You are on page 1of 3

Ethiek moet je motiveren en overtuigen. Maar kan dat wel allebei?

Vb waarom geef je fooi? Doe je ook op vakantie, ook al zie je die mensen niet meer. Geeft
goed gevoel.

Egocentrisme: je ziet jezelf als het middelpunt van het centrum. Alles terugplaatsen naar
jezelf. Vb constant over jezelf praten.
Egotisme: overdreven grote waardering voor eigen bestaan. Vb Trump.

Psychologisch egosme
1. We doen altijd dat wat ons goed doet voelen.
Bij alle keuzes die we maken wordt dat eigenlijk gemotiveerd hierdoor. Uiteindelijk allemaal
psychologisch egost.
Eerste tegenargument: opoffering. We verrichten soms handelingen die haaks staan op de
alledaagse betekenis van egoisme. Bv Vincent Bakker kinderen uit brandende auto redden.
Tweede tegenargument: de pizza-ervaring. Eerst goed gevoel, daarna pizza-resten en slecht
gevoel. Het goede gevoel is op tijdstip t1, wat gevoel je later krijgt is van minder belang t2. Bv
je gaat een wortelkanaalbehandeling krijgen (slecht gevoel), maar je doet het toch want je
krijgt er later wel goede gevoelens van.

Hebben we het bij psychologisch egosme over gevoelens op t1, t2, of tgemiddeld?

2. We doen altijd wat we willen doen.


Egost is iemand die doet wat hij wil doen. We doen allemaal wat we willen doen allemaal
egost. Voorkeuren R en keuzefunctie C(). Mensen kunnen liegen over sociaal-wenselijke
antwoorden geven. Reveal-preference theory probeert toch de echte voorkeuren te vinden.
Voor elke deelverzameling van grote X kent hij een element toe aan deelverzameling.
Een keuzefunctie noemen we rationaliseerbaar als er een ordeling R is z.d.d. C(A) = B(A,R)
voor alle A\in [x]. Aanname: individu kiest beste elementen volgens ordening R.

[x] = 2x leeg

Contraction
alfa: als x element C(B) en A deelverz. B x element C(A)
Als Nederland wereldkampioen is, dan ook Europees kampioen.

Expansion consistency
Beta: voor alle A, beta zodat x, y element A doorsnede B. X, y element A doorsnede B. X,y
eleemnt C(A) x element C(B) > y element C(B).

Keuzefunctie is rationaliseerbaar als de keuzefunctie voldoet aan alfa en beta. Keuze-gedrag


kan beschreven worden d.m.v. ordening.

Tegenargument:
1. We hebben wel voorkeuren (vgl. Irrationaliteit)
Je kiest een-na-grootste stuk taart. Voldoet dus niet aan alfa. Taart van groot naar klein x y z.
Uit x y z kies je y. Uit y z kies je z, dus schending.
2. Het gaat om inhoud van voorkeuren
De reden die je hebt voor je handelingen.
3. Rol van normen

Wat is egosme?
1. Egosme als streven naar persoonlijk welzijn/eigenbelang.
Tegenargument: lamp kapot en je maakt het.
2. Egosme als het streven dat uitsluitend gericht is op persoonlijk welzijn of eigenbelang
(Rachels).
Tegenargument: boodschappen doen.
3. Egosme als streven naar eigenbelang dat ten koste gaat van het welzijn/belang van
anderen.
Tegenargument: je pakt het laatste exemplaar van het boek, terwijl iemand anders het ook
wil.
4. Egosme als het streven naar eigenbelang waarbij het eigenbelang altijd belangrijker
wordt gevonden dan het welzijn van anderen.
Tegenargument:

Rachels H5
Psychologisch egosme: we zijn egostisch.
Ethisch egosme: we zouden egostisch moeten zijn.
Voor Tegen
Altrusme zelfondermijnened (je ziet de Willekeur
ander als minder waard)
Individu centraal Inconsistent
Kan bestaande regels verklaren (Hobbes Contra-intutief
welbegrepen eigenbelang) (waarom we
niet tegen vrienden zullen liegen)

Thomas Hobbes (1588-1679)


Zijn eigen argument
- Allemaal min of meer zelfde behoeften.
- Goederen om die behoeften te bevredigen zijn schaars.
- Gelijkheid in macht. Allemaal even kwetsbaar, ook al zijn er verschillen.
- We zijn (deels) egostisch.
Stel je voor dat we in de natuurstaat zijn: situatie in de samenleving waarin er geen normen,
waarden, rechtspraak, instituties enz. zijn. Als gevolg van deze uitgangspunten> zal oorlog
zijn in natuurstaat: oorlog van allen tegen allen. Nooit verstandig om aan
samenwerkingsvoorstel te houden, ander zal je doden.

Oplossing: maak afspraken om regels te volgen die leiden tot optimale uitkomst te komen,
welbegrepen eigenbelang.

Belastingsdienst prisonners dilemma.


Hoe kijkt opticaanse ethicus naar doping. Als andere sporters het doen, dan moet je het
doen. Als ze het niet doen, ook doen. Dus wel doen. Per saldo suboptimale uitkomst. Ethisch
egoistisch perspectief.

Ethiek nodig om te laten zien welke normen we moeten volgen. Normen dwingen we af door
sancties (moreel of juridisch) of door bepaalde handelingen fysiek onmogelijk te maken
(dwang), bv drempels of deur s avonds op slot doen.
Sancties kunnen informeel zijn: repeated games. Bv niet schieten op kerstmis of op in de
pauze, werd niet daadwerkelijk genoemd.

Conclusie
Zie slide! Inhoud van norm is soms willekeurig (links/rechts rijden).
Ethisch egosme: gaat alleen over eigen belang. Je hoeft je ook niet te verplaatsen in de
ander.