You are on page 1of 9

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Bart Willemsen
Klas
1C
Stageschool Montessorischool
Plaats
Helmond
Vak- vormingsgebied: geschiedenis
Speelwerkthema / onderwerp: cultureel erfgoed

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Peter van den Wildenberg


1-10-2015
6,7 en 8
31

Persoonlijk leerdoel:
Ik ga ervoor zorgen dat de geschiedenisles organisatorisch goed in elkaar steekt.
Ik ga er voor waken dat ik het overwicht behoud tijdens de les, dit ga ik doen door vooraf te vertellen wat ik verwacht van de kinderen uit groep 6,7 en 8 zodat zij deze
verwachtingen waar kunnen maken.
Ik ga ervoor zorgen dat ik consequent en duidelijk optreed wanneer de kinderen de regels en afspraken breken die we vooraf met elkaar hebben besproken.
Lesdoel(en):
Evaluatie van lesdoelen:
Productdoel:
De kinderen leveren over een week een document in waarin ze laten zien of ze weten
De kinderen van groep 6,7 en 8 krijgen inzicht over cultureel erfgoed in
wat het cultureel erfgoed is dat ze gekozen hadden. Verder kijk ik aan de hand van
Nederland. Ze leren wat cultureel erfgoed inhoud, en wat er allemaal toe
vragen die ik aan de kinderen stel of ze begrijpen wat cultureel erfgoed is.
behoort. Verder gaan de kinderen onderzoek wat Brabant en omstreken
allemaal voor cultureel erfgoed heeft.
Procesdoel:
De kinderen leren naar elkaar te luisteren en samen te werken. Ze zullen
met elkaar afspraken moeten maken over wanneer ze eraan werken en hoe
het resultaat eruit moet komen te zien.

Beginsituatie:
De groep:
Groep 6,7 en 8 is een groep waarin de sfeer goed is. Er wordt elke dag hard gewerkt aan de dagelijkse taken, maar er is ook tijd voor leuke dingen. Er hangt een
goede sfeer in de klas. De klas is echter wel een groepjes groep. De klas heeft een aantal groepjes met vrienden die verdeeld zijn over de gehele groep. Er zitten 30
kinderen in de klas. 5 kinderen in groep 6, 4 kinderen in groep 7 en 21 kinderen in groep 8.
Voorkennis:
De kinderen weten uiteraard wat een worstenbroodje is. Ze zijn bij geschiedenis in de tijd van de burgers en de stoommachines. Het onderwerp sluit dus niet echt aan
bij waar ze zijn in de klas. Echter weten de kinderen een aantal elementen op te noemen van cultureel erfgoed in Nederland. Verder zijn ze gewend om in tweetallen te
werken want de opdracht is ongeveer hetzelfde als wat ze in de klas aan het onderdeel Kosmisch doen.
Betrokkenheid:
Doordat ik een onderwerp pak wat niet een doorsnee onderwerp is zal de betrokkenheid hoger zijn. Het is in de ogen van de kinderen geen saai onderwerp en zullen
willen weten waar het allemaal naartoe gaat. De kinderen mogen zelf tweetallen maken wat de betrokkenheid moet gaan verhogen. Ik ga er wel opletten dat de
tweetallen overeen komen met de bevindingen uit de sociogram. Is diet niet zo het geval ga ik hierover in gesprek met de kinderen.
Actualiteit:
Onlangs was op het nieuws dat het Brabantse worstenbroodje is toegevoegd aan de culturele erfgoedlijst van Nederland en van UNESCO.
Kerndoel 56 De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.
Lesverloop
Tijd
2 min

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar
inleiding
Ik ga aan de kinderen vertellen wat we gaan
doen:
- Een geschiedenis les geven aan de hand
van een verhaal
- We gaan daarbij iets ervaren
- En er zit een opdracht aan vast.

Leeractiviteit
leergedrag leerling(en)
De kinderen luisteren naar wat ik aan ze vertel, zo mogen
als ze vragen hebben deze aan mij stellen. Ook mogen ze
reageren op wat ik vertel.

Materialen / Organisatie

20 min

Het
Brabantse
worstenbroo
dje

Ik ga aan de hand van een PowerPoint


De kinderen luisteren naar het verhaal. Ze geven antwoord
presentatie het een en ander vertellen over het op de vragen die ik ze stel. Ze mogen zelf ook reageren en
Brabantse worstenbroodje. Uiteindelijk gaan we vragen stellen over hetgeen wat ik ze ga vertellen.
richting het cultureel erfgoed van Nederland.
Het worstenbroodje is namelijk toegevoegd aan
het culturele erfgoed van Nederland. Ik stel aan
de kinderen in de tussentijd vragen over
bepaalde zaken.

