You are on page 1of 3

Richtlijnen en Reglement Bachelorscripties*

Algemeen
De bachelorscriptie is de afronding van de driejarige bacheloropleiding. Met een succesvol afge-
ronde bachelorscriptie laat de student zien met recht aanspraak te kunnen maken op de titel ‘Ba-
chelor politicologie’.
Bij de afdeling politicologie is de bachelorscriptie ingebed in het zogenoemde projectonderwijs,
waartoe ook de projecten 1, 2 en 3 behoren. In de regel wordt een bachelorscriptie dan ook ge-
schreven in het kader van een van de gezamenlijke bachelorprojecten (zie hieronder voor de mo-
gelijkheden van een individuele bachelorscriptie). De bachelorprojecten hebben een nadrukkelijke
onderzoekscomponent, waarbij empirisch materiaal (data) zelfstandig wordt geanalyseerd volgens
een omschreven methodologie. Het eindproduct – de bachelorscriptie – dient dan ook het karakter
te hebben van een onderzoeksverslag. Het expliciete leerdoel is dat de student de gehele onder-
zoekscyclus doorloopt, met uitzondering van het zelfstandig verzamelen van empirisch materiaal.
Zuiver conceptuele en/of theoretische analyses en literatuurstudies volstaan niet.
Zoals gesteld wordt binnen de projecten geen eigen empirisch materiaal verzameld. In de regel
wordt gewerkt met bestaand empirisch materiaal, dat door de docenten in ruwe vorm wordt aan-
geboden. Dit kan bestaan uit surveydata (zoals het Nationaal Kiezersonderzoek, de Amsterdamse
Burgermonitor of de World Values Survey), maar ook uit andere soorten data zoals interviewdata,
tekst of gesproken woord, netwerkdata of geaggregeerde data (kenmerken van landen, steden of
groepen).
In sommige gevallen kan hiervan worden afgeweken. Zo is het bijvoorbeeld in het geval van ge-
aggregeerde data denkbaar dat studenten bestaande data zelf aanvullen, of verschillend materiaal
combineren. De mogelijkheden van deze eventuele (beperkte) vorm van zelfstandige dataverza-
meling zijn ter beoordeling van de begeleidend docent. Maar het moge duidelijk zijn dat bijvoor-
beeld het uitzetten van een eigen enquête niet tot de mogelijkheden behoort.

Omvang en Vorm
Voor de bachelorscriptie geldt een richtlijn van 8.000 woorden (dat is omstreeks twintig bladzij-
den), met een marge van 20%. Dit is exclusief voetnoten, literatuurlijst en eventuele bijlagen.
De scriptie heeft de vorm van een onderzoeksartikel. Dit impliceert een indeling in paragrafen (en
niet: hoofdstukken). Een voorblad (met auteursgegevens, datum, plaats, moduleomschrijving en
dergelijke) wordt wel aangeraden.

Beoordelingscriteria en Eindtermen
Voor de beoordelingscriteria van de bachelorscriptie wordt verwezen naar de appendix, het beoor-
delingsformulier. Daarin worden drie aspecten onderscheiden: inhoud, vorm en proces. Inhoud
weegt daarvan het zwaarst, en heeft betrekking op de kwaliteit van het verrichte onderzoek.
De eindtermen van de bachelorprojecten (in het kader waarvan een scriptie wordt geschreven)
kunnen verschillen. In sommige gevallen wordt het eindresultaat volledig gebaseerd op de beoor-
deling van de scriptie zelf. In andere gevallen wordt een samengesteld cijfer gehanteerd. Raad-
pleeg hiervoor de handleiding van het bachelorproject.
Een bachelorscriptie dient individueel en zelfstandig gemaakt te zijn.

*
tot nader orde geldig vanaf september 2008.

