Sie sind auf Seite 1von 17

TEORA

La Oreja de Van Gogh Jueves


Si fuera ms guapa
tendra el valor de
SI + IMPERFECTO DE SUBJUNTIVO + CONDICIONAL
Vertaling: Als ik mooier was, zou ik de moed hebben om

Deze constructie wordt gebruikt als het feit niet
gerealiseerd is in het heden en waarschijnlijk ook niet in
de toekomst.

Si tuviera dinero, ira a la tienda.
Si tuviera dinero, viajara a Nicaragua en enero.
Si hiciera buen tiempo, vendra a visitarte.

Y preguntarte quin eres
QUIEN(ES) vs. QUIN(ES)

Quin(es) wordt met accent geschreven als ze een
vragende of uitroepende/exclamatieve functie
hebben. (Ook in indirecte vragen!)

Quines vienen maana?
Abuela, mira quin llega ah.
Hay personas con quienes no puedes hablar.
(=pronombre relativo).

Ni te imaginas que llevo por ti
POR vs. PARA


POR PARA
Reden of oorzaak (voor/door)
(por el trfico)
Doel (om te)
(es para aprender espaol)
Een bepaalde tijdsduur
(por tres meses)
Bestemming
(vamos para Granada)
Een tijdsaanduiding
(por la tarde)
Deadline
(lo necesito para el lunes)
Een plaatsaanduiding
(por aqu)
Werken voor
(trabajo para el gobierno)
Per
(por avin, por hora)
Llevo por ti
TI vs. T
Ti wordt altijd gebruikt na een voorzetsel als A / CON / DE / EN / PARA / POR / SIN /
Este regalo es para ti.

! Er zijn enkele uitzonderingen waarin we wel T gebruiken:
Entre
Excepto
Incluso
Menos
Salvo
Segn

T wordt gebruikt als het gaat om het onderwerp van het werkwoord, en er ook geen
voorzetsel aan vooraf gaat.
T hablas bien.

!!! Conmigo & contigo (con + mi, con + t)
Vienes conmigo? S, Voy contigo.
Mi falda ms bonita
Qu chica ms tonta
LA CONCORDANCIA
Vergeet niet om de bijvoeglijke naamwoorden,
voornaamwoorden e.d. steeds aan te passen aan
het geslacht van het substantief!
A tus hijas las vi ayer.
Esas casas fueron construidas hace 10 aos.
Haber + participio pasado is onveranderlijk !
Las chicas han ganado.
Estar + participio pasado is veranderlijk !
Las frutas estn puestas encima de la mesa.
La propina no est incluida.
Y al verte lanzar un bostezo
AL + INF
= voorzetsel A + lidwoord EL
= wanneer, bij het,
= ~cuando

Me puse nervioso al ver a sus padres.
= Me puse nervioso cuando veo a mis padres.
Me duelen las piernas al bailar con mi esposa.
= Me duelen las piernas cuando bailo con

Se inundan mis pupilas.
Wanneer is een werkwoord wederkerig?
Als de actie wordt uitgevoerd door het onderwerp en het resultaat van de
actie heeft betrekking op het onderwerp.
Deze werkwoorden hebben meestal te maken met dagelijkse activiteiten die
te maken hebben met het eigen lichaam zoals: levantarse (opstaan), lavarse
(zich wassen), vestirse (zich aankleden), etc.

Als het resultaat van de actie geen betrekking heeft op het onderwerp, maar
gewoon een bijvoegsel krijgt, is het werkwoord niet langer wederkerig en dan
wordt er dus ook geen wederkerig voornaamwoord (me, te, se, etc.) gebruikt.
Con pronombre Sin pronombre
Yo me despierto a las ocho. Yo despert a Mara a las
ocho.
Ella se mira en el espejo. Mara mir antes de cruzar la
calle.
Me hago pequeito
Pequeito= verkleinwoord (diminutivo) van
pequeo
Hoe vormen we de verkleinwoorden van zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke
naamwoorden en bijwoorden?

-ITO / -ITA -CITO / -CITA
Woord eindigt op medeklinker
papel: papelito
! Woord eindigt op N/R
camin: camioncito
Woord eindigt op O/A
pequeo: pequeito
Woord eindigt op E/U/I
duende: duendecito
Woord eindigt op IO/IA
despacio: despacito
Woord eindigt op klinker met
accent
mam: mamacita
Me pongo a temblar
Ponerse A + INF
= beginnen met een actie, starten
= empezar A

P.ej/
Se puso a hacer las maletas
Me pongo a cantar

Y as pasan los das,
va y viene el silencio,
despiertan mis labios
De woordvolgorde in het Spaans is hetzelfde als in het
Nederlands:
onderwerp- werkwoord- lijdend voorwerp.
Maar het onderwerp kan soms ook achter het werkwoord
staan, zoals in deze 3 zinnen.

! Een verschil met het Nederlands is de woordvolgorde
wanneer de zin begint met een bijwoord en de spreker
extra aandacht wil voor het onderwerp: Quiz lo sepas t
(misschien weet jij het). In de Spaanse zin staat het
onderwerp dan achteraan.
Pronuncian tu nombre tartamudeando
Te acercas diciendo
Ya estamos llegando
Gerundio
De gerundio wordt vaak gebruikt met estar. De handeling vindt plaats
op het moment waarop men spreekt.

Ww. op AR krijgen de uitgang : -ando
Ww. op ER/-IR krijgen de uitgang: -iendo

Estoy bailando, est fumando, estamos sufriendo, etc.

De gerundio kan ook perfect zonder estar gebruikt worden. Dan heeft
het de functie van een bijwoord van manier en wordt er simultaneidad
uitgedrukt. Je zou het kunnen vervangen door terwijl of aan het.

Ayer sal de mi casa corriendo.
Y me quiero morir
Wederkerige werkwoorden kan je in het Spaans
op 2 verschillende manier vervoegen:

Morirse:
Me quiero morir
Quiero morirme
Levantarse:
Me tengo que levantar
Tengo que levantarme

Ya te echaba de menos
El uso del imperfecto
Beschrijving, informatie + onbepaalde duur in het
verleden (begin / eindpunt zijn onbekend)
Haca fro.
Gewoontes, herhaling in het verleden
Mi abuelo siempre daba un paseo por la tarde.
Een actie die bezig is en wordt onderbroken door iets
anders
Estaba leyendo cuando vi la foto.
Beleefdheidsvorm
Te llamaba para preguntarte algo.
Ir a + inf. om toekomst uit te drukken
Dijo que iba a hablar con l.
Un da especial este 11 de marzo
Datum in het Spaans
2 februari 1990 : EL 2 DE febrero DE 1990
15 april 2002: EL 15 DE abril DE 2002
Me tomas la mano
Te encuentro la cara
Te beso en los labios
Bij een lichaamsdeel wordt in het Spaans
zelden een bezittelijk voornaamwoord
gebruikt zoals dat in het Nederlands wel het
geval is.
Je neemt mijn hand >< Me tomas la mano
Ik vind je gezicht >< Te encuentro la cara
Ik kus je lippen >< Te beso en los labios
Me vuelvo valiente
Volverse + adjectief
= worden
= wordt gebruikt om een plotselinge verandering weer te
geven
>< Het gaat hier niet om een emotionele verandering,
dan gebruiken we ponerse zoals in de zin Ana se pone
roja.

P.ej/
Me volvi loco.
Julio se ha vuelto imposible.