PowerPoint presentatie
Verhaal over het
Brabantse
worstenbroodje
worstenbroodjes

10 min

Opdracht
uitleggen

Ik ga de opdracht uitleggen aan de kinderen. ze De kinderen luisteren naar de uitleg. Ze mogen reageren en
krijgen inzicht wat de bedoeling is over de
vragen stellen op hetgeen wat ik ze vertel.
opdracht die aan de presentatie vast zit.

PowerPoint

5 min

Intekenen
en duos
vormen

De kinderen mogen voor een keer zelf kiezen


met wie ze samenwerken. vervolgens komen de
koppels een voor een naar mij toe en kiezen
een onderwerp uit op de lijst.

Intekenlijst
Blaadjes met de
opdracht erop

De kinderen gaan kiezen met wie ze gaan samenwerken. Ik


weet vanuit de sociogram wie met wie goed samen kunnen
werken. Wanneer ik merk dat het niet zo het geval is ga ik
hierover in gesprek met de kinderen. wanneer de keuze is
gemaakt mogen de kinderen vervolgens samen naar mij toe
komen om een onderwerp te kiezen. Ze schrijven hun naam
achter het onderwerp. Vanaf dit punt nemen ze een blaadje
mee waarop de opdracht staat en kunnen ze aan de slag.

Effectieve aspecten om samen te werken: geschiedenis


Positieve afhankelijkheid

Wanneer de kinderen het niet opbrengen om inbreng te geven met het zicht
op tekst, komt er geen uitkomst uit. De kinderen moeten dus ieder hun
eigen deel maken van het verslag, het alleen maken is te veel. Hierdoor
hebben de kinderen elkaar nodig.

Individuele aansprakelijkheid

Er worden een aantal eisen aan de opdracht gesteld die in het verslag naar
voren moeten komen. Dit is simpelweg te veel om alleen te doen. De
kinderen zullen dus taken moeten verdelen. Ze kunnen elkaars werk
beoordelen en goed of fout keuren.

Directe en positieve interactie

Er moet veel overlegd worden tussen de kinderen hoe ze het verslag gaan
vormgeven. Ze moeten elkaar helpen en bijstaan in het verwerken van tekst
naar geschreven tekst.

Adequaat gebruik van sociale


vaardigheden

Het is erg belangrijk dat de kinderen tussen elkaar moeten communiceren.


Als beide kinderen zomaar wat gaan doen komt er geen gewenst resultaat
uit. De kinderen moeten dus naar elkaar kijken, afstemmen, communiceren
en beoordelen.

groepsreflectie

De kinderen moeten voordat ze het inleveren controleren of ze alles hebben


volbracht wat de opdracht was. Zo kunnen ze op hun werk evalueren.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik?
Dat ik van te voren goed heb nagedacht over het organisatorische element van de les zodat ik zonder verstoringen de les kan
voortzetten.
Dat de activiteit zonder verstoringen verliep, zodat ik het overwicht behoud
Dat ik consequent en duidelijk reageer naar de kinderen, ook vooraf benoemen wat ik verwachtte.
Wat deed ik:
- Informatie gezocht over het worstenbroodje.
- PowerPoint gemaakt.
- Opdracht in elkaar gezet.
- Intekenlijst gemaakt met onderwerpen waar genoeg over te vinden was.
- Alles uitgeprint en klaargelegd.
- Vooraf aan de kinderen vertellen wat ik van ze verwacht.

