You are on page 1of 6

c 


p Y Geef aan wat het korte termijn gevolg was van een in p doorgevoerd revaluatie
van de Duitse Mark t o v de Franse frank mark voor de
 
  
 
 
 


Gulden was sinds p strak aan mark gekoppeld Dus ook gulden gerevalueerd NL
producten werden dus duurder, concurrentiepositie werd slechter t o v andere landen
behalve Duitsland

 Y Geef aan wat het korte termijn gevolg was van een devaluatie van de Italiaanse lire
t o v de Duitse mark voor de 
 
  
  
 
Ga er
hierbij vanuit dat de Franse frank ook werd gedevalueerd met de helft van het
Italiaanse devaluatiepercentage

Italiaanse producten werden goedkoper ten opzichte van Franse producten Dus de
concurrentiepositie van Frankrijk t o v Italië verslechterde Maar ten opzichte van Duitsland
werd deze dus beter

3 Y Geef aan wat het gevolg was van een devaluatie in p van de Italiaanse lire en de
Franse frank t o v de Duitse mark voor de 
 
 


Gulden was sinds p aan mark gekoppeld Dus een devaluatie van de lire en de frank t o v
de Duitse mark leidde via lage importprijzen tot een lager inflatietempo in NL Ook een
drukkend effect op de NL export droeg bij aan zwakkere conjunctuur, kan ook neerwa arts
effect op inflatie hebben

4 Y Italië heeft jarenlang de lire met een tamelijk hoge frequentie van één tot tweemaal
per jaar moeten devalueren De nagestreefde positieve effecten voor de Italiaanse
economie bleken in de praktijk al weer snel uitgewerkt te raken Leg uit hoe het korte
termijn effect van een devaluatie op de concurrentiepositie na verloop van tijd weer
verdwijnt

Italiaanse invoer wordt duurder ^hogere inflatie


Italiaanse concurrentiepositie werd beter ^meer uitvoer ^hogere groei ^hogere inflatoire
druk

5 Y Œaarom zijn de gevolgen van een wisselkoersbeweging in een kleine open economie
ingrijpender dan in een meer gesloten economie?

Grotere in- en uitvoerquotes ^ dus groter aandeel invoerprijzen in inflatie en groter effect als
uitvoergroei verandert
c 

p Y Œanneer vindt men een bank ͞systeemrelevant͟?

Als een bank zo groot is en zo diep verweven is met andere banken dat zij, als zij in de
problemen komt, de andere banken in haar val kan meeslepen

 Y Œat verstaat u onder het verschijnsel systeemrisico?

Dat het hele systeem in de gevarenzone komt als een bank omvalt Overlap met vraag  p

3 Y Langs welke kanalen kan een probleem bij een individuele bank leiden tot problemen
bij andere banken?

pt: Onderlinge vorderingen (via geldmarkt/onderlingen leningen, wederzijds obligatiebezit)


ppt: Bank run(massaal verlies van vertrouwen in banken)

4 Y et uit een hoe een depositogarantie kan helpen om het systeemrisico te
verminderen

Minder kans op bank run omdat spaarders hun geld veilig w eten

5 Y Noem 
nadeel dat kleeft aan het gebruik van een op ex -post omslag gebaseerd
depositogarantiestelsel

Uiteindelijk draaien andere banken voor de kosten op, de slechtste bank betaalt er niet aan
mee (want gaat failliet) Bij een middelgrote bank dat nog net, bij een grote bank wordt het
DGS dan een transmissiekanaal van instabiliteit
Verder Pro-cyclisch: faillisement komt vaker voor in recessie en dan komen extra kosten
extra slecht uit Bank in grote problemen kan extra spaarders aantrekken door
onverantwoord hoge rente

6 Y Œelk gevolg heeft het faillissement van de DSB en het beroep op het DGS ten
behoeve van de spaarders bij deze bank gehad voor de andere Nederlandse banken?

3 pt: Die moesten dus ook voor de kosten opdraaien van het DGS (totaal circa 5 miljoen
euro) pt: Ook slecht voor sentiment t a v banken in het algemeen

7 Y Leg uit hoe het huidige depositogarantiestelsel de stabiliteit van het Nederlandse
bankwezen kan   
in plaats van verkleinen

Beperken risico bankrun, bevordert vertrouwen en sparen in het algemeen/ Spreiding


spaartegoed over meerdere banken/Nieuwe banken kunnen makkelijker toetreden, dus
meer banken
c 

p Y Œat is de definitie van geld?

