You are on page 1of 17

Begrippenlijst Wijsbegeerte

WIJSBEGEERTE : activiteit om kennis te verwerven, soort wetenschap. Studie van die problemen waar nog geen wetenschappelijke oplossingsmethode voor gevonden is. MAAR binnen de wijsbegeerte bestaat er onder de specialisten geen eenstemmigheid, het is eigenlijk een aaneenschakeling van persoonlijke kritische opvattingen. Wijsbegeerte brengt geen definitieve waarheden, wel hulpmiddelen om pseudowaarheden te elimineren. WETENSCHAP : Onderscheid tussen ‘wetenschap’ en ‘een wetenschap’  wetenschap = menselijke bedrijvigheid die erop gericht is tot gesystematiseerde en betrouwbare kennis te komen  een wetenschap = een geheel van theorieën, wetten en uitspraken over een enigszins samenhangend probleemgebied, die aan de volgende eisen voldoen : - je moet ze kunnen meedelen aan andere mensen/ moet communiceerbaar - ze vertonen een geordend karakter - er moet controle op de betrouwbaarheid bestaan DEDUCTIEVE WETENSCHAPPEN : = formele wetenschappen Hiertoe rekent met logica + wiskunde. Uitspraken en stellingen worden bekomen zonder gebruik van ervaring. Men vertrekt van basisformules (=axioma’s) en door logische afleiding (=deductie), volgens vooraf vastgelegde regels, komt men tot stellingen.  leren ons op zichzelf niets over de werkelijkheid rondom ons. Ze verschaffen ons wel symboolsystemen of vormen, die bruikbaar zijn om de werkelijkheid uit te drukken. Vandaar de naam formeel. INDUCTIEVE WETENSCHAPPEN : = empirische wetenschappen = ervaringswetenschappen Onderzoekt hoe de werkelijkheid rondom ons, de totaliteit van alle dingen, in mekaar zit. Overtuiging dat betrouwbare kennis omtrent die werkelijkheid enkel te vergaren is via ervaring, via ‘empirische data’ opgenomen door de zintuigen.  3 deelgroepen : - natuurwetenschappen = bestuderen de wetten van dode en levende materie (vb. Biologie, natuurkunde, scheikunde) - gedragswetenschappen = sociale wetenschappen = onderzoeken het gedrag van de mens als individu of in groep (vb. Sociologie, economie, psychologie) - cultuurwetenschappen = onderzoeken de producten van de menselijke creativiteit (vb. Kunstwetenschap, geschiedenis, archeologie) TABOE : Objecten die men niet mag aanraken en handelingen die men niet mag stellen. In het algemeen kan men zeggen dat dié objecten taboe zijn, die door associatie met gevaar, of

groepscohesie bevorderen .reconstructie van een historische gebeurtenis  methode : verklaren hoe de dingen ontstaan zijn. die de basisstructuur van de maatschappij aantasten.  het individu ervaart het contact met het taboe als een vorm van bezoedeling. onreinheid. midden-oosten. en dié handelingen. OPENBARINGSGODSDIENSTEN : Vanaf het eerste milennium voor onze tijdrekening ontstaan in verschillende belangrijke cultuurgebieden (vb china. MAGIE : geheel van stereotiepe handelingen of uitspraken waarmee men bepaalde doeleinden meent te kunnen realiseren. (want wijze van ontstaan bepaalt verdere ‘zijn’) Vandaar het belang van KOSMOGONISCHE MYTHEN = mythen over het ontstaan van de aarde vb scheppingsmythen in de bijbel. maar die zich volgens de huidige wetenschappelijke kennis en inzichten niet voordoen. india) de zogenaamde openbaringsgodsdiensten  evolueren gaandeweg naar doordachte. Stereotiepe handelingen = riten Formules = bezweringen  afweermagie : gevaar afwenden. waar de toehoorders een zeker geloof aan hechten (in tegenstelling tot sprookjes) heeft verschillende functies : .verklaren van angstaanjagende fenomenen (vb de dood) . vooral bij taboe-overtreding  productieve magie : menselijke noden bevredigen  destructieve magie : kwaad berokkenen aan de vijand MAGISCH DENKEN : geheel van opvattingen over de werkelijkheid waarbij men gelooft in wetmatigheden die via riten en bezweringen te beheersen zijn.en mensvisies Aantal aspecten die men kan onderscheiden: .ordenen van de wereld (om angst voor chaos te doen dalen) . Kenmerk = simpel vertrouwen in associaties (vb. wereldgodsdiensten en wetenschap) = verhaal dat aan de menselijke fantasie ontspruit.door hun vreemd en uitzonderlijk karakter. onrust of angst verwekken. Popje van de vijand kwaad aanrichten = automatisch ook vijand kwaad aangericht) MORAAL : cognitieve reflectie over het handelen WIJSHEIDSSPREUKEN : eerste vorm van bewuste moraal  soort raadgevingen voor het handelen  vooral in geletterde cultuur MYTHE : Belangrijkste poging van de primitieve mens om inzicht te krijgen in de wereld (voor het bestaan van wijsbegeerte. besmetting. gesystematiseerde wereld. steunend op wetmatigheden die volgens de rationeel denkende mens totaal onbestaande zijn.consolideren van bepaalde individueel menselijke of maatschappelijke siituaties (vb plicht tot arbeid) .

