarisatie in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

150

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening Midden-Gelderland 1990 (Presikhaaf Bedrijven)


Sociaal Akkoord en Participatiewet In april 2013 is door Kabinet, werkgevers en werknemers een Sociaal Akkoord gesloten. Een en ander heeft gevolgen voor de (in-) richting en uitvoering van de sociale zekerheid en de samenwerking op de (onderkant van de) arbeidsmarkt. Het Kabinet komt met een hoofdlijnennotitie waarin de gevolgen van het Sociaal Akkoord worden beschreven. Een ontwerp voor de nieuwe Participatiewet zal in november 2013 naar de Tweede Kamer worden gezonden en in januari 2014 naar de Eerste Kamer. De invoering van de nieuwe wet is gepland per 1 januari 2015. Over de inhoud van de nieuwe Participatiewet is nu onder meer het volgende bekend. De doelstelling van de nieuwe Participatiewet blijft hetzelfde: zo veel mogelijk mensen volwaardig mee laten doen in de samenleving, het liefst via een reguliere baan, maar als dat (nog) niet mogelijk is door op andere manieren te participeren. Er komen 35 regionale Werkbedrijven. Deze vormen straks de schakel tussen de werkgevers en mensen met een arbeidsbeperking die aan de slag worden geholpen. Het Werkbedrijf is niet een fusie van de bestaande werkbedrijven of SW-bedrijven. Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk in de Wsw in te stromen. Wie nu al in de Wsw werkt, houdt zijn wettelijke rechten en plichten. Ook blijft het voor gemeenten mogelijk begeleid werken voor deze mensen te organiseren. Er wordt beschut werk georganiseerd voor mensen die door een lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperking ondersteuning nodig hebben. Deze groep komt in dienst van het Werkbedrijf en daarmee bij de gemeente. Ook is het met extra aanpassingen en begeleiding mogelijk beschut werk bij een reguliere werkgever te organiseren. Het kabinet gaat er in de berekeningen van uit dat er 30.000 beschut-werkplekken beschikbaar moeten komen.

Herstructurering Presikhaaf Bedrijven Bij de herstructurering van Presikhaaf Bedrijven zijn twee zaken van belang: de transitie van de organisatie als gevolg van al eerder genomen besluiten, en de definitieve omvorming, gericht op de toekomst van de bedrijven. 1. Transitie Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Presikhaaf Bedrijven heeft op 26 juni 2013 een besluit genomen over de transitie van de organisatie. Het betreft uitdrukkelijk een (her-) inrichting van de organisatie en komt voort uit eerdere keuzes van de gemeenten in 2007 en 2008. Het voorgenomen besluit houdt in dat Presikhaaf Bedrijven zal worden opgesplitst in een entiteit voor beschut werken en een entiteit voor arbeidsmarkttoeleiding. De met de herstructurering samenhangende reorganisatie zal op 1 januari 2014 in gang worden gezet en beperkt zich tot wat nodig is om de continuteit van Presikhaaf te waarborgen. Met de herstructurering naar twee entiteiten is beoogd meer mensen buiten Presikhaaf te plaatsen, de financile tekorten te beperken en de eigen activiteiten af te bouwen waardoor de (financile) risicos bij de deeln emende gemeenten verkleind worden. 2. Toekomst Presikhaaf Bedrijven Het hiervoor vermelde transitie-besluit gaat uitdrukkelijk niet over de toekomst van Presikhaaf Bedrijven zoals verwoord in de bekende Stip op de Horizon. Door de herstructurering los te kopp elen van de Stip op de Horizon en te beperken tot de huidige Wsw hebben de deelnemende gemeenten nog voldoende ruimte om zelf strategische keuzes te maken. Er is immers nog veel onzekerheid over de wetgeving als gevolg van het Sociaal Akkoord. Vooralsnog denkt het Algemeen Bestuur op zn vroegst in het najaar van 2013 een defin itief besluit te kunnen nemen over de toekomst van Presikhaaf Bedrijven.

Programmabegroting 2014

151

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Door onze raad wordt grote waarde gehecht aan de uitkomsten van een aantal onderzoeken met betrekking tot de herstructurering en de toekomst van de Gemeenschappelijke Regeling Presikhaaf Bedrijven. Deze onderzoeken zullen uitdrukkelijk bij de finale keuze worden betrokken. Evaluatieonderzoek garantieomzet-regeling Onderzoek naar de transitiekosten Onderzoek naar de gewenste juridische structuur Heroverweging Gemeenschappelijke Regeling Voorstellen in het verleden om de huidige Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening MiddenGelderland 1990 en het Governance Statuut 2008 te heroverwegen en te actualiseren, is eerder aangehouden totdat er meer bekend zou zijn over de gevolgen van de invoering van de (later controversieel verklaarde) Wet werken naar vermogen en thans het Sociaal Akkoord en de nieuwe Participatiewet. Door de meeste van de aangesloten gemeenten wordt de huidige gemeenschappelijke regeling als gedateerd ervaren, waarbij gemeenten bestuurlijk op afstand staan maar tegelijkertijd wel financieel gebonden zijn aan Presikhaaf. Lingewaard stelt zich op het standpunt dat de huidige Gemeenschappelijke Regeling uiterlijk per 1 januari 2015 moet worden opgeheven of gewijzigd. Gemeentelijke bijdrage Het Algemeen Bestuur van Werkvoorziening Midden-Gelderland heeft einde 2010 besloten om de gemeentelijke GR-bijdrage af te bouwen tot nihil in de periode 2012-2014. Dat betekent dat met ingang van 2014 geen algemene bijdrage meer verschuldigd is aan de gemeenschappelijke regeling. Dat geldt echter niet voor de exploitatietekorten en de kosten van de noodzakelijke herstructurering van Presikhaaf Bedrijven. Omdat de algemene reserve van Presikhaaf inmiddels geheel is gereduceerd tot nul, komen al deze kosten ten laste van de deelnemende gemeenten. Naar zich laat aanzien, zullen ook de komende jaren nog rode cijfers worden geschreven; het aandeel van de gemeente Lingewaard daarin bedraagt een kleine 9%.

Euregio Rijn-Waal
Euregionale projecten en subsidies kunnen een rol spelen bij het behalen van gemeentelijke doelen. Hierbij gaat het vooral om het stimuleren van duurzame ontwikkeling en innovatieve bedrijvigheid, en kleinschalig toerisme en recreatie die in balans zijn met natuurwaarden, en om het handhaven van cultuurhistorische landschapselementen. Net als in 2013 is voor Lingewaard ook in 2014 het belangrijkste Euregionale item de uitvoering van het Europees project KlikER, Klimaatgemeenten in de Euregio Rijn-Waal. Dat is een Interregproject gericht op duurzame regionale ontwikkeling door grensoverschrijdende uitwisseling van ervaring en kennis op klimaatgebied. Hieraan nemen 11 Nederlandse en Duitse gemeenten deel.

Gemeenschappelijke regeling voor onderwijszaken (GRO)


Bij het opheffen in 1996 van de Regio Arnhem als bestuurlijke eenheid is een afzonderlijke gemeenschappelijke regeling voor de volwasseneneducatie in de regio Arnhem ingesteld, het GOV ofwel Gemeenschappelijk Orgaan voor Volwasseneneducatie. De wethouders Volwasseneneducatie vormen met elkaar het Algemeen Bestuur en er is een Dagelijks Bestuur bestaande uit vier wethouders: n wethouder uit elke subregio (voor Lingewaard/Overbetuwe is dat wethouder Telder van Lingewaard, hij is voorzitter) en de wethouder van Arnhem. Het voorbereidende werk wordt gedaan door een regionaal cordinator en een administratief medewerker, die beiden in dienst zijn van de gemeente Arnhem. Gemeenten betalen een bedrag voor deze ambtelijke ondersteuning (om BTW verplichtingen te vermijden is een Overeenkomst kosten voor gemene rekening aangegaan).

152

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Er is sprake van een lichte, publiekrechtelijke regeling, die geen rechtspersoonlijkheid kent en die toch het voordeel biedt van herkenbare intergemeentelijke samenwerking en standpuntbepaling. Voor het regionaal meld- en cordinatiepunt (RMC) voortijdig schoolverlaten is bestuurlijk op regionaal niveau afstemming vereist en daarvoor werd het GOV als platform gebruikt. Naast de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van volwasseneneducatie wordt de regeling nu ook gebruikt voor andere onderwijszaken die afstemming behoeven in de regio en waarvan de regionale afstemming verplicht is en/of aantoonbaar meerwaarde heeft, zoals aanpak voortijdig schoolverlaten, de mogelijke regionalisering leerplicht, passend onderwijs e.d. Mede hierdoor is besloten de regeling een meer algemene naam te geven. In 2007 vond de laatste aanpassing van de regeling plaats. De regeling heet sindsdien: Gemeenschappelijke regeling voor Onderwijszaken (GRO). Vanaf 2013 is het Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (VAVO) geen onderdeel meer van volwasseneneducatie, maar wordt het rechtstreeks door het Rijk bekostigd. De samenwerkende gemeenten hebben er in 2012 voor gekozen om op de bestaande wijze de overige educatie in te kopen bij ROC Rijn IJssel.

Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA)


Binnen de MRA fungeren 7 verschillende vakberaden waar kennisoverdracht en samenwerking tussen gemeenten plaatsvindt. Deze vakberaden zijn: bodem, handhaving, afval, geluid en lucht, klimaat en duurzaamheid, vergunningen, beheersgroep regionale verkeers- en milieukaart (RVMK). Daarnaast wordt binnen de MRA een beleidsmedewerker externe veiligheid ingehuurd voor specifieke advisering op het gebied van externe veiligheid. Belangrijke ontwikkelingen zijn: Afval: inzet van biomassa in de regio en het komen tot een gezamenlijke visie voor afvalbeheer. Klimaat en duurzaamheid: uitvoering van de regionale uitvoeringsagenda voor klimaat en energie De Groene Kracht. Hierin zijn projecten geformuleerd op het vlak van energietransitie, duurzame energie, energieneutraal bouwen, energie- en milieutechnologie en duurzame mobiliteit.

Bestuurlijk is het voornemen uitgesproken om de activiteiten van de huidige gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA) op termijn in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Arnhem (zie hierna) te gaan integreren. De MRA-activiteiten hebben veel raakvlakken met de activiteiten van de Omgevingsdienst regio Arnhem en het is daarom efficinter te komen tot integratie.

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)


Op basis van door Rijk, VNG en IPO gemaakte afspraken is in Gelderland gewerkt aan de verplichte totstandkoming van zeven regionale uitvoeringsdiensten (RUDs). Afgesproken is dat de uitvoeringsdiensten de vorm zullen hebben van een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Een van de belangrijkste redenen om over te gaan tot het oprichten van omgevingsdiensten is om de kwaliteit van vergunningverlening en handhaving te verbeteren. Lingewaard participeert in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Aan de gemeenschappelijke regeling ligt een bedrijfsplan ten grondslag. De deelnemende 11 gemeenten en de provincie Gelderland hebben ieder voor zich een keuze gemaakt om ofwel het verplichte basistakenpakket in te brengen (bestaande uit meer complexe taken milieuvergunningverlening en milieutoezicht) of het takenpakket Wet milieubeheer dan wel het takenpakket ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Lingewaard heeft besloten tot inbreng van het Wabo-takenpakket teneinde de taakuitvoering efficinter, met een grotere continuteitswaarborg n met een toereikend kwaliteitsniveau uit te voeren. Overigens zullen bepaalde specifieke/complexe milieutaken door andere Gelderse Omgevingsdiensten uitgevoerd gaan worden. Er is gekozen voor bundeling van dergelijke complexe taken bij n Gelderse Omgevingsdienst om te kunnen voldoen aan landelijk bepaalde kwaliteitscriteria voor de taakuitvoering. Dit wordt het Gelderse Stelsel genoemd. De omgevingsdiensten werken nauw samen. De complexe handhaving voor regios die hiervoor niet robuust zijn, inclusief de werkProgrammabegroting 2014

153

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

zaamheden van bureau milieumetingen, taken met betrekking tot vuurwerk en het toezicht op de bodemsaneringen, wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Verder voert de omgevingsdienst zelf geen beleidstaken uit. De individuele partners van de Omgevingsdienst blijven verantwoordelijk voor het eigen ambitieniveau. Er worden geen bevoegdheden overgedragen; de besluiten worden namens de gemeente genomen en uitgevoerd. De rechtsvorm van de Omgevingsdienst regio Arnhem is een gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling is voor onbepaalde tijd aangegaan. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemers na minimaal vijf jaar kunnen uittreden; ook is het mogelijk om de regeling te wijzen. Wethouder van Eeten is aangewezen als lid van zowel het Algemeen Bestuur als het Dagelijks Bestuur. Het bestuur heeft een inlichtingenplicht ten opzichte van de deelnemende gemeenten. Het voornemen bestaat om de activiteiten van de huidige gemeenschappelij ke regeling Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA) op termijn ook in de Omgevingsdienst te gaan integreren. De Omgevingsdienst is per 1 april 2013 van start gegaan. Vanaf 1 april 2013 zijn 28 medewerkers van Lingewaard in dienst getreden van de omgevingsdienst. Aan het hoofd van deze uitvoeringsorganisatie staat een directeur. Daarnaast ligt er aan de uitvoering van de ingebrachte taken een dienstverleningsovereenkomst ten grondslag over de wijze waarop de taken door de omgevingsdienst worden uitgevoerd.

154

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Overzicht verbonden Partijen met de jaarlijkse bijdrage


Onderstaand treft u aan een overzicht van de belangrijkste verbonden partijen. Zoals eerder is vermeld, wordt in de paragraaf weerstandvermogen ingegaan op specifieke risicos van e nkele zwaardere verbonden partijen.
Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Arnhem Nijmegen tiek, alsmede de bevordering van een evenwichtige ontwikkeling van het gebied. De Stadsregio richt zich met name op verkeer en vervoer, economische ontwikkeling, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en milieu. Doel van de samenwerking is het behouden en versterken van de kwaliteiten van het gebied van de Stadsregio om daarmee bewoners en bedrijven te binden aan de regio. Bijdrage in 2014: 140.662 ( 3,07 per inwoner, conform begroting 2014 van Stadsregio Arnhem Nijmegen). Bijdrage Collectief Vraagafhankelijk Vervoer/Stadsregiotaxi in 2013: 64.340 Plaatsvervangers: L.G. Duiven, S.J.H.G. Wannet Beleidsvoornemen/ontwikkeling Procesverantwoordelijke afdeling Een adequate aanpak van de grootstedelijke problema- BPO-RB Gemeentelijk vertegenwoordiger C.J. Telder B. van Eeten

Programmabegroting 2014

155

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

Beleidsvoornemen/ontwikkeling De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van openbare veiligheid, hulpverlening en volksgezondheid, voor zover deze belangen door aard en schaal in belangrijke mate het gebied bestrijken, zulks met inachtneming van hetgeen in de regeling nader is bepaald met betrekking tot de bevoegdheden. De VGGM is belast met de instelling en de instandhouding van de volgende uitvoeringstaken: De Regionale Brandweer Gelderland Midden De Regionale Ambulance Voorziening en Centrale Post Ambulancevervoer Gelderland Midden De Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Gelderland Midden De Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gelderland Midden.

Procesverantwoordelijke afdeling VTH-OOV/BW (veiligheid) BPO-SB (gezondheid)

Gemeentelijk vertegenwoordiger M.H.F. SchuurmansWijdeven B. van Eeten Plaatsvervanger: C.J. Telder

In de begroting van de VGGM voor het jaar 2014 is een bijdrage van 11,59 per inwoner opgenomen voor het volksgezondheidsdeel. Op 19 december 2012 heeft het Algemeen Bestuur van de VGGM de uitgangspunten voor de begroting van de brandweer vastgesteld en daarbij is gekozen voor financiering via 'de ingebrachte budgetten' waardoor er geen administratieve herverdeeleffecten tussen gemeenten optreden. De bijdrage per inwoner is hiermee komen te vervallen.
WerkvoorzieMidden Werkvoorziening Gelderland Midden biedt mensen met Midden Gelderland handelt onder de naam Presikhaaf Bedrijven. Volgens de organisatiestructuur zijn er de volgende bedrijven: industrile producten, industrile diensten, groen, detachering, arbeidsintegratie, tuincentra. Bijdrage in 2014: 0 DV-S&W B. van Eeten Plaatsvervanger: C.J. Telder

ning Gelderland een functiebeperking aangepast werk. Werkvoorziening

156

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gemeenschappelijke regeling Euregio RijnWaal

Beleidsvoornemen/ontwikkeling Bevordering van de regionale grensoverschrijdende samenwerking van de deelnemers, te ondersteunen en te cordineren op de volgende gebieden: sociaaleconomische ontwikkeling, onderwijs en scholing, verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening, cultuur en sport, toerisme en recreatie, milieubescherming en afvalverwerking, natuurbehoud en landschapsverzorging, sociale zaken, gezondheidszorg, rampenbestrijding, communicatie en veiligheidsbeleid. Bijdrage in 2014: 11.500

Procesverantwoordelijke afdeling BPO-SB

Gemeentelijk vertegenwoordiger N.T.P. Hubers A.H. Nijboer M.H.F. SchuurmansWijdeven Plaatsvervangers: P.M. Cuypers F.H. den Houting L.J.F. Dolmans

Onderwijszaken De behartiging van de gemeenschappelijke belangen in de regio Arnhem van de deelnemende gemeenten op het gebied van onderwijs en volwasseneneducatie. Vaststelling van de hoofdlijnen van het beleid voor onderwijs en volwasseneneducatie, alsmede vormgeving van kwaliteitszorg en structuur in het onderwijs en de volwasseneneducatie en de zorg dat alle ontwikkelingen voldoende zijn afgestemd op het lokaal onderwijsbeleid. Bijdrage in 2014: 3.100 Milieusamenwerking Regio Arnhem (MRA) Behartiging van de gemeenschappelijke, zowel in de

BPO-SB

C.J. Telder Plaatsvervanger: B. van Eeten

BPO-SB (duurzaam-

B. van Eeten Plaatsvervanger: C.J. Telder

rechtstreekse samenwerking als bij of krachtens de wet heid) toevertrouwde, belangen van de deelnemende gemeen- DV-O&I (overig) ten betreffende de bescherming van het milieu, waaronder in het bijzonder is begrepen de uitvoering van het door het gemeenschappelijk orgaan vastgesteld regionaal uitvoeringsprogramma en het producthouderschap uitvoeringsregeling sanering verkeerslawaai. Bijdrage in 2014: inwonersbijdrage algemeen 9.800 inwonersbijdrage Regionale verkeers- en milieukaart 10.700

Programmabegroting 2014

157

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Arnhem

Beleidsvoornemen/ontwikkeling

Procesverantwoordelijke afdeling

Gemeentelijk vertegenwoordiger B. van Eeten Plaatsvervanger C.J. Telder

De Omgevingsdienst Regio Arnhem (gemeenschappe- BPO-RB lijke regeling) is een uitvoeringsorganisatie die het omgevingsrecht (Wabo) uitvoert (vergunningverlening, advisering, toezicht & handhaving v.r.o.m.-taken). Doel is een efficinte en kwalitatief verantwoorde taakuitvoering conform de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria. Voor de uitvoering van werkzaamheden met de ODRA is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. In het najaar van 2012 heeft besluitvorming over participatie plaatsgevonden. De begroting dient conform de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Arnhem vr 1 juli in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient vastgesteld te worden door het Algemeen Bestuur. Bijdrage in 2014: 2.304.200 (op basis van Begroting 2013 waarin jaarschijf 2014 ook is opgenomen). Dit bedrag is opgebouwd uit incidentele kosten en exploitatiekosten. (vergunning(handhaving) takenpakket op grond van de Wet algemene bepalingen verlening)/VTH

Openbaar Lichaam Bergerden (OLB)

Bevordering van de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid in de glastuinbouw en daarmee verband houdende bedrijvigheid door het ontwikkelen en exploiteren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieel oogpunt aanvaardbaar intergemeentelijk glastuinbouwgebied. Bij de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied wordt in de basis uitgegaan van een sluitende grondexploitatie.

