You are on page 1of 3

Bijlage 2 Format Toelichting lesontwerp

Student: Nina van den Wildenberg Docent: Peter Smedts


Vakgebied: rekenen Stagegroep: 5/6
Klas: PEH16VD
Welke keuzes heb ik hier Toelichting/ onderbouwing van keuzes
gemaakt? (denk hierbij met name kernbegrippen uit
(vak-) specifieke theorie)
Kennis over (kinderen in) Beginsituatie: De leerlingen Om tot deze beginsituatie te komen heb ik
de groep is nadrukkelijk hebben al is een les gehad over gekeken naar het sociogram, de klimaatschaal
verwerkt in de het metriekstelsel, maar ze en ben ik gesprekken aangegaan met mijn
omschrijving van de vinden dit nog erg lastig. Een mentor. Uit deze informatie heb ik hetgeen wat
beginsituatie van de groot deel van de groep kent de van toepassing is op de les in mijn
groep, zowel in verschillende lengtematen al. Ze beginsituatie genoteerd.
pedagogische zin weten alleen nog niet hoe je
(gedrag, deze lengtematen bij elkaar op
groepsverhoudingen, kan tellen of van elkaar af kan
groepsdynamiek) als in trekken.
didactische zin
(vakspecifieke Er vallen drie kinderen buiten de
beginsituatie). groep. Alle drie zijn ze erg snel
afgeleid. Een van de drie
kinderen heeft ADHD. Nu slikt hij
zijn medicijnen en gaat het
meestal gewoon goed met hem.
Ik moet ervoor zorgen dat ik
deze leerlingen meer bij mijn les
betrek, zodat ze minder snel
afgeleid zijn en meer bij de
groep gaan horen.
De lesdoelen zijn Productdoel: Volgens de leerlijn van groep 5/6, moet het
afgestemd op de - Aan het eind van rekenen met eenheden en maten aanbod
beginsituatie. In de de les kennen al komen. Deze leerlijn sluit goed aan bij de les.
formulering ervan wordt de leerlingen het De leerlingen vinden het nog erg lastig om
metriekstelsel voor
zichtbaar dat kennis van verschillende lengtematen te herleiden en op
lengtematen van m
vakdidactiek en t/m mm. (kerndoel te tellen. Als hulpsteun hierbij leer ik ze het
leerlijnen op een 33) metriekstelsel toe te passen.
logische manier is - Aan het eind van
verwerkt. de les kunnen de Niveau 3 van de ijsbergmetafoor sluit hier
leerlingen goed bij aan. Bij niveau 3 gaat het onder
standaard andere over verschillende maten die niet meer
lengtematen
n voor n telbaar zijn.
herleiden en
optellen.
- Aan het eind van
de les kunnen de
leerlingen vertellen
wat ze geleerd
hebben van de les.

Procesdoel:
- De leerlingen leren
te rekenen met
eenheden en
maten. (kerndoel
33)

Metriekstelsel: Het
metriekstelsel is een model wat
de leerlingen als hulpmiddel
kunnen gebruiken. Met dit model
kan je gemakkelijk de
lengtematen omrekenen als je
ze bij elkaar op moet tellen of af
moet trekken.
Het metriekstelsel behoort tot
het onderdeel niveaus en
modellen van het realistisch
rekenen. (Zanten, 2011)

IJsbergmetafoor
Niveau 3 het niveau van de
getal relaties. (Moerlands)
Werk- en Ik heb gekozen voor de werk- en Ik heb gekozen voor deze werkvormen, omdat
groeperingsvormen zijn groeperingsvormen: deze voorkomen in de methode. De leerlingen
afgestemd op specifieke instructievorm, interactievorm en zijn gewend om zo een les te krijgen en dit
kenmerken van de groep opdrachtvorm. werkt goed voor hen.
n op specifieke
kenmerken van Instructievorm: Ik heb de De interactie in de les erg belangrijk. Als de
vakdidactiek. leerlingen instructie gegeven leerlingen vragen stellen tijdens de les en
over het metriekstelsel. aangeven wat ze lastig vinden, kan jij je les
Interactievorm: Ik heb de aanpassen op de behoeftes van de leerlingen.
leerlingen vragen gesteld over (www.duurzaamonderwijs.com, 2016)
het metriekstelsel en heb samen
met hen een aantal sommen Ook de variatie van werkvormen is belangrijk
gemaakt. in de les. Als je alleen maar in instructievorm
Opdrachtvorm: Ik heb een les geeft, kan het zijn dat sommige leerlingen
opdracht gedaan met de er niet meer bij blijven. In deze groep zijn er
leerlingen over het drie leerlingen die buiten de groep vallen. Dit
metriekstelsel. Ik noemde twee zijn ook de leerlingen die erg snel afgeleid zijn.
lengtematen op en vroeg of Hen wil ik zo veel mogelijk bij de les
deze maten even groot zijn. betrekken, zodat ze deel uitmaken van de
Bijvoorbeeld 100 centimeter en groep. Twee van de drie van hen zijn jongens.
1 meter. De leerlingen moesten Over het algemeen haken jongens sneller af
op hun wisbordje schrijven of dit en hebben zij meer behoefte nodig aan
goed of fout was. variatie tijdens de les dan meisjes.
(http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl/,
2015)