Vandaar dat openbaringsgodsdiensten ook verlossingsgodsdiensten genoemd worden JUDAÏSME : het Jodendom (geloof van het volk van Israël) GULDEN REGEL : indrukwekkendste van de ethische voorschriften (morele normen en idealen) binnen de openbaringsgodsdiensten Negatieve versie = doe een ander niet aan wat je niet wenst dat jou zou worden aangedaan (Confucius) Positieve versie = doe voor de anderen wat je wenst dat zij voor jou zouden doen (Jezus)  maar zulke hoogstaande ethische normen roepen problemen op want gaan in tegen neigingen van agressiviteit en egoïsme (zonder dat taboe-angst of rechterlijke sancties dat kunnen inperken) Er is dus nood aan diepere fundering van die ethische normen. leugen. is niet het definitieve JENSEITS : er is leven in het hiernamaals. lichte.- - Universaliteitsaanspraak = richt zich in feite op ALLE mensen (in tegenstelling tot mythische geloofsovertuigingen die kenmerkend waren voor een bepaald VOLK) Openbaring = de ‘waarheden’ van de godsdienst vinden hun oorsprong bij God of bij de hogere werkelijkheid. slechten vergaan in poel van verderf  deze leer verklaart het ontstaan van het goede en het kwade + biedt oplossing voor het basisprobleem (onheil voor goeden + geluk voor bozen) = Mazdeïsme = Zoroastrisme . droevige positie heeft op aarde. aan gene zijde van de dood.o. waar al het onrecht van dit bestaan zal goedgemaakt worden  is basisprincipe van de grote godsdiensten (ontstaan door problematiek van het geluk van de bozen en het ongeluk/lijden van de goede mensen) ZARATHOESTRA : Perzisch profeet. waarheid. onreine Voortdurende strijd tss die twee. aan de zijde van de dood. Om uit die ellende en zonde te ontsnappen kan je toetreden tot een godsdienst. en mens moet ook kiezen in welk leger hij wil Op het einde = Laatste Oordeel overwint leger van Ahura Mazda (de goeden) Doden zullen verrijzen  goeden eeuwig nr rijk van geluk. Dogma’s = geheel aan stellingen die men MOET aannemen als men als gelovige van een godsdienst beschouwd wil worden Verlossing = men vertrekt vanuit het standpunt dat de mens een miezerige. Ze worden geuit via prediking van een profeet (=gezant van god) en via heilige boeken  niet voor discussie vatbaar Dogmatisme = door het goddelijke karakter komt de basis van de geloofswaarheden onwrikbaar vast te liggen. duistere. 9e eeuw v.t Dualistisch wereldbeeld : Wereld van het goede. Het boek Job DIESSEITS : leven hier op aarde. Wereld van het kwade. + nood aan oplossing voor basisprobleem : geluk dat bozen treft + ongeluk dat deugdzamen treft  cfr. reine (Goede god Ahura Mazda) vs. Een geesteshouding waarbij men een aantal opvattingen als onwrikbare waarheden hanteert en bijgevolg dus niet aan kritiek of controle onderwerpt.

 mogelijkheid om aan deze cyclus van geboorten te ontkomen en de vereniging met Brahman te bereiken. het materiële  Men gebruikt de term Manicheïstisch ook in ruimere betekenis om te verwijzen naar opvattingen die de wereld of de maatschappij vooral in zwart-wittegenstellingen zien.MANICHEÏSME : leer van MANI. CLOSED SOCIETY  open society = samenleving die mogelijkheid van kritiek garandeert + er rekening mee houdt.  hypocrisie : naar buiten toe de indruk geven dat men zich aan het geloof houdt DOGMA : (in de christelijke betekenis) is een formulering van een geloofswaarheid die bindend is. kan met het Nirvana bereiken (begeerteloze toestand) nadelen van dogmatische systemen: EXCOMMUNICATIE : afvalligheid van het geloof  uitstoting = banvloek  abnegatie : wie een afwijkend inzicht heeft. transmigratie. Perzische profeet. op eigen kracht. Nadeel : zorgt niet voor betrouwbare kennis. Bij Boeddha geen goddelijke inbreng in de cyclus: door de juiste weg te volgen.  intrinsieke rechtvaardigheid : het goed en kwaad van een bepaald leven geeft aanleiding tot een beter of slechter bestaan in een volgend leven. wedergeboorte. niet vatbaar voor commentaar . geen kritiek aanvaarden. CLOSED MIND = in pol. een zekerheid OPEN DOGMATISCHE HOUDING : wanneer men in elk particulier geval het geheel van alle pro. samsara Basisgedachte : er bestaat een ziel. ZIELSVERHUIZING : = reïncarnatie. Door uitspraak concilie of paus) Wie de formulering niet aanvaardt kan zich niet als lid van de geloofsgemeenschap beschouwen. kan uit vrees voor excommunicatie zijn eigen mening verloochenen en zich onderwerpen. of toch tenminste een schuldenlast = karman.en contra-elementen overziet en dan beslist  past zich aan alle omstandigheden aan  verlies van tijd en energie GESLOTEN DOGMATISCHE HOUDING : eens en voorgoed de regels voor het handelen vastleggen en zich blindelings naar die regels gedragen  snelheid van reactie + grote cohesie  onaangepastheid aan nieuwe situaties kan catastrofale gevolgen hebben = in psychologie : OPEN MIND vs. 3e eeuw Meest geprononceerde vorm van zoroastrisch dualisme (goed en kwaad) Het goede wordt gelijkgesteld aan het geestelijke Het slechte/kwade wordt gelijkgesteld aan het aardse. dat wil zeggen dat er een institutionele bevestiging van bestaat (vb. die na de dood blijft bestaan en herboren wordt in een ander levend wezen. geen weerstand tegen verandering  closed society = samenleving die zichzelf al perfect vindt en dus geen verdere evolutie nodig. voordeel : groepsgebondenheid is voor sommigen een steun. Filosofie : OPEN SOCIETY vs.

