You are on page 1of 5

1a. De empirische cyclus is gericht op feiten en waarheid.

Er worden feiten
verzameld en gekeken of er een patroon ontdekt kan worden. De wijze waarop
een wetenschapper tot nieuwe inzichten komt maakt niet uit, maar deze moeten
dan onderbouwd worden door:

- Waarneming of experiment verzamelde feiten: (verificatie)


- Logische argumentatie: Geen contradictie (logisch consistent)

De empirische cyclus: de empirische basis van feiten is afgeleid aan


ontheoretische waarnemingen. Empirische wetten ontstaan uit de empirische
basis van feiten. De empirische wetten vormen wetenschappelijke theorieën. Uit
deze nieuwe wetten en feiten kunnen er nieuwe afgeleid (aanpassen of
verwerpen als er falsificatie optreedt).

1b. Volgens Kuhn kan er pas over feiten of problemen worden gesproken als
wetenschappers over een gemeenschappelijk denkkader beschikken

Centrale inzichten:
- De vakwetenschappelijke theorieën van de groep: hoe kijkt de groep naar
de empirische werkelijkheid en op welke wijze is de waarneming
theoretisch geladen. Door dit theoretische kader worden
probleemstellingen als zinvol of als onzinvol genoemd door de groep.
- De filosofische vooronderstellingen: Er zijn filosofische uitgangspunten
waar de leden van de groep bewust van zijn. Deze leggen het
onderzoeksterrein en de manier van ernaar kijken en het onderzoeken
verder vast.
- De waarden: De waarden bepalen wat er wel en niet mag en wat correct
wetenschappelijk handelen is volgens de groep (bijv. logisch redeneren,
geen feiten verdraaien, eis van exactheid).

In het boek Achterhuis wordt duidelijk dat de 20e eeuwse economische


wetenschap gericht is op de vrije markt. Hier wordt omheen gewerkt. Zo is het
dat de staat bepaalde taken overnam doordat het mis ging toen de staat niet
meer ingreep, maar de vrije markt blijft het belangrijkste in de economie. Het
denkkader is dus de vrije markt en afwijking hiervan werd niet geaccepteerd.

2a. Allereerst zou je zeggen dat de ‘greed is good’ gedachte terug te vinden is in
de opvattingen van Smith waarin de mens vanuit het eigen belang opereert.
Hierbij zorgt de onzichtbare hand voor een algemeen belang voor de
samenleving. Het opereren vanuit het eigen belang ontstaat door middel van
arbeid waar op de vrije markt de lonen en prijzen tot een evenwicht komen. Maar
de ‘greed is good’ gedachte was niet de leidende gedachte voor Smith, dit omdat
volgens hem inmenging van de overheid noodzakelijk is. Zo moet de overheid
voor enige basisvoorzieningen zorgen, zoals het onderwijs om zo ook de armen in
de samenleving te ondersteunen. Dit vraagt dus om enige solidariteit. Ten
tweede gaat Smith ervan uit dat de mensen bij elkaar betrokken zijn en elkaars
belangen afwegen en daarbij kan je je afvragen in hoeverre het eigen belang
domineert. Dit betekent dus dat de ‘greed is good gedachte’ niet helemaal
opgaat voor Smith.

2b. De economen vertrouwden de economie die volgens hen berust was op


onderbouwde theorieën en dus kon er niks mis gaan. Zo waren er economen die
zeker wisten dat de vrije markt zelf voor correcties zal zorgen. De economen
waren gewoonweg verblindt door de ideale markt en men zag geen limiet als het
ging om de rationaliteit van de consument dus werd er volop gespeculeerd. Men,
maar ook de markt was helemaal niet voorbereid op mogelijke bubbles die
gecreëerd werden totdat deze bubbles tot een einde kwamen. Daaruit bleek dat
de markt nog niet perfect functioneerde.
De hedendaagse neoliberale economen hanteerden het ideaal waarin
beweerd werd dat de vrije markt niet gestuurd diende te worden en zelf voor de
nodige correcties zorgt. Men moest volgens hen vertrouwen hebben in deze
markt. Dit stamt uit de theorie van Adam Smith.