Werk- en Ik heb er voor gekozen om Ik heb gekozen voor deze werkvormen, omdat
groeperingsvormen zijn klassikaal een instructievorm, ik zo eerst de stof die de leerlingen moeten
functioneel interactievorm en opdrachtvorm kennen uitleg en daarna na kan gaan of de
ondersteunend bij het in mijn les toe te passen. Aan leerlingen de stof daadwerkelijk beheersen. Zo
behalen van de het eind evalueren we de les weet ik dus of het lesdoel behaald is ja of nee.
lesdoelen. ook klassikaal.

Een aanzet tot n.v.t. n.v.t.


samenwerkend leren
krijgt op een logische
wijze plek in het
lesontwerp.*

Een aanzet tot n.v.t. n.v.t.


ontdekkend leren krijgt
op een logische wijze
plek in het lesontwerp**

De proces- en Aan het eind van de les Dit doe ik zodat ik weet of de leerlingen het
productdoelen worden bespreek ik met de leerlingen begrepen hebben. Ik vraag het aan een
expliciet gevalueerd wat we in de les gedaan leerling die er moeite mee had. Als hij/zij het
met de kinderen. hebben. Ik laat iemand die er weet, weten de rest van de leerlingen het
wat meer moeite mee heeft, hoogst waarschijnlijk ook.
uitleggen hoe het ook al weer
werkte met het metriekstelsel. Het is belangrijk dat de leerlingen weten wat
Ik vraag de leerlingen wat ze ze ervan leren. Zo kunnen ze doelgericht aan
hiervan geleerd hebben. het werk.
De werkvormen die Het nabespreken doe ik Dit doe ik zodat de groep hier samen over na
worden gehanteerd bij klassikaal. Ook de leerlingen die kan denken. De groep is niet helemaal n
evaluatie zijn passend buiten de groep vallen laat ik groep volgens het sociogram, maar zo kunnen
bij vakdidactiek en aan het woord. Misschien dat de ze er wel samen mee bezig zijn. Ik laat de
sluiten aan op specifieke andere kinderen zich kunnen leerlingen aan het woord die er buiten vallen,
kenmerken van de vinden in het antwoord wat hun zodat de andere leerlingen zich hier misschien
groep. geven. wel in kunnen vinden. Zo ontstaat er
wederzijds respect.

Bibliografie

http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl/. (2015, 8 18). Opgehaald van


http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl/:
http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl/handreiking/leeractiviteiten/variatie
-in-de-les

Moerlands, N. B. (sd). Het topje van de ijsberg. Universiteit Utrecht: Feudental


instituut.

Smedts, P. (sd). www.fontys.nl. Opgehaald van Fontys:


https://connect.fontys.nl/instituten/fhke/Opleidingen/Pabo/Propedeuse/LAGr
oep/LocatieEHV/_layouts/15/WopiFrame.aspx?
sourcedoc=/instituten/fhke/Opleidingen/Pabo/Propedeuse/LAGroep/Locatie
EHV/Documents/Domein%20REWI/2016-2017/Bijeenkomst%201%20Groep
%20in%20

www.duurzaamonderwijs.com. (2016, 8 23). Opgehaald van


www.duurzaamonderwijs.com:
https://duurzaamonderwijs.com/2016/08/23/kwaliteit-van-interactie-in-de-
klas-3-cruciale-parameters/

Zanten, M. v. (2011). paborekenen.nl. Opgehaald van paborekenen:


http://paborekenen.nl/binaries/content/assets/standaardsites/content-
paborekenen/msed-
paborekenen/algemeen/03_uitgangspunten_realistisch_reken-
wiskundeonderwijs_par3.pdf