zodat de stelling niet meer over concrete tekeningen gaat maar over bedachte constructies. denken en handelen door de levensbeschouwing wordt bepaald GROEPSVORMING : de mate van wederzijdse controle die de groepsleden op elkaar kunnen uitoefenen HIËRARCHIE : de mate van macht die de leidende figuren op de volgelingen kunnen uitoefenen + mogelijkheid tot straffen en verwekken van angst CHARISMATISCHE LEIDER : macht kan ook in handen liggen van een bepaalde figuur die als de messias. vrienden.o. dus er moet iets bestaan dat zelf onveranderlijk blijft en aan de grondslag ligt voor alle verandering (cfr Ionische wijsgeren). of de verlichte beschouwd wordt AFZONDERING VAN DE WERELD : de mate waarin de handelingen en gebruiken verschillen van die van de omgeving + afzondering van familie. Begreep dat de wereld voortdurend verandert. Grondbeginsel van Thales : water! We kennen water in 3 vormen.… UITVERKIEZING : leden van de groep kunnen sterk het gevoel hebben ‘uitverkoren’ te zijn.enkele karakteristieken van sektarische bewegingen: (9) INPALMING : de mate waarin een deel van het leven. vlakken en hoeken. Ging op zoek naar theorie over de wereld die vatbaar was voor argumentatie. aan elkaar gelijk zijn. getallen) te formuleren en die bovendien te bewijzen.) . dus er moeten nog vormen zijn die aan de grondslag liggen van alles wat bestaat. = denkwijze waarbij men erin slaagde eigenschappen van wiskundige objecten (meetkundige figuren. werk. denken bepaalde dingen te kunnen of bezitten waarvan andere mensen verstoken blijven GESLOTENHEID VOOR INFORMATIE : de mate waarin het contact met de media en met alternatieve/kritische informatie verbroken wordt IRRATIONALISME IN GELOOFSOVERTUIGING : de mate waarin de leden bepaalde overtuigingen hebben die in strijd zijn met algemeen aanvaarde of wetenschappelijk onderbouwde opvattingen PROSELYTISME : de mate waarin de leden intense pogingen doen om nieuwe leden te verwerven THALES VAN MILETE : zesde eeuw v.t Ontwikkelde de WISKUNDE. Die bewijsvoeringen waren overtuigend voor iedereen die ze wilde controleren  iedere volgende generatie kon steunen op de resultaten van de vorige  snelle accumulatie van resultaten 1e vorm van bewijsvoering: berust op feit dat dingen die kunnen samenvallen. bvb lijnen. en berust ook op mogelijkheden die cirkeloppervlak in dit opzicht biedt 2e stap: figuren die men tekent ook definiëren. vast vloeibaar en gas. dus konden niet allemaal juist zijn. die je in theorie met een ideale passer en liniaal kunt realiseren 3e stap: resultaten neerschrijven om ze bij volgende bewijzen als vaststaand te kunnen gebruiken + ook eerste wijsgeer : vaststelling dat verschillende volkeren uiteenlopende mythen hebben om de wereld te verklaren. MECHANICA : (Galilei wilde) de wetten van de val en de worp (onderzoeken.

Hij probeerde wiskundige formuleringen te zoeken om deze fenomenen te beschrijven. Maar complex!  niet mogelijk om het intuïtief te doen  aan de hand van experimenten = experimentele methode. Mormonen: tegen evolutietheorie A-RATIONEEL : niet voor rationele/wetenschappelijke argumenten vatbaar + evenmin duidelijk in strijd met logica of wetenschappelijke gegevens Vb. waardoor we deze modellen met grote precisie kunnen testen.bijzondere metafysica : men onderzoekt de beginselen of grondslagen van de voornaamste soorten zijnden. de criteria van wetenschappelijkheid versoepelen (maar zo dicht mogelijk benaderen)  streven naar zo groot mogelijke helderheid van begrippen + controle op de uitspraken  interne contradictie en contradictie met wetenschappelijke resultaten wordt niet geduld METAFYSICA : (alg) de leer over de grondslagen van alles wat bestaat Vroeger: alle factische problemen (over de aard van de wereld).  rationele kosmologie bestudeert de kosmos  rationele psychologie algemene leer over de mens (psycho: men vond ziel essentieel deel van de mens) nu : wijsgerige antropologie  rationele theologie wijsgerige leer van God (problemen over bestaan.ontologie : men zoekt algemene beginselen van het zijnde als zijnde (vb. Jehova. bvb ook fysica Vanaf de 18e eeuw : aan afzonderlijke wetenschappen overgelaten: de leer over de meest fundamentele vragen uit al deze gebieden: . maar vermijden wetenschappelijk onhoudbare stellingen RATIONALITEIT IN DE ENGE ZIN : valt samen met wetenschappelijk denken  denken waarbij men door een onophoudelijke interactie tussen nauwkeurig geformuleerde theorieën en onbetwijfelbaar vastgestelde empirische feiten tot betrouwbare kennis komt RATIONALITEIT IN DE BREDE ZIN : (in de wijsgerige zin) : eis om betrouwbare antwoorden te zoeken op ALLE vragen. en het experiment. wezen…) nu : geen wijsgerige leer maar studie van openbaring ETHICA : (moraalfilosofie) bestudeert normen van handelen + de waarden . Hedendaagse katholieke/protestantse theologen : object is niet voor bewijsvoering vatbaar. IRRATIONEEL : ideeën die interne contradicties bevatten OF ideeën die in strijd zijn met alledaagse ervaring of algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten Vb. en waar het terrein niet voor strikt wetenschappelijke methodes toegankelijk is.EXPERIMENTELE METHODE : Galilei wilde de wetten van de val en de worp onderzoeken. Wat is zijn? Waarom is er iets en niet niets?) . Combinatie van de wiskundige methode die gebruikt wordt om modellen te formuleren. NEWTON : synthetiseerde de mechanica van Galilei + de planetentheorie van Kepler  zo ontstond in de 17e eeuw de natuurkunde.

Getallen zijn belangrijker dan de zintuiglijke werkelijkheid. en door botsingen vormen zij voorwerpen die wij zintuiglijk kunnen waarnemen. publiceerde (Elementa).o.POLITIEK : (politieke filosofie) bestudeert hoe de maatschappij moet georganiseerd worden ESTHETICA : leer van het schone + de kunst LOGICA : grondlegger = Aristoteles (4e eeuw v. Irrationele getallen : onmeetbaar. Grieks wiskundige. Euclides bouwde een groot axiomastelsel in zijn Elementa. want eeuwig + overstijgen de realiteit Stelling van Pythagoras (a2 + b2 = c2) : illustratie van opvattingen over getallen MAAR ontdekking van irrationele getallen  sterke twijfel over waarheidswaarde. . (axioma is een niet bewezen. dan zullen de definities en stellingen die erop voortbouwen dat ook zijn  na het verwerven van dat basisinzicht in sneltempo volgende stappen vooruit  het samenbrengen van samenhangende stellingen tot steeds grotere gehelen. onder Leukippos en Demokritos Zij stellen dat alles opgebouwd is uit kleine. Als de atomen uit elkaar gaan verdwijnen de voorwerpen. ondeelbare deeltjes = atomen.C. Zweven rond in lege ruimte (= het niet-zijn). meest succesvolle wiskundige werk/leerboek aller tijden. maar als grondslag aanvaarde stelling) PYTHAGORAS : 6e eeuw voor christus Eiland Samos. Als de evidentie betreffende de eigenschappen van rechte en cirkel houdbaar is. Alles is uitdrukbaar in getallen (gefascineerd door feit dat de lengten van de snaren van een lier die harmonisch samenklinken eenvoudige getalverhoudingen tegenover elkaar hebben) God = wiskundige dus alles wat eeuwig en onveranderlijk is kan aan de hand van de wiskunde worden begrepen Wanneer de werkelijkheid niet door wiskunde beschreven kan worden is die werkelijkheid verandelijk en dus minderwaardig. dus in strijd met de opvatting over eeuwige/volmaakte karakter van getallen ATOMISME : de materialistische leer. Geldt ook voor menselijk lichaam! Dus ook voor de ziel  geen onsterfelijkheid.t) Theorie van de geldige redenering  nu : vooral theorie van taal + studie van redeneerwijze wiskunde : deductieve methode + redeneerwijze ervaringswetenschappen EPISTEMOLOGIE = KENNISLEER : wat is kennis? Kunnen we betrouwbare kennis bereiken en hoe?  nu : wat is wetenschap? Volgens welke methodes gaat men te werk? = theorie en filosofie van de wetenschap EUCLIDES : 300 v. niet ver van Milete Grondslag van alles = het getal. Ziel verdwijnt als atomen lossen.

