Sie sind auf Seite 1von 16

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

Taal Versie 1

Naam student: Marley Foley Klas: P13 ehv 1E slber: Maril van Asten Datum: Maandag, 17-03-2014

Stageschool: BS Aan de Bron Mentor: Annemarie Timmerman Groep: 3 a/b Vak: Taal (Stellen) Versie 1

Lesdoel: (bespreek met mentor/wat wil ik bereiken met de kinderen?) Aan het einde van deze les zijn de kinderen in staat om korte zinnen te formuleren. Ze formuleren woorden en bouwen hier zinnen mee. Dit zijn logische zinnen die op elkaar aansluiten (formuleerfase). Verder zijn de kinderen in staat om coperatief samen te werken. De leerlingen werken in tweetallen aan een taak. Om de beurt voeren een van beide leerlingen de opdracht uit. Terwijl de een aan de beurt is, geeft de ander zo nodig adviezen. Als zij het beide eens zijn over de oplossing, wisselen zij van rol (Tweetal Coach). Persoonlijke leerdoel: (wat wil ik leren?) Aan het einde van deze les ben ik in staat om de resultaten van de kinderen te bespreken met mijn mentor. We analyseren samen de kwaliteit en betekenis van de resultaten. Ook reflecteren wij op mijn persoonlijke leeropbrengst. (3.10/ 5.1 / E.1/E.2) Aan het einde van deze les, ben ik in staat om feedback te geven en krijgen van de kinderen. Dit doe ik formatief en summatief. Tijdens de formatieve feedback, laat ik de kinderen weten hoe het gaat en vraag ik ook naar hun mening. Aan het einde van de les wil ik tijdens de summatieve feedback weten wat de kinderen geleerd hebben, wat ze nog moeilijk vinden en wat goed gaat. Ik laat de kinderen weten wat ik van de les vond en wat we samen de volgende keer anders kunnen doen en wat we door moeten zetten. Ik zal me vooral richten op het proces van de kinderen en ik geef groepsgericht feedback. (1.4/7.3/3.12/B.4) Beginsituatie:
(bespreek met mentor/is dit onderwerp al bekend bij de kinderen)

Wat de kinderen volgens Tule.Slo kunnen:


Gebruik/soorten tekst: verhalende teksten ( (persoonlijke) verhalen, gedichtjes, briefjes en kaarten voor anderen) eenvoudige informatieve teksten (bijv. berichten, of antwoorden op vragen) af en toe ook instructieve teksten (bijv. recepten of korte gebruiks- of gedragsaanwijzingen) Schrijfdoel: schrijfdoelen hebben vooral betrekking op informeren en plezier verschaffen; ook op instrueren Vorm: korte teksten met meestal n inhoudselement, vaak met een chronologische opbouw zinnen zijn kort, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig, kunnen spelfouten en grammaticale fouten bevatten

Inhoud: de onderwerpen zijn dichtbij, ze gaan over het hier en nu of over nabije omgeving, nabije toekomst/verleden. De onderwerpen zijn concreet. Aanpak: het inzetten van schrijfstrategien wordt begeleid door de leraar en richt zich vooral op het orinteren op het onderwerp, het verzamelen, selecteren en ordenen van informatie en op het reflecteren (vooral op de inhoud en in mindere mate op de vorm). Bij het verzorgen van de tekst gaat het vooral om de lay-out Wat deze klas kan m.b.t. stellen: De kinderen zijn in staat om korte zinnen te schrijven. Ik verwacht wel dat niet alle woorden goed geschreven zullen worden. Er zijn tevens ook nog kinderen die sommige letters anders om schrijven. Ik verwacht wel dat ze logische (korte) zinnen kunnen maken. Dit is de eerste keer dat ik een stelles doe/meemaak. Ik weet daarom nog niet veel van de beginsituatie af.

Wat kan deze klas m.b.t. samenwerken.


De kinderen werken vaker tijdens de werklessen samen. Ze overleggen over de opdrachten en maken deze samen (bijv. als het stoplicht op oranje staat). Met coperatieve werkvormen wordt vrijwel nooit gewerkt. De klas is erg druk, waardoor het moeilijk is om dit soort opdrachten uit te voeren. Dit is een proces dat nog ontwikkeld moet worden. Ik zal van te voren duidelijke afspraken moeten maken. Dit zal strak begeleid moeten worden en ik zal consequent moeten handelen wanneer dit nodig is. Dit wil ik aanpakken door van te voren met de kinderen over samenwerken in gesprek te gaan. Op deze manier kan ik bij de kinderen polsen hoeveel ze hier al van weten en hoe ik hier op in kan spelen. De kinderen zitten momenteel al in groepen of in een rij. Ik zal vooraf een groepsindeling moeten maken en de tafelindeling moeten aanpassen aan het coperatief leren. Dit wil zeggen dat ik de tafels zo neer zet, dat de kinderen makkelijk kunnen overleggen en samenwerken.

