Sie sind auf Seite 1von 7

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Margje Bergman
Mentor
Reinie Poelstra
Klas
1C
Datum
18-03-2015
Stageschool De Schalm
Groep
7A
Plaats
Vught
Aantal lln 27 leerlingen
Vak- vormingsgebied:
Rekenen
Speelwerkthema / onderwerp:
Meetkunde
Persoonlijk leerdoel:
Aan het einde van deze les kan ik duidelijker mijn grenzen aangeven en zorgen dat mijn lessen meer gestructureerd verlopen. Ik ga in deze les duidelijk mijn grenzen
aangeven en zorg ervoor dat de les gestructureerd verloopt.
Lesdoel(en):
Evaluatie van lesdoelen:
- Aan het einde van de les kunnen de kinderen een vergelijking
De vragen die hierboven staan zijn gericht op het proces, dus het samenwerken. Aan de
maken van lengte in meters en centimeters.
hand van de feedback die ik heb gekregen van mijn vakdocent moet ik hier nog vragen
- Aan het einde van de les kunnen de kinderen het vooraanzicht,
stellen over de productdoelen. De vragen die ik hierbij kan stellen zijn:
zijaanzicht, plattegrond en de positie van de blokken zien of maken
- Wat hebben jullie vandaag geleerd?
van bouwsels.
- Wat is het ook alweer het verschil tussen meters en centimeters?
- Aan het einde van de les hebben de kinderen een aantal
- Kan iemand mij vertellen wat een voor, zij en achter aanzicht is?
opdrachten gemaakt samen met een leerling.
- Hoe maak je een plattegrond van een bouwsel?
- Kerndoel 32: De leerlingen leren eenvoudige meetkundige
problemen op te lossen.
Beginsituatie:
De groep is pas sinds dit schooljaar een groep, ondanks dat ontstaat er toch niet echt groepjesvorming. Er zijn wel bepaalde rollen in deze groep namelijk, de leidende
rol, de terughoudende rol en de volgelingen. In deze les is het de bedoeling dat de kinderen in tweetallen samen gaan werken. Ik houd bij het vormen van de
tweetallen dan ook rekening met de rollen die zich in de groep voordoen. Zo wil ik dus de leidende kinderen koppelen aan de kinderen die wat terughoudender zijn.
Ook wil ik rekening houden met de sterke en zwakke kinderen. Ik wil graag dat er zo veel mogelijk tweetallen worden gevormd met een sterke en een zwakke leerling.
Dit is fijn voor de zwakke leerling, de sterke leerling kan de zwakke leerling wat uitleggen als hij/zij het niet snapt.
De kinderen hebben al vaker rekenlessen gehad met het onderwerp meten en meetkunde, dus ze weten al wel wat over het onderwerp.

Lesverloop
Tijd
5-7 min

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar
Inleiding
Als alle kinderen klaar zitten en stil zijn begin ik
met de les. De kinderen die op tijd netjes klaar
zitten en stil zijn beloon ik met een smiley.
Ik schijf een aantal getallen op het bord: 5,25 m,
0,2 m en 9.01 m. Daarna vraag ik de kinderen
of ze iets kunnen vertellen over deze getallen.
Ik teken een schema op het bord met 3 rijen in
de breedte en 4 rijen in de lengte. Het schema
ziet er als volgt uit:
M
DM
CM
5,
2
5
0,
2
9,
0
1
Het enige wat ik in het schema zet is het cijfer 5
en de letter M. Ik vraag de kinderen wat er in de
andere kolommen moet komen staan. Ik
benoem dat de cijfers achter de komma niet
helemaal een meter zijn, maar een deel van
een meter. Samen kijken we wat de opdracht is
bij opdracht 1 en samen komen we tot het
antwoord.

Leeractiviteit
leergedrag leerling(en)
De kinderen zijn betrokken, zijn stil, beantwoorden de
vragen en luisteren kritisch.

Materialen / Organisatie
Materiaal:
Smileys en het Digibord.

