Sie sind auf Seite 1von 11

Kinesitherapeutisch

Handelen
DEEL 1
Prof. Alice Nieuwboer Dr. Lotte Janssens

Monica Lambrechts 1




1. Referentiekader binnen de kinesitherapie
1.1 schema

















verwijzing : door dokter
1e stap : oorzaken en gevolg (+ vroege hypothese)
anamnese: gesprek met patint (hulpvraag)
klinisch onderzoek



1.2 Klinisch onderzoek
Vroege hypothese
Oorzaken gevolg
















Monica Lambrechts 2



Klinisch basisonderzoek
1) Anamnese
2) Inspectie = kijken naar patint (bewust /onbewust)
Palpatie

3) Beweeglijkheidsonderzoek
o ACTIEF (functioneel en lokaal-anatomisch)
Hoe uitvoeren v beweging (patint zelf)
Functioneel: beweging laten uitvoeren waarbij p. specifiek last
heeft
Lokaal-anatomisch: bij iedereen dezelfde beweging
o PASSIEF (fysiologisch en afysiologisch)
Kine voert beweging bij patint uit
Fysiologisch : kan je als p. ook zelf uitvoeren
Afysiologisch: beweging dat je als patint niet kan uitvoeren

4) Neuromusculair onderzoek (spierkracht, -uithouding, -lengte)
5) Cardiorespiratoire fitheid (wat zijn bv de oorzaken v beperking van fitheid?)
6) Functionaliteit levenskwaliteit

Toegevoegd onderzoek
Kinesitherapeutische behandeling
Belangrijk om behandeldoelen op te stellen
o Pijn zwelling
o Gewrichtsmobiliteit
o Spierfunctie
o Vitale functies
o Houding
o Perceptie
o Cordinatie
Verschillende methoden om dit te bereiken: oefentherapie (voor mobiliteit,
spierkracht, spieruithouding, cordinatie) manuele therapie

2. Kinesitherapeutisch onderzoek
Klinisch onderzoek = probleem formulering
= probleem analyse
= voorbereidend op probleem oplossing

1. Zaken die je moet weten voor je de patint kan behandelen:
a. Problemen vd patint: body structure body function activity
participation (Structuur aangetast ? activiteit aangepast?
Participatie in maatschappij? )
b. Kan ik de oorzaken/problemen behandelen ? indicatie voor
kinesitherapie?
c. Doel van de behandeling?

Monica Lambrechts 3



d. Belemmeringen :
- Omgevingsfactoren
- Persoonlijke factoren
Kan + of - zijn
e. Welke behandeling stel ik op?
= voorbereidend op probleem-oplossing

2. Zijn het behandelbare grootheden? (= het behandebaar met kine?)
o Orgaanfuncties (body structure body function)
= doelstellingen op niveau van de therapeut
Pijn en zwelling
Gewrichtsmobiliteit
Houdingsstoornis
Vitale functies (inspanningsvermogen)
Psychische functies (angst, depressie)
o Vaardigheden (activity)
= doelstellingen op niveau vd patint
Zelfverzorging
Lichaamsbeheersing
Verplaatsen
Activiteiten Dagelijks Leven (ADL)
Beroepsactiviteiten
Sport
Hobby
o Paricipatie (participation)
= doelstellingen op niveau vd patint
Beroep
Sport
Hobby
.

3. ICF-model (= The international classification of functioning, diability and health)
3.1 Ontwikkeling: ICD -> ICIDH -> ICF
3.2 Kenmerken
doelstellingen
uitgangspunten
beschrijvend : 3 perspectieven
a) functies & anatomische eigenschappen (de mens als organisme)
b) activiteiten (menselijk handelen)
c) participatie (deelname aan samenleving)
terminologie
ICF ICIDH
Functies (stoornissen) stoornissen
Anatomische eigenschappen (stoornissen)
Activiteiten (beperkingen) Beperkingen
Participatie (participatieproblemen) Handicaps
Externe factoren (belemmeringen) (niets)

Monica Lambrechts 4




schema ICIDH






schema ICF










3.3 Gebruik
3.4 Kenmerken definities
Functies Fysiologische en mentale eigenschappen vh menselijk
organisme
Anatomische Positie, aanwezigheid, vorm en continuteit van
eigenschappen onderdelen vh menselijk lichaam
Stoornissen Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische
eigenschappen
Activiteiten Onderdelen van iemands handelen
Beperkingen Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten
Participatie Iemands deelname aan het maatschappelijk leven
Participatieproblemen Problemen die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten
Externe factoren Iemands fysieke en sociale omgeving
Persoonlijke factoren Iemands individuele achtergrond