Materialen: (wat heb ik nodig?) Kopieerblad 9-18/19 Pen/potlood Voorwerp als onderwerp Inleiding: (hoe begin ik de les) Ik ga met de kinderen van de zon-kinderen apart zitten. Dan vertel ik ze wat we gaan doen en wat ze hiervan gaan leren. Kern: Didactische werkvormen: Ik pas tijdens deze les het coperatief leren toe in de vorm van tweetal coach (beschreven in mijn lesdoel en lesomschrijving). Ik denk hiermee mijn lesdoel van de kinderen te behalen, omdat ze hiermee gedwongen worden om samen tegelijkertijd samen te werken (G.I.P.S.). Groeperingsvormen: Deze les geef ik aan de kinderen van de zon-groep. Dit is de zogenaamde A-groep. Dit doe ik specifiek met deze kinderen, omdat zij hier wel aan toe zijn. De B en C-groep zijn hier nog niet aan toe. Leerinhouden: Voorwerp bespreken, informatie verzamelen, zinnen formuleren (stellen), spellen.

Leeractiviteiten: Luisteren, schrijven, overleggen, samenwerken. Onderwijs- en leermiddelen: Werkblad 9-18/19, schrijfpen/potlood, voorwerp. ================================================================================= Ik leg het voorwerp in het midden van de groep. Hier stel ik een aantal vragen over. De kinderen krijgen hierna de opdracht om in tweetallen een woordspin in te vullen (kopieerblad 9-18). Als ze dit gedaan hebben krijgen ze kopieerblad 9-19. Ze tekenen eerst wat ze zien. Dit vergelijken ze in tweetallen met elkaar en wordt in de groep besproken (Wat is hetzelfde en wat is het verschil tussen beide tekeningen?). Ook schrijven ze op wat het is. Daarna gaan ze aan de slag met de schrijfopdracht. Dit zal ik eerst uitleggen. Het is hier belangrijk dat de opdracht en de samenwerkingsvorm goed uitleg. De eerste zin hebben ze al eerder geschreven (Dit is.). De tweede zin geeft aan waar het voorwerp voor is (Daar..). Deze zinnen verzinnen ze om de beurt. Terwijl kind 1 schrijft, let kind 2 op en geeft eventueel advies of bied hulp aan. Als ze het beide eens zijn met de zin, worden de beurten om gedraaid (tweetal coach). Dit zal een informatieve tekst worden. De zinnen mogen kort zijn. Ik zal wel aangeven, dat ze moeten letten op hun spelling en de juiste schrijfletters. Als de kinderen klaar zijn, laat ik de tweetallen hun verhaal oplezen. Afsluiting: (hoe sluit ik de les af) Aan het einde van de les, wil ik van de kinderen weten hoe ze het samenwerken vonden gaan. Wat ging er goed en wat kan de volgende keer beter?

Toelichting Taal Stellen versie 1


Bij het ontwerpen van deze les ben uitgegaan van de beginsituatie van de kinderen. De beginsituatie heb ik vastgesteld o.b.v. Tule.Slo.nl, gesprekken met mijn stage begeleider er mijn eigen (korte) ervaringen. Verder heb ik in de beginsituatie een onderscheid gemaakt in wat de kinderen weten m.b.t. het vak en m.b.t. het samenwerken. Tijdens deze les wordt er coperatief samengewerkt met de tweetal coach. Ik heb hiervoor gekozen, omdat de kinderen nog niet veel met coperatieve werkvormen gewerkt hebben. Dit is een eenvoudige manier van samenwerken en ik denk dat dit een goed begin is voor de kinderen. Dit zal de eerste les van de week zijn en dus ook de eerste keer dat de kinderen met mij met coperatieve werkvormen aan de slag gaan. Ik hoop dat de drempel hiermee laag genoeg is en het niet meteen te moeilijk zal zijn voor ze. Verder vind ik dat de aard van de opdracht goed bij deze manier van samenwerken valt, omdat ze makkelijk om de beurt en tegelijkertijd met deze opdracht aan de slag kunnen. Het lesdoel dat ik vastgesteld heb voor de kinderen m.b.t. taal, heb ik gebaseerd op de methode van school en Tule.Slo.nl. Ik verwacht dat de kinderen de opdracht zelf niet zo moeilijk zullen vinden. Wel verwacht ik dat het samenwerken niet gelijk soepel zal verlopen, omdat ze het niet gewend zijn. Ik zal er voor moeten zorgen dat ik de kinderen duidelijke instructies geef en ze laat weten wat ik van ze verwacht. Bij deze les heb ik er voor gekozen om alleen summatief te evalueren, omdat ik denk dat de kinderen dan een duidelijker antwoord kunnen geven. De opdrachten die ze krijgen zijn vrij kort, waardoor ik verwacht dat ze tussendoor waarschijnlijk geen duidelijk antwoord kunnen geven.

