You are on page 1of 23

Natuurkunde voor Delfstofproductie

P Presentatie t ti 10: 10

Golfuitbreiding

Docent: Dhr. Ir. D. C C. W Wip. p Telefoonnummer: 465558, Ext.: 372. Email-adres: d.wip@uvs.edu. Gebouw: 16, Kamernummer: 78. Studierichting: Delfstofproductie.
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.1

Golfuitbreiding is een belangrijk aspect bij de bestudering van golven. De bestudering van golfuitbreiding is niet alleen interessant, maar tevens ook een hulpmiddel om inzicht te verkrijgen over het medium waardoor de golf gaat. gaat Golfuitbreiding waarbij de golf van het ene naar het anderemedium gaat, is in de geologie van grote importantie bij de bestudering van de bodemlagen. bodemlagen Golven moeten onder alle omstandigheden voldoen aan de golfvergelijking, of dat nu transversale of longitudinale golven zijn, of dat hat mechanische of electromagnetische golven zijn, g j maakt niet uit! Wat we wel moeten weten is dat het steeds gaat om lopende golven. Lopende golven kunnen zowel naar links of rechts bewegen. Dit kan in een wiskundige g vergelijking g j g worden vastgelegd. g g
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.2

De vergelijking van de lopende golf is:


t x U(x, t ) = a sin 2 (1) T voor een zich i h naar rechts h voortplan l tende d golf. lf t x U (x, t ) = a sin 2 + ( 2) T voor een zich naar links voortplantende golf.

Alternatieve schrijfwijzen zijn: 2 (v golf t x ) U (x, t ) = a sin (3)


U (x, t ) = a sin

voor een zich naar rechts voortplan p tende g golf. 2 (v golf t + x ) ( 4) voor een zich naar links voortplan tende golf.
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.3

De lopende golven kan men onderverdelen in: 1. Lineaire of ndimensionale golf (bijvoorbeeld golf door een koord). 2. Cirkelvormige of tweedimensionale golf (bijvoorbeeld golf op het wateroppervlak). 3. Bolvormige g g golf of driedimensional g golf ( (bijvoorbeeld j geluids- of lichtgolven). 1. Lineaire 1 Li i of f ndimensionale di i l golf lf Bij de lineaire golf passeert langs elk punt op de lijn waardoor de golf gaat de zelfde hoeveelheid energie. De vergelijking van de lineaire golf is daarom:
t x t x U(x, t ) = a lin. sin 2 = a sin 2 T T
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS

(5).

FTeW

10.4

2. Cirkelvormige of tweedimensionale golf 2 Bij de cirkelvormige golf verdeelt de trillingsenergie zichover een lengte g 2 r. Per lengte g eenheid is de energie g dus 1 evenredig met r en het resultaat voor de amplitude is dan zoals uit de relatie tussen de energie en amplitude blijkt 1 a is evenredig met . cil. r De vergelijking van cirkelvormige golf is daarom:
t r a t r U(r, t ) = a sin 2 = sin 2 cil. r T T (6).

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.5

3. Bolvormige golf of driedimensional golf 3 Bij de bolvormige golf verdeelt de trillingsenergie zich over een oppervlak 4 r2. De energie per oppervlakte eenheid is dus evenredig met 1 en de amplitude 2 r 1 a bol is evenredig met . Voor de bolvormige golf is de r vergelijking dan:
t r a t r U (r, t ) = a bol sin 2 = sin 2 T r T ( 7 ).

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.6

Golffront
De lopende golf wordt voorgesteld door:
t r U(r, t ) = a sin 2 (8). T t r De term T stelt de fase van de golf voor op een

bepaalde plaats. Bij meer dimensionale golven vormen de punten die dezelfde fase hebben, een lijn in het geval van de twee dimensionale golf en een vlak in het geval van de driedimensionale golf. golf Deze lijn of dit vlak wordt een golffront met constante fase genoemd. Een puntvormige lichtbron zendt driedimensionale golven (bolvormige golven) uit. it Indien I di de d lichtbron li htb oneindig i di ver weg verondersteld d t ld mag worden, komt het licht op de waarnemer af als een bundel evenwijdig licht met vlakke golffronten.
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.7

