You are on page 1of 6

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Bart Willemsen
Klas
1C
Stageschool Montessorischool
Plaats
Helmond
Vak- vormingsgebied: levensbeschouwing
Speelwerkthema / onderwerp: levensbeschouwelijk gesprek

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Peter van den Wildenberg


1-10-2015
6,7 en 8
31

Persoonlijk leerdoel:
Ik ga ervoor zorgen dat ik het overwicht houd in de klas. Dat wil zeggen dat ik tijdens de les levensbeschouwing aan groep 6 en 7 er voor ga zorgen dat de les niet
verstoord wordt.
Lesdoel(en):
Productdoel:
De kinderen kunnen een gesprek met elkaar aangaan om elkaar bepaalde
punten te vertellen. Ook kunnen ze na de les de moraal uit het verhaal
benoemen en visueel voor zich nemen.

Evaluatie van lesdoelen:


Ik ga de kinderen aan de hand van vragen en het gesprek door de kinderen toetsen of ze
het moraal snappen.

Procesdoel:
De kinderen leren te oefenen naar elkaar te luisteren.
Beginsituatie:
Voorkennis:
De kinderen hebben naar mijn idee nog niet vaak een levensbeschouwelijk gesprek gehad. Dat weet ik niet zeker. Wel weet ik dat de kinderen spreekwoorden hebben
gehad. Het spreekwoord dat hierbij hoort, wie een kuil graaft voor een ander, val er zelf in hebben de kinderen waarschijnlijk al gehad. Ze krijgen nu de betekenis aan
de hand van een voorbeeld uit het verhaal en een voorbeeld van anderen te zien.
Betrokkenheid:
Vertellen is een werkvorm die de kinderen erg betrokken maakt. Je kunt de kinderen aankijken en aantikken als ze moeten luisteren. Hierdoor zijn de kinderen erg
betrokken bij het verhaal. Om de kinderen te betrekken bij het gesprek stel ik vragen aan de kinderen.
Actualiteit:
Het verhaal is niet actueel, echter de boodschap is van alle tijden en kan goed voorkomen in de leefwereld van de kinderen.

Lesverloop
Tijd
2 min

10 min

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar
inleiding
Ik vertel de kinderen dat ik een verhaal ga
vertellen aan de kinderen. ik vertel dat het een
oud verhaal is maar dat er een boodschap
achter ligt, deze moeten de kinderen dus
achterhalen.

Leeractiviteit
leergedrag leerling(en)
De kinderen luisteren naar mijn korte praatje en mogen
reageren om hetgeen of vragen stellen.

Materialen / Organisatie

Het verhaal

1 Ik ga een verhaal vertellen over de vos en de


ooievaar.
2 Aan het einde vertel ik dat er een boodschap
achter het verhaal zit en dat dat vergeleken kan
worden met een spreekwoord. Wat betekend dit
nou eigenlijk?

1 De kinderen luisteren naar het verhaal.

https://www.youtube.com/w
atch?v=5nl1Ht6NJjk

2 de kinderen gaan antwoord geven op de vragen die ik ze


stel. Ze gaan nadenken over het antwoord wat ze gaan
geven.

5 min

Gesprek
Fase 1

Ik stel de kinderen vragen over het verhaal:


- Wie spelen er allemaal mee in het verhaal?
- Wat gebeurde is tijdens het thee drinken
van mevrouw ooievaar?
- Wat gebeurde er tijdens de lunch van vos?
- Wat gebeurde er tijdens de lunch van de
ooievaar?

De kinderen geven antwoord en mogen op elkaar reageren.


Ook mogen ze zelf vragen stellen over het verhaal.

5 min

Gesprek
Fase 2

Ik vraag aan de kinderen of ze een soortgelijke


ervaring hebben gehad als in het verhaal. Ik
reageer op vragen en speel ze eventueel door
naar anderen.

De kinderen mogen de vragen beantwoorden als ze willen.


Zo mogen op mij en elkaar reageren en vragen terug stellen.

5 min

Gesprek
Fase 3

De kinderen reageren op de vragen die ik ze stel.

5 min

Gesprek
Fase 4
afsluiting

Ik ga aan de kinderen vragen of ze iets geleerd


hebben van de ervaringen die ze hebben
opgedaan.
Ik vraag aan de kinderen wat nou de werkelijke
betekenis was van het verhaal en wat we dan
moeten doen.