Ontvangen feedback
Compliment
Feedback Ellen Mooie les! Je hebt goed door wat de kinderen al kunnen en wat het doel is. Je beschrijft het duidelijk. Goed dat je van te voren met de kinderen in gesprek gaat over samenwerken.

Verrijking
Het is misschien iets te uitgebreid. Je vertelt alles zo duidelijk dat er soms dingen dubbel in staat. Kort maar krachtig, kan bij veel stukken ook. Je zou dus de doelen korter en concreter kunnen maken. De inleiding, kern en slot zijn ook vrij uitgebreid. Dat mag in dit geval zeker, maar misschien kun je de uitleg van bijv. de werkvormen meer in je verantwoording voor laten komen. Je lesvoorbereiding wordt nu een uitgebreide lesverantwoording heb ik het idee. Mis nog een beetje de tijd die je gaat besteden aan de opdracht(en). Ik verwacht namelijk dat kinderen te lang blijven hangen in het tekengedeelte, dus ik raad aan dat in de gaten te houden.

Verdieping
Misschien kun je bij de afsluiting ook vragen hoe de les zelf ging. Dus niet alleen terugkoppelen hoe de samenwerking verliep bij de leerlingen, maar ook hoe de taalles ging. Ging het goed? Vonden ze het leuk? Wat vonden ze moeilijk?

Feedback Britt

De leerdoelen (voor de leerlingen) zijn erg goed geformuleerd, het is me duidelijk wat de leerlingen deze les gaan doen. Fijn dat je de doelen meteen koppelt aan je les en hier ook de theorie aan koppelt. Goed om te lezen dat je je leerdoelen bespreekt met je mentor. Het is duidelijk waar je op gaat letten tijdens het beoordelen. Erg uitgebreide beginsituatie. Leuk dat je iets concreets meeneemt voor de intro op je les. Dat zal zeker betrokkenheid creren bij de kinderen. De opdrachten staan al in de voorbereiding,

Tijden het voorlezen van het verhaal, geef je dan nog feedback mee aan de kinderen? Zo niet, dit kan misschien een verrijking zijn.

duidelijk. Leuke en vooral leerzame manier van samenwerken.

Feedback van vakdocent (Claudia van Melis)


Je hebt een goede les gemaakt. Ik vind er veel elementen die belangrijk zijn voor stellen in terug. Onderwerp kiezen, informatie verzamelen en ordenen zitten er goed in. Wat voor schrijflessen ook belangrijk is, is de nazorg: reflecteren en herschrijven. Kijk nog eens goed naar je opdracht en bekijk of er ruimte is om deze onderdelen er ook nog in te werken. Dan is je les helemaal super!

Feedback stage mentor


Mijn mentor heeft haar feedback geel gearceerd in mijn lesvoorbereiding.

Naam student: Marley Foley Klas: P13 ehv 1E slber: Maril van Asten Datum: Maandag, 17-03-2014

Stageschool: BS Aan de Bron Mentor: Annemarie Timmerman Groep: 3 a/b Vak: Taal (Stellen) Versie 2 Feedback mentor