3a. Geef op kernachtige wijze Marx’ definitie van Kapitalisme, waarbij je


gebruik maakt van Marx’ schematische weergave van het economisch
verkeer (die ook door achterhuis wordt aangehaald in zijn hoofdstuk
over Aristoteles), en schets kort drie manieren waarop het kapitaal
volgens het communistisch manifest onze werkelijkheid transformeert.
Geld was eerst een ruilmiddel, dus schematisch weergegeven: W1->G->W2.
Daarna is het geld zelf doel geworden dus schematisch gezien: G1->W->G2. Dus
het middel wordt gebruikt om meer geld te verdienen en dat is dus kapitalisme.
Drie manieren:
- Permanente innovatie> we willen hogere productiviteit dus besparen op
arbeidskosten zodat we optimalisering krijgen door steeds nieuwe en
betere machines. De uitvinding van de machine creëert nieuwe behoefte
dus wat wil het kapitaal steeds nieuwe innovatie op het gebied van de
productie.

- Steeds opnieuw crises want die zijn nou eenmaal ingebakken in het
kapitalisme. Die ontstaan door op een goed moment waarop de lonen te
hoog zijn en de prijzen te hoog en alles te duur is. Dus dient er bezuinigd
te worden dus steeds opnieuw bewegingen in dat kapitalisme omdat het
een dynamische structuur heeft.

- Opheffing tussen stad en land, want alles en iedereen wordt in het


geïndustrialiseerd productieproces opgenomen. Ook die landbewoners
zullen met het consumptiepatroon van het stedelijk leven worden
geconfronteerd.

3b. Wat verstaat Marx onder ‘de bovenbouw’ en hoe zou je dan volgens
hem het functioneren van de huidige economische wetenschap moeten
begrijpen?
Marx verstaat onder de bovenbouw: De ideologische reflectie. Een ideologische
reflectie is een resultaat van wat eronder ligt(onderbouw etc..). Je positie
rechtvaardigen dat is reflectie. Standaard op een bepaalde manier reageert om
je positie te rechtvaardigen. Er wordt een bepaalde positie beschermd, d.m.v.
recht. Die rechten verdedigen een bepaald belang van een groep. De staat en de
vorm ervan die dwingen die recht af. Dat recht wordt gefundeerd door een
bepaalde godsdienst(bijv 6dagen arbeiden). Godsdienst gaat dus een rol spelen
in die verhoudingen. Dus arbeider wordt geëxploiteerd en uitgebuit. Dus zo
begrijpt die arbeider zijn eigen positie. Filosofie is wetenschap. Een bepaalde
economische theorie waarvan ze zeggen die is het beste voor iedereen, die
legitimeert bepaalde proces van globalisering. Waarbij maar een bepaalde groep
een belang erbij heeft. Dus men beschouwt dat als gewoon de waarheid. Er wordt
ook gebruik gemaakt moraal. Dus vrije individu. Dat legitimeert dus die
globalisering etc. Als we het hebben over de kritiek dan hebben we het over de
kritiek op de bovenbouw, want men kan worden uitgebuit door die bovenbouw.
Men krijgt geen zeggenschap door die bovenbouw. Daar was veel kritiek op in de
jaren 60’.
Bovenstaande is het juiste antwoord, maar dit is korte uitleg: Dus kort gezegd,
een economische denkwijze kan worden gerechtvaardigd door die bovenbouw,
want het fundament van rechten en staatsvorm zijn godsdienst, filosofie, moraal
en kunst. Dus door die fundering te gebruiken kan je ook rechten gebruiken en
daarmee bijvoorbeeld arbeiders uitbuiten.
4a. De professional vindt dat hij als individu niet op de goede wijze of helemaal
niet wordt erkend door het management, dit komt door botsende vormen van
rationaliteit: de professional wil graag kwaliteit leveren in zijn werk en wil hier
graag voor erkent
worden(beroepseer rationaliteit). Echter bij het management zal het niet zozeer
gaan om goede kwaliteit, maar om efficiëntie en winst: de objectieve rationaliteit.
In efficiëntie het management de professional beoordelen, zonder goed rekening
te houden met de kwaliteit (wat tegen de beroepseer in gaat). Het gaat hierom
dat de professional beoordeelt wordt op de termen van objectieve rationaliteit,
wat ten koste gaat van de kwaliteit van zijn werk/beroepseer. Dit zijn twee
botsende vormen van rationaliteit.