BPO-PR

J.A.W. Joosten M.H.F. SchuurmansWijdeven B. van Eeten (wnd) M.J.A. van AaltenJanssen Plaatsvervangers: C.J. Telder J.G.A. Gerichhausen J.J. Huizinga S.J.H.G. Wannet

158

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Park Lingezegen

Beleidsvoornemen/ontwikkeling Als uitvloeisel van een in 2008 gesloten bestuursovereenkomst met het oog op intergemeentelijke samenwerking voor de realisatie van Park Lingezegen is in december 2010 een gemeenschappelijke regeling getroffen met een Openbaar Lichaam als onderliggende structuur. Doel van die gemeenschappelijke regeling is het duurzaam regelen van het beheer van het parkgebied en het structureel betrokken houden van de steden Arnhem en Nijmegen bij het beheer (op grondgebied van Lingewaard en Overbetuwe). De gemeente Lingewaard is een jaarlijkse bijdrage van 240.000 aan de gemeenschappelijke regeling verschuldigd. In 2014 wordt dit 235.000 en in 2015 230.000 .

Procesverantwoordelijke afdeling BPO-RB

Gemeentelijk vertegenwoordiger B. van Eeten

Uiterwaarde (voorheen Recreatieschap Overbetuwe)

Het recreatieschap heeft tot taak de gemeenschappelij- BPO-SB ke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van de openluchtrecreatie en het toerisme in het gebied. Er wordt geen bijdrage verstrekt aan het recreatieschap. De (voormalige) inwonersbijdrage is in 2001 afgekocht.

H.J.J. Arends M.H.F. SchuurmansWijdeven

Plaatsvervangers: A.H. Nijboer L.J.F. Dolmans

Stichtingen en Verenigingen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (en Vereniging van Nederlandse Gemeenten, afdeling Gelderland) NB. Voorheen werd de Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen (SBBL) ook onder de rubriek Stichtingen en Verenigingen genoemd. Deze stichting is een publiek-private samenwerkingsvorm die in het leven is geroepen om de bedrijventerreinen veiliger te maken. De gemeente Lingewaard onderhoudt geen financile relatie met deze stichting en is uitsluitend ambtelijk in de bestuursvergaderingen van de stichting vertegenwoordigd.

Deelnemingen
Vitens NV Bank Nederlandse Gemeenten Nazorg Bodem Holding BV Windmolenpark Looveer BV

Overige samenwerking
Programmabureau Rivierengebied

Programmabegroting 2014

159

Paragraaf 5.6 Verbonden partijen

160

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Paragraaf 5.7 Grondbeleid


Visie op grondbeleid in relatie tot de doelstellingen, zoals die zijn opgenomen in de begroting
Op 31 oktober 2013 heeft de gemeenteraad de Nota Grondbeleid 2013 gemeente Lingewaard vastgesteld. Hiermee heeft de gemeenteraad de kaders gesteld voor de uitvoering van het grondbeleid. In deze nota is het grondbeleid als volgt gedefinieerd: Grondbeleid is een doelgerichte overheidsinterventie in de grondmarkt . Door in de grondmarkt te intervenieren kan de overheid in de meeste gevallen is dat de gemeente het bereiken van haar eigen doelstellingen veilig stellen. Uit deze definitie blijkt het karakter van grondbeleid als instrumenteel beleid dat faciliterend van aard is. Het faciliteert in feite het behalen van doelen uit andere beleidsvelden en dit op een zo efficint mogelijke manier. Deze doelen zijn uitgewerkt in de in deze begroting opgenomen doelenbomen voor de verschillende programmas. Het betreft voornamelijk: Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit; Programma 4 Bedrijvigheid Programma 5 Centrum, stad en dorp Programma 6 Landschap Programma 7 Wonen Programma 8 Klimaat & Duurzaamheid

Wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert


Algemene voorkeursroute Om doelstellingen, zoals weergegeven in de in deze begroting opgenomen doelenbomen, op een adequate wijze te verwezenlijken heeft de gemeente Lingewaard in de Nota Grondbeleid, in algemene zin, de voorkeur voor het voeren van een faciliterend grondbeleid. Indien dit in de gegeven omstandigheden wenselijk is zal de gemeente een regisserende rol aannemen en indien dat noodzakelijk is zal gekozen worden voor een actieve vorm van grondbeleid. Deze voorkeursroute sluit aan op het beeld van de gemeente Lingewaard over de rol van de overheid bij gebiedsontwikkeling. Die hoeft niet te zijn dat de gemeente vooraf en risicodragend zelfstandig plannen ontwikkelt waarna zij deze ook uitvoert. De gemeente stelt kaders en nodigt marktpartijen uit om goede voorstellen in te dienen die passen binnen deze kaders. Komen marktpartijen als vanzelf met die goede voorstellen dan is een uitnodiging niet nodig en is een faciliterende rol afdoende. Hiermee wordt duidelijk dat de gemeente Lingewaard de rol van de gemeente niet als die van ondernemer ziet.

Programmabegroting 2014

161

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

De wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert wordt hieronder per programma in hoofdlijnen weergegeven. Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit Aanleggen wegen en fietspaden In 2014 wordt de aanleg van het RijnWaalpad afgerond en wordt de kruising Van Elkweg- Papenstraat gereconstrueerd met toepassing van een busstrook langs de Papenstraat. Voor de aanleg van het RijnWaalpad is in 2012 het onteigeningsinstrument ingezet. De verwachting is dat begin 2014 door de Kroon het vonnis wordt uitgesproken. Programma 4 Bedrijvigheid (bedrijventerreinen) Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden (aanbod en diversiteit bedrijfskavels) In het economisch beleidsplan was een toename van de bedrijventerreinen met tenminste 32 ha opgenomen. Deze doelstelling is inmiddels bereikt. Door de economische crisis zijn de grondverkopen van de bedrijventerreinen al enkele jaren beperkt. Er zijn tegenvallende grondverkopen bij Bergerden en de bedrijventerreinen Pannenhuis II, Houtakker II en Agropark II, waardoor de rentelasten oplopen. In 2013 is onderzoek gedaan naar het toekomstperspectief van deze werklocaties en worden strategische keuzes gemaakt. Behoud en waar mogelijk uitbreiding van werkgelegenheid en behoud van bedrijven vormen daarbij belangrijke doelstellingen. Om de verkoop van bedrijfskavels te bevorderen, zetten we in op verbetering van acquisitie, marketing en interne organisatie. Waar in 2007-2008 nog sprake was aan een tekort aan bedrijventerreinen, is dus inmiddels een overaanbod ontstaan. De nadruk is dan ook steeds meer komen te liggen op revitalisering en het voorkomen van oplopende leegstand. Wij doen dit onder meer door middel van regionale samenwerking (bijvoorbeeld met de gemeente Overbetuwe) ten behoeve van revitalisering/herstructurering en verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen en andere werklocaties. Om overaanbod en renteverliezen te voorkomen, zal de ontwikkeling van deze werklocaties worden afgestemd op marktontwikkelingen en gefaseerd plaatsvinden. In 2014 zal een onderzoek worden gedaan naar de leegstand op bedrijventerreinen en een plan van aanpak worden opgesteld. Programma 5 Centrum, stad en dorp Faciliteren basiswinkelvoorzieningen De aantrekkingskracht van winkelcentra wordt erg bepaald door trekkers als supermarkten op strategische locaties. Daarnaast zijn een goede bereikbaarheid en voldoende en goede parkeervoorzieningen essentile voorwaarden om de basiswinkelvoorzieningen te faciliteren. Daartoe is in 2013 een voorstel gedaan voor het instellen van een parkeerfonds. Ondernemers kunnen planologisch gefaciliteerd worden. Bij (ver)bouwplannen hanteert de gemeente de uitgangsregel, dat door de initiatiefnemers wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In de anterieure overeenkomsten worden bepalingen opgenomen ten aanzien van de instandhoudingsverplichting van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein. Aantrekkelijk maken centrumgebieden In Bemmel is ten behoeve van het aantrekkelijker maken van het centrum gekozen voor het realiseren van een winkelcircuit, met winkels aan beide zijden van de straten en het uitbreiden van winkelvoorzieningen in zowel de food als non food. In aansluiting op deze uitbreiding is het bestaande overdekte winkelcentrum gerevitaliseerd. Om de aantrekkelijkheid verder te vergroten, is gekozen voor het aanleggen van een nieuwe ontsluitingsweg, het realiseren van ondergrondse parkeervoorzieningen en het maken van een autovrijplein, 162
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

met ruimte voor horecavoorzieningen en een complete herinrichting van het openbare gebied. Dit centrumplan bevindt zich thans in de laatste fase (herontwikkeling deelgebied Loostraat en de herinrichting van de Loostraat). Voor wat betreft de herontwikkeling van de Loostraat zal de gemeente een faciliterende rol aannemen. De herinrichting van de Loostraat zal de gemeente actief oppakken. In Huissen is gekozen voor het versterken van het bestaande winkellint. Door een ruil van huidige trekkers in de food en non food kan voorzien worden in de vestiging van een eigentijdse fullservice supermarkt in het centrum van Huissen. De trekkers worden op de kop van het winkelcentrum gesitueerd, met hierop aansluitend de parkeervoorzieningen. Hiermee wordt bevorderd dat er een loop ontstaat tussen deze trekkers, waardoor de detailhandelsfunctie van het tussenliggende gebied wordt versterkt. Niet detailhandelsfuncties kunnen hierdoor in de loop van de tijd verdwijnen. Voor bovengenoemde ontwikkelingen zijn met marktpartijen reeds overeenkomsten gesloten, waarin opgenomen is dat de gemeente bij deze ontwikkelingen een faciliterende rol aanneemt. In Gendt wordt eveneens naar een compacter centrum gestreefd. Daar waar marktpartijen met initiatieven komen, zal de gemeente proberen om hieraan medewerking te verlenen. De gemeente zal hierbij voor wat het grondbeleid betreft een faciliterende rol aannemen. Programma 6 Landschap Herstructurering glastuinbouwgebied Huissen-Angeren Met de herstructurering van de glastuinbouw in het gebied Huissen- Angeren willen wij de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Daarbij richten wij ons op het versterken van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de tuinbouw, met name door het stimuleren van innovatie en verduurzaming van de glastuinbouw, en op het vergroenen van het landschap. Park Lingezegen Wij willen ervoor zorgen dat Park Lingezegen als landschapspark bijdraagt aan de versterking van het landschappelijke karakter. Daarvoor zetten wij in op de natuurontwikkeling, waterberging en behoud van een oppervlak aan agrarische productiegrond. Indien noodzakelijk zullen wij, indien minnelijke verwerving niet tot resultaat leidt, het onteigeningsinstrument inzetten om de gestelde doelen voor het Park Lingezegen te verwezenlijken. Bij particuliere initiatieven, waar sprake is van een bouwplan in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening, zal het kostenverhaal middels een anterieure overeenkomst via een anterieure overeenkomst geregeld worden. Tevens zullen de locatie-eisen in deze anterieure overeenkomst worden vastgelegd. Indien noodzakelijk zal het exploitatieplan ingezet worden. Herinrichting uiterwaarden Voor de veilige afvoer van hoogwaterpieken in de toekomst is rivierverruiming noodzakelijk. Dit kan op verschillende manieren en de gemeente werkt hieraan mee op voorwaarde dat rivierverruiming gentegreerd is in projecten die ook verbetering van kwaliteit opleveren voor de natuur en de recreatie. Wij hanteren het uitgangspunt dat riviergebonden bedrijvigheid en agrarisch grondgebruik daar niet vanzelfsprekend voor hoeft te wijken. De fase waarin de voorbereiding en uitvoering van deze projecten zich bevinden, verschilt per uiterwaard. Voor de uiterwaard bij Huissen en Angeren is het doel dat de uitvoering medio 2014 kan starten. Voor de Bemmelse Waard wordt de planologische procedure eind 2013 gestart en zal 2014 in het teken staan van de behandeling van inspraak en zienswijzen, resulterend in de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Parallel worden de benodigde vergunningen in procedure gebracht. Voor deze ontwikkeling zal een uitvoeringsovereenkomst worden opgesteld, waarin enerzijds het kostenverhaal wordt geregeld en anderzijds het sort en de kwaliteit van de aan te leggen voorzieningen zal worden vastgelegd.

Programmabegroting 2014

163

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Verweving realiseren tussen landbouw, landschap en natuur Lingewaard is van oudsher een agrarische gemeente en de agrarirs zijn van oudsher belangrijke vormgevers en beheerders van de landschap. Door de verstedelijking binnen de regio zien de agrarirs zich genoodzaakt om andere manieren te vinden voor hun bedrijfsvoering. Wij willen agrarirs mogelijkheden bieden om een rol te blijven spelen door hen te faciliteren bij het omgaan met de veranderende omgeving. Een voorbeeld hiervan is het planologisch mogelijk maken van functieverandering en verbreding van de bedrijfsvoering, onder meer door de regels in nieuwe bestemmingsplannen flexibeler te maken en beter af te stemmen op de (landschaps-)kwaliteiten die echt bescherming nodig hebben. Daarnaast kunnen agrarirs ook op het gebied van natuur- en landschapsontwikkeling meer betrokken worden. Bij de actualisatie van het uitvoeringsprogramma landschap is met LTO gesproken over concrete uitvoeringsmogelijkheden hiervoor Bij functieverandering zal de gemeente een faciliterende rol aannemen. Kostenverhaal zal plaats vinden middels een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst wordt ook de verplichting tot de landschappelijke inpassing van de toekomstige bebouwing vastgelegd. Indien noodzakelijk zal het exploitatieplan ingezet worden. Bevorderen beleving van ons landschap Op 30 mei 2013 is de Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen Gemeente Lingewaard 2013 vastgesteld. Bij locatieontwikkelingen, waarbij het kostenverhaal via een anterieure overeenkomst plaatsvind, zullen wij aan de initiatiefnemers een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen vragen ter gedeeltelijke dekking van de kosten voor de ruimtelijke ontwikkelingen, zoals die in dit programmaonderdeel worden genoemd. Programma 7 Wonen Aanleg groen en speelruimtes De gemeente legt zelf geen openbaar groen of speelruimte meer aan, omdat hiervoor geen budgetten meer beschikbaar zijn. De rol van de gemeente is beperkt tot beheer van bestaande voorzieningen. In wijken waar nog nieuwbouw plaatsvindt (Loovelden en Bloemstraat in Huissen), maakt de aanleg van groen en speelruimte onderdeel uit van de afspraken die in de met de ontwikkelaars gesloten exploitatieovereenkomsten zijn opgenomen. Bij nieuwe ontwikkelingen zal de gemeente ook afspraken over de aanleg van groenvoorzieningen opnemen in de te sluiten anterieure overeenkomsten. Aanwijzen woningbouwlocaties In het verleden zijn al besluiten genomen over nieuwe woningbouwlocaties. Op dit moment is de inspanning van de gemeente erop gericht om partijen te bewegen tot het maken van concrete plannen en projecten voor deze locaties, afgestemd op de kwantitatieve en kwalitatieve planning en behoefte. Concrete planvorming is afhankelijk van de inschattingen van marktpartijen over de rendabiliteit en van hun mogelijkheden in deze economisch ongunstige periode. Voordat een planologische procedure voor een concreet plan start zal er een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarin het kostenverhaal is verzekerd en de locatie-eisen zijn vastgelegd. Indien noodzakelijk zal het exploitatieplan ingezet worden. Bevorderen en herstructureren woningbouw De komende jaren neemt het levensloopbestendig maken van woningen en het herstructureren van woonwijken toe. De corporaties zijn hier al mee begonnen. De gemeente is in 2014 betrokken bij herstructuring in Huissen (Van Gelrestraat/Kleefstraat) en in Gendt (Burchtgraafstraat). Voor de koopwoningensector zijn vooralsnog nog geen acties gepland. Voordat een planologische procedure voor een concreet herstructureringsplan start zal er een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarin het kostenverhaal is verzekerd en de locatie-eisen zijn vastgelegd. Indien noodzakelijk zal het exploitatieplan ingezet worden. 164
Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Afspraken maken met woningcorporaties De gemeente betrekt de woningcorporaties bij visieontwikkeling en uitvoering. Om ambities te verwezenlijken hebben beide partijen elkaar nodig. De prestatieafspraken vormen hiervoor de basis. In het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) staan de prestatievelden waarover afspraken gemaakt worden. Jaarlijks worden de afspraken gemonitord, gevalueerd en indien nodig geactualiseerd. In Lingewaard is sprake van een goede samenwerking tussen de gemeente en de corporaties, gebaseerd op vertrouwen, een goede communicatie, wederzijdse informatievoorziening en een constructief periodiek bestuurlijk en ambtelijk overleg. Stimuleren duurzaam bouwen en levensloopbestendig bouwen In 2013 heeft de gemeente het Groene Akkoord ondertekend. Met dit akkoord wordt in stadsregio verband afgesproken om met alle betrokken partijen op dezelfde wijze met duurzaam bouwen te gaan werken. Een aspect hiervan betreft duurzaam bouwen. In 2014 zal de gemeente hier verder inhoud aangeven door bij woningbouw de duurzaam bouwen principes toe te passen conform het regionale convenant. Bij locatieontwikkelingen zullen wij bezien welke duurzaamheidsaspecten kunnen worden meegenomen bij de planontwikkeling. Zo nodig zullen deze afspraken in de anterieure overeenkomst worden opgenomen. 8 Klimaat en Duurzaamheid Bevorderen duurzame energieproductie In 2013 heeft de gemeente de mogelijkheden onderzocht om duurzame energieproductie te bevorderen en om lokale energie coperaties op te richten en te ondersteunen. Daartoe is de mogelijkheid onderzocht om ongebruikte bedrijventerreinen in te zetten voor duurzame energieproductie. Windenergie, een biovergistingsinstallatie, een lokaal zonnepark en het verdere bevorderen van een lokale energie coperatie zijn haalbaar en zullen in 2014 nader uitgewerkt worden. Dit moet leiden tot een voorstel voor een zonnepark, een businessplan voor windenergie en nader onderzoek naar een stadswarmtenet. Ook zal een nieuwsbrief over duurzame ondernemersinitiatieven verschijnen.