Lesdoel: (bespreek met mentor/wat wil ik bereiken met de kinderen?) Aan het einde van deze les zijn de kinderen in staat om korte zinnen te formuleren. Ze formuleren woorden en bouwen hier zinnen mee. Dit zijn logische zinnen die op elkaar aansluiten (formuleerfase). Verder zijn de kinderen in staat om coperatief samen te werken. De leerlingen werken in tweetallen aan een taak. Om de beurt voeren een van beide leerlingen de opdracht uit. Terwijl de een aan de beurt is, geeft de ander zo nodig adviezen. Als zij het beide eens zijn over de oplossing, wisselen zij van rol (Tweetal Coach). Persoonlijke leerdoel: (wat wil ik leren?) Aan het einde van deze les ben ik in staat om de resultaten van de kinderen te bespreken met mijn mentor. We analyseren samen de kwaliteit en betekenis van de resultaten. Ook reflecteren wij op mijn persoonlijke leeropbrengst. (3.10/ 5.1 / E.1/E.2) Aan het einde van deze les, ben ik in staat om feedback te geven en krijgen van de kinderen. Dit doe ik formatief en summatief. Tijdens de formatieve feedback, laat ik de kinderen weten hoe het gaat en vraag ik ook naar hun mening. Aan het einde van de les wil ik tijdens de summatieve feedback weten wat de kinderen geleerd hebben, wat ze nog moeilijk vinden en wat goed gaat. Ik laat de kinderen weten wat ik van de les vond en wat we samen de volgende keer anders kunnen doen en wat we door moeten zetten. Ik zal me vooral richten op het proces van de kinderen en ik geef groepsgericht feedback. (1.4/7.3/3.12/B.4) Beginsituatie:
(bespreek met mentor/is dit onderwerp al bekend bij de kinderen)

Wat de kinderen volgens Tule.Slo kunnen:


Gebruik/soorten tekst: verhalende teksten ( (persoonlijke) verhalen, gedichtjes, briefjes en kaarten voor anderen) eenvoudige informatieve teksten (bijv. berichten, of antwoorden op vragen) af en toe ook instructieve teksten (bijv. recepten of korte gebruiks- of gedragsaanwijzingen) Schrijfdoel: schrijfdoelen hebben vooral betrekking op informeren en plezier verschaffen; ook op instrueren Vorm: korte teksten met meestal n inhoudselement, vaak met een chronologische opbouw zinnen zijn kort, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig, kunnen spelfouten en grammaticale fouten bevatten

Inhoud: de onderwerpen zijn dichtbij, ze gaan over het hier en nu of over nabije omgeving, nabije toekomst/verleden. De onderwerpen zijn concreet. Aanpak: het inzetten van schrijfstrategien wordt begeleid door de leraar en richt zich vooral op het orinteren op het onderwerp, het verzamelen, selecteren en ordenen van informatie en op het reflecteren (vooral op de inhoud en in mindere mate op de vorm). Bij het verzorgen van de tekst gaat het vooral om de lay-out Wat deze klas kan m.b.t. stellen: De kinderen zijn in staat om korte zinnen te schrijven. Ik verwacht wel dat niet alle woorden goed geschreven zullen worden. Er zijn tevens ook nog kinderen die sommige letters anders om schrijven. Ik verwacht wel dat ze logische (korte) zinnen kunnen maken. Dit is de eerste keer dat ik een stelles doe/meemaak. Ik weet daarom nog niet veel van de beginsituatie af. Opmerking: je geeft de les aan de zonkinderen. Deze kinderen zijn in staat om de letters goed te schrijven zonder omkeringen. Van deze kinderen mag je verwachten dat ze eenvoudige zinnen kunnen opschrijven.

Wat kan deze klas m.b.t. samenwerken.


De kinderen werken vaker tijdens de werklessen samen. Ze overleggen over de opdrachten en maken deze samen (bijv. als het stoplicht op oranje staat). Met coperatieve werkvormen wordt vrijwel nooit gewerkt. De klas is erg druk, waardoor het moeilijk is om dit soort opdrachten uit te voeren. Dit is een proces dat nog ontwikkeld moet worden. Ik zal van te voren duidelijke afspraken moeten maken. Dit zal strak begeleid moeten worden en ik zal consequent moeten handelen wanneer dit nodig is. Dit wil ik aanpakken door van te voren met de kinderen over samenwerken in gesprek te gaan. Op deze manier kan ik bij de kinderen polsen hoeveel ze hier al van weten en hoe ik hier op in kan spelen. De kinderen zitten momenteel al in groepen of in een rij. Ik zal vooraf een groepsindeling moeten maken en de tafelindeling moeten aanpassen aan het coperatief leren. Dit wil zeggen dat ik de tafels zo neer zet, dat de kinderen makkelijk kunnen overleggen en samenwerken.

Materialen: (wat heb ik nodig?) Kopieerblad 9-18/19 Pen/potlood Voorwerp als onderwerp Inleiding: (hoe begin ik de les) Ik ga met de kinderen van de zon-kinderen apart zitten. Dan vertel ik ze wat we gaan doen en wat ze hiervan gaan leren. Kern: Didactische werkvormen: Ik pas tijdens deze les het coperatief leren toe in de vorm van tweetal coach (beschreven in mijn lesdoel en lesomschrijving). Ik denk hiermee mijn lesdoel van de kinderen te behalen, omdat ze hiermee gedwongen worden om samen tegelijkertijd samen te werken (G.I.P.S.). Groeperingsvormen: Deze les geef ik aan de kinderen van de zon-groep. Dit is de zogenaamde A-groep. Dit doe ik specifiek met deze kinderen, omdat zij hier wel aan toe zijn. De B en C-groep zijn hier nog niet aan toe.