10 min

Kern

10 min

Kern

Ik vraag de kinderen of ze nog weten wat een


vooraanzicht en een zijaanzicht is. Ik heb zelf al
een bouwsel gemaakt, ik leg de kinderen hierbij
uit wat het voor, zij en bovenaanzicht is. Ik
maak hierbij gebruik van het Digibord om dit
weer te geven. Als dit duidelijk is voor iedereen
ga ik de kinderen vertellen dat ze in tweetallen
gaan werken, die tweetallen heb ik van tevoren
samengesteld. De kinderen gaan bij hun
partner zitten. Ik spreek met de kinderen samen
opdracht 2 door en daarna krijgen ongeveer 4
minuten om deze opdracht samen met hun
partner te maken. Als de 4 minuten om zijn
spreken we nog even kort de opdracht door.
Als dit klaar is vraag ik de kinderen of ze nog
weten hoe een plattegrond met hoogtecijfers
wordt getekend. Als dit duidelijk is gaan ze in
tweetallen aan de slag met opdracht 3. Kort
bespreken we de opdracht nog even na. De
kinderen mogen bij deze opdrachten blokjes
gebruiken om het duidelijk te maken.
Ik bespreek met de kinderen opdracht 4 en 5,
daarna gaan de kinderen weer samen met hun
partner aan de slag. Ook bij deze opdrachten
mogen de kinderen gebruik maken van de
blokjes. Ondertussen loop ik rond om te helpen
waar nodig en observeer ik hoe het
samenwerken, gaat bij de kinderen. De
kinderen krijgen ongeveer 8 minuten de tijd om
deze opdrachten af te ronden, daarna zorgen
ze dat de blokjes weer netjes opgeruimd in de
bak liggen.

De kinderen zijn betrokken, zijn stil, beantwoorden de


vragen, werken samen en luisteren kritisch.

Materiaal:
Digibord, bouwsel van
blokken en de kleine
blokjes.
Organisatie:
De leerlingen werken in
tweetallen die ik van
tevoren heb bepaald.

De kinderen zijn betrokken, zijn stil, beantwoorden de


vragen, werken samen en luisteren kritisch.

Materiaal:
Digibord en de kleine
blokjes.
Organisatie:
De leerlingen werken in
tweetallen die ik van
tevoren heb bepaald.

2-3 min

Slot

Kort wil ik nog even met de kinderen bespreken De kinderen luisteren kritisch, beantwoorden de vragen, zijn
hoe het samenwerken ging en of dat de
stil en zijn betrokken.
kinderen de opdrachten makkelijk/moeilijk
vonden en waarom wel of waarom niet.
Ik probeer de terughoudende kinderen de beurt
te geven om deze vragen te beantwoorden of
juist de zwakke leerlingen. De vragen die aan
bod komen zijn zoals deze:
- Hoe vond je dat het samenwerken is
gegaan?
- Zijn de opdrachten goed gegaan, ben je
er samen uitgekomen?
- Zijn er nog opdrachten waar je niet
uitgekomen bent?
De vragen die hierboven staan zijn gericht op
het proces, dus het samenwerken. Aan de hand
van de feedback die ik heb gekregen van mijn
vakdocent moet ik hier nog vragen stellen over
de productdoelen. De vragen die ik hierbij kan
stellen zijn:
- Wat hebben jullie vandaag geleerd?
- Wat is het ook alweer het verschil
tussen meters en centimeters?
- Kan iemand mij vertellen wat een voor,
zij en achter aanzicht is?
- Hoe maak je een plattegrond van een
bouwsel

Materiaal:
Ervaring van de kinderen

Persoonlijke reflectie
De les ging over het algemeen wel goed! De kinderen waren rustig bij de uitleg. Ik had misschien wel wat langer door moeten gaan met de
uitleg voor de kinderen. Eigenlijk was een groot deel van de klas al klaar om de opdrachten te maken, maar een paar kinderen vonden het
nog lastig. De kinderen zijn rustig samen aan het werk gegaan. Uiteindelijk zijn de doelen van de kinderen wel behaald, dit merkte ik aan
het nabespreken van de opdrachten. Mijn leerdoel is deels wel behaald. Ik had misschien de les iets meer gestructureerd moeten laten
verlopen. Ik ben wel duidelijk geweest in mijn grenzen en ik heb duidelijk verteld aan de kinderen wat ik van ze wilde. Het werken in
tweetallen ging erg goed. Ik heb rondgelopen om vragen te beantwoorden.