- Stevig voor de klas staan zodat ik uitstraalde dat ik de kinderen iets wilde vertellen.
- Afwachtende houding aangehouden totdat de kinderen rustig waren.
- Openstaan voor vragen en opmerkingen met daarop positieve bevestiging.
Wat betekende dit voor mij?:
Omdat ik best veel werk in de les heb gestoken en veel al vooraf doordacht heb, had ik een fijn gevoel tijdens de activiteit dat alles klaar
lag. Ik hoefde me niet echt zorgen te maken dat ik nog ergens aan moest denken want alle elementen waren aanwezig. Doordat ik
voorafgaand aan de activiteit aan de kinderen had gezegd wat ik van ze verwachtte: stil tijdens de presentatie en vinger omhoog als er een
vraag is, verliep de les erg goed en zonder verstoringen. Ik heb niet hoeven optreden tegen de kinderen. Tijdens het verhaal over het
worstenbroodje waren de kinderen stil. Dat was erg fijn omdat ik dan de essentie van het verhaal en de les optimaal kon overbrengen. Het
overwicht was daarom dan ook in handen. Ik had echter wel op bepaalde momenten in het verhaal kansen laten liggen om de kinderen
extra te kunnen betrekken. Dat kon bijvoorbeeld goed bij het immaterieel culturele erfgoedlijst. Ik had bijvoorbeeld de kinderen kunnen
laten brainstormen over het begrip. Wat denken jullie hierbij en waaraan etc.. Ik heb gemerkt dat ik de intekenlijst beter in de presentatie
had kunnen verwerken. Er was veel interesse in de opdracht alleen waren de onderwerpen niet bekend. Hierdoor stonden ineens 31
kinderen om het bureau heen. Dit was niet handig omdat er dan een enorme bult kinderen om mij heen stonden die allemaal tegelijk wilde
kiezen. Dit stukje van het organisatorische kan ik nog wat verbeteren.
Hoe nu verder:
- Ik ga voortaan vooraf benoemen wat ik verwacht van de kinderen, dit vond ik naar mijn idee werken.
- Meer zoeken naar kansen om kinderen inbreng te geven in de les, zoals laten brainstormen over moeilijke begrippen.
- Ik wacht totdat de klas stil is en klaar is om mee te doen.
- Ik ga stevig voor de klas staan met een goede houding.
Feedback mentor (inclusief handtekening)
Datum:
Beste Bart,
We hebben de les al even naderhand samen besproken. Je hebt een eerlijke en duidelijke reflectie neergezet waarin ik ook duidelijk kan
afleiden wat je vervolgstappen zijn. Daarbij was het een leuke, informatieve en originele les. De kinderen waren enthousiast en je
boodschap is goed overgekomen. Je komt duidelijk en sterk over op de groep. Dat is in een bovenbouw zeker een goed teken. Ga vooral
zo door!

PS: +1 voor de worstenbroodjes!

OGP3
Format voor toelichting lesontwerp
Domein: geschiedenis, cultureel erfgoed

B1. Leerdoelen stellen


3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen
3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

Welke keuze(s) heb je in dit


opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze


keuze(s) gemaakt?

Ik heb bij de les de volgende


doelen gesteld:
Productdoel:
De kinderen van groep 6,7 en 8
krijgen inzicht over cultureel
erfgoed in Nederland. Ze leren
wat cultureel erfgoed inhoud, en
wat er allemaal toe behoort.
Verder gaan de kinderen
onderzoek wat Brabant en
omstreken allemaal voor
cultureel erfgoed heeft.

Uit de opdracht van


geschiedenis kon je kiezen
voor cultureel erfgoed en
eigen identiteit. Ik heb
gekozen voor cultureel erfgoed
omdat onlangs in het nieuws is
gekomen dat het Brabantse
worstenbroodje uitgeroepen is
als cultureel erfgoed. Dit vond
ik een leuk onderwerp
waardoor ik voor cultureel
erfgoed heb gekozen. Verder
heb ik als opdracht bij de les
dat ze zelf een verslag moeten
schrijven over een cultureel
erfgoed in Nederland. Ik heb
gekozen voor erfgoederen
waar veel over te vinden was
omdat ze daar dan meer zicht
op kunnen krijgen. Ik heb
gekozen voor samenwerken
omdat dit de ultieme test wordt
of samenwerken, gaat in
leerkoppels. De les sluit niet
aan met waar de kinderen
gebleven zijn. De kinderen zijn
namelijk bij de tijd van Burgers
en stoommachines. Ze moeten
dus vanaf het eerste tijdvak tot
dit tijdvak beheersen volgens
mijn mentor.

Procesdoel:
De kinderen leren naar elkaar te
luisteren en samen te werken.
Ze zullen met elkaar afspraken
moeten maken over wanneer ze
er aan en werken en hoe het
resultaat eruit moet komen te
zien.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

Als opdracht voor de kinderen


heb ik gekozen voor een
verslagje of vlog om een
onderwerp uit het Nederlandse
culturele erfgoed toe te lichten.
Dit doen ze in tweetallen, en
deze mogen ze zelf maken. Ze
schrijven zich in op een
onderwerp en gaan er de hele
week mee aan de slag. Ik en
mijn mentor hebben de
opdracht goed doorgesproken
en hij neemt de begeleiding
over tijdens mijn absentie.