Leerinhouden: Voorwerp bespreken, informatie verzamelen, zinnen formuleren (stellen), spellen. Leeractiviteiten: Luisteren, schrijven, overleggen, samenwerken. Onderwijs- en leermiddelen: Werkblad 9-18/19, schrijfpen/potlood, voorwerp. ================================================================================= Ik leg het voorwerp in het midden van de groep. Hier stel ik een aantal vragen over. De kinderen krijgen hierna de opdracht om in tweetallen een woordspin in te vullen (kopieerblad 9-18). Als ze dit gedaan hebben krijgen ze kopieerblad 9-19. Ze tekenen eerst wat ze zien. Dit vergelijken ze in tweetallen met elkaar en wordt in de groep besproken (Wat is hetzelfde en wat is het verschil tussen beide tekeningen?). Ook schrijven ze op wat het is. Daarna gaan ze aan de slag met de schrijfopdracht. Dit zal ik eerst uitleggen. Het is hier belangrijk dat de opdracht en de samenwerkingsvorm goed uitleg. De eerste zin hebben ze al eerder geschreven (Dit is.). De tweede zin geeft aan waar het voorwerp voor is (Daar..). Deze zinnen verzinnen ze om de beurt. Terwijl kind 1 schrijft, let kind 2 op en geeft eventueel advies of bied hulp aan. Als ze het beide eens zijn met de zin, worden de beurten om gedraaid (tweetal coach). Dit zal een informatieve tekst worden. De zinnen mogen kort zijn. Ik zal wel aangeven, dat ze moeten letten op hun spelling en de juiste schrijfletters. Als de kinderen klaar zijn, laat ik de tweetallen hun verhaal oplezen. Afsluiting: (hoe sluit ik de les af) Aan het einde van de les, wil ik van de kinderen weten hoe ze het samenwerken vonden gaan. Wat ging er goed en wat kan de volgende keer beter? PABO Eindhoven

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER Taal Definitieve versie

Naam student: Marley Foley Klas: P13 ehv 1E slber: Maril van Asten Datum: Maandag, 17-03-2014

Stageschool: BS Aan de Bron Mentor: Annemarie Timmerman Groep: 3 a/b Vak: Taal (Stellen)

Lesdoel: (bespreek met mentor/wat wil ik bereiken met de kinderen?) Aan het einde van deze les zijn de kinderen in staat om korte zinnen te formuleren. Ze formuleren woorden en bouwen hier zinnen mee. Dit zijn logische zinnen die op elkaar aansluiten (formuleerfase). Verder zijn de kinderen in staat om coperatief samen te werken. De leerlingen werken in tweetallen aan een taak. Om de beurt voeren een van beide leerlingen de opdracht uit. Terwijl de een aan de beurt is, geeft de ander zo nodig adviezen. Als zij het beide eens zijn over de oplossing, wisselen zij van rol (Tweetal Coach). Persoonlijke leerdoel: (wat wil ik leren?) Aan het einde van deze les ben ik in staat om de resultaten van de kinderen te bespreken met mijn mentor. We analyseren samen de kwaliteit en betekenis van de resultaten. Ook reflecteren wij op mijn persoonlijke leeropbrengst. (3.10/ 5.1 / E.1/E.2) Verder ben ik in staat om aan het einde van de les met de kinderen summatief te evalueren en om feedback te geven/krijgen. Ik wil zowel het proces als het product evalueren. (1.4/7.3/3.12/B.4) Beginsituatie:
(bespreek met mentor/is dit onderwerp al bekend bij de kinderen)

Wat de kinderen volgens Tule.Slo kunnen (Kerndoel 5): Gebruik/soorten tekst: Verhalende teksten ( (persoonlijke) verhalen, gedichtjes, briefjes en kaarten voor anderen) Eenvoudige informatieve teksten (bijv. berichten, of antwoorden op vragen) Af en toe ook instructieve teksten (bijv. recepten of korte gebruiks- of gedragsaanwijzingen) Schrijfdoel: Schrijfdoelen hebben vooral betrekking op informeren en plezier verschaffen; ook op instrueren. Vorm: Korte teksten met meestal n inhoudselement, vaak met een chronologische opbouw zinnen zijn kort, meestal enkelvoudig, grammaticaal eenvoudig, kunnen spelfouten en grammaticale fouten bevatten.

