You are on page 1of 2

Ethica en waardenfilosofie, vraagstukken en tekstontleding III (G. Pennings) Vak omtrent bioethiek (= toegepaste ethiek).

Deze cursus omvat drie

delen. Een taak (verbonden met het boek the foundations of bioethics van Tristram Engelhardt), een cursustekst en een bundel artikelen. Omtrent de taak verwijs ik naar de rechten van de mens als fundament voor een seculiere (bio-)ethiek. Het gaat erom dat ik hierin eerst aangeef dat de rechten van de mens geen fundament kan zijn voor een inhoudslege procedurele moraal (ze hebben wel degelijk inhoud), daarna geef ik aan dat ze ook niet kunnen gejustifieerd worden door middel van morele intuties of natuurwetten om te eindigen dat ook een overlappende consensus voor problemen zorgen. Mensenrechten zullen geen algemene basis kunnen vormen voor het oplossen van bio-ethische problemen en zullen met dien gevolge morele vreemden niet altijd kunnen helpen in het oplossen van hun ethische problemen. De cursus behandelt de belangrijkste theorien in de bio-ethiek. Ten eerste behandelt hij het principisme (Beauchamp en Childress, principe van autonomie, schaden, weldoen en van rechtvaardigheid) en hierbij ook een stuk over paternalisme (rechtvaardiging van zwak en sterk paternalisme). Ten tweede bespreekt hij het gespecificeerde principisme (Richardson, de gespecificeerde norm overbrugt de afstand tussen de algemene norm en de situatie). Ten derde gaat hij in op het brede reflectief coherentie, evenwicht over als rechtvaardigingsmethode over (het circulaire de coherentiemodel tegenover het lineaire fundamentenmodel, soorten achtergrondtheorien, morele intutie, epistemische status van morele oordelen, realisme vs. constructivisme). Ten vierde heeft hij het over de gemene moraal ethiek (Gert), ten vijfde over de casustiek (retorische analyse, morfologie, taxonomie en kinetica, Strongs multi-paradigmata casustiek) en ten zesde over het redeneren bij analogie. (multiconstraint theorie met een attributenkaart, relationele kaart en systeemkaart) Belangrijk bij deze theorien is dat we voor een theoretisch pluralisme moeten gaan. De theorien zijn geen onlosmakelijke en onopsplitsbare

gehelen.

Ze hebben een gelijklopende structuur. De gesofisticeerde

versies van de verschillende theorien hebben meer met elkaar gemeen dan de hoofdlijnen laten uitschijnen. De toenadering zit niet in de structuur maar in de details. Een mengeling van verschillende methoden zou het meest interessant zijn. De mengeling moet worden afgestemd op het doel van de morele deliberatie (ontwerpen van een procedure, beslissen van een bijzondere casus, enz.) We moeten wel blijven inspanning leveren de theoretische problemen op te lossen en de voorgestelde benaderingen te bekritiseren. Het derde deel betreft een hoop artikels. Er zitten heel wat interessante zaken bij. Disputen bij ingevroren embryos, HLA-typering in het kader van premplantatiegenetische diagnostiek, criteria voor rechtvaardige verdeling van genetisch donormateriaal, gerichte donatie van organen: onaanvaardbare discriminatie of uitoefening van autonomie. Heel wat niet gelezen lectuur. Veel van deze zaken zijn ook zeker nog te herlezen waard.