Programmabegroting 2014

165

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale bouwgrondexploitaties


Complexen Einde looptijd Winstverwachting/ verliesverwachting

Bedrijventerreinen G.040 Agropark, Huissen G.043 Pannenhuis II, Huissen G.045 Houtakker II, Bemmel Woningbouw G.015 Mariaplein, Haalderen G.032 Markt 20-24, Gendt G.033 Bloemstraat, Huissen G.041 Bloemstraat 1 (voormalig kruisgebouw), Huissen *) G.042 Fitness-Centre/Rietbaan-Zuid, Huissen G.044 Sancta Maria, Huissen *) G.047 De Halden II, Haalderen G.051 Loovelden, Huissen G.060 Hegsestraat 11, Gendt *) G.062 Kersentuin, Angeren G.063 Dorpsstraat/Oostervelden, Bemmel *) G.066 De Wijngaardenier, Huissen G.071 Prins Bernhardstraat, Angeren G.078 Vleumingen (11 woningen), Gendt G.079 Zandsehof, Huissen G.084 Ceres, Bemmel Centrumplan Bemmel G.011 Loostraat / centrumplan Bemmel Ontwikkelingsvisie Angeren G.028 Maliebaan Roode Wald, Angeren Functieverandering G.076 Munnikhofsestraat 9, Gendt G.081 Zandvoort 21, Gendt Glastuinbouw G.055 Glastuinbouwgebied Bergerden G.073 Herstructurering glastuinbouw Huissen - Angeren
*) **)

31-12-2022 31-12-2022 31-12-2024

- 1.737.398 (W) - 1.421.264 (W) 3.430.000 (V)

31-12-2016 31-12-2016 31-12-2014 31-12-2015 31-12-2015 31-12-2020 31-12-2015 31-12-2015 31-12-2014 31-12-2015 31-12-2015 31-12-2016

- - - - - - - -

16.652 (W) 437.422 (W) 220.105 (V) 22.750 (V) 409.063 (W) 95.137 (W) 2.330(W) 8.855 (W) 37.423 (W) 30.802 (V) 18.907 (W) 1.919 (V)

31-12-2016

416.931 (V)

31-12-2014

270.075(V)

31-12-2014 31-12-2014

- -

7.856 (W) 1.430 (W)

31-12-2018 31-12-2016

**) - 20.875 (W)

Voor dit plan is was ten tijde van het opstellen van deze paragraaf nog geen grondexploitatie beschikbaar Resultaat op Netto Contante Waarde (NCW). Van dit geprognosticeerde negatieve exploitatieresultaat zal op basis van de samenwerkingsovereenkomst GR Bergerden STOL per saldo 2.726.314 ten laste van de gemeente Lingewaard komen.

166

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Winstverwachting, verliesverwachting en geraamde winstneming 2014


In 2014 zullen de volgende in exploitatie zijnde complexen worden afgesloten:
Complexnummer Complexnaam G.071 G.033 G.028 G.076 G.081 Prins Bernhardstraat, Angeren Bloemstraat, Huissen Maliebaan-Rhoode Wald, Angeren Munnikhofsestraat 9, Gendt Zandvoort 21, Gendt Totaal verlies/winst Af: Gedekt door Verliesvoorziening Totaal resultaat Verliesverwachting Winstverwachting - 37.423 220.105 270.075 - 7.856 - 1.430 - 46.709 Tussentijdse winstneming Resultaat 2013

490.180 483.100

- 39.629

De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risicos van de grondzaken
Algemene reserve grondexploitatie Het grondbeleid heeft een grote financile impact. De eventuele baten, maar vooral de financile risicos zijn van belang voor de algemene financile positie van de gemeente. Voor het grondbeleid is een algemene reserve grondexploitatie aanwezig. Deze algemene reserve dient ter dekking van onvoorzienbare risicos en als voorziening voor risicos op aangekochte (strategische) gro nden die nog niet in exploitatie zijn genomen. De algemene reserve grondexploitatie wordt gevoed uit de (positieve) eindresultaten van alle afgesloten (grond)exploitaties plus alle tussentijdse winstnemingen. Als uit de kostprijsberekening blijkt, dat bij een complex een verlies wordt verwacht, wordt hiervoor een voorziening getroffen (artikel 44 BBV), die ten laste van de algemene reserve grondexploitatie wordt gebracht. Indien de algemene reserve grondexploitatie volledig is ingezet voor de afdekking van de (verwachte) verliezen van grondexploitaties, dan komen de tekorten ten laste van de algemene dienst. Indien de algemene reserve grondexploitaties hoger is, dan voor de verevening van de te verwachten tekorten/dekking van de risicos noodzakelijk is, dan kan de gemeenteraad bij de begroting/jaarrekening tot afroming besluiten. De algemene reserve grondexploitatie bedroeg (na aftrek van de t.l.v. de algemene reserve grondexploitaties getroffen verliesvoorzieningen en na aftrek van de voorzieningen van verliezen, welke in het verleden de grondexploitaties zijn ingebracht) per 1-1-2013 0. Rekening houdend met de winst- en verliesverwachting en het feit dat er een verliesvoorziening ten laste van de Algemene Reserve wordt getroffen van 1.050.826 blijft het saldo van de Algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2014 0. Saldo 1-1-2013 Bij: Verwacht resultaat grondexploitaties 2013 Bij: Verwacht resultaat grondexploitaties 2014 Af: Bijstelling verliesvoorziening Bij: Verliesvoorziening ten laste van de Algemene Reserve Saldo: 31-12-2014
1) Af te sluiten projecten in 2013: Nije Hof Angeren, Olyhorststraat 13 Gendt, Olyhorststraat 37 Gendt , Groenestraat 3 Bemmel en Van Voorststraat 1 Huissen Programmabegroting 2014

0 17.745 39.629 1.108.200 1.058.826 0

1)

167

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Voorzieningen verliesgevende projecten Wanneer voor een complex op basis van de jaarlijkse geactualiseerde exploitatieopzet een verlies op eindwaarde (EW) optreedt, dan wordt voor dit verlies een voorziening getroffen.
Complexnummer G.011 G.028 G.033 G.042 G.045 G.063 G.078 G.081 G.084 Complexnaam Getroffen verlies- Bijstelling op basis Verliesvoorziening na voorziening per van huidige progno- bijstelling op basis 31-12-2012 se van huidige prognose Loostraat / Centrumplan Bemmel 420.600 -/- 3.600 417.000 Maliebaan Roode Wald, Angeren 262.900 7.200 270.100 Bloemstraat, Huissen 220.200 220.200 Fitness-Centre, Huissen 19.200 3.600 22.800 Houtakker II, Bemmel 2.735.000 695.000 3.430.000 Dorpstraat/Oostervelden, Bemmel 399.200 399.200 Vleumingen 27.600 3.300 30.900 Zandvoort 21, Gendt 0 1.500 1.500 Ceres, Bemmel 0 2.000 2.000 Voorzieningen voor verliezen die inge 674.609 674.609 bracht zijn in de Grondexploitaties 4.360.109 1.108.200 5.468.309

Totaal

Op basis van de huidige prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitaties zullen de verliesvoorzieningen per saldo met 1.108.200 moeten worden verhoogd. De bijstelling van de verliesvoorzieningen geschiedt jaarlijks binnen de actualisaties bij de jaarrekening.

Risicos
Aangezien grondexploitaties betrekking hebben op meerjarige vastgoedontwikkelingen, is het evident dat hieraan risicos zijn verbonden. Onder een risico wordt verstaan de kans dat de ontwikkeling van een project in negatieve zin afwijkt van de geformuleerde financile uitgangspunten. Risicos zijn niet erg, zolang ze zijn ingecalculeerd en er middelen kunnen worden aangewend om de financile gevolgen die zich in werkelijkheid voordoen, te kunnen opvangen. Overmatig afdekken van risicos kan echter leiden tot het onnodig schrappen of uitknijpen van gewenste activiteiten. Het onvoldoende treffen van voorzieningen voor financile risic os kan daarentegen het eindresultaat en de financile positie van bestaande projecten en zelfs de gemeente als geheel ernstig schaden. Risicomanagement is daarom gewenst: het regelmatig en systematisch onderzoeken van de risicos die de financile haalbaarheid van een project bedreigen en het formuleren en toepassen van maatregelen, waarmee deze risicos zo doeltreffend mogelijk beheerst worden. Bij alle genoemde projecten loopt de gemeente mogelijk (financile) risicos. Niet alle ontwikkelingen zijn vooraf te voorzien en de kosten gaan bij grondexploitaties voor de baten uit. Wanneer er op basis van de jaarlijks geactualiseerde exploitatieopzet een verlies optreedt, wordt voor dit verlies een voorziening ten laste van de algemene reserve grondexploitatie getroffen (voorzichtigheidsbeginsel). Indien de algemene reserve grondexploitatie niet meer toereikend is komen de verliezen ten laste van de algemene dienst. Bij het faciliterend grondbeleid liggen de (financile) risicos met name bij de particuliere initiatiefnemers. Bij actief grondbeleid (met name de bedrijventerreinen) liggen de risicos bij de gemeente. Het grootste risico bij de bedrijventerreinen Agropark en Pannenhuis II is het afzetrisico, de landelijke tendens is dat door de huidige marktsituatie de verkoop van bedrijfsgrond stagneert. Bij het bedrijventerrein

168

Programmabegroting 2014

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

Houtakker II speelt dat de lange voorbereidingstijd negatieve gevolgen heeft voor de grondexploitatie. Daarnaast speelt ook zal bij dit bedrijventerrein het afzetrisicio een grote rol gaan spelen. Het glastuinbouwproject Bergerden wordt voor rekening en risico van de gemeente Nijmegen en Lingewaard ontwikkeld. Beide gemeenten zijn voor ieder 50% risicodragend. De slechte economische situatie in de tuinbouwsector zorgt al enkele jaren voor een stagnatie in de grondverkopen. Bij het uitblijven van grondverkopen zal, indien blijkt dat de andere maatregelen geen soelaas bieden, een voorziening moeten worden getroffen.

Programmabegroting 2014

169

Paragraaf 5.7 Grondbeleid

170

Programmabegroting 2014

Deel II Financile begroting

Programmabegroting 2014

171

172

Programmabegroting 2014

Hoofdstuk 6 Financile begroting

Programmabegroting 2014

173

174

Programmabegroting 2014

Wat staat er in de financile begroting?


In de financile begroting hebben wij de belangrijkste financile informatie opgenomen. Bij de verschillende programmas zijn in de tabel Wat mag het kosten? per programma de lasten, baten en het saldo opgen omen. In de financile begroting zijn deze tabellen op verschillende manieren getotaliseerd, waardoor u op even zoveel manieren inzicht krijgt in de ontwikkeling van het saldo van de meerjarenbegroting. Financile positie In de financile positie ( 6.1) informeren wij u over de ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op het saldo van de meerjarenbegroting vanaf het moment dat de Kadernota 2014 openbaar is gemaakt tot het moment van instemming met de Begroting 2014 door ons college op 17 september 2013. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien In 6.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien zijn alle baten opgenomen waaraan geen specifiek bestedingsdoel hangt, zoals bijvoorbeeld de algemene uitkering. Het rioolrecht en de afvalstoffenheffing treft u hier dan ook niet aan, omdat daar wel een specifiek bestedingsdoel voor is bepaald. Meerjarenbegroting 2014-2017 In 6.3 Meerjarenbegroting 2014-2017 treft u 3 tabellen aan. De eerste tabel betreft de totalen van de meerjarenbegroting 2014-2017 per programma. De jaarschijf 2014 komt overeen met de kolom saldo in de tabel Wat mag het kosten? zoals die bij ieder programma is opgenomen. De tweede tabel laat het verloop van de meerjarenbegroting zien, uitgaande van het saldo van de jaarschijf 2014. Deze tabel geeft het meest uitgebreide inzicht in de mutaties van de meerjarenbegroting. In de derde en laatste tabel is wederom het verloop van de meerjarenbegroting opgenomen, echter nu ten opzichte van de in de Kadernota 2014 gepresenteerde saldos van de verschillende jaarschijven. Uitvoeringsplan 2014-2017 en toelichting daarop De voorgenomen investeringen voor de periode 2014-2017 zijn opgenomen in 6.4 en worden toegelicht in 6.5. In het raadsbesluit vragen wij u om de investeringen voor de jaarschijf 2014 te autoriseren c.q. de betreffende kredieten beschikbaar te stellen. Toelichting reserves en voorzieningen Een toelichting op de reserves en voorzieningen is opgenomen in 6.6. Overzicht baten en lasten 2014 In het overzicht baten lasten 2014 ( 6.7) worden de baten, lasten en het saldo per programma voor 2014 vergeleken met de begroting 2013 en de jaarrekening 2012. Overzicht van incidentele baten en lasten per programma Incidentele lasten mogen worden gedekt met incidentele baten. Om daar goed zicht op te hebben is dit overzicht opgenomen in 6.8. EMU-saldo bij begroting 2014 Ten slotte is 6.9 opgenomen waarin het aandeel van de gemeente Lingewaard in het EMU-saldo wordt berekend.

Programmabegroting 2014

175

6.1 Financile positie


Kadernota 2014
In de Kadernota 2014 hebben wij een prognose gemaakt van het financieel kader van de begroting 20142017. Wij verwachtten voor 2014 een tekort van 1,9 miljoen. In de aanloop naar de behandeling van de Kadernota is op uw initiatief samen met uw raad onderzocht welke mogelijkheden er zijn om dit tekort terug te dringen. Dit heeft geleid tot een raadsbreed gedragen amendement bij de Kadernota. Na verwerking van dit amendement ziet de ontwikkeling van het saldo van de meerjarenbegroting 2014-2017 er als volgt uit. Omschrijving Saldo begroting 2014 (Kadernota 2014) Amendementen: MFC Huissen vervalt Verlaging stelpost maatregelen sociaal domein Lagere rentelasten financiering Hogere bouwleges Verhoging personeelsbudget 50% lager Huissen 700 Instandhouden dierenparken Instandhouden langdurigheidstoeslag Saldo meerjarenbegroting 2014-2017
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 1.856.100

2015 2.075.500 -75.000 -336.000 -250.000 -50.000 -383.100 6.000 13.000 1.000.400

2016 373.500 -75.000 -336.000 -250.000 -50.000 -383.100 6.000 13.000 -701.600

2017 218.300 -75.000 -336.000 -250.000 -50.000 -383.100 6.000 13.000 -856.800

-336.000 -250.000 -50.000 -466.400 30.000 6.000 13.000 802.700

Meicirculaire 2013
In de Kadernota 2014 was nog geen rekening gehouden met de meicirculaire 2013. Over deze circulaire hebben wij u bij brief van 10 juli 2013 genformeerd. De financile consequenties van de meicirculaire en de toelichting daarop treft u onderstaand aan. Omschrijving (bedragen x 1.000) Uitkering gemeentefonds meicirculaire 2013 Uitkering gemeentefonds septembercirc. 2012 (A) Hogere/Lagere uitkering Budgettaire consequenties meicirculaire 2013: WMO Decentralisatie AWBZ begeleiding naar WMO Centra voor jeugd en gezin Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg Maatschappelijke stage Scootmobielen Explosievendetectie/-opruiming In stand blijven BTW-compensatiefonds Dualiseringskosten vermindering raadsleden (B) Totaal budgettaire consequenties (A -/- B) Gevolgen meicirculaire 2013
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 -37.207 -36.716 -491 68 98 -2 21

2015 -35.284 -36.176 892 68 -2 -43 -39 39 -950 240 -687 205

2016 -35.680 -37.654 1.974 68 -2 -43 -67 -218 -950 248 -964 1.010

2017 -35.849 -38.444 2.595 68 -2 -43 -140 -100 -950 254 -913 1.682

-144 -350 -309 -800

176

Programmabegroting 2014

Wmo Conform de afspraken in de Bestuursafspraken Rijk-VNG uit 2011 is het Wmo-budget meerjarig vastgesteld en wordt het jaarlijks gendexeerd. Het onderdeel huishoudelijke hulp wordt conform de meerjarige afspraak met 2,38% gendexeerd, resulterend in een voorlopige uitkomst van 30,2 miljoen. Ook in 2013 zal de b eschikbare index voor loon- en prijsontwikkelingen worden toegepast. Hiervoor wordt een voorlopig percentage van 2% gehanteerd. In de septembercirculaire 2013 volgt het definitieve percentage. Bijstelling budget voor huishoudelijke hulp De voorziening hulp bij het huishouden in de Wmo wordt beperkt tot mensen die deze echt nodig hebben en die er zelf (financieel) niet in kunnen voorzien. In tegenstelling tot hetgeen in het Regeerakkoord is opgenomen blijft het voor nieuwe clinten in 2014 mogelijk om een beroep te doen op huishoudelijke hulp. De korting van 89 miljoen in 2014, die conform het Regeerakkoord is ingeboekt op het budget voor huishoudelijke hulp, blijft van toepassing. Middelen maatwerkvoorziening In het Regeerakkoord is afgesproken dat de bestaande regelingen voor financile compensatie (Wtcg, CER en de regeling specifieke zorgkosten) worden afgeschaft. Het budget van de bestaande regelingen wordt vanaf 2014 (oplopend tot circa 700 miljoen structureel vanaf 2017) overgeheveld naar het gemeentefonds. Gemeenten kunnen maatwerk bieden door het compenseren van beperkingen met voorzieningen via de Wmo of het geven van directe inkomenssteun via de bijzondere bijstand. De middelen zijn niet geoormerkt. In 2014 wordt hiertoe de integratie-uitkering huishoudelijke hulp incidenteel met 45 miljoen verhoogd en via de Wmo-verdeelsleutel verdeeld. Extramuraliseren lage ZZPs voor gemeenten 2014 Op basis van consultatie van diverse veldpartijen waaronder de VNG heeft het kabinet besloten tot invoering van de maatregel voor de zorgzwaartepakketten VV1 en VV2 (sector verpleging en verzorging), GGZ1 en GGZ2 (geestelijke gezondheidszorg) en VG1 en VG2 (verstandelijke gehandicaptenzorg). Per 2014 komen daar de groepen VV3 en LG 1+3 (lichamelijk gehandicapten) en ZG 1 (zintuiglijk gehandicapten; auditief en visueel) bij. Het merendeel van de populatie waarop deze maatregel betrekking heeft zijn ouderen met lichte beperkingen. Deze mensen zullen mogelijk langer een beroep doen op de Wmo. Voor 2013 is ter compensatie van deze extra kosten incidenteel 15 miljoen toegevoegd aan de integratie -uitkering voor huishoudelijke hulp. Voor 2014 wordt nu incidenteel 53,7 miljoen toegevoegd aan de integratie -uitkering Wmo en verdeeld via de Wmo-verdeelsleutel. Uitname in verband met centrale financiering CAK In verband met de centrale financiering van het CAK voor de uitvoering van Wmo-taken is vanaf 2012 het gemeentefonds met 14,5 miljoen verlaagd. Dit bedrag blijkt structureel te laag en wordt vanaf 2014 ve rhoogd tot een bedrag van 16,4 miljoen structureel. Dit betekent dat een uitname van 1,9 miljoen wordt toegepast op de post uitvoeringskosten Wmo van de integratie-uitkering Wmo. Voor de gemeente Lingewaard betekenen bovenstaande wijzigingen vanaf 2014 een hogere uitkering van 68.000. Transitiekosten nieuwe WMO Het kabinet stelt in aanvulling op de middelen die in het kader van de decentralisatie begeleiding reeds beschikbaar zijn gesteld voor gemeenten ( 47,6 miljoen in 2012; 32 miljoen in 2013), in 2014 ee n bedrag van 37 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering. Deze middelen zijn bedoeld om gemeenten te compenseren voor de (transitie)kosten die samenhangen met de inwerkingtreding van de nieuwe WMO per 2015.

Programmabegroting 2014

177

Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2014 een aanvullende uitkering van 98.000. Deze middelen reserveren we in 2014 voor komende transitiekosten.