Datgene wat in een samenleving algemeen aanvaard wordt als rekenmiddel, ruilmiddel en
oppotmiddel

 Y Geef aan op welke wijze geldgebruik het aantaal ruilvoeten in een economie doet
afnemen Gebruik formules

Aantal ruilvoeten daalt van p/ n(n-p) tot n

3 Y Omschrijf welke invloed geldgebruik heeft op het aantal benodigde tran sacties

Vergemakkelijkt transacties, geen ͞dubbele overeenstemming͟ meer nodig, minder


zoekkosten

4 Y Œaarmee staat of valt de waarde van fiduciair geld?

Vertrouwen in algemene acceptatie

5 Y Œat is het verschil tussen enerzijds geld en anderzijds betaalinstrumenten? Geef van
beide twee voorbeelden

Je betaalt met geld (giraal, chartaal), met een betaalinstrument kun je er over beschikken
(pinpas, chipknip, creditcard cheques)

6 Y Œat is de intrinsieke waarde van giraal geld?


Giraal geld: nul Vrijwel nul is de instrinsieke waarde van bankbiljetten

7 Y Leg uit op welke wijze een overheid die muntgeld in omloop brengt inkomsten kan
genereren door de intrinsieke waarde van het geld te verlagen

Met dezelfde hoeveelheid materiaal (goud, zilver, etc) kun je meer geld in omloop brengen
Het in omloop brengen van onvolwaardig geld levert seigniorage op Hoe lager de intrinsieke
waarde, des te hoger de seigniorage (geldscheppingswinst)











c 

p Y Œat zijn bij elke van deze 3 strategieën de zogeheten oeprationele doelvariabelen?
Geldmarktrente en basisgeld

Schema:

Instrument Operationele Intermediaire Uiteindelijk doel


doelvariabelen Doelvariabelen
Open markt M (niet M) Geldhoeveelheid Prijsstabiliteit
transacties (bij MT) Voor USA ook
Geldmarktrente Œisselkoers (bij economische groei
Standing facilities ERT)

 Y Œat is de intermediare doelvariabele bij direct inflation targeting?

Geen

3 Y Hoe kan het monetaire beleid van de Duitse Bundesbank in de periode voorafgaand
aan de vorming van de EMU het beste worden omschreven? Œat was de
intermediaire doelvariabele van dit beleid?

MT, M3

4 Y Nederland had de gulden voorafgaand aan de invoering van de euro strak aan de
Duitse mark gekoppeld Hoe nemt men de Nederlandse monetaire beleidsstrategie?

ERT

5 Y Leg uit waarom de Nederlandche Bank haar beleid zo had vormgegeven Ga hierbij
kort in op de voordelen van haar beleidsstrategie en op de nadelen die hier aan
kleefden

Klein land, open economie Via ERT profieren van monetaire stabiliteit in Duitsland

6 Y Œat verstaat u onder ͞kwantitatieve verruiming͟ (quantitative easing)?

Vergroting van de geldhoeveelheid In ieder geval op M (basisgeld), soms ook op de andere


aggregaten, dan is het monetaire financiering

7 Y Œat zijn de gevolgen van kwantitatieve verruiming op de ontwikkeling van de


geldhoeveelheid, af te meten aan het aggregaat M?
Œordt dus groter

 Y Œelke tarieven van de ECB vormen de onder - en bovengrens van de interbancaire


geldmarktrente? Onder: deposito, boven: marginale beleningen Beschrijf de werking
van de instrumenten die bij deze tarieven horen Deposito: brengfaciliteit (banken
zetten geld uit bij ECB) Andere: leenfaciliteit, tegen onderpand

 Y De ECB streeft naar prijsstabiliteit De Amerikaanse Federal Reserve heeft


daarentegen een zogeheten ͞dual mandate͟ Œaarom hebben de Federal Reserve en
de ECB uiteenlopende beleidsdoelstellingen?

Andere historie: D: hyperinflatie, VS: depressie met een te krap monetair beleid

p YDe Federal Reserve hanteert een discontofaciliteit In de eurozone bestaat dez e niet
Noem een verschil en een overeenkomst tussen een discontofaciliteit en een
depositofaciliteit

Overeenkomst: laagste tarief in geldmarkt


Verschil: deposito is brengfaciliteit, disconto is (gesubsidieerde) leenfaciliteit

c 

p Y Systeemrisico
Het risico dat door problemen bij de ene bank, andere banken ook in de problemen
komen en uiteindelijk het hele systeem

 Y Renterisico
Gevolgen van renteverandering op 
  
van bank (via rentemarkge: lange ʹ
korte rente)

3 Y Liquiditeitsrisico
Niet kunnen voldoen aan op korte termijn opvraagbare verplichtingen

4 Y Kredietrisico
Debiteurenrisico Verliezen op leningen doordat klanten niet kunnen of willen
terugbetalen

5 Y Operationeel risico
Er gaat iets fout in de uitvoering Brand, adminstratieve chaos, slechte interne
controle, verkeerde modellen, noem maar op