zelfs over de goden. ofwel wat er van nature is. Opinie met meeste succes krijgt de voorkeur. vnl meetkunde want alleen op dit terrein ononmstootbare zekerheid. Waren wellicht de eersten om kritisch denken op problemen van moraal en maatschappijordening toe te passen + durf om gangbare opinies. vertrouwd met kritisch denken van natuurfilosofen + beinvloed door sofisten  kon het relativisme van de sofisten niet aanvaarden want de waarheid en het goede bestaan WEL. Onderwezen (tegen betaling) zonen van rijke burgers om ze beter voor te bereiden op een rol in het politieke leven (cfr.  men streeft niet meer de waarheid/het goede na. MAAR vormen kunnen in de zintuiglijke wereld nooit volmaakt gerealiseerd worden (cirkel is nooit echt rond). op een andere wijze bestaan. Filosofisch accent verschuift van WAARHEID  BRUIKBAARHEID SOCRATES : 5e eeuw v. Elke individuele mens en elke mij heeft zijn of haar eigen waarheid en waarden. Aangewezen om denkwijze van meetkunde op alle problemen toe te passen. Daarvoor zijn er natuurlijk nauwkeurige definities en exacte taal nodig. Zwaartepunt van de filosofie verschuift van natuur/aard van de werkelijkheid  studie van mens en samenleving… Onderscheid tussen FUSIS en NOMOS. een van de meest invloedrijkste denkers aller tijden Bleef trouw aan het ideaal van Socrates om te zoeken nr het goede.  probeert hen met eigen discussietechniek te bestrijden  meesterlijke ondervrager (helderheid en consistentie staan centraal. Traditionele onderwijs volstond niet. dus moeten ze in een andere wereld. We bestuderen de figuren die de mens in de praktijk kan tekenen en waarnemen niet.SOFISTEN : rondreizende leraars afkomstig uit verschillende Griekse stadsstaten. richtte Socrates de blik naar binnen en op de menselijke maatschappij. er zijn geen absolute waarden.  beklemtonen van nomos vinden we bij PROTAGORAS : ‘mens is de maat van alles’ : er is geen absolute waarheid. en wat door menselijke conventie/door wetten tot stand kwam. maar komt tot de vaststelling dat dat pas gekend kan worden als men een totaalbeeld heeft over mens & wereld + kennis moet aan enkele eisen beantwoorden + men moet inzicht hebben in mogelijkheden en beperkingen van menselijke kennisverwerving  KENNISLEER : geïnspireerd op succes van wiskunde. en er is geen methode om de ene boven de andere te verkiezen. Vragen zijn gericht op aantasten van de zwakheden van de tegenstander) rationele fundering van moraal & politiek = mogelijk Waar de natuurfilosofen vooral de natuur bestudeerden. maar veeleer de volmaakte vormen. men gaat nu op zoek naar methodes om andere mensen zo efficient mogelijk te overreden. in twijfel te trekken.die aan stilaan groeiende rationele denkwijzen een praktische toepassing gaven. Als alle aspecten van de ervaarbare wereld slechts via volmaakte vormen zullen kenbaar zijn  moet er een VORMENWERELD bestaan = wereld waarin basismodel/prototype van alle .  VORMENLEER : vormen moeten bestaan. PLATO : leerling van Socrates. sofisten vulden leemte op. want wij kennen die. Debatcultuur!) Belang van het “goed spreken” = overtuigend spreken.c.

er moet dus een eenvoudige.dingen op volmaakte wijze bestaat. Vanop aarde lijkt dat in lussen. 3 modellen : 1) EUDOXOS VAN KNIDOS : (eerste helft vierde eeuw vC) Het heelal is een reeks van concentrische kristallen bollen die door assen met elkaar verbonden zijn. en draaien met eenparige bewegingen (dus versnellen niet) Door juiste positie van de assen simuleert men de beweging van de planeten 2) HIPPARCHOS (tweede eeuw vC) Afwijkende beweging van de planeten wordt gesimuleerd door systeem van epicycli. daaromheen nog een ander punt dat planeet voorstelt en op dezelfde wijze ronddraait.  had invloed op sterrenkunde! Al eeuwen van mening dat hemel + bewegingen van hemellichamen volmaakte vorm door ontwikkeling wiskunde: volmaakte beweging = eenparig (versnelt niet) + cirkelvormige beweging sterren/planeten aarde : onbeweeglijk in centrum van hemelkoepel. MAAR stapte over naar ellipsvormige bewegingen omdat de feiten hem daartoe dwongen (ellips = dichtst bij cirkel) + eenparigheid bleef gegarandeerd STATICA : (Archimedes) theorie van balansen en hefbomen HYDROSTATICA : (Archimedes) studie van gewicht van lichamen in een vloeistof MECHANICA : (Galilei) studie van val en worp . volmaakte wiskundige vorm voor te vinden zijn. vorm=idea… PLATONISME OP NATUURWETENSCHAPPELIJK NIVEAU : nieuwe versie van oude pythagoreïsche gedachte dat de wereld een wiskundige structuur heeft. 3) PTOLEMAIOS (2e eeuw nC) Verdere uitwerking van Hipparchos. voldeed aan eis van volmaakte cirkelvormigheid + kon ook de positie van planeten zeer goed voorspellen COPERNICUS : 16e eeuw Heliocentrisme : zon in het middelpunt van het heelal Maar behoudt volmaakte cirkelvormige bewegingen + eenparigheid Platonische idee dat de hemel (wiskundig) volmaakt is blijft leidinggevend KEPLER : 17e eeuw Dezelfde inspiratie. planeten  PROBLEEM. Onze ervaarbare wereld vertoont slechts benaderende realisaties van deze vormen. terwijl dat van buitenaf cirkelvormig & eenparig is. want voor waarnemer: onregelmatige banen  men wilde aantonen dat het in feite objectief volmaakte cirkelbewegingen zijn. WANT als sterren goddelijk zijn dan moeten ze de VORMENWERELD nauwkeurig volgen. nu eens vooruit dan weer achteruit. in elk geval een structuur die door wiskundige methode kan benaderd worden. sterren vast in hemelkoepel. Punt dat cirkelvormig en eenparig rond de aarde beweegt. ! misleidend ‘ideeënleer’.