1
Beoordeling van papers geschiedt altijd schriftelijk. Inzage in de beoordeling hoort standaard ge-
regeld te zijn.

Deadlines, Afronding en Herkansing


De bachelorprojecten worden aangeboden in de blokken 1 en 2 van het (eerste of tweede) semes-
ter. Aan het eind van blok 2 dient een volledige en te beoordelen versie te zijn ingeleverd. Indien
deze versie voldoende blijkt, levert dat een half punt extra op. Indien deze versie nog niet vol-
doende is, kan de scriptie in blok 3 worden verbeterd.
Indien de bachelorscriptie aan het eind van blok 3 nog niet als voldoende is beoordeeld, mag de
student binnen een in de projecthandleiding aangegeven herkansingsperiode alsnog een verbeterde
versie inleveren. De student kan gedurende deze periode echter geen aanspraak meer maken op
begeleiding en er zijn consequenties voor het cijfer. Indien deze versie wederom als onvoldoende
wordt beoordeeld dient men de module opnieuw te volgen.
Herkansing is alleen mogelijk voor wie al aan het eind van blok 2 een volledige en te beoordelen
versie heeft ingeleverd.

ECTS-indicatie
De bachelorprojecten gelden voor 10 ECTS, oftewel 280 uur. Van studenten wordt verwacht dat
zij (tenminste) deze 280 uur ook daadwerkelijk in het bachelorproject kunnen investeren. In de
modulehandleidingen dient een indicatieve berekening van de verdeling van deze studie-uren te
zijn opgenomen. Omdat de opzet en inhoud van de projecten verschillen is geen algemene verde-
ling te geven. Het onderstaande is daarom slechts een voorbeeld.

• Contacturen 12 x 3 36
• Bestudering literatuur 60
• Opdrachten/presentaties 20
• Schrijven onderzoeksvoorstel 20
• Data-analyse 50
• Rapportage (scriptie) 80
• Individuele besprekingen 8
• Eindpresentatie 6
Totaal 280

De individuele bachelorscriptie
Indien gewenst kan de student een met redenen omkleed verzoek indienen bij de Examencommis-
sie om een individuele bachelorscriptie te schrijven. Dat verzoek dient te zijn vergezeld van een
planning en van de goedkeuring door de beoogd begeleider van een opzet voor de scriptie.
Individuele scripties dienen voor het overige aan dezelfde criteria te voldoen als scripties die in
kader van een bachelorproject tot stand komen.

Nota bene
Raadpleeg naast deze Richtlijnen en Reglement Bachelorscripties altijd de Handleiding voor pa-
pers en bachelor- en masterscripties. Daarin worden de algemene inhoudelijke en vormgevingsei-
sen voor alle schriftelijk werk behandeld, inclusief de regels voor verwijzing naar bronnen en lite-
ratuur. Ook komen daarin de onderwerpen fraude en plagiaat aan de orde.

2
Appendix. Beoordelingsformulier bachelorscripties politicologie

Studentnaam: Studentnummer:

Titel:

Datum:
Begeleider: Datum beoordeling:

Beoordelingscriteria Beoordeling en toelichting


1. Inhoud (max. 6 punten)
a) Opzet onderzoek :
• helderheid en relevantie vraagstelling,
• theorie, conceptualisering,
• methodologische keuzen en verantwoor-
ding
b) Uitvoering onderzoek
• (dataverzameling en) data-analyse,
• conclusies en aanbevelingen
c) Algemene punten:
• kennis van wetenschappelijke en maat-
schappelijke debat
• mate van reflectie, relatie tussen theorie,
methoden en empirie.
• grondigheid en creativiteit

2. Vorm (max. 2 punten)


a) Structuur en samenhang
b) Argumentatie
c) Bron en literatuurvermelding
d) Taalgebruik
e) Opmaak en vormgeving

3. Proces (max. 2 punten)∗


a) Zelfstandigheid en creativiteit
b) Tempo
c) Deadlines
Eindcijfer


Hierbij hoort aangegeven te worden of sprake is van overschrijding van de deadline en hoe dat meegewogen is
in de beoordeling.