Verantwoording rekenen/wiskunde

Ik loop stage in groep 7. In totaal bestaat deze klas uit 27 leerlingen, 14 meisjes en 13 jongens. De leeftijden van
de groep liggen tussen de 10 en 12 jaar. Deze groep is vanaf dit schooljaar een groep geworden. Ondanks dat
deze groep pas sinds dit jaar een groep is, bestaat deze groep niet uit kleine groepjes. Er zijn een aantal
kinderen bij mij uit de klas die erg zwak zijn in het vakgebied rekenen. Ze scoren met de cito s erg laag. Ook zijn
er kinderen die erg goed zijn in rekenen.
Ik heb in mijn les rekening moeten houden met het onderwerp meten/meetkunde en de reconstructiedidactiek.
De kerninzichten die ik heb behandeld omtrent meten/meetkunde zijn: schuiven, spiegelen en roteren, de
kinderen moesten in mijn les een vooraanzicht, zijaanzicht en plattegrond tekenen van een bepaald bouwsel.
Ook komt het keninzicht meetkundige eigenschappen aan bod, omdat de kinderen werken met vierkante blokjes
in deze les en zo dus leren omgaan met een ruimtelijk figuur. Ik heb van de reconstructiedidactiek gebruik
gemaakt van het uitgangspunt sociale context en interactie, deze is gekoppeld aan samenwerkend leren (bij mij
in de les werken ze in tweetallen aan de opdrachten). Het kind leert veel van elkaar, bijvoorbeeld reken
strategien uitwisselen of vergelijken. Op deze manier zien de kinderen welke verschillende manieren er zijn en
kunnen zij voor zichzelf bepalen welke manier het beste bij henzelf past. In mijn les zit ook nog het uitgangspunt
niveaus en modellen. Ik maak zelf gebruik van een model tijdens mijn uitleg en ook de kinderen krijgen blokjes
om de opdrachten visueel te maken. Het kind leert op verschillende niveaus, eerst leert het kind concreet. Dat
wil zeggen dat er wordt geleerd vanuit herkenbare situaties met tastbaar materiaal. Dit wordt steeds
schematischer. Ik heb gebruik gemaakt van een methode les, omdat de kinderen dichtbij een toets moment
zaten. De methode les die ik heb gegeven had uiteraard als onderwerp meet/meetkunde. De doelen die de
leerlingen moesten bereiken waren:
-

Aan het einde van de les kunnen de kinderen een vergelijking maken van lengte in meters en centimeters
Aan het einde van de les kunnen de kinderen van een bouwsel het vooraanzicht, zijaanzicht, plattegrond
en de positie van blokken zien/maken.
Aan het einde van de les hebben de kinderen een aantal opdrachten gemaakt samen met een leerling.
Kerndoel 32: De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen.

In mijn les maak ik gebruik van concreet materiaal voor mij, maar ook voor de kinderen. Ook wil ik dat de
kinderen gaan samenwerken. Deze groep is pas vanaf dit jaar een groep, maar er zijn wel een aantal rollen in de
klas, namelijk de leidende rol, de terughoudende rol en de volgelingen. Ik wil dus graag tweetallen die bestaan
uit een leidende rol + terughoudende rol of een sterke leerling + een zwakke leerling.
Ik begin mijn les met een klassikale uitleg. Ik vraag de kinderen of ze nog weten wat een voor, zij of achter
aanzicht zijn. Ik maak hierbij gebruik van een bouwsel, dit omdat ik het voor de kinderen graag zichtbaar wil
maken. Daarna leg ik de opdrachten voor de kinderen uit en dan gaan ze in tweetallen aan het werk. Ik loop rond
voor eventuele vragen. De kinderen krijgen voor bij de opdrachten zelf ook kleine blokjes mee, zodat ze het voor
zichzelf ook zichtbaar kunnen maken. Als laatste wil ik graag bespreken met de kinderen hoe het samenwerken
ging en of de kinderen het makkelijk of juist moeilijk vonden.