pi. Spiraal. en zijn redelijke ziel in de Vormenwereld! Dat impliceert dus voor de ziel een goddelijk karakter en dus onsterfelijkheid.  om de wezenskenmerken van vormen in onze wereld te kennen moeten we een beroep doen op ervaring. Ze worden door de mens ontdekt ipv gemaakt. CONSTRUCTIE-PROCEDE : kennis van vormen gebeurt dus niet door constructieprocédé. = specifiek  algemeen. parabool. vormen bestaan alleen in de dingen zelf.… De idee van ‘onsterfelijke ziel’ w later een inspiratiebron voor de kerkvaders ‘eeuwig leven’ ERVARING : Aristoteles zegt dat er wel vormen bestaan in de wereld. waarbij vormen gecreëerd worden door de menselijke geest ABSTRACTIE-PROCEDE : kennis van vormen gaat wel uit van abstractieprocédé. LOGICA : Aristoteles is de uitvinder van de logica.8. waarbij we na vele concrete. omdat hij niet meer vertrouwde op de strikt wiskundige methode. wat dus wil zeggen dat ze reeds bestaan onafhankelijk van de mens.…) aan. Daardoor acht hij jonge mensen ook niet geschikt om aan natuurwetenschappen te doen. De ziel heeft in de Vormenwereld kennis gemaakt met volmaakte vormen  kan ze in het aardse leven herinneren en vergelijken met zintuiglijke wereld + stelt mens in staat om aan wiskunde te doen + stelt mens in staat om objectief het goede van het kwade te onderscheiden.5.3. getallen als 2. hydrostatica. maar hij toch vond dat er strenge regels nodig zijn voor het denkproces. PLATONISTEN OP WISKUNDIG GEBIED : nemen een autonoom bestaan van wiskundige entiteiten (vb. mechanica) + bij Newton en Einstein : overtuiging betreffende de fundamenteel wiskundige structuur van de wereld. De ziel verblijft tijdens ons leven in het menselijk lichaam (plato noemt dat de kerker van de ziel). bij alle drie (statica. PLATO’S MENSVISIE : dualistisch Situeert het lichamelijk deel van de mens in de aardse wereld. – ze spreken zich niet uit over de aard van dit bestaan. door te hebben beleefd. Logica ? onderzoeken hoe we het denken moeten ordenen om tot correcte gevolgtrekkingen te komen. maar ook inductie = via ervaring. .  FORMELE LOGICA  INFORMELE LOGICA INDUCTIE : Bij de formelle logica van Aristoteles heb je om tot volledige kennis van de wereld te komen niet enkel axioma’s (zelf niet voor bewijs vatbaar) & premissen (vooronderstellingen) nodig. onvolmaakte benaderingen van cirkels gezien te hebben  in ons hoofd een beeld vormen van het begrip ‘volmaakte cirkel’ + verschil met ERVARING zoals wij het begrip nu kennen : Bij Aristoteles betekent het eerder ‘ondervinding’. inzicht dat je krijgt door ouder te worden. vanuit het bijzondere tot generaliserende conclusies komen. maar hij gelooft niet dat ze een afzonderlijk bestaan zouden leiden . het lelijke van het mooie.

valse tegenstellingen . ijdele) tot een minimum beperkt worden + als vrees (voor leed. We kunnen volgens hem enkel reflecteren over de bestaande maatschappijvormen en haalbare verbeteringen aanbrengen  jonge mensen kunnen dus moeilijk ethica en politieke filosofie opbouwen <-> meer platonisch gerichte filosofen : men kan wel een ontwerp van een ideale maatschappij (met een hogere moraliteit gerealiseerd in die mij) maken + stellen dat wij met alle middelen ernaar moeten streven die goede maatschappijvorm te realiseren STOÏCISME : juist handelen = handelen overeenkomstig de natuur.DROGREDENEN : foute manieren van redeneren (Aristoteles) Verschillende soorten drogeredenen .iedereen-doet-het drogreden . een meer doordachte vorm van streven naar genot. want men kan namelijk zo intens de lust nastreven dat men er achteraf nadelige gevolgen (onlust) van ondervindt. zich onderwerpen aan de wetten van de kosmos (inzicht in de natuurlijke orde vormt dus de basis van het morele handelen). Hoogste goed = ATARAXIA. het noodlot) uitgeschakeld wordt. natuurlijke niet-noodzakelijke.  minimale vorm van geluk die we kunnen vinden is het ontwikkelen van een houding waarin de negatieve dingen des levens ons zo weinig mogelijk raken = APATHEIA (onberoerdheid). 360 v.cirkelredeneringen . de scepticus zal zijn oordeel opschorten over de dingen die hem .gezagsargumenten .C Ontkent bestaan van een ordenende intelligentie in de wereld  ontkent niet dat er goden zijn maar dacht dat ze in de ‘intermundia’ bestaan zonder zich iets van de mensen aan te trekken.begging the question .C) Er is geen enkele methode om met zekerheid tot kennis te komen.good company/bad company . SCEPTICISME : = pyronnisme (naar Pyrrho. EPICURISME : Epicurus.argumenten ‘ad hominem’ . waarbij dat niet gelijk staat aan onverschilligheid of lusteloosheid maar wel aan zich bewust boven de passies en tegenslagen zetten. hij meent dat de juiste inzichten uit menselijke activiteit en reflectie daarover moeten groeien. de dood. Ook hier is het hoogste doel ATARAXIE.drogreden van het ‘hellend vlak’ TELEOLOGIE : (Aristoteles) klemtoon wordt gelegd op doelgerichtheid = FINALISME PRAGMATISCH : Op gebied van ethica en politiek is Aristoteles vooral op ervaring en dus pragmatisch gericht. Hij gaat niet uit van een ideaalbeeld dat men zonder meer kan ontwerpen. stichter. Mensen moeten dus proberen het hoogst mogelijke genot te bereiken ZONDER OVERDAAD. 431v.anekdotiek-drogreden .  ataraxia ontstaat wanneer de behoeften (natuurlijke noodzakelijke.