Inhoud: De onderwerpen zijn dichtbij, ze gaan over het hier en nu of over nabije omgeving, nabije toekomst/verleden. De onderwerpen zijn concreet Aanpak: Het inzetten van schrijfstrategien wordt begeleid door de leraar en richt zich vooral op het orinteren op het onderwerp, het verzamelen, selecteren en ordenen van informatie en op het reflecteren (vooral op de inhoud en in mindere mate op de vorm). Bij het verzorgen van de tekst gaat het vooral om de lay-out Wat deze klas kan m.b.t. stellen: Deze les geef ik aan de zon kinderen. Van deze kinderen mag ik verwachten dat ze eenvoudige korte zinnen kunnen schrijven zonder omgekeerde letters. Ik verwacht wel dat ze logische (korte) zinnen kunnen maken. Dit is de eerste keer dat ik een stelles doe/meemaak. Ik weet daarom nog niet veel van de beginsituatie af.

Wat kan deze klas m.b.t. samenwerken.


De kinderen werken vaker tijdens de werklessen samen. Ze overleggen over de opdrachten en maken deze samen (bijv. als het stoplicht op oranje staat). Met coperatieve werkvormen wordt vrijwel nooit gewerkt. De klas is erg druk, waardoor het moeilijk is om dit soort opdrachten uit te voeren. Dit is een proces dat nog ontwikkeld moet worden. Ik zal van te voren duidelijke afspraken moeten maken. Dit zal strak begeleid moeten worden en ik zal consequent moeten handelen wanneer dit nodig is. Dit wil ik aanpakken door van te voren met de kinderen over samenwerken in gesprek te gaan. Op deze manier kan ik bij de kinderen polsen hoeveel ze hier al van weten en hoe ik hier op in kan spelen. De kinderen zitten momenteel al in groepen of in een rij. Ik zal vooraf een groepsindeling moeten maken en de tafelindeling moeten aanpassen aan het coperatief leren. Dit wil zeggen dat ik de tafels zo neer zet, dat de kinderen makkelijk kunnen overleggen en samenwerken.

Materialen: (wat heb ik nodig?) Kopieerblad 9-18/19 Pen/potlood Voorwerp als onderwerp Inleiding: (hoe begin ik de les) Ik ga met de kinderen van de zon-kinderen apart zitten. Dan vertel ik ze wat we gaan doen en wat ze hiervan gaan leren. 5 min Kern: Didactische werkvormen: Ik pas tijdens deze les het coperatief leren toe in de vorm van tweetal coach (beschreven in mijn lesdoel en lesomschrijving). Ik denk hiermee mijn lesdoel van de kinderen te behalen, omdat ze hiermee gedwongen worden om samen tegelijkertijd samen te werken (G.I.P.S.). Groeperingsvormen: Deze les geef ik aan de kinderen van de zon-groep. Dit is de zogenaamde A-groep. Dit doe ik specifiek met deze kinderen, omdat zij hier wel aan toe zijn. De B en C-groep zijn hier nog niet aan toe.

Leerinhouden: Voorwerp bespreken, informatie verzamelen, zinnen formuleren (stellen), spellen. Leeractiviteiten: Luisteren, schrijven, overleggen, samenwerken. Onderwijs- en leermiddelen: Werkblad 9-18/19, schrijfpen/potlood, voorwerp. ================================================================================= Ik leg het voorwerp in het midden van de groep. Hier stel ik een aantal vragen over. De kinderen krijgen hierna de opdracht om in tweetallen een woordspin in te vullen (kopieerblad 9-18). 5 min Als ze dit gedaan hebben krijgen ze kopieerblad 9-19. Ze tekenen eerst wat ze zien. Dit vergelijken ze in tweetallen met elkaar en wordt in de groep besproken (Wat is hetzelfde en wat is het verschil tussen beide tekeningen?). Ook schrijven ze op wat het is. 5 min Daarna gaan ze aan de slag met de schrijfopdracht. Dit zal ik eerst uitleggen. Het is hier belangrijk dat de opdracht en de samenwerkingsvorm goed uitleg. 5 min De eerste zin hebben ze al eerder geschreven (Dit is.). De tweede zin geeft aan waar het voorwerp voor is (Daar..). Deze zinnen verzinnen ze om de beurt. Terwijl kind 1 schrijft, let kind 2 op en geeft eventueel advies of bied hulp aan. Als ze het beide eens zijn met de zin, worden de beurten om gedraaid (tweetal coach). Dit zal een informatieve tekst worden. De zinnen mogen kort zijn. Ik zal wel aangeven, dat ze moeten letten op hun spelling en de juiste schrijfletters. 15 min Als de kinderen klaar zijn, laat ik de tweetallen hun verhaal oplezen. Hier geef ik ook feedback op. Dit wil ik op een positieve manier doen. 10 min Afsluiting: (hoe sluit ik de les af) Aan het einde van de les, wil ik van de kinderen weten hoe ze het samenwerken vonden gaan. Wat ging er goed en wat kan de volgende keer beter? Ook vraag ik wat ze van de les vonden. Wat ging goed? Wat vind je nog moeilijk? 2 min PABO Eindhoven