Uitvoeringskosten Inburgering Via de algemene uitkering 2013 was een bedrag beschikbaar van 24,6 miljoen in verband met de uitvo eringskosten inburgering. In 2014 is hier geen uitkering meer voor voorzien, in verband met een wijziging van de Wet Inburgering. Door die wijziging zijn nieuwkomers zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Vandaar dat het bedrag van 24,6 miljoen wordt uitgenomen. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit een korting van 20.000 structureel. Lagere apparaatskosten In het regeerakkoord is opgenomen dat de omvang van de gemeenten wordt opgeschaald. De verwachting van het kabinet is dat de gemeenten dan in staat zijn de nieuwe taken in het sociaal domein in zelfstandigheid te kunnen uitvoeren. Bij grotere gemeenten passen lagere apparaatskosten. De korting op het gemeentefonds is jaarlijks 60 miljoen oplopend vanaf 2015. De korting wordt vertaald via de uitkering sfactor en is dus ook van toepassing op de gemeenten die de gewenste schaalgrootte al hebben. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2015 een korting van 118.000 oplopend naar 360.000 in 2017. Maatschappelijke stage In het regeerakkoord is opgenomen dat de wettelijk verplichte maatschappelijke stage voor het voortgezet onderwijs per 2015 wordt afgeschaft. Hiertoe wordt per 2015 de algemene uitkering van het gemeentefonds met 20 miljoen structureel gekort. Voor de gemeente Lingewaard is dit een structurele korting van 65.000 per jaar vanaf 2015. Het volledige budget ad 43.600 kan derhalve vervallen. Scootmobielen In hoofdstuk 1 van de decembercirculaire zijn gemeenten al genformeerd over een uitname uit het gemeentefonds met betrekking tot scootmobielen. Hiervoor geldt voortaan een plicht tot hergebruik. Voor de gemeente Lingewaard is dit met ingang van 2015 een korting van 38.000, oplopend naar 140.000 in 2017. Het bijbehorende budget wordt met het zelfde bedrag verlaagd. Korting onderwijshuisvesting In het regeerakkoord is afgesproken dat 256 miljoen uit het gemeentefonds wordt overgeheveld naar de begroting van het ministerie van OCW ten behoeve van de scholen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Dit gebeurt per 1 januari 2015. Gezien de voorgenomen herijking van het gemeentefonds per 1 januari 2015 zijn de exacte gevolgen voor het cluster educatie momenteel nog niet duidelijk. De komende tijd zal worden bezien wat de precieze omvang en verdeling van het cluster moeten worden. De verwachting is dat uiterlijk in de meicirculaire 2014 hierover duidelijkheid kan worden geboden. In afwachting van nadere besluitvorming hanteert het ministerie van Binnenlandse Zaken voorlopig een verdeling naar rato van de maatstaven van het subcluster onderwijshuisvesting. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2015 een korting van 645.000 oplopend naar 690.000 in 2017. Wat dit qua lasten betekent voor de gemeente bevindt zich nog in een onderzoeksfase. In stand blijven BCF In het bestuurlijk overleg van 18 januari 2013 is afgesproken dat het BTW-compensatiefonds niet wordt afgeschaft, zoals dat nog was opgenomen in het regeerakkoord van het kabinet Rutte-II. Echter, de opgenomen bezuinigingen in het regeerakkoord blijven wel in stand. Het gemeentelijk aandeel bedraagt in 2014: 178
Programmabegroting 2014

174 miljoen ofwel 15 punten uitkeringsfactor, en daarbovenop in 2015: 310 miljoen ofwel 26 punten ui tkeringsfactor. 1 punt is voor de gemeente Lingewaard ongeveer 24.000. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2014 een korting van 360.000 en vanaf 2015 een korting van 984.000 structureel. In de Kadernota 2014 is reeds rekening gehouden met een korting van 350.000 in 2014 en 950.000 vanaf 2015. Dualiseringskorting t.b.v. vermindering raadsleden Het verminderen van het aantal politieke ambtsdragers leidt tot een besparing op de loonkosten en de kosten van directe ondersteuning. Vanaf 2015 zou als gevolg hiervan structureel 110 miljoen worden uitg enomen. In het regeerakkoord 2012 is bepaald dat de vermindering van de aantallen wordt verlaagd tot het niveau van voor de dualisering, waardoor de uitname slechts 18 miljoen wordt. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2015 een voordeel van 240.000 oplopend tot 250.000 in 2017. Deze bedragen zullen worden verrekend met de oorspronkelijke reservering, hier wordt de reservering dus met hetzelfde bedrag verlaagd. Decentralisatie Jeugdzorg Gemeenten moeten zich goed kunnen voorbereiden op de nieuwe jeugdtaak. Daarom wordt in deze meicirculaire een toelichting gegeven op het macrobudget en de bijbehorende verdeling over de individuele gemeenten. De verdeling geeft een zo getrouw mogelijk beeld. Nu, anderhalf jaar voor de inwerkingtreding van de nieuwe Jeugdwet, staat nog niet alles vast. In de meicirculaire 2014 wordt het definitieve bedrag per gemeente voor 2015 bekend op basis van de dan meest recente gegevens en de nog te nemen besluiten. Tevens wordt u nader genformeerd over de budgetten per gemeente op basis van de objectieve verdeling, welke geleidelijk van kracht zal zijn vanaf 2016. Vaststelling macrobudget Jeugd In de bestuursafspraken 2011-2015 is vastgelegd welke rekenregel gehanteerd wordt bij het vaststellen van het macrobudget. Bij de toepassing van de rekenregel is geconstateerd dat er nog enige onzekerheden in het totaalbedrag zitten. In de eerste plaats door aannames in de berekening van het bedrag voor 2012 (AWBZ en Zorgverzekeringswet) en 2014 (Begroting). In de tweede plaats doordat nadere besluitvorming noodzakelijk is om van het berekende bedrag voor 2012 (AWBZ en ZVW) naar het bedrag voor 2015 te komen. Pas na besluitvorming over de wijze waarop maatregelen uit de Regeerakkoorden (Rutte-I, Lenteakkoord en Rutte-II) worden uitgewerkt en welk effect dit heeft op de uitgaven in het jeugddomein kan het definitieve beeld worden gegeven. De Algemene Rekenkamer toetst op dit moment of de rekenregel correct is toegepast en welke afwijkingen er zijn, bijvoorbeeld als gevolg van maatregelen die na de bestuursafspraken zijn genomen. Het rapport over deze toets dat op 18 juni 2013 is verschenen, vermeld het volgende: 1. Er zijn nog steeds een aantal onzekerheden in het precieze macrobedrag dat gemeenten zullen krijgen voor de overgang van Jeugdzorg naar gemeenten in 2015. 2. Het ministerie van VWS baseert zich op voorlopige cijfers waardoor de daadwerkelijk gerealiseerde uitgaven andere cijfers kunnen laten zien. 3. De onzekerheid wordt vergroot omdat het nog niet duidelijk is om hoeveel jongeren het gaat. Het ministerie verwacht in het voorjaar van 2014 met betere gegevens te komen. Verdeling over gemeenten De verdeling van het beschikbare budget voor 2015 zal plaatsvinden op basis van historische gegevens over het gebruik van jeugdzorg op gemeentelijk niveau (bron: SCP en Cebeon). Vanaf 2016 wordt een objectief verdeelmodel geleidelijk ingevoerd.
Programmabegroting 2014

179

De gegevens over aantallen clinten per zorgvorm, zoals gebruikt voor de verdeling van het budget voor 2015, worden vanaf juni 2013 ontsloten via de jeugdmonitor/lokale jeugdspiegel van het CBS (jeugdmonitor.cbs.nl). Voor de gemeente Lingewaard komt dit nu uit op een bedrag van 4.963.000. Vanwege de onzekerheid is met dit bedrag nog niet gerekend in de circulaire. Invoering- en uitvoeringskosten In de septembercirculaire 2013 zal nadere informatie worden opgenomen over de vrijvallende uitvoeringskosten van rijkswege die worden toegevoegd aan het budget. Bij deze toelichting zal ook waar mogelijk worden aangegeven welk deel van het over te hevelen macrobudget met de uitvoering van taken te maken heeft. Voor de gemeente Lingewaard betekent dit in 2013 een bedrag van 66.000 en voor 2014 21.000. Deze twee bedragen willen we reserveren voor uitgaven op het terrein van jeugdzorg. Het saldo van de meerjarenbegroting 2014-2017 inclusief meicirculaire 2013 is als volgt: Omschrijving Saldo begroting 2014 (Kadernota 2014) inclusief amendementen Gevolgen meicirculaire 2013 Saldo meerjarenbegroting 2014-2017 inclusief meicirculaire 2013
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 802.700 -800.000 2.700

2015 1.000.400 205.000 1.205.400

2016 -701.600 1.010.000 308.400

2017 -856.800 1.682.000 825.200

Van Kadernota 2014 naar Begroting 2014


Tussen het moment van afronding van de Kadernota 2014 (medio april 2013) en de Begroting 2014 (medio augustus 2014) is het financieel kader verder geactualiseerd. In het overzicht meerjarenbegroting 2014-2017 zoals dat hierna in hoofdstuk 6 is opgenomen ( 6.3.3. Verloop Meerjarenbegroting ten opzichte van Kadernota 2014) Omschrijving Saldo begroting 2014 (Kadernota 2014) inclusief amendementen Gevolgen meicirculaire 2013 Correctie gevolgen meicirculaire 2013 Actualisatie financieel kader Saldo meerjarenbegroting 2014-2017
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 802.700 -800.000 -20.700 -18.000

2015 1.000.400 205.000 -35.100 1.170.300

2016 -701.600 1.010.000 -45.200 263.200

2017 -856.800 1.682.000 -791.000 -12.800 21.400

180

Programmabegroting 2014

Stelposten in de Begroting 2014


In de Kadernota 2014 hebben wij u een overzicht gepresenteerd van alle opgenomen stelposten. Een actualisatie van dit overzicht, mede naar aanleiding van de behandeling en vaststelling van de Kadernota, is onderstaand opgenomen. Stelposten Stelpost minder algemene uitkering als gevolg van sociaal akkoord/bestuursakkoord 2013 Lagere algemene uitkering vanwege niet afschaffen BTW compensatiefonds Vrijval stelpost i.v.m. verwerking meicirculaire Stelpost maatregelen sociaal domein Vrijval stelpost i.v.m. amendement Kadernota Totaal stelposten
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 500.000

2015 500.000

2016 500.000

2017 500.000

350.000 -350.000 736.000 -336.000 900.000

950.000 -950.000 736.000 -336.000 900.000

950.000 -950.000 736.000 -336.000 900.000

950.000 -950.000 736.000 -336.000 900.000

Stelpost minder algemene uitkering vanaf 2014 In deze begroting houden wij rekening met een lagere algemene uitkering vanaf 2014 van 500.000. Of deze reservering van voldoende omvang is kan worden bepaald op basis van de septembercirculaire 2013 die op of kort na Prinsjesdag beschikbaar zal komen. De (financile) vertaling van de septembercirculaire is nog niet in deze begroting verwerkt. Wij zullen u daarover apart informeren. Stelpost lagere algemene uitkering vanwege niet afschaffen BTW compensatiefonds In de Kadernota hebben wij geanticipeerd op een lagere algemene uitkering vanwege het niet afschaffen van het BTW compensatiefonds (BCF). Het Rijk had deze bezuiniging al ingeboekt op de Rijksbegroting en heeft in plaats van het afschaffen van het BCF nu een generieke korting op het gemeentefonds doorgevoerd. Wij hadden rekening gehouden met een lagere algemene uitkering in 2014 van 350.000 en in 2015 en volgende jaren van 950.000. Zoals hiervoor al bij de uiteenzetting van de meicirculaire aangegeven , is de werkelijke korting uitgekomen op 360.000 in 2014 en 984.000 in 2015 en volgende jaren. Door de verwerking van de meicirculaire in deze begroting kan de stelpost BCF vervallen. Stelpost maatregelen sociaal domein Bij het opstellen van de Begroting 2012 is onder andere een groot aantal structurele bezuinigingen in het sociaal domein doorgevoerd die opliepen in 2012 en 2013 van 1,4 miljoen tot 2,1 miljoen in 2014 en volgende jaren. Vanaf 2014 is vanuit het voorzichtigheidsprincipe vervolgens een stelpost opgenomen omdat op dat moment de onzekerheden over de realisatie van de bezuiniging vanaf 2014 nog groot waren. Inmiddels is meer zicht op deze bezuinigingen (deze worden grotendeels gerealiseerd), waardoor het verantwoord is de stelpost maatregelen sociaal domein te verlagen naar 400.000. Een en ander heeft onderdeel uitgemaakt van het raadsbreed gedragen amendement bij de Kadernota 2014.

Nieuwe voorstellen in begroting 2014


Ten opzichte van de Kadernota 2014 zijn in de Begroting 2014 geen nieuwe voorstellen opgenomen.

Programmabegroting 2014

181

Dekkingsvoorstel
De jaarschijf 2014 van de meerjarenbegroting 2014-2017 laat een bescheiden positief saldo zien van 18.000. De jaarschijf 2017 laat een eveneens bescheiden negatief saldo zien van 21.500. Dit maakt het op dit moment niet strikt noodzakelijk om tot aanvullende bezuinigingsmaatregelen te komen. De verwachte tekorten voor 2015 en 2016 kunnen namelijk op begrotingsbasis ten laste van de algemene reserve worden gebracht. Het saldo van de meerjarenbegroting 2014-2017 inclusief dekkingsvoorstel ziet er dan als volgt uit: Omschrijving Saldo meerjarenbegroting 2014-2017 Onttrekking algemene reserve Saldo meerjarenbegroting na dekkingsplan
( + = Nadeel / - = Voordeel)

2014 -18.000 0 -18.000

2015 1.170.300 -1.170.300 0

2016 263.200 -263.200 0

2017 21.400 -21.400 0

Dat er op dit moment geen aanvullende bezuinigingsmaatregelen genomen hoeven te worden, wil nog niet zeggen dat dit in de nabije toekomst niet alsnog noodzakelijk wordt. Dit is mede afhankelijk van de uitkomsten van de septembercirculaire 2013. Mocht de in de Begroting 2014 opgenomen stelpost niet van voldoende omvang blijken te zijn dan willen wij 2014 gebruiken om mogelijke bezuinigingen te inventariseren en deze te verwerken in de Begroting 2015. Verder constateren wij dat er voor het in 2014 nieuw te vormen college geen financile ruimte beschikbaar is. f die ruimte nodig is zal mede afhangen van het raads/collegeprogramma. Daarop kunnen en willen wij niet vooruitlopen.

182

Programmabegroting 2014

6.2 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien


Onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Het betreft met name de OZB en de uitkeringen uit het gemeentefonds. Deze middelen kennen in tegenstelling tot heffingen zoals het rioolrecht of de afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen


In de tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen kort toegelicht. ( bedragen x 1.000) Algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen (OZB) (groei + index) Gemeentefonds (Algemene uitkering) Dividenden Bespaarde rente reserves/ voorzieningen Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen
*

2013* 10.121 35.673 116 2.610 305 48.825

2014 10.315 37.207 121 2.250 308 50.201

Begroting 2013 na wijzigingen (exclusief eventuele mutaties uit de najaarsnota 2013 die bij het opstellen van de programmabegro-

ting 2014 nog niet door de raad zijn vastgesteld).

Lokale heffingen (OZB) In paragraaf 5.1 Lokale heffingen is een specificatie van de lokale heffingen opgenomen en zijn de ontwi kkelingen toegelicht. Verwezen wordt dan ook naar genoemde paragraaf. Gemeentefonds (algemene uitkering) De in de tabel opgenomen bedragen zijn gebaseerd op de meicirculaire 2013. De effecten van de septembercirculaire zijn niet in deze begroting opgenomen. De toename in 2014 ten opzichte van 2013 wordt met name veroorzaakt door het hoge accres in 2014. Volgens de meicirculaire zal het rijk in 2014 een aantal grote infrastructurele projecten uitvoeren, waarvan de gemeenten dan via het systeem samen de trap op - samen de trap af, zouden profiteren. Met Prinsjesdag zijn nieuwe bezuinigingen aangekondigd om aan de eisen van Brussel te kunnen voldoen. De gevolgen van Prinsjesdag zullen via de septembercirculaire aan de gemeenten bekend worden gemaakt. Hierbij is de algemene verwachting dat het accres van 2014 naar beneden zal worden bijgesteld. Hierop is door ons geanticipeerd door een stelpost van 500.000 op te nemen in de begroting. Dividenden De gemeente Lingewaard ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit BNG en Vitens.

Programmabegroting 2014

183

Bespaarde rente reserves/voorzieningen De saldi van de reserves en voorzieningen worden benut voor de (tijdelijke) financiering van investeringen en grondexploitaties. De renteopbrengsten worden beschouwd als vrij besteedbare middelen. Bij de vaststelling van de Kadernota 2010 is besloten een gedeelte van de bespaarde rente reserves/voorzieningen met ingang van 2010 als algemeen dekkingsmiddel in te zetten voor de (exploitatie)begroting in plaats van deze af te storten naar de algemene reserve. Overige algemene dekkingsmiddelen Dit betreft de opbrengsten van de hondenbelasting en de toeristenbelasting.

Onvoorzien
Lingewaard had als beleid om voor onvoorziene uitgaven jaarlijks 100.000 op te nemen in de begroting. Bij de Kadernota 2010 is dit bedrag, als onderdeel van de te realiseren bezuinigingen, verlaagd tot nihil.

184

Programmabegroting 2014

6.3 Meerjarenbegroting 2014 - 2017

6.3.1 Totalen Meerjarenbegroting 2014 2017 6.3.2 Verloop Meerjarenbegroting 2014 2017 6.3.3 Verloop Meerjarenbegroting ten opzichte van Kadernota 2014

Programmabegroting 2014

185

6.3.1 Totalen Meerjarenbegroting 2014 - 2017


Nr. Doel
( + = Nadeel / - = Voordeel)

Begroting 2014 751.625 363.361 1.625.481 926.589 29.360 6.550

Begroting 2015 751.625 362.184 1.681.081 926.589 29.360 6.550

Begroting 2016 751.625 362.184 1.681.081 926.589 29.360 6.550

Begroting 2017 751.625 362.184 1.681.081 926.589 29.360 6.550

1.1.1 1.1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5

Jeugdgezondheidszorg Opvoedingsondersteuning Stimuleren en toezien op behalen startkwalific. jongeren Bieden van leerlingenvervoer Bieden van natuureducatie Ondersteuning bieden bij 2e kans op educatie Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden Totaal Programma 1

3.702.966 1.473.131 1.001.432 1.105.898 697.750 1.324.574 7.512.896 1.426.708 14.542.389 198.074

3.757.389 1.168.460 996.282 1.246.332 697.750 1.282.236 7.474.270 1.032.401 13.897.731 118.074

3.757.389 1.168.460 979.032 1.246.332 697.750 1.282.236 7.446.285 995.966 13.816.061 118.074

3.757.389 1.168.460 979.032 1.246.332 697.750 1.282.236 7.373.333 823.680 13.570.823 118.074

2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3.1 2.3.2

Stimuleren samen sporten en bewegen Stimulering kennismaking/deelname kunst en cultuur Ondersteunen diverse voorzieningen Bevorderen dat iedereen gezond kan leven Versterken informeel netwerk Signaleren problemen kwetsbare inwoners/bieden van zorg Activeren bij zoeken naar werk (re-integratie) Stimuleren werkgeleg./arbeidsplaatsen voor werkzoekenden Totaal Programma 2

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Aanleggen wegen en fietspaden Verbeteren ontsluitingen Verbeteren doorstroming Verbeteren parkeermogelijkheden Verminderen veiligheidsrisico's op wegen en fietspaden Verminderen verkeersdruk in de kernen Stimuleren fietsen en OV-gebruik Totaal Programma 3

47.435 31.400

47.435 1.400

47.435 1.400

47.435 1.400

276.909 218.405 213.950 -24.000 54.450 252.430 715.235 166.800 152.620 201.083 23.460 543.963

166.909 218.405 213.950 -24.000 54.450 252.430 715.235 166.300 152.620 201.083 23.460 543.463

166.909 218.405 213.950 -24.000 54.450 252.430 715.235 165.700 152.620 201.083 23.460 542.863

166.909 218.405 213.950 -24.000 54.450 252.430 715.235 165.200 152.620 201.083 23.460 542.363

4.1.1 4.1.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Stim. kleinschalige toer/recreatieve activ. op het platteland Vergroten bekendheid over toeristisch product Stimuleren uitbouw glastuinbouw en agribusiness Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen Totaal Programma 4

5.2.1 5.2.2 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Stimuleren behoud monumenten Stimuleren betrokkenheid burgers bij behoud cult. erfgoed Versterken detailhandelstructuur Faciliteren basiswinkelvoorzieningen Aantrekkelijker maken centrumgebieden Totaal Programma 5

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6

Versterken biodiversiteit Versterken landschappelijke hoofdstructuur Herstructureren gebiedsdelen Verweving realiseren ts landbouw, landschap en natuur Stimuleren particulier en agrarisch natuurbeheer Vergroten toegankelijkheid Verbeteren recreatief netwerk Vergroten leefbaarh. en herkenbaarheid van het landschap Ontwikk. Fort Pannerden de parel van het Ling.landschap Recreatief versterken groene ruimte in Park Lingezegen Tegengaan verrommeling in het buitengebied Totaal Programma 6

489.490 814.482

484.490 814.482

484.490 814.482

484.490 814.482

1.303.972
Programmabegroting 2014

1.298.972

1.298.972

1.298.972

186

Nr.