! Hij roept. + besteedt niet alleen veel aandacht aan eigen vraagstelling en antwoorden maar ook aan rivaliserende opvattingen en tegenargumenten. zoals de zon warmte straalt. De wereld is een EMANATIE (=uitstorting) van God. God kan niets Anders dan wat met noodzakelijkheid uit zijn wezen voortvloeit. volgens een schools schema tot in de puntjes uitzoeken) Abaelardus behandelde theologische kwesties door gezaghebbende teksten lijnrecht tegenover elkaar te zetten. God valt samen met de werkelijkheid. dus handelt niet… NEOPLATONISME : inhoudelijke ontwikkeling door Plotinus (2e E) Wilde stad stichten in Italië. geen bovennatuurlijke krachten of invloeden in om de werking van de menselijke kennis te verklaren. het Enige. (je kan nooit weten of het geluk wel echt geluk is en het ongeluk wel echt ongeluk  oordeel erover opschorten) Consequent scepticus zou dus niets doen en sterven. het zou de ideale platonische staat zijn.  door meditatie en ascese hoopt men de stadia van emanatie (want gebeurde trapsgewijs) terug te kunnen doorlopen en zo tot vereniging met God te komen. THOMAS VAN AQUINO : filosofie als dienstmaagd van de theologie : vatte theologie op als de wetenschap waarop alle andere wetenschappen ultiem teruggevoerd kunnen worden  ‘Summa Theologiae’ : hierin benadert hij de hele christelijke leer via de rede. wiskundige. bevolkt door wijsgeren. in boek ‘Sic et Non’. zonder het bestaan van andere goden te loochenen (= MONOLATRIE) MONOTHEÏSME : er bestaat maar een God PANTHEÏSME : vredevolle samenwerking tussen de verschillende godsdiensten PANTHEÏSME (SPINOZA) : God en de wereld = eenheid  zonder de schepping is god niet volledig. het Eeuwige. Maar plan werd nooit uitgevoerd. ARCHIMEDES : 3e E vC. die opduiken als men de opvattingen en denkwijzen van Plato & Aristoteles tracht te verzoenen met de christelijke geloofsovertuigingen. Want persoon heeft vermogen om ‘vrije’ beslissingen te nemen. het Opperste Goede en is volmaakt en in eeuwige rust.overkomen en bereikt daardoor onverstoordheid. God wordt aangeduid als het Eerste. militaire apparaten. ingenieur  baanbrekend werk (Archimedische schroef. God kon niet kiezen tussen scheppen of niet scheppen  geen persoon. ‘Platonopolis’. of ataraxie. getal pi. in tegenstelling tot vroegere auteurs & arabische geleerden. het Hoogste. POLYTHEÏSME : verering van meerdere goden HENOTHEÏSME : verering van één God. zo straalt God de werkelijkheid uit.…)  Archimedische werkwijze ARCHIMEDISCHE WERKWIJZE : Neiging van wiskundigen om hun wiskundige . natuurkundige. want wie echt gelooft dat hij niets weet kan nooit een reden hebben om eerder zus of zo te handelen. ABAELARDUS : ME : Eerste belangrijke vertegenwoordiger van de scholastiek (allerlei problemen.

= wiskundig analyseren van natuurkundige fenomenen !  wanneer men dat begint toe te passen op de mechanica merkt men dat die fenomenen té complex zijn  men wordt tot de experimentele methode gedwongen GALILEO GALILEI : 16e E. OPEN WERELDBEELD : In de 16e eeuw wordt dat wereldbeeld opengebroken. met oneindig aantal zonnestelsels. vertrekkend vanuit de mechanica ISAAC NEWTON : Maakte eerste grote synthese daarvan ‘philosophiae naturalis principa mathematica’  mechanisch wereldbeeld : zowel aardse als hemelse verschijnselen zijn met dezelfde wetten te verklaren.experiment  metingen waarvan het resultaat minstens bij benadering moet beantwoorden aan de waarden voorspeld door de wiskundige formule PSEUDO-WETENSCHAP : verzameling van opvattingen die gepresenteerd worden alsof ze wetenschappelijk zijn. FRANCIS BACON : (16e -17eE) verwoordt voor het eerst de nieuwe denkwijze (groot vertrouwen in rede.wiskunde  stelt formules op die uitdrukken welke relaties bestaan tussen bepaalde grootheden in de werkelijkheid .  een theorie is pas wetenschappelijk als ze empirisch getoetst kan worden. + ze zijn VAAG. studie van de valwet : grondlegger van de moderne mechanica + daardoor ook van de experimentele methode METHODE V GALILEI : . dan is ze niet falisfieerbaar en bijgevolg niet wetenschappelijk. afkeer van ME denkwijzen die niet op onderzoek maar op autoriteit gebaseerd zijn. Zon + aarde + mens staan niet centraal & zijn nietig. Als er geen enkel feit denkbaar is dat ze zou tegenspreken. wetenschap+filosofie moeten zich bezighouden met de ervaarbare wereld)  ‘Novum Organum’ = actualiseren van werk Aristoteles MAAR toen was nieuwe mechanica nog niet ontwikkeld  veel leemten in zijn opvattingen GESLOTEN WERELDBEELD : heelal = bol met concentrische bollen.(kwantitatieve & axiomatiserende) werkwijze toe te passen op fysische problemen die zich daartoe lenen. centrum daarvan is de aarde en de mens is het centrum van het heelal. dus als ze alles verklaart. Ontkent goddelijkheid van Christus + verklaart dat de bijbel geen bron van wetenschappelijke kennis is + strijdt voor pantheïsme  ketter  brandstapel MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD : verklaring voor aardse verschijnselen. Buitenste bol = vaste sterren. terwijl dat niet het geval is. NIEUWE MENSVISIE : nieuw wereldbeeld  nieuwe mensvisie . vooral door COPERNICUS : midden 16e E ‘revolutionibus orbium calaestium’  aarde beweegt rond de zon = heliocentrisme MAAR sfeer van vaste sterren blijft bestaan… GIORDANO BRUNO : eind 16e E ‘de l’infinito universo e mondi’  heelal is oneindig. Zowel op aarde als in het heelal zijn dezelfde krachten verantwoordelijk voor de beweging van voorwerpen. als ze door feiten weerlegd of bevestigd kan worden (men moet hypothesen kunnen afleiden die al dan niet stand houden bij controle door feiten) Men kan de voorspellingen niet ‘falsifiëren’ = weerleggen.