Toelichting taal stellen Definitieve versie


In de lesvoorbereiding heb ik een aantal dingen aangepast. Ik heb mijn doel concreter gemaakt en beter aangepast op mijn les. Ook heb ik de feedback van mijn mentor verwerkt. Zij heeft mij nog wat tips gegeven over mijn beginsituatie. Verder heb ik een aantal tips van mijn klasgenoten meegenomen in mijn lesvoorbereiding. Ik heb nu de tijden per onderdeel erbij gezet. Dit geeft mij een betere houvast. Ook ga ik feedback geven, nadat de kinderen hun verhaal opgelezen hebben. Na de les wilde ik eerst alleen maar weten hoe de samenwerking ging. Nu ga ik ook de hele les met de kinderen reflecteren, om erachter te komen wat goed ging en wat ze nog moeilijk vinden. Dit was dus ook een fijne tip. Ik heb er wel voor gekozen om mijn lesvoorbereiding "uitgebreid" te houden. Ik vind dit zelf handiger en duidelijker. Maar ik ben het wel met deze tip eens.

Reflectie van de student:


Wat wilde ik? Aan het einde van deze les wilde ik in staat zijn om de resultaten van de kinderen te bespreken met mijn mentor. We analyseren samen de kwaliteit en betekenis van de resultaten. Ook wilde ik reflecteren op mijn persoonlijke leeropbrengst. (3.10/ 5.1 / E.1/E.2) Verder wilde ik in staat zijn om aan het einde van de les met de kinderen summatief te evalueren en om feedback te geven/krijgen. Ik wilde zowel het proces als het product evalueren. (1.4/7.3/3.12/B.4) Wat deed ik? (3.10/ 5.1 / E.1/E.2) Ik Heb samen met mijn mentor de resultaten van de kinderen bekeken en besproken. Ik heb gevraagd of deze resultaten normaal zijn voor deze groep of dat het lager/hoger niveau is. Ook heb ik doorgevraagd op bepaalde details (ruimte tussen de woorden, woordkeuze). Verder heb ik gevraagd of dit een goede opdracht is geweest voor deze groep. (1.4/7.3/3.12/B.4): Ik heb aan het einde van de les de volgende vragen gesteld aan de kinderen: Hoe ben je met de opdracht aan de slag gegaan? Wat vond je goed gaan tijdens het samenwerken? Wat zou je de volgende keer anders doen? Wat vond je van deze les? De kinderen gaven vaak korte antwoorden. Hier heb ik op door proberen te vragen. Dit vond ik best moeilijk. Ook betrapte ik mezelf er een aantal keer op, dat ik gesloten vragen stelde, waar de kinderen alleen maar ja/nee op konden antwoorden. Ik heb de kinderen eerst laten nadenken over hun antwoord en dan pas een beurt gegeven. Welke betekenis heeft het voorgaande voor jou?

Positieve ervaringen:

De kinderen waren betrokken. Dit kwam doordat er een voorwerp was en zelf veel mochten doen. Woordspin maken verliep goed. De kinderen wisten veel. Ze hebben hun fluiterstem tijdens het samenwerken gebruikt. Tijdens het samenwerken, keken de tweetallen met elkaar mee. Samenwerken begon stroef, maar verliep steeds beter. De kinderen hebben mooie resultaten geleverd. De zinnen die ze gemaakt hebben, zijn qua niveau goed en sommige zinnen zijn zelfs heel goed (langere zinnen). Deze oefening bleek goed aan te sluiten bij hun (hogere) niveau. Je ziet tussen sommige kinderen een niveau verschil, ondanks dat dit allemaal A leerlingen zijn. Letters zijn door alle kinderen goed geschreven. Deze les heeft goed bij hun niveau aangesloten, omdat er uitdaging in zat. Zowel in de opdracht zelf als in het samenwerken.