4b. Bij het Rijnlandse model gaat het erbij een bedrijf niet alleen om het
meedoen met de vrije markt en het voldoen aan de eisen van de shareholders,
maar ook het leveren van kwaliteit, het voldoen aan de wensen van alle
omliggende die te maken hebben met het bedrijf en samenwerken zijn zeer
belangrijk. Dit past goed bij de beroepseer, waarbij professionals kwaliteit
leveren erg belangrijk vinden. Het Angelsaksische economische model gaat hier
juist tegenin: concurrentie, efficiëntie en denken op korte termijn zijn juist bij dit
model belangrijk. Het beroepseer staat dus duidelijk tegenover het
Angelsaksische model.

5a. Men wordt minder saamhorig tegenover elkaar en meer verdeeld.


Individualisme groeit steeds meer. Deze samenleving vertoont een footloose
karakter. Dit is de ongrijpbaarheid. De economische activiteiten worden steeds
meer ongrijpbaarder, omdat ze makkelijk gesplitst, verplaatst of veranderd
kunnen worden. Hierdoor wordt de economie meer transactiegericht. In een
transactiemaatschappij richt men zich op het uitlokken van directe
tegenprestaties, relaties en continuïteit krijgen weinig aandacht. De relatie
tussen deze 2 is dat in zowel footloose capitalism als de transactiemaatschappij
het individualisme centraal staat.
Problemen:
- Er is vastheid nodig in de samenleving (saamhorigheid en samenwerking)
waardoor er meer stabiliteit in de samenleving is. Door de focus op
transacties ontstaat te weinig vastheid.
- Manipulatie krijgt zo vrij spel. Men laat zich omkopen, men gaat er met de
“buit” mee vandoor. Het snelle financiële winst behalen, is voor vele heel
verleidelijk. Calculerend gedrag: “what’s in it for me” dreigt centraal te
komen staan. Zo ontstaat er ook twijfel aan de loyaliteit van men.

5b. Principes:
- Radicaal herwaarderen van het rentmeesterschap: rentmeesterschap gaat
om het dienen van onze natuurlijke leefomgeving. (Ecologisch: rekening
houden met de begrensdheid van onze planeet, draagvermogen van de
aarde)
- Herwaarderen intrinsieke waarden: Men moet diens talenten voldoende
kunnen onderhouden en aanpassen aan de veranderende behoeften en
omstandigheden. Het gaat dus om blijvende, zinvolle participatie van
mensen. Men moet hierbij ook geholpen worden.
- Koesteren van deugdzaamheid: het koesteren van moreel kapitaal vereist
dat we ruimte scheppen voor maatschappelijke verbanden die dit morele
sociale kapitaal opbouwen en onderhouden. Men zet zich in voor anderen.
Dit is belangrijk voor een goed functionerende globaliserende economie.

Bedenkingen:
- Het hergebruiken van grondstoffen voor een volgende productiecyclus. Zo
kan de productiviteit van de materialen toenemen.
- Als mensen hun baan verliezen, moeten ze geholpen worden bij het vinden
van een nieuwe baan die aansluit bij de fundamentele veranderingen in
behoeften.