Doel

Begroting 2014 25.744 196.141 24.184 1.909.269 48.651 443.500

Begroting 2015 25.744 196.141 24.184 1.872.069 52.951 426.500

Begroting 2016 25.744 196.141 24.184 1.836.269 52.951 410.100

Begroting 2017 25.744 196.141 24.184 1.818.369 52.951 403.300

7.1.1 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.3.1 7.3.2

Aanleg groen en speelruimtes Aanwijzen woningbouw-locaties Bevorderen en herstructureren woningbouw Meewerken aan passende particuliere initiatieven Afspraken maken met woningcorporaties Stimuleren duurzaam bouwen Stimuleren levensloopbestendig bouwen Totaal Programma 7

2.647.489 291.480

2.597.589 286.480

2.545.389 147.280

2.520.689 147.280

8.1.1 8.1.2 8.2.1

Stimuleren duurzaam huishoudelijk gedrag De gemeente geeft het goede voorbeeld Bevorderen duurzame energieproductie Totaal Programma 8

291.480 6.478.813 2.331.979 5.401.940 3.793.702 312.892 2.312.187 -17.550 20.613.963 2.013.498 1.413.736 1.164.685 496.590 496.640

286.480 5.971.100 2.312.679 4.332.945 4.210.052 317.892 2.299.087 -14.750 19.429.005 2.081.381 1.407.636 1.382.285 496.590 506.640

147.280 6.036.037 2.312.679 4.332.945 4.354.583 323.792 2.299.087 -14.750 19.644.373 2.139.164 1.401.536 1.149.285 496.590 471.640

147.280 5.996.488 2.312.679 4.332.945 4.431.724 323.792 2.299.087 -14.750 19.681.965 2.188.103 1.395.536 1.267.285 496.590 506.640

9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.2.1 9.2.2 9.2.3 9.3.1 9.3.2

Onderh./beheren infrastructuur volgens kwaliteitscriteria Onderhouden en beheren groen Onderhouden en beheren gebouwen Zorgen voor goede waterkwaliteit en voldoende waterberging Bestrijden gladheid Verwerken huishoudelijk afval Behandelen meldingen Adoptie (geheel of gedeeltelijk) door burgers Totaal Programma 9

10.1.1 10.1.2 10.1.3 10.2.1 10.2.2 10.3.1 10.3.2 10.4.1 10.4.2 10.4.3 10.4.4

Waarborgen Brandweer-, ambulancezorg en ramp.bestrijding Bevorderen veilige woon- en leefomgeving Beperken overlast Interactie met burgers/andere partners over beleidsvorming Samen met wijkplatforms leefbaarheid in de wijk vergroten Waarborgen kwaliteit dienstverlening Burgers tijdig, juist en volledig informeren over specifieke acties van de gemeente Integer handelen door bestuur en organisatie Publieke verantwoording Organiseren verkiezingen Bestuurlijke samenwerking Totaal Programma 10

6.135.167 102.094 284.820 12.107.230 -36.455.859 -2.360.458 -6.671.900 -9.904.700

6.045.867 37.594 284.820 12.242.813 -34.587.459 -2.360.458 -6.931.872 -9.965.900

5.909.967 7.094 284.820 11.860.096 -34.918.859 -2.360.458 -7.208.736 -10.027.200

5.807.267 37.594 284.820 11.983.835 -35.106.459 -2.360.458 -7.503.489 -10.089.200

11.1.1 11.1.2 11.1.3 11.2.1 11.2.2 11.3.1 11.3.2 11.3.3

Sluitende meerjarenbegroting Reserves en voorzieningen op een aanvaardbaar peil Beheersbare schuldratio Kostendekkendh. heffingen, rechten en leges Acceptabele OZB Inventariseren en kwantificeren risicos Treffen beheersmaatregelen Voldoende weerstandsvermogen Totaal Programma 11 Totaal Saldo van baten en lasten Mutatie reserves programma 1 t/m 11 Resultaat

-55.392.917 1.352.679 -1.370.691 -18.012

-53.845.689 1.089.897 80.334 1.170.231

-54.515.253 -20.686 283.878 263.192

-55.059.606 -674.146 695.589 21.443

Programmabegroting 2014

187

6.3.2 Verloop Meerjarenbegroting 2014- 2017


Doel Nr.
Saldo vh jaar 2014 (Kadernota 2014 incl. am endem enten exc. m ei circ)

Omschrijving

Begroting 2014
802.700 N

Begroting 2015
802.700 N

Begroting 2016
802.700 N

Begroting 2017
802.700 N

1 Ontwikkeling en opleiding

2.1.2 2.1.3 2.2.2 2.2.2 2.2.4 2.3.2

Ontwikkeling en realisatie kunstroute subsidie alg beleid soc.cult.werk Amendement 1 Huissen 700 Meicirc.2013; Maatschappelijke Stage Meicirc.2013; WMO-gevolgen totaal BBZ bijstelling Aanpassing begroting Presikhaaf Overig 3 Bereikbaarheid en mobiliteit
68.000 N 19.800- V 291.300 N 6.500 N 30.000- V 43.600- V 68.000 N

15.000 30.00043.60068.000 19.80079.4007.500

N V V N V V N

V 30.000- V 43.600- V 68.000 N

19.800- V 73.000- V 6.500 N

19.800- V 251.700- V 7.500 N

3.2.1 3.2.2 3.2.2

Veiligheid schoolomgevingen Onderzoek dorpensingel Oost (Bemmel - Nijmegen) Flankerende maatregelen A15 4 Bedrijvigheid

30.000- V 50.000- V 30.000- V

30.00050.00030.000-

V V V

30.000- V 50.000- V 30.000- V

4.2.1 4.2.1

Meeropbrengst erfpacht Pannenhuis II Minder uren ten laste van grexen bedrijventerreinen 5 Centrum, stad en dorp

24.000- V 21.600 N

24.000- V 21.600 N

24.00021.600

V N

24.000- V 21.600 N

5.3.3

Bijstelling marktgelden obv trend 6 Landschap

3.500 N

3.500

3.500

3.500

6.1.2

Bijstelling beheerkosten Park Lingezegen 7 Wonen

5.000- V

10.000- V

10.000-

10.000- V

7.2.1 7.2.3 7.2.4

Minder uren ten laste van bouwgrondexploitaties Meicirc.2013; Scootmobielen bijstelling huur woonwagens 8 Klimaat en duurzaamheid

41.800 N

41.800

41.800 67.6008.000-

N V V

41.800

38.600- V 8.000- V 8.000- V

140.600- V 8.000- V

8.1.1

Milieubeleid 9 Beheer en onderhoud

75.000-

75.000- V

9.1.1 9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.1.3 9.2.1 9.2.2 9.2.3

Wegenlegger cat.2 KN 2014 Voorziening groot onderhoud civielt. Kunstw. cat 3+ KN 2014 Overheveling budget 2fte techn.wijkbeheer naar openbaar groen Intrekken huur peuterspeelzaal 't Hlleke Verlaging huur Twinkel / Toy toy Minder uren ten laste van rioolheffing gladheidsbestrijding Meer uren etc. ten laste van afvalstoffenheffing Overig 10 Burger en bestuur
83.600 N 13.400 N 29.400 N 56.800 N 19.800 N 47.300- V 13.100 N

50.000- V 35.000- V 83.600 13.400 29.400 56.800 19.800 N N N N N

50.00035.00083.600 13.400 29.400 56.800 19.800 47.3007.500-

V V N N N N N V V

50.000- V 35.000- V 83.600 13.400 29.400 56.800 19.800 N N N N N

47.300- V 7.500- V

47.300- V 7.500- V

10.1.1 10.1.2 10.3.1 10.3.1

Regionalisering Brandweer Explosievendetectie/-opruiming (incl bijstelling Meicirc. 2013) Uitbesteding taakstelling huisvesting vluchtelingen Ontwikkelkosten Het Nieuwe Werken

268.200 N 151.000- V 15.000 N

268.200 66.600 15.000

N N N

268.200 170.10015.000 20.000-

N V N V

268.200

55.800- V 15.000 N 20.000- V

20.000- V

188

Programmabegroting 2014

Doel Nr.

Omschrijving

Begroting 2014

Begroting 2015
35.000 N

Begroting 2016

Begroting 2017
35.000 N

10.3.1 10.4.2 10.4.2 10.4.3

Digitale luchtfoto's indexering en bijstelling salarissen/pensioenen bestuur Bijstelling presentiegelden commissie bezwaarschriften Verkiezingen Overig 11 Financin
1.900- V 14.100 N 34.000 N 2.000 N

91.200- V 14.100 N

227.10014.100 61.0002.000

V N V N

329.800- V 14.100 N

30.500- V 2.000 N

30.500- V 2.000 N

11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.2 11.1.2 11.2.2 11.2.2

Meicirc. 2013: Ontwikkeling Algemene Uitkering Meicirc. 2013: niet afschaffen BTW-compensatiefonds Meicirc 2013: te realiseren vermindering raadsleden (bijstelling) Meicirc.2013; Transitiekosten nieuwe WMO Meicirc.2013; Invoering Decentralisatie Jeugdzorg Meicirc.2013; DU Centra Jeugd en Gezin (was 45.000) Kapitaallasten vrijval Kapitaallasten vervangingsinvesteringen Kapitaallasten vervanging automatiseringsplannen Bijstelling kapitaallasten ivm verlaging renteomslag e.d. Prijsstijging en areaalvergroting Stelpost formatie kadernota Bijstelling compensabele BTW afvalstoffen Bijstelling compens. BTW riolering conform vaststelling GRP Hogere opbrengst OZB door indexering en groei Overig Kostenplaatsen en hulpkostenplaatsen Bijstelling onderhoudskosten materieel obv huidig areaal Nationaal uitvoeringsprogramma (mei/septembercirulaire) Diverse programma's Belastingen en verzekeringen Indexering en bijstelling salariskosten / FPU Indexering en bijstelling formatieafhankelije budgetten Overig Subtotaal Mutaties meerjarenbegroting Uitvoeringsplan 2014-2017

491.000- V 350.000- V

1.432.000

1.036.000 350.00055.100-

N V V

867.000

350.000- V 62.600- V

350.000- V 49.300- V

98.000 N 21.000 N 2.000- V 2.000- V 390.000- V 24.600 N 3.900- V 483.400- V 26.600 N 65.500 58.100 N N 2.000870.000170.700 209.100 520.900426.600 83.30031.500367.200259.00010.100 V V N N V N V V V V N 2.000- V 1.650.000- V 267.100 590.100 N N

520.900- V 226.600 N

520.900- V 626.600 N

83.300- V 31.500- V 271.400- V 137.000- V 10.100 N 31.500- V 338.400- V 198.000- V 10.100 N

83.300- V 31.500- V 380.200- V 321.000- V 10.100 N

13.500 N

13.500

13.500 70.000-

N V

13.500

70.000- V

70.000- V

250.400 N 252.800 N 4.100 N 10.000 N

250.400 375.300 6.400 9.200

N N N N

250.400 499.500 8.600 8.700

N N N N

250.400 604.500 13.500 8.700

N N N N

331.986- V

509.215

399.484-

813.583- V

11.1.1 Lasten uitvoeringsplan 11.1.1 Correctie vervangende huisvesting de zilverzwaan cat 3+ KN 10.3.1 dekking grafrechten urnenmuur Gendt
Subtotaal Uitvoeringsplan 2014-2017 Reeds aangenomen dekkingsvoorstellen 2012 en 2013 Dekkingsvoorstellen 2012:

4.600 N 200.000- V

212.000

212.000 200.0004.500-

N V V

212.000

200.000- V 4.500- V

200.000- V 4.500- V

195.400- V

7.500

7.500

7.500

div.

Ombuigingen en bezuinigingen Dekkingsvoorstellen 2013:


291.300- V V

103.100- V

120.400-

120.400- V

11.1.2 Aangepaste begroting Presikhaaf ten laste van Alg. Reserve 11.1.2 Raadsbesluit 13 dec 2012 dekking amend. via Alg. Reserve
Subtotaal dekkingsvoorstellen 2012 en 2013
Saldo M eerjarenbegroting

73.000

79.400 104.500-

N V

251.700

117.000- V

104.500- V

291.300- V

147.100- V

145.500-

26.800

-18.000 V

1.170.300

263.200

21.400 N

Programmabegroting 2014

189

6.3.3 Verloop Meerjarenbegroting ten opzichte van Kadernota 2014


Doel nr.
Saldo vh jaar 2014 (Kadernota 2014 incl. am endem enten exc. m ei circ)

Omschrijving

Begroting 2014
802.700 N

Begroting 2015
1.000.400 N

Begroting 2016
701.600V

Begroting 2017
856.800- V

1 Ontwikkeling en opleiding

2.2.2 2.2.2 2.2.4

Meicirc.2013; Maatschappelijke Stage Meicirc.2013; WMO-gevolgen totaal BBZ bijstelling Overig 4 Bedrijvigheid
68.000 N 19.800- V 6.500 N

43.600- V 68.000 N

43.60068.000 19.8006.500

V N V N

43.600- V 68.000 N

19.800- V 6.500 N

19.800- V 6.500 N

4.2.1 4.2.1

Meeropbrengst erfpacht Pannenhuis II Minder uren ten laste van grexen bedrijventerreinen 5 Centrum, stad en dorp

24.000- V 21.600 N

24.000- V 21.600 N

24.00021.600

V N

24.000- V 21.600 N

5.3.3

Bijstelling marktgelden obv trend 6 Landschap

3.500 N

3.500

3.500

3.500

6.1.2

Bijstelling beheerkosten Park Lingezegen 7 Wonen

5.000- V

10.000- V

10.000-

10.000- V

7.2.1 7.2.3 7.2.4

Minder uren ten laste van bouwgrondexploitaties Meicirc.2013; Scootmobielen bijstelling huur woonwagens 9 Beheer en onderhoud

41.800 N

41.800

41.800 67.6008.000-

N V V

41.800

38.600- V 8.000- V 8.000- V

140.600- V 8.000- V

9.1.2 9.1.3 9.1.3 9.2.1 9.2.2 9.2.3

Overheveling budget 2fte techn.wijkbeheer naar openbaar groen Intrekken huur peuterspeelzaal 't Hlleke Verlaging huur Twinkel / Toy toy Minder uren ten laste van rioolheffing gladheidsbestrijding Meer uren etc. ten laste van afvalstoffenheffing Overig 10 Burger en bestuur

83.600 N 13.400 N 29.400 N 56.800 N 19.800 N 47.300- V 13.100 N

83.600 13.400 29.400 56.800 19.800

N N N N N

83.600 13.400 29.400 56.800 19.800 47.300-

N N N N N V

83.600 13.400 29.400 56.800 19.800

N N N N N

47.300- V

47.300- V

10.1.1 10.1.2 10.3.1 10.4.2 10.4.2 10.4.3

Regionalisering Brandweer Explosievendetectie/-opruiming (incl bijstelling Meicirc. 2013) Uitbesteding taakstelling huisvesting vluchtelingen indexering en bijstelling salarissen/pensioenen bestuur Bijstelling presentiegelden commissie bezwaarschriften Verkiezingen Overig

268.200 N 151.000- V 15.000 N 1.900- V 14.100 N 34.000 N 2.000 N

268.200 23.600 15.000

N N N

268.200 232.10015.000 1.70014.100

N V N V N

268.200

117.800- V 15.000 N 1.700- V 14.100 N

1.700- V 14.100 N

2.000

2.000

2.000

190

Programmabegroting 2014

Doel nr.

Omschrijving

Begroting 2014

Begroting 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

11 Financin

11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.1 11.1.2 11.1.2 11.2.2

Meicirc. 2013: Ontwikkeling Algemene Uitkering Meicirc. 2013: niet afschaffen BTW-compensatiefonds Meicirc 2013: te realiseren vermindering raadsleden (bijstelling) Meicirc.2013; Transitiekosten nieuwe WMO Meicirc.2013; Invoering Decentralisatie Jeugdzorg Meicirc.2013; DU Centra Jeugd en Gezin (was 45.000) Kapitaallasten vrijval Kapitaallasten vervangingsinvesteringen Kapitaallasten vervanging automatiseringsplannen Bijstelling kapitaallasten ivm verlaging renteomslag e.d. Prijsstijging en areaalvergroting Bijstelling compensabele BTW afvalstoffen Bijstelling compens. BTW riolering conform vaststelling GRP Hogere opbrengst OZB door indexering en groei Correctie indexering OZB 2017 Overig Kostenplaatsen en hulpkostenplaatsen Bijstelling onderhoudskosten materieel obv huidig areaal Diverse programma's Belastingen en verzekeringen Personele kosten bijstelling salariskosten Indexering en bijstelling formatieafhankelijke budgetten Overig Subtotaal Mutaties meerjarenbegroting Uitvoeringsplan 2014-2017

491.000- V 350.000- V

892.000

1.973.000 950.000247.900

N V N

1.804.000

950.000- V 240.400 N

950.000- V 253.700 N

98.000 N 21.000 N 2.000- V 2.000- V 10.000 24.600 N 3.900- V 483.400- V 26.600 N 31.500- V 271.400- V 137.000- V N 2.00070.00027.300 29.100 527.30026.600 31.500367.200137.000V V N N V N V V V 2.000- V 50.000- V 37.800 106.100 N N

23.100- V 1.900- V 530.800- V 26.600 N

527.300- V 26.600 N

31.500- V 338.400- V 137.000- V

31.500- V 380.200- V 137.000- V 62.000- V

10.100 N

10.100

10.100

10.100

13.500 N

13.500

13.500

13.500

250.400 N 252.800 N 4.100 N 10.000

250.400 277.800 4.100 9.200

N N N

250.400 292.800 4.100 9.200

N N N

250.400 292.800 6.900 9.200

N N N

623.286- V

195.715

990.616

904.017

11.1.1 11.1.1 10.3.1

Lasten uitvoeringsplan Correctie vervangende huisvesting de zilverzwaan cat 3+ KN dekking grafrechten urnenmuur Gendt Subtotaal Uitvoeringsplan 2014-2017 Reeds aangenomen dekkingsvoorstellen 2012 en 2013 Dekkingsvoorstellen 2012:

4.600 N 200.000- V

39.300- V

39.300-

39.300- V

4.500- V

4.500-

4.500- V

195.400- V

43.800- V

43.800-

43.800- V

div.

Ombuigingen en bezuinigingen Subtotaal dekkingsvoorstellen 2012 en 2013


Saldo M eerjarenbegroting -

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

-18.000 V

1.170.300

263.200

21.400 N

Programmabegroting 2014

191

192

Programmabegroting 2014

6.4 Uitvoeringsplan 2014 - 2017

Programmabegroting 2014

193

Uitvoeringsplan 2014- 2017


Investeringen en prioriteiten

Bedrag Investering 2014-2017

Dekking dmv reserves

Dekking dmv subs ov. budg.