om chaos te voorkomen) DESCARTES : introduceerde rationalisme. maar mag nooit ingaan tegen natuurrecht THOMAS HOBBES : radicalisering van seculariseringstendens  mechanistische mensvisie. Goddelijk recht = enkel toepasbaar op de Kerk.  absolutistisch concept is best functionerend want houdt rekening met het ongebreideld egoïsme van de mens als hij aan zichzelf is overgelaten  natuurstaat (waarin de mens zich bevindt voor een maatschappij gevormd is) = strijd van allen tegen allen. Natuurrecht = in de natuur van de mens. HET DOEL HEILIGT DE MIDDELEN. Pico della Mirandola  mens is in staat om op eigen kracht de wereld te begrijpen. Aristoteles : voorwerpen in rust bevinden zich in hun natuurlijke toestand.en mensbeeld + zoeken nr nieuwe inzichten in menselijk kennen MACHIAVELLI : eerste moderne politieke wetenschapper (15e – 16e E) ‘Il Principe’  vorst moet niet beschikken over (christelijke) deugden. geheel van principes die toegankelijk zijn voor het redelijk inzicht van allen. Werd opgevoed in scholastieke traditie maar merkte al snel dat verschillende scholen hopeloos verdeeld waren over onbenullige problemen + merkte dat wiskunde overeenkwam met natuurwetenschappen  als men . Om daaruit te ontkomen moet men contracten afsluiten. moet de vorst de mensen belonen. Was onder indruk van Galilei  wilde alle verschijnselen (ook handelen. nl. Hetzelfde geldt voor terreur.  studie van mens nodig. erop kan inwerken en er veranderingen in kan aanbrengen) mateloos vertrouwen in rede optimisme : geloof in mogelijkheden van vooruitgang moderne filosofie: poging tot vinden van verantwoording en verdieping voor dit nieuwe wereld. Binnen menselijk recht dan nog natuurrecht en burgerlijk recht. ongeacht hun godsdienst. Galilei : lichamen eerder voortdurend in beweging. Burgerlijk recht = mensenwerk. op basis van theorie van ‘sociaal contract’ door Grotius. Om die te verzekeren is er een sterke. een absoluut heerser (ontleent zijn macht niet aan god maar aan het volk.- geneeskunde/anatomie: menselijk lichaam behoort tot mechanische wereld (Vesalius. hoe die reageert in het maatschappelijk proces : als beloning meest efficiënt blijkt te zijn. menselijk recht = geldt voor alle mensen. perceptie en bewustzijn van de mens) verklaren in termen van beweging van materie. kan van staat tot staat verschillen. MACHIAVELLISME : In strikte zin : enkel betrekking op het handelen van vorsten (afwijkingen van de gewone individuele moraal worden dan immers gemotiveerd door overweging dat het belang van de maatschappij voorgaat op het al dan niet deugdzaam handelen van de vorst als individu) In brede zin : handelwijzen van individuen die de eisen van het succes laten primeren op morele overwegingen HUGO DE GROOT : Nederlander (16e – 17e E) die seculariserende tendens voortzette op gebied van volkenrecht  onderscheid tussen kerk en staat  onderscheid tussen goddelijk recht en menselijk recht. machtige autoriteit nodig. Hobbes: ook werking van menselijke geest kan worden vergeleken met een machine die voortdurend beweegt ‘Leviathan’ : verdedigt ABSOLUUT KONINGSCHAP. die hun macht afstaan uit eigenbelang. maar moet daden stellen die hem de kans bieden om zijn doeleinden efficiënt te realiseren! Nadruk op efficiëntie.

en vertrekpunt van het denken. Lichaam OF geest. METHODISCHE TWIJFEL  twijfelt aan alles. Hobbes. menselijk lichaam) alles volgens mechanische wetten verklaarbaar is. nl. Bevindt zich niet in de keten van oorzaak en gevolg  Er moet iets zijn dat op zichzelf bestaat (geen oorsprong heeft) en op zichzelf gedacht kan worden (niet afgeleid is). God. het bewustzijn. poneert maar 1 werkelijkheid. een denkend ding. = mechanisme. vastgelegd in axioma’s waaruit de rest wordt gereduceerd  gaat gepaard met NATIVISME : opvatting dat de menselijke geest over aangeboren ideeën beschikt die toelaten om een klare intuïtie te hebben over de principes die als grondslag moeten genomen worden om wiskunde en natuurkunde op te bouwen. want als het niet zou bestaan zou er een eigenschap ontbreken. maar niet allebei… MECHANICISME : opvatting dat in de stoffelijke wereld (dieren.  inzicht in ware axioma’s waarmee de werkelijkheid kunnen vatten = aangeboren! DUALISME (Descartes) : er bestaan twee ‘substanties’ in de werkelijkheid. . van het denken. het domein van het stoffelijke/uitgebreide : alles volgens de wetten van meetkunde en mechanica. het bestaan en zou dus niet volmaakt zijn… ‘idées claires et distinctes’ : mens beschikt over heldere en duidelijke ideeën over de ruimtelijke wereld rond ons. MONISME : staat tegenover dualisme. (cfr. Descartes. Dat noemt hij de substantie. en ten tweede het domein van de geest.ware kennis wil hebben over de totaliteit van de wereld moet men een beroep doen op wiskundige methodes. en die moet dus CAUSA SUI zijn = oorzaak van zichzelf. RATIONALISME (in strikte zin) : denkwijze zoals die van René Descartes. nl. stoffelijk lichaam en denkende geest (descartes). en die is oneindig & eeuwig. (Bij Descartes nog derde substantie: God) + mens bestaat uit twee substanties. Die bieden op zich geen zekerheid maar god heeft ze ons ingeplant en god zal ons niet bedriegen  onze ideeën zijn op de wereld van toepassing  ze volstaan om de wereld te begrijpen  materiële wereld is volledig mechanisch te verklaren. res cogitans + bestaan van God (want ik kan begrip van volmaakt wezen vormen. wil enkel beroep doen op klare en duidelijke begrippen. De la Mettrie) MIND-BODY PROBLEMATIEK : probleem bij dualisme : als geest en materie twee verschillende dingen zijn. aan alle gangbare opvattingen MAAR niet aan het feit dat men twijfelt (je pense donc je suis) Twee zekerheden : bestaan van een ‘kennend subject’. + er kan slechts een substantie zijn. nl bezit alle positieve eigenschappen op volmaakte wijze) dus god moet bestaan. hoe kan het ene dan op het andere inwerken??? SUBSTANTIE : (Spinoza) : alleen god kan de grondslag van de wereld vormen en dus ook het vertrekpunt van ons denken.

