You are on page 1of 5

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e) Lisanne Oberg
Klas
1d
Stagescho De Ontmoeting
ol
Eindhoven
Plaats
Vak- vormingsgebied: Taal
Speelwerkthema / onderwerp: Spellen

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Irma Zoetmulder
14-3-15
8b
18

Persoonlijk leerdoel: Differentiren naar begeleidingsbehoefte van de kinderen. In deze les wil ik dit bereiken door kinderen die het al gauw begrijpen zelfstandig
aan het werk te zetten (natuurlijk mogen zij bij vragen hun schoudermaatje raadplegen) en kinderen die meer moeite hebben samen te laten werken met hun
schoudermaatje. Ik wil een rustige sfeer creren waarin de kinderen veel informatie op kunnen pikken doordat ik rustig praat en een kalmte uitstraal.
Lesdoel(en):
Productdoel:
De leerlingen herhalen woorden met `th en `ch die je uitspreekt als t
en sj
We gaan oefenen met persoonsvormen en het voltooid deelwoord.
Ik ben hierbij bezig met kerndoel 11:
De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen
in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat
gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen:
regels voor het spellen van werkwoorden;
regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;
Procesdoel:
De kinderen leren naar elkaar te luisteren.

Evaluatie van lesdoelen:


Aan het einde van de les vraag ik enkele kinderen om te herhalen wat we besproken
hebben en wat ze geleerd hebben. De lesdoelen zijn behaald als ze kunnen uitleggen
wat een p.v. en wat een v.d. en de woorden met een th en een ch kunnen benoemen en
begrijpen. Ik vraag daarna in het bijzonder of de kinderen naar elkaar luisteren. We
spreken bij veel lessen af dat dit moet, en eigenlijk hoort. Ik wil dat ze zich hier bewust
van worden door ernaar te vragen.

Beginsituatie: (zie verantwoording)


Alles wat we gaan behandelen is herhaling voor de leerlingen. Misschien dat de kennis bij sommigen van ver moet komen, maar het is met iedereen behandeld.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar

Leeractiviteit
leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

1 min

10 min

Introduceren Herhalen van woorden met een CH die je


leerdoelen
uitspreek als SJ en woorden met een TH die je
uitspreekt als T. En het oefenen met
persoonsvorm en het voltooid deelwoord

De kinderen nemen de informatie op zich en krijgen


waarschijnlijk een beeld bij de woorden (door mijn prowise
presentatie)

Het activboard met


prowise.

(ik laat de kinderen bewust hun werkboekje nog


niet pakken, anders kunnen ze spieken bij
volgende activiteiten.
Klassikaal
Op de 2e slide van de prowise presentatie staan Iedereen is individueel aan het denken, maar luistert wel
Activboard
behandelen twee afgedekte lijstjes met CH en TH woorden. naar elkaar. Ook komt op deze manier iedere leerling aan de
van CH en
Er onder is ruimte om zelf te schrijven. We gaan beurt.
TH woorden een rotonde houden. Ik geef iedereen denk tijd
om woorden met CH die je uitspreekt als SJ in
stilte te bedenken, en ga dan kloksgewijs ieder
kind af om zijn of haar antwoord te horen. Als er
dubbele woorden gezegd worden is dit geen
ramp. Hierna doen we hetzelfde met de TH
woorden die je uitspreekt als T. Per woord
schrijf ik mee in het juiste lijstje. Op het einde
haal ik het afdek gordijn weg en kijken we of
dezelfde woorden bedacht zijn als die ik
bedacht had.

10 min

PV vs VD

Ik vraag de klas of ze weten hoe je de pv ook al


weer herkent en hoe je de regels toepast.
Dan vraag ik hetzelfde over het VD. Het VD
herken je aan het hulpwerkwoord eerder in de
zin.
Als we de regels besproken hebben en ik het
idee heb dat iedereen het begrijpt gaan we 3
voorbeelden maken. 1 doe ik zelf met de hulp
van de klas. En 2 laat ik door verschillende
leerlingen doen.
Hierna vertel ik dat ze hun werkboekjes mogen
pakken en een kwartier hebben om les 3 van
blok 7 te maken. Als je binnen het kwartier klaar
bent mag je iets voor jezelf gaan doen. Als voor
het kwartier afgelopen is iedereen al klaar is
gaan we eerder beginnen met klassikaal
nakijken.
Als niet iedereen binnen het kwartier klaar is
komt het bij de weektaak.

De leerlingen zijn betrokken bij mijn les en mogen zelf ook


op het bord komen schrijven. We zijn met zijn alle in
gesprek, maar niemand praat door elkaar heen en luistert
naar elkaar.