Te dekken Middels afschrijv.

Jaar van realisatie

Afsch Termijn

Lasten 2014

Lasten 2015

Lasten 2016

Lasten 2017

1 Ontwikkeling en opleiding 1.01 1.02 1e inrichting diverse lokalen Loovelden gr 15/16 Vervangende huisvesting Zilverzwaan/Ot en Sien 2 Deelname aan de samenleving 2.01 Buitensportaccommodaties 3 Bereikbaarheid en mobiliteit 3.01 3.02 3.03 3.04 Verkeersveiligheid op de dijken Schoolzones Herinrichting Loostraat/van Voorststraat Bushalte Zandsestraat 6 Landschap 6.01 6.01 6.01 6.01 Bijdrage park Lingezegen Grondverkopen park Lingezegen Ambt. ondersteuning projectbureau Lingezegen Dekking tlv bestaande formatie 9 Beheer en onderhoud 9.01 9.01 9.01 Investeringen riolering 2014 Investeringen riolering 2015 Investeringen riolering 2016 4.621.900 3.693.300 1.261.500 4.621.900 3.693.300 1.261.500 2014 2015 2016 15-60 15-60 15-60 210.000 -150.000 60.000 150.000 -150.000 2012 e.v. 2012 e.v. 2010 e.v. 2010 e.v. pm -pm pm -pm pm -pm pm -pm 50 40.000 30.000 320.000 50.000 45.000 30.000 320.000 40.000 2013 2013 2013/14 2014 25 25.600 5.000 25.600 25.600 25.600 15 4.300 4.300 4.300 4.300 150.000 150.000 2013 15 16.000 16.000 16.000 16.000 25.000 2.000.000 25.000 2014 2014 15 20 2.600 180.000 2.600 180.000 2.600 180.000

194

Programmabegroting 2014

Uitvoeringsplan 2014- 2017


Investeringen en prioriteiten

Bedrag Investering 2014-2017

Dekking dmv reserves

Dekking dmv subs ov. budg. 1.427.300 37.000 955.700 1.437.300 285.300

Te dekken Middels afschrijv.

Jaar van realisatie 2017 2014 2015 2016 2017

Afsch Termijn 15-60 15-60 15-60 15-60 15-60 15 20 20 10 10 20

Lasten 2014

Lasten 2015

Lasten 2016

Lasten 2017

9.01 9.01 9.01 9.01 9.01 9.02 9.03 9.04 9.05 9.06 9.07 9.07

Investeringen riolering 2017 Investeringen waterplan 2014 Investeringen waterplan 2015 Investeringen waterplan 2016 Investeringen waterplan 2017 Vervanging VRI van Elkweg/Papenstraat Bemmel Urnenmuur begraafplaats Hoeve Huissen Overige inrichting begraafplaats Hoeve Aanschaf 2 zoutstrooiers Aanschaf 4 sneeuwschuiven Uitbreiding urnenmuur op begraafplaats Gendt Dekking grafrechten urnenmuur Gendt 10 Burger en bestuur

1.427.300 37.000 955.700 1.437.300 285.300 100.000 60.000 90.000 40.000 32.000 50.000

100.000 60.000 90.000 40.000 32.000 50.000

2014 2014 2014 2014 2014 2013/14 2014

10.700 5.400 8.100 5.600 4.500 4.500 -4.500

10.700 5.400 8.100 5.600 4.500 4.500 -4.500

10.700 5.400 8.100 5.600 4.500 4.500 -4.500

10.01

Digitaliseren documenten en archieven Totaal


Bij: Dekking grafrechten op product lijkbezorgingsrechten Totaal reservering nieuw e lasten 2014 e.v. Af: Reeds in beginsaldo Meerjarenbegroting

308.000 17.074.300

308.000 398.000 13.764.300 907.000

2014 50.900 262.800 -4.500 50.900 46.300 4.600 258.300 46.300 212.000 262.800 -4.500 258.300 46.300 212.000 262.800 -4.500 258.300 46.300 212.000

Opgenomen lasten uitvoeringsplan in meerjarenbegroting 2014-2017

Programmabegroting 2014

195

Kredietvoteringen 2014

Omschrijving
1.01 3.04 9.02 9.03 9.04 9.05 9.06 9.07 10.01 1e inrichting diverse lokalen Loovelden gr. 15/16 Bushalte Zandsestraat Vervanging VRI van Elkweg/Papenstraat BML Urnenmuur Overige inrichting begraafplaats Aanschaf 2 zoutstrooiers Aanschaf 4 sneeuwschuiven Uitbreiding urnenmuur op begraafplaats Gendt / grafrechten Digitaliseren documenten en archieven

Bedrag Investering
25.000 50.000 100.000 60.000 90.000 40.000 32.000 50.000 308.000

196

Programmabegroting 2014

6.5 Toelichting op uitvoeringsplan 2014 - 2017


1 Ontwikkeling en opleiding
Onderwerp 1.01
e

Programma

Investering 25.000

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 2.600

Gewenst jaar realisering 2014

1 inrichting diverse lokalen Loovelden groep 11 t/m 16

Toelichting

Eerste inrichting diverse lokalen van de Boemerang. Aanvullende inrichting is nodig totdat de school qua leerlingenaantal de maximum capaciteit heeft bereikt. I.v.m. mindere bouwactiviteiten groeit de school minder snel dan verwacht. Budget wel handhaven voor groei op termijn.

Programma

Onderwerp 1.02

Investering 2.000.000

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 180.000 (20 jaar)

Gewenst jaar realisering 2014

Vervangende huisvesting basis-school de Zilverzwaan, Renovatie scholen-complex Ot en Sienpad, Huissen

Toelichting

Het tijdelijke schoolgebouw van de basisschool de Zilverzwaan in Huissen is afgeschreven en voor de huisvesting van de Zilverzwaan wordt gezocht naar andere huisvesting. Het scholencomplex aan het Ot en Sienpad is meer dan 30 jaar oud en dient bouwkundig te worden aangepast. In dit schoolgebouw is leegstand waardoor de Zilverzwaan daar nieuwe huisvesting kan krijgen. Het onderhoud voor de Zilverzwaan is meegenomen in het MOP voor alle schoolgebouwen. Afstoten van het gebouw kan een heel beperkte bijstelling van de storting in het MOP tot gevolg hebben en zal dus nagenoeg geen verlaging van de structurele jaarlast in dit voorstel betekenen. Wel komt er een terrein vrij waar een andere bestemming aan kan worden gegeven. Aangezien hier 2 noodzakelijke huisvestingsvoorzieningen gecombineerd kunnen worden, is het advies deze nieuwe uitgave te honoreren. Doen we dit niet, dan moeten we zeker kosten maken voor de Zilverzwaan, omdat dit schoolgebouw vervangen moet worden. Minimale investering is alleen de noodzakelijke aanpassingen in het scholencomplex Ot en Sienpad uit te voeren om daar de Zilverzwaan in te huisvesten.

Deelname aan de samenleving

Programma

Onderwerp 2.01

Investering 150.000

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 16.000

Gewenst jaar realisering 2013/2014

Buitensportaccommodaties

Toelichting

Nu de realisatie van Sportpark Muijland (voorlopig) is uitgesteld dienen er enkele extra onderhouds- en renovatiewerkzaamheden te worden uitgevoerd op sportpark de Poel, welke niet waren opgenomen in de MOP sportgebouwen.

Programmabegroting 2014

197

Bereikbaarheid en mobiliteit
Onderwerp 3.01 Investering 40.000 Incidentele jaarlast Structurele jaarlast 4.300 Gewenst jaar realisering 2013/2014

Programma

Verkeersveiligheid op de dijken

Toelichting

Zowel in de gemeenteraad als in het college is de verkeersveiligheid op de dijken in Lingewaard besproken. De wens van alle partijen is een veiligere dijk rekening houdend met de diversiteit aan functies en gebruikers hiervan. Geconcludeerd is dat het inrichten van de dijken als 60 km zone de beste oplossing is. Dit is ook in overeenstemming met de beleidslijn dat alle buitenwegen als 60 km zone ingericht moeten worden. Het college heef besloten, in overeenstemming met de raadsmotie van 10 november 2011, om een tweetal dijkvakken te weten tussen Huissen en Angeren en rondom de Sterreschans te Doornenburg, duurzaam veilig in te richten als 60 km zone respectievelijk op te nemen in de bebouwde kom waar 50 km geldt als maximum snelheid. Zoals aangeven aan de gemeenteraad bedragen de kosten 40.000 per strekkende km dijk voor het duurzaam veilig inrichten als 60 km-zone. Het gedeelte tussen Huissen en Angeren is inmiddels voorzien van een 60 kminrichting. In 2013/2014 staat op stapel het gedeelte tussen de Sterreschans en scheepswerf Vahali.

Programma

Onderwerp 3.02

Investering 30.000 Dekking Alg. Reserve

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast

Gewenst jaar realisering 2013/2014

Schoolzones

Toelichting

De afgelopen periode is er bij wijze van proef bij een aantal basisscholen in Lingewaard schoolzones ingericht en zijn de fietsroutes naar de schoolroutes aangegeven met rode stippen. Deze acties zijn uitgevoerd om de verkeersveiligheid voor de kinderen te vergroten. Uit de evaluaties van deze proeven in Gendt en Huissen blijken de inrichtingen van de schoolzones en de schoolroutes bij te dragen aan een veilige omgeving voor kinderen. Voor een basisschool is gemiddeld 15.000 nodig om tot een veilige inrichting te komen. Hiervoor is 30.000 geraamd, wat betekent dat twee scholen in aanmerking kunnen komen voor dit onderwerp.

Programma

Onderwerp 3.03

Investering 320.000

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 25.600

Gewenst jaar realisering 2013 / 2014

Herinrichting Loostraat / van Voorststraat

Toelichting

De inrichting van het gedeelte Loostraat, tussen de Kruigang en de Bredestraat, en de Van Voorststraat in Huissen moet dringend worden aangepakt. Deze weg is een gebiedsontsluitingsweg en is voor het fietsverkeer een belangrijke schakel tussen de wijken Zilverkamp en Loovelden, en het centrum van Huissen.

De herinrichting voorziet onder andere in de verbetering van de oversteekbaarheid en door een duurzaam veilige inrichting loopt het fietsverkeer minder risico op een ongeval. Het is de bedoeling deze herinrichting te combineren met de vernieuwing van de riolering. De planning is steeds afgestemd op de mogelijke komst van de trolley , waardoor de uitvoering opgeschoven is naar 2013 / 2014.

198

Programmabegroting 2014

Onderwerp 3.04 Programma 3 Bushalte Zandsestraat, Bemmel Toelichting

Investering

Incidentele jaarlast 50.000 5.000

Structurele jaarlast

Gewenst jaar realisering 2014

Subsidie 45.000

In verband met het opwaarderen van bestaande halten is in overweging gegeven om de huidige halte aan de Teselaar te verplaatsen naar de Zandsestraat . Door deze verplaatsing is het mogelijk om gebruik te maken van de aanwezige ruimte om meer kwaliteit in te brengen, zoals een fietsenstalling en een abri. De Stadsregio levert een bijdrage van 90% in de geraamde kosten ad 50.000. De uitvoering van dit project is voorzien in 2014.

Landschap
Onderwerp 6.01 Investering 210.000 dekking door: - reserve 60.000 150.000 - grondverkopen - ambtelijke ondersteuning -/- 150.000 Dekking tlv bestaande formatie neutraal (0,5 fte) 2012 e.v. 2010 e.v. 2012 e.v. Incidentele jaarlast Structurele jaarlast Gewenst jaar realisering

Programma

Park Lingezegen: - bijdrage

- nieuwe ontwikkelingen

Toelichting

Park Lingezegen is bedoeld als buffer tussen de steden en alle nieuwbouw bij Bemmel, Huissen, Elst e.d. De doelstellingen van het park zijn gericht op recreatie, waterberging, natuur en behoud van landbouwgrond. Hiervoor is een bestuursovereenkomst gesloten en geld gereserveerd van rijk, provincie, Waterschap en de vier gemeenten Arnhem, Nijmegen, Overbetuwe en Lingewaard. De intergemeentelijke structuurvisie voor het park is vastgesteld. Tevens is een gemeenschappelijke regeling opgericht om de financiering van het beheer duurzaam te verzekeren. Tot en met 2013 wordt dan bijna 500 ha in het gebied (van in totaal 1500 ha) ingericht als parklandschap. Op sommige plekken ingrijpend (als waterberging of nieuwe natuur wordt gerealiseerd), op sommige plekken minder ingrijpend (als bomen langs de weg worden aangeplant). Behalve het uitvoeringsprogramma dat door de overheden wordt gerealiseerd, is ook ruimte voor particuliere initiatieven die aansluiten bij de doelen van het park: recreatie, toegankelijk maken van het buitengebied, e.d.).

Programmabegroting 2014

199

Beheer en onderhoud
Onderwerp 9.01 Investering Incidentele jaarlast Structurele jaarlast Gewenst jaar realisering

Programma

Riolering: vervangingsinvesteringen en verbeterings-maatregelen - Jaarschijf 2014 - Jaarschijf 2015 - Jaarschijf 2016 - Jaarschijf 2017 Waterplan : - Jaarschijf 2014 - Jaarschijf 2015 - Jaarschijf 2016 - Jaarschijf 2017 37.000 955.700 285.300 2014 2015 2016 2017 4.621.900 3.693.300 1.261.500 1.427.300 2014 2015 2016 2017

1.437.300

Toelichting

Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de periode 2013-2015 is door de gemeenteraad op 27-06-2013 vastgesteld. In dit GRP zijn diverse vervangingsinvesteringen en verbeteringsmaatregelen opgenomen die leiden tot bovengenoemde investeringsbedragen. Met name in 2014 en 2015 zullen verbeteringsmaatregelen in Angeren, Huissen en bedrijventerrein Gendt-Bemmel plaatsvinden. Daarnaast zullen tevens maatregelen vanuit het Waterplan opgepakt worden. De kapitaallasten van beide investeringsuitgaven worden volledig gedekt door de rioolrechten. In 2015 zal een nieuw GRP aan de gemeenteraad ter vaststelling worden aangeboden.

Programma

Onderwerp 9.02

Investering 100.000

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 10.700

Gewenst jaar realisering 2014

Vervanging VRI kruising Van ElkwegPapenstraat

Toelichting

De provincie heeft het voornemen om de verkeersregelinstallatie op de kruising Van Elkweg met de Papenstraat in Bemmel te vervangen. Met deze vervanging wordt tevens de kruising aangepast om de in de toekomst het verkeersaanbod soepel te laten afwikkelen. In combinatie met deze aanpassing is het mogelijk dat de aansluiting van de Papenstraat ook wordt aangepakt gericht op de doorstroming van het busverkeer en het opwaarderen van de bushalte. In het kader van de kostenverdeling tussen de provincie en de gemeente, in de verhouding tot het aantal aansluitingen op de kruising, moet de gemeente een bijdrage ad 100.000 leveren. De bestemmingplanprocedure is ter hand genomen en voorziet in de mogelijkheid, dat bij een onherroepelijk plan, de werkzaamheden in 2014 door de provincie worden uitgevoerd.

200

Programmabegroting 2014

Programma

Onderwerp 9.03 en 9.04

Investering

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast

Gewenst jaar realisering 2014

Begraafplaats Hoeve, Huissen; - Urnenmuur - Overige inrichting 60.000 90.000 5.400 8.100

Toelichting

In het kader van de urgente uitbreiding van de begraafplaats De Hoeve is aan de noordzijde al een ophoging bestaande uit een grondlichaam en randbeplantingen gerealiseerd. Vanwege capaciteitsproblemen is deze uitbreiding al in gebruik genomen, maar behoeft nog een inrichting gericht op paden en beplantingen. Door echter gebruik te maken van de mogelijkheid om eerst op het oude gedeelte van de begraafplaats graven te ruimen, kan wellicht een budettair voordeel worden behaald omdat de inrichting van de uitbreiding dan kan worden getemporiseerd. Het beginsel ruimen boven uitbreiden moet echter nog worden onderzocht en dit betekent dat vooralsnog moet worden uitgegaan van het investeringsbedrag ad 90.000 voor het jaar 2014. Daarnaast is door het toenemende aantal crematies behoefte aan een urnenmuur. Deze muur wordt op de uitbreiding van de begraafplaats aangebracht en vervangt de huidige voorziening. Uit oogpunt van urgentie is de urnenmuur gepland in 2014.

Programma

Onderwerp 9.05

Investering

Incidentele jaarlast 40.000

Structurele jaarlast 5.600

Gewenst jaar realisering 2014

Aanschaf 2 zoutstrooiers

Toelichting

Sinds de herindeling is enkel de omvang van het wegennet toegenomen, niet het materieel om gladheid te bestrijden. Op dit moment is de route die gestrooid moet worden eigenlijk te groot om de gladheid adequaat en vooral tijdig te kunnen bestrijden. Zonder extra materieel moet wellicht de keuze gemaakt gaan worden de omvang van de route voor gladheidbestrijding in te krimpen.

Programma

Onderwerp 9.06

Investering

Incidentele jaarlast 32.000

Structurele jaarlast 4.500

Gewenst jaar realisering 2014

Aanschaf 4 sneeuwschuiven

Toelichting

Sinds de herindeling is enkel de omvang van het wegennet toegenomen, niet het materieel om gladheid te bestrijden. Op dit moment is de route die gestrooid en ook geschoven moet worden eigenlijk te groot om de gladheid adequaat en vooral tijdig te kunnen bestrijden. Zonder extra materieel (2 sneeuwschuiven) moet wellicht de keuze gemaakt gaan worden de omvang van de route voor gladheidbestrijding in te krimpen. Daarnaast vragen de veranderde weersomstandigheden (meer sneeuwval) om andere inzet van materieel. Juist bij sneeuwval is aanvullend materieel in de vorm van 2 extra sneeuwschuiven (zonder strooiers) noodzakelijk om de berijdbaarheid van vooral bus- en andere hoofdverbindingen te kunnen blijven garanderen.

Programma

Onderwerp 9.07 Uitbreiding urnenmuur op begraafplaats Gendt

Investering 50.000 Dekking grafrechten

Incidentele jaarlast

Structurele jaarlast 4.500 -/- 4.500

Gewenst jaar realisering 2013 / 2014

Toelichting

De huidige urnenmuur op de begraafplaats in Gendt heeft nog maar enkele nissen beschikbaar. Ook lopen de grafrechten voor de nissen nog enkele jaren. Dit betekent, dat binnenkort inwoners met een wens tot een urnennis teleurgesteld moeten worden als de muur niet uitgebreid wordt. Een uitbreiding met ca. 50 nissen vraagt minimaal een krediet van 50.000. Daar staat tegenover dat via de grafrechten daar op termijn weer inkomsten tegenover staan.

Programmabegroting 2014

201

10

Burger en bestuur
Onderwerp 5.02 Investering Incidentele jaarlast 308.000 Structurele jaarlast Gewenst jaar realisering 2014

Programma

10

Digitaliseren documenten en archieven

Toelichting

Op 2 januari 2012 is het nieuwe gemeentehuis in gebruik genomen. In het nieuwe huis wordt gewerkt op basis van een kantoorconcept waarin het flexwerken centraal staat. De werkplek van de medewerker wordt digitaal beschikbaar gesteld waarbij tijd- en plaats onafhankelijk werken mogelijk is geworden. Hiermee wordt voldaan aan eisen die gesteld zijn in Fase I van het project ICT Nieuwbouw Gemeentehuis. Tijdens de discussie en vaststelling van het krediet voor Fase I is ook al gesproken over het nieuwe werken, destijds Fase II genoemd. Inmiddels wordt de vraag om volledig onafhankelijk te kunnen werken en ook alle documenten op elke plaats digitaal beschikbaar te hebben, steeds duidelijker. De stappen die in Fase II gezet moeten worden zijn globaal omschreven en de financile impact is nog niet volledig duidelijk. Duidelijk is wel dat in ieder geval alle dossiers moeten zijn bijgewerkt tot op actueel niveau en alle documenten die in omloop zijn, moeten worden geregistreerd. In het bijwerken van de dossiers is een prioriteit vastgesteld gerelateerd aan de dienstverlening aan de burger.