Ik heb voor deze opdracht


gekozen omdat ze op de
Montessori school een
onderdeel kosmisch hebben.
De opdracht sluit hier
helemaal op aan en het komt
dan ook overeen met de
opdracht die bij mijn les hoort.
Ik heb voor tweetallen
gekozen omdat dit mij de
maximaal aantal personen
leek om een opdracht mee
samen uit te werken. Ze
mochten van mij zelf kiezen
omdat de kinderen uit mijn
klas goed kunnen aanvoelen
met welke kinderen je wel

A3. Leiding geven aan het


groepsproces
1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

A4. Interactie aangaan met


de groep
3.13 feedback aan
leerlingen

Ik heb tijdens de les en tijdens


het kiezen van het onderwerp
uitgelegd wat de bedoeling is.
Verder heb ik ervoor gekozen
om tijdens het werken ieder
groepje af te gaan om te vragen
of de opdracht echt duidelijk
was. Waar nodig heb ik de extra
aandacht besteed aan de
opdracht.

Ik heb toen de kinderen hun


onderwerp kwamen kiezen
gevraagd of ze zeker wisten dat
het leerkoppel zou slagen met
de opdracht. Verder ben ik
tijdens het werken bij ieder
tweetal geweest om te vragen of
de opdracht duidelijk was.
Daarbij hebben sommige hun
idee gepresenteerd of hetgeen
wat ze al gemaakt hadden. Ik
heb toen samen met de
kinderen gekeken of het bij de
opdracht aansloot.

goed kan samenwerken, en


met welke niet. Verder heb ik
zelf ook naar de sociogram
gekeken. Wanneer ik
tweetallen zag waarvan ik
mijn twijfels had, ben ik een
gesprek aangegaan met deze
kinderen. Ook heb ik hiervoor
gekozen omdat je dan geen
koppel hebt die extreem met
elkaar botsen en de opdracht
niet optimaal uitgevoerd kan
worden. Ik heb ervoor
gekozen om mijn mentor
hierbij intensief te betrekken
omdat ik buiten de dinsdag
niet op school aanwezig ben.
Zo kan peter de kinderen
helpen en begeleiden met de
opdracht.
Het is een pittige opdracht en
zeker als het door iemand
anders wordt uitgelegd dan de
eigen leerkracht. Ik heb ervoor
gekozen om een aantal keer
de opdracht uit te leggen zodat
ik zeker weet dat de opdracht
helder was als ik de school
had verlaten. Omdat ik de
opdracht al twee keer
klassikaal had uitgelegd heb ik
besloten om ook de kinderen
even individueel langs te gaan
en te vragen of het allemaal
helder was.
Ik heb ervoor gekozen om
extra te vragen of het tweetal
zou slagen met opdracht
omdat ik dan de
verantwoordelijkheid bij de
kinderen leg. Sommige
koppels waren uitstekende
tweetallen maar andere waren
twijfelgevalletjes. Wanneer je
dan extra vraagt of het een
goed idee is om samen te
werken, moeten de kinderen
aan mij laten zien dat dit zo is.
Hierdoor weten ze ook dat ik
twijfels heb en dat de kinderen
extra goed moeten werken om
een mooi resultaat te krijgen.
Wanneer ik bij de kinderen
extra langs kwam en ze mij al
het een en andere lieten zien,
kon ik meteen zien en laten
weten of de kinderen wisten
wat de bedoeling was.
hierdoor konden ze meer

voorruit met de opdracht. de


uiteindelijke evaluatie vind
plaats wanneer de opdracht af
is.
B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

Ik heb gekozen om de
opdrachten in tweetallen en met
uitzonderingen drietallen te laten
maken. Ik heb de intekenlijst en
opdrachtenblad voor de
kinderen klaargelegd, zodat de
opdracht hierdoor duidelijk
wordt.

Ik heb gekozen voor


tweetallen omdat dit mij het
maximaal aantal kinderen leek
om een verslag of vlog te
maken. De uitzondering die ik
gemaakt heb berust op het feit
dat er twee zieken waren en
deze niet met elkaar samen
konden werken. Ook bezaten
zij beide niet de volledige
kennis om de opdracht zonder
mijn uitleg te volbrengen,
vandaar twee drietallen. Ik heb
ervoor gekozen om de spullen
alvorens klaar te leggen omdat
dat veel onrust tijdens de
activiteit leidt.