Figuur g 1

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.8

De natuurkundige Huygens formuleerde in 1690 hoe de uitbreiding van golffronten gaat en hoe de constructie uitgevoerd kan worden. De procedure is als volgt: 1. Bezaai het golffront dat op het tijdstip t = t0 wordt bekeken met bronner van sekondaire straling. 2 Laat de sekondaire bronnen gedurende 2. ged rende een tijdsinterval tijdsinter al t in de voortplantingsrichting stralen. 3. Bepaal p de omhullende van de sekondaire g golffronten op p het tijdstip tl = t0 + t (9). Deze omhullende is het nieuw golffront. De richting van de lichtstraal vindt men door de sekondaire bron te verbinden met het raakpunt van het sekondaire golffront met de omhullende.

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.9

De uitbreiding van de golffronten kan in verschillende soorten media plaatsvinden te weten: a. Homogene media. b. Inhomogene media. c. Isotrope media. d Anisotope media. d. media Spiegeling Valt er een vlakgolffront AP onder een hoek i in op een plat spiegelend scheidingsvlak dan treedt spiegeling op. Indien het golffront AP op g p de spiegel p g in B is aangekomen, g , zal zich in B een sekondair golffront beginnen uit te breiden. Terwijl dit sekondair golffront zich uitbreidt komt er steeds een ander g op p die spiegel p g aan. deel van het vlakgolffront
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.10

Figuur 2 Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.11

We krijgen daardoor meerdere sekondaire golffront uitbreidingen vanaf de spiegel. Indien het vlak golffront in R is aangekomen, is de uitbreiding van het sekondair golffront van B tot C genaderd. De afstand BC is gelijk aan de afstand QR. Dit vanwege het feit dat de snelheid van het vlakgolffront g en de snelheid van de uitbreiding g van het sekondair golffront in hetzelfde medium plaatsvindt, dus met dezelfde snelheid plaatsvindt. BC= vi t = QR (10) t is i de d tijd ijd dat d het h vlakgolffront l k lff van Q naar R gaat. De D omhullende van alle sekondaire golffronten die zich uitbreiden vanaf de spiegel p g op p het moment dat het vlakgolffront in R is aangekomen, is het sekondaire vlakgolffront CR.

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.12

Bekijk nu de driehoeken BCR en BQR. BQR Hier is hoek C = hoek Q = 90, RQ = BC = BD en BR is gemeenschappelijk de driehoeken zijn congruent waaruit volgt dat hoek i = hoek t. De hoek waaronder het vlakgolffront AP op de spiegel invalt is gelijk aan de hoek waaronder het vlakgolffront CR de spiegel verlaat. Dit vlakgolffront dat invalt kan ook beschouwd worden als een serie evenwijdige lichtstralen lichtstralen. De hoek tussen de lichtstraal AB en de normaal BN is gelijk aan de hoek tussen het vlak invallend golffront en de spiegel. Voor de hoek van inval kan dus ook de hoek tussen de invallende straal AB en de normaal BN gekozen worden. De hoek van terugkaatsing t tussen het (gereflecteerd) sekondair vlakgolffront en de spiegel is eveneens gelijk aan de hoek tussen de nomaal RM en de teruggaande straal RS. Dit alles vindt plaats in het vlak van tekening dat het invalsvlak wordt genoemd genoemd.
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.13

Op grond van de voorgaande relatie tussen de behandelswijze van de vlakke golffronten en de lichtstralen is de spiegelwet uit het beginsel van Huygens afgeleid. De spiegelwet luidt als volgt: a. De invallende straal, de nomaal in het invalspunt op het spiegelend oppervlak en de teruggekaatste straal liggen in hetzelfde vlak, het invalsvlak genoemd. b. De hoek van inval is gelijk aan de hoek van terugkaatsing in die zin dat ze aan weerszijden van de normaal liggen. liggen c. De deviatie of afwijking in de richting van de invallende straal is (180 2i).

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.14

Breking Valt er een vlakgolffront AP onder een hoek i in op een plat scheidingsvlak tussen twee homogene isotrope media, dan t dt zowel treedt l reflektie fl kti als l refraktie f kti op (reflektie ( fl kti = spiegeling i li en refraktie = breking). De snelheid in de 2(twee) media is over het algemeen verschillend, noem de snelheid in het eerste t medium di v1 en in i het h t tweede t d medium di v2. Indien I di het h t vlakgolffront AP tot BQ genaderd is, zal zich in B een sekondair golffront beginnen uit te breiden.