De kinderen reageren op de vragen die ik ze stel.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik?
Dat de kinderen actief deelnamen aan het levensbeschouwelijk gesprek.
Dat de activiteit zonder verstoringen verliep
Wat deed ik:
de kinderen een luisterend doel geven
verhaal vertellen over de vos en de ooievaar
een begeleidende rol innemen voor het gesprek tussen de kinderen
vragen aan de kinderen stellen
Wat betekende dit voor mij?:
Alvast vooraf gesteld vond ik het een zeer geslaagde les. Omdat de plek steeds bezet was waar ik graag wilde zitten ben ik met de
kinderen in de speelzaal gaan zitten. Ik vond dit extra leuk omdat je nu de kinderen op de grond om je heen hebt zitten en je mooi de kring
rond kan kijken. Toen ik begon met de inleiding zag je een beetje dat de kinderen hadden van o nee een verhaal. Maar nadat ik ze de
uitdaging had gegeven om de moraal uit het verhaal te halen met daarbij een spreekwoord werden ze gemotiveerd. Toen ik het verhaal
begon te vertellen luisterde de kinderen aandachtig. Vervolgens lukte het de kinderen heel makkelijk om het moraal eruit te halen met
daarbij het spreekwoord, ze hadden juist ook een extra spreekwoord toegevoegd die ook prima past wie de bal kaatst kan hem terug
verwachten. Tijdens de vragen die ik aan de kinderen vroeg begon er een leerling te wiebelen en niet mee te doen. Ik had vooraf moeten
zeggen dat je gewoon meedoet en dat je anders weer terug kan naar de klas. Hierdoor kun je storende kinderen alvorens waarschuwen en
consequenties opleggen. Het gesprek met de andere kinderen verliep vlot. De kinderen vertelde mooie ervaringen die ze met de groep
wilde delen. Kortom een goed gesprek tussen mij en de kinderen. Ik moet alleen de afsluiting aanpassen deze was kort en abrupt.
Hoe nu verder:
Ik ga vooraf zeggen wat ik van de kinderen verwacht en wat ze kunnen verwachten als ze deze verwachtingen niet voldoen.

Feedback mentor (inclusief handtekening)


Datum:
Fijn om te lezen dat het een fijn gesprek was. Duidelijk reflectie en goed concreet beschreven waarom je de dingen doet zoals in je
voorbereiding.
Neem ook de positieve dingen mee in je hoe nu verder, dit zodat je jouw kwaliteiten kan blijven benutten.

OGP3
Format voor toelichting lesontwerp
Domein: levensbeschouwing

B1. Leerdoelen stellen


3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen
3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

A3. Leiding geven aan het


groepsproces
1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie
A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

Welke keuze(s) heb je in dit


opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze


keuze(s) gemaakt?

Ik heb voor de volgende


leerdoelen gekozen:
Productdoel:
De kinderen kunnen een
gesprek met elkaar aangaan om
elkaar bepaalde punten te
vertellen. Ook kunnen ze na de
les de moraal uit het verhaal
benoemen en visueel voor zich
nemen.

Ik heb ervoor gekozen om een


verhaal te kiezen met een
moraal omdat ik hiermee al
ervaringen heb opgedaan op
mijn vorige stage. Kinderen
halen goed de betekenis
achter een verhaal naar voren.
Hiermee kun je mooie
gesprekken krijgen. Daarmee
kun je kinderen aanleren om
naar elkaar te luisteren.

Procesdoel:
De kinderen leren te oefenen
naar elkaar te luisteren.
De kinderen hebben met elkaar
en mij een gesprek gevoerd met
het moraal: wie een kuil graaft
voor een ander valt er zelf in. Ik
heb beurten aan de kinderen
gegeven en zei mochten
reageren op elkaar of zelf iets
vertellen over het moraal.
Ik heb goede ervaringen positief
ontvangen en doorgegeven.
Wanneer er een mooie ervaring
voorbij kwam ben ik daar verder
op ingegaan.

Ik heb voor deze rol gekozen


omdat ik hiermee het gesprek
een beetje kan sturen. Ik kan
reageren op sterke reacties en
daar meer op in gaan. zo krijg
je een diepere context van het
gesprek.
Ik heb hiervoor gekozen
omdat de kinderen zich dan
veilig voelen en dingen durven
te gaan vertellen. Hierdoor
krijg je een waardevoller
gesprek.

Ik ben met de kinderen een


gesprek aangegaan over het
moraal: wie een kuil graaft voor
een ander valt er zelf in. De
kinderen mogen op mij en de
anderen reageren wat zei ervan
vinden.

Ik heb ervoor gekozen om een


gesprek te voeren omdat je
dan de meeste interactie hebt
met de kinderen. je hoort wat
ze denken en hoe deze
gedachtegang is.

Ik heb ervoor gekozen om het


klassikaal te doen. Kinderen
vertellen hun ervaringen over
wat ze hebben meegemaakt. Ik
ben in de gymzaal gaan zitten
met de kinderen.

Ik heb gekeken aan de hand


van de sociogram of de
kinderen goed met elkaar
overweg konden. Dat was
gelukkig zo het geval dus heb
ik groep 6 en 7 meegenomen.
Hierdoor durven kinderen
meer aan elkaar te vertellen.
Ik ben met de kinderen in de
gymzaal gaan zitten omdat
daar de minste afleidende
factoren waren.