Monica Lambrechts 5



4. Methodisch handelen (= methode om effectief en efficint te werken)
methodisch handelen = kenmerk van professionaliteit
MH in de klinische setting
= klinisch redeneren (clinical reasoning)
= het toepassen v methodisch handelen in de klinische setting
binnen de kinesitherapie
4.1 Gekenmerkt door:
a) doelgerichtheid
th. weet welk doel hij wilt bereiken.
b) systematiek
th. handelt volgens een logische ordening vd te nemen
stappen, gerelateerd aan doelen
c) procesmatigheid
th. heeft zicht op de ontwikkelingen in de tijd en baseert
daarop zijn handelen
d) bewustheid
th. is bewust v zijn handelen en vd mogelijke gevolgen
4.2 als vaardigheid is een complex van:
a) cognitieve vaardigheden
= interpreteren, analyseren, uitleggen, beslissen
beargumenteerd kiezen voor een interventie op basis vd
diagnose
b) psychomotorische vaardigheden
= uitvoeren v fysieke en motorische vaardigheden
toepassen v oefentherapie, onderzoekshandgrepen, enz.
c) reactieve vaardigheden
= begeleiden, ondersteunen, reageren
de attitude vanuit het beroep (beroepshouding)
d) interactieve vaardigheden
= sociaal-communicatieve vaardigheden
communicatie met de patint, met verwijzers en andere
disciplines
4.3 strategien van methodisch handelen
a) verzamelmethode
= alle gegevens verzamelen
- Tijdrovend en + vooroordelen krijgen minder kans
onoverzichtelijk + kritisch denken wordt gestimuleerd
+ andere diagnosen blijven in beeld

b) hypothetico-deductieve methode
= systematisch (beperkt) gegevens verzamelen

- afh vd ervaring en kennis + efficint en doelmatig
onderzoeker (aantal hypothesen) + formuleren, bevestigen of
verwerpen van hypothesen

Monica Lambrechts 6



c) patroonherkenning
= gegevens verzamelen en verschijnselen herleiden naar ziektebeelden
+ efficint en doelmatig
- afh v ervaring en kennis onderzoeker (aantal patronen)
d) algoritme of beslissingsboom
= gestandardiseerde vragen/tests
= gestandardiseerde beslissingsboom
- ten koste van individu-specifieke elementen
5. ANAMNESE
5.1 BEGRIP ANAMNESE
= intake gesprek, eerste kennismaking meet de patint
eerste stap in het verwerven van informatie mbt aandoening: GESPREK
o auto-anamnese: therapeut patint
o hetero-anamnese: therapeut iem. uit de omgeving vd patint
orintatie op klachten, implicaties voor de patient en zijn omgeving
ontwikkelen v hypothesen
verwachtingen vd behandeling
ICF opstellen
5.2 FUNCTIE ANAMNESE
Kennismaking
Patint helpen bij formuleren hulpvraag (= voor welk probleem patint komt)
Inzicht in klachten patint ( = voornaamste klacht + gevolgen)
Inzicht in hulpvraag patint
o P => T: verwachtingen van P in de T, in de kinesitherapie,
o T => P: inzicht vd P in het gezonheidsprobleem
Letselspecifieke relevante info
Formuleren eerste hypothesen (voorzichtig!)
Exploratieve fase van KTH
Strategie voor klinisch onderzoek bep.

5.3 STRATEGIEBEPALING
Gespreksvormen
o Patintgericht => Pa doet verhaal (open)
o Therapeut gericht => T stelt gerichte vragen (korte antw gesloten)
Ordening
1. Algemeen
o Uitgangspunt: aanmelding en vroege hypothese
o Van patintgericht naar therapeutgericht
o Van overzicht naar analyse probleem
o Uitgebreidheid info is afh van P.
2. Hypothesevorming en toetsing
o Toetsing v vroege hypothesen
o Info verzameling op basis van inhoud vroege hypothesen
3. Instrumentarium
o Praten, kijken, luisteren