15 min

Zelfstandig
werken

De kinderen gaan aan het werk met het


stoplicht op oranje. De leerlingen die vooruit
kunnen gaan alleen aan de slag, maar ik geef
aan dat ze bij vragen altijd hun schoudermaatje
om hulp mogen vragen.
Als jij het goed begrijpt en je maatje heeft
moeite met de opgraven kun jij hem/haar goed
op weg helpen. Komen jullie er samen nog niet
uit, dan mag je naar de instructietafel komen.

De leerlingen zijn zelfstandig aan het werk. Het stoplicht


gaat op oranje. Als ze iets willen vragen mag dit aan hun
schoudermaatje. Komen ze er samen niet uit, dan gaan ze
naar de instructietafel voor extra uitleg.
Kinderen die over andere dingen gaan kletsen dan taal
mogen niet meer overleggen.

3 (5) min

Nabespreke Als we de tijd ervoor hebben kijken we de


n
gemaakte opdrachten na. Ik laat de kinderen
om de beurt hun antwoorden opnoemen. Ik
verbeter wanneer dat nodig mocht zijn maar ga
er niet te diep op in als ik merk dat iedereen het
begrijpt. Dan vertel ik de leerlingen hoe ze
gewerkt hebben. Snel afgeleid, enthousiast,
hard, goed, etc.
Dan bespreken we samen hoe we de les
vonden gaan, wat we geleerd hebben en wat er
de volgende keer beter zou kunnen.
Als we goed gewerkt hebben en tijd over
hebben kunnen we een snel (taal)spel spelen
op het bord.

De leerlingen evalueren samen met elkaar en mij. Een


compliment stimuleert de kinderen een volgende keer weer
zo hard te werken.

Verantwoording lesvoorbereiding
Beginsituatie
In mijn groep 8 zitten 18 leerlingen. Tijdens de taalles zijn ze bezig met werkwoorden en de verschillende vervoegingen daarvan en
behandelen ze de spelling en betekenis van weetwoorden. Mijn les sluit hierbij aan omdat ik weetwoorden met ch en th die je
uitspreekt als sj en t behandel. Ik wil niet alleen in gaan op de manier waarop je het woord schrijft, maar ook de betekenis van het
woord en hoe je het in een zin kan gebruiken wil ik duidelijk maken. Ook ga ik de persoonsvorm en het voltooid deelwoord nog eens
uitleggen. Dit zal voor niemand nieuw zijn, omdat dit al eerder behandeld is, maar voor sommige, wat taal zwakkere kinderen kan de
kennis weggezakt zijn. Met voorbeelden en door oefeningen te maken en het overleggen met het schoudermaatje hoop ik dat de
kinderen het verschil tussen de PV en het VD duidelijk wordt voor de hele klas. Op cognitief niveau weet ik dat niet alle kinderen gelijk
zitten. Om deze rede mogen de taalsterke kinderen alleen werken en bij vragen hun schoudermaatje raadplegen, en de taalzwakkere
kinderen de opdrachten samen met hun schoudermaatje maken, en bij vragen waar ze samen niet uitkomen de instructietafel mogen
gebruiken. Als ik merk dat aan het einde van de les nog niet iedereen op het verwachte niveau is, kan ik een vervolg les plannen om
nog extra te oefenen met het betreffende groepje. Ik heb enkele leerlingen in de klas met dyslexie, ik ga hun extra begeleiden, of laten
begeleiden tijdens de les door het schoudermaatje. Zij kunnen helpen en wanneer nodig vragen beantwoorden.
Hoe heb ik rekening gehouden met mijn groep?
Ik heb rekening gehouden met mijn groep door een gezamenlijke instructie te geven en vervolgens alleen of in tweetallen aan de slag
te gaan met oefeningen. Door de coperatieve werkvorm rotonde laat ik iedereen voor zich denken, maar luisteren ze wel allemaal
naar elkaar. Ook komt zo iedere leerling aan het woord. Ik heb een aantal kinderen in de klas die niet uit zichzelf een antwoord zouden
geven op vragen die ik stel, maar waar ze het antwoord eigenlijk wel op weten. Ze houden zich bewust stil, en ik wil hen juist graag
horen. De klas is gevoelig voor complimentjes, dus hier ga ik ook rekening mee houden door op zijn tijd een compliment te geven (als
ze dit verdienen).
Onderbouwing van de les m.b.t. de literatuur
Ik wil in mijn les de leerlingen helpen de PV en de gezegde in een zin te vinden. Op deze manier weten we of het gevraagde
werkwoord een PV of VD is. Dan passen we spellingsregels toe die we geleerd hebben. Dit heeft betrekking tot de algoritmische
strategie. Ik wil de kinderen stimuleren gebruik te maken van de denkstappen.
Huizenga, H. e.a. (2013) Basiskennis taalonderwijs. Groningen: Wolters Noordhoff.