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.15

Figuur 3

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.16

Terwijl dit sekondair golffront zich uitbreidt, uitbreidt komt er steeds een ander deel van het vlakgolffront op het scheidingsvlak aan. Er ontstaan meerdere sekondaire golffronten op het grensvlak. Indien het vlakgolffront in R is aangekomen, is de uitbreiding van het sekondair golffront uitgebreid tot C in het medium 2. met t de tijd nodig om van Q naar R te gaan De omhullende van de sekondaire golffronten die zich uitbreiden vanaf het grensvlak op het moment dat het vlakgolffront in R aankomt, is het sekondair vlakgolffront CR. Het gebroken vlakgolffront verlaat het grensvlak onder een hoek h k b. b Bekijk B kijk de d driehoeken d i h k BQR en BCR. BCR
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.17

BC = v2 t
BC v1 = QR v2

(11) en QR = v1 t

(12),

(13).

Uit deze driehoeken volgt dat de verhouding


BC sin b v2 = = QR sini v1 v2 v1 sini = sin b c c (14) v 2 sini = v1 sin b (16) n 2 sini = n1 sin b (15) of (17)

v De verhouding noemt men de brekingsindex n voor een c

medium di voor een bepaalde b ld lichtfrequentie. li h f i De D vergelijking lijki n 2 sin i = n 1 sin b (17) noemt men de brekingswet van Snellius. De deviatie van de invallende bundel is (i b).

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.18

Het vlakgolffront kunnen we ook uit een serie evenwijdige lichtstralen opgebouwd denken. De invallende straal AB maakt een hoek i met de normaal BN en gaat het medium 2 in via de lichtstraal BC die een hoek b met de normaal BN in, Maakt. De lichtstraal breekt naar de nomaal toe. In figuur 4 zijn zowel de gereflekteerde als de gebroken stralen aangegeven In medium 1 zijn de gereflekteerde stralen aangegeven. onderbroken getekend. In heterogene isotrope media is de reflectie en refractie zoals aangegeven. In anisotrope media is de golfuitbreiding minder eenvoudig. eenvoudig De spiegelwet is daarom niet geldig voor anisotrope media.

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.19

Totale reflektie Indien een vlakgolffront van een optisch minder dicht medium (1) naar een optisch dichter medium (2) gaat, krijgen we steeds t d de d situatie it ti zoals l onder d het h t hoofdstuk h fd t k breking b ki (v1 > v 2). Laat men echter een vlakgolffront van een optisch dichter medium (2) naar een minder optisch dicht medium (1) gaan, dan d treedt t dt er onder d 1(n) 1( ) bepaalde b ld voorwaarde d breking b ki op. Indien niet aan de voorwaarde is voldaan, dan reflecteert het totale golffront aan het grensvlak, men spreekt dan van totale l reflectie. fl i

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.20

Figuur 4

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.21

Indien de invalshoek i groter of gelijk is aan een bepaalde hoekwaarde, dan blijkt het sekondair golffront dat zich vanaf B uitbreid punt R reeds gepasseerd te zijn. Het is dan niet meer mogelijk vanuit R een omhullende van de sekondaire golffronten te vinden. Er is dan geen sekondair of gebroken golffront in het optisch minder dicht medium. Er kan dus geen energie meer van het invallend golffront via het sekondair golffront het medium dat optisch minder dicht is in, zodat alle energie in het gereflecteerde golffront gaat zitten. Men spreekt dan van totale reflectie. reflectie In geval het vlakgolffront onder een zodanige hoek invalt dat er nog juist een omhullende voor de sekondaire golffronten gevonden kan worden zal deze omhullende loodrecht op het grensvlak in R worden, zijn. Het sekondair golffront loopt dan langs het grensvlak. Deze speciale invalshoek noemt men de grenshoek igrens. Indien i > igrens treedt dus totale reflectie op. op
Collegejaar 20072008 AdeK-UvS FTeW 10.22

Einde van Presentatie 10

Collegejaar 20072008

AdeK-UvS

FTeW

10.23