202

Programmabegroting 2014

6.6 Toelichting reserves en voorzieningen


Reserves
Algemene Reserve (stand Jaarrekening 2012 38.683.300 n resultaatbestemming) Het saldo van de Algemene Reserve bedroeg na de resultaatbestemming 2012 38.683.300. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2013 is ingestemd met het onttrekken van de herstructureringskosten van Presikhaaf aan de algemene reserve. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2013, de Kadernota 2012 en 2014 is besloten enkele incidentele nieuwe uitgaven en het resultaat 2013 te dekken door een onttrekking uit de Algemene Reserve. Al deze mutaties zijn in het overzicht Verloop Algemene Reserve opgenomen. De werkelijke omvang van het saldo van de algemene reserve aan het eind van 2014 en volgende jaren wordt voor een belangrijk deel bepaald door de financile resultaten in de jaarrekeningen. Beklemde deel Algemene Reserve Vitens: De reserve Vitens maakt nu als algemene beklemde reserve deel uit van de Algemene reserve. De in 2006 behaalde winst bij de verkoop van de aandelen Vitens is overeenkomstig een raadsbesluit gereserveerd. De jaarlijkse rente wordt ingezet als dekkingsmiddel en is als batenpost bij inzet van reserves in de begroting opgenomen. Het beklemde deel bedraagt 2.500.000. Aangezien het rentepercentage is gedaald van 4,5 naar 4% is de onttrekking vanaf 2014 100.000. Bespaarde rente: Bij de Kadernota 2010 is bepaald dat een gedeelte van de bespaarde rente van reserves en voorzieningen ingezet wordt als algemeen dekkingsmiddel voor de begroting. In 2013 bedroeg de bespaarde rente 2.610.000. Daarvan werd 1.352.500 in de Algemene reserve g estort en het restant 1.257.500 ingezet als dekkingsmiddel voor de begroting. Samen met de onttrekking Vitens 112.800 zit dus in 2013 in totaal 1.370.300 bespaarde rente om de exploitatielasten te dekken. Hierdoor wordt beslag gelegd op 1.370.300 / 4,5% = 30.500.000. In 2014 is de rente verlaagd naar 4%. Dat betekent dat als we net als in 2013 van de bespaarde rente 1.370.300 willen inzetten om de exploitatielasten te dekken, het beklemde deel van de Algemene reserve stijgt naar 1.370.300 / 4% = 34.257.500. Dit is niet wenselijk. Daarom is in de begroting 2014 opgen omen dat de dekking van de exploitatielasten voldoende bedraagt om het beklemde deel niet te laten stijgen. 30.500.000 x 4% = 1.220.000. De opbrengst bespaarde rente bedraagt in 2014 2.250.000. Per saldo resteert er dan 1.030.000 om te storten in de Algemene reserve (inclusief Vitens). Er is in de begroting 2014 ten opzichte van 2013 1.370.300 -/- 1.220.000 = 150.300 minder bespaarde rente ter dekking van de exploitatie. Vrij beschikbare deel Algemene Reserve In paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing is bepaald hoe hoog de buffer moet zijn om nietstructurele financile risicos op te kunnen vangen. Het vrij beschikbare deel van de Algemene Reserve b estaat uit het saldo van de Algemene Reserve na aftrek van het beklemde deel en na aftrek van de buffer.

Programmabegroting 2014

203

Verloop Algemene Reserve


saldo 1-1-2013 conform jaarrekening 2012 resultaat 2012 toevoeg./onttrekkingen via resultaatbestemming 2012 Saldo per 1-1 van het betreffende jaar Dekking amendementen raad 13-12-2013 Dekking saldo 2013 ( na meicirc. excl. dekking ODRA) Vermindering saldo 2013 in Najaarsnota 2013 Dekking saldi Meerjarenbegroting 2015 t/m 2017 Storting ged. bespaarde rente reserves en voorzieningen Uitvoeringsprogramma duurzaamheid Dekking digitaliseren documenten en archieven KN 2012 dekking Incidentele kosten ODRA Dekking begroting Presikhaaf Saldo Algemene Reserve per 31-12 beklemde deel Af: buffer

2013
41.415.000 -1.157.000 -1.574.700 38.683.300 -92.000 -1.095.800 1.174.900

2014

2015

2016

2017

38.484.600 104.500

38.921.800 -12.500

38.379.800

38.764.800

-1.170.000 1.239.700 -166.600 -308.000 -305.400 -645.500 38.484.600 30.500.000 7.984.600 7.984.600 -85.100 -543.000 38.921.800 30.500.000 8.421.800 8.421.800 -46.600 -178.700 38.379.800 30.500.000 7.879.800 7.879.800 1.030.000 -69.200 930.000 -64.200

-263.000 830.000

-21.500 730.000

-9.700 -172.300 38.764.800 30.500.000 8.264.800 8.264.800 39.473.300 30.500.000 8.973.300 8.973.300

Vrij beschikbaar

Fonds bovenwijkse voorzieningen (stand Jaarrekening 2012 2.591.000) De mutaties in het fonds bovenwijkse voorzieningen zijn sterk afhankelijk van het tempo van realisering van woningbouwprojecten. In 2013 is een bedrag van 2.000.000 ten laste van deze reserve gebracht als dekking voor de op het Uitvoeringsplan opgenomen bijdrage voor Park Lingezegen. Reserve personele verplichtingen (stand Jaarrekening 2012 94.500) Dit betreft de bestemmingsreserve cafetariamodel, het overschot/te behouden budget beloningsdifferentiatie en de voor opleiding, teamontwikkeling en cafetariamodel gereserveerde IZA-gelden. De bestemmingsreserve cafetariamodel wordt ingezet voor dekking van extra personele uitgaven passend in de bestedingsregels van het cafetariamodel in de jaren 2010 t/m 2013. Reserve bedrijfsvoering (stand Jaarrekening 2012 326.700 n resultaatbestemming) De organisatie heeft de komende jaren een aantal vraagstukken op het gebied van personeel op te lossen (mogelijke WW-verplichtingen, re-integratie budget ter voorkoming van WWverplichtingen en kosten van bovenformatief personeel). Bij de jaarrekening 2011 is hiervoor een reserve bedrijfsvoering gevormd. Bij de jaarrekening 2012 is als onderdeel van de resultaatbestemming een onttrekking gedaan van 216.400. Algemene reserve grondexploitatie (stand Jaarrekening 2012 nihil) De algemene reserve grondexploitatie dient ter dekking van verliezen en risicos die voortvloeien uit gron dexploitaties. De algemene reserve grondexploitatie wordt gevoed uit de eindresultaten van alle afgesloten exploitaties plus de tussentijdse resultaten. Als uit de kostprijsberekening blijkt, dat bij een complex een verlies wordt verwacht, wordt hiervoor een voorziening getroffen die ten laste van de algemene reserve grondexploitatie wordt gebracht. Indien de algemene reserve grondexploitatie volledig is ingezet voor de afdekking van (verwachte) verliezen van grondexploitaties, komen tekorten ten laste van het (begrotings)resultaat. Voor een nadere toelichting van de stand en de geraamde mutaties van deze reserve wordt verwezen naar paragraaf 5.7 Grondbeleid. 204

Programmabegroting 2014

Reserves groot onderhoud (stand Jaarrekening 2012 2.856.300 n resultaatbestemming) Dit betreft reserves voor vervanging, onderhoud en beheer van gebouwen en gemeentelijke eigendommen, sportaccommodaties en groenvoorzieningen. De reserves worden ingezet op basis onderhoudsplannen die in 2012 zijn geactualiseerd en vastgesteld. Overige bestemmingsreserves (stand Jaarrekening 2012 17.019.000 n resultaatbestemming) Hieronder zijn diverse reserves opgenomen die op basis van gemeentelijke besluitvorming een specifieke bestemming hebben gekregen. Als voorbeelden van overige bestemmingsreserves worden genoemd de reserve afvalstoffenheffing, de reserve riolering en waterzuivering, de reserve inzet woningbouw, het kunstfonds en de reserve actualisatie bestemmingsplannen.

Voorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van personeel (stand Jaarrekening 2012 3.653.600) Dit betreft een voorziening uit hoofde van pensioenverplichtingen ten behoeve van huidige en voormalige wethouders. Op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) bouwen wethouders hun ouderdomspensioen in principe op bij de gemeente. De Appa-pensioenregeling omvat ook het zogenaamde nabestaanden- en wezenpensioen. De Appa-pensioenregeling is een eindloonregeling met pensioenindexatie. De pensioenverplichtingen worden op actuarile wijze gewaardeerd tegen contante waarde. Voorziening onderhoud wegverhardingen (stand Jaarrekening 2012 2.500.000) Dit betreft een voorziening voor vervanging, onderhoud en beheer van wegen. De in de begroting opgenomen toevoegingen zijn gebaseerd op beleids- en beheerplannen die door de gemeenteraad in 2012 zijn vastgesteld. Voorzieningen nog in te zetten bijdragen en subsidies (stand Jaarrekening 2012 327.600) Deze voorziening heeft betrekking op ontvangen (en mogelijk te restitueren) bedragen voor planschades. Voorzieningen voor overige verplichtingen en risicos (stand Jaarrekening 2012 1.272.300) Dit zijn de overige voorzieningen, zoals de voorziening Streekmuziekschool, de voorziening voor verwachte kosten van afgewikkelde grondexploitaties en de in 2012 nieuw gevormde voorziening ruilverkaveling. De voorzieningen worden opgenomen op het moment, dat blijkt dat de gemeente aansprakelijk is voor de betaling van bedragen op basis van gebeurtenissen die hun oorsprong hebben in het begrotingsjaar of daarvoor.

Programmabegroting 2014

205

206

Programmabegroting 2014

6.7 Overzicht baten en lasten 2014

Programmabegroting 2014

207

208

Programmabegroting 2014

Overzicht van baten en lasten Omschrijving Programma's 1 Ontwikkeling en opleiding 2 Deelname aan de smaenleving 3 Bereikbaarheid en mobiliteit 4 Bedrijvigheid 5 Centrum, stad en dorp 6 Landschap 7 Wonen 8 Klimaat en duurzaamheid 9 Beheer en onderhoud 10 Burger en bestuur 11 Financin Totaal baten en lasten Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves Resultaat -387.715 -15.322.136 0 -7.702.598 -34.400 0 -3.178.388 -6.300 -701.370 -1.127.550 -59.132.241 -87.592.698 -3.696.537 -91.289.235 Baten

Raming 2014 Lasten Saldo

Raming 2013 (na wijziging) Baten Lasten Saldo Baten

Realisatie 2012 Lasten Saldo

4.090.681 29.864.525 276.909 8.417.833 578.363 1.303.972 5.825.877 297.780 21.315.333 13.234.780 3.739.324 88.945.377 2.325.846 91.271.223

3.702.966 14.542.389 276.909 715.235 543.963 1.303.972 2.647.489 291.480 20.613.963 12.107.230 -55.392.917 1.352.679 -1.370.691 -18.012

-424.455 -14.222.053 -10.324.724 -37.900 -5.942.660 -6.300 -860.960 -1.143.750 -58.091.399 -91.054.201 -4.178.673 -95.232.874

4.163.632 29.454.955 169.144 11.175.058 592.456 1.296.260 9.491.741 479.970 20.325.461 11.760.782 4.565.650 93.475.109 1.753.983 95.229.092

3.739.177 15.232.902 169.144 850.334 554.556 1.296.260 3.549.081 473.670 19.464.501 10.617.032 -53.525.749 2.420.908 -2.424.690

-593.142 -15.119.882 -80.539 -2.985.424 -38.380 -220.149 -15.265.255 -16.597 -1.043.734 -1.255.543 -59.613.820 -96.232.465 -41.572.056

4.239.189 29.631.531 338.093 8.653.034 643.036 1.837.179 15.067.516 611.066 22.737.876 11.474.245 3.141.977 98.374.742 40.586.826

3.646.047 14.511.649 257.554 5.667.610 604.656 1.617.030 -197.739 594.469 21.694.142 10.218.702 -56.471.843 2.142.277 -985.230 1.157.047

-3.782 -137.804.521 138.961.568

Programmabegroting 2014

209

210

Programmabegroting 2014

6.8 Overzicht van incidentele baten en lasten per programma


Begrote incidentele lasten 30.000 30.000 543.028 60.000 43.600 646.628 30.000 50.000 30.000 110.000 69.200 69.200 35.000 50.000 300.000 404.197 -48.530 50.000 35.000 4.000 9.100 10.000 1.200.000 2.097.297 34.000 34.000 98.000 21.000 104.500 308.000 92.000 85.100 70.000 778.600 3.655.725 Begrote incidentele baten Mutaties reserves Effect incidentele posten 30.000 30.000 43.600 43.600 30.000 50.000 30.000 110.000 50.000 35.000 4.000 9.100 98.100 34.000 34.000 98.000 21.000 104.500 70.000 293.500 499.200

Incidentele baten en lasten

2014

Programma 1 Ontwikkeling en opleiding Subsidie alg beleid soc.cult.werk Amendement 1 Huissen 700 Totaal Programma 1 Ontwik k eling en opleiding Programma 2 Deelname aan de samenleving Exploitatietekort Presikhaaf 2014 t.l.v. Algemene Reserve Inzet deel van BR Bekostiging Rintegratie voorzieningen t.b.v. Participatiemogelijkheden Maatschappelijke Stage Totaal Programma 2 Deelname aan de samenleving Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit Veiligheid schoolomgevingen Onderzoek dorpensingel Oost (Bemmel - Nijmegen) Flankerende maatregelen A15 (Onderzoeksbudget) Totaal Programma 3 Bereik baarheid en mobiliteit Programma 8 Klimaat en duurzaamheid dekking extra budget duurzaamheid t.l.v. Algemene Reserve Totaal Programma 8 Klimaat en duurzaamheid Programma 9 Beheer en onderhoud Prognose huisvestingsaanvragen Openbaar basisonderwijs Prognose huisvestingsaanvragen Bijzonder basisonderwijs Prognose renovatie sportvelden Revitalisering Zilverkamp Verlaagde dotatie voorziening "Onderhoud wegverhardingen" i.v.m. revitalisering Zilverkamp Wegenlegger Dotatie voorziening Civieltechnische kunstwerken Onderzoek gezam.milieustraat Overbetuwe/Lingewaard Inventarisatie inzameling afvalstoffen Onderzoekskosten Waterplan Onderhoudsjaarplan 2014 gebouwen Totaal Programma 9 Beheer en onderhoud Programma 10 Burger en bestuur Verkiezingen (extra tellers n.a.v. evaluatie) Totaal Programma 10 Burger en bestuur Programma 11 Financin Transitiekosten decentralisatie AWBZ begeleiding naar WMO Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg Enmalige storting in Algemene Reserve dekking amendementen Actualiseren archieven Inzet Bestemmingsreserve digitalisering Archieven tbv actualisering archieven Incidentele kosten ODRA Nationaal Uitvoerings Programma (i-NUP) Totaal Programma 11 Financin Totaal incidentele baten en lasten

-543.028 -60.000

-603.028

-69.200 -69.200 -35.000 -50.000 -300.000 -404.197 48.530

-48.530

-10.000 -1.200.000 -1.950.667

-308.000 -92.000 -85.100 -48.530 -485.100 -3.107.995

Programmabegroting 2014

211

212

Programmabegroting 2014

6.9 EMU-saldo bij begroting 2014


(Bedragen x EUR 1.000) 1 Exploitatiesaldo vr toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)* 2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 4 Uitgaven aan investeringen in (im)materile vaste activa die op de balans worden geactiveerd 5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het Rijk, de Provincies, de Europese Unie en overigen 6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materile vaste activa (tegen verkoopprijs) 6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materile vaste activa 7 Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. 8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 8b Boekwinst op grondverkopen 9 Betalingen ten laste van de voorzieningen 10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves worden gebracht en die nog niet vallen onder n van de andere genoemde posten 11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen 2013 -1.209 5.197 2.442 2014 -2.358 4.971 2.855 2015 -1.090 4.976 2.878

+ + -

12.815

4.495

1.358

11.832

6.114

0 0 8.160 11.696 2.442

0 0 3.519 6.723 1.156

0 0 4.153 6.825 1.158

+ -

0 0 6.542

0 0 9.135

0 0 6.920

Berekend EMU-saldo

De posten met een plus verkleinen het EMU-tekort, die met een min vergroten het EMU-tekort. EMU = Economische en Monetaire Unie Het EMU-saldo is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid in een bepaald jaar.