of zijn ze door omgevingsfactoren (met name de wijze van opbrengen = . net als Descartes. kleur. waarom bestaat er dan nog kwaad in de wereld?  God had keuze uit oneindig aantal alternatieven voor deze wereld maar heeft de best mogelijke der werelden geschapen (God moest die keuze hebben anders was de schepping niet vrij) het meest volmaakt = niet volkomen volmaakt (anders zou wereld = god)…  wereld waarin vrije wil + vrijheid voorkomen. ideas of reflection (=activiteiten van ons denken zelf) ideas of reflection kunnen niet uit zichzelf ontstaan. Tabula rasa  gespijsd door indrukken die we opdoen = ‘ideas’ of voorstellingen. vorm. alwetend en algoed is. Ook hier overtuiging dat mechanica de weg naar de goede methode had getoond maar grote verschil : doen een beroep op DIRECTE ERVARING (empirie). want er moet toch iets zijn dat die waarneming oproept  we kunnen vertrouwen hebben in de natuurkunde: die bestudeert immers mathematische en mechanische eigenschappen. maar gelooft niet in aangeboren kennis.. TABULA RASA John Locke geloofde niet in aangeboren kennis zoals Descartes deed. Alle modi vloeien voort uit de substantie = God. nooit de dingen zelf  wetenschap kan nooit volledige zekerheid geven. aangeboren.  bij geboorte is het menselijk verstand ‘tabula rasa’ (Locke gebruikte dit woord zelf niet. Wij kennen er twee. Twee soorten ideas : ideas of sensation (=gegevens die we via onze zintuigen opdoen). en dus onvermijdelijk ook het kwaad. NATURE NURTURE : zijn de belangrijkste menselijke kenmerken van nature aanwezig. Waarom dan toch voortdurende indruk van interactie in de wereld? God = hoogste monade. nl. hij heeft andere monaden zo geschapen dat ze in harmonie met elkaar zijn. Sommige voorstellingen komen overeen met dingen die in de werkelijkheid bestaan (met mathematische en mechanische kenmerken) = PRIMAIRE KWALITEITEN vb beweging. moeten hiervoor eerst ideas of sensation hebben  alle voorstellingen die we kunnen hebben zijn uiteindelijk terug te voeren tot de info die we opdoen via onze zintuigen. Want als God almachtig. maar niet met elkaar in contact (=oplossing mind-bodyprobleem) THEODICEEPROBLEEM : Leibniz probeert verklaring te zoeken voor kwaad in de wereld.Substantie drukt zich op een oneindig aantal ‘zijnswijzen’ uit = ATTRIBUTEN. MAAR! onderzoekt altijd de voorstellingen van de dingen. klank. het denken en het uitgebreide.  die monaden hebben geen onderlinge wisselwerking. LEIBNIZ : Las ‘Ethica’ van Spinoza en ontkende dat er maar 1 substantie bestaat.)+ wordt gespijsd door indrukken die we opdoen. Waarneming van primaire kwaliteiten zijn niet subjectief. Volgens hem bestaat de werkelijkheid uit oneindig veel substanties = MONADEN. JOHN LOCKE : moderne filosoof (EMPIRISME)  methode : aan alles twijfelen. niet vertrouwen op algemene principes. aantal. Indrukken van die kwaliteiten noemen we SECUNDAIRE KWALITEITEN vb smaak. EMPIRISME : tegenhanger van rationalisme. geur. de materiële wereld De concrete dingen die wij zien in het uitgebreide + concrete denkende wezens = MODI (wijzigingen) van het attribuut. rust.

zelfs de andere mensen. drukken enkel een emotieve reflex uit (persoonlijk gevoel). RELATIVISME : goed en kwaad op ethisch vlak is afhankelijk van de maatschappij. IDEALISME : stelt dat we het bestaan van de buitenwereld niet kunnen aantonen. Allemaal mentale constructies!  problematiek : bestaan er behalve ik.  heeft bij paar filosofen geleid tot SOLIPSISME : het enige wat bestaat = eigen geest. EMOTIVISME : ethische uitspraken drukken geen feitelijke kennis uit. Vb. wordt hier veralgemeend tot de meest belangrijke menselijke kenmerken/eigenschappen. feiten die handelen over de menselijke natuur.… Er zijn bijgevolg GEEN objectieve criteria om te beslissen welk waardeoordeel te verkiezen boven een ander. Mens is sociaal wezen  moet sociaal gedrag vertonen en we moeten a-sociaal gedrag afkeuren. = naturalistische drogreden! TRANSCENDENTAAL UITGANGSPUNT : verwijst naar datgene wat voorwaarde is voor de mogelijkheid van de ervaring of van de kennis. nog andere subjecten? (OTHER MINDS PROBLEMATIEK) : solipsisten zullen dit ontkennen… Wij kunnen nooit zekerheid hebben over gevoelens van andere denkende wezens. Je kunt nooit hun gevoelens voelen. NATURALISTISCHE VISIE OP ETHIEK : waarde-oordelen (uitspraken waarin we iets goed of kwaad noemen) kan men afleiden uit feiten (die evtl wetenschappelijk kunnen worden vastgesteld). maar je blijft gevangen zitten in je eigen perceptie. het tijdperk. Alleen het ‘kennend subject’ bestaat. alle waarnemingen zijn uitgevonden. je kan je hoogstens proberen voorstellen hoe zij zich voelen. maw wat VOOR elke ervaring bij het subject aanwezig is (Kant) .nurture) bepaald? Lockes voorstel inzake de kennisverwerving. als die er al zijn.