Monica Lambrechts 7



5.4 INHOUD: VERSCHILLENDE CATEGORIEN (Verloop)
1) Personalia opstellen:
- geslacht, naam, geboortedatum
- adres, tel, email
- burgerlijke staat, beroep, functie
- naam huisarts + verwijzende arts
- verzekering, mutualiteit ?
opmaak dossier
relatie met bep ziekten
2) Hulpvraag
vraag dat patint meeneemt naar de praktijk
(patint kan het soms niet goed uitleggen, T. helpt hierbij)
nagaan of de vraag op zijn plaats is, geen doorverwijzing nodig
(naar arts of psycholoog)
3) Gezondheidsprobleem
- Aard vh probleem
Pijn: meest frequent
Mobiliteitsbeperking
Instabiliteit
Verminderde conditie
- Ernst vh probleem
- Lokalisatie
Lokaal
Regionaal
totaal
- Individuele gevolgen
Kaderen binnen ICF model
4) Historie
- Ontstaanswijze vh probleem
Plots: acuut probleem
Geleidelijk: niet-acuut
Beiden kunnen chronisch worden
Kan behandeling sturen:
Acuut: lage behandeldosage met hoge frequentie
Chronisch: hoge dosage met lage frequentie
- Beloop in tijd : natuurlijk beloop? Normaal herstelproces ?
- Tijdstip en wijze van optreden
Info over invloed
o Rust nachtelijke pijn
o Spanning
o Ontspanning
o Activiteiten vh probleem
5) Invloeden op het probleem
- Lichamelijke activiteit
- Houding, gewicht, belasting
- Externe factoren
- Persoonlijke factoren

Monica Lambrechts 8



- Algemene lichamelijke conditie
Advies geven als bep factoren aandoening negatief
benvloeden
Vb.: overgewicht, veel wandelen bij artrose onderste
ledematen
6) Relatie met vroegere/andere problemen (zeer bel!)
- Verwondingen, operaties
- Ziekten, aandoeningen (bv.: kniepijn bij patinten met een
hersenverlamming of polytrauma in het verleden)
- Overige
Kunnen huidig probleem negatief benvloeden
7) Andere behandelingen & resultaten
- Medische behandeling?
Vb: osteosynthese -> geen hoogfrequente electro
Vb: medicatie tegen pijn -> pijnprovocatietest negatief
- Eerdere kinesitherapie? (goed/geen resultaat)
- Reeds behandeling bij andere zorgverleners?
Informeer bij huisarts
Cordinerend revalidatie-arts (revalidatiecentrum)
- Aanpassing woon-,werksituatie?
Kunnen alleen wonen in stand houden of verlengen
- Hulpmiddelen
Advies geven
Letten op juist gebruik
8) Restricties & adviezen
- Restricties vanuit medisch oogpunt
Vb: totale heupprothese: geen exorotatie toegelaten
Bep fracturen: geen steunname toegelaten
rookstop
- Adviezen vanuit ander oogpunt
Levenstijl
Gedrag
9) Contra-indicaties
- Medicijngebruik
Pijnstillende medicatie: pas op met dosage
Corticosteroden: hypertensie, osteoporose
- Osteosynthesemateriaal
- Pacemaker
- Verminderde lokale belastbaarheid
Huidtransplantaties/peesverlenging/
- Verminderde totale belastbaarheid
Depressie,.
- Indien contra-indicaties voor kinesitherapie: arts verwittigen



Monica Lambrechts 9



10) Individuele omstandigheden
- Wonen
Toegankelijkheid (trappen, drempels, lift)
Voorzieningen (winkels, apotheek,)
- Werkomstandigheden
Aard, zwaarte, zittend, staand
- Maatschappelijke status
Werklooshheid, ziekte-uitkering
- ADL
Verzorging, eten, wassen,
- Sociaal: sociaal functioneren?
11) Verwachtingen
- Patint
Wat verwacht P van T?
Wat verwacht P van behandeling?
Realistische verwachtingen?
- Kinesitherapeut
Verwachting T van P? (zelf oefenen-wat mag/wat niet)
12) Lekenoordeel
- Voor de behandeling start lekenoordeel over:
Medische diagnose en prognose
Kinesitherapeutische diagnose en prognose
Voorgestelde vorm van kinesitherapie
- Inzicht in letsel is bel.
- Inzicht in prognose
- Inzicht in wat mag en niet mag
13) Oplossingen van de patint
- Aanpassingen
Gedrag
Hulpmiddelen
Adviezen respecteren


ICF












Monica Lambrechts 10



Definities kenmerken:
Functies
Fysiologische en mentale eig. vh menselijk organisme
Anatomische eigenschappen
Positie
Aanwezigheid
Vorm
Continuteit v. onderdelen vh menselijk lichaam
Stoornissen
Afwijkingen in of verlies v functies of anatomische eigenschappen
Activiteiten
Onderdelen van iemands handelen
Beperkingen
Moeilijkheden die iem heeft met het uitvoeren van activiteiten
Participatie
Iemands deelname aan het maatschappelijk leven
Participatieproblemen
Problemen die iem heeft met het deelnemen aan het maatsschappelijk leven
Externe factoren
Iemands fysieke en sociale omgeving
Persoonlijke factoren
Iemands individuele achtergrond

Monica Lambrechts 11