Programmabegroting 2014

213

214

Programmabegroting 2014

Bijlagen

Programmabegroting 2014

215

1. Samenstelling gemeentebestuur
Gemeenteraad

S.P.M. de Vreeze M.H.F. Schuurmans-Wijdeven mr. J.A. Wenneker mw. M.J.C. Fontein P.B.H. Geurtz drs. P.A.T.W. Hegeman N.T.P. Hubers J.J. Huizinga mw. C.A.M. Lotze-Snijders J.H.A.P. Sluiter mw. M.J. Bouwmeister-Bremer R.T.H.M. Derksen J.A.W. Joosten T.W.M. Peren ing. H.J.J. Arends H.G. Gertsen mw. mr. J.J.A.M. Leenders-van Heck mw. mr. M.J.A. van Aalten-Janssen B.J.W.G. van Ottele F.H. den Houting P.B.M. Wegh T.G.C.M. Rijsemus mw. drs. H.W.M. Witjes drs. P.M. Cuypers A.H. Nijboer S.J.H.G. Wannet H.T. Peren mw. J.N.M. van Roosmalen T.F.J. Reijmers mw. L.G. Duiven F.N. Arbouw Th.G.L. Greep

voorzitter (tot 26 september 2013) voorzitter (vanaf 26 september 2013) fractievoorzitter B06-L2000 B06-L2000 B06-L2000 B06-L2000 B06-L2000 B06-L2000 B06-L2000 fractievoorzitter Lokaal Belang Lingewaard Lokaal Belang Lingewaard Lokaal Belang Lingewaard Lokaal Belang Lingewaard fractievoorzitter CDA CDA CDA CDA fractievoorzitter lingewaard.NU lingewaard.NU lingewaard.NU fractievoorzitter VVD VVD VVD fractievoorzitter D66 D66 D66 fractievoorzitter PvdA PvdA PvdA fractievoorzitter GroenLinks GroenLinks raadsgriffier

216

Programmabegroting 2014

College van burgemeester en wethouders

S.P.M. de Vreeze M.H.F. Schuurmans-Wijdeven C.J. Telder B. van Eeten L.J.F. Dolmans C.M. de Graaf

voorzitter (tot 26 september 2013) voorzitter (vanaf 26 september 2013) wethouder wethouder wethouder Interim gemeentesecretaris

Presidium

S.P.M. de Vreeze voorzitter (tot 26 september 2013) M.H.F. Schuurmans-Wijdeven voorzitter (vanaf 26 september 2013) mr. J.A. Wenneker fractievoorzitter B06-L2000 J.H.A.P. Sluiter fractievoorzitter Lokaal Belang Lingewaard T.W.M. Peren fractievoorzitter CDA mw. mr. M.J.A. van Aalten-Janssen fractievoorzitter lingewaard.NU P.B.M. Wegh fractievoorzitter VVD drs. P.M. Cuypers fractievoorzitter D66 H.T. Peren fractievoorzitter PvdA mw. L.G. Duiven fractievoorzitter GroenLinks Daarnaast zijn in elke vergadering aanwezig: Th.G.L. Greep raadsgriffier mw. J.A.T. Mommers notulist

Programmabegroting 2014

217

2. Kerngegevens
SOCIALE STRUCTUUR 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017

Aantal inwoners per 1 januari Aantal inwoners naar leeftijd 0 t/m 4 jaar 5 t/m 19 jaar 20 t/m 64 jaar 65 jaar en ouder

45.445 45.589 45.770 45.833 45.850 45.975 46.275 46.375

2.594 2.586 2.565 2.477 2.386 2.301 2.224 2.136 8.781 8.730 8.702 8.716 8.721 8.747 8.806 8.827 27.589 27.577 27.361 27.080 26.772 26.525 26.376 26.111 6.481 6.696 7.142 7.560 7.971 8.402 8.869 9.301

Aantal personen met een uitkering: (WWB-IOAW-IOAZ) Leerlingen per 1 oktober - basisonderwijs - speciaal basisonderwijs - voortgezet onderwijs - speciaal voortgezet onderwijs Totaal leerlingen

401

468

455

394

428

458

458

458

4.829 193 2.486 64 7.572

4.774 235 2.575 67 7.651

4.728 235 2.702 60 7.725

4.688 254 2.856 70 7.868

4.633 250 2.918 72 7.873

4.514 246 2.932 72 7.764

4.335 241 3.023 74 7.676

4.194 236 3.082 75 7.587

218

Programmabegroting 2014

FYSIEKE STRUCTUUR Oppervlakte gemeente in ha. Waarvan -binnenwater -historische stads- en dorpskern Openbaar groen in ha (excl. water en bermen) Lengte van riolering in km Lengte van wegen in km Woonruimten per 1 januari Gem.aantal inwoners per woning

2010 6.918 703 5

2011 6.918 703 5

2012 6.918 703 5

2013 6.918 703 5

2014 6.918 703 5

2015 6.918 703 5

2016 6.918 703 5

2017 6.918 703 5

184 260 342

210 260 341

221 270 350

224 270 354

226 270 354

228 270 354

228 270 354

228 270 354

18.800 18.963 19.085 19.208 19.209 19.282 19.471 19.536 2,42 2,40 2,40 2,39 2,39 2,38 2.38 2.37

Programmabegroting 2014

219

3. Overzicht baten en lasten productenraming 2014


Overzicht baten en lasten productenraming 2014
Nr. Doel
( + = Nadeel / - = Voordeel)

Lasten 2014 751.625 363.361 1.873.621 926.589 29.360 146.125

Baten 2014

Saldo 2014 751.625 363.361 1.625.481 926.589 29.360 6.550

Raming 2013 733.886 364.539 1.684.598 920.659 29.330 6.165

Rekening 2012 728.200 274.898 1.731.829 872.487 31.807 6.826

1.1.1 1.1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5

Jeugdgezondheidszorg Opvoedingsondersteuning Stimuleren en toezien op behalen startkwalific. jongeren Bieden van leerlingenvervoer Bieden van natuureducatie Ondersteuning bieden bij 2e kans op educatie Faciliteren gerichte scholing en opleiding werkzoekenden Totaal Programma 1

-248.140

-139.575

4.090.681 1.608.736 1.009.832 1.179.323 697.750 1.327.007 16.358.476 7.683.401 29.864.525 198.074

-387.715 -135.605 -8.400 -73.425 -2.433 -8.845.580 -6.256.693 -15.322.136

3.702.966 1.473.131 1.001.432 1.105.898 697.750 1.324.574 7.512.896 1.426.708 14.542.389 198.074

3.739.177 1.269.795 1.108.255 1.254.559 704.500 1.329.387 7.779.406 1.787.000 15.232.902 118.360

3.646.047 1.361.885 1.309.509 1.205.285 680.772 1.227.353 6.629.410 2.097.435 14.511.649 222.299

2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3.1 2.3.2

Stimuleren samen sporten en bewegen Stimulering kennismaking/deelname kunst en cultuur Ondersteunen diverse voorzieningen Bevorderen dat iedereen gezond kan leven Versterken informeel netwerk Signaleren problemen kwetsbare inwoners/bieden van zorg Activeren bij zoeken naar werk (re-integratie) Stimuleren werkgeleg./arbeidsplaatsen voor werkzoekenden Totaal Programma 2

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Aanleggen wegen en fietspaden Verbeteren ontsluitingen Verbeteren doorstroming Verbeteren parkeermogelijkheden Verminderen veiligheidsrisico's op wegen en fietspaden Verminderen verkeersdruk in de kernen Stimuleren fietsen en OV-gebruik Totaal Programma 3

47.435 31.400

47.435 31.400

48.504 2.280

41.831 -6.576

276.909 219.605 353.650 7.537.698 54.450 252.430 8.417.833 166.800 152.620 215.483 43.460 578.363

-1.200 -139.700 -7.561.698

276.909 218.405 213.950 -24.000 54.450 252.430 715.235 166.800 152.620 201.083 23.460 543.963

169.144 267.154 331.575

257.554 207.505 365.526 4.846.259 16.276 232.044 5.667.610 158.704 151.732 263.869 30.351 604.656

4.1.1 4.1.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Stim. kleinschalige toer/recreatieve activ. op het platteland Vergroten bekendheid over toeristisch product Stimuleren uitbouw glastuinbouw en agribusiness Uitbreiden en verbeteren vestigingsmogelijkheden Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen Totaal Programma 4

251.605 850.334 197.925 143.570 204.481 8.580 554.556

-7.702.598

5.2.1 5.2.2 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Stimuleren behoud monumenten Stimuleren betrokkenheid burgers bij behoud cult. erfgoed Versterken detailhandelstructuur Faciliteren basiswinkelvoorzieningen Aantrekkelijker maken centrumgebieden Totaal Programma 5

-14.400 -20.000 -34.400

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6

Versterken biodiversiteit Versterken landschappelijke hoofdstructuur Herstructureren gebiedsdelen Verweving realiseren ts landbouw, landschap en natuur Stimuleren particulier en agrarisch natuurbeheer Vergroten toegankelijkheid Verbeteren recreatief netwerk Vergroten leefbaarh. en herkenbaarheid van het landschap Ontwikk. Fort Pannerden de parel van het Ling.landschap Recreatief versterken groene ruimte in Park Lingezegen Tegengaan verrommeling in het buitengebied Totaal Programma 6

489.490 814.482

489.490 814.482

630.651 665.608

346.433 1.270.597

1.303.972

1.303.972

1.296.259

1.617.030

220

Programmabegroting 2014

Nr.

Doel

Lasten 2014 25.744 2.695.762 24.184 2.349.969 286.718 443.500

Baten 2014

Saldo 2014 25.744 196.141 24.184 1.909.269 48.651 443.500

Raming 2013 25.744 407.066 10.434 2.520.749 133.914 451.175

Rekening 2012 27.669 -171.990 13.344 2.553.101 -2.640.951 21.088

7.1.1 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.3.1 7.3.2

Aanleg groen en speelruimtes Aanwijzen woningbouw-locaties Bevorderen en herstructureren woningbouw Meewerken aan passende particuliere initiatieven Afspraken maken met woningcorporaties Stimuleren duurzaam bouwen Stimuleren levensloopbestendig bouwen Totaal Programma 7

-2.499.621 -440.700 -238.067

5.825.877 297.780

-3.178.388 -6.300

2.647.489 291.480

3.549.082 473.670

-197.739 594.469

8.1.1 8.1.2 8.2.1

Stimuleren duurzaam huishoudelijk gedrag De gemeente geeft het goede voorbeeld Bevorderen duurzame energieproductie Totaal Programma 8

297.780 6.599.963 2.331.979 5.432.660 3.823.802 312.892 2.788.187 25.850 21.315.333 2.016.998 1.423.736 1.164.685 496.590 1.610.690

-6.300 -121.150 -30.720 -30.100 -476.000 -43.400 -701.370 -3.500 -10.000

291.480 6.478.813 2.331.979 5.401.940 3.793.702 312.892 2.312.187 -17.550 20.613.963 2.013.498 1.413.736 1.164.685 496.590 496.640

473.670 6.498.460 1.770.958 4.669.649 3.975.039 161.951 2.374.859 13.585 19.464.501 2.119.837 1.025.135 868.940 501.155 422.050

594.469 7.816.258 3.094.418 4.852.601 3.493.179 321.537 2.101.356 14.793 21.694.142 2.032.691 1.076.488 690.277 424.003 704.367

9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.2.1 9.2.2 9.2.3 9.3.1 9.3.2

Onderh./beheren infrastructuur volgens kwaliteitscriteria Onderhouden en beheren groen Onderhouden en beheren gebouwen Zorgen voor goede waterkwaliteit en voldoende waterberging Bestrijden gladheid Verwerken huishoudelijk afval Behandelen meldingen Adoptie (geheel of gedeeltelijk) door burgers Totaal Programma 9

10.1.1 10.1.2 10.1.3 10.2.1 10.2.2 10.3.1 10.3.2 10.4.1 10.4.2 10.4.3 10.4.4

Waarborgen Brandweer-, ambulancezorg en ramp.bestrijding Bevorderen veilige woon- en leefomgeving Beperken overlast Interactie met burgers/andere partners over beleidsvorming Samen met wijkplatforms leefbaarheid in de wijk vergroten Waarborgen kwaliteit dienstverlening Burgers tijdig, juist en volledig informeren over specifieke acties van de gemeente Integer handelen door bestuur en organisatie Publieke verantwoording Organiseren verkiezingen Bestuurlijke samenwerking Totaal Programma 10

-1.114.050

6.135.167 102.094 284.820 13.234.780 2.399.534 304.490 625.000 410.300 -1.127.550 -38.855.393 -2.664.948 -7.296.900 -10.315.000

6.135.167 102.094 284.820 12.107.230 -36.455.859 -2.360.458 -6.671.900 -9.904.700

5.392.174 7.176 280.565 10.617.032 -34.641.708 -2.712.906 -6.454.430 -9.716.705

4.923.262 34.603 333.010 10.218.701 -37.953.988 -2.680.776 -5.992.199 -9.844.879

11.1.1 11.1.2 11.1.3 11.2.1 11.2.2 11.3.1 11.3.2 11.3.3

Sluitende meerjarenbegroting Reserves en voorzieningen op een aanvaardbaar peil Beheersbare schuldratio Kostendekkendh. heffingen, rechten en leges Acceptabele OZB Inventariseren en kwantificeren risicos Treffen beheersmaatregelen Voldoende weerstandsvermogen Totaal Programma 11 Totaal Saldo van baten en lasten Mutatie reserves programma 1 t/m 11 Resultaat

3.739.324 88.945.377 2.325.846 91.271.223

-59.132.241 -87.592.698 -3.696.537 -91.289.235

-55.392.917 1.352.679 -1.370.691 -18.012

-53.525.749 2.420.908 -2.424.690 -3.782

-56.471.842 2.142.277 -985.230 1.157.047

Programmabegroting 2014

221

4. Kaderstellende notas
Programma 1 Ontwikkeling en opleiding Verordening leerlingenvervoer 2007 Visie transitie jeugdzorg (Raad juni 2012) Beleidskader bibliotheekvoorziening (Raad juni 2012) Startnotitie leerlingenvervoer (Raad april 2012) Beleidsnota voorschoolse educatie 2014-2017 (raad december 2012) Beleidsnota peuterspeelzaalwerk 2014-2017 (raad december 2012) CJG Lingewaard (Raad startnotitie november 2009 / B&W convenant regio backoffice maart 2009, frontoffice juni 2011) Leerplichtprotocol (Raad januari 2011) Integraal jeugdbeleid (Raad november 2010) Convenant regionale aansluiting jeugdbeleid / jeugdzorg regio Arnhem (2010) Beleidsvisie Doorgaande Ontwikkelingslijn 0-14 jaar (Raad mei 2009)/in oktober 2013 nieuwe visie 0-27 jaar in gemeenteraad Beleidsvisie leerplicht (Raad oktober 2002 / B&W kwalificatieplicht april 2008) Beleidsnotitie Brede Scholen (2008) Notitie Natuur en Milieueducatie (B&W juni 2006) Kadernotitie jeugdgezondheidszorg (Raad september 2004) Uitgangspunten schoollogopedie (raad december 2012) Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt verkeersveiligheid schoolomgeving EU programma Stadsregio Arnhem Nijmegen 2007-2013

Programma 2 Deelname aan de samenleving Integrale visieontwikkeling binnensportaccommodaties (Raad november 2007) Flankerend ouderenbeleid: subsidiering maaltijdvoorziening (Raad juni 2012) Visie AWBZ decentralisatie (Raad juni 2012) Strategisch arbeidsmarktbeleid (Raad april 2012) Sociaal-cultureel en maatschappelijk accommodatiebeleid (Raad februari 2012) Wmo beleidsplan 2012-2015 (Raad december 2011) AWBZ pakketmaatregel fase 1: lokaal beleid voor mensen met een lichte beperking (Raad september 2011) Beleidskader Ambities Sociaal Domein 2015 (Raad juni 2011) Maatschappelijk participatiebeleid (Raad juli 2009) Uitvoeringsplan Handhaving 2012-2015 (B&W 26 juni 2012) Beleidsplan Schuldhulpverlening Schulden, maak er werk van 2012-2016 (Raad 7 juni 2012) Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Lingewaard 2013 Gemeentelijk besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2013 Verordening toeslagen en verlagingen Wwb gemeente Lingewaard 2012 Re-integratie- en participatieverordening Maatregelverordening Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Lingewaard 2013 Verordening langdurigheidstoeslag 2013 Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen 2012 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Lingewaard 2013 Verordening clintenparticipatie inkomensvoorzieningen 222
Programmabegroting 2014

Verordening handhaving inkomensvoorzieningen gemeente Lingewaard Verordening wet inburgering Verordening kinderopvang Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt verkeersveiligheid schoolomgeving

Programma 3 Bereikbaarheid en mobiliteit Gemeentelijk Mobiliteits Plan (2008) Mobiliteitsaanpak, actualisering Regionale Nota Mobiliteit (2011) Gebiedsvisie A15/A12 (2008) Nota grondbeleid 2007 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt verkeersveiligheid schoolomgeving Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011) EU programma Stadsregio Arnhem Nijmegen 2007-2013 Programma 4 Bedrijvigheid Evenementenbeleid (Raad juni 2012) Regionaal Economische Ontwikkelingsstrategie KAN (2010) Evaluatie Detailhandelsbeleid (2010) Economisch Programmerings- en Ontwikkelingsdocument (EPO), Stadsregio Arnhem Nijmegen (2010) Stedenbouwkundige visie revitalisering Pannenhuis 1 (2010) Cultuurnota Lingewaard (Raad april 2009) Beleidsplan recreatie en toerisme (Raad april 2009) Notitie nieuwe economische dragers (2009) Ruimtelijke visie herstructurering glastuinbouw (2007) en Plan van Aanpak (2009) Kadernota verblijfsrecreatie (Raad april 2008) Beleidsregel functieverandering en nieuw vestiging in het buitengebied (2008) Economische Beleidsvisie (2005) Notitie presentatie gemeente bij lokale evenementen periode 2007-2010 Nota grondbeleid 2007 Gronduitgifteprijzen (systematiek grondprijsbeleid) 2002 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011) Segmenteringsnota (2006) EU programma Stadsregio Arnhem Nijmegen 2007-2013 Programma 5 Centrum, stad en dorp Dorpsvisie Angeren en Gendt Centrumvisie Huissen (2008) Nota grondbeleid 2007 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011)

Programmabegroting 2014

223

Programma 6 Landschap Intergemeentelijke Structuurvisie Park Lingezegen (2011) Groenstructuurplan (Raad maart 2008) Nota grondbeleid 2007 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011) Programma 7 wonen Integraal huisvestingsplan (Raad februari 2012) Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen Gemeente Lingewaard 2013 Nota grondbeleid 2007 Gronduitgifteprijzen (systematiek grondprijsbeleid) 2002 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011) Prestatieafspraken met woningcorporaties (2012) Programma 8 Klimaat en duurzaamheid Nota zwerfvuilbestrijding Heel gewoon Lingewaard schoon (B&W maart 2009) Integraal beleidskader duurzaamheid (Raad december 2011) Milieubeleidsplan 2010-2014 (raad december 2009) Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) mbt maatschappelijk verantwoord ondernemen Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012) Regionale verstedelijkingsvisie (2011) EU programma Stadsregio Arnhem Nijmegen 2007-2013 Programma 9 Beheer en onderhoud Beleidsplan wegverhardingen (Raad september 2012) Beleidsplan openbare verlichting (Raad december 2009), Waterplan Lingewaard (Raad mei 2009) Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Raad juni 2013) Gladheidsbestrijdingsplan (B&W 2012) Onkruidbestrijdingsplan (Raad oktober 2009) Maaibeleid bermen en sloten (B&W januari 2010) Beeldkwaliteitsplan Openbaar Groen (Raad oktober 2009) Groenstructuurplan (Raad maart 2008) Speelruimteplan Buitenspelen, ja leuk! (Raad mei 2007) Beleidsplan Onderhoud en Instandhouding Gebouwen (Raad december 2012) Beleidsplan Civieltechnische Kunstwerken (Raad mei 2013) Beleidsregels uitgifte reststroken gemeente Lingewaard 2004 Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) Ruimtelijke structuurvisie 2012-2022 (Raad mei 2012)

224

Programmabegroting 2014

Programma 10 Burger en bestuur Dienstverleningsconcept Kwaliteit en Service (Raad april 2008) Kwaliteitshandvest (B&W december 2009) Nota gezondheidsbeleid 2011-2014 (Raad november 2011) Visiedocument Gebiedsgericht werken ( Raad november 2009) Samenwerkingsovereenkomst gemeente Lingewaard en wijkplatforms (B&W juni 2011) Uitvoeringsdocument gemeente Lingewaard en wijkplatforms (Stuurgroep Veiligheid en Wijkbeheer april 2012) Handhavingsuitvoeringsprogramma (Raad november 2011) Gemeenschappelijke regeling Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (Raad oktober 2010) Integraal veiligheidsbeleid Jaarlijks veiligheidsprogramma Beleidsplan rampenbestrijding en crisisbeheersing VGGM (Algemeen Bestuur december 2010) Regionaal crisisplan Beleidsnota prostitutiebeleid 2001 (Raad december 2000) Nuloptiebeleid vestiging coffeeshops (Burgemeester juni 2002) Nota tijdelijke reclame en uitstallingen 2010 (B&W december 2009) Strategisch beleidskader reclame (Raad november 2012 Bibob beleid 2006 Drank- en horecaverordening (Raad oktober 2013) Ruimte Samen Delen. Brugdocument tussen sociale visie en ruimtelijke structuurvisie (Raad sept 2012) Sociale visie Lingewaard 2012-2022 (Raad mei 2012) Communicatiebeleidsplan 2011-2015 (B&W december 2010) Spoorboekje burgerparticipatie (B&W januari 2010) Bestuursfilosofie (B&W november 2010) Programma 11 Financin Nota activabeleid ( Raad april 2007) Nota reserves en voorzieningen (Raad december 2012) Nota risicomanagement en weerstandsvermogen (Raad april 2008) Financile verordening (Raad april 2007)

Bedrijfsvoering Automatiseringsplan 2009-2013 (B&W juli 2009) Informatiebeleidsplan 2006-2010 (B&W januari 2006) Realisatieplan EGEM-i (B&W juli 2008) Inkoop- en aanbestedingsprocedure 2008 (B&W februari 2008) Nota juridische kwaliteitszorg (B&W mei 2006) Mandaatregeling (B&W april 2011) Budgethoudersregeling ( B&W februari 2011)

Programmabegroting 2014

225