Wat ging anders:


Kinderen waren erg afhankelijk van de juf en vonden het (zeker in het begin) moeilijk om consequent in tweetallen aan de slag te gaan. Dit ondanks dat mijn uitleg duidelijk was. Kinderen praten vaak door de uitleg heen. Kinderen vinden het nog moeilijk om duidelijk te verwoorden wat wel en niet goed ging. Er wordt veel gebruik gemaakt van dezelfde woorden (hij/het i.p.v. de banaan.). Sommige kinderen schrijven de woorden nog dicht op elkaar. Dit mag eigenlijk niet meer door deze kinderen gedaan worden.

Hoe nu verder? Ik wil consequent aan het einde van iedere les, summatief evalueren. Bij lessen waar het bij mogelijk is, wil ik ook formatief evalueren. Het zal denk ik, de kinderen ook goed doen om hiermee te blijven oefenen, zodat ze hun gevoel leren verwoorden. Ik moet er aan denken dat ik dit consequent na iedere les doe. Het zou nog beter zijn om dit de eerst volgende les weer terug te pakken en te herhalen, maar dit zal moeilijk worden, omdat ik maar n keer in de week aanwezig ben.
Korte samenvatting van de bespreking over de resultaten:

Niveau is normaal voor groep 3. Sommige kinderen hebben moeilijkere zinnen gemaakt. Sommige kinderen hebben mooiere zinnen gemaakt. Letters zijn goed geschreven. Dit mag ook wel van deze groep verwacht worden. Verrijking: hij/het. mag De banaan. worden in het begin van zin. Ruimte tussen zinnen mag verwacht worden. Goede oefening voor deze kinderen.

Evaluatie van Mentor:


De opzet van je les en voorbereiding ziet er goed uit. De les sluit goed aan bij het niveau van deze leerlingen en past prima in het programma. Het verloop van de les heb ik niet gezien maar uiteindelijk waren de resultaten prima. Tijdens de nabespreking heb je duidelijke vragen gesteld over het verloop van je les. Annemarie Timmerman

Sterkte / Zwakte analyse Doelen voor dit vakgebied die heel nadrukkelijk terugkomen in deze uitwerking
l. Je bent in staat opbrengsten en kwaliteit van leeractiviteiten van collegas open te bespreken Dit heb ik bewust als persoonlijk leerdoel. Ik vind het belangrijk om van mijn mentor te horen, wat zij vindt van de resultaten van de kinderen. We hebben gekeken naar de verschillen en overeenkomsten tussen de resultaten van de kinderen. Ze heeft me uitgelegd welke verschillen normaal zijn en welke aantonen dat een bepaald kind verder ontwikkeld is dan een ander kind. Ook heb ik zelf benoemd wat ik zag. Verder heb ik (verdiepings) vragen gesteld.

i. Je bent in staat leeractiviteiten te ontwerpen waarin samenwerken expliciet plek heeft De lesstof komt uit de methode. Maar ik heb het zelf omgebouwd naar een les, waarbij de kinderen coperatief moesten samenwerken. De kinderen hebben samengewerkt aan de hand van de tweetalcoach. De kinderen werken in tweetallen samen. Deze manier van samenwerken is een goed begin van het proces, omdat de groepen klein zijn en de stappen vrij makkelijk zijn. Als ze dit onder de knie krijgen, kunnen ze de overstap maken naar het samenwerken in grotere groepen (drietallen, viertallen enz.).

Doelen voor dit vakgebied die onvoldoende zichtbaar zijn in de uitwerking


m. Je bent in staat te rapporteren over de eigen ontwikkeling Deze les heb ik met een kleinere groep uitgevoerd (de zon kinderen / A-groep). Dit heb ik op de gang gedaan, terwijl de rest van de groep bezig was met een andere taalles. Mijn mentor heeft deze les dus niet gezien. Achteraf heeft zij wel gevraagd, hoe de les verlopen was. Maar we hebben het niet over mijn ontwikkeling gehad. Dit had ik wel moeten benoemen. Als ik dit gedaan had, had ik waarschijnlijk nuttige feedback gekregen. In het vervolg wil ik hier meer op letten.

f. Je bent in staat een constructieve interactie aan te gaan met de groep met het oog op een (sociaal-emotioneel) veilige leeromgeving Ik was vooral gefocust op de instructie en het begeleiden van het samenwerken. Ik heb me minder bezig gehouden met het bevorderen van de sociaal-